Ontwerpbestemmingsplan Engweg 10
Tekst van het document
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
Engweg 10
43
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, waarvan de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte met een maximum van 45 m² van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aanof uitbouwen en bijgebouwen. met de daarbij behorende: b. bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. tuinen, erven en parkeervoorzieningen, d. structurerende laanbeplanting; e. waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals infiltratievoorzieningen en/of waterberging. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen: 1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak; 2. ter plaatse van de aanduiding 'Gestapeld' mogen woningen gestapeld worden gebouwd; 3. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; 4. de goothoogte mag niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; 5. de bouwhoogte mag niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; b. Bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen: 1.
bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen mogen worden gebouwd: ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; en/of in het bouwvlak; met dien verstande dat bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen niet voor (het verlengde van) de voorgevel van de bijbehorende woning mogen worden gesitueerd; 2. het bebouwingspercentage aan bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel, zulks met een maximaal oppervlak van 45 m² per bouwperceel, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; 3. de bouwhoogte van carports mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 4. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 5 m, dan wel de bestaande goot-en bouwhoogte indien deze meer bedragen; 5. voor de voorgevelbouwgrens van een bestaande woning is uitsluitend en ten hoogste één uitbouw toegestaan, met dien verstande dat deze: geen grotere (bouw)diepte mag hebben dan 1,5 m; geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 m; geen grotere breedte mag hebben dan 45% van de voorgevelbreedte van de woning waartoe het behoort, dan wel de bestaande breedte.
44
Engweg 10
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van erfscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelbouwgrens en/of het gedeelte van het bestemmingsvlak dat niet is voorzien van de aanduiding 'bijgebouwen', geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 m; b. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen mag alleen worden verleend indien in het bouwplan voldoende parkeerplaatsen zijn opgenomen om te voldoen aan de parkeernormen van de 'Nota Parkeernormen Putten' . 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken van de bouwregels voor het bouwen van gebouwen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: c. lid 3.2.1 onder b voor het bouwen van bijgebouwen, carports en aan- en uitbouwen op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan is aangegeven in lid 3.2.1 onder b sub 2; d. lid 3.2.1 onder b sub 2 voor het vergroten van de bebouwde oppervlakte tot maximaal 60 m², mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 50%; mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3.
de verkeersveiligheid. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve: a. de uitoefening van bedrijf aan huis; b. de uitoefening van een Bed & Breakfast; c. het gebruik van gronden voor het bouwen, dan wel het aanleggen van zwembassins. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Beroep aan huis Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 onder a.1 behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis tot een gezamenlijke bruto vloeroppervlakte in het hoofdgebouw alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen van niet meer dan 60 m², mits: a. dit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; b. dit geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt. 3.5.2 Bedrijf aan huis Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder a ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits: a. de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de bruto vloeroppervlakte als bedoeld in lid 3.5.1 niet meer bedraagt dan 30% van de totale bruto vloeroppervlakte van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; b.
op de bij de desbetreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt;
Engweg 10
45
c.
in de omgeving van de desbetreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande, dat: 1. het parkeren ten behoeve van het bedrijf zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, zulks met inachtneming van het bepaalde in lid 6.2; 2. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de desbetreffende woning mogen plaatsvinden; d. de bedrijfsactiviteiten door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de woning en de omgeving niet onevenredig aantasten en daardoor geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; e. ten aanzien van internethandel geldt aanvullend op het bepaalde onder a tot en met d dat: 1. een winkel- of uitstallingsruimte niet is toegestaan; 2. de openingstijden voor het afhalen van de goederen beperkt dienen te blijven tot maximaal acht uren per week, evenredig verdeeld over de week en niet tussen 19.00 uur en 09.00 uur; 3. er nadere eisen kunnen worden gesteld aan de tijdstippen en het aantal laad- en losactiviteiten.
3.5.3 Bed & Breakfast Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder b ten behoeve van de uitoefening van een Bed & Breakfast tot een gezamenlijke bruto vloeroppervlakte in het hoofdgebouw alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen van niet meer dan 60 m², mits: a. dit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; b. dit geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; c. de erfinrichting, erfgebruik afgestemd blijven op de woonfunctie; d. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling geen onevenredige afbreuk doet aan de woonfunctie. 3.5.4 Zwembassin a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder c ten behoeve van het bouwen, dan wel het aanleggen van een zwembassin met overschrijding van de wegzijde afgekeerde bebouwingsgrens, mits niet binnen de afstand van 5 m van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens of niet binnen een afstand van 5m van het denkbeeldig verlengde van die grens, zulks onverminderd de overige eisen die hiervoor zijn gesteld. b.
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder d ten behoeve van het bouwen, dan wel aanleggen van een zwembassin met een oppervlakte van ten hoogste 32 m², mits de onbebouwde oppervlakte van het perceel waarop de woning, waarbij het zwembassin behoort, is gebouwd ten minste vijf keer de bebouwde oppervlakte bedraagt van de op dat perceel aanwezige bebouwing, zulks onverminderd de overige eisen die hiervoor zijn gesteld.
46
Engweg 10
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1 Vervangende bouwregel Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in de bestemmingsregels gegeven regels ten aanzien van de: a. goot- en bouwhoogte; b. oppervlakte; c. inhoud; d. afstanden, zijn de bestaande maten dan wel afstanden eveneens toegestaan, voor zover dit niet reeds in de betreffende bestemming is geregeld. 5.2 Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen, dan wel onderkeldering is, voor zover dit in de bestemmingsregels dit niet anders is geregeld, uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel de bestaande diepte.
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
6.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting; b. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen ten behoeve van (zelfstandige) bewoning; c. het gebruik van de gronden voor buitenopslag; d. het gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van inwoning. 6.2 Parkeren 6.2.1 Parkeernormen en laden en lossen a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of het gebruik van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren en stallen van auto's (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals genoemd in de 'Nota Parkeernormen Putten'. b. Indien in verband met de bestemming/het gebruik van een gebouw behoefte bestaat aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn.
Engweg 10
47
6.2.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 onder a en b: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of; b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 6.2.3 Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 4.1, indien dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen.
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1 Algemene afwijkingsregels a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: 1. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. het bepaalde in het plan en toestaan dat bouwgrenzen met maximaal 1.5 m worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; 4. het bepaalde in het plan voor het bouwen van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals telefooncellen, wachthuisjes voor verkeersdiensten, schuilgelegenheden en schaftlokalen, alsmede van kleine utilitaire gebouwen, zoals nutsvoorzieningen, transformatorstations, gemalen en gasdrukregel- en meetstations, mits de oppervlakte niet meer zal bedragen dan 25 m² en de bouwhoogte niet meer dan 4 m; 5. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 10 m mag bedragen. b. De onder a bedoelde afwijking bij een omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid. c.
Bij de toepassing van deze vergunningverlening dienen de effecten op het woongenot van aangrenzende percelen, de milieuhinder, de mate van verkeersaantrekking, eventuele parkeeroverlast, buitenopslag van goederen en reclame-uitingen bij de beoordeling te worden betrokken. 7.2 Inwoning a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van het toestaan van inwoning bij een (bedrijfs)woning, zulks met inachtneming van de beleidsregels zoals opgenomen in Bijlage 2 Inwoningsnota 2016 en dit indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen. b.
48
De onder a bedoelde afwijking bij een omgevingsvergunning mag niet leiden tot: 1. een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
Engweg 10
2.
een onevenredige toename van de parkeerbehoefte, waarbij geldt dat moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Putten' en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging.
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
8.1 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, voor zover daaraan behoefte bestaat en zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, de ligging van bestemmingsvlakken en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, zodanig dat: a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en b. geen van de grenzen met meer dan 10 m wordt verschoven.
Engweg 10
49
Hoofdstuk 4 Artikel 9
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Engweg 10.
50
Engweg 10
Engweg 10
51
Bijlagen bij Regels
52
Engweg 10
Bijlage 1
Engweg 10
Staat van Bedrijfsactiviteiten
53
Bijlage 2
54
Inwoningsnota 2016
Engweg 10
Engweg 10
55