Notitie 'Toelichting resultaten enquête GVVP Putten' (008297.20210315.N1.01)
Tekst van het document
Opdrachtgever
Gemeente Putten
Datum
15 maart 2021
Auteur
Joran van Kessel en Floris Frederix
Onderwerp
Toelichting resultaten enquête GVVP Putten
Kenmerk
008297.20210315.N1.01
Pagina
1/9
Inleiding Eind februari/begin maart is een online enquête uitgezet met als doel inwoners en andere belanghebbenden input te kunnen laten geven voor het op te stellen Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (GVVP). De uitkomsten van deze vragenlijst worden gebruikt bij het maken van het nieuwe beleidsplan. Uit de resultaten kunnen bijvoorbeeld prioriteiten van bewoners op het gebied van verkeer en vervoer worden gehaald en actuele knelpunten. De enquête heeft open gestaan vanaf 17 februari t/m 7 maart. Verspreiding heeft plaatsgevonden via onder andere de plaatselijke krant en de sociale media van de gemeente. Figuur 1 toont het aantal verkregen respondenten per dag. In totaal is van 240 respondenten data verzameld.
Figuur 1 – Aantal respondenten per dag In deze notitie wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste resultaten van de enquête. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van vragenlijst: •
Achtergrondgegevens
•
Kwaliteit en belang van mobiliteitsonderwerpen
•
Waar gaat het goed en waar kan het beter?
•
Autobezit en gebruik van deelauto
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
De weergegeven resultaten en toelichting vormen een eerste aanzet voor de toepassing van de resultaten. In de vervolgfasen voor de opstelling van het nieuwe GVVP zal in meer detail worden gekeken naar de specifieke resultaten. Hierbij zal ook gebruik worden gemaakt van de toelichtingen die bij de vragen geschreven zijn, maar nog niet worden behandeld in deze notitie.
1.
Achtergrondgegevens
Figuur 2 toont de leeftijdscategorieën waarin de respondenten zich bevinden. Respondenten van 36 t/m 75 jaar zijn het meeste vertegenwoordigt. Maar ook jongere en oudere respondenten hebben de enquête ingevuld. Verreweg de meeste respondenten zijn inwoners van de gemeente Putten. Ook werknemers en ondernemers zijn vertegenwoordigt. Scholieren en bezoekers hebben de enquête het minste ingevuld. Hoewel deze resultaten een goede indicatie geven van de achtergrond van respondenten, hebben niet alle respondenten deze vraag ingevuld en konden meerdere antwoorden die van toepassing zijn worden gekozen.
Figuur 2 – Leeftijd en achtergrond respondenten
2.
Kwaliteit en belang van mobiliteitsonderwerpen
Respondenten is gevraagd om met een cijfer van 1-10 zowel de kwaliteit als het belang te beoordelen van twaalf verschillende mobiliteitsonderwerpen. Op deze wijze is inzichtelijk gemaakt hoe men de onderwerpen beoordeelt en welk belang aan de onderwerpen wordt gehecht. Daarnaast geeft het verschil tussen beide scores inzicht in de prioriteit. Zo is het mogelijk om onderwerpen met een lage beoordeling maar een hoog belang veel prioriteit te geven. Veel
2
mensen hechten namelijk veel belang aan zo’n onderwerp, terwijl het in de huidige situatie kennelijk niet goed wordt beoordeeld. En zo kan aan onderwerpen met geen of een klein verschil minder prioriteit worden gegeven, aangezien ze al op het gewenste niveau worden gescoord. Figuur 3 geeft een weergave van de gegeven gemiddelde scores voor zowel de beoordeling als het belang van de onderwerpen. In Tabel 1 zijn alle scores en de verschillen weergegeven.
Figuur 3 – Weergave beoordeling en belang onderwerpen
Onderwerp
Boordeling
Belang
Verschil
Bereikbaarheid naar buiten de gemeente
5,6
7,9
-2,3
Bereikbaarheid binnen de gemeente
6,0
7,8
-1,8
Parkeerplaatsen
6,8
7,6
-0,8
Bereikbaarheid met fiets
7,6
7,7
-0,1
Openbaar vervoer
6,6
6,7
-0,1
Overstappen tussen vervoermiddelen
6,6
6,6
0,0
Voorzieningen fietsers
6,7
8,1
-1,4
Voorzieningen voetgangers
6,6
7,9
-1,3
Voorzieningen voor mensen met beperking
6,0
8,0
-2,0
Verkeersveiligheid
5,8
8,7
-2,9
Verkeersoverlast
5,2
8,5
-3,3
Nieuwe mobiliteit
5,2
5,9
-0,7
6,2
7,6
-1,4
Gemiddelde
Tabel 1 – Overzicht scores en verschillen beoordeling en belang
3
Scores beoordeling Voor de beoordeling van de onderwerpen geldt dat de bereikbaarheid met de fiets op afstand het beste wordt beoordeeld met een 7,6. Inwoners zijn over het algemeen dus tevreden over de aanwezigheid van fietsroutes binnen de gemeente en naar omliggende dorpen/steden. Zowel verkeersoverlast als het gebruik van nieuwe vormen van mobiliteit worden onvoldoende beoordeelt met een 5,2. Kennelijk ervaart men dus veel overlast van verkeer in de leefomgeving, zoals overlast van hardrijders, stank, geluid en trillingen. Ook de mate waarin bijvoorbeeld deelauto’s en elektrische voertuigen gebruikt kunnen worden, wordt negatief beoordeelt. Scores belang De scores voor het belang van de diverse onderwerpen geven een ander beeld. Verkeersveiligheid en verkeersoverlast scoren hoog met respectievelijk een 8,7 en 8,5. Het gebruik van nieuwe mobiliteit scoort het laagst met een 5,9. Ook openbaar vervoer en het overstappen tussen vervoermiddelen wordt in beperkte mate belangrijk gevonden. Verschillen De groottes van de verschillen geven inzicht in de prioriteiten van de onderwerpen. De grootste verschillen zijn waarneembaar bij verkeersoverlast en verkeersveiligheid. Deze onderwerpen worden over het algemeen laag beoordeeld, terwijl het belang/gewenste niveau hoog is.
Het inzetten op het verbeteren van deze aspecten is een dus een belangrijk aandachtspunt voor het op te stellen GVVP. Ook voor de bereikbaarheid (zowel extern als intern) en de voorzieningen voor mensen met een beperking geldt dat de verschillen tussen beoordeling en belang relatief groot zijn. Het verbeteren van deze aspecten is daarom gewenst. Voor enkele onderwerpen geldt dat er nagenoeg geen verschil is tussen beoordeling en belang: bereikbaarheid fiets, openbaar vervoer en overstappen vervoermiddelen. Alleen afgaand op de meningen van de respondenten zouden deze onderwerpen minder prioriteit hoeven te hebben.
3.
Waar gaat het goed en waar kan het beter?
Met behulp van een digitale kaart konden respondenten zowel aandachtspunten (‘waar kan het beter’) als positieve punten (‘waar gaat het goed’) doorgeven. Tevens is bij het plaatsen van deze locaties ook gevraagd naar het onderwerp waarop het betreffende punt betrekking heeft.
4
Figuur 4 geeft een overzicht van de aangegeven aandachtspunten en positieve punten. In totaal zijn 485 locaties gemarkeerd als ‘aandachtspunt’ en 130 locaties als ‘positief punt’.
Figuur 5 – Aangegeven aandachtspunten en positieve punten
Aandachtspunten Onderstaand overzicht geeft voor diverse thema’s (met relatief veel reacties) aan waar zich concentraties van knelpunten bevinden. •
Auto (bereikbaarheid, verkeersdrukte, etc.) – 136 locaties
5
•
Parkeren (te weinig parkeerplaatsen, slechte vindbaarheid, etc.) – 43 locaties
•
Fiets (ontbrekende schakels, onveilige situaties, etc.) – 144 reacties
6
•
Voetganger (kwaliteit voetpaden, etc.) – 71 locaties
•
Verkeersveiligheid (oversteeklocaties, gemengd verkeer, etc.) – 167 locaties
7
•
Leefomgeving (geluidoverlast, stank, trillingen, etc.) – 77 locaties
In het vervolg van de studie wordt verder ingezoomd op de specifieke locaties per thema en wordt ook gebruik gemaakt van de geschreven toelichtingen. De weergegeven kaarten zijn daarom slechts een eerste uitwerking van de resultaten, maar geven al wel een goede indicatie waar zich over het algemeen welke problemen voordoen. Zo geldt voor de auto dat veel locaties geconcentreerd zijn rondom de Engweg, Harderwijkerstraat en een aantal specifieke kruispunten/rotondes. De meeste parkeerproblemen zijn in de omgeving van de Korenbloemstraat en Gervenhof. Met betrekking tot de fiets is de gehele Engweg een duidelijk knelpunt. Ook de rotonde Voorthuizerstraat - Harderwijkerstraat en de kruispunten Oude Rijksweg - Hoofdlaan en Henslare - Stenenkamerseweg zijn veel genoemd. De knelpunten voor voetgangers bevinden zich deels op dezelfde kruispunten als aangegeven voor fietsverkeer. De Engweg is echter een minder groot probleem, veel knelpunten voor voetgangers bevinden zich op de Dorpsstraat en omgeving. Veel locaties die als knelpunt voor de fiets zijn aangegeven, worden ook als verkeersonveilig aangemerkt. Dit zijn met name de Engweg en een aantal specifieke kruispunten/rotondes. Voor de leefomgeving valt op dat de knelpunten zich vooral bevinden rondom de Harderwijkerstraat.
8
4.
Autobezit en gebruik van deelauto
Respondenten is gevraagd of de respondent zelf of een andere persoon binnen het huishouden in bezit is van een auto. 97% van de respondenten geeft aan dat dit het geval is, bij slechts 3% van de respondenten is er geen auto aanwezig in het huishouden. Vervolgens is aan respondenten met een auto gevraagd om men bereid is om de auto (of bijvoorbeeld een tweede auto in het huishouden) weg te doen en in plaats daarvan gebruik te maken van een deelauto als deze beschikbaar is. De resultaten op deze vraag zijn weergegeven in Figuur 6. Driekwart van de respondenten geeft aan (waarschijnlijk) geen gebruik van een deelauto te willen maken en dus een eigen auto te willen behouden. Een kwart van de respondenten is mogelijk wel bereid om overstappen op een deelauto, waarvan 11% vrij zeker is. Figuur 6 – Gebruik deelauto
9