Ontwerpbestemmingsplan Wallenbergstraat, achter Stationsstraat 95 - volledig
Tekst van het document
11
bestemmingsplan Achter Stationsstraat 95
12
bestemmingsplan Achter Stationsstraat 95
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
groenvoorzieningen; behoud en herstel van bos; in- en uitritconstructies; paden; waterberging, waterlopen en -partijen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 m bedragen.
3.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2 voor het bouwen van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als bedoeld in lid 3.2.2 mits: a. b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bestaande landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden; de gezamenlijke bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen binnen de bestemmingen 'Wonen' en 'Groen' niet meer bedraagt dan de in 4.2.1 genoemde maximum oppervlakte.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning buiten het bouwvlak bomen met een stamomtrek van 0,65 m of meer op een hoogte van 1,3 m, te rooien of te vellen.
3.4.2
Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. a.
het rooien of vellen van bomen met een stamomtrek kleiner dan 0,65 m op een hoogte van 1,3 m betreffen; het normale onderhoud, beheer en gebruik betreffen.
3.4.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van het rooien of kappen geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de specifieke waarden van de functie 'groen'.
13
bestemmingsplan Achter Stationsstraat 95
14
bestemmingsplan Achter Stationsstraat 95
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b.
wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, waarvan de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte met een maximum van 45 m² van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; groenvoorzieningen;
met de daarbij behorende: c. d.
bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en parkeervoorzieningen,
alsmede voor: e. f. g.
behoud en herstel van structurerende houtopstanden; een haag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - haag'; paden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
Hoofdgebouwen: 1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak en met hun voorgevel in de voorgevelbouwgrens; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ mogen uitsluitend twee-aaneen gebouwde woningen worden gebouwd; 4. de afstand van de niet aangebouwde zijgevel(s) van hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens dient ten minste 5 m te bedragen; 5. de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen, met dien verstande dat van de maximale toegestane goothoogte mag worden afgeweken ter plaatse van een dakkapel of ondergeschikte verspringingen in de gevel; 6. de bouwhoogte mag niet meer dan 8 m bedragen; Bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen: 1. bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak, met dien verstande dat overige bijbehorende bouwwerken binnen en buiten het bouwvlak zijn toegestaan; 2. de gezamenlijk oppervlakte van carports, aan- en uitbouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 45 m² per bouwperceel; 3. bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen dienen ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bijbehorende woning te worden gesitueerd; 4.
de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van overige bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m.
4.2.2 a.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van erfscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelbouwgrens, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 m;
15