CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan fietspad Zuiderzeestraatweg Waterweg: regels en toelichting

Commissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Fietspad en reconstructie Zuiderzeestraatweg/Waterweg 2021'22.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 alinea's met “opening”: 272

31

bestemmingsplan Fietspad en reconstructie Zuiderstraatweg/Waterweg 2021

van) projecten die zijn genoemd in de bijlagen I en II van de Crisis- en herstelwet. De plannen worden voorbereid met behulp van de Crisis- en herstelwet (Bijlage 1, categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1. 1ste lid). Dit lid houdt het volgende in: de ontwikkeling van werken in gebieden krachtens afdeling 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12 1ste lid onder a, onder 3de van de WABO van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken ten behoeve van de aanleg of wijziging van wegen. Voor zover mogelijk zal voor het verdere vervolg van de formele procedure gebruik worden gemaakt van de op 31 maart 2010 in werking getreden Crisis- en herstelwet.

32

bestemmingsplan Fietspad en reconstructie Zuiderstraatweg/Waterweg 2021

Bijlagen toelichting

33

bestemmingsplan Fietspad en reconstructie Zuiderstraatweg/Waterweg 2021

34

bestemmingsplan Fietspad en reconstructie Zuiderstraatweg/Waterweg 2021

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

35

Quick scan Wet Natuurbescherming Ontwikkeling ‘Zuiderzeestraatweg/Waterweg’ te Putten

In opdracht van en in samenwerking met:

Blad 2 van 47

Quick scan Wet Natuurbescherming Ontwikkeling ‘Zuiderzeestraatweg/Waterweg’ te Putten Opdrachtgever: Gemeente Putten t.a.v. Dhr. W. Gerrits Fontanusplein 1 3881 BZ Putten Opdrachtnemer FF Solutions Duifhuis 34 3862 JG Nijkerk Adres projectlocatie Zuiderzeestraatweg/Waterweg(vanaf Vanenburgallee tot Hoornsdam) te Putten Ecologische inventarisatie is uitgevoerd door: Dhr. P.J.S. Graafland Ecoloog Datum van opname: 09 juli 2018 Relevante kwalificatie dhr. Graafland: Hogeschool van Hall Larenstein Velp MBO bos en natuurbeheer met specialisatie ecologie Gecertificeerd flora en fauna inspecteur Specialisatie; Vleermuizen en planologie Status van de rapportage: Concept-2Ecologische rapportage is opgesteld door: Dhr. G.R. Bouw Ecoloog Relevante kwalificatie dhr. G.R. Bouw Ecologie, Flora en fauna wetgeving Ruimtelijke ontwikkeling niveau -3Ecologie, Flora en fauna wetgeving Ruimtelijke ontwikkeling niveau -4Datum rapportage opstelling 6 augustus 2018 Gewijzigd 23 augustus 2018

Paraaf dhr. P.J.S. Graafland

Paraaf dhr. G.R. Bouw

Blad 3 van 47

Kennismaken met FF Solutions FF Solutions ‘Wet Natuurbescherming’ FF Solutions is een Eco consultancy die zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende ecologische vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen(R.O.) zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling met betrekking tot de Wet natuurbescherming(Wnb). Ten behoeve van de uitwerking van de Wet natuurbescherming hanteert FF Solutions de gedragscode ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting’. Deze gedragscode is opgesteld door Stadswerk Ede en goedgekeurd door het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en biedt opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk.

FF Solutions ‘Boomtechniek’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende boomvraagstukken die zich onder andere bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis van boomtechniek over wet en regelgeving en groeiomstandigheden van de boom. De kennis is getoetst onder Europees toezicht, het EAC. Middels een puntensysteem wordt de kennis en kwaliteit van de kennis op pijl gehouden en geborgd. FF Solutions onderhoud de vereiste kwalificaties, waardoor de certificering geborgd blijft.

FF Solutions ‘Landschappelijke inpassingen’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het onder andere in kaart brengen en tekenen van landschappelijke inrichtingsplannen die bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast kunnen worden. FF Solutions is voorzien van kennis op het gebied van landschappelijke inpassingen voor het in kaart brengen van gebied eigen natuurwaarden. FF Solutions onderhoudt de benodigde kennis door zich te blijven verdiepen in natuurwaarden die gesteld worden aan bepaalde gebieden. FF Solutions onderhoudt dan ook diverse kwalificaties die aan dit onderwerp zijn gerelateerd. Uitgebreidere informatie bevindt zich in bijlage 3.

Blad 4 van 47

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Methoden 1.2 Betrouwbaarheid 2 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen 2.3. Topografische ligging 3. VELDONDERZOEK 3.1 Soorten onderzoek binnen de projectlocatie 3.2 Natura 2000 3.3 Ecologische Hoofdstructuur(NNN) 3.4 Ander beleidsmatig beschermd gebied 3.5 Beschermde Houtopstanden 3.6 Samenvatting van de veld gegevens; 4 ONDERZOEKSRESULTATEN EN TOEPASSING WNB 4.1 Inleiding 4.2 Vogels 4.2.1 Broedvogels (categorie -1-) 4.2.2 Broedvogels (categorie -2-) 4.2.3 Broedvogels (categorie -3-) 4.2.4 Broedvogels (categorie -4-) 4.2.5 Broedvogels (categorie -5-) 4.3 Vleermuizen 4.3.1. Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie 4.3.2. Foerageergebied 4.3.3. Vliegroutes 4.4 Overige zoogdieren 4.4.1 Beschermde Nationale richtlijn soorten 4.4.2. Beschermde Habitatrichtlijn soorten 4.5 Reptielen, amfibieën en vissen 4.5.1. Reptielen 4.5.2. Amfibieën 4.5.3. Vissen 4.6 Insecten 4.6.1. Libellen 4.6.2. Dagvlinders 4.6.3. Overige ongewervelden 4.7 Vaatplanten 4.8 Algemene zorgplicht 4.9 Erkend belang 4.10 Noodzaak tot nader onderzoek 4.11 Gebiedsbescherming 4.12 Bescherming houtopstanden 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5.1 Eind Conclusie.

6 BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Bijlage 3: Over FF Solutions Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving Bijlage 5: Tekeningen en foto’s Bijlage 6: Verspreidingskaarten

5 5 5 7 7 7 8 9 9 11 11 11 11 13 14 14 14 14 15 15 16 17 18 18 19 19 19 19 20 20 20 21 21 22 22 22 23 23 24 24 24 24 25 26 28 29 29 30 33 34 38 40

Blad 5 van 47

1 INLEIDING FF Solutions heeft van de Gemeente Putten opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet Natuurbescherming aan de Zuiderzeestraatweg/Waterweg te Putten. De quickscan Wet Natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van het voorzien van de Zuiderzeestraatweg/Waterweg van een separaat gelegen fietspad. De quickscan flora en fauna heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet Natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Verder is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens is beoordeeld in hoeverre door de Wet Natuurbescherming beschermende houtopstanden behouden blijven voor de landschappen en de vervulling van de maatschappelijke functies. FF Solutions verklaart ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek. Voor zover bij de opdrachtgever bekend, is er niet eerder ecologisch onderzoek op de onderzoekslocatie uitgevoerd.

1.1 Methoden Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn diverse verspreidingsatlassen geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de website van het ministerie van economische zaken, ‘Beschermde natuur in Nederland, soorten en gebieden in wetgeving en beleid’ en digitale atlassen van de betreffende provincie. Middels veldonderzoek op sporen en verblijfplaatsen is een inschatting gemaakt welke soorten er binnen de projectlocatie zijn te verwachten. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, uitwerpselen, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). 1.2 Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving(zie bijlage 4). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten.

Blad 6 van 47

Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. FF Solutions accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door FF Solutions uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet Natuurbescherming dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het aanbeveling de resultaten van de quick scan opnieuw te toetsen.

Blad 7 van 47

2 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De projectlocatie bevindt zich aan de westelijke zijde van de Gemeente Putten en vormt een verbindingsweg tussen de bebouwde kom van Putten en de autosnelweg A28. De projectlocatie is gelegen in een gebied met verspreide woonhuizen, boerderijen en bedrijven en akker- en weilanden. De projectlocatie omvat het wegtracé en een aan noord- en westzijde aangrenzende strook bestaande uit landbouwgrond, weideland, bomen en voortuinen(zie bijlage 5). 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de Zuiderzeestraatweg/Waterweg te voorzien van een separaat fietspad. Het fietspad zal naast de bestaande rijbaan worden gesitueerd. Om ruimte te maken voor deze ontwikkeling zullen langs de noord- en westzijde van de bestaande rijbaan de aangrenzende weidelanden, bomen en voortuinen worden opgenomen en verwijderd. Het fietspad en het werkterrein zullen een maximaal 15 meter brede ruimte innemen aan deze zijde van de bestaande rijbaan. De route van het bestaande wegtracé zal binnen deze ontwikkeling blijven bestaan. De huidige klinkerverharding zal in een licht gewijzigde vorm worden vervangen door een asfaltverharding. De verwachte verkeersdruk zal door de ontwikkeling nagenoeg gelijk blijven.

De ontwikkeling van het fietspad omvat een kleine strook land naast het wegtracé. Het plan leidt niet tot een wezenlijk nieuwe situering van het huidige wegtracé. De op te nemen en verwijderen tuinen, bomen en hagen worden in de nieuwe situatie opnieuw aangelegd. De ontwikkeling zal geen wezenlijke effecten hebben op het functioneren van het gebied vanuit het oogpunt van de Wnb. Detailgegevens omtrent de toekomstige inrichting van de onderzoekslocatie en de situering van het te bouwen terrein zijn bij FF Solutions niet bekend. Op de volgende pagina is de topografische ligging van de onderzoekslocatie afgebeeld in figuur 1a en 1b.

Blad 8 van 47

2.3. Topografische ligging Figuur 1a: Topografische ligging van de onderzoekslocatie

Figuur 1b: Topografische ligging van de onderzoekslocatie

Blad 9 van 47

3. VELDONDERZOEK 3.1 Soorten onderzoek binnen de projectlocatie In dit veldonderzoek is de projectlocatie onderzocht op vestigingsplaatsen van mogelijk gevestigde flora en/of fauna. Hierbij is ook de directe omgeving onderzocht op mogelijke en potentiële vestigingsplaatsen en/of biotopen van beschermde soorten. De ontwikkeling omvat een kleine strook land naast het wegtracé. Het onderzoek heeft zich beperkt tot het gebied van het aan te leggen fietspad omdat het plan niet leidt tot een nieuwe situering van het huidige wegtracé of een ernstige wijzing zal hebben op het functioneren van het gebied. De inventarisatie is voornamelijk gericht op het werkgebied van het aan te leggen fietspad. De projectlocatie is omringd door weilanden en landelijk gebied. Deze vormen een gunstig habitat als foeragegebied voor uilen en andere roofvogels. Binnen de projectlocatie zijn geen nest- en/of verblijfplaatsen van deze beschermde soorten vastgesteld en/of sporen van deze soorten vastgesteld in de vorm van braakballen, veren, nestmaterialen of uitwerpselen. De bomen binnen de projectlocatie zijn overwegend jong en vormen geen geschikte mogelijke nestplaats voor roofvogels. Binnen de projectlocatie aan de zijde van de Vanenburgerallee, is een broedende houtduif op haar nest vastgesteld en een zwarte kraaienjong.

In de hagen die tot de projectlocatie behoren, nabij de boerderijen, zijn huismussen vastgesteld die deze hagen benutten als schuilplaats. De huismussen hebben hun nestplaatsen in de nabij gelegen boerderijen. De hagen kunnen tot het leefgebied van de huismussen worden gerekend(zie figuur 2.). De bomen binnen de projectlocatie zijn onderzocht op mogelijke holten en andere openingen die kunnen dienen tot verblijfplaats voor vleermuissoorten. Het onderzoek stelt vast dat geen geschikte openingen voor vleermuizen aanwezig zijn in de aanwezige bomen. De bomen binnen de projectlocatie zijn overwegend jong en vormen geen geschikte mogelijke vestigingsplaats voor vleermuizen. Ook andere plaatsen waar vleermuizen gevestigd kunnen zijn, zijn niet vastgesteld binnen de projectlocatie. Daarmee is uitgesloten dat vleermuizensoorten gebruik maken van de projectlocatie als vestigingsplaats. Wel vormt de projectlocatie mogelijk incidenteel een onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Door het ontbreken van laan- en andere landschapsstructuren is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de projectlocatie onderdeel uitmaakt van vliegroutes van vleermuissoorten.

Blad 10 van 47

Het bestaande wegtracé wordt aan beide zijden begrensd door een ondiepe sloot. De sloten bevatten geen water waardoor het redelijkerwijs is uit te sluiten dat de projectlocatie habitat biedt aan reptielen, amfibieën en vissen. Binnen de projectlocatie zijn algemene libellensoorten en/of sporen hiervan vastgesteld die gebruik maken van de beplanting in en nabij de slootoevers. Ten tijde van het onderzoek zijn geen streng beschermde soorten vastgesteld. Ten tijde van het onderzoek zijn geen grondgebonden zoogdieren vastgesteld. Wel zijn ter hoogte van de noordwestzijde van de Waterweg gebruikssporen van de bruine rat vastgesteld in de vorm van looproutes en uitwerpselen. De bermen en sloten binnen de projectlocatie vormen een mogelijk geschikte verblijfsplaats voor soorten als de bruine rat en de veldmuis. Ten tijde van het onderzoek zijn geen (sporen van) ongewervelde soorten vastgesteld. Het is mogelijk dat de projectlocatie vestigingsplaats biedt voor slakkensoorten. Het onderzoek stelt vast dat de projectlocatie geen beschermde soorten vaatplanten bevat. Figuur 2: Vaststellingen veldonderzoek

1. Houtduif op nest 2. Zwarte kraaienjong 3. Huismussen in hagen nabij boerderijen 4. Sporen bruine rat

Blad 11 van 47

3.2 Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, Arkemeen en Veluwerandmeren, bevinden zich beide op circa 1 kilometer afstand ten (noord)westen van de onderzoekslocatie. In figuur 3 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natura 2000-gebied weergegeven. 3.3 Ecologische Hoofdstructuur(NNN) De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als NNN-gebied. Het meest nabij gelegen NNN-gebied ligt op ruim 450 meter afstand van de projectlocatie. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als Groene Ontwikkelingszone. De meest nabij gelegen Groene Ontwikkelingszone(GO) ligt op ruim 450 meter afstand van de projectlocatie. In figuur 4 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN en de Groene Ontwikkelingszone weergegeven. 3.4 Ander beleidsmatig beschermd gebied De onderzoek locatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als ander beleidsmatig beschermd gebied. 3.5 Beschermde Houtopstanden De onderzoek locatie bevat >20 te kappen jonge bomen (naar schatting ca. 100 st.) met een diameter van <50cm. De houtopstanden zijn toegepast als wegbekadering en is lastig in oppervlakte te meten.

Blad 12 van 47

Figuur 3. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebied, geel.

Figuur 4. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN en de GO.

Blad 13 van 47

3.6 Samenvatting van de veld gegevens; Tabel 1: Veld onderzoek inventarisatie ontwikkeling ‘Zuiderzeestraatweg/Waterweg’ te Putten, opgesteld 09-07-2018. 09-07-2018

09-07-2018

09-07-2018

09-07-2018

09-07-2018

Te verwachten soorten /geschiktheid van habitat op de projectlocatie

Visuele waarnemingen zonder verblijfplaats binnen de projectlocatie

Visueel waargenomen verblijfplaatsen binnen de projectlocatie

Te verwachten verblijfplaatsen binnen de projectlocatie

Te nemen en/of genomen actie binnen het verkennend onderzoek

kauw, zwarte kraai, spreeuw, houtduif uil en roofvogels, huismussen nee

zwarte kraai

houtduif

huismus

nee

nee

-

nee

nee

nee

-

Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Amfibieën Reptielen Vissen Libellen en dagvlinders Ongewervelden Vaatplanten

mogelijk

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee nee nee ja

nee nee nee ja

nee nee nee ja

nee nee nee ja

zorgplicht

mogelijk nee

nee nee

nee nee

ja nee

zorgplicht -

Grondgebonden zoogdieren

bruine rat, veldmuis

nee

nee

ja

zorgplicht

Broedvogels algemeen

Broedvogels jaar rond beschermd Vleermuizen

Zorgplicht, handelen buiten broedseizoen

-

Gebied bescherming

Gebied aanwezigheid

-

Natura 2000 Andere beleidsmatig beschermde gebieden

> 1 km afstand Geen, > 5 km

-

NNN/GO

> 450 meter afstand

-

Beschermde Houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte

>20 bomen, <50cm diameter Niet bepaald

Blad 14 van 47

4 ONDERZOEKSRESULTATEN EN TOEPASSING WNB 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt op basis van de aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden en verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van (vaste) rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Indien van toepassing wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een verstorend effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. De voorgenomen ingreep kan tot gevolg hebben dat overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming optreden of dat er sprake is van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. Per beschermde soort wordt beschreven welke mogelijk bedreigingen bestaan van overtreding van de Wet Natuurbescherming. Indien van toepassing wordt aangegeven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet Natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is. Tevens wordt beschreven wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen en ontheffingen. 4.2 Vogels Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën.

Er wordt onderscheid gemaakt in hoeverre soorten het nest permanent benutten, koloniebroeders zijn en in hoeverre zij in staat zijn een nest (opnieuw) op te bouwen. 4.2.1 Broedvogels (categorie -1-) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nestplaats, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (bijvoorbeeld: steenuil) Vaststellingen Volgens gegevens van Vogelbescherming en Sovon, is de onderzoekslocatie gelegen in het verspreidingsgebied van de steenuil(zie bijlage 6). Er heeft een uitgebreid veldonderzoek plaats gehad binnen de projectlocatie voor de vaststelling of er vaste rust- en verblijfplaatsen konden worden bepaald van jaarrond beschermde soorten. Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste- rust en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie. Toepassing Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rust en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie voor broedvogels van de categorieën 1. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vogelsoorten binnen deze ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 15 van 47

4.2.2 Broedvogels (categorie -2-) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden van de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus) Vaststellingen Volgens gegevens van Vogelbescherming en Sovon, is de onderzoekslocatie gelegen in het verspreidingsgebied van de huismus en de gierzwaluw(zie bijlage 6). Er heeft een uitgebreid veldonderzoek plaats gehad binnen de projectlocatie voor de vaststelling of er vaste rust- en verblijfplaatsen konden worden bepaald van jaarrond beschermde soorten. Het onderzoek stelt vast dat er huismussen gebruik maken van de hagen binnen de projectlocatie als schuilplaats. De onderzoekslocatie biedt geen habitat dat geschikt is voor gierzwaluwen. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen binnen de projectlocatie van deze soorten. Verblijfplaatsen van de Huismus zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens de Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn:  Art.

3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren Toepassing Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rust en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie voor broedvogels van de categorieën 2. De hagen die worden opgenomen in de ontwikkeling, zijn een gering deel van de hoeveelheid hagen die rondom de nestlocaties in stand blijven. De voorgenomen ontwikkeling zal geen groot effect hebben op het leefgebied van de huismus. Binnen de ontwikkeling kan het weg te nemen haagdeel worden herplant. Tijdens het handelen blijft de zorgplicht blijft bestaan voor deze soort. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van huismussen binnen deze ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). De zorgplicht en herplant van de het haagdeel borgen de gunstige instandhouding van de huismus. 4.2.3 Broedvogels (categorie -3-) Nesten van vogels zijnde geen koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden van de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, slechtvalk en kerkuil)

Blad 16 van 47

Vaststellingen Volgens gegevens van Vogelbescherming en Sovon is de onderzoekslocatie gelegen in het verspreidingsgebied van de Kerkuil. In het gebied rondom de projectlocatie zijn waarnemingen van (niet broedende) ooievaars(zie bijlage 6). De projectlocatie vormt geen gunstige vestigingsplaats voor deze soorten. Er heeft een uitgebreid veldonderzoek plaats gehad binnen de projectlocatie voor de vaststelling of er vaste rust- en verblijfplaatsen konden worden bepaald van jaarrond beschermde soorten. Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie. Toepassing Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rust en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie voor broedvogels van de categorieën 3. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vogelsoorten binnen deze ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.2.4 Broedvogels (categorie -4-) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van het zelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, en ransuil) Vaststellingen Volgens gegevens van Vogelbescherming en Sovon is de onderzoekslocatie gelegen in het verspreidingsgebied van de buizerd, de havik, de sperwer en de ransuil. Er zijn waarnemingen in de omgeving van de projectlocatie van de buizerd, de havik en de sperwer(zie bijlage 6). De omgeving van de projectlocatie vormt een gunstig foerageergebied. De projectlocatie vormt geen gunstige vaste verblijfplaats voor deze beschermde soorten. Er heeft een uitgebreid veldonderzoek plaats gehad binnen de projectlocatie voor de vaststelling of er vaste rust- en verblijfplaatsen konden worden bepaald van jaarrond beschermde soorten. Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rusten verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie. Toepassing Het onderzoek stelt vast dat er geen vaste rust en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie voor broedvogels van de categorieën 4. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vogelsoorten binnen deze ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 17 van 47

4.2.5 Broedvogels (categorie -5-) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Vaststellingen Uit de gegevens van de Vogelbescherming en Sovon blijkt dat de kauw, de spreeuw, de zwarte kraai en de houtduif soorten zijn die veel voorkomen in het gebied rondom de projectlocatie(zie bijlage 6). Er heeft een uitgebreid veldonderzoek plaats gehad binnen de projectlocatie voor de vaststelling of er rust- en verblijfplaatsen konden worden vastgesteld van beschermde soorten. Het onderzoek stelt vast dat er rust- en verblijfplaatsen zijn binnen de projectlocatie van de houtduif en de zwarte kraai. Zwarte kraaien broeden in de periode van half maart tot en met juni waarna de jongen uitvliegen binnen 4 tot 6 weken. Houtduiven kunnen het hele jaar rond broeden, maar doen dit voornamelijk in het voorjaar en de zomer. Nestplaatsen van algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan funcionele nestplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn:  Art. 3.1.1, beschermde soorten doden of vangen.  Art.

3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen.  Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten  Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren Toepassing Algemene broedvogelsoorten binnen categorie -5- kunnen zich wel vrij gemakkelijk vestigen binnen de onderzoek locatie. De voorgenomen ontwikkeling is echter een zeer beperkte wijziging in het totale gebied. Het is niet aannemelijk dat de gunstige instandhouding van de soorten wordt verslechterd door deze ontwikkeling, in de directe omgeving van de voorgenomen ontwikkeling is ruim voldoende vergelijkbaar leefgebied en nestmogelijkheid voor deze soorten. Tevens zal voor en na de ontwikkeling de projectlocatie een vergelijkbaar habitat bieden aan algemene soorten. Alleen tijdens het handelen kan er schade ontstaan aan de nestplaatsen. Om schade te voorkomen kan er voor worden gekozen om buiten de broedperiode te handelen. De beschermde vogels hebben dan geen vestigingsplaatsen binnen de projectlocatie en kunnen dan ook niet worden beschadigd. De kwetsbare periode van de voortplanting loopt van half april tot half augustus. De genoemde periode kan eerder of later beginnen of eindigen, afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en afhankelijk van de meteorologische omstandigheden voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden.

Ook per broedpaar kan de voortplantingsperiode verschillen.

Blad 18 van 47

In de Wet Natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. De initiatiefnemer moet zich zeker stellen dat nestplaatsen onbebroed zijn voordat handelingen bij de broednesten mogen plaats hebben. De beoordeling van een deskundige is hierin bepalend. Het is niet aannemelijk dat de gunstige instandhouding van algemeen beschermde broedvogels wordt geschaad binnen deze voorgenomen ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). De zorgplicht en herplant van de het bomenareaal borgen de gunstige instandhouding van algemene broedvogels. 4.3 Vleermuizen Volgens het cursusdictaat "Vleermuizen en Planologie” is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, Bechsteins vleermuis, meervleermuis, baardvleermuis en watervleermuis. 4.3.1. Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Vaststellingen De projectlocatie en de directe omgeving bieden geen geschikt habitat voor Vleermuizen. De bomen binnen de projectlocatie zijn overwegend jong en vormen geen geschikte mogelijke vestigingsplaats voor vleermuizen.

Door het ontbreken van de combinatie van water, bosschages en bebouwing vormt de projectlocatie geen gunstig habitat. De projectlocatie is onderzocht op habitat van vleermuizen en/of sporen van deze beschermde soort(en). Toepassing Ten tijde van het onderzoek zijn geen kraam- of verblijfplaatsen en/of sporen van vleermuissoorten vastgesteld binnen de onderzoekslocatie. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vleermuizen binnen deze ontwikkeling. De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 19 van 47

4.3.2. Foerageergebied Vaststellingen De projectlocatie is gelegen in een gebied van bebouwing en agrarisch gebied. Het gebied is geschikt als foerageerhabitat van vleermuissoorten. Toepassing De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling bevat geen specifieke eigenschappen die het gebied voor foerage beperken, de voorgenomen ontwikkeling maakt een klein deel uit in het totale gebied en tevens zal de voorgenomen ontwikkeling de functionaliteit van de projectlocatie niet of nauwelijks wijzigen. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling nadelige effecten kan hebben op de gunstige instandhouding van de vleermuis. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.3.3. Vliegroutes Vaststellingen Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Binnen en in de nabijheid van de onderzochte projectlocatie bevinden zich geen lijnvormige landschap elementen die mogelijk een vliegroute vormen voor vleermuizen. Toepassing De voorgenomen ontwikkeling zal geen groot effect hebben op de directe omgeving. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vleermuizen binnen deze ontwikkeling.

Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.4 Overige zoogdieren 4.4.1 Beschermde Nationale richtlijn soorten Vaststellingen De onderzoekslocatie vormt een geschikt habitat voor soorten grondgebonden zoogdieren. De projectlocatie bestaat uit akker- en weidelandschap en verspreide bebouwing. De projectlocatie vormt een geschikt habitat voor bruine ratten en veldmuizen. Binnen de projectlocatie zijn geen rusten/of verblijfplaatsen van beschermde soorten vastgesteld. Wel zijn sporen van bruine ratten vastgesteld. De veldmuis is een Nationaal beschermde soort volgens de Nationale Richtlijnsoorten. Voor deze soort bestaat een vrijstelling binnen de provincie Gelderland. Alleen de zorgplicht blijft voor deze soort bestaan. De Rat is een “Schadesoorten” voor deze soort blijft de zorgplicht bestaan. De zoogdieren die incidenteel gebruik maken van het gebied hebben vooral tijdens de werkzaamheden een risico te worden overreden.

Blad 20 van 47

Toepassing De zorgplicht heeft tot gevolg dat de bruine rat en de veldmuis tijdens de werkzaamheden niet opzettelijk mogen worden gedood. De zoogdieren die incidenteel gebruik maken van het gebied hebben vooral tijdens de werkzaamheden een risico te worden overreden. De werkzaamheden maken veel geluid en trillingen; de soorten worden gealarmeerd door deze effecten en kunnen vluchten. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling nadelige gevolgen zal hebben op de gunstige instandhouding van deze zoogdieren binnen de Wnb. 4.4.2. Beschermde Habitatrichtlijn soorten Vaststellingen De onderzoekslocatie ligt niet binnen een actueel verspreidingsgebied van beschermde Habitatrichtlijn soorten. Er zijn in het veldonderzoek geen sporen van beschermde Habitatrichtlijn soorten vastgesteld. Vanwege het ontbreken van sporen omtrent deze soorten binnen de projectlocatie kan het voorkomen ervan redelijkerwijs worden uitgesloten. Toepassing Het is niet aannemelijk dat de gunstige instandhouding van Beschermde Habitatrichtlijn soorten zal worden beschadigd door deze voorgenomen ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.5 Reptielen, amfibieën en vissen 4.5.1. Reptielen Vaststellingen Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren.

Binnen de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor reptielen aanwezig. Door het ontbreken van voldoende habitat, watergangen, steenhopen, zonneplaatsen en/of broeihopen binnen de projectlocatie is het uit te sluiten dat er schade aan deze beschermde soorten kan ontstaan binnen deze voorgenomen ontwikkeling. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 21 van 47

4.5.2. Amfibieën Vaststellingen Volgens gegevens van RAVON (Tijdschrift RAVON 51, 2013) zijn binnen enkele kilometers rondom de onderzoekslocatie de volgende soorten waargenomen: kamsalamander, kleine watersalamander, gewone pad, heikikker, bruine kikker, poelkikker en bastaard kikker. Doordat wateroppervlakten als poelen en plassen binnen de onderzoekslocatie ontbreken, zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën binnen de onderzoekslocatie redelijkerwijs uitgesloten. Wanneer in natte periode de sloten zijn gevuld kan dit een tijdelijke vestigingsplaats hebben voor een incidenteel voorkomende amfibie. Schade aan deze soorten kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Wanneer tijdens de werkzaamheden de sloten gevuld zijn met water kan binnen de zorgplicht worden voorkomen dat er schade ontstaat aan soorten. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en), behoudens de zorgplicht. 4.5.3. Vissen Vaststellingen Vissen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren.

Door het ontbreken van open water (sloten binnen de projectlocatie vallen gemakkelijk droog) binnen de projectlocatie is er geen geschikt habitat voor vissen aanwezig en ten tijde van het onderzoek zijn er geen beschermde soorten vastgesteld. Schade aan deze soorten kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 22 van 47

4.6 Insecten 4.6.1. Libellen Vaststellingen Libellen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. De projectlocatie is gelegen in het verspreidingsgebied van veel voorkomende libellensoorten die geen bescherming genieten binnen de Wet Natuurbescherming (zie bijlage 6). Door de aanwezigheid van gevarieerde plantengroei en waardplanten vormen slootoevers binnen de projectlocatie een mogelijk habitat voor libellensoorten. Ten tijde van het onderzoek zijn geen streng beschermde soorten vastgesteld waarop de ontwikkeling een wezenlijke invloed kan hebben. Toepassing Er zijn tijdens het onderzoek geen beschermde libellensoorten vastgesteld. De voorgenomen ontwikkeling zal geen groot effect hebben op de directe omgeving. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van libellensoorten binnen deze ontwikkeling. De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.6.2. Dagvlinders Vaststellingen Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten.

Door het ontbreken van geschikt habitat is het uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een populatie van een beschermde vlindersoort. Toepassing Binnen de onderzoekslocatie zijn geen streng beschermde soorten vastgesteld. De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 23 van 47

4.6.3. Overige ongewervelden Vaststellingen Slakken maken geen deel uit van beschermde diersoorten. Overige beschermde ongewervelde soorten, zoals Vliegend hert, Europese rivierkreeft, Bataafse stroommossel en Platte schijfhoorn, zijn niet op de onderzoekslocatie te verwachten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Toepassing Binnen de onderzoekslocatie zijn geen streng beschermde soorten vastgesteld. De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.7 Vaatplanten Vaststellingen Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen of indicaties van het voorkomen van beschermde planten op de onderzoekslocatie. Het is niet te verwachten dat door de geplande ontwikkeling verstoring van het leefgebied zal optreden van beschermde soorten. Daarbij is eveneens gelet op het voorkomen van beschermde muurvegetatie. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is.

Binnen de projectlocatie is vast te stellen dat er geen beschermde vaatplanten op de onderzoekslocatie zijn te verwachten. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen beschermde soorten vastgesteld. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 24 van 47

4.8 Algemene zorgplicht Er zijn in het kader van de algemene zorgplicht onderstaande maatregelen nodig:  De zorgplicht en herplant van de het haagdeel borgen de gunstige instandhouding van de huismus.  De zorgplicht en herplant van de het bomenareaal borgen de gunstige instandhouding van algemene broedvogels.  In het kader van de Wnb zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze amfibieën, behoudens de zorgplicht. 4.9 Erkend belang De Wet natuurbescherming biedt mogelijkheden handelingen te doen aan of rondom nestplaatsen van beschermde soorten indien een algemeen erkend belang kan worden gekoppeld aan de voorgenomen ontwikkeling. Om handelingen te doen, moeten maatregelen de schade aan beschermde soorten voorkomen, beperken of te niet doen, volgens de eisen die de Wet natuurbescherming stelt. Binnen de voorgenomen ontwikkeling is erkend belang ‘Openbare veiligheid’ conform art. 3.4.4 en 3.8.5 van toepassing. Er wordt een separaat fietspad aangelegd naast een verbindingsweg, dit vergroot de veiligheid van elke verkeersdeelnemer in dit tracé. 4.10 Noodzaak tot nader onderzoek Er is geen reden tot nader onderzoek. 4.11 Gebiedsbescherming De onderzoekslocatie is niet gelegen in of grenzend aan een onderdeel dat behoort tot een Natura 2000-gebied waardoor aantasting van dit gebied niet aan de orde is.

Externe werking op beschermde natuurgebieden, zoals het Natura 2000-gebied, gelet op afstand van de onderzoekslocatie en de aard van de ingreep, is niet aan de orde. De onderzoekslocatie is niet gelegen in of grenzend aan een onderdeel dat behoort tot een ander beleidsmatig beschermd gebied waardoor aantasting niet aan de orde is. Externe werking op beschermde natuurgebieden, gelet op afstand en de aard van de ingreep, is niet aan de orde. De onderzoekslocatie is niet gelegen in of grenzend aan een onderdeel dat behoort tot een NNNgebied. Externe werking op beschermde NNN-gebieden is niet van toepassing binnen de Wnb.

Blad 25 van 47

4.12 Bescherming houtopstanden Vaststellingen De te vellen bomen bedragen >20 stuks en hebben een stamdiameter van <50 cm. De opervlakte van het boomperceel is niet vastgesteld in verband met de toepassing van de bomen als wegbekadering. In het kader van de Wet Natuurbescherming is voor te kappen bomen vergunning noodzakelijk indien:  De bomen buiten de bebouwde kom gelegen zijn  De te vellen opstanden meer dan 20 bomen tellen, of meer dan 10 are beslaan Toepassing Voor de te vellen bomen binnen de vergunningplicht zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming de volgende maatregelen noodzakelijk:  Herplantplicht van de bomen en/of compensatie van het te vellen bomenareaal  Een ontheffing van de herplantplicht kan van toepassing zijn indien deze plaats vindt binnen doelstellinggebieden. Door het opnieuw aanleggen van de op te nemen en verwijderen tuinen, bomen en hagen in de nieuwe situatie, wordt aan de herplantplicht voldaan. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 26 van 47

5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES FF Solutions heeft van de Gemeente Putten opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet Natuurbescherming aan de Zuiderzeestraatweg/Waterweg te Putten. De quickscan Wet Natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van het voorzien van de Zuiderzeestraatweg/Waterweg van een separaat gelegen fietspad. Het onderzoek heeft tot doel te onderzoeken en in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet Natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De initiatiefnemer is voornemens de Zuiderzeestraatweg/Waterweg te voorzien van een separaat fietspad naast de bestaande rijbaan. De aangrenzende weidelanden, bomen en voortuinen worden daarvoor opgenomen en verwijderd en binnen de realisatie opnieuw ingericht. Detailgegevens omtrent de toekomstige inrichting van de onderzoekslocatie is bij FF Solutions niet bekend. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 2. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten.

In de tabel op de volgende pagina is weergegeven of en welke maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet Natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Blad 27 van 47

Tabel 2. Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep

Geschikt habitat ja

Ingreep verstorend mogelijk

Nader onderzoek nee

Ontheffingsaanvraag nee

Broedvogels categorie 1 t/m 4 Vleermuizen verblijfplaatsen Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Grondgebonden zoogdieren Amfibieën

ja

mogelijk

nee

nee

nee

nee

nee

nee

-

mogelijk

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

-

ja

mogelijk

nee

nee

Zorgplicht

mogelijk

mogelijk

nee

nee

Reptielen Vissen Libellen en dagvlinders Ongewervelden Vaatplanten Gebied bescherming Natura 2000 NNN/GO Andere beleid matig beschermde gebieden Beschermde Houtopstanden Laanbomen

nee nee ja

nee nee nee

nee nee nee

nee nee nee

Zorgvuldig handelen -

nee nee Gebied aanwezigheid 1 km. 450 m. geen

nee nee Ingreep verstorend nee nee nee

nee nee Nader onderzoek nee nee nee

nee nee Vergunning plicht nee nee nee

Aanwezigheid

Ingreep verstorend ja

Vergunningplicht

Herplantplichtig

ja

ja

Oppervlakte

Niet bepaald

nee

nee

nee

Broedvogels categorie 5

>20 bomen, diameter <50 cm.

Bijzonderheden/ opmerkingen Zorgvuldig handelen, werken buiten broedperiode Zorgvuldig handelen

-

-

Herplant/aanleg verwijderde bomen, hagen en tuinen -

Blad 28 van 47

5.1 Eind Conclusie. Dit Ruimtelijke Ontwikkeling-project resulteert niet in het opheffen van rust- en verblijfplaatsen en zal geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. De analyse resulteert dan ook in een GO. De voorgenomen werkzaamheden betreffende de aanleg van een fietspad, kunnen plaatvinden mits deze gebeurt buiten het broedperiode van vogels en wanneer de nestplaatsen onbebroed zijn en de verwijderde bomen en hagen opnieuw worden aangelegd en/of herplant. Tevens blijft de algemene zorgplicht van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.

Nijkerk, 23 augustus 2018

Handtekening. Naam ondertekende. Dhr. G.R. Bouw

Blad 29 van 47

6. BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Literatuur -

Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.

Internet -

-

Ministerie van Economische Zaken (2014) Beschermde natuur in Nederland https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Provincie Gelderland: Kaarten Gelderland: GNN-kaart http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_kernkwaliteiten Kaart natuurbeheerplan http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(m0bjm0f3rinvdi45oachbvrl))/Default.aspx?applicatie=Natuurbeheerplan#. Ravon.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). Waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland). Zoogdieratlas.nl (website met zoogdierwaarnemingen in Nederland). Bij12.nl (website relevante soortinformatie betreft zwaar beschermde soorten)

Blad 30 van 47

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.

Blad 31 van 47

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijf-plaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Flora- en faunawet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudings-doelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Flora- en fauna-wet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Flora- en fauna-wet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen worden gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Blad 32 van 47

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Blad 33 van 47

Bijlage 3: Over FF Solutions FF Solutions is een onafhankelijk adviesbureau. Wij bieden realistisch advies en concrete oplossingen voor milieuvraagstukken en willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzaam en verantwoord gebruik van onze leefomgeving. Diensten Wij kunnen u van dienst zijn met diverse oplossingen op het gebied van Flora en fauna wetgeving, begeleiding uitvoeren plan van aanpak, landschappelijke inpassing bouwprojecten. Werkwijze Inzet en professionele betrokkenheid en oplossingsgerichtheid kenmerkt onze diensten. De verantwoordelijke projectleider is het eenduidige aanspreekpunt voor de klant en draagt zorg voor alle aspecten van het project: kwaliteit, tijd, geld, communicatie en organisatie. De kernwaarden deskundig, oplossingsgericht, vertrouwd, betrokken, flexibel, zorgvuldig en vernieuwend zijn een belangrijke leidraad in ons handelen. Kennis Het deskundig begeleiden van onze opdrachtgevers vraagt om betrokkenheid bij en kennis van de bedoelingen van de opdrachtgever. Het vereist ook gedegen en actuele vakinhoudelijke kennis. Alle beschikbare kennis wordt snel en effectief ingezet. Persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling staat centraal want het werk vraagt steeds om nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden. Creativiteit Wij zijn in staat om buiten de geijkte kaders een oplossing te zoeken met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving.

Oplossingen die bedoeld zijn om snel en efficiënt het doel van de opdrachtgever te bereiken. Kwaliteit Er wordt continue gestreefd naar het verhogen van de professionaliteit van de dienstverlening. Het leveren van diensten wordt intern op een dusdanige wijze georganiseerd dat het gevraagde resultaat daadwerkelijk op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze wordt voortgebracht. Hierbij staat de klanttevredenheid centraal.

Blad 34 van 47

Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving 1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. 2 Tot stand komen van de Wnb De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN) neemt een aparte positie in. De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • Voormalige Flora- en Faunawet • Europese Vogelrichtlijn • Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern • Voormalige Boswet 3 Verboden Wnb Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • Ten slotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Blad 35 van 47

Verboden Wet natuurbescherming WNB;

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaat- sen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10250414/1