CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Putten

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente PuttenBij agendapunt: Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Putten18.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing Gemeente Putten

2

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam:

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Datum:

20 november 2025

Projectnummer Buro SRO:

42.01.01

Opdrachtgever:

Gemeente Putten

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO:

Arjan van der Mispel, Martijn Hottenhuis

Bezoekadres vestiging Arnhem:

Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem

Telefoon:

026 - 35 23 125

E-mail:

arnhem@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

3

Inhoud Deel A – Algemeen

6

Hoofdstuk 1

Beleid ruimtelijke kwaliteit

6

1.1

Inleiding

6

1.2

Doel en opbouw van de nota ruimtelijke kwaliteit

7

1.3

Relatie met het overig beleid omgevingskwaliteit

9

Hoofdstuk 2

Uitvoering van het beleid

10

2.1

Toetsing van bouwplannen

10

2.2

De Adviescommissie Omgevingskwaliteit

10

2.3

Algemene criteria ruimtelijke kwaliteit voor uiterlijk en inpassing

10

2.4

Toetsingsniveaus

11

2.4.1

Uitgebreide toets

12

2.4.2

Lichte toets

12

2.4.3

Contextmatig toepassen van het toetsingsniveau

13

2.5

Nieuwe projecten

14

Hoofdstuk 3

Toepassing en werking van de criteria

15

3.1

Inleiding op de criteria

15

3.2

Gebruik van de criteria

15

3.3

Inhoud en werking

15

3.4

Afwijken van de criteria

16

3.5

Goede voorbeelden als inspiratie

16

Deel B Beleidsregels

17

Hoofdstuk 4

Algemene criteria

17

Hoofdstuk 5

Gebiedsgerichte criteria

19

5.1

Gebiedsindeling

19

5.2

Gebiedsgerichte criteria buitengebied

21

5.2.1

Polderlandschap

22

5.2.2

Kampenlandschap

26

5.2.3

Heideontginningslandschap

30

5.2.4

Boslandschap

34

Gebiedsgerichte criteria van het dorp Putten

38

5.3.1

Historische kern

40

5.3.2

Stationsstraat

44

5.3

4

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

5.3.3

Postweg/Drieseweg

49

5.3.4

Noord

54

5.3.5

Zuidoost

59

5.3.6

Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng

63

5.3.7

De oostzijde van de Bosrand en het daarachter gelegen bosgebied.

67

5.3.8

West

71

5.3.9

Halvinkhuizen

75

5.3.10

Sprielderweg

78

5.3.11

Bedrijventerreinen

82

5.3.11.1

Keizerswoert

82

5.3.11.2

Ambachtstraat

826

5.3.11.3

De Hoge Eng

829

5.3.12

Voorzieningen

92

Hoofdstuk 6

Objectgerichte criteria

95

6.1

Object 'Hallenhuisboerderij'

95

6.2

Object agrarische bedrijfswoning

98

6.3

Object niet agrarische woonbebouwing

100

6.4

Object agrarische bedrijfsbebouwing

101

6.5

Object bedrijfsbebouwing van voormalige agrarische bedrijven

102

6.6

Object recreatieve bebouwing

103

6.7

Object landgoederen

104

6.8

Object dakkapel, dakopbouw en kap-/nokverhoging

105

6.9

Object reclame-uitingen

108

Hoofdstuk 7

Nieuwe projecten

111

Hoofdstuk 8

Excessenregeling

112

Bijlagen

114

Bijlagen Begrippenlijst

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

5

Deel A – Algemeen Hoofdstuk 1 1.1

Beleid ruimtelijke kwaliteit

Inleiding

De gemeente Putten wil de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving behouden en versterken. Het uiterlijk van gebouwen en andere bouwwerken speelt daarin een belangrijke rol. De voorliggende beleidsregels geven aan welke eisen de gemeente stelt aan de uiterlijke kwaliteit van bouwwerken. Het beleid wordt toegepast bij het beoordelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor bouwen en bij excessen over bestaande bouwwerken. Deze beleidsregels zijn opgesteld in het kader van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Omgevingswet vraagt gemeenten om bij te dragen aan omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde en aantrekkelijke fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet is omgevingskwaliteit een breed begrip. Het omvat onder meer gezondheid en veiligheid, klimaatadaptatie, milieu, natuur/landschap en erfgoed. Ruimtelijke kwaliteit is daarbinnen één van de onderwerpen: het gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zoals die wordt ervaren en vormgegeven (o.a. samenhang van bebouwing en openbare ruimte, landschappelijke inpassing, architectonische uitwerking). Deze regels stonden eerder opgeschreven in de Welstandsnota Putten (7 februari 2013) Voorliggend document vervangt deze welstandsnota.

Deze beleidsregel zoomt verder in op één belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit: het uiterlijk van bouwwerken en hun (ruimtelijke) inpassing in de omgeving. Het document dekt dus niet de volledige breedte van omgevingskwaliteit of ruimtelijke kwaliteit; andere aspecten (zoals erfgoed, natuur, landschap, geluid, verkeer) worden in eigen kaders gereguleerd en bij vergunningverlening naast deze beleidsregel betrokken. Terminologie Voor de leesbaarheid gebruiken we in dit document soms de term ‘ruimtelijke kwaliteit’. Lees die term hier steeds als: de ruimtelijke kwaliteit voor zover het gaat om het uiterlijk van bouwwerken en hun (ruimtelijke) inpassing. Voorheen werd dit domein aangeduid als welstand.

6

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

1.2

Doel en opbouw van de nota ruimtelijke kwaliteit

Het doel van dit document is om duidelijke en toetsbare criteria vast te leggen voor het uiterlijk van bouwwerken in de gemeente Putten. Deze criteria geven houvast aan: ⋅

inwoners en initiatiefnemers bij het maken van plannen;

⋅

ontwerpers bij het uitwerken van bouwplannen;

⋅

Bij het beoordelen van vergunningaanvragen.

Korte samenvatting - Wat is omgevings-/ruimtelijke kwaliteit? Waarom hebben we regels voor de ruimtelijke kwaliteit? Als je in Putten iets wilt bouwen of verbouwen, wil de gemeente graag dat het goed past in de omgeving. Dat is niet om creativiteit te beperken, maar om ervoor te zorgen dat dorpen, straten en buurten aantrekkelijk blijven. Wat betekent “ruimtelijke kwaliteit”? De ruimtelijke kwaliteit gaat over hoe een gebouw eruitziet: de vorm, de materialen, de kleuren en hoe het in de straat of het landschap staat. Het is géén oordeel over je smaak, maar een beoordeling of je plan voldoende kwaliteit heeft en past bij de plek en bij het karakter van de omgeving. Hoe werkt het? ⋅

Als je een omgevingsvergunning voor bouwen aanvraagt, kijkt de gemeente of je plan voldoet aan de kwaliteitscriteria.

⋅

Die criteria zijn van tevoren vastgesteld door de gemeenteraad.

⋅

Een bouwplan dat voldoet aan de regels ruimtelijke kwaliteit kan snel worden goedgekeurd.

En als je het niet eens bent? Je kunt altijd uitleg vragen over een oordeel omgevings-/ruimtelijke kwaliteit. De criteria zijn openbaar en voor iedereen in te zien. Kortom: De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn er om samen te zorgen voor mooie, goed passende gebouwen in Putten – nu én in de toekomst.

Deze nota is als beleidsregel vastgesteld op grond van afdeling 4.3 Algemene wet bestuursrecht (awb) (beleidsregels). Zij concretiseert de open norm(en) in het omgevingsplan over het uiterlijk en de plaatsing/inpassing van bouwwerken. Het omgevingsplan is steeds leidend; deze beleidsregel wordt door het bevoegd gezag toegepast bij vergunningplichtige bouwactiviteiten.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

7

Het bevoegd gezag – meestal het college van burgemeester en wethouders –krijgt advies van de adviescommissie omgevingskwaliteit. Deze toetst bouwplannen aan de beleidsregels. Een oordeel over de omgevingskwaliteit wordt altijd onderbouwd aan de hand van de vastgestelde criteria. Leeswijzer Deze Nota Ruimtelijke Kwaliteit bestaat uit twee samenhangende delen: Deel A – Algemeen & Deel B – Beleidsregels. Deel A – Algemeen (hoofdstukken 1 t/m 3) In dit deel wordt ingegaan op de achtergrond, werking en toepassing van de ruimtelijke kwaliteitszorg binnen de gemeente. Het beschrijft het doel van de nota, de positie binnen het gemeentelijk beleid en de manier waarop de nota wordt gebruikt bij ruimtelijke initiatieven en vergunningverlening. Hiermee vormt dit deel het kader voor de beoordeling en uitvoering van ruimtelijke kwaliteit. Deel B – Beleidsregels (hoofdstukken 4 t/m 8) In dit deel zijn de beleidsregels uitgewerkt die richting geven aan de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit. De criteria zijn opgebouwd van algemeen naar specifiek: ⋅

Hoofdstuk 4 bevat de algemene criteria, met de basisprincipes voor ruimtelijke kwaliteit in Putten;

⋅

Hoofdstuk 5 geeft de gebiedsgerichte criteria, met regels voor het buitengebied, de dorpskernen en bijzondere locaties;

⋅

Hoofdstuk 6 beschrijft de objectgerichte criteria voor specifieke typen bouwwerken;

⋅

Hoofdstuk 7 gaat in op nieuwe projecten en de wijze waarop ruimtelijke kwaliteit daarin wordt geborgd;

⋅

Hoofdstuk 8 behandelt de excessenregeling, waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met ernstige aantastingen van de ruimtelijke kwaliteit.

Tot slot zijn in de bijlagen een begrippenlijst, kaartmateriaal en overige hulpmiddelen opgenomen ter ondersteuning van het gebruik van deze nota.

8

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

1.3

Relatie met het overig beleid omgevingskwaliteit

Deze nota (als beleidsregel) staat naast andere beleids- en regelkaders (zoals omgevingsplan, omgevingsvisie, erfgoed-/monumentenbeleid, natuur/landschap, mobiliteit). Bij de beoordeling van een aanvraag gelden: -

Omgevingsplan (planregels en eventuele maatwerkvoorschriften);

-

Deze nota ruimtelijke kwaliteit voor het uiterlijk en de (ruimtelijke) inpassing.

-

Overige geldende kaders (bijv. monumentenbeleid, weloverwogen gebiedskaders); Voor zover die kaders elkaar raken, worden ze in samenhang toegepast; het omgevingsplan gaat voor, net zoals specifieke aanvullende/verfijnende (beeld)kwaliteitskaders.

Enkele kaders en verwijzingen die betrokken worden in de beoordeling van initiatieven: ⋅

Strategische koers: Omgevingsvisie Putten

⋅

Juridische doorwerking: (Tijdelijk deel) Omgevingsplan Putten

⋅

Uitwerking ruimtelijke kwaliteit: gebiedsvisies en beeldkwaliteitsplannen

⋅

Landschap: o

Provinciaal: Gelderse streekgidsen.

o

Gemeentelijk: Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP)

⋅

Erfgoed – beleidsmatig kader: gemeentelijk erfgoedbeleid

⋅

Erfgoed – juridisch/procedureel: gemeentelijke verordening

Toelichting erfgoed: Deze nota ruimtelijke kwaliteit bevat geen inhoudelijke regels voor monumenten of erfgoed. Voor vergunningplichten, aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke of rijksmonumenten wordt verwezen naar het gemeentelijk erfgoedbeleid en de Erfgoedverordening; deze zijn leidend bij erfgoedvraagstukken.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

9

Hoofdstuk 2 2.1

Uitvoering van het beleid

Toetsing van bouwplannen

De beoordeling van vergunningplichtige bouwactiviteiten op ruimtelijke kwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de in deze nota vastgestelde beleidsregels. Deze beleidsregels zijn door de gemeenteraad vastgesteld en vormen het kader voor de toetsing bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor bouwen. De adviescommissie Omgevingskwaliteit toetst het uiterlijk en de inpassing van het bouwwerk aan de algemene criteria (zie hoofdstuk 4) en – waar van toepassing – aan aanvullende gebieds- of objectgerichte criteria (hoofdstuk 5 en 6). En geeft vervolgens een advies aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van ligging en impact wordt getoetst op een uitgebreid of licht toetsingsniveau (zie §2.4 en bij elk deelgebied in Hoofdstuk 5). Bij twijfel of afwijking kan het bevoegd gezag gemotiveerd afwijken op grond van de Awb-kaders voor beleidsregels.

2.2

De Adviescommissie Omgevingskwaliteit

De Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) adviseert het college over aanvragen waarbij advies vereist of wenselijk is. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit is multidisciplinair samengesteld, zodat zij kan adviseren over architectuur, stedenbouw, landschap en cultuurhistorie. De commissie werkt conform de gemeentelijke Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit en betrekt bij haar beoordeling altijd de relevante beleidsdocumenten en kaders (zie §1.3) . De AOK gebruikt voorliggend document als beleidsregel om het uiterlijk en de (ruimtelijke) inpassing van het ingediende plan te beoordelen. Afhankelijk van de aard en complexiteit van het plan kan de toetsing plaatsvinden door de voltallige commissie of door een gemandateerde adviseur (lichte toets).

2.3

Algemene criteria ruimtelijke kwaliteit voor uiterlijk en inpassing

De algemene criteria vormen de basis voor alle beoordelingen van de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente Putten. Ze geven de hoofdlijnen waaraan ieder bouwplan wordt getoetst, ongeacht locatie of type bouwwerk: ⋅

Relatie met de omgeving – past het bouwwerk in zijn ruimtelijke context?

⋅

Het bouwwerk op zichzelf – is het ontwerp evenwichtig en verzorgd?

⋅

Detaillering – zijn onderdelen en aansluitingen zorgvuldig vormgegeven?

⋅

Kleur- en materiaalgebruik – sluiten kleuren en materialen aan bij de omgeving en het gebouw?

De gebieds- en objectgerichte criteria zijn aanvullend op deze algemene basis en geven meer specifieke richtlijnen voor bepaalde locaties of typen bouwwerken.

10

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

2.4

Toetsingsniveaus

We hanteren twee niveaus om de regeldruk waar mogelijk te verlichten. Beeldbepalende locaties vragen een uitgebreide toets, zodat alle relevante aspecten van uiterlijk en (ruimtelijke) inpassing zorgvuldig worden meegewogen Bij locaties die in mindere mate belangrijk zijn voor het beeld (of identiteit) van de stad/dorp en bij kleinere, minder zichtbare ingrepen volstaat een lichte toets op hoofdlijnen. De toetsvolgorde blijft steeds: algemene criteria (H4) → gebiedsgerichte criteria (H5) → objectgerichte criteria (H6). Waar een beeldkwaliteitsplan/-kader (H7) geldt, betrekken we dat aanvullend; bij spanning geldt het striktere kader.

2-1 Toetsingsniveau kaart gemeente Putten

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

11

2.4.1

Uitgebreide toets

De uitgebreide toets geldt voor situaties/gebieden met hogere beeldgevoeligheid of beeldbepalende ingrepen, in elk geval voor: ⋅

het buitengebied;

⋅

de historische kern;

⋅

gemeentelijke/rijksmonumenten en waardevolle bebouwing;

⋅

beeldbepalende en historische linten/routes;

Bij de uitgebreide toets wordt er een integrale beoordeling gemaakt van: ⋅

Relatie met de omgeving: stedenbouwkundige inpassing, rooilijn, oriëntatie, overgangen privé–openbaar, groenstructuur, doorzichten;

⋅

Bouwwerk als geheel: massa-opbouw, hoofdvorm/kap, geleding en ritme, compositie en alle zichtgevels/daklandschap;

⋅

Detaillering, kleur- en materiaalgebruik: consistentie, maat/schaal van details, palet en kwaliteit; inpassing van installaties (PV, buitenunits), erfafscheidingen;

Het doel is het behouden en — waar mogelijk — versterking van onder andere het uiterlijk en (ruimtelijke) inpassing, passend bij de gebiedsidentiteit. 2.4.2

Lichte toets

De lichte toets geldt voor bouwplannen in de overige woonwijken van de bebouwde kom, tenzij ze onder §2.4.1 vallen. En kleine ingrepen zoals reguliere aan-/uitbouwen, bijgebouwen in het achtererfgebied en beperkt zichtbare aanpassingen. Er wordt getoetst aan de hoofdaspecten van ruimtelijke kwaliteit: ⋅

Plaatsing en situering (rooilijn, oriëntatie, verhouding tot hoofdvolume/straatprofiel);

⋅

Massa en hoofdvorm (kap/silhouet, maat en schaal; ondergeschiktheid bijgebouwen en aan/uitbouwen);

⋅

Hoofdmaterialen en hoofdkleuren (aansluiting op gebiedspalet; vermijden van schreeuwerige/contrasterende keuzes).

Detailpunten (zoals een lichte nuance in pannen of kozijnkleur) zijn geen zelfstandige weigeringsgrond, tenzij de basiskwaliteit of samenhang merkbaar wordt aangetast. Het doel van de lichte toets is om te komen tot een passende inpassing op hoofdlijnen met heldere, voorspelbare eisen, zonder onnodige detaildiscussie.

12

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

2.4.3

Contextmatig toepassen van het toetsingsniveau

Waar de aard, omvang of zichtbaarheid van een plan daartoe aanleiding geeft, kan het bevoegd gezag het toetsingsniveau bijstellen. In zones waar in beginsel de lichte toets geldt, wordt bij hoge uitzondering opgeschaald naar de uitgebreide toets wanneer de ingreep, door ligging op een hoek- of entreelocatie, prominente zichtbaarheid in straat- of landschapsbeeld, een substantiële wijziging van het daklandschap/silhouet, of door cumulatie van kleinere ingrepen, beeldbepalend is. Omgekeerd kan binnen een zone met uitgebreide toets worden afgeschaald wanneer het uitsluitend interne, niet-zichtbare en ruimtelijk niet-relevante wijzigingen betreft; afschaling gebeurt alleen gemotiveerd. In gemengde zones kan binnen één deelgebied een verschillend regime gelden (bijvoorbeeld: lint en zichtlocaties = uitgebreide toets; achterliggende straten = lichte toets); de deelgebiedenkaart en de gebiedsgerichte criteria in hoofdstuk 5 geven dit aan. Waar een beeldkwaliteitsplan/-kader van kracht is (hoofdstuk 7), wordt dit als aanvullend en, waar relevant, strikter kader betrokken; bij spanning gaat het striktere kader vóór. Indien strikte toepassing van deze beleidsregel in een concreet geval onevenredige gevolgen heeft, kan het bevoegd gezag gemotiveerd afwijken op grond van artikel 4:84 Awb.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

13

2.5

Nieuwe projecten

Voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur ingrijpend veranderen, is meestal een apart stedenbouwkundig en/of beeldkwaliteitsplan nodig. De criteria ruimtelijke kwaliteit uit deze nota vormen dan het vertrekpunt, maar worden aangevuld of aangescherpt op basis van het nieuwe plan. Dit stedenbouwkundig en/of beeldkwaliteitsplan voor het (her)ontwikkelingsproject wordt door de gemeenteraad vastgesteld (of via een wijziging in het Omgevingsplan geborgd) voordat vergunningverlening plaatsvindt. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt hierbij in een vroeg stadium betrokken. In onderstaand stappenplan is dit kort weergegeven.

Stap

Omschrijving

Toepassing / Opmerking

1. Planidee

Initiatiefnemer maakt een bouwplan.

Houd rekening met de algemene criteria als basis voor heel Putten.

2. Controle locatie

Bepaal in welk deelgebied het plangebied is gelegen

Raadpleeg de deelgebiedenkaart, Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplannen.

3. Toetsingsniveau bepalen

Lichte toets óf uitgebreide toets.

Zie kaart en toetsingsniveau beschreven per deelgebied.

4. Advies omgevingskwaliteit

Adviescommissie Omgevingskwaliteit toetst altijd aan de algemene criteria, waar van toepassing ook aan aanvullende gebieds- of objectcriteria.

Commissie betrekt naast dit beleidsdocument overige beleidsstukken.

5. Besluitvorming

College van B&W besluit over de omgevingsvergunning.

Advies van de AOK weegt zwaar, maar is niet bindend.

6. Uitvoering & toezicht

Bij afwijkingen kan handhaving plaatsvinden op uiterlijk/kwaliteit.

Op basis van Omgevingsplan en beleidsregels.

14

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Hoofdstuk 3 3.1

Toepassing en werking van de criteria

Inleiding op de criteria

De criteria in deze nota vormen samen het toetsingskader voor het beoordelen van bouwplannen op ruimtelijke kwaliteit en dan specifiek over uiterlijk en inpassing. De algemene criteria zijn de basis en gelden voor alle bouwwerken in de gemeente Putten. Daarnaast zijn er gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria die extra eisen stellen voor specifieke locaties of typen bouwwerken.

3.2

Gebruik van de criteria

De nota ruimtelijke kwaliteit is in de eerste plaats een praktisch hulpmiddel. Initiatiefnemers kunnen vooraf nagaan welke eisen gelden voor hun plan. ⋅

Is een bouwplan niet vergunning plichtig? Dan wordt in principe geen toets uitgevoerd, behalve bij handhaving op grond van de excessenregeling (zie hoofdstuk 8).

⋅

Is een bouwplan vergunningplichtig? Dan wordt het altijd getoetst aan de algemene criteria, en waar van toepassing ook aan de aanvullende gebieds- en objectcriteria.

3.3

Inhoud en werking

De criteria beschrijven zo concreet mogelijk wat van een plan wordt verwacht op het gebied van plaatsing, hoofdvorm, kleur- en materiaalgebruik, en de relatie met de omgeving. ⋅

Bij kleine bouwwerken (bijvoorbeeld dakkapellen) zijn de criteria vaak meer objectief en meetbaar.

⋅

Bij grotere bouwwerken zijn ze vaker relatief en verwijzend: het plan moet passen bij de kenmerken en schaal van de omgeving.

De criteria geven daarmee de ondergrens aan van wat aanvaardbaar is, maar de gemeente moedigt initiatiefnemers aan om boven dit minimum uit te stijgen en zo bij te dragen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

15

3.4

Afwijken van de criteria

In bijzondere gevallen kan een bouwplan dat afwijkt van de specifieke criteria toch passend zijn. Bijvoorbeeld: ⋅

door een bijzondere oplossing die goed in de omgeving past of deze versterkt;

⋅

door uitzonderlijke ontwerpkwaliteit.

In zo’n situatie kan het plan, met een gemotiveerd verzoek, worden voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Deze beoordeelt het plan aan de hand van de algemene criteria en weegt af of afwijking gerechtvaardigd is. Het bevoegd gezag motiveert een eventuele afwijking zorgvuldig richting gemeenteraad én betrokken partijen.

3.5

Goede voorbeelden als inspiratie

Wanneer een bouwplan aansluit bij een eerder gerealiseerd plan dat met positief advies is goedgekeurd in hetzelfde gebied of bouwblok, wordt dat plan in beginsel geacht aan de criteria te voldoen. Dit bevordert rechtsgelijkheid én zorgt dat goede voorbeelden uit het verleden en heden als inspiratie dienen. Deze voorbeelden kunnen aanleiding zijn om de criteria actueel te houden en waar nodig aan te passen.

16

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Deel B Beleidsregels Hoofdstuk 4

Algemene criteria

De algemene criteria vormen de fundamentele basis voor de beoordeling van bouwplannen in de gehele gemeente Putten. Ze gelden altijd, voor ieder bouwplan, en worden – waar nodig – aangevuld met gebieds- of objectgerichte criteria voor specifieke locaties of typen bouwwerken. Deze criteria geven richting aan de ruimtelijke en architectonische kwaliteit die de gemeente nastreeft. Ze zijn bedoeld om te zorgen dat nieuwe bebouwing en verbouwingen zorgvuldig zijn vormgegeven én goed passen in hun omgeving, in lijn met de doelstellingen van de Omgevingswet voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke fysieke leefomgeving.

De vijf basisaspecten van ruimtelijke kwaliteit in Putten Van een bouwwerk dat bijdraagt aan een goede omgevings-/ruimtelijke kwaliteit mag worden verwacht dat:

1. Positieve bijdrage aan de omgeving Het ontwerp draagt bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte – stedelijk of landschappelijk. Hoe groter de zichtbaarheid of betekenis van de plek, hoe hoger de kwaliteitseisen.

2. Zorgvuldige verwijzingen en context Eventuele verwijzingen naar historische, culturele of landschappelijke kenmerken zijn herkenbaar, passen bij de locatie en zijn zorgvuldig uitgewerkt.

3. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Het ontwerp heeft een duidelijke structuur en samenhang, zonder dat het saai wordt of aan aantrekkingskracht verliest.

4. Goede maat- en schaalverhoudingen Het bouwwerk heeft evenwichtige verhoudingen in volumes, ruimtes en geveldelen, passend bij de menselijke maat en de schaal van de omgeving.

5. Passend materiaal- en kleurgebruik Materialen, kleuren, texturen en licht dragen bij aan het karakter van het gebouw én versterken de samenhang met de omgeving, nu en in de toekomst.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

17

Integrale afweging De Adviescommissie Omgevingskwaliteit beoordeelt bouwplannen altijd aan de hand van deze algemene criteria. Dit gebeurt niet door het afvinken van losse punten, maar door een integrale afweging van het geheel: hoe de onderdelen samen een kloppend en kwalitatief geheel vormen. Deze basiscriteria zorgen voor consistentie en kwaliteit in de hele gemeente. Gebieds- en objectgerichte criteria bouwen hierop voort en geven extra richting waar de omgeving of het type bouwwerk daar aanleiding toe geeft.

18

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Hoofdstuk 5 5.1

Gebiedsgerichte criteria

Gebiedsindeling

De gemeente Putten kent een grote verscheidenheid aan omgevingen: van open polderlandschap tot besloten bosgebieden, van historische dorpskernen tot moderne woonwijken en bedrijventerreinen. Elk gebied heeft zijn eigen karakter, schaal, historie en ruimtelijke kwaliteiten. Om bouwwerken goed te laten aansluiten bij hun omgeving, wordt in deze nota ruimtelijke kwaliteit gewerkt met een gebiedsindeling. Deze indeling maakt onderscheid tussen landschappen, woongebieden, voorzieningenclusters en bedrijventerreinen. Zo kan per gebied duidelijk worden aangegeven welke beeldkwaliteit wordt nagestreefd en welke aanvullende criteria gelden naast de algemene criteria. Belangrijke redenen voor het werken met een gebiedsindeling zijn: ⋅

Behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit – ieder gebied heeft eigen kenmerken in verkaveling, bebouwingsvormen, materiaalgebruik en beplanting die richting geven aan nieuwe bouwplannen.

⋅

Aansluiten bij landschappelijke structuren – in het buitengebied is de gebiedsindeling gebaseerd op de onderscheiden landschapstypen (zoals polder-, kampen-, heideontginningsen boslandschap).

⋅

Passende invulling voor stedelijke gebieden – in de bebouwde kom wordt onderscheid gemaakt tussen de historische kern, karakteristieke linten, naoorlogse wijken en bedrijventerreinen, zodat de beoordeling recht doet aan de context.

⋅

Duidelijkheid over toetsingsniveau – per gebied wordt aangegeven of een uitgebreide of lichte toets geldt, afhankelijk van de gevoeligheid en kwaliteit van het gebied.

De deelgebiedenkaart op de volgende pagina laat zien hoe het grondgebied van Putten is opgedeeld. Hierbij is op hoofdlijnen de omgevingsvisiekaart gevolgd, echter zijn de kenmerken van onderliggend landschap op sommige plekken op het gebied van ruimtelijke kwaliteit leidend waardoor er kan worden afgeweken van de omgevingsvisiekaart. In de hierna volgende paragrafen worden de gebieden afzonderlijk beschreven, met aandacht voor de kenmerkende ruimtelijke kwaliteiten en de bijbehorende toetsingsniveaus.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

19

5-1 Deelgebieden gemeente Putten (ook op groot formaat opgenomen als bijlage 3)

20

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

5.2

Gebiedsgerichte criteria buitengebied

Het buitengebied van Putten heeft een grote variatie aan landschappen: van open polders en kleinschalige kampen tot uitgestrekte heideontginningen en bosrijke gebieden. Elk landschapstype heeft een eigen structuur, schaal, beplanting en bebouwingsvorm, die samen het karakter en de beleving van het gebied bepalen. Bij de beoordeling van nieuwe plannen in het buitengebied weegt de landschappelijke context zwaar mee. De ligging van een erf, de oriëntatie van bebouwing, de maatvoering, het kleur- en materiaalgebruik en de verhouding tussen bebouwing en open ruimte beïnvloeden sterk hoe een plan wordt ervaren en of het past in zijn omgeving. Naast de hieronder beschreven kenmerken en criteria per landschapstype kan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit vanuit een integraal oogpunt beoordelen dat extra onderbouwing nodig is. In zulke gevallen kan worden gevraagd om een landschappelijk inpassingsplan. Daarin laat de initiatiefnemer zien hoe het bouwplan zorgvuldig wordt ingepast, rekening houdend met: ⋅

de algemene en gebiedsgerichte criteria;

⋅

relevante beleidsdocumenten zoals de Gelderse streekgidsen, het landschapsontwikkelingsplan (LOP), gemeentelijk erfgoedbeleid en eventuele gebiedsvisies;

⋅

bestaande landschappelijke structuren, zichtlijnen en beplanting;

⋅

versterking van landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten.

Zo ontstaat een integrale benadering waarbij het ontwerp en de landschappelijke inpassing samen zorgen voor een duurzame en kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van het buitengebied.

5-2 Deelgebieden buitengebied gemeente Putten

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

21

5.2.1

Polderlandschap

Ligging en karakter Het polderlandschap van Putten ligt in het westelijk deel van de gemeente en wordt aan de westzijde begrensd door het Nuldernauw. In het oosten gaat het over in het heideontginningslandschap en het kampenlandschap; de grens volgt onder andere de Waterweg en de Schuiterbeek tot aan de Nijkerkerstraat, loopt door langs de Diermerseweg, omvat Diermen en sluit weer aan op de Nijkerkerstraat. Het zuidelijke deel wordt doorsneden door de Rijksweg A28. Tussen het Nuldernauw en de A28 is vrijwel niet gebouwd; oostelijk van de A28 komt bebouwing in lage dichtheid voor, voornamelijk langs de Waterweg en kleine wegen haaks daarop zoals de Knardersteeg. De verkaveling is overwegend rechthoekig tot trapeziumvormig met lange kavels en rechte sloten, wat het open en weidse karakter met lange zichtlijnen versterkt. In dit gebied bevindt zich tevens camping “Arlerstrand”. In het gebied bij Strand Nulde is een recreatief cluster gelegen met een jachthaven en recreatieve verblijven/campings.

5-3 Deelgebied Polderlandschap

22

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Bebouwing en beeldkwaliteit De bebouwing is overwegend agrarisch en ligt geclusterd op erven langs linten en kleine wegen. Hoofdgebouwen bestaan veelal uit hallenhuisboerderijen (oorspronkelijk of gerenoveerd) met aanbouwen, bijgebouwen, schuren en stallen. Erven hebben een groen, soms bosachtig karakter, waardoor gebouwen deels aan het zicht worden onttrokken. De oriëntatie is meestal naar de weg, met de nokrichting haaks op de weg; bijgebouwen staan achter de voorgevellijn of geflankeerd naast het hoofdgebouw. In de naoorlogse periode (jaren ’50/’60) zijn uitbreidingen gerealiseerd; recentere woningen komen regelmatig voor als twee lagen met kap, soms in grijsgele of okeren baksteen. Incidenteel komt een T-vormig hallenhuis voor (bij Beldersgat) door latere toevoeging van een frontvolume. Schuren zijn veelal langgerekt en rechthoekig met zadeldak: vaak gemetseld en gedekt met donkergrijze golfplaten, of in donker hout op een gemetselde plint. Afhankelijk van de bedrijfsomvang zijn ze vrijstaand of aaneengeschakeld in rijen. Traditioneel schilderwerk (bijv. wit en donkergroen voor houtwerk) ondersteunt het agrarische karakter. Het geheel straalt rust en continuïteit uit; door het open landschap blijven verkavelingsstructuur en erfopbouw goed leesbaar.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

23

Aanvullende gebiedsgerichte criteria Naast de algemene criteria (hoofdstuk 4) geldt voor het polderlandschap: Algemeen ⋅

Openheid, lange zichtlijnen en kavel-/waterstructuur zijn dragende kwaliteiten.

⋅

Functiewijzigingen of uitbreidingen die leiden tot schaal- of beeldverstoring (zeer grote volumes, intensieve verlichting/bewegend beeld, grootschalig parkeren in open veld) zijn niet passend binnen dit deelgebied. Waar planologisch toegestaan, blijven situering, massa, inpassing en materialisatie leidend vanuit deze criteria.

Plaatsing ⋅

Oriëntatie naar de weg; nokrichting haaks op de weg en in lijn met de verkavelingsrichting.

⋅

Clustering op het erf: bijgebouwen achter de voorgevellijn of flankerend en duidelijk ondergeschikt.

⋅

Nieuwe volumes zo positioneren dat doorzichten langs sloten/watergangen en over kavels intact blijven; vermijd losse bebouwing in het open veld.

Massa en vorm ⋅

Enkelvoudige, rechthoekige hoofdvolumes met ononderbroken kap (richtlijn: 1–2 lagen met kap).

⋅

Schuren: langgerekt met zadeldak; voorkom stapeling/opeenstapeling die erf en landschap dominant maakt.

Gevels ⋅

Gevelbeeld sluit aan op het rustige, ordelijke straat- en erfbeeld; geen massieve kopgevels naar de openbare ruimte.

⋅

Geleding en ritme ondersteunen de leesbaarheid van hoofdvolume versus bijgebouwen.

Detaillering, kleur en materiaalgebruik ⋅

Streekeigen materialen: metselwerk in gedempte rood-/bruin-/grijstinten; waar passend donker hout op gemetselde plint.

⋅

De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)profiel.

⋅

Kleuren ingetogen; geen felle/sterk contrasterende of glanzende materialen; binnen één dakvlak geen kleurverschillen.

⋅

Installaties en PV: vlak en ordelijk in één dakvlak, uitgelijnd; technische units niet dominant zichtbaar.

⋅

Reclame: sober en ondergeschikt; bewegend/wisselend/dynamisch beeld (LED/digitaal, animatie, video, intermitterend licht) niet passend (zie hfdst. 6.9).

24

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Toetsingsniveau Voor het polderlandschap geldt een uitgebreide toets zoals beschreven in paragraaf 2.4. Onder de objectgerichte criteria (paragraaf 6.6) zijn voor de diverse vormen van recreatieve bebouwing extra criteria gegeven. Binnen het recreatieve cluster strand Nulde zijn deze vaak van toepassing.

5-4 Toetsingsniveaus deelgebied Polderlandschap

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

25

5.2.2

Kampenlandschap

Ligging en karakter Het kampenlandschap vormt een overgangsgebied tussen polder, heideontginningslandschap en bos. Het strekt zich grofweg uit van Diermen en het polderlandschap in het westen tot Veenhuizerveld en het bosgebied in het oosten, met als bijzonder element de ‘enclave’ Huinerbroek. Noordelijk wordt het gebied begrensd door de ’t Oeverstraat/Zuiderzeestraatweg en de gemeente Ermelo; in zuidelijke richting sluit het aan op het heidegebied. Het landschap is licht reliëfrijk en wordt gekenmerkt door houtwallen, bosstroken en een onregelmatige, gevarieerde verkaveling. Historische landgoederen zoals Vanenburg, Bijstein en Oldenaller geven extra kwaliteit en herkenbaarheid; Oldenaller is zichtbaar via zichtassen/openingen in de bosrand (o.a. vanaf de Nijkerstraat).

5-5 Deelgebied kampenlandschap

26

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Bebouwing en beeldkwaliteit De bebouwing concentreert zich veelal rond kruispunten en langs oude wegen, onder meer bij Diermen, Hell/Veldhuizen, Hoonhorst/Hoge Steeg, Klein Boeyen en Klein Weelderen/Lange Meeën. In het westelijke en oostelijke deel liggen groepen met grootschalige agrarische bedrijven (o.a. Rozendaal, Huinen, Veenhuizerveld, Halvinkhuizen) en zones met kleinere bebouwing (o.a. De Paardebloem, Hondskont, Huinerwal). Het gebied oogt relatief goed behouden; nederzettingen hebben een traditionele uitstraling, ondanks enkele, grotere gebouwen (bijv. een manege bij Hell). In het halfopen landschap (o.a. Diermen, Hell/Veldhuizen, Hoonhorst/Hoge Steeg) zijn de hoofdwoningen vaak kleine hallenhuizen met afgewolfd zadeldak, soms met bijgebouwen uit de jaren ’50–’70, met de nok richting de weg. Schuren geven een grotere schaal aan de complexen; ze staan achter de gevellijn, zijn vaak fors en in het zicht vanaf de openbare weg. Oudere schuren zijn veelal gemetseld en gedekt met (donker) pannen of golfplaten; nieuwere schuren hebben vaak een stalen constructie met groene geprofileerde beplating en grotere, opvallende dakvlakken. In gebieden met dichtere bebossing zijn de hoofdwoningen groter van opzet; complexen staan dan tegen de bosrand, gericht naar de weg maar terugliggend.

Gebouwen zijn uitgevoerd in lichtrode tot donkerrode baksteen, met afgewolfd zadeldak en donkere pannen; schuren hebben lichte/donkere pannen of golfplaten. Ondanks de schaal blijft het beeld ingetogen en rustig. Langs de N303 ter hoogte van Veldhuizen staat commerciële bebouwing die als blikvanger is ontworpen, maar architectonisch weinig relatie heeft met de omgevende bebouwing. Kleur- en materiaalgebruik is overwegend traditioneel: rood en bruingrijs metselwerk (soms wit gepleisterd), donkere dakpannen (oranje komt minder voor), riet op enkele plekken, en schilderwerk/hout in wit, donkergroen of donkerbruin (o.a. ’70-er jaren).

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

27

Aanvullende gebiedsgerichte criteria Naast de algemene criteria (hoofdstuk 4) geldt voor het kampenlandschap: Algemeen ⋅

Halfopen–halfbesloten structuur met houtwallen/bosstroken en onregelmatige verkaveling is leidend.

Plaatsing ⋅

Clustering rond kruispunten en langs oude wegen/linten; losse volumes buiten lint/erf niet passend.

⋅

Aan bosranden: complexen tegen de rand, terugliggend, gericht naar de weg; in halfopen delen aansluiten op het lintprofiel.

⋅

Schuren: achter de (voor)gevellijn en zó geordend dat zichtlijnen behouden blijven.

Massa en vorm ⋅

Hoofdwoningen sluiten aan op lokale typologie (o.a. (klein) hallenhuis met (afgewolfd) zadeldak).

⋅

Grote agrarische volumes vragen extra zorg in maatopbouw en dakvorm; grote aaneengesloten dakvlakken naar de openbare ruimte voorkomen of gearticuleerd.

Gevels ⋅

Gevels zijn terughoudend en ordelijk geleding/ritme; representativiteit bij de woning, utilitair bij schuren (ondergeschikt).

⋅

Geen blikvanger-gevels zonder relatie tot de context.

Detaillering, kleur en materiaalgebruik ⋅

Traditioneel palet: rood/bruingrijs metselwerk, soms wit pleister, donkere pannen, incidenteel riet; hout in wit/donkergroen/donkerbruin.

⋅

Staal/staalplaat als gevel bij nieuwe schuren kan, gedempt (groentinten) en zódat dakvlak en gevelindeling het rustige beeld ondersteunen.

⋅

De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)profiel.

⋅

Erfbeplanting ondersteunt de structuur; hoge dichte schermen aan de openbare ruimte niet passend. Parkeren en erfinrichting compact en uit zicht.

Specifiek – N303 (Veldhuizen) ⋅

Nieuwe/gewijzigde commerciële bebouwing sluit in maat, dakvorm, geleding en materialisering aan op de omliggende typologie; losse blikvanger-architectuur zonder contextuele relatie is niet passend.

Specifiek – Functiewijziging & sloop als kwaliteitswinst ⋅

Bij functiewijziging/bedrijfsbeëindiging: sloop van overtollige bebouwing en landschappelijke versterking als uitgangspunt voor beeldkwaliteit.

⋅

Recreatieve toevoegingen (als planologisch toegestaan): terughoudend, ondergeschikt in maat en zichtbaar passend in structuur, materialisering en kleur van het kampenlandschap.

28

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Toetsingsniveau Voor het kampenlandschap geldt een uitgebreide toets zoals beschreven in paragraaf 2.4.

5-6 Toetsingsniveau deelgebied kampenlandschap

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

29

5.2.3

Heideontginningslandschap

Ligging en karakter Het heideontginningslandschap ligt centraal in de gemeente Putten en vormt de overgang van het open westelijke landschap (polder/kampen) naar de Veluwe. Het gebied omvat de Kruishaarsche Heide, de Appelsche Heide en delen van het Huinerbroek; het grenst zuidelijk aan de heide, en in het zuiden/zuidoosten ligt de gemeente Nijkerk aangrenzend. Het landschap wordt gekenmerkt door een rationele, lineaire verkaveling met lange, rechte kavels en parallel lopende oost-westwegen (structuur dragers). Landgoed Vanenburg ligt in het noordelijke deel en vormt, samen met de bebouwing met landhuisachtige uitstraling langs de Vanenburger Allee, een belangrijk kwaliteitanker.

5-7 Deelgebied heideontginningslandschap

30

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Bebouwing en beeldkwaliteit Bebouwing ligt vooral langs oost-west georiënteerde wegen en stegen (o.a. Stenenkamerse Weg, Hooiweg, Hellerweg, Oude Nijkerkerweg). Kavels zijn langgerekt en rechthoekig. De grote agrarische bedrijven hebben een markant hoofdgebouw (historisch: hallenhuis; ook woningen uit jaren ’50–’90) met lange schuren. Nieuwe schuren met groene stalen gevelbekleding zijn vaak hoger; kopse gevels tot aan de gootlijn kunnen als hoog, geometrisch element in het landschap domineren. Ook aaneenschakelingen van verschillende bouwvolumes, aanbouwen die even belangrijk worden als het hoofdgebouw, en onrustig kleur-/materiaalgebruik kunnen het beeld verstoren. De kleinschaliger bebouwing is doorgaans discreter, al komen afwijkende en recente bouwvormen voor (met name langs Stenenkamerse Weg, Hooiweg en Arkemheense Weg). In Hoeverveld is een woning in hallenhuis-opzet met een forse aanbouw gerealiseerd; door de gelijke dominantie van hoofdvolume en aanbouw raakt de hiërarchie en leesbaarheid verstoord. Rond Vanenburg ligt (historische én recente) landhuisachtige bebouwing; bij recent werk is staal, glas en zinken dakbedekking toegepast. Boven de N798 worden in het algemeen hogere ruimtelijke en architectonische kwaliteiten aangetroffen dan in het zuidelijker deel richting de Veluwe (waar het beeld sneller wordt aangetast door dominante volumes).

Samengevat: het gewenste beeld is lineair, rustig en ordelijk, met leesbare hoofdbijgebouwhiërarchie, lange kaprichtingen evenwijdig aan de structuur en terughoudende materialisering.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

31

Aanvullende gebiedsgerichte criteria Naast de algemene criteria (hoofdstuk 4) geldt voor het heideontginningslandschap: Algemeen ⋅

Lineaire, rationele structuur met lange kavels en parallelle oost–westwegen is uitgangspunt.

Plaatsing ⋅

Nieuwe volumes in de lijn van erven en wegen (oost–west); geen losse elementen in het veld.

⋅

Oriëntatie volgt de weg; kaprichting sluit aan op de lineaire structuur (langskap evenwijdig aan de verkaveling).

⋅

Bijgebouwen/aanbouwen achter of aan zijden van het hoofdvolume; ondergeschikt in positie.

Massa en vorm ⋅

Hoofdvolume blijft primair leesbaar; aaneenschakeling van gelijkwaardige volumes en massieve kopgevels tot goothoogte voorkomen of gearticuleerd.

⋅

Lange schuren: zorgvuldige maatopbouw (travee/ritme), terugliggende kopgevels/schaduwranden en beperking van hoogte/kapvoet om visuele dominantie te vermijden.

Gevels ⋅

Gevels ordelijk en rustig: grote dak- of gevelvlakken naar openbare ruimte onderbreken (geleding/ritme) of wegdraaien.

⋅

Representatieve gevels aan openbare ruimte; utilitaire gevels ondergeschikt.

Detaillering, kleur en materiaalgebruik ⋅

Traditioneel palet: rood/bruin-grijs metselwerk, donkere pannen; waar passend riet.

⋅

Groene geprofileerde staalplaat als gevel alleen in gedempte tinten met rustige belijning; felle/glanzende materialen vermijden.

⋅

De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)profiel.

⋅

PV/techniek: vlak in één dakvlak, uitgelijnd; installaties niet dominant zichtbaar.

⋅

Reclame: sober; bewegend/dynamisch beeld (LED/digitaal) niet passend (zie hfdst. 6.9).

Specifiek – Context landgoederen / Vanenburger Allee ⋅

Rond Landgoed Vanenburg en de Vanenburger Allee geldt verhoogde ontwerpkwaliteit: representatieve gevels, fijne geleding, verfijnde detaillering en materiaalselectie die het landhuisachtige beeld ondersteunt; utilitaire uitbouwen aan het erf, niet aan zichtassen.

Specifiek – Gebied ten noorden van de N798 ⋅

Extra zorgvuldige uitwerking (maat, ritme, detaillering) passend bij het hogere kwaliteitsniveau in dit deelgebied.

32

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Toetsingsniveau Voor het heideontginningslandschap geldt een uitgebreide toets zoals beschreven in paragraaf 2.4.

5-8 Toetsingsniveau deelgebied heideontginningslandschap

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

33

5.2.4

Boslandschap

Ligging en karakter Het boslandschap beslaat het oostelijke deel van de gemeente en sluit aan op de Veluwe. Het volgt globaal een lijn van het noordelijke kruispunt spoorlijn/gemeentegrens onder Ermelo via Veenhuizerveld, dwars door de kern Putten en Krachtighuizen. Behalve de nederzetting Koudhoorn en enkele bescheiden bebouwing (o.a. in het noordwestelijke deel bij Schoonderbeek/OudGroevenbeek) is in het bosgebied nauwelijks gebouwd. Het recreatiegebied Krachtighuizen — met name het deel oostelijk van de N303 — ligt in het overgangsgebied en in verweving met het kampen- en boslandschap; door de bosachtige omgeving wordt dit gebied in deze nota tot het boslandschap gerekend. Het gebied heeft een besloten karakter en een hoge natuur- en landschapswaarde.

5-9 Deelgebied boslandschap

34

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Bebouwing en beeldkwaliteit Koudhoorn ligt tussen Krachtighuizen en Garderen (gemeente Barneveld) onder de N797. De bebouwing ligt aan een V-vormige weg die begint en eindigt bij de N797 en is kleinschalig. Het betreft overwegend woningen uit verschillende bouwperioden en stijlen. Kleine hallenhuizen — vaak wit geschilderd en met latere (meestal jaren ’50/’60) aanbouwen of bijgebouwen met dwarse verbinding — staan naast of tegenover jaren ’70–’00-woningen (soms wat omvangrijker/groter). De lage bebouwing (één laag met kap) staat discreet in de beboste omgeving. Materialisering: baksteen (grijsgeel, rood, donkerrood; wit geschilderd komt ook voor), kap als (afgewolfd) zadeldak met lichte of donkere pannen. Houtwerk (dakranden, windveren, kozijnen, delen in topgevels) is wit, crèmegeel, donkergroen of donkerbruin. Door de lage bouwhoogte en de rijke erfbeplanting werkt de variatie niet storend. Krachtighuizen is overwegend recreatief (met ook individuele vrijstaande woningen o.a. bij Huinerenk). De bebouwing varieert sterk in stijl en schaal — van bungalowtjes tot villa-achtige gebouwen. De hoge dichtheid en grote variatie in bouwvolume, stijl, kleur en materiaalgebruik worden gecompenseerd door veel beplanting, waardoor een deel van de bebouwing opgaat in de natuurlijke omgeving. Het beeld langs de N303 is dat van losse lintbebouwing richting de ingang van de kern Putten.

In het hele boslandschap zijn materialen overwegend natuurlijk (hout, baksteen) en kleuren ingetogen, passend bij het bosrijke karakter.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

35

Aanvullende gebiedsgerichte criteria Naast de algemene criteria (hoofdstuk 4) geldt voor het boslandschap: Algemeen ⋅

Groen, besloten karakter en bosstructuur zijn leidend; bebouwing is ondergeschikt aan het groen.

Plaatsing ⋅

Terugliggend in het groen; aan bosranden positioneren zonder dominante kopgevels naar de openbare ruimte.

⋅

In Koudhoorn sluit plaatsing aan op het lint (V-vormige weg); in Krachtighuizen blijft de schikking ondergeschikt aan het groene raamwerk.

Massa en vorm ⋅

Beperkte bouwmassa/hoogte passend bij bos en kavel; in woonlinten als Koudhoorn is één laag met kap het herkenbare basisbeeld ((afgewolfd) zadeldak).

⋅

In Krachtighuizen kan variatie voorkomen, maar grote volumes vragen extra zorg in maatopbouw, dakvorm en schikking.

Gevels ⋅

Gevels terughoudend en niet-schreeuwerig; voorkomen van blinde/zeer massieve gevels naar de openbare ruimte.

⋅

De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)profiel.

⋅

Entrees en zichtgevels bescheiden; utilitaire zijden aan het erf.

Detaillering, kleur en materiaalgebruik ⋅

Natuurlijke materialen (baksteen, hout) en ingetogen kleuren (wit, crème, donkergroen, donkerbruin; pannen licht/donker); felle/glanzende materialen vermijden.

⋅

Erfbeplanting en natuurlijke overgangen (zoom/ondergroei/houtwallen) versterken de inpassing; hoge dichte schermen aan de openbare ruimte niet passend.

⋅

Parkeren/opslag compact en achterliggend geordend, bij voorkeur aan erfzijden.

⋅

Reclame: terughoudend; bewegend/wisselend/dynamisch beeld (LED e.d.) niet passend (zie hfdst. 6.9).

⋅

Installaties/PV: integraal en niet dominant zichtbaar; PV vlak in één dakvlak en uitgelijnd.

Specifiek – N303 en entrees ⋅

Langs de N303: samenhang in maat, dakvorm, geleding en materialisering; losse blikvangerarchitectuur zonder relatie tot het bosbeeld is niet passend.

⋅

36

Entrees naar kernen/recreatieparken: groene vormgeving; bebouwing/reclame terughoudend.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Toetsingsniveau Voor het boslandschap geldt een uitgebreide toets zoals beschreven in paragraaf 2.4. Onder de objectgerichte criteria (paragraaf 6.6) zijn voor de diverse vormen van recreatieve bebouwing extra criteria gegeven. Binnen het recreatieve cluster strand Krachtighuizen zijn deze vaak van toepassing.

5-10 Toetsingsniveau deelgebied boslandschap

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

37

5.3

Gebiedsgerichte criteria van het dorp Putten

De ruimtelijke ontwikkeling van Putten heeft in de loop der tijd geleid tot een grote variatie aan wijken, straten en buurten, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis en karakter. Elke bouwperiode heeft specifieke kenmerken nagelaten in verkaveling, architectuur, materiaalgebruik en relatie met de openbare ruimte. Op basis van deze verschillen is een gebiedsindeling gemaakt, waarbij per gebied wordt beschreven welke kwaliteiten behouden en versterkt moeten worden. Binnen de kern zijn verschillende typen gebieden te onderscheiden: ⋅

Historische gebieden met een hoge cultuurhistorische en ruimtelijke waarde.

⋅

Karakteristieke bebouwingslinten zoals de Stationsstraat, Harderwijkerstraat, Garderenseweg en Postweg/Drieseweg, die zich in meerdere decennia hebben ontwikkeld tot beeldbepalende routes door het dorp.

⋅

Uitbreidingswijken uit diverse perioden, elk met een eigen stedenbouwkundige opzet en architectonische stijl.

⋅

Bedrijventerreinen en voorzieningenclusters met een functioneel en vaak grootschaliger karakter.

Voor elk gebied zijn de algemene criteria uit hoofdstuk 4 het vertrekpunt. Daarnaast gelden gebiedsgerichte criteria die zijn toegespitst op de specifieke ruimtelijke en architectonische kenmerken. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het toetsingsniveau: ⋅

Uitgebreide toets: voor gebieden met een hoge ruimtelijke of cultuurhistorische waarde, zoals de historische kern en waardevolle linten.

⋅

Lichte toets: voor gebieden met een meer samenhangend, maar minder kwetsbaar bebouwingsbeeld.

Elk gebied wordt in de volgende paragrafen beschreven aan de hand van een vast patroon: 1. Ligging en karakter – de ruimtelijke structuur, verkaveling en hoofdopzet van het gebied. 2. Bebouwing en beeldkwaliteit – plaatsing van bouwwerken, bouwstijl, kleur- en materiaalgebruik. 3. Aanvullende criteria – specifieke aandachtspunten bovenop de algemene criteria.

38

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

De onderscheiden deelgebieden zijn (zie ook paragraaf 5.1 en Bijlage A – Deelgebiedenkaart gemeente Putten): 1. Historische kern 2. Stationsstraat 3. Postweg/Drieseweg 4. Noord 5. Zuidoost 6. Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng 7. De oostzijde van de bosrand en het daarachter gelegen gebied 8. West 9. Halvinkhuizen 10. Sprielderweg 11. Bedrijventerreinen 11.1 Keizerswoert 11.2 Ambachtstraat 11.3 De Hoge Eng 12. Voorzieningen

5-11 Deelgebiedenkaart kern Putten

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

39

5.3.1

Historische kern

Gebiedsbeschrijving De historische kern van Putten bevindt zich binnen de contouren van de Brinkstraat, Dorpsstraat, Engweg en Voorthuizerstraat. Het gebied is ontstaan rond het historische kruispunt van de Achterstraat, Dorpsstraat, Molenweg, Bakkerstraat en Garderenseweg, waar zich het huidige winkel- en centrumgebied heeft ontwikkeld.

5-12 Deelgebied historische kern

Het centrum vervult een gemengde functie: hier zijn winkels, horeca, dienstverlening, kantoren en enkele bedrijven geconcentreerd. Aan de randen neemt het aandeel van de woonfunctie toe. De bebouwingsdichtheid is relatief hoog, met in sommige delen zelfs volledig bebouwde achterterreinen. In enkele binnenterreinen is de openheid nog bewaard gebleven. Op verschillende plekken zijn open ruimten of verouderde panden ingevuld met nieuwbouw, wat heeft geleid tot een grote variatie in bouwperiodes en stijlen. De meeste bebouwing staat direct aan de straat in één doorgaande rooilijn, wat het gebied een steenachtig en stedelijk karakter geeft. Alle panden zijn op de openbare ruimte georiënteerd en staan dicht opeen, vaak zonder voortuinen. De hoogtes variëren, evenals perceel- en gevelbreedtes, wat bijdraagt aan een levendig dorpscentrumbeeld.

40

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

De hoofdgebouwen bevinden zich vrijwel altijd aan de straatzijde, met aanbouwen en bijgebouwen aan de achterzijde. Door de organische groei is er geen eenduidige kaprichting. Een groot deel van de winkelpanden aan de Dorpsstraat heeft een luifel of markante pui-indeling, waarbij boven- en onderpui visueel worden gescheiden. Binnen de historische kern bevinden zich meerdere gemeentelijke en rijksmonumenten, evenals karakteristieke panden die bijdragen aan het cultuurhistorische beeld. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De bebouwing bestaat overwegend uit baksteen in aardtinten, veelal bruinrood, met incidenteel wit pleisterwerk. Daken zijn doorgaans gedekt met donkere keramische pannen. Door de organische ontwikkeling en latere vernieuwingen is er geen uniforme detaillering; historische panden staan naast moderne invullingen. Bij oudere bebouwing komen karakteristieke elementen voor zoals kroonlijsten, geprofileerde plinten, houten kozijnen en verticale gevelopdelingen. In de winkelstraten scheiden luifels vaak het winkelgedeelte van de bovengelegen verdiepingen. Kleur- en materiaalgebruik varieert, maar traditionele aardkleuren en ingetogen tinten overheersen. Felle, sterk contrasterende kleuren komen weinig voor en worden als verstorend ervaren. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De historische kern is van groot belang voor de identiteit van Putten.

De karakteristieke verschijningsvorm, samenhang en sfeer – opgebouwd in vele decennia – dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Het beleid is gericht op: ⋅

Behoud en versterking van de ruimtelijke karakteristiek en schaal, met oog voor de historische parcellering, open ruimten en doorzichten.

⋅

Kleinschaligheid en variatie als leidende principes bij nieuwbouw, met behoud van de individuele pandidentiteit.

⋅

Beperkte verdichting en schaalvergroting passend bij het dynamische karakter van de centrumfunctie, mits dit in harmonie is met de omgeving.

⋅

Terughoudendheid bij reclame, luifels, rolluiken en puien, die altijd ondergeschikt moeten blijven aan het architectonisch beeld.

⋅

Behoud van monumenten en beeldbepalende panden, in afstemming met het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Nieuwe bebouwing moet qua massa, kleur en materiaalgebruik aansluiten bij de historische context en het straatbeeld. Scherpe visuele contrasten worden vermeden.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

41

Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen ⋅

Het oorspronkelijke ruimtelijke karakter, gebaseerd op kleinschaligheid, diversiteit en historische ontwikkeling, blijft herkenbaar.

⋅

Het wisselende bebouwingsbeeld met herkenbare individuele panden wordt behouden.

Plaatsing ⋅

Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek en parcellering van de bestaande bebouwing.

⋅

Bebouwing blijft georiënteerd op de openbare ruimte.

⋅

Bedrijfsbebouwing bevindt zich in beginsel op het achtererf (historische deel aan de straatzijde).

⋅

Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing.

⋅

Zichtbare zijgevels worden als volwaardige voorgevels behandeld.

Massa en vorm ⋅

Massa en kapvorm sluiten aan op de belendende bebouwing.

⋅

Bouwhoogte wordt afgestemd op de omgeving; stedenbouwkundige accenten kunnen een extra bouwlaag rechtvaardigen.

⋅

Bij ensembles blijven toevoegingen ondergeschikt aan de hoofdstructuur en ritmiek.

⋅

Kapvormen sluiten aan op het karakter van het pand en de omgeving.

Gevels ⋅

Oorspronkelijke gevelopbouw, ornamentiek, maatvoering en ritmiek worden gerespecteerd.

⋅

Originele puien behouden; nieuwe puien passen bij schaal, maat en stijl van het pand.

⋅

Plinten in steenachtig materiaal; geen gesloten gevelvlakken op straatniveau.

⋅

Verticale geleding wordt als uitgangspunt genomen.

Detaillering, kleur en materiaalgebruik ⋅

Kleurgebruik ondersteunt de architectuur; aardtinten en donkere of rode dakpannen zijn passend.

42

⋅

Geen felle, dominante of sterk contrasterende kleuren.

⋅

Schoon metselwerk blijft onbeschilderd.

⋅

Traditionele materialen (baksteen, keramische pannen, hout) zijn uitgangspunt.

⋅

Geen toepassing van spiegelende, kunststof of volkern plaatmaterialen op gevels.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

Toetsingsniveau Voor de historische kern geldt een uitgebreide toets zoals beschreven in paragraaf 2.4. Vanwege de hoge cultuurhistorische waarde wordt zorgvuldig getoetst op zowel de algemene als de gebiedsgerichte criteria, met inachtneming van het erfgoedbeleid en relevante gemeentelijke kwaliteitskaders.

5-13 Toetsingsniveau deelgebied historische kern

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

43

5.3.2

Stationsstraat

Gebiedsbeschrijving De Stationsstraat, inclusief de bebouwing aan de Husselsesteeg, vormt één van de belangrijkste en meest beeldbepalende lintstructuren van Putten. Het lint heeft een organisch gegroeide structuur waarbij historische bebouwing, latere invullingen en vervangingsbouw elkaar afwisselen. Nieuwe toevoegingen hebben in de loop van de tijd geleid tot een zekere verdichting, met name richting het centrum. Naarmate de straat verder van het centrum af ligt, neemt de bebouwingsdichtheid af, worden de kavels groter en is er meer afstand tot de straat. Hierdoor is er in de buitenste delen van het lint meer ruimte voor voortuinen, erfbeplanting en groen, wat het straatbeeld een meer landschappelijk en open karakter geeft.

5-14 Deelgebied Stationsstraat

44

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

De bebouwing langs het lint is zeer gevarieerd en grotendeels individueel ontworpen, met verschillen in bouwstijlen, kapvormen en nokrichtingen. De woningen dichter bij het centrum staan meestal op smallere kavels met smallere voorgevels, terwijl de panden aan de randen van het lint breder en ruimer van opzet zijn. De meeste bebouwing bestaat uit één of twee lagen met kap. In het centrum staan bijgebouwen en aanbouwen vaak achter het hoofdgebouw; verder van het centrum komen zij vaker naast het hoofdgebouw voor. Achter het historische bebouwingslint, langs de Husselsesteeg, zijn in de loop der jaren vrijstaande woningen gebouwd op ruime kavels van uiteenlopende grootte. Deze woningen zijn in verschillende perioden gerealiseerd, wat heeft geleid tot een grote variatie in bouwstijlen. Alle woningen zijn georiënteerd op de Husselsesteeg, die onverhard is gebleven, wat bijdraagt aan het landelijke karakter. Naast woningen bevinden zich achter het lint ook enkele bedrijfsgebouwen, veelal groter van schaal dan de woningen. Hoewel zij functioneel op de Stationsstraat zijn gericht, liggen zij op grotere afstand van de straat en maken zij stedenbouwkundig geen direct deel uit van het lint. In de loop van de tijd zijn open plekken opgevuld en zijn panden vervangen of vernieuwd. De hoofdbebouwing heeft doorgaans een kap, maar er komen ook woningen zonder kap voor.

Bijgebouwen en aanbouwen zijn meestal ondergeschikt aan het hoofdvolume. Dakkapellen komen regelmatig voor, soms als onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp, maar vaak later toegevoegd. In die gevallen zijn ze bescheiden van schaal en zorgvuldig ingepast. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Door de gefaseerde ontwikkeling van het lint is er geen uniformiteit in detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Veel panden hebben een traditionele uitstraling, waarbij baksteen in donkere roodof bruintinten domineert. Historische panden bevatten vaak verfijnde details, zoals siermetselwerk, houten kozijnen en windveren in traditionele kleuren als donkergroen, wit en crème. Daken zijn doorgaans gedekt met donkere keramische pannen. Moderne invullingen sluiten in kleurgebruik meestal aan op het traditionele palet, maar kunnen qua kapvorm of gevelindeling afwijken van de historische bebouwing.

Nota ruimtelijke kwaliteit Putten 2025 – Uiterlijk en inpassing

45

Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De Stationsstraat heeft een duidelijke cultuurhistorische waarde: het is een herkenbare uitloper van de historische kern, waarbij de geleidelijke uitbreiding van Putten vanuit het centrum in de lintbebouwing is afleesbaar. De diversiteit in bebouwingstypen, variatie in nokrichting en kapvorm, en het grotendeels traditionele kleur- en materiaalgebruik geven het lint zijn karakter. De groene voortuinen en erfbeplanting in de buitenste delen versterken de landschappelijke uitstraling. Het beleid is gericht op: ⋅

Behoud en versterking van het karakteristieke lint met zijn afwisseling in bebouwing, groene elementen en erfstructuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16374964/1