CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Nijkerkerstraat 51 - toelichting en regels

Commissie Ruimte 14 oktober 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Bestemmingsplan Nijkerkerstraat 5124.132 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijkerkerstraat 51 ontwerp

bestemmingsplan

Nijkerkerstraat 51 ontwerp

Nijkerkerstraat 51

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Huidige planologische situatie 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2

7

Planbeschrijving

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal 3.3 Gemeentelijk beleid

8 8 10 11

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Externe veiligheid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bodem 4.6 Ecologie 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Water 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

12 12 13 13 14 15 15 16 17 18 18 19

Hoofdstuk 5 Juridische plantoelichting 5.1 Algemeen 5.2 Opzet bestemmingsplan 5.3 De verbeelding

19 19 19 20

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Grondexploitatie

20 20 20 20

Bijlagen bij toelichting

21

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek industrielawaai

21

Bijlage 2

Watertoets

63

Regels

68

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

68 68

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingsregels Van toepassing zijnde bestemmingsplan

68 68

Hoofdstuk 3 Artikel 3 Artikel 4

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

69 69 69

3

Nijkerkerstraat 51

4

Nijkerkerstraat 51

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter plaatse van Nijkerkerstraat 51 is een bedrijf voor technische dienstverlening aanwezig. Het bedrijf heeft zich hier enige tijd geleden gevestigd. Ter plaatse van het perceel geldt op het moment de bestemming 'Detailhandel'. De vestiging van het huidige bedrijf is niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan geregeld. De eigenaar van het perceel verzoekt de gemeente om de bestaande situatie op een adequate manier vast te leggen. Voorliggend bestemmingsplan maakt dit initiatief mogelijk. In de toelichting wordt aangetoond dat met dit initiatief er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat het initiatief passend te achten is binnen het beleid en wet- en regelgeving en dat overige belangen niet onevenredig geschaad worden.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Putten in het buitengebied. Zoals aangegeven ligt het plangebied aan de Nijkerkerstraat. Deze weg vormt de hoofdverbindingsweg tussen de kernen Nijkerk en Putten. Het plangebied is gelegen in een gebied met een groot aantal agrarische bedrijven. Op onderstaande afbeeldingen zijn de ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Ligging plangebied in gemeente Putten

5

Nijkerkerstraat 51

Begrenzing plangebied Nijkerkerstraat 51

1.3

Huidige planologische situatie

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied', vastgesteld op 4 juli 2014. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Detailhandel' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast gelden er de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel machines tbv groen en tuinonderhoud'. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

Vigerend bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied'

In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het omzetten van een winkelfunctie naar een bedrijfsfunctie. Het initiatief voldoet aan de meeste voorwaarden; de locatie ligt niet in een gebied met bijzondere waarden, de oppervlakte bebouwing wordt niet vergroot, de bedrijfsactiviteiten vinden binnen plaats en er is geen buitenopslag (behalve dat er een aantal busjes staat). In een bijlage van het bestemmingsplan wordt een aantal bedrijven genoemd die mogelijk zijn. Er wordt onder andere een

6

Nijkerkerstraat 51

aannemersbedrijf, een installatiebedrijf en een houtzagerij genoemd. Als voorwaarde geldt tevens dat omwonenden niet onevenredig in hun belangen mogen worden geschaad. Een van de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is dat de nieuwe vorm van bedrijvigheid niet meer belastend mag zijn dan de huidige activiteiten. Daar voldoet het initiatief niet aan. Het gewenste bedrijf heeft meer milieu- en ruimtelijke impact dan een winkel. In paragraaf 4.1 wordt dit onderwerp uitvoerig besproken en aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de planbeschrijving. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader behandeld. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 4 wordt hierop ingegaan. In Hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen. Hoofdstuk 6 tenslotte gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het perceel Nijkerkerstraat 51 heeft de bestemming detailhandel. In 2012 is voor de Nijkerkerstraat 51 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met een bijgebouw (de oude winkel werd gesloopt). In het bijgebouw werd een verkoopruimte/showroom gemaakt ten behoeve van tuin- en parkmachines en voermengwagens voor pelsdiervoeder. Ten behoeve van deze verkoopruimte mocht een gedeelte worden ingericht als werkplaats en opslagruimte. Ter plaatse van het perceel Nijkerkerstraat 51 bevindt zich momenteel een bedrijf voor technische dienstverlening. Het bedrijf voorziet in technische dienstverlening aan andere bedrijven. In het bedrijfsgebouw vinden diverse werkzaamheden plaats in eigen inpandige werkplaats om producten samenstellen in de drie bedrijfstakken: Technische Installaties: aanleggen elektrische en mechanische bedrading bedrijven; aanleggen en vervangen transportbanden; ontwerpen en aanleggen van lichtplan in waterdichte behuizingen. Machinebouw: ontwikkelen van prototype machines, repareren, geen serieproductie; aanpassingen aan bestaande machines; maatwerk: Metaalbewerking (RVS) > knippen, zetten, lassen enz.; Industriële techniek: plaatsen c.q. ontwikkelen van besturingskasten; elektronica, inclusief bedrading aanleggen en installeren op locatie; renovatie, onderhoud en service bij bedrijven; De dienstverlening zelf vindt niet op deze locatie plaats.

De loods is gelegen aan de achterzijde van de ter plaatse aanwezige bedrijfswoning. Tussen de bedrijfswoning en de loods is een stuk verharding aanwezig wat dient als toegangsweg tot de loods en wat tevens als parkeerplaats gebruikt wordt. In de toekomstige situatie vinden er geen andere bedrijfsactiviteiten plaats ten opzichte van de huidige situatie. De initiatiefnemer heeft verzocht om het wijzigen van de bestemming ter plaatse naar een bestemming welke past bij de bedrijfsactiviteiten ter plaatse, en daarmee te zorgen voor een adequate

7

Nijkerkerstraat 51

vastlegging van de bestaande situatie. Tevens worden in de toekomstige situatie maatregelen genomen om de geluidemissie van het gebouw te verlagen. Op onderstaande afbeelding is de huidige situatie in het plangebied weergegeven:

Huidige situatie Nijkerkerstraat 51. (bron: Google maps)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk. Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel. Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's. Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Afwegingsprincipes

8

Nijkerkerstraat 51

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze verplichte toetsing is verder vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Ladder houdt in dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als er sprake is van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Als een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing, voorziet in nieuwe planologische bouwmogelijkheden, dan kwalificeren deze bouwmogelijkheden in beginsel als een "stedelijke ontwikkeling" als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het moet wel gaan om bouwmogelijkheden van enige omvang.

Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen "sec" die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. De toetsing aan de Ladder voor Duurzame verstedlijking wordt verder uitgewerkt in paragraaf 3.1.3. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.

9

Nijkerkerstraat 51

De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze verplichte toetsing is verder vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Ladder houdt in dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als er sprake is van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Als een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing, voorziet in nieuwe planologische bouwmogelijkheden, dan kwalificeren deze bouwmogelijkheden in beginsel als een "stedelijke ontwikkeling" als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het moet wel gaan om bouwmogelijkheden van enige omvang.

Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen "sec" die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. Dit bestemmingsplan voorziet in het herbestemmen van een perceel. Er worden geen nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt en er vindt geen nieuw ruimtebeslag plaats als gevolg van dit bestemmingsplan. Er wordt niet voorzien in een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking kan achterwege blijven. Conclusie Het initiatief hoeft niet getoetst te worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. De ladder vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.

3.2

Provinciaal

3.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland zijn op 18 oktober 2014 in werking getreden en worden indien van toepassing twee keer per jaar geactualiseerd. Het betreft een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en Ruimtelijke Verordening Gelderland. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en bevat algemene verbindende voorschriften. In de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn ter plaatse van het perceel Nijkerkerstraat 51 geen regels opgenomen welke de voorgenomen activiteiten op enige wijze belemmeren. Er wordt niet voorzien in uitbreiding van de activiteiten of in uitbreiding van bebouwing op het perceel.

10

Nijkerkerstraat 51

Conclusie Het initiatief is niet strijdig met het provinciale beleid. Er wordt niet voorzien in uitbreiding van bedrijfsactiviteiten of bebouwing op het perceel.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Putten 2030

De gemeenteraad van Putten heeft op 5 maart 2015 de Structuurvisie Putten 2030 gewijzigd vastgesteld. De Structuurvisie Putten 2030 is opgesteld met de boodschap van de Toekomstvisie Putten als leidraad. Deze is gerelateerd aan actueel beleid ten aanzien van de verschillende beleidsvelden en vervolgens vertaald in een visie op de ruimtelijke ontwikkeling. De inhoud van de structuurvisie is leidend en in principe bindend voor het handelen van de gemeente richting initiatiefnemers, en nieuwe bestemmingsplannen moeten inhoudelijk passen binnen de visie van de structuurvisie. Agrarisch gebied In de structuurvisie Putten is het plangebied als 'Agrarisch gebied' aangemerkt. In dit gebied bevinden zich voornamelijk agrarische bedrijven. Wel geeft de gemeente aan dat er ook ruimte is voor niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied.

Afbeelding: uitsnede kaart Structuurvisie Putten 2030. Plangebied rood omlijnd.

Planspecifiek Algemeen kan gesteld worden dat terughoudend wordt omgegaan om nieuwe bedrijven in het buitengebied toe te staan. Deze horen in beginsel thuis op een bedrijventerrein. Zeker de wat zwaardere industriële bedrijven / bedrijven met een zwaardere milieucategorie. Het gaat hier echter om een perceel dat reeds een 'bedrijfsmatige bestemming' (maar dan een winkel) had, het ligt direct aan de doorgaande weg, en het geldende bestemmingsplan biedt op zich de mogelijkheid om om te schakelen van een winkelfunctie naar een bedrijfsfunctie. Van verdere uitbreiding van het bedrijf op deze locatie is dan ook geen sprake. Aldus kan gesteld worden dat de beoogde omschakeling van bedrijfsactiviteiten aanvaardbaar te achten is. Specifiek voor de onderbouwing ten aanzien van de milieubelasting wordt verwezen naar paragraaf 4.1.

11

Nijkerkerstraat 51

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten "milieubelastende activiteiten" aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van "milieugevoelige activiteiten". De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Plangebied De voorgestelde ontwikkeling betreft het wijzigen van milieucategorie 2 naar categorie 3.2 (werkplaats >200 m2 ). Daarvoor geldt dan een grootste afstand van 50m (aspect geluid) voor een gemengd gebied. Alle woningen liggen buiten deze afstand. In feite heeft het bedrijf genoeg aan de milieuruimte van een cat. 3.1 bedrijf en is alleen cat. 3.2 omdat het vloeroppervlak van de werkplaats groter is dan 200 m2 . Gelet op de situatie ter plaatse is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van het bedrijf op de gevels van woningen van derden LAr;u= 30, 26 en 17 dB(A) of lager is in resp. dag-, avond- en nachtperiode.

De maximale niveaus zijn berekend op LAmax= 55, 50 resp. 50 dB(A) of lager. De maximale niveaus in de avond worden veroorzaakt door het rijden met een busje of door een autoportier. De maximale niveaus in de dag komen van de vrachtwagen. Dit betreft laden en lossen, waarmee deze niveaus feitelijk buiten beschouwing kunnen blijven. Daarmee voldoen de zowel de langtijdgemiddelde als de maximale geluidniveaus aan zowel de normen uit het Activiteitenbesluit en de uitgangspunten voor een goed woon- en leefklimaat voor bedrijfsgeluid. Overigens is de drukke Nijkerkerstraat ter plaatse van omliggende adressen bepalend voor het achtergrondniveau. De etmaalwaarde van de Nijkerkerstraat op de dichtstbij het bedrijf gelegen woning Hooiweg 23 is berekend aan de hand van de provinciale verkeersgegevens en bedraagt Letmaai=55 dB(A) op de westgevel. Er liggen geen woningen binnen 50 m van de inrichting. Daarom is nog een tweetal referentiepunten berekend op 50 m uit de grens van de inrichting. Daarop wordt ook voldaan aan de eisen voor een goed woon- en leefklimaat voor het aspect bedrijfsgeluid. Het bedrijf heeft daarmee een geluidemissie welke eerder past bij een cat. 3.1 dan bij cat. 3.2 inrichting. Uit overleg met de onderneming bleek dat hun bedrijf daar qua geluidemissie verder ook prima mee uit de voeten zou kunnen.

In het bestemmingsplan is dan ook geborgd dat ter plaatse een bedrijf is toegestaan voor technische dienstverlening voor de zakelijke markt. Dit omvat installatietechniek, reparatie, revisie en variabele technische oplossingen. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woningen aan de geldende normen voldaan wordt. Wel is in dit onderzoek rekening gehouden met een aantal aanpassingen aan het gebouw. Deze aanpassingen dienen in het kader van deze bestemmingsplanwijziging doorgevoerd te worden teneinde te voldoen aan een goed woon- en leefklimaat. Er kunnen vervolgens maatwerkvoorschriften in het kader van het Activiteitenbesluit worden opgelegd. Dit zal naar verwachting ook gebeuren. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

12

Nijkerkerstraat 51

4.2

Geluid

Toetsingskader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Situatie plangebied Het bestemmingsplan maakt de herbestemming van een bedrijf mogelijk. Bij dit bedrijf is een bedrijfswoning aanwezig. Deze woning is een bestaand object en maakt bovendien onderdeel uit van het bedrijf ter plaatse. Om deze reden is de woning niet aan te merken als een gevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Een onderzoek naar de geluidsbelasting op de woning en het bedrijf kan om deze reden achterwege blijven. De effecten van de geluidgeneratie van het bedrijf op de omgeving zijn reeds in paragraaf 4.1 beschreven. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.3

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Onderzoek Risicovolle inrichtingen Het plangebied en de omgeving is geïnventariseerd op de aanwezigheid van de mogelijke risicobronnen. In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichten aanwezig. Vervoer gevaarlijke stoffen Op de spoorlijn Amersfoort - Zwolle vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het initiatief voorziet niet in een toename van het aantal personen ter plaatse. Het groepsrisico zal als gevolg van dit plan niet toenemen. Volstaan kan worden met een beperkte motivering. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn een buisleiding aanwezig. De buisleiding ligt op ruime afstand van het plangebied. De risicocontour van de leiding reikt niet tot in het plangebied. De buisleiding vormt geen belemmering voor het project. Risicokaart Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied weergegeven.

13

Nijkerkerstraat 51

Uitsnede risicokaart (plangebied blauw omlijnd)

Conclusie In de directe omgeving van het plangebied is het aantal transporten met gevaarlijke stoffen over de weg zodanig gering, dat de PR-contouren van 10-6 per jaar binnen de rijbaan liggen en het groepsrisico verwaarloosbaar klein is.

4.4

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën

14

Nijkerkerstraat 51

betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek en conclusie Dit plan voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit plan voorziet enkel in een adequate vastlegging van een bestaande situatie. Deze bestemmingswijziging zal niet significant bijdragen aan de verslechting van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt om deze reden dan ook geen verdere belemmering voor het initiatief.

4.5

Bodem

Toetsingskader Op basis van de Wet bodembeheer mogen er geen gevoelige objecten op verontreinigde grond gebouwd worden. Een object wordt als gevoelig aangemerkt wanneer er 2 uur of langer per dag mensen in verblijven. De nieuw te bouwen woning is een locatie waar langer dan 2 uur per dag mensen zullen verblijven. Om deze reden is een bodemonderzoek noodzakelijk. Situatie plangebied en conclusie Omdat er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt is het niet noodzakelijk de grond ter plaatse van het initiatief te onderzoeken door middel van een bodemonderzoek. Er wordt geen gevoeligere functie in het kader van bodem mogelijk gemaakt met voorliggend plan. Het aspect bodem vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.

4.6

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura-2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele

15

Nijkerkerstraat 51

samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming in de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet niet in ruimtelijke ontwikkelingen.

Er wordt niet voorzien in de potentiële verwijdering van natuurwaarden ter plaatse. Ook wordt er geen groen verwijderd als gevolg van dit plan. Tevens wordt niet voorzien in extra verkeersbewegingen. Het aspect ecologie vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.

4.7

Verkeer en parkeren

In deze paragraaf wordt getoetst of het plan de verkeer- en parkeersituatie niet nadelig beïnvloed. Situatie plangebied

16

Nijkerkerstraat 51

Dit plan voorziet in de herbestemming van een bedrijf in het buitengebied van Putten. De herbestemming is noodzakelijk voor een adequate vastlegging van de bestaande situatie. Als gevolg van de bestemmingswijziging wordt er niet voorzien in een grotere verkeersgeneratie naar het plangebied. Tevens is er geen extra behoefte aan nieuwe parkeerplaatsen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.8

Water

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. De resultaten van de Digitale Watertoets zijn opgenomen in bijlage 2, waarbij in deze paragraaf de aandachtspunten worden behandeld. Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.

Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen

17

Nijkerkerstraat 51

aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Bij het archeologiebeleid is ook een beleidskaart opgesteld die de zonering van de verschillende archeologische verwachtingswaarden aangeeft. Aan de verschillende verwachtingswaarden zijn voorwaarden gekoppeld wanneer bij bouw- en grondwerkzaamheden archeologisch onderzoek vereist wordt. Situatie plangebied en onderzoek Het initiatief voorziet niet in de realisatie van nieuwe bouwmogelijkheden. Er worden geen gronden geroerd waarbij archeologische waarden verstoord kunnen worden. 4.9.2

Cultuurhistorie

Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Situatie plangebied In het plangebied bevinden zich geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Tevens zijn er geen landschappelijke waarden aanwezig welke gewaarborgd dienen te worden. 4.9.3

Conclusie

Er is geen sprake van cultuurhistorische waarden in het plangebied. Er worden geen archeologische waarden aangetast.

4.10 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische bescherming nodig hebben.

18

Nijkerkerstraat 51

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft een herbestemming van een bedrijf. Gelet op de aard van het project en de plaats van het project is geoordeeld dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit planvoornemen is dan ook geen m.e.r.-procedure noodzakelijk op grond van het Besluit m.e.r.

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische plantoelichting

Algemeen

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en planregels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen juridische betekenis, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

5.2

Opzet bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan 'Nijkerkerstraat 51' is een gedeeltelijke herziening van het geldende bestemmingsplan Westelijk Buitengebied. Het besluit van de gemeenteraad heeft dus niet betrekking op het gehele plan, maar uitsluitend op die delen die worden gewijzigd.

19

Nijkerkerstraat 51

5.3

De verbeelding

Voor de percelen in dit bestemmingsplan maken alle perceelsgebonden enkelbestemmingen, functie-, maatvoerings- en bouwaanduidingen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Regels Aangezien de regels slechts in beperkte mate afwijken van het moederplan, zijn de regels van het moederplan van toepassing verklaard. Alleen de regels die onderdeel uitmaken van deze herziening kunnen ter discussie worden gesteld (zienswijzen en beroep bij de Raad van State). Omdat een groot deel van de regels van het bestemmingsplan buitengebied gewoon van kracht blijft en met deze herziening plan niet wordt gewijzigd, kan hier geen bezwaar tegen worden gemaakt. Inhoudelijk zijn die regels immers niet aangepast. Voor een nadere beschrijving van de regels wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied.

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals vastgelegd in artikel 3.6 lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Door het voeren van de genoemde procedure, wordt eenieder in de gelegenheid gesteld voor het indienen van zienswijzen. Er wordt geen vooroverleg gevoerd over dit plan, omdat er geen Rijks-, provinciale of waterschapsbelangen in het geding zijn. Het bestemmingsplan wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis. De kosten met betrekking tot het opstellen van het bestemmingsplan worden gedragen door de initiatiefnemer en daaraan verwante procedurekosten worden verhaald via de leges van de gemeente. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.

6.3

Grondexploitatie

In het bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij het kostenverhaal een rol speelt. Het opstellen van een exploitatieplan, zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, is daarom niet nodig.

20

Nijkerkerstraat 51

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek industrielawaai

21

Bijlage 3 Akoestisch Onderzoek Mebeco Nijkerkerstraat 51, 3882 PD Putten, behorende bij brief Principeverzoek van dhr. A. van Meerveld, dd. 15 juli 2020.

Groenewold Adviesbureau voor Milieu <& Natuur

Akoestisch onderzoek MeBeCo Nijkerkerstraat 51 Putten

mi:

ïïviT.j

J

Opdrachtgever

Mebeco Technical Solutions BV Nijkerkerstraat 51 3882 PD Putten

Contactpersoon

H.E. Van Beek hevanbeek45@gmail.com

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2020047 Versie Jul.20.v4 Behandeld door Lex Groenewold Datum 15 juli 2020

Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo* Tel.: 06-533 616 75 Website: vrt . Q ro e II13 w u I ü III f 11 e ü. n t • © - m 3111 Info 9r0@n6w0icfm1li6u.nl KvK: 081 78662 • BTW: NLO0 1 508693B90- Bank: NL26 INGB 0 6 7.30.02.527

Inhoudsopgave 1. 2.

Aanleiding en doel..................................................................................................... .. Situatie................................................................................................................ .......3 2.1 Korte historie..................................................................................................... ... 3. Woon en leefklimaat........................................................................... 4 4. Normering...................................................................... 5 5. Reken- en meetmethode............................................................................................5 6. Uitgangspunten bedrijfssituatie...................................................................................6 6.1 Werkzaamheden................................................................................................ .. 6.2 Sociale media................................................................................................... 0 6.3 Klachten verleden.............................................................................................. .. 6.4 Wanden werkplaats......................................................................................... 7 6.5 Geluidmetingen.................................................................................................. ..

6.6 Bronniveaus........................................................................................................ 7 6.7 Recht van overpad........................................................................................... 3 6.8 Indirecte hinder............................................................................................... 3 7. Rekenresultaten................................................................................................. !."..".'9 8. Samenvatting en conclusies.................................................................................... i g Bijlagen.................................................................................................................."".".".11

Bijlagen 1. Situatieschets 2. Meet- en Rekenresultaten 3. Invoergegevens

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: 15 juli 2020

1. Aanleiding en doel MeBeCo Technical Solutions bv bereidt een principeverzoek voor om de bestemming van het perceel aan de Nijkerkerstraat 51 te Putten te wijzigen van detailhandel naar industrie. Omdat het geluidaspect mogelijk een rol speelt wil initiatiefnemer graag inzicht in de geluidemissie van het bedrijf. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

2. Situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven op de figuren in de bijlage en hieronder. Het be­ treft een kavel met bestemming detailhandel in het buitengebied van Putten en nabij de drukke Nijkerkerstraat. Op de locatie was eerder een grote bakkerij gevestigd (cat. 2), met dagelijks nachtelijk transport en vrachtwagens in de dag. Na de sloop is een ander bedrijfspand met be­ drijfswoning teruggeplaatst.

2.1 Korte historie Het was een zwarte dag voor de eigenaar op 16 december 2016, toen hem de wet bekend werd dat op 1 januari 2024 "Het houden doden of doen doden van een pelsdier is verboden"! Dat betekende geen werkzaamheden meer in de pelsdierensector en voor hem beëindiging van een Internationaal Dealer-schap. Gevolg was dat deze florerende bedrijfstak moest worden afgebouwd. Daarom is gezocht naar een alternatief binnen de gemeentegrenzen. Plan was in eerste instantie een handelsbedrijf te starten, maar dat is niet doorgegaan. De zoon van de eigenaar van de voormalige bakkerij is daarop begonnen met een technisch dienstver­ lenend bedrijf (tweemanszaak) voor de zakelijke markt. Nu blijkt de aard van het bedrijf een milieucategorie 3.1 of 3.2, terwijl volgens het bestemmingsplan maximaal categorie 2 is toege­ staan. Daarom is voor realisatie van het plan een planwijziging nodig. Omdat het geluidaspect de belangrijkste component betreft is een akoestisch onderzoek nodig.

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: ISjuii 2020

3. Woon en leefklimaat Een eerste indicatie voor beoordeling van het woon- en leefklimaat is te verkrijgen door te kijken naar de afstandstabel uit de brochure Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Hierin staan per milieucategorie afstanden genoemd. Ligt het plan buiten de grootste afstand dan is hinder onwaarschijnlijk. Ook kan dan een afweging worden gemaakt of ter plaatse van de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De afstanden gelden voor gebiedstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Daarnaast zijn er ook afstanden gegeven voor het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Hierover zegt de brochure; ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. ’ Hiervoor gelden de volgende richtafstanden; 3-2 Richtafstand milieucategorie voor omgevingslype ^ Milieucategorie Rustige woonwijk ! Gemengd gebied j 1 ____ 10m ______ Om 2 ___ 30m ____ lOm '3.1 _ 50m 30m 100m 3.2 50m 200m 4.1 lOOm 4.2 200m ___ 300m 5.1 500m 300m

7

De plankaart laat zien dat het plangebied in een lint ligt van industriële en agrarische be­ drijven en woningen. Achtereenvolgens liggen daar bedrijven als Timmerfabiek Aalten (Bmw.2), Autosloopbedrijf Pieper (Bmw. 3a), De Zoete Inval (Bmw.5), Bouwbedrijf De Leeuw (Ns.63), NutriDutch (Internationaal voedingsindustrie, Ns.61), hoveniersbedrijf Petersen (Ns.59), Intensieve veehouderij en mestdrogerij Torsius (kippen - Ns.53), MeBeCo (Ns.51), Bouwmaterialen Allbouw (Hooiweg 21), Intensieve veehouderij Knoppert (nertsen, Hooiweg 19), Intensieve veehouderij en Fouragehandel Willemsen (Ns.49a). De dichtstbijzijnde woning Hooiweg 23 ligt daarmee in de directe omgeving van diverse bedrijven en op ca. 71 m van de drukke Nijkerkerstraat. Er is daarmee sprake van agrarische bedrijven in lintbebouwing, diverse andere bedrijven en woningen. Het gebied is daarmee aan te merken als gemengd ge­ bied. De voorgestelde ontwikkeling betreft het wijzigen van milieucategorie 2 naar categorie 3.2 (werkplaats >200 m^). Daarvoor geldt dan een grootste afstand van 50m voor een gemengd gebied. Alle woningen liggen buiten deze afstand. In feite heeft het bedrijf genoeg aan de milieuruimte van een cat. 3.1 bedrijf en is alleen cat. 3.2 omdat het vloeroppervlak van de werk­ plaats groter is dan 200 m^.

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: 15 juli 2020

4. Normering Het bestaande bedrijf (detailhandel) valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Daarin zijn geluidvoorschriften opgenomen (Art. 2.17). Samengevat geldt een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van LAr;LT=50, 45 en 40 dB(A) voor resp. dag, avond en nacht. Als maximale niveaus gelden resp. LAmax= 70, 65 en 60 dB(A). Piekniveaus van laden en lossen in de dagperiode zijn uitgezonderd van toetsing. Deze normstelling blijft dus gelijk. Het gaat hier om een aanpassing van het bestemmingsplan om een zwaardere categorie bedrijf toe te staan. Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet dan ook worden gekeken naar de effecten op het woon- en leefklimaat. De drukke Nijkerkerstraat is hiervoor mede bepalend. Voor de ruimtelijke ordening wordt in principe uitgegaan van de planologische maximaal toegestane situatie. Ook worden voor een planologische beoordeling alle bronnen meegenomen, zoals de maximale niveaus vanwege het laden en lossen in de dagperiode. Het gaat hier dus weliswaar om een planologische beoordeling, maar het bedrijf moet sowieso binnen de bestaande geluidnormen blijven. In die zin verandert er niets.

5. Reken- en meetmethode Ter bepaling van de geluidbelasting op de woningen is gerekend conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999). De gegevens zijn hiertoe ingevoerd in het program­ ma Winhavik van bureau DirActivitySoftware (v9.1.0). Dit programma rekent conform het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012) en maakt voor industrielawaai gebruik van het Haskoning/DHV rekenhart InduslO en voor weg- en railverkeer van SRMII16 (formaat 2012/rev. 2019). Voor de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) geldt de VROM-Circulaire ‘Geluidhin­ der veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting’. Een overzicht van de ingevoerde situatie staat in de figuren en uitdraaien in de bijlagen. Het re­ kenmodel maakt gebruik van bronpunten die de geluidemissie representeren. Het programma berekent dan met de voorgeschreven overdrachtsmethode (methode 11.8) de geluidbelasting op de gevels van de omliggende woningen.

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: 15 juli 2020

6. Uitgangspunten bedrijfssituatie De representatieve bedrijfssituatie is in de regel de situatie welke meer dan 12 keer per jaar op­ treedt. Voor een planologische beoordeling wordt in principe uitgegaan van de op basis van het bestemmingsplan maximaal toegestane situatie. In specifieke situaties zijn hiervoor maatwerkvoorschriften mogelijk.

6.1 Werkzaamheden Het bedrijf is gespecialiseerd in technische dienstverlening aan andere bedrijven. De werk­ zaamheden vinden dan ook in hoofdzaak plaats op locaties elders. Het gaat dan om specifiek installatiewerk, metaalbewerking, e.d. In het bedrijfsgebouw vinden diverse werkzaamheden in­ pandig plaats om producten samen te stellen, bij te werken, te repareren of om oplossingen te ontwerpen. Het gaat dan om allerhande en heel diverse producten. Het betreft sowieso altijd maatwerk en geen productiewerk. Er worden machines gerepareerd of aangepast en prototy­ pes gemaakt. De voorbereidende werkzaamheden vinden plaats in eigen werkplaats. Het me­ rendeel van de uit te voeren werkzaamheden vindt plaats op locatie elders. Dit blijkt ook uit Facebook, waarvan veel foto’s elders op locatie zijn gemaakt. Het bedrijf beschikt dan ook over compleet ingerichte servicebussen, om op locatie de meeste werkzaamheden te kunnen uitvoe­ ren. Overigens hebben de grotere bedrijven zelf een goede werkplaats waar MeBeCo bij voor­ keur ook gebruik van maakt. Voor werkzaamheden die niet op locatie zijn uit te voeren beschikt het bedrijf over een eigen werkplaats. Er zijn diverse machines en apparaten aanwezig zoals een waterzaag, kantbank, knipschaar, draaibank, boormachine, wals, lasapparaat, compressor e.d.

Het doel is echter om zoveel mogelijk extern te werken omdat het daar moet worden verdiend. Het noordelijke deel van het bedrijfsgebouw is magazijn/opslag en kantoor. Het zuidelijke deel is de werkplaats. Omdat de werkplaats groter is dan 200 m^ valt het bedrijf conform de VNG brochure onder ca­ tegorie 3.2. In de werkplaats vinden in de regel gedurende maximaal 1-2 uur werkzaamheden plaats in de dagperiode. Voor de berekening is uitgegaan van een bedrijfstijd in de werkplaats van 8 uur in de dag. Hoewel in de avond normaal gesproken alleen werkzaamheden op kantoor plaatsvin­ den is ook gerekend met 2 uur aan werkzaamheden in de werkplaats. Hiermee is momenteel de dinsdag de maatgevende (drukste) dag. In de nacht vinden geen werkzaamheden plaats. Het kan alleen voorkomen dat tussen 6.30-7.00 uur medewerkers met de bedrijfsbus of eigen vervoer naar de zaak komen om de bus aan te vullen en vervolgens te vertrekken naar locatie. Daarom is gerekend met 2 busjes in de nachtperiode (4 bewegingen).

6.2 Sociale media In het huidige digitale tijdperk is voor MeBeCo een showroom niet meer relevant. De digitale showroom is Facebook. Daarop worden hun gerealiseerde en lopende projecten stap voor stap in de uitvoering geplaatst! Veel van de uitingen op Facebook zijn daarom ook van locaties el­ ders. De onderneming MeBeCo, wil de komende jaren in het bijgebouw van Nijkerkerstraat 51 3882 PD Putten, de huidige werkzaamheden continueren, om de groei van het bedrijf en ontwikkelin­ gen in de nabije toekomst beheersbaar te houden.

6.3 Klachten verleden Vanwege enige klachten in het verleden heeft het bedrijf een aantal maatregelen genomen om geluidoverlast te voorkomen. Zo werden in het verleden de roldeuren nog wel eens gebruikt om te ventileren. Dat is nu niet meer zo. Indien nodig wordt nu geventileerd aan de westzijde, waar

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: 15 juli 2020

een mobiele ventilator in het raam wordt geplaatst. Dit gebeurt alleen bij warm weer. Er is een nieuwe, veel stillere waterzaag gekocht. Ook is de dieselheftruck vervangen door een elektri­ sche. Onder de knipschaar liggen rubberen matten.

6.4 Wanden werkplaats In het bijgebouw zijn diverse roldeuren aanwezig. Vanuit de woning gezien is roldeur 1 voor pri­ vé ruimte en roldeur 2 voor het magazijn. Roldeur 3 en 4 zijn voor de werkplaats. Tussen de werkplaats en het magazijn is een stenen wand aanwezig. Ook aan de kopse kant van de werkplaats (zuidzijde) is een roldeur aanwezig. Het gebouw is verder opgebouwd uit geïsoleer­ de gevelpanelen van 80mm met daarop gemonteerd een FALK Cascade profiel. Het dak be­ staat uit geïsoleerde dakpanelen van 80mm. Laden en lossen vindt plaats in het magazijn en in de werkplaats. Voor de werkplaats worden zowel de roldeuren 3 en 4, als die aan de kopse kant gebruikt. Vanuit het bedrijf is aangegeven dat het op zich mogelijk is alle laad- en loswerk­ zaamheden voor de werkplaats via de deur aan de zuidzijde (kopse kant) te kunnen uitvoeren. Dan kunnen de roldeuren 3 en 4 definitief gesloten worden.

6.5 Geluidmetingen Er is een aantal geluidmetingen uitgevoerd van de aanwezige apparatuur. De meetresultaten zijn weergegeven in de bijlage. Het zagen, walsen, lassen, boren en de kantmachine leiden niet tot niveaus in de werkplaats boven de 75 dB(A). De knipschaar geeft bij gebruik wel een niveau van ca. 82 dB(A) in de werkplaats. De knipschaar wordt echter nauwelijks meer gebruikt omdat de benodigde producten tegenwoordig veel nauwkeuriger via laser kunnen worden uitgesne­ den. MeCeBo heeft geen lasersnijder en besteld in de regel dan de betreffende onderdelen. In de praktijk is de knipmachine af en toe in werking en bij gebruik maximaal een kwartier per dag. Werkzaamheden als slijpen, knipmachine en vooral hameren op staal geven de belangrijkste bijdrage aan de maximale niveaus. Hameren geeft een niveau in de werkplaats van LAmax=95 dB(A). Op basis van de metingen en de werkzaamheden is de verwachting dat het niveau in de werkplaats op een 8 urige werkdag niet hoger zal zijn dan 70 dB(A). Voor het akoestisch onder­ zoek is uitgegaan van een niveau in de werkplaats van 75 dB(A), gedurende 8 uur in de dag en 2 uur in de avond. Met behulp van een ruisbron (Acoutronics DL 303 omnidirectionele bron) is de isolatie van de sandwich/paneelwanden, de roldeuren, het dak en de ramen doorgemeten. Metingen zijn uitgevoerd met een realtime analysator, Svantek 979.

De meter is voor en na gebruik geijkt met een akoestische calibrator, Delta Ohm HD2020. Er zijn daarbij geen afwijkingen geconstateerd.

6.6 Bronniveaus De belangrijkste geluidbronnen zijn naar verwachting de transportbewegingen van de auto’s. Behoudens bij laden en lossen blijft de roldeur in de zuidgevel gesloten. Zoals eerder aangegeven worden de roldeuren 3 en 4 niet meer gebruikt voor het laden en lossen. Ook de toegangsdeur van de werkplaats is alleen met een pasje te openen voor het doorlaten van perso­ nen. Voor het laden en lossen is een elektrische heftruck aanwezig. Materi­ aal wordt veelal aangeleverd op grote pallets. De pallets worden met de elektrische heftruck naar binnengereden. Van de heftruck is alleen enig rolgeluid en eventueel klepperen van de lepels hoorbaar. De emissie van de wanden en het dak zijn berekend uitgaande van een binnenniveau van Lp=75 dB(A), met standaard spectrum metaalbewerking. Voor de personenauto’s is uitgegaan van Lwr=89 dB(A), met een toeslag voor het LAmax van 3 dB bij het rijden. Voor een vrachtwagen is een bronniveau van Lwr=102 dB(A) aangehouden. Het aantal ingevoerde bewegingen is ook

Ako Mebeco Nijkerkerstraat 51 Putten Juli20-v5.doc

Versie: 15 juli 2020

weergegeven in Tabel 1. Zaken ais lassen maken veel minder geluid. De deuren zijn in princi­ pe gesloten, behoudens het doorlaten van personen of voor het laden en lossen. Tabel 1: Ingevoerde bronnen iBron / gevel Wand werkplaats OA/V

Lwr

dB(A)

Dag 07.0019.00

Avond 19.0023.00

8 uur

2 uur

-1.8

2/3

2 uur

-1.8

3/3

59.6

Nacht 23.0007.00

Cb,D

Cb,A

Cb,N

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10608597/1