Ontwerpbestemmingsplan De Schauwhof - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
1. Metalen antimoon arseen barium cadmium chroom chroom III chroom IV cobalt koper kwik kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood molybdeen nikkel zink
StreefInterventiewaarde waarde
* De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.
1
Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.
Stof
Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof) AchtergrondInterventiewaarde waarde
Grondwater (µg/l) StreefInterventiewaarde waarde
4. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's). naftaleen fenantreen antraceen fluorantheen chryseen benzo(a)antraceen benzo(a)pyreen benzo(k)fluorantheen indeno(1,2,3-cd)pyreen benzo(ghi)peryleen PAK (som 10)
1,5
5. Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) dichloormetaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (som) Dichloorpropanen (som) Trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Tetrachloormethaan (tetra) tetrachlooretheen (per) b. chloorbenzenen monochloorbenzenen dichloorbenzenen (som) trichloorbenzenen (som) tetrachloorbenzenen (som) 0,0090 pentachloorbenzenen hexachloorbenzeen c. chloorfenolen monochloorfenolen (som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
40
0,01 0,003 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,0005 0,0004 0,0004 0,0003 -
70 5 5 1 0,2 0,5 0,05 0,05 0,05 0,05 -
0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,8 0,25 0,25 0,30 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
0,20 2,0 0,015
15 19 11
7 3 0,01
180 50 10
2,2
0,01
2,5
0,0025 0,0085
6,7 2,0
0,003 0,00009
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
5,4 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
2
1 0,5
100 30 10 10 3
Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.
Stof
d. Polychloorbifenylen (PCB’s) PCB’s (som 7)
Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof) AchtergrondInterventiewaarde waarde
Grondwater (µg/l)
0,020
1
0,01
0,01
50 0,00018 23
-
30 6
4 1,7 2,3 34 0,32 4
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l -
0,2 0,01 0,1
e. overige gechloreerde koolwaterstoffen Monochlooranilinen (som) 0,20 Pentachlooraniline 0,15 Dioxine (som I-TEQ) 0,000055 Chloornaftaleen (som) 0,070 6. Bestrijdingsmiddelen a. organochloorbestrijdingsmiddelen chloordaan (som) 0,0020 DDT (som) 0,20 DDE (som) 0,10 DDD (som) 0,020 DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin isodrin telodrin Drins (som) 0,015 Endosulfansulfaat α-endosulfan 0,00090 α-HCH 0,0010 ß-HCH 0,0020 γ-HCH (lindaan) 0,0030 δ-HCH HCH-verbindingen (som) Heptachloor 0,00070 Heptachloorepoxide (som) 0,0020 Hexachloorbutadieen 0,003 Organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som landbodem) 0,40
-
StreefInterventiewaarde waarde
-
-
4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
5 1 0,3 3 -
-
-
-
b. organofosforpesticiden azinfos-methyl
0,0075
-
-
-
c. organotin bestrijdingsmiddelen organotinverbindingen (som) tributyltin
0,15 0,065
2,5 -
0,05 - 16 ng/l -
0,7 -
4
0,02
50
d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA 0,55
3
Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.
Stof
e. overige bestrijdingsmiddelen atrazine carbaryl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) Niet-chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som) 7. overige stoffen Asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutyl ftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaan di(2-ethylhexy)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan (bromoform) ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril fomaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaar ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof) AchtergrondInterventiewaarde waarde
Grondwater (µg/l)
0,35 0,15 0,017 0,60
0,71 0,45 0,017 -
29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,090
-
-
0,1 2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 1,0 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
4
StreefInterventiewaarde waarde
150 50 100 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
bestemmingsplan De Schauwhof
14
bestemmingsplan De Schauwhof
Bijlage 3 Ecologische inventarisatie
15
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen
085 7737676
info@regelink.nl | www.regelink.nl
KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458
Colofon
Tekst, foto's en samenstelling
Manon Mulder
In opdracht van
Woningstichting Putten
Naam opdrachtgever
Bram Born
Rapportnummer
RA20531-02
Status rapport
Definitief
Datum oplevering rapport
26 november 2020
Aantal pagina's
18
Collegiale toets
Mischa van der Hout
Wijze van citeren
Manon Mulder, 2020, Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten Rapport RA20531-02, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
2
Contents Aanleiding
4
1.1 1.2
4 4
Aanleiding Doel
Plangebied en ingreep
5
2.1 2.2
5 5
Plangebied Ingreep
Werkwijze
6
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
6 6 7 7 8
Onderzoeksinspanning Methode huismusonderzoek Methode gierzwaluw onderzoek Methode vleermuisonderzoek Volledigheid inventarisatie
Resultaten
9
4.1 4.2 4.3 4.4
Algemeen beeld Gierzwaluw Huismus Vleermuizen
9 9 9 9
4.5
Samenvatting resultaten
10
Effectbepaling en toetsing
11
5.1 5.2
11 11
Effectbepaling van de ingreep Toetsing aan de Wet natuurbescherming
Conclusies en vervolgstappen
12
6.1 6.2
12 12
Conclusies Vervolgstappen
Bronnen
13
7.1 7.2
13 13
Literatuur Websites
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
14
Bijlage 2.
Kaart waarnemingen gewone dwergvleermuis
18
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
3
Aanleiding 1.1 Aanleiding De Woningstichting Putten is van plan om een groot deel van hun woningenbezit te renoveren in de periode 2021-2030. Daarom hebben zij Regelink Ecologie & Landschap gevraagd om onderzoek naar beschermde gebouw bewonende diersoorten uit te voeren. Daarom is onderzoek uitgevoerd naar huismussen (Passer domesticus), gierzwaluwen (Apus apus) en vleermuizen. Op basis van de resultaten van dat onderzoek zal een Soortmanagement Plan (SMP) opgesteld worden, waarmee een ontheffing aangevraagd zal worden bij Provincie Gelderland. Binnen het onderzoek is ook een wooncomplex onderzocht wat gesloopt dient te worden, en waar op de locatie nieuwbouw gerealiseerd zal worden. Dit betreft het wooncomplex aan de Schauwhof in Putten. De sloop van het wooncomplex gepland staat in het najaar van 2021, bij een lange behandeltermijn van het SMP kan dit problemen opleveren voor deze planning. Daarom is besloten een apart rapport op te stellen van de resultaten van het onderzoek, toegespitst op de werkzaamheden aan het wooncomplex aan de Schauwhof in Putten. Volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zorgplicht) is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Er moet daarom nader onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van deze soorten en de functies van het plangebied.
Regelink Ecologie & Landschap heeft in opdracht van Woningstichting Putten in het plangebied dit onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus uitgevoerd. Bij het opstellen van deze rapportage is uitgegaan van de definities die staan beschreven op de website van Regelink Ecologie & Landschap .
1.2 Doel Met dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: •
Welke soorten vleermuizen komen voor in het plangebied?
•
Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen?
•
Komen gierzwaluw en huismus voor in het plangebied?
•
Welke functies heeft het plangebied voor gierzwaluw en huismus?
•
Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?
•
Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet Natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
4
Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied betreft wooncomplex de Schauwhof in Putten in de gemeente Putten (provincie Gelderland). De begrenzing van het plangebied is te zien op de titelpagina. Het plangebied vormde tijdens het onderzoek een onderdeel van het grotere ‘deelgebied 2’ en is als zodanig meegenomen tijdens de inventarisatierondes. De begrenzing van deelgebied 2 is te zien in figuur 1.
Figuur 1. De begrenzing van deelgebied 2 van het onderzoeksgebied voor het soortmanagement plan is met rood aangegeven. Het wooncomplex de Schauwhof betreft het meest rechtsboven gelegen rood begrensde gebied. Het wooncomplex bestaat uit twee verdiepingen is opgetrokken uit bakstenen, heeft een spouwmuur en een schuin dak met dakpannen. Aan de zuid en oostzijde van het gebouw is er ruimte tussen de kantpannen en de muur. Rondom het gebouw is een groene zone aanwezig met lage, groenblijvende sierbeplanting en diverse kleine bomen. Aan de zuidzijde van het wooncomplex is een parkeerplaats aanwezig.
2.2 Ingreep Woningstichting Putten is van plan het huidige wooncomplex te slopen en op dezelfde locatie nieuwbouw te realiseren. Werkzaamheden die daartoe in het plangebied uitgevoerd worden bestaan o.a. uit: •
Verwijderen groen;
•
Slopen wooncomplex;
•
Afvoeren sloopafval;
•
Realiseren nieuwbouw.
De werkzaamheden staan op de planning voor het najaar van 2021.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
5
Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het voorjaar, zomer en najaar van jaar 2020 werd het plangebied geïnventariseerd op de aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluw en huismus. In Tabel 2 en 2 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens nagenoeg alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. De ronde van 27 september moest na 1:16u afgebroken worden wegens een lange regenbui. Gezien het aantal uitgevoerde rondes in de periode augustus-september waarin het plangebied is aangedaan en de duur van deze rondes (variërend van 2 tot 4 uur) kan gesteld worden dat het plangebied alsnog afdoende is geïnventariseerd. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk staat een toelichting op de toegepaste onderzoeksmethoden.
Tabel 1. Datum, tijdstippen en weersomstandigheden broedvogelinventarisaties. Datum
Tijd
Soort
Medewerker
Weersomstandigheden
06-04-2020
08:00-14:00
Huismus
Mischa van der Hout
9ºC, onbewolkt, droog, 1 Bft
06-05-2020
08:00-14:00
Huismus
Mischa van der Hout
13ºC, licht bewolkt, droog, 2 Bft
13-06-2020
20:27-22:33
Gierzwaluw
Anna Visser
23ºC, licht bewolkt, droog, 2 Bft
01-07-2020
20:30-22:47
Gierzwaluw
Mischa van der Hout
17ºC, licht bewolkt, droog, 3 Bft
13-07-2020
20:25-22:31
Gierzwaluw
Mieuw van Diedenhoven
12ºC, onbewolkt, droog, 0 Bft
Tabel 2. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. V = Vliegroute, F = Foerageergebied, K = Kraamverblijfplaats, Z = Zomerverblijfplaats, P =Paarverblijfplaats, MZ = middernachtelijk zwermgedrag winterverblijfplaats Datum
Tijd
Onderzochte functies
Medewerker
Weerstomstandigheden
31-05-2020
21:46-23:50
V, F, K, Z
Vincent Elders
01-06-2020
03:19-05:21
V, F, K, Z
Vincent Elders
11.3ºC, licht bewolkt, droog, 2 Bft
05-07-2020
22:02-23:59
V, F, K, Z
Vincent Elders
16.4ºC, licht bewolkt, droog, 4 Bft
06-07-2020
03:22-05:22
V, F, K, Z
Vincent Elders
15.3ºC, onbewolkt, droog, 4 Bft
05-08-2020
00:00-02:00
P, MZ
Kelly Meinesz
15ºC, onbewolkt, droog, 2 Bft
31-08-2020
21:53-02:01
P
Vincent Elders
13ºC, licht bewolkt, droog, 2 Bft
02-09-2020
00:00-02:00
P, MZ
Kelly Meinesz
10ºC, licht bewolkt, droog, 1 Bft
27-09-2020
21:06-01:16
P
Vincent Elders
13.3ºC, zwaar bewolkt, droog, 1 Bft
29-09-2020
22:00-02:04
P
Vincent Elders
14ºC, zwaar bewolkt, droog, 2 Bft
15.4ºC, licht bewolkt, droog, 3 Bft
3.2 Methode huismusonderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen en leefgebied van huismus is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Huismus. Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht geïnventariseerd. Daarbij werd gelet op geschikt foerageergebied, foeragerende dieren, vogels die met
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
6
nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. De inventarisaties zijn overdag uitgevoerd. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 2. Het plangebied is gedurende deze twee ochtenden vanaf een uur na zonsopkomst op de step geïnventariseerd. De buurt is voldoende rustig om tjilpende mussen te lokaliseren. De inventarisaties zijn uitgevoerd conform de eisen van het Kennisdocument wat betreft datumgrenzen, tussenperioden, tijden en aantal bezoeken. Ook tijdens de ochtend vleermuisrondes is gelet op de aanwezigheid van huismussen. Daarom kan de aanwezigheid van huismussen met voldoende zekerheid worden aangetoond dan wel uitgesloten.
3.3 Methode gierzwaluw onderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen van gierzwaluw is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Gierzwaluw. Gedurende de veldbezoeken is het plangebied op de fiets geïnventariseerd vanaf anderhalf- tot twee uur voor tot even na zonsondergang. Hierbij werd gelet op laag door het plangebied vliegende en roepende vogels, vogels die de woningen in- en uitvlogen en het geluid van roepende jongen. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 2. Het plangebied is gedurende deze drie avonden tot na zonsondergang geïnventariseerd. De inventarisaties zijn uitgevoerd conform de eisen van het Kennisdocument, wat betreft datumgrenzen, tussenperioden, tijden en aantal bezoeken. Zodoende kan de aanwezigheid van gierzwaluwen met voldoende zekerheid worden aangetoond dan wel uitgesloten.
3.4 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken zijn vleermuizen met zicht- en geluidwaarnemingen geïnventariseerd. Hierbij is een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) gebruikt om de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar te maken voor mensen. Met de karakteristieken van de frequentie, klank en ritme van het geluid worden verschillende vleermuizensoorten in het veld herkent. Wanneer in het veld niet met zekerheid de vleermuissoort kon worden bepaald is een geluidsopname gemaakt met een extern opnameapparaat. De geluidsopname zijn achteraf met het computerprogramma Batsound geanalyseerd, waarbij voor determinatie gebruik is gemaakt van Barataud, 2015 en voor de grenswaarden in echolocatie van www.batecho.eu. Voor sociale geluiden van vleermuizen is gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. In combinatie met de visuele waarnemingen van het gedrag is de determinatie van de soort en de functie van het gebied bepaald. De inventarisaties zijn postend en fietsend uitgevoerd, waarbij het plangebied en het omliggende gebied meerdere keren zijn doorkruist. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. Om de functies van het plangebied voor vleermuizen te onderzoeken zijn meerdere veldbezoeken uitgevoerd in verschillende periodes.
In het kraamseizoen (mei tot juli) zijn de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
7
Om te onderzoeken of er massawinterverblijven in het plangebied zijn is er in de periode augustus september onderzoek gedaan naar middernachtzwermen waarbij de veldbezoeken plaatsvonden vanaf middernacht en waarna er minimaal twee uur geïnventariseerd is. In het paarseizoen (augustus tot oktober) zijn de bezoeken tussen een uur na zonsondergang en een uur voor zonsopkomst uitgevoerd. In deze periode is minimaal twee uur geïnventariseerd.
3.5 Volledigheid inventarisatie Het huismussen- en het gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de overeenkomstige Kennisdocumenten van BIJ12. De vleermuisinventarisatie is gebaseerd op het Vleermuisprotocol 2017 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Het onderzoeksgebied (deelgebied 2) waarbinnen het plangebied valt, is echter van een dusdanige grootte dat met één persoon niet 75% van het plangebied overzien kon worden. Daarom is het onderzoek uitgevoerd op de fiets om grotere afstanden af te kunnen leggen. Daarnaast is in de kraamperiode een extra ochtendbezoek uitgevoerd, dit zijn de momenten waarop zomer- en kraamverblijfplaatsen het best onderzocht kunnen worden. Vleermuizen vertonen in de ochtend namelijk gedurende een lange tijd zwermgedrag bij hun verblijfplaatsen voordat zij invliegen. Door een extra ochtendbezoek uit te voeren op de fiets kon efficiënt gezocht worden naar zwermende dieren in een groter onderzoeksgebied. Daarnaast zijn baltsende vleermuizen en paarverblijfplaatsen van vleermuizen in kaart gebracht tijdens de rondes naar massa winterverblijfplaatsen, als ook tijdens drie rondes waarin meerdere onderzoeksgebieden doorkruist werden. Zodoende is het plangebied gedurende vijf rondes (in de periode augustus-september) meerdere malen per ronde bezocht.
Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames, waardoor het niet is uit te sluiten dat soorten en functies die niet waargenomen werden op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
8
Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende het onderzoek zijn in en in de nabijheid van het plangebied de volgende soorten aangetroffen: •
Gewone dwergvleermuis
In de volgende paragrafen staan waarnemingen beschreven per soort en functie. De waarnemingskaart is opgenomen in Bijlage 2.
4.2 Gierzwaluw In het plangebied zijn tijdens de inventarisatierondes geen gierzwaluwen waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw in het plangebied.
4.3 Huismus In het plangebied zijn tijdens de inventarisatierondes geen huismussen waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen voor nesten van huismus in het plangebied.
4.4 Vleermuizen 4.4.1 Gewone dwergvleermuis Foerageergebied In het plangebied zijn tijdens het onderzoek geen foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Gezien de afwezigheid van foeragerende dieren kan gesteld worden dat het plangebied geen (essentieel) foerageergebied voor gewone dwergvleermuis betreft. Vliegroutes Er zijn in het plangebied tijdens het onderzoek geen dieren waargenomen die gebruik maakten van dezelfde route. Essentiële vliegroutes zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Zomerverblijfplaats In de zomermaanden (mei – juli) zijn geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aangetroffen. In de omgeving van het plangebied is een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen in een huis aan de Dominee Hollandstraat 14. Kraamverblijfplaats Er is geen kraamverblijf in het plangebied gevonden tijdens de inventarisaties. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus – september) zijn 6 roepende mannetjes gewone dwergvleermuizen waargenomen in en in omgeving van het plangebied. Gewone dwergvleermuizen vliegen al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Doordat zij hierbij door hun hele territorium vliegen is het doorgaans lastig om de exacte paarverblijfplaats te lokaliseren.
De zuidgevel van het wooncomplex ligt binnen het paarterritorium van een gewone dwergvleermuis. De aanwezigheid van een Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
9
paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in het wooncomplex is daarom niet uit te sluiten. Het paarterritorium staat ingetekend op de waarnemingen kaart in bijlage 3. Winterverblijfplaats In het plangebied zijn tijdens het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor winterverblijfplaatsen voor grotere aantallen gewone dwergvleermuizen.
4.5 Samenvatting resultaten Tabel 3 geeft een overzicht van de aangetroffen vleermuissoorten en functies. In hoofdstuk 5 is voor deze functies het effect van de ingreep beschreven. Vervolgens is beoordeeld of effecten een overtreding zijn van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.
Tabel 3 Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort
gewone dwergvleermuis
Verblijfplaats functie
Andere functie
Zomer
Kraam
Paar
Winter
Vliegroute
Foerageergebied
-
-
1
-
-
-
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
10
Effectbepaling en toetsing 5.1 Effectbepaling van de ingreep Gierzwaluw en huismus In het plangebied zijn geen nestlocaties van huismussen of gierzwaluwen aanwezig. De sloop van het wooncomplex heeft geen negatieve effecten op huismus of gierzwaluw. Vleermuizen Het plangebied wordt niet gebruikt als foerageergebied door vleermuizen, het betreft dan ook geen essentieel foerageergebied. Er zijn ook geen vliegroutes van vleermuizen waargenomen in het plangebied, essentiële vliegroutes worden daarom niet verwacht. Er zijn in de zomermaanden geen kraam- en/of zomerverblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen in het plangebied. Het plangebied valt wel binnen het paarterritorium van een gewone dwergvleermuis. Een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis is daarom niet uit te sluiten in het plangebied. Bij de sloop van het wooncomplex verdwijnt deze verblijfplaats. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een winterverblijfplaats voor grotere aantallen dieren in het plangebied.
5.2 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Door de ingreep verdwijnt er mogelijk een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen leidt tot een overtreding van Artikel 3.5 (doden, verstoren, verblijfplaatsen vernielen) van de Wet natuurbescherming, zoals weergeven in Tabel 4. Zie ook Bijlage 1 voor informatie over de Wet Natuurbescherming.
Tabel 4 Resultaten van de toetsing per soort en functie (Indien van toepassing aangegeven met X of met toelichting). Soort
Ingreep/activiteit
Artikel 3.5 lid
Artikel 3.5 lid 2
Artikel 3.5 lid 4
1 (doden)
(verstoren)
(beschadigen/ vernielen verblijfplaats)
Gewone dwergvleermuis
Sloop wooncomplex
X
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
X
X
RA20531-02
11
Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen •
Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit de Kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus en is gebaseerd op het Vleermuisprotocol 2017, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd.
•
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.
Resultaten •
In het plangebied zijn geen nesten van gierzwaluw aanwezig.
•
In het plangebied zijn geen nesten van huismus aanwezig.
•
Het plangebied fungeert niet als foerageergebied voor vleermuizen.
•
Er zijn geen vliegroutes van vleermuizen aanwezig in het plangebied.
•
Er zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in het plangebied.
•
De zuidgevel van het wooncomplex valt binnen het paarterritorium van een gewone dwergvleermuis. Daardoor kan de aanwezigheid van een paarverblijfplaats niet worden uitgesloten.
•
Er zijn geen aanwijzingen voor winterverblijfplaats voor grotere aantallen dieren in het plangebied.
Effecten •
De ingreep heeft geen negatief effect op gierzwaluw en huismus.
•
De ingreep heeft geen negatief effect op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen.
•
Door de sloop van het wooncomplex verdwijnt er mogelijk een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis.
Toetsing •
Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden lid 1, 2 en 4 van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden.
6.2 Vervolgstappen •
Voordat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, dient een mitigatieplan opgesteld te worden. In dit plan staat beschreven op welke manier de negatieve effecten worden verzacht dan wel worden voorkomen.
•
Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd, het mitigatieplan dient als onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag.
•
Na het verkrijgen van de ontheffing moet vaak een ecologisch werkprotocol worden opgesteld.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
12
Bronnen 7.1 Literatuur •
Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour.Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus . Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017.Kennisdocument Gierzwaluw, Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017.Kennisdocument Huismus (passer, Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.
•
Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter.
•
Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern.
•
Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat.In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.
•
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol. (26-112020)].
7.2 Websites •
wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01
•
www.batecho.eu
•
www.bij12.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.vleermuis.net
•
www.waarneming.nl
•
www.zoogdiervereniging.nl
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
13
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •
bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
bescherming van soorten,
•
bescherming van houtopstanden.
Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html).
Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •
leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of
•
natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de
Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren
of, •
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag.
Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
2.
beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
3.
beschermingsregime andere soorten.
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
14
1.
opzettelijk vogels te doden of te vangen;
2.
opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;
3.
eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;
4.
opzettelijk vogels te storen.
Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,
•
het Verdrag van Bern, bijlage II,
•
het Verdrag van Bonn, bijlage I,
en alle planten uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,
•
het Verdrag van Bern, bijlage I.
Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
opzettelijk dieren te verstoren;
3.
opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;
4.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
5.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
3.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
15
Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.
Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •
geen andere bevredigende oplossing bestaat;
•
geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;
•
en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en
artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.
Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •
houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;
•
houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;
o
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
16
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland.
Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •
zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.
Onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Schauwhof in Putten
RA20531-02
17
Bijlage 2.
Kaart waarnemingen gewone dwergvleermuis
bestemmingsplan De Schauwhof
Bijlage 4 Aerius berekening
35
AERIUS-Berekening
Schauwhof, Putten
Januari 2021
Status: Definitief
AERIUS-BEREKENING SCHAUWHOF, PUTTEN
Auteur: Opdrachtgever: Status: Datum:
Mevr. K.J. Kloeze Plegt-Vos Definitief januari 2021
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1
INLEIDING .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 7 3.1 3.2 3.3
Algemeen ............................................................................................................................................... 7 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 7 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN & CONCLUSIE ...........................................................10
Aanlegfase ........................................................................................................................................... 10 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 10 Conclusie.............................................................................................................................................. 10
BIJLAGEN
....................................................................................................11
Bijlage 1 Bijlage 2
Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 11 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 12
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Woningstichting Putten is voornemens om samen met Stichting Stichting Zorggroep NoordWest-Veluwe aan de Schauwhof 1 – 20 de huidige bebouwing te slopen en 12 twee-kamer huurappartementen en 24 zorgstudio’s te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Putten (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
In het kader van deze ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2020. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het project betreft de sloop van het verouderde aanleunwoning complex. Daarvoor in de plaats zullen 12 appartementen en 12 keer 2 intramurale studio’s met twee huiskamers en nevenruimten. De woningen worden Nul-Op-de-Meter woningen. De nieuwe bebouwing wordt twee bouwlagen hoog met kap. Op het terrein worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bewoners en bezoekers. De appartementen kennen een gebruiksoppervlak GBO van 55 m2. Bouwblok 1 (intramurale studio’s) zal één meter worden opgeschoven. De constructie zal een houten prefab constructie betrekken. De fundering zal een fundering op staal zijn. Afbeelding 2.1 geeft de gewenste situatie weer vanuit een vogelvlucht. Afbeelding 2.2 geeft een ingezoomde plattegrond weer van de intramurale studio’s en van de appartementen. Afbeelding 2.3 geeft de plattegrond weer van de begane grond en afbeelding 2.4 geeft de plattegrond weer van de 1e verdieping.
Afbeelding 2.1
Gewenste situatie vogelvlucht (Bron: IAA Architecten)
Afbeelding 2.2
Plattegronden van de appartementen (links) en de intramurale studio’s (rechts) (Bron: IAA Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
Afbeelding 2.3
Plattegrond begane grond (Bron: IAA Architecten)
Afbeelding 2.4
Plattegrond 1e verdieping (rechts) (Bron: IAA Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het projectgebied bevindt zich circa 1,4 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘De Veluwe’. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
3.2.1
Algemeen
Binnen de aanlegfase is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3. 3.2.2
Verkeersgeneratie bouwverkeer; Sloop bestaande bebouwing; Bouw van appartementen en intramurale studio’s. Verkeersgeneratie
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. Door gebruik te maken van een houten prefabconstructie wordt de bouwtijd verkort en is er minder zwaar verkeer nodig. Per dag komt er één zwaar- en middelzwaar voertuig, daarnaast komen er 3 busjes met personeel naar het projectgebied tijdens de bouwperiode van 150 dagen. In de AERIUS-berekening is ervan uitgegaan dat de onderstaande verkeersbewegingen tijdens de bouwperiode (dus tijdelijk) zullen plaatsvinden: Type verkeer
Aantal voertuigen
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) Sloop verkeer 36 34 Bouwverkeer 900 300 300
Lichtverkeer Zwaar verkeer
18 17
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
450 150 150
In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van de bouwlocatie, van uitgegaan dat het bouwverkeer het projectgebied bereikt en verlaat via de Roosendaalseweg richting de N798. Vanaf de Roosendaalseweg zal het bouwverkeer via de Engweg de N798 bereiken. Bij de rotonde met de Nijkerkerweg (N978) gaat het bouwverkeer op in het heersende verkeersbeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief 3.2.3
Sloop- en bouwactiviteiten
Voor het slopen van de bestaande bebouwing en het realiseren van het voornemen, zullen een aantal dagen werktuigen in het projectgebied worden ingezet. In voorliggend geval zijn hiervoor de volgende uitgangspunten gehanteerd: Type werktuig
Aantal project uren
Vermogen (KW)
Belasting (%)
Emissie-factor(g/kWh)
Emissie (kg/jaar)
NOx
NH3
NOx
NH3
Graafmachine met kraker (bouwjaar vanaf 2014)
50
200
Sloopwerkzaamheden 69 0,8
0,00241
5,52
0,01663
Graafmachine (bouwjaar vanaf 2014) Betonstorter (bouwjaar vanaf 2014) Hijskraan (bouwjaar vanaf 2014) Totale emissie
40
200
Bouwwerkzaamheden 69 0,8
0,00241
4,42
0,01330
8
200
69
1,0
0,00276
1,1
0,00305
115
100
69
1,0
0,00288
7,9
0,02285
18,97
0,05583
De kenmerken van de werktuigen in de berekening betreffen default-waarden die zijn opgenomen in de AERIUS-calculator. Uitzondering hierop is het werktuig ‘heistelling’. Dit werktuig is niet opgenomen is de AERIUS-calculator. In plaats daarvan is gekozen voor een soortgelijk werktuig met een aangepaste waarde ‘vermogen’. De draaiuren zijn gebaseerd op kencijfers van Plegt-Vos Bouw.
In de berekening is rekening gehouden met een emissie NOx van 18,97 kg/jaar en een afgeronde NH3 emissie van 0,06 kg/jaar.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Appartementen en intramurale studio’s
De appartementen en studio’s worden gasloos opgeleverd. Ten aanzien van de woningen zelf is dan ook geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zijn daarom in de AERIUSberekening neutraal (zonder emissie) gemodelleerd. 3.3.2
Verkeersgeneratie
De te realiseren appartementen en studio’s brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk/ Putten (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom
In het kader van een worst-case-scenario is voor alle woonunits is gekozen voor de functie van Serviceflat. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld: Functie
Verkeersgeneratie
Serviceflat Totaal
2,6
Aantal te realiseren woningen 36
Totale verkeersgeneratie 93,6 94
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woning komt neer op afgerond 94 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De verkeersbewegingen zullen bij het verlaten van het projectgebied in twee verschillende richtingen plaatsvinden. Het woonverkeer van route 1 vertrekt vanaf de Schauwhof, via de Ds. de Jagerstraat, Dominee Hollandstraat via de Rosendaalseweg richting de N798. Ter hoogte van de kruising van de Roosendaalseweg en de Engweg, komen er vanuit verschillende richtingen verkeerstromen samen. Vanaf dit punt gaat het woonverkeer van route 1 op in het heersende verkeersbeeld. Het woonverkeer van route 2 vertrekt vanaf de Schauwhof, via de Ds. de Jagerstraat, Dominee Hollandstraat via de Rosendaalseweg richting de N303. Vanaf de kruising met de Luzernestraat is er vanuit verschillende richtingen verkeer toegevoegd aan het woonverkeer van route 2. Vanaf dit punt gaat het woonverkeer van route 2 dan ook op in het heersende verkeersbeeld. Voor beide routes is het maximaal aantal verkeersbewegingen gekozen, er vindt dus een verdubbelding plaats van het aantal daadwerkelijk verwachte verkeersbewegingen, waardoor er rekening is gehouden met een worst-case scenario.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘De Veluwe’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 2 bijgevoegd.
4.2
Gebruiksfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘De Veluwe’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 2 bijgevoegd.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat in de aanlegfase geen sprake is van stikstofdeposities waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/j wordt overschreden. Daarnaast is voor de gebruiksfase geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gelet op het vorenstaande is hiermee dan ook geen sprake van een stikstofdepositie met een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
BIJLAGEN Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S3CyAMxdSRyq (23 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BJZ.nu
Schouwhof, - Putten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
schouwhof
S3CyAMxdSRyq
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
23 december 2020, 09:50
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
19,85 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
sloop en bouw aanleunwoningen en zorgwoningen
Situatie 1
S3CyAMxdSRyq (23 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
projectgebied Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
18,97 kg/j
Route bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
S3CyAMxdSRyq (23 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
projectgebied 169444, 474471 18,97 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
graafmachine met kraker t.b.v. sloop
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
5,52 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
4,42 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hijskraan t.b.v. bouw
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
7,93 kg/j < 1 kg/j
AFW
betonstorter
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,10 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Route bouwverkeer 169494, 474614 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
936,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
300,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
334,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
S3CyAMxdSRyq (23 december 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
S3CyAMxdSRyq (23 december 2020) pagina 5/5
AERIUS-Berekening Schauwhof, Putten Definitief
Bijlage 2
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVbbiSezKmm8 (22 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BJZ.nu
Schouwhof, - Putten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
schouwhof
RVbbiSezKmm8
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 december 2020, 10:48
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
8,20 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Verkeersgeneratie 36 zorgflats. putten, Schouwhof.
Situatie 1
RVbbiSezKmm8 (22 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Route 1 woonverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
2,91 kg/j
Route 2 woonverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
5,29 kg/j
appartementen en studio's Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Situatie 1
RVbbiSezKmm8 (22 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Route 1 woonverkeer 169432, 474493 2,91 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
94,0 / etmaal NOx NH3
2,91 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
appartementen en studio's 169444, 474471 1,0 m 0,2 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie
Route 2 woonverkeer 169283, 474376 5,29 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
94,0 / etmaal NOx NH3
5,29 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RVbbiSezKmm8 (22 december 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RVbbiSezKmm8 (22 december 2020) pagina 5/5
bestemmingsplan De Schauwhof
Bijlage 5 Watertoets
59
datum 22-2-2021 dossiercode 20210222-10-25636
Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.