CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan fietspad Zuiderzeestraatweg Waterweg: regels en toelichting

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Fietspad en reconstructie Zuiderzeestraatweg/Waterweg 2021'22.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Niet van toepassing.

4 Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling.

Blad 36 van 47

5 Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. 6 Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt, is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. 7 Rode lijst Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

8 NNN, Ecologische hoofdstructuur Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur - EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het NNN/EHS Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij NNN geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

Blad 37 van 47

9 Bescherming houtopstanden De Wet Natuurbescherming heeft als doel houtopstanden te beschermen. De doelstelling van de wet is: Samenhangend beleid gericht op behoud van landschappen, ter vervulling van maatschappelijke functies. Een vergunning voor het kappen van houtopstanden is noodzakelijk indien:  De bomen buiten de bebouwde kom gelegen zijn en  De te vellen opstanden meer dan 20 bomen tellen, of meer dan 10 are beslaan. Te nemen maatregelen voor te vellen bomen binnen de vergunningplicht  Herplantplicht van de bomen en/of compensatie van het te vellen bomenareaal  Ontheffing van de herplantplicht kan binnen doelstellinggebieden van toepassing zijn indien de Natura-2000 doelstellingen dit noodzaken.

Blad 38 van 47

Bijlage 5: Tekeningen en foto’s

Tekening werklocatie

Weidegebied, bomen, verspreide woningen en boerderijen

Blad 39 van 47

Weidegebied, bomen, hagen bij boerderijen

Blad 40 van 47

Bijlage 6: Verspreidingskaarten

Blad 41 van 47

Blad 42 van 47

Blad 43 van 47

Blad 44 van 47

Blad 45 van 47

Blad 46 van 47

Blad 47 van 47

bestemmingsplan Fietspad en reconstructie Zuiderstraatweg/Waterweg 2021

Bijlage 2 Stikstofberekening

83

Rapport Stikstofdepositie Steenenkamer

Opdrachtgever:

Projectnummer:

Datum:

Gemeente Putten

31086203

9 februari 2021

Stikstofdepositie Steenenkamer

Bezoekadres Dorpsstraat 20 7683 BJ Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 F +31 (0) 546 67 28 25 E info@roelofsgroep.nl Tevens vestigingen in Sneek Spijkenisse Stadskanaal

Projectgegevens Naam:

Stikstofdepositie Steenenkamer

Nummer:

31086203

Documentnummer:

R01-D02-31086203

Status:

Definitief

Datum:

9 februari 2021

Auteur:

C. van Mossel MSc.

Steenwijk Veenendaal Weesp

Opdrachtgever Gemeente Putten

Autorisatie Naam:

R. van den Broek i.o. C. van Mossel

Handtekening: Datum:

9 februari 2021

Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever. Noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Stikstofdepositie Steenenkamer

I

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................... 3 Aanleiding ................................................................................................................. 4 Effect analyse ............................................................................................................ 5 3.1

De werkzaamheden ....................................................................................... 5

3.2

Mogelijke verstoringseffecten .......................................................................... 5

3.3

Tijdelijke verstoringsfactoren .......................................................................... 5

3.4

Permanente verstoringsfactoren ...................................................................... 5

3.5

Negatieve effecten op Natura 2000 .................................................................. 6

Nadere analyse stikstofdepositie................................................................................... 7 4.1

4.2

Uitgangspunten berekening bouwfase .............................................................. 7 4.1.1

Materieel-inzet ................................................................................... 7

4.1.2

Stationair draaien ............................................................................... 9

4.1.3

Laden en lossen.................................................................................. 9

4.1.4

Verkeersgeneratie en afwikkeling......................................................... 10

Uitgangspunten berekening gebruiksfase ......................................................... 11

Effectbeoordeling....................................................................................................... 12 5.1

Tijdelijk effect (bouwfase) ............................................................................. 12

5.2

Effect Exploitatiefase (gebruiksfase) ............................................................... 12

5.3

Wettelijke consequentie ................................................................................ 13

5.4

Projecteffect op Natura 2000 ......................................................................... 13

Bijlagen I.

Aeriusberekening realisatiefase

Stikstofdepositie Steenenkamer

II

Inleiding Op 1 januari 2017 trad de Wet Natuurbescherming in werking. Drie wetten zijn in deze wet samengevoegd: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De achterliggende reden is dat de wetten dan meer aansluiten bij de Europese wet- en regelgeving, en het leidt tot minder regels. Gemeenten zijn door deze wijziging genoodzaakt om elke vergunningaanvraag te toetsen op mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor aanvragers van een omgevingsvergunning, een vergunning voor een buitenevenement of een melding, zal dit vaak betekenen dat zij aanvullende natuurgegevens in moeten leveren. Daarnaast moeten zij aangeven met welke maatregelen zij overtreding van de verbodsbepalingen gaan voorkomen. In opdracht van gemeente Putten heeft Roelofs een stikstofdepositieberekening gemaakt van de voorgenomen reconstructie van de route Vanenburgerallee - Hoornsdam. Voor deze berekening is gebruik gemaakt van de nieuwe versie van Aerius Calculator die op 15 oktober 2020 is gelanceerd.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de reconstructie van de route Vanenburgerallee – Hoornsdam in Putten. Het doel van de reconstructie is het verbeteren van de verkeersveiligheid. Hierbij wordt het leefklimaat verbeterd door het straatwerk te vervangen voor asfalt en het aanbrengen van een vrijliggend fietspad. Door de nieuwe Wet natuurbescherming moet de stikstofdepositie van de voorgenomen werkzaamheden eerst vastgesteld worden. Figuur 1 hieronder geeft de locatie van de werkzaamheden aan.

Figuur 1 Locatie werkzaamheden

Het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren ligt op ongeveer 1,1 kilometer van de projectlocatie af. Aangezien dit erg dichtbij is, is het van belang om te achterhalen wat de impact van de werkzaamheden zal zijn op de stikstofdepositie. En of deze stikstofdepositie een negatieve impact heeft op het Natura 2000-gebied. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied de Veluwe op ongeveer 3,7 kilometer van de projectlocatie af. Met behulp van het programma Aerius Calculator (www.calculator.aerius.nl) is de totale emissie NOX (kg/jaar) berekend die uitgestoten wordt tijdens de aanleg en gebruiksfase. Op basis van deze berekende emissie kan de stikstofdepositie NOX op beschermde Habitattypen en Habitatsoorten in het Natura 2000-gebied (mol/ha/jaar) berekend worden.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Effect analyse 3.1 De werkzaamheden De werkzaamheden betreffen zoals gezegd de reconstructie van een weg, waarbij onder andere een vrijliggend fietspad wordt aangelegd. De reden hiervoor is voornamelijk de subjectieve onveiligheid die fietsers ervaren op de route. De reconstructie moet invulling geven aan het beoogde tweesporenbeleid: het verkeersveiliger maken van de wegen en kruispunten en tevens het doorgaande (sluip)verkeer ontmoedigen met inachtneming van de belangen van het bestemmingsverkeer.

3.2 Mogelijke verstoringseffecten Vermesting In dit hoofdstuk wordt bekeken welke verstoringsfactoren een negatief effect zouden kunnen hebben op het Natura 2000-gebied als gevolg van het project. Storingsfactoren kunnen een direct effect op de instandhoudingsdoelen hebben, zoals het doden van dieren of het verdwijnen van oppervlak habitattype of leefgebied. Daarnaast kunnen de storingsfactoren een indirect effect hebben. Denk hierbij aan een verandering van de milieucondities, waardoor de leefomstandigheden verslechteren. Of het blokkeren van een trekroute, waardoor de toegang tot voedsel- of overwinteringsgebieden buiten de Natura 2000-gebieden wordt geblokkeerd. De reconstructie van de route Vanenburgerallee – Hoornsdam kan het volgende negatieve effect veroorzaken: vermesting door atmosferische depositie. Licht, geluid en trillingen Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase is sprake van verstoring door licht, geluid en trillingen. Het effect van licht, geluid en trillingen reikt echter niet zo ver. Op enkele honderden meters van het plangebied is een verstorend effect uitgesloten. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de natuurgebieden leidt deze niet tot areaalafname van Natura20000-gebieden.

Ook leidt het niet tot schadelijke effecten, zoals beïnvloeding van kwantiteit en kwaliteit van het (grond)waterpeil en het verstoren, verwonden of doden van Habitattypen of -soorten. Conform de Wnb dient de voorgenomen ingreep te worden getoetst op (mogelijk) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Bij de toetsing is waar mogelijk onderscheid gemaakt in permanente verstoringsfactoren (gebruiksfase) en tijdelijke verstoringsfactoren (aanlegfase).

3.3 Tijdelijke verstoringsfactoren Gedurende de uitvoeringswerkzaamheden treden er mogelijk effecten op, zoals een tijdelijke toename van concentraties aan luchtverontreinigende stoffen. Tijdelijk zal er werkverkeer rijden van en naar het plangebied. Het gaat om een beperkt aantal verkeersbewegingen. Samen met de (vaak mobiele) bronnen die bij de bouw gebruikt worden, leiden deze verkeersbewegingen en de inzet van mobiele bronnen mogelijk tot stikstofdepositie op één of meerdere Natura 2000gebieden. Optische en mechanische verstoring spelen geen rol, bij de werkzaamheden wordt geen natuurgebied betreden. Er worden zoals gezegd geen verstoringen verwacht door geluid, licht en trillingen. Wel moet er berekend worden of er tijdelijk een toename van de stikstofdepositie is door de werkzaamheden. Dit zal worden gedaan met behulp van de Aerius Calculator.

3.4 Permanente verstoringsfactoren Verzuring en vermesting vormen een actueel thema bij ontwikkelingen met verkeersaantrekkende werking in de (directe) omgeving van Natura 2000-gebieden. Aan de bronzijde leidt stikstofemissie uit het verkeer tot een potentieel verzurend en vermestend effect in de natuurgebieden. Aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstof gevoelige habitattypen en eventueel soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstofdepositie.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Er wordt niet verwacht dat de verkeersintensiteit hoger wordt na afloop van de werkzaamheden. De functie en het gebruik van de weg veranderen niet, en er wordt ook geen extra capaciteit gegenereerd door de werkzaamheden. Hierdoor zullen er na de werkzaamheden geen extra verkeersbewegingen zijn ten opzichte van de huidige situatie, en dus zullen er geen permanente verstoringsfactoren optreden.

3.5 Negatieve effecten op Natura 2000 Op basis van deze effectanalyse kan worden geconcludeerd dat verzekerd is dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt geen negatieve effecten zullen hebben op enig Natura 2000-gebied als het gaat om ruimtebeslag, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring of mechanische effecten. Bij deze storingsfactoren is geconcludeerd dat negatieve effecten met zekerheid zijn uit te sluiten voor de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Daarmee zijn ook negatieve effecten op verder weg gelegen Natura 2000-gebieden uit te sluiten. Ten aanzien van stikstofdepositie wordt een Aerius-berekening uitgevoerd, welke wordt toegelicht in hoofdstuk 4. Voor het rekenjaar is gekozen voor 2021, omdat de activiteiten in dat jaar zullen starten. Het rekenprogramma Aerius zal automatisch alle gebieden betrekken die in het invloedgebied liggen.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Nadere analyse stikstofdepositie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangspunten die gehanteerd zijn voor het berekenen van de stikstofdepositie in Aerius. Eerst wordt er gekeken naar de eventuele tijdelijke toename van stikstof in de bouwfase. Daarna wordt er gekeken naar de eventuele permanente toename van stikstof in de gebruiksfase.

4.1 Uitgangspunten berekening bouwfase De aanleg van het vrijliggend fietspad en de reconstructie van het tracé genereert een tijdelijke toename van het aantal vervoersbewegingen (onder andere door de aanvoer van bouwmaterialen), alsmede het gebruik van machines die noodzakelijk zijn tijdens de uitvoeringsfase. Denk hierbij aan kranen voor grondwerkzaamheden, tractoren met dumpers en vrachtwagens voor de aanvoer van bouwmateriaal. Er wordt aangenomen dat de totale duur van het project 210 dagen bedraagt. Er wordt in dit hoofdstuk aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd zijn voor de Aeriusberekening. Allereerst worden de bouwwerkzaamheden beschreven, waarbij duidelijk wordt welke uitgangspunten gehanteerd zijn. Daarna wordt er aansluitend gekeken hoe lang het materieel stationair draait, ten opzichte van de totale ureninzet. Vervolgens wordt er gekeken naar de hoeveelheid vrachtwagens die geladen en gelost moeten worden. Tot slot wordt er gekeken naar de tijdelijke toename van de verkeersgeneratie als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Voor al het materieel is gerekend met Stageklasse IV. 4.1.1

Materieel-inzet

De werkzaamheden aan de route Vanenburgerallee – Hoornsdam kunnen opgedeeld worden in het verwijderen van bestaand materiaal, grondwerk en het aanbrengen van nieuw materiaal. Deze worden afzonderlijk van elkaar toegelicht. Verwijderen bestaand materiaal Opbreken verhardingen Voor het opbreken van de elementenverhardingen wordt gebruik gemaakt van een HGM-Mobiel met een vermogen van 100 kW. In totaal moet er 10.500 m2 elementenverharding worden opgebroken. Per uur kan een HGM-Mobiel ongeveer 75 m2 opbreken, wat neer komt op (10.500 / 75) 140 uur. Verwijderen fundering Na het opbreken van de verhardingen, moet ook de fundering verwijderd worden met een HGMMobiel. Dit gaat om circa 11.500 m2. Per uur kan er 62,5 m2 fundering verwijderd worden. Dit komt neer op (11.500 / 62,5) 184 uur inzet van de HGM-Mobiel. Grondwerk Opschonen watergangen Allereerst zullen de bestaande watergangen moeten worden opgeschoond. Dit gaat om ongeveer 3.500 meter en gebeurd met een HGM op rupsbanden. In Aerius is deze ingevoerd als laadschoppen op rupsen met een vermogen van 100 kW. Per uur kan er 25 meter opgeschoond worden. Dit komt totaal neer op een inzet van (3.500 / 25) 140 uur. Ontgraven cunet Daarnaast zal het cunet ontgraven moeten worden, ongeveer 8.500 m 3. Dit gebeurd, net als het verwijderen van bestaand materiaal, met een HGM-Mobiel van 100 kW.

De HGM-Mobiel kan per uur 32,25 m3 ontgraven. In totaal is de HGM-Mobiel (8.500 / 32,25) 272 uur noodzakelijk. Ontgraven grond watergangen Tot slot moet er grond bij de bestaande watergangen moeten worden ontgraven. Dit gaat om circa 3.600 m3 en wordt tevens met de HGM-Mobiel uitgevoerd. Hier is dus nog eens (3.600 / 32,25) 115 uur inzet nodig.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Aanbrengen nieuw materiaal Verwerken grond in cunet Het aanbrengen van nieuw materiaal begint met het verwerken van grond in het cunet. Dit wordt eveneens met dezelfde HGM-Mobiel van 100 kW uitgevoerd. Het gaat om circa 13.500 m3 grond. De HGM-Mobiel kan iets meer grond verwerken per uur dan verwijderen, namelijk 34,375 m 3 per uur. Dit komt neer op een inzet van (13.500 / 34,375) 393 uur. Aanbrengen fundering rijbaan Er moet ongeveer 7.000 ton fundering aangebracht worden onder de rijbaan. Ook hier wordt weer gebruik gemaakt van de HGM-Mobiel. Deze machine kan 43,75 ton per uur aanbrengen in de rijbaan, wat neer komt op een totaal van (7.000 / 43,75) 160 uur. Aanbrengen fundering fietspad De fundering onder het fietspad is iets lastiger aan te brengen ten opzichte van de fundering onder de rijbaan. Dit komt doordat hier minder ruimte is. Daarom kan de HGM-Mobiel hier niet 43,75 ton per uur aanbrengen, maar 25 ton per uur. In totaal moet er 3.100 ton aangebracht worden, wat neerkomt op (3.100 / 25) 124 uur. Aanbrengen asfalt rijbaan Het asfalt wordt aangebracht met een asfaltset van 100 kW. Op de rijbaan moet circa 6.100 ton asfalt aangebracht worden. De asfaltset kan gemiddeld 60 ton per uur aanbrengen, waardoor de asfaltset (6.100 / 60) 102 uur wordt ingezet. Aanbrengen beton fietspad Het vrijliggend fietspad zal uitgevoerd worden in beton.

In totaal moet er 856 m3 beton aangebracht worden, over een lengte van ongeveer 1.755 meter. Per dag kan er ongeveer 343 m3 aangebracht worden. Dit wordt gedaan door middel van een betonpaver. In totaal is de betonpaver dus (856 / 343) 2,5 dag bezig, oftewel (2,5 * 8) 20 uur. Aanbrengen betonstrook Tot slot moet er met behulp van dezelfde betonpaver een betonstrook aangebracht worden van 450 m3. Per uur kan de betonpaver 43 m3 aanbrengen. In totaal is de machine dus (450 / 43) 11 uur bezig. In tabel 1, 2 en 3 staat een samenvatting van de werkzaamheden. Tabel 1 Werkzaamheden en materieelinzet voor verwijderen bestaand materiaal

Werkzaamheden Opbreken verhardingen Verwijderen fundering

Hoeveelheid

Eenheid

Materieel

Tijd (uren)

10.500 11.500

m2

HGM-Mobiel HGM-Mobiel

140 184

m2

Tabel 2 Werkzaamheden en materieelinzet voor grondwerk

Werkzaamheden

Hoeveelheid

Eenheid

Materieel

Tijd (uren)

Opschonen watergangen Ontgraven cunet Ontgraven grond watergangen

3.500 8.500 3.600

m m3 m3

HGM Rups HGM-Mobiel HGM-Mobiel

140 272 115

Tabel 3 Werkzaamheden en materieelinzet voor aanbrengen nieuw materiaal

Werkzaamheden

Hoeveelheid

Eenheid

Materieel

Tijd (uren)

Verwerken grond in cunet Aanbrengen fundering rijbaan Aanbrengen fundering fietspad Aanbrengen asfalt rijbaan Aanbrengen beton fietspad Aanbrengen betonstrook

13.500 7.000 3.100 6.100 1.700 450

m3 ton ton ton ton m3

HGM-Mobiel HGM-Mobiel HGM-Mobiel Asfaltset Betonpaver Betonpaver

393 160 124 102 20 11

Stikstofdepositie Steenenkamer

4.1.2

Stationair draaien

De methoden en emissiefactoren die tot en met AERIUS 2019A gebruikt werden voor mobiele werktuigen zijn afgeleid uit het Emissiemodel mobiele machines (TNO, 2009). TNO heeft de emissiefactoren geactualiseerd op basis van recente metingen en inzichten. Hierbij is onder andere gebleken dat de stationaire emissies van werktuigen substantieel kunnen zijn en dat deze daarom in de nieuwe versie separaat dienen te worden berekend. Tabel 4 geeft de uitgangspunten weer voor het berekenen van de emissie-uitstoot tijdens het stationair draaien. Er is vanuit gegaan dat de machines 30% van de totale draaiuren stationair draaien. Dit is gebaseerd op de rapportage voor Klimaat- en energieverkenning 2019 door TNO. Tabel 4 Uitgangspunten draaiuren stationair

Werktuig

Draaiuren totaal

HGM-Mobiel

1.388

Draaiuren stationair 417

HGM Rups

140

42

Asfaltset

102

31

Betonpaver

31

10

Emissiefactor (g/l/uur) 0,003149 NH3 10 NOX 0,003149 NH3 10 NOX 0,003149 NH3 10 NOX 0,003142 NH3 10 NOX

Cilinderinhoud liter 5 5 5 10

De cilinderinhoud is berekend met een formule uit het rapport Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020. Dit is de volgende formule: CI: Cilinderinhoud (liter) V: Het totale motorvermogen kW

𝐶𝐼 = 𝑉/20

Dit houdt in dat de draaiuren stationair van het totaal aantal draaiuren afgetrokken moeten worden, en dat die in Aerius ingevoerd moeten worden. Dus bijvoorbeeld bij de HGM-Mobiel zijn de draaiuren in totaal 1.388. De draaiuren stationair zijn er 417. Dit houdt in dat er (1.388 - 417) 971 draaiuren ingevoerd moeten worden dat de HGM-Mobiel aan het werk is, en 417 uur dat de machine stationair draait. Dit geldt ook voor het andere materieel. 4.1.3

Laden en lossen

Het materieel, de grond en overige materialen moeten uiteraard ook aan- en afgevoerd worden, oftewel geladen en gelost worden. Aan- en afvoer materieel Er worden vier machines gebruikt: 1. HGM-Mobiel 2. HGM op rupsbanden 3. Asfaltset 4. Betonpomp Er wordt vanuit gegaan dat er één vrachtwagen noodzakelijk is per machine, oftewel in totaal zijn dit vier vrachtwagens. Dit houdt in dat er vier zwarte vrachtwagens gelost worden bij aanvang van de werkzaamheden, en vier vrachtwagens geladen zullen worden aan het eind van het werk. Afvoeren elementenverharding Er kan circa 1.312 m2 aan elementenverhardingen worden afgevoerd per vrachtwagen. In totaal moet er 10.500 m2 worden afgevoerd. Dit komt neer op (10.500 / 1.312) 8 vrachtwagens die geladen moeten worden op het werk. Af- en aanvoer fundering Er is vanuit gegaan dat de verwijderde fundering niet opnieuw kan worden toegepast en volledig moet worden afgevoerd. Dit betekent dus ook dat de nieuwe fundering compleet moet worden aangevoerd. Een vrachtwagen kan 24 m3 fundering per keer afvoeren. In totaal moet er 11.500 m3 afgevoerd worden. Dit komt neer op (11.500 / 24) 480 vrachtwagens voor het laden van de fundering.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Er is vanuit gegaan dat voor de aanvoer van de nieuwe fundering de vrachtwagen een laadvermogen van 35 ton heeft. In totaal moet er 10.100 ton fundering worden aangebracht. Dit betekent dat er (10.100 / 35) 289 vrachtwagens noodzakelijk zijn voor het lossen van de fundering. Aanvoeren grond Er is vanuit gegaan dat de grond die wordt ontgraven uit het cunet, opnieuw kan worden toegepast. Dit is in totaal 12.100 m3. In de nieuwe situatie moet er 13.500 m3 grond in het cunet worden verwerkt, dit houdt in dat het verschil nog wel moet worden aangevoerd. Dit is in totaal (13.500 – 12.100) 1.400 m3. Per vrachtwagen kan er 20 m3 grond worden aangevoerd. Dit betekent dat er (1.400 / 20) 70 vrachtwagens gelost zullen worden. Aanvoer asfalt Ook het asfalt moet worden aangevoerd. Per vrachtwagen kan er 30 ton asfalt worden getransporteerd. In totaal is er 6.100 ton die moet worden geleverd. Dit houdt in dat er (6.100 / 30) 204 vrachtwagens ingezet zullen worden. Aanvoer beton Tot slot zal ook het beton moeten worden aangevoerd. Een vrachtwagen voor het leveren van beton heeft een capaciteit van 12 m3. In totaal is er 1.306 m3 beton nodig, wat neerkomt op (1.306 / 12) 109 vrachtwagens. Er worden 488 zware vrachtwagens (motorvermogen 304 kW) geladen met elementenverharding en fundering die afgevoerd moeten worden. Daarnaast worden er 672 vrachtwagens gelost voor de aanvoer van materialen.

Tot slot worden er 4 zware vrachtwagens gelost voor de aanvoer van materieel, die aan het eind van het werk ook weer geladen en afgevoerd moeten worden. Voor het berekenen van de emissie tijdens het laden en lossen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het laden van een vrachtwagen neemt 10 minuten in beslag. Het lossen van een vrachtwagen neemt 5 minuten in beslag. Tijdens het laden wordt 20% van het volle vermogen aangesproken, tijdens het lossen wordt circa 75% van het volle vermogen aangesproken. Tabel 5 Emissie uitstoot laden en lossen materieel

Activiteit

Tijd (uren)

Vermogen (kW)

Lastfactor (%)

Emissiefactor (g/kWh)

Emissie (kg/jaar)

Laden materialen Lossen materialen Lossen materieel Laden materieel

81,33 54,08 0,33 0,67

305 305 305 305

20 75 75 20

2 2 2 2

9,92 25,62 0,15 0,08

4.1.4

Verkeersgeneratie en afwikkeling

De werkzaamheden zullen naar verwachting 210 dagen duren en leiden tot een tijdelijke toename van het verkeer. Aangenomen wordt dat het verkeer vanuit één richting het plangebied inrijdt, namelijk via de A28 en dan afslag 10 Nulde, zie figuur 2 op de volgende pagina. Het gaat om de rode lijn bij nummer 2. Het verkeer vertrekt ook weer via deze route. Bij het vaststellen van het aantal vervoersbewegingen is rekening gehouden met: Een bezoek aan het projectgebied staat voor twee verkeersbewegingen; Vakanties en vrije dagen; Weekenden. Tijdens de werkzaamheden zijn er dagelijks vijf personen aanwezig, waarbij er vanuit is gegaan dat zij allen apart van elkaar naar het werk toe rijden. In totaal zijn dit (210 * 5) 1.050 personenauto’s. Tijdens het draaien van het asfalt (13 dagen), zijn er 8 personen extra aan het werk. Hierbij is er vanuit gegaan dat er 4 personen zelf naar het werk toerijden, en vier personen met een busje komen. Dit zijn dagelijks nogmaals 4 personenauto’s, en 1 busje per etmaal. In totaal zijn dit er dus (6 * 13) 78 personenauto’s. Voor het aanbrengen van het beton zijn vier extra mensen nodig op het werk. Deze komen allemaal apart naar het werk met de auto. Het aanbrengen van het beton duurt 4 dagen. Dit komt dus neer op (4 * 4) 16 personenauto’s.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Totaal aantal verkeersbewegingen In tabel 6 staat samengevat hoeveel vrachtwagens er van en naar het werk rijden en hoeveel personenauto’s. Tabel 6 Vervoersbewegingen ten behoeve van de bouwwerkzaamheden

Type voertuig

Voertuigen totaal

Transportbewegingen totaal

Zwaar vrachtverkeer Licht verkeer

1.164 1.144

2.328 2.288

Figuur 2 Aanrijroute bouwverkeer

4.2 Uitgangspunten berekening gebruiksfase Zoals eerder vermeld betreft het werk een reconstructie van een weg en de aanleg van een vrijliggend fietspad. Dit houdt in dat er in de gebruiksfase geen toename van de verkeersintensiteit zal zijn. Dit leidt er toe dat er geen extra stikstofdepositie zal plaatsvinden in de gebruiksfase.

Stikstofdepositie Steenenkamer

Effectbeoordeling De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Aerius Calculator. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2021, omdat de werkzaamheden dan starten. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming.

5.1 Tijdelijk effect (bouwfase) De totale emissie is opgebouwd uit vier te onderscheiden onderdelen: 1. De bouwwerkzaamheden 2. Het bouwverkeer 3. Het stationair draaien van het materieel 4. Laden en lossen van vrachtwagens De totale emissie NOX als gevolg van de bouw bedraagt 132,79 kg/jaar. De totale emissie NH3 als gevolg van de bouw bedraagt minder dan 1 kg/jaar. Zie figuur 3.

Figuur 3 Totale emissie uitstoot

De totale stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden is 0,01 mol/ha/jaar. Voor de uitgebreide berekening wordt u doorverwezen naar bijlage I. Door de nieuwe regelgeving zijn projecten met een tijdelijke stikstofdepositie niet meer vergunningplichtig, indien wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: Er is sprake van een stikstofdepositie van maximaal 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar; Er is geen sprake van een permanente stikstofdepositie in de gebruiksfase; Er zijn geen andere effecten te verwachten.

5.2 Effect Exploitatiefase (gebruiksfase) De emissie als gevolg van de extra toename van verkeer is gezien de huidige situatie te verwaarlozen. In de huidige situatie wordt het tracé ook al gebruikt door gemotoriseerd verkeer. Aangezien het alleen een reconstructie betreft en niet de aanleg van een nieuwe weg, zal er na de reconstructie geen toename van de verkeersintensiteit ontstaan.

Stikstofdepositie Steenenkamer

5.3 Wettelijke consequentie Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied, dient u als initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de activiteit vergunningplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Er kan sprake zijn van de volgende situaties: 1. De betreffende activiteit bestond op de referentiedatum van het Natura 2000-gebied en is sindsdien ongewijzigd voortgezet (kortom, de betreffende activiteit is exact hetzelfde gebleven): voor deze situatie geldt geen vergunningplicht. 2. De beoogde activiteit is conform een reeds verleende Wnb-vergunning en kan daarom plaatsvinden zonder verdere toetsing. 3. Indien er sprake is van een nieuwe of gewijzigde activiteit kan op basis van een AERIUS-berekening bepaald worden of er een toestemmingsbesluit noodzakelijk is. 4. Indien uit de AERIUSberekening blijkt dat er, zonder salderen, geen sprake is van stikstofdepositie (≤ 0,00 mol/ha/j), dan is er geen vergunningplicht. Indien uit de Aerius-berekening Figuur 4 Stappenplan onderzoeken of project vergunningplichtig is blijkt dat er wel sprake is van een toename aan stikstofdepositie, dan moet het stappenplan uit figuur 4 doorlopen worden.

5.4 Projecteffect op Natura 2000 De totale stikstofemissie (zowel NOX als NH3) is volgens Aerius Calculator bij de Veluwe hoger dan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar, namelijk 0,01 mol/ha/jaar. De depositie is 0,01 mol/ha/jaar op de volgende natuurgebieden en habitattypen: • Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden; • Droge heiden; • Bos van arme zandgronden; • Heischrale graslanden; • Beiken- eikenbossen met hulst; • Droog struisgrasland; • Permanente bron & langzaam stromende bovenloop. Echter voldoet het project aan de voorwaarden, en is daarom niet vergunningplichtig. U als bouwer heeft invloed op de bouwactiviteiten en kunt een bijdrage leveren aan een minimale uitstoot. Om stikstofdepositie te verlagen, is het nodig om na te denken over (technische) mogelijkheden. Denk hierbij aan het gebruik van mobiele werktuigen met een zuinigere stage klasse of het modulair bouwen.

Stikstofdepositie Steenenkamer

I. Aeriusberekening realisatiefase

Stikstofdepositie Steenenkamer

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S569FLckAePa (11 februari 2021) pagina 1/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10355070/1