Nota Risicomanagement
Tekst van het document
Nota Risicomanagement Uitgerekend recreatief Risico’s, weerstandsvermogen en kengetallen
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding ....................................................................................................................................3 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................3
1.2
Samenvatting beleidsregels .............................................................................................3
1.3
Leeswijzer ........................................................................................................................4
Risicomanagement ...................................................................................................................5 2.1
Risicobereidheid ..............................................................................................................5
2.2
Inventarisatie ....................................................................................................................6
2.3
Beheersing .......................................................................................................................8
2.4
Rapportage ......................................................................................................................9
Weerstandvermogen en kengetallen ......................................................................................11 3.1
Weerstandsvermogen ....................................................................................................12
3.2
Kengetallen ....................................................................................................................15
Bijlagen ..........................................................................................................................................18 Bijlage 1 Inventarisatie risico’s ...................................................................................................19 Bijlage 2 Toelichting kengetallen ................................................................................................23 Bijlage 3 Paragraaf Weerstandsvermogen (voorbeeld) .............................................................25
2 van 29
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Voor u ligt de nota Risicomanagement. We willen als gemeente risicobewust werken door op een gestructureerde wijze risico’s te inventariseren, te accepteren of te beheersen en te rapporteren. De voorliggende nota draagt hieraan bij door helderheid te verschaffen over de beleidsregels om risicobewust te kunnen werken. In de uitvoeringsagenda van het collegeprogramma ‘Samen doorgaan’ is aangegeven dat in 2023 de risico’s geëvalueerd gaan worden. Dit heeft in het voorjaar plaatsgevonden. Kernvragen hierbij waren: wat zijn de (financiële) gevolgen, wat vraagt dat van onze positie en welke normen en kaders zijn daarvoor? En hoe gaan we om met het beheer en beheersing van deze risico’s? Uit deze actualisatie zijn 24 risico’s gekwantificeerd. Deze zijn terug te vinden in de bijlage ‘Inventarisatie risico’s’. Een risico-inventarisatie is nooit volledig. We kunnen namelijk nooit alle risico’s in kaart brengen die zich in een bepaalde periode zouden kunnen voordoen. Wel draagt het risicomanagement bij aan de bewustwording van het werken met risico’s en het maken van bewuste keuzes. Daarnaast wordt er in deze nota ook aandacht besteed aan de verplichte onderdelen van de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ die onderdeel is van de begroting en de jaarstukken.
We stellen de kaders op voor de opzet en de inhoud van de paragraaf en gaan hierbij in op de presentatie van de risico’s, de berekeningen en normen voor het weerstandsvermogen en de kengetallen.
1.2 Samenvatting beleidsregels Middels deze nota worden de volgende beleidsregels vastgelegd. De toelichting hierop leest u in de genoemde hoofdstukken. Risicomanagement (hoofdstuk 2) Risicobereidheid (2.1) 1. Bij doelstellingen in de programmabegroting, beleidsnota`s, college- en raadsvoorstellen, waar risico`s aan vastzitten, wordt de risicobereidheid beschreven. Inventarisatie (2.2) 2. Bij de inventarisatie van risico`s wordt de volgende klassering voor kans en impact gehanteerd: Kans klassen
Financiële impact klassen
Overige impact klassen
1. Zeer klein (<1%)
1. Schade kleiner dan 75.000
1. Zeer klein
2. Klein (10%)
2. Schade van 75.000 tot 150.000
2. Klein
3. Matig (25%)
3. Schade van 150.000 tot 350.000
3. Matig
4. Groot (50%)
4. Schade van 350.000 tot 750.000
4. Groot
5. Zeer groot (>75%)
5. Schade groter dan 750.000
5. Zeer groot
3 van 29
Rapportage (2.4) 3. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de actuele top 10 financiële risico`s inclusief beheersmaatregelen gepresenteerd met, indien van toepassing, een toelichting op de wijzigingen. Weerstandsvermogen en kengetallen (hoofdstuk 3) Weerstandsvermogen (3.2) 4. De ratio van het weerstandsvermogen dient minimaal uit te komen op waarderingscijfer C (voldoende) volgens de waarderingstabel. Indien de ratio lager uitvalt dan C, wordt er een voorstel aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen. 5. De volgende onderdelen worden tot de weerstandscapaciteit worden gerekend: a. Algemene reserve (incidenteel) b. Vrij deel bestemmingsreserves (incidenteel) i. Reserve weerstandscapaciteit; ii. Reserve algemene buffer; iii. Reserve grondexploitatie; iv. Reserve Sociaal domein. c.
Onvoorzien (incidenteel)
d. Onbenutte budgettaire capaciteit (structureel) e. Onbenutte belastingcapaciteit (structureel) 6. Er wordt bij de presentatie van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen, onderscheid gemaakt in het incidentele en structurele deel. Kengetallen (3.3) 7. Er wordt een totaalcijfer berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. 8. Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. 9. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 8.
1.3 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken is een nadere uitwerking en onderbouwing opgenomen van de beleidsregels. In hoofdstuk 2 wordt het proces van risicomanagement beschreven, waarin duidelijk wordt hoe risico’s worden geïnventariseerd, afgewogen, beheerst en gerapporteerd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleid en de normen voor de beoordeling van het weerstandsvermogen en de kengetallen.
4 van 29
2. Risicomanagement Dit hoofdstuk gaat vooral in op de instrumentele kant van het risicomanagement. Dit gebeurt aan de hand van de processtappen binnen het risicomanagement (zie hieronder).
Monitoren en rapporteren (2.4)
Doelstellingen
Ja
Risico-inventarisatie (2.2) en bepalen risicobereidheid (2.1)
Beheersmaatregelen o.b.v. risicobereidheid (2.3)
Acceptabel ?
Nee
Stoppen of aanpassen doelstelling / risicobereidheid rapporteren (2.4)
2.1 Risicobereidheid Bij het nastreven van de gewenste maatschappelijke effecten kunnen risico`s aanwezig zijn. Daarom moet er nagedacht worden over welke bereidheid er is om risico te lopen. Dit wordt ook wel risicobereidheid genoemd. Deze risicobereidheid kan voor verschillende onderdelen, zoals per programma, doelstelling, project of proces worden bepaald. Het werkt kaderstellend om vooraf goed te weten welke bereidheid er is voor het nemen van risico`s bij de uitvoering van beleid. Bij het bepalen van de bereidheid kan er ook een (meetbare) grens worden gesteld waarbinnen de risico’s worden geaccepteerd. Dit wordt de risicotolerantie genoemd. De voordelen van het bepalen van de risicobereidheid vooraf: -
Gemeenschappelijk beeld creëren van de hoeveelheid risico de gemeente bereid is te nemen in het behalen van haar doelstellingen.
-
Leidraad bij het nemen van beslissingen omtrent risico en de inzet van schaarse middelen.
Beleidsregel Bij doelstellingen in de programmabegroting, beleidsnota`s, college- en raadsvoorstellen, waar risico`s aan vastzitten, wordt de risicobereidheid beschreven.
5 van 29
2.2 Inventarisatie 2.2.1 Definitie en soorten risico Wij definiëren een risico als een onzekere gebeurtenis die een (nadelig) effect1 heeft op het behalen van de doelstelling. Voorbeelden van doelstellingen: beleidsdoelstellingen in de programma`s bij de begroting; binnen de afgesproken budgetten blijven; realiseren van projecten; rechtmatig handelen bij de uitvoering van beleid; etc. Zonder een duidelijke doelstelling is het moeilijk om risico`s te bepalen. De meest voorkomende en herkenbare risico`s zijn de financiële risico`s. Daarnaast zijn er ook andere categorieën van risico`s te onderscheiden. In deze nota wordt met risico`s alle categorieën bedoeld, tenzij er expliciet wordt gesproken over financiële risico`s. Te onderscheiden categorieën risico`s: A. politiek/bestuurlijk/imago B. financieel/economisch C. juridisch/wettelijk D. technisch E. organisatorisch F. geografisch/ruimtelijk G. maatschappelijk Naast de verschillende risico-categorieën zijn risico`s ook in te delen in drie soorten: Te voorkomen risico`s, strategische risico`s en externe risico`s. Te voorkomen risico’s
Strategische risico’s
Externe risico’s
Voorbeelden: Fouten in (geautomatiseerde) processen, ongeautoriseerde toegang tot systemen, onrechtmatig handelen en fraude.
Omvangrijke projecten zoals Halvinkhuizen, Groevenbeek, sporthal en ontsluiting Halvinkhuizen.
Uitkering gemeentefonds, nieuwe wetgeving, economische en demografische ontwikkelingen, natuurrampen en epidemieën.
Kenmerken: Dit zijn risico’s die betrekking hebben op de interne processen van de gemeente en zijn sterk te beïnvloeden met maatregelen.
Dit zijn risico’s die afhankelijk zijn van de ambities c.q. gestelde doelen in de programmabegroting en bij projecten.
Dit zijn risico`s die van buiten de gemeente/organisatie komen en waar weinig grip op is vanuit de gemeente.
Bij deze risico’s dient de kans van optreden dan wel de mogelijke impact te worden verkleind. Bij deze risico’s dient een (terugkerende) dialoog te worden georganiseerd over de risicobereidheid en de gewenste maatregelen.
Monitoring van signalen, flexibiliteit van de organisatie vergroten, scenario analyses, voldoende reserve middelen.
Beheersing: Deze risico’s moeten proactief gemanaged worden door (het regelmatig) checken van processen via interne controles en regels rondom gedrag en besluitvorming.
1 Binnen de definitie die in deze nota gehanteerd wordt gaan we uit van risico`s waarbij er een negatief effect is op een
doelstelling. Een positief effect op de doelstelling is een kans, maar kan op dezelfde manier behandeld worden als een risico.
6 van 29
Hieronder wordt schematisch per soort risico weergegeven of de mate van impact en beïnvloedbaarheid van het risico laag of hoog is. Hieruit valt op te maken dat bij het opstellen van beleid rekening gehouden moet worden met de externe en strategische risico’s en dat bij de uitvoering door de organisatie de focus hoofdzakelijk ligt op strategische en te voorkomen risico`s.
2.2.2 Inventarisatie Het inventariseren van risico`s is geen exacte wetenschap. Het is ook geen doel op zich om alle risico`s die er zijn te inventariseren. Het belangrijkste is om de grootste risico`s in beeld te hebben en te accepteren of te beheersen. Een risico wordt beschreven aan de hand van de oorzaak, de gebeurtenis/risico en het gevolg. Nadat dit is beschreven kan de kans en impact worden bepaald. Als hulpmiddel wordt de kans en impact ingedeeld in klassen van 1 t/m 5 van zeer klein tot zeer groot. Beleidsregel Kans klassen
Financiële impact klassen
Overige impact klassen
1. Zeer klein (<1%)
1. Schade kleiner dan 75.000
1. Zeer klein
2. Klein (10%)
2. Schade van 75.000 tot 150.000
2. Klein
3. Matig (25%)
3. Schade van 150.000 tot 350.000
3. Matig
4. Groot (50%)
4. Schade van 350.000 tot 750.000
4. Groot
5. Zeer groot (>75%)
5. Schade groter dan 750.000
5. Zeer groot
Om de financiële impact te bepalen zijn de klassen ingedeeld op basis van bedragen. Voor de overige categorieën van risico`s, bijvoorbeeld imago of juridisch, geldt een algemenere indeling van zeer klein tot zeer groot. Bij de kans klassen kunnen de volgende referentiebeelden worden gehanteerd: Kans klasse
Referentiebeeld
1. Zeer klein (<1%)
< of 1x per 10 jaar
Risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen en op basis van
7 van 29
Kans klasse
Referentiebeeld ervaring ook minder dan 1x per 10 jaar voordoet. Voorbeeld: Epidemie
2. Klein (10%)
1x per 5 –10 jaar
Risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen en op basis van ervaring ongeveer 1x per 8 jaar voordoet. Voorbeeld: Economische recessie
3. Matig (25%)
1x per 2 –5 jaar
Risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen en op basis van ervaring ongeveer 1x per 4 jaar voordoet. Voorbeeld: Grote brand
4. Groot (50%)
1x per 1 –2 jaar
Risico’s die nog beide kanten op kunnen. Het kan zijn dat ze zich komend jaar voordoen, het kan ook zijn van niet. Voorbeeld: Hevige wateroverlast
5. Zeer groot
1x per jaar of >
(>75%)
Risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich voor zullen doen in het komende jaar. Voorbeeld: Lagere inkomsten uit gemeentefonds in tijden van landelijke bezuinigingen.
Op basis van deze indeling kan een risicoscore worden bepaald door de klassen van kans en impact te vermenigvuldigen. Voorbeeld: kans klasse is 4 en de impact klasse is 3, dan is de risicoscore 4 x 3 = 12. Met behulp van de risicoscore kunnen risico’s worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk welke risico’s de grootste invloed kunnen hebben op het realiseren van de doelstellingen:
2.3 Beheersing Na de inventarisatie van de risico`s kan worden bepaald of en hoe het risico beheerst wordt en of het nodig is om beheersmaatregelen te treffen. Dit is een maatregel die de kans van het optreden of de gevolgen van het optreden van een risico verkleint. Ook is hierbij van belang dat de maatregelen proportioneel zijn. Dit houdt in dat de kosten van de maatregel in verhouding staan tot de vermindering van de kans of de gevolgen en dat er niet onnodig veel maatregelen voor één risico genomen worden. Er zijn vier mogelijkheden om te bepalen wat er met het risico moet gebeuren:
8 van 29
1.
Accepteren: Een risico kan acceptabel zijn zonder beheersmaatregelen. Hierbij kan het zijn dat de kans en/of impact van het risico wel groot is.
2.
Reduceren: De risico’s worden beheerst met als doel de kans op voorkomen van een risico of de impact ervan te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door processen aan te passen.
3.
Verleggen: Men kan het risico verzekeren, uitbesteden of contracten sluiten.
4.
Vermijden: Dit kan door het stoppen van een activiteit of door de doelstelling te veranderen.
Het kan voorkomen dat een risico niet op het gewenste niveau beheerst kan worden, omdat er onvoldoende maatregelen mogelijk zijn. De kosten voor de maatregelen zijn bijvoorbeeld veel te hoog of de gemeente heeft te weinig invloed op de beheersing. In dat geval moet er worden aangegeven of het optie is om te stoppen met de activiteit of dat er opnieuw gekeken wordt naar de oorspronkelijke doelstelling. Door deze aan te passen zijn de risico`s en/of de beheersmaatregelen mogelijk wel acceptabel.
2.4 Rapportage 2.4.1 Planning en Control cyclus Met de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarstukken worden de grootste financiële risico’s periodiek in beeld gebracht. Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat we maatschappelijke effecten willen bereiken, hierbij een bepaalde risicobereidheid past en er financiële risico`s overblijven waarna we weten hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn. Het sturen op risico`s is een verantwoordelijkheid die bij het college ligt. Het gaat om het tijdig onderkennen van risico’s en vervolgens de onderkende risico’s te beheersen. Dit betekent dat het van belang is dat naast de stand van zaken ook de ontwikkeling terugkomt in de verschillende producten van de P&C-cyclus en onderdeel uitmaakt van alle besluitvorming (voor zover relevant). De conclusie van alle risico’s zijn op hoofdlijnen terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. In bijlage 3 vindt u een voorbeeld format van de paragraaf Weerstandsvermogen (op basis van de cijfers van de Begroting 2023) zoals deze na vaststelling van de nota zal worden opgenomen in de Begroting 2024.
Daarnaast wordt er in enkele andere paragrafen nog expliciet aandacht besteed aan de specifieke risico’s (grondbeleid, verbonden partijen). De risico’s worden per onderdeel in de betreffende paragraaf genoemd. Om een goed beeld te kunnen vormen van de top 10 risico’s zouden wij het volgende willen voorstellen, namelijk: Beleidsregel In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de actuele top 10 financiële risico`s inclusief beheersmaatregelen gepresenteerd met, indien van toepassing, een toelichting op de wijzigingen.
9 van 29
Over de risico`s wordt bij zowel de begroting als de jaarstukken een zo actueel mogelijk beeld gepresenteerd. Dit betekent dat er niet alleen vooruit wordt gekeken (begroting) of achteruit (jaarstukken), maar dat het een momentopname is en er zowel wordt gerapporteerd over wat er is gebeurd als wat we nog verwachten. We zijn wettelijk verplicht een beeld te geven over de risico`s en of we die financieel kunnen dragen. In tussentijdse rapportages en de kadernota wordt niet uitgebreid gerapporteerd over risico`s. Bij de kadernota is het wel van belang om ver vooruit te kunnen kijken en te weten welke risico`s zich mogelijk gaan voordoen en waar we rekening mee moeten gaan houden. Een voorbeeld hiervan is het veranderende klimaat, demografische ontwikkelingen en aankomende wetgeving.
10 van 29
3. Weerstandvermogen en kengetallen In dit hoofdstuk wordt er verder ingegaan op de voorgeschreven onderdelen van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit zijn met name wettelijk bepaalde onderdelen, maar ook enkele door de gemeente zelf vast te stellen normen en berekeningswijze. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is een vast onderdeel bij de begroting en jaarstukken. In de paragraaf is het verplicht (BBV art.11 lid 2) om een beeld te geven van de beschikbare weerstandscapaciteit, de gekwantificeerde financiële risico`s (benodigde weerstandscapaciteit) en het beleid. Het beleid richt zich met name op de wijze van berekening en beoordeling van beide onderdelen en de beoordeling van de verhouding. Deze verhouding wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Daarnaast is het voorgeschreven om kengetallen op te nemen en hier een beoordeling over te geven. Minimaal twee keer per jaar, bij de begrotingsbehandeling en bij de vaststelling van de jaarrekening, heeft de raad vanuit haar controlerende taak, aandacht voor de (ontwikkeling) van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is te beoordelen op basis van een aantal indicatoren. De belangrijkste zijn het meerjarig overzicht van baten en lasten en de balans, waarbij het realiseren van structureel en reëel evenwicht het primaire doel is (sluitende begroting).
Daarnaast zijn ook de kengetallen en het weerstandsvermogen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing belangrijke graadmeters voor de beoordeling van de financiële positie.
11 van 29
3.1 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen dat voldoende dekking geeft voor de risico’s zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen (BBV art. 11 lid 1): a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De relatie/ratio wordt bepaald door de berekende beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de berekende benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico`s). De meeste gemeenten, waaronder ook Putten, hanteren onderstaande waarderingstabel om een oordeel te kunnen geven over de ratio. Wanneer de ratio minder is dan 1 (C), dan zijn er theoretisch niet genoeg middelen beschikbaar om de risico`s af te dekken. Waarderingscijfer
Ratio weerstandvermogen
Betekenis
A
>2.0
Uitstekend
B
1.4-2.0
Ruim voldoende
C
1.0-1.4
Voldoende
D
0.8-1.0
Matig
E
0.6-0.8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Waarderingstabel weerstandsvermogen (Universiteit Twente)
Indien de ratio lager uitvalt dan C, dan dient er een voorstel te volgen voor het vergroten van de beschikbare weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld aanvullen van reserves) en/of het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld het niet aangaan van risico`s door activiteiten te stoppen). Beleidsregel De ratio van het weerstandsvermogen dient minimaal uit te komen op waarderingscijfer C (voldoende) volgens de waarderingstabel. Indien de ratio lager uitvalt dan C, wordt er een voorstel aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen.
12 van 29
3.1.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid kan worden gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Dit is wenselijk, omdat je een risico met structurele gevolgen niet structureel mag dekken met een reserve en anderzijds voor een incidenteel risico niet bijvoorbeeld het OZB-tarief wil verhogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten, deze worden hierna afzonderlijk toegelicht. Componenten
Incidenteel
Algemene reserve
X
Vrij deel bestemmingsreserves
X
Onvoorzien
X
Structureel
Onbenutte budgettaire capaciteit
X
Onbenutte belastingcapaciteit
X
Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van het bestaande beleid. Algemene reserve De algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen. Deze reserve is gevormd uit overschotten uit de exploitatie en is in principe vrij aanwendbaar. De algemene reserve is een buffer die kan worden ingezet om incidentele en niet voorziene financiële tegenvallers en risico’s op te vangen. Vrij deel bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in principe niet vrij inzetbaar bij tegenvallers omdat deze voor een specifiek doel - en daarmee niet vrij aanwendbaar - in het leven geroepen zijn. Binnen de gemeente Putten nemen we de bestemmingsreserves met een bufferfunctie mee bij het berekenen van de weerstandscapaciteit. Daarnaast kennen we reserves met een egalisatiefunctie; deze reserves zijn bedoeld om de risico´s voor specifieke activiteiten op te vangen. Omdat deze risico´s ook onderdeel zijn van de risico-inventarisatie en tegenvallers op deze activiteiten gedekt dienen te worden door de reserves, nemen we deze reserves ook mee in de bepaling van de weerstands-capaciteit. Dit betreffen de reserves grondexploitatie en sociaal domein. Op basis hiervan maken de volgende reserves onderdeel uit van de weerstandscapaciteit: -
Reserve weerstandscapaciteit
-
Reserve algemene buffer
-
Reserve grondexploitatie
-
Reserve Sociaal domein
Stille reserves
13 van 29
Stille reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen, welke niet in de balans tot uitdrukking komen. Het gaat hierbij om bezittingen die geen boekwaarde hebben maar wel een marktwaarde, of waarvan de boekwaarde lager is dan de marktwaarde (gebouwen, gronden enz.). Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de huidige stille reserves niet op korte termijn materieel te maken zijn (opbrengsten uit verkoop). Daarnaast geldt dat de opbrengsten van de verkoop in de algemene reserve of andere reserves worden gestort. De stille reserves worden daarom ook niet afzonderlijk als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit beschouwd. Stelpost onvoorzien Er is een vast jaarlijks bedrag opgenomen in de meerjarenbegroting voor onvoorziene, onvermijdelijk en onuitstelbare uitgaven. Dit bedrag kan incidenteel worden ingezet. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit wordt gevormd door de middelen die permanent kunnen worden ingezet om (mogelijke) tegenvallers in de lopende exploitatie te dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Onbenutte budgettaire capaciteit De meerjarenbegroting moet in evenwicht zijn. Een groot deel van de uitgaven en inkomsten liggen vast, deels vanwege wettelijke taken, deels omdat er reeds financiële verplichtingen zijn aangegaan.
Als de meerjarenbegroting sluit met een positief saldo is er sprake van begrotingsruimte (= onbenutte budgettaire capaciteit). Deze kan structureel worden ingezet voor financiële tegenvallers. Onbenutte belastingcapaciteit Voor het berekenen van de onbenutte belastingcapaciteit kan worden gekeken naar de drie belangrijkste inkomsten van de gemeente te weten: OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten. De Financiële-verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Omdat de afvalstoffenheffing en rioolheffing maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot artikel 12 Fvw gerekend te worden. Beleidsregel De volgende onderdelen worden tot de weerstandscapaciteit worden gerekend: Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
Onbenutte budgettaire capaciteit
Vrij deel bestemmingsreserves
Onbenutte belastingcapaciteit
Onvoorzien Beleidsregel Er wordt bij de presentatie van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen, onderscheid gemaakt in het incidentele en structurele deel.
14 van 29
3.2 Kengetallen Hier wordt toegelicht welke methode we hanteren voor het beoordelen van de wettelijk verplichte kengetallen en de samenhang van de kengetallen. De beoordeling van de vijf individuele kengetallen en hun samenhang moet worden beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarstukken (BBV art. 11 lid 2).
3.2.1 Toelichting kengetallen
Kengetallen, Bron: Commissie BBV Notitie meerjarig financieel inzicht BBV september 2020
15 van 29
De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren. Zoals hierboven weergegeven zijn er vijf wettelijk verplichte kengetallen: -
Netto (gecorrigeerde) schuldquote
-
Solvabiliteitsratio
-
Grondexploitatie
-
Structurele exploitatieruimte
-
Belastingcapaciteit
Het kader voor de beoordeling van de kengetallen wordt vormgegeven door het vaststellen van een rekenmethode voor een totaalcijfer voor de kengetallen tezamen en streefwaarden voor het totaalcijfer en per kengetal. Door dit kader kan de financiële positie gemakkelijker beoordeeld en vergeleken worden met andere gemeenten. Voor een uitgebreide toelichting op de kengetallen wordt er verwezen naar bijlage 2.
3.2.2 Methode beoordeling kengetallen De berekening van de kengetallen zelf is wettelijk vastgelegd. Bij de invoering van de kengetallen is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Het is aan gemeenten zelf om ervoor te kiezen de kengetallen te normeren. Door onze toezichthouder, de provincie, worden de kengetallen beoordeeld op basis van 3 (risico) categorieën: Minst risicovol, Neutraal of Meest risicovol (Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020)). BDO Benchmark Nederlandse gemeenten Om een gefundeerd oordeel te vormen over de samenhang van alle kengetallen heeft accountantskantoor BDO in 2018 een methodiek gepresenteerd. Zij borduren voort op de (risico)categorieën die de provincies hanteren. In onderstaande tabel wordt de methode weergegeven. Door de punten per kengetal uit de bijbehorende categorie bij elkaar op te tellen ontstaat een totaalcijfer. Een gemeente behaalt 10 punten indien alle kengetallen van deze gemeente vallen binnen de categorie ‘Minst risicovol’. Gemeenten die alle kengetallen scoren in de categorie ‘Meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van een 3,2. Kengetal
Minst risicovol (A) % Punten
Neutraal (B) % Punten
Meest risicovol (C) % Punten
Netto (gecorrigeerde) schuldquote
< 90
3,0
90-130
2,0
>130
1,0
Solvabiliteitsratio
> 50
4,0
20-50
2,7
<20
1,3
Grondexploitatie
< 20
1,5
20-35
1,0
>35
0,5
Structurele exploitatieruimte
>0
1,0
0
0,6
<0
0,3
Belastingcapaciteit
< 95
0,5
95-105
0,3
>105
0,1
Totaal
10
16 van 29
6,6
3,2
Afhankelijk van de categorie en het kengetal worden er punten toegekend om een totaalcijfer te berekenen. Het voordeel hiervan is dat: -
er een totaal oordeel wordt gegeven over de financiële positie van de gemeente in vergelijking met voorgaande en komende jaren;
-
de financiële positie van de gemeente Putten kan worden vergeleken met alle andere gemeenten.
Beleidsregel Er wordt een totaalcijfer berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. Uitkomsten BDO Benchmark Gemeente Putten 2018-2021 De BDO-Benchmark Nederlandse gemeenten is in 2023 voor de vijfde keer verschenen. Onze gemeente scoort zowel qua rapportcijfer (10) als positie binnen de gemeenten < 25.000 inwoners (4e plaats) goed.
Bron: https://insights.bdo.nl/benchmark-gemeenten-23-ps-dzb-bm-gem-lo/analysetool Streefwaarde Er wordt voorgesteld om voor de kengetallen niet een exacte waarde te laten gelden als norm, maar een categorie als streefwaarde. De categorieën zijn gebaseerd op de indeling die de provincie hanteert bij het toezicht en daarmee ook aansluit om de methodiek van BDO (Minst risicovol (A), Neutraal (B) of Meest risicovol (C)). Voor het totaalcijfer willen we als streefwaarde een 8 hanteren. Als het cijfer in enig jaar daaronder uitkomt, dan wordt in de P&C-cyclus toegelicht hoe en wanneer we weer uitkomen op minimaal een 8. Beleidsregel Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 8.
17 van 29
Bijlagen 1. Inventarisatie risico’s 2. Toelichting kengetallen betekenis 3. Voorbeeld paragraaf Weerstandsvermogen
18 van 29
Bijlage 1 Inventarisatie risico’s Nr
Risico
Toelichting
Kans Groot
Bruto financieel risico
Financieel gevolg na weging
Zeer groot Periodieke analyse ontwikkelingen in MPG. Dekking (gedeeltelijk) reserve grondexploitatie.
7.350
3.675
I
20
Impact
Beheersmaatregel
I/S Risico score
1 Grondexploitatie
Onvoorziene negatieve resultaten uit vastgoed en grondtransacties.
2 Algemene uitkering daalt
Onzekerheid inkomsten Algemene uitkering vanuit Groot het Rijk vanaf 2026 als gevolg van aanpassing financieringssystematiek. Op het moment dat dit niet gecompenseerd wordt door het Rijk, zal de gemeente maatregelen moeten nemen om een sluitende begroting te kunnen presenteren vanaf 2026.
Zeer groot Sluitende begroting presenteren, mogelijk maatregelen nemen in kosten e/o opbrengsten.
3.000
1.500
S
20
3 Investeringsprojecten
Een toename aan investeringsprojecten geeft een Groot (hoger) risicoprofiel voor de gemeente. Projectrisico's: projecten kennen risico's op financiële en beheersingskant: - uit de tijd: projecten duren langer dan gepland. - ambities worden niet gehaald. - grondstoffen(schaarste) - financiële risico's: budgetoverschrijdingen - maatschappelijke onrust, zowel lokaal als landelijk
Zeer groot Voor materiele projecten wordt een eigen risicoanalyse gemaakt en wordt daarop gemonitord. Binnen het organisatieonderdeel OPP besteden we specifiek aandacht aan de projectbeheersing: planning en financiële prognose. Over de invulling hiervan vindt afstemming plaats met Financiën.
1.188
594
I
20
4 Huisvesting doelgroepen
Sociale huisvesting onder druk: huisvesting voor diverse doelgroepen worden niet gerealiseerd (sociale woningbouw, vluchtelingenopvang). Risico dat niet wordt voldaan aan de volkshuisvestingsopgave.
Groot
Zeer groot Woonvisie Planninglijst woningbouw
1.000
500
I
20
5 Uitgezette en gegarandeerde - Risico op afwaardering financiële vaste activa als geldleningen gevolg van het niet na kunnen komen van de verplichtingen. - De gemeente staat garant voor Woningbouwverenigingen en het Bosbad. Het risico bestaat dat de garantstelling geactiveerd wordt, omdat de betreffende partijen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen.
Klein
Zeer groot Toetsing bij verstrekking Onderpand (bij hypotheken)
4.046
405
I
10
19 van 29
Nr
Risico
Toelichting
Kans
Impact
Beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Financieel gevolg na weging
I/S Risico score
6 Zorgfraude
Risico bestaat dat zorgaanbieders fraude plegen met Matig zorg(levering). Het risico voor de gemeente bestaat eruit dat betalingen worden gedaan aan deze Zorgaanbieders. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor de zorg aan inwoners.
Zeer groot Toezichthouder M&O beleid
1.125
281
I
15
7 Vergrijzing en krapte arbeidsmarkt (intern)
Personeel: krapte op de arbeidsmarkt, in combinatie Groot met een vergrijzende bevolking, geeft een risico voor de bezetting in de organisatie. Risico bestaat dat de gemeente de functies niet bezet krijgt.
Groot
Loongebouw aantrekkelijk maken / houden. Werving en selectie.
500
250
I
16
8 Stikstofnormen
Stikstof: risico dat ontwikkeling woningbouw Groot stagneert vanwege wet- en regelgeving. Dit geeft een risico voor projectontwikkeling door de gemeente.
Groot
Het kennisniveau over de ontwikkelingen rond stikstof wordt op peil gehouden met gebruik van externe deskundigen. Lokaal kijken we of voor projecten intern kunnen salderen en stikstofruimte over kunnen kopen van agrariërs.
467
233
I
16
9 Toename regelingen Rijk
Toename regelingen Rijk: vanuit het Rijk worden Zeer groot Matig meer taken bij de gemeente belegd middels financiering vanuit een SPUK, met extra taken voor de gemeente en verantwoording. Dit geeft druk op de personeelsbezetting, omdat gemeenten (tijdelijk) personeel nodig hebben om de regeling uit te voeren.
Reserve knelpunten personeel
200
150
S
15
10 Inflatie
Inflatie: risico op hogere kosten voor inkoop (incl. projecten en investeringen) en subsidies, maar ook sociaal domein, welke niet worden gecompenseerd door opbrengsten.
Groot
Matig
Verwerken in begroting, monitoren in kwartaal- en halfjaarrapportage.
287
143
S
12
11 Electriciteitsnetwerk is onvoldoende berekend op nieuwe taken
Energietransitie geeft een hoger risico voor Matig netwerken: risico bestaat dat het elektriciteitsnetwerk de ontwikkelingen met betrekking tot de energietransitie niet aankan. Dit geeft een risico op woningbouwontwikkeling en ontwikkelingen bedrijventerreinen binnen de gemeente.
Groot
- de druk op het energienetwerk neemt toe. In Halvinkhuizen onderzoeken we of we centraal een energiesysteem kunnen realiseren
500
125
I
12
20 van 29
Nr
Risico
Toelichting
Kans
Impact
Beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Financieel gevolg na weging
I/S Risico score
2 Verbonden partijen
Verbonden partijen: (on)beheersbaarheid van kosten Matig van verbonden partijen: Onvoldoende (financiële) grip op verbonden partijen. Toenemende begrotingen van samenwerkingsverbanden e.o. regionale samenwerking (SNV, ODNV, VNOG, BLNP) waarop wij als gemeente beperkte invloed hebben. Dit risico bestaat zowel financieel als beleidsmatig (beperking beleidsvrijheid).
Matig
Regiefunctionaris Nota verbonden partijen
285
71
I
9
13 Meer ambitie dan middelen
Meer ambitie dan middelen: de ambitie vanuit de Matig politiek vraagt meer middelen dan beschikbaar is. Dit geeft zowel financieel een risico, als ook een risico dat het ambtelijk apparaat overbelast wordt.
Matig
Collegeprogramma: in het collegeprogramma worden de plannen financieel vertaald.
250
63
I
9
14 Vergrijzing en krapte arbeidsmarkt (extern)
Krapte op arbeidsmarkt, waardoor gecontracteerde Matig partijen niet aan de opgave resp. de contractafspraken kunnen voldoen. Dit geeft voor de gemeente zowel kwalitatief als voor de continuïteit een risico: kan je de opgave wel realiseren
Matig
Planning Prioritering
250
63
I
9
15 Aanbestedingsrisico
Risico op onrechtmatige aanbestedingen, met Matig mogelijk gevolgen voor de controleverklaring bij de jaarrekening. Daarnaast mogelijk een claimrisico van marktpartijen bij een onrechtmatige aanbesteding.
Matig
Het risico wordt gemitigeerd door een samenspel van maatregelen: inkoopkalender procedures beschreven op het inkoopplein periodieke analyse inkoopvolume door VIC en inkoopadviseur.
215
54
I
9
16 Onvoldoende sturing op managementinformatie
Onvoldoende sturing op managementinformatie over Matig voortgang beleid, budgetten en projecten i.c.m. beperkte formatie op financieel beleid / financiële control
Matig
P&C cyclus Kwartaalrapportages FPP OPP Dashboard (2023)
200
50
I
9
17 Informatieveiligheid
Informatieveiligheid valt uiteen in de volgende subrisico's: WOO: met de invoering van de WOO bestaat het risico dat de organisatie gevoelige / vertrouwelijke informatie openbaar maakt. Datalek: risico bestaat dat een datalek plaatsvindt, waardoor gevoelige / betrouwbare informatie openbaar wordt gemaakt.
Matig
Continuiteitsplan
200
50
I
9
Matig
21 van 29
Nr
Risico
Toelichting
Kans
Impact
Beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Financieel gevolg na weging
I/S Risico score
18 Uitval systemen
Uitval kritieke systemen door diverse in- en externe oorzaken (storm, overstroming, blackout, brand), waaronder uitval van elektriciteit, maar ook ICT (afhankelijkheid van cloudtoepassingen).
Klein
Groot
Continuiteitsplan
466
47
I
8
19 De gemeente wordt geconfronteerd met een grootschalige crisis voor de bedrijfsvoering
Risico dat de organisatie geconfronteerd wordt met een grootschalige crisis door externe oorzaken, waaronder gezondheidscrisis, oorlog en terrorisme, waardoor mogelijk personeel uitvalt e/o de organisatie stilvalt
Klein
Groot
Continuiteitsplan
355
35
I
8
20 Social media
Mogelijk onvoldoende sturing op online platforms (social media), wat een risico op escalatie / overlast kan geven.
Klein
Matig
De servicebalie monitort de berichtgeving op social media op werkdagen. Bijzonderheden worden gecommuniceerd naar Communicatie.
250
25
I
6
21 Claimcultuur neemt toe
Risico op juridische procedures, mede doordat Klein burgers mondiger zijn in combinatie met meer informatie beschikbaar is. Dit kan mogelijk ontstaan doordat de gemeente besluiten neemt die juridisch onjuist zijn, met tijdrovende procedures en claims tot gevolg.
Matig
-
250
25
I
6
22 AO/IC
Risico op fraude bij falende AO/IC. Bijvoorbeeld: Klein betalingen, inkoop en samenspanning met bevriende aannemers, etc.
Matig
Frauderisicoanalyse M&O beleid VIC Accountantscontrole
200
20
I
6
23 Subsidies ondoelmatig
Risico dat subsidies onvoldoende bijdragen aan Klein realiseren van beleidsdoelstellingen, waardoor sprake van ondoelmatige verstrekking. Het risico valt uiteen in een beleidsmatig (beleid wordt niet gerealiseerd) en financieel risico (ondoelmatige uitgaven).
Matig
Proces subsidieverstrekking: subsidieprogramma vastlegging toets aan beleidsdoelstelling wordt gevraagd in een checklist uitwerken subsidies in regelingen
181
18
I
6
24 Waterleidingnetwerken onvoldoende berekend op nieuwe taken
Een toenemende druk op het waterleidingnetwerk geeft een risico: door beperking van de capaciteit kunnen nieuwe projecten mogelijk niet meer aangesloten worden op het leidingnetwerk.
Zeer klein We overleggen vroegtijdig bij ruimtelijke projectinitiatieven met Vitens. In regulier overleg met Vitens proberen we een beeld te krijgen van de waterstress.
50
5
I
2
Klein
22 van 29
Bijlage 2 Toelichting kengetallen Netto (gecorrigeerde) schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Er wordt nog onderscheid gemaakt in de netto schuldquote en de netto gecorrigeerde schuldquote. In het tweede geval wordt er gecorrigeerd voor leningen die wij doorlenen. In deze nota wordt er verder voor de streefwaarden geen onderscheid gemaakt in de twee soorten. Mede omdat er in de uitkomsten van de berekeningen weinig verschil zit. Hoe kunnen we deze ratio beïnvloeden? De vaste schuld is de grootste factor in deze ratio. De batenkant laat zich minder makkelijk beïnvloeden. Om de ratio te verlagen zal dus de schuldenlast moeten afnemen. Minder (niet duurzame) investeringen leidt tot minder leningen (schulden) en verlaagt derhalve de ratio. -
Een manier om dit te realiseren is het instellen van een kapitaallastenplafond (of investeringplafond), waarbij op basis van criteria een maximum wordt gesteld aan het investeringsvolume;
-
Beoordelen van voorgenomen investeringen op duurzaamheid en realisme in uitvoering en ambities.
Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Hoe kunnen we deze ratio beïnvloeden? De balansomvang wordt bepaald door, met name, de materiële vaste activa (MVA, zoals gebouwen, inrichting openbare ruimte e.d.). Daarnaast gaat het om de verhouding van de financiering van die MVA door eigen vermogen dan wel vreemd vermogen (leningen bij banken). De hoogte van de balansomvang hangt bijna volledig samen met het investeringsvolume. Minder (niet duurzame) investeringen leidt tot een lager balanstotaal en verlaagt derhalve de ratio. -
Een manier om dit te realiseren is het instellen van een kapitaallastenplafond (of investeringplafond), waarbij op basis van criteria een maximum wordt gesteld aan het investeringsvolume;
-
Beoordelen van voorgenomen investeringen op duurzaamheid en realisme in uitvoering en ambities.
23 van 29
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter. Hoe kunnen we deze ratio beïnvloeden? Deze ratio kan, naast eerdergenoemde verhoging van de baten, positief worden beïnvloed door het verlagen van de grondpositie. De grondpositie kan worden verlaagd door verkoop van grond. Structurele exploitatieruimte Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn.
Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat het uitgangspunt wettelijk is dat er een structureel evenwicht moet zijn tussen structurele baten en lasten. Hierop toetst de provincie als toezichthouder. Hoe kunnen we deze ratio beïnvloeden? Deze ratio kan positief worden beïnvloed door de structurele lasten te verlagen en/of de structurele baten te verhogen. -
Het verlagen van de structurele lasten kan door het naar beneden bijstellen van ambities, heroverweging van taken e.d.
-
Bij het verhogen van structurele opbrengsten kan worden gedacht aan het verhogen van leges, tarieven (mits deze nog niet kostendekkend zijn) en belastingen.
Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Om te kunnen bepalen of de gemeente nog ruimte heeft om de belastingen te verhogen is het nodig om na te gaan in hoeverre de riool- en afvalstoffenheffingen kostendekkend zijn en hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Hoe kunnen we deze ratio beïnvloeden?
24 van 29
De ratio kan positief worden beïnvloed door de heffingen en/of het OZB-tarief te verlagen. Hiermee staat dit op gespannen voet met de beïnvloeding van de andere ratio’s.
25 van 29
Bijlage 3 Paragraaf Weerstandsvermogen (voorbeeld) Inleiding Deze paragraaf heeft als doel het inzicht geven in het beleid van de gemeente met betrekking tot risico`s, het totaal aan financiële risico`s afzetten tegen de beschikbare middelen en inzicht en beoordeling van de financiële positie aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe Nota Risicomanagement zijn er een aantal verbeteringen doorgevoerd in deze paragraaf. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico`s, weerstandscapaciteit en worden bij de top 10 van financiële risico`s beheersmaatregelen genoemd.
Kaderstelling -
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
-
Nota Risicomanagement
Weerstandsvermogen
let op: cijfers Begroting 2023!
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2023 is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 1 januari
Incidenteel 2023
Structureel 2023
2024
2025
2026
6.516
Vrij deel bestemmingsreserves: - reserve weerstandscapaciteit
5.845
- reserve algemene buffer
19.000
- reserve grondexploitatie
6.620
- reserve Sociaal domein
4.122
Stelpost onvoorzien
73
Totaal incidenteel
42.176
Onbenutte budgettaire capaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Totaal structureel
-
2.699
4.251
4.723
2.393
2.437
2.437
2.437
2.437
5.136
6.688
7.160
4.830
Bedragen * € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, hebben we een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voordoet (waarschijnlijkheid) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. Daarbij zijn de criteria gehanteerd zoals uitgewerkt in de Nota Risicomanagement. Hoe hoger de waarschijnlijkheid dat risico’s zich voordoen en hoe groter de impact hiervan is, hoe meer aandacht de risico’s verdienen. De uitkomst van de risico-inventarisatie is samengevat in onderstaande tabel:
26 van 29
Kans
1. Zeer klein 2. Klein (< 1%) (10%)
3. Matig (25%)
4. Groot (50%)
5. Zeer groot (> 750K)
1
1
4
4. Groot (375-750K)
2
1
2
3. Matig (150-375K)
4
6
1
Impact
5. Zeer groot (> 75%)
1
2. Klein (75-150K) 1. Zeer klein (< 75K)
1
Van de in totaal 24 risico’s is de top 10 hieronder weergegeven. Top 10 financiële risico’s In onderstaande tabel zijn tien risico’s gepresenteerd, die de hoogste bijdrage hebben aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de laatste kolom is aangegeven of het risico ten opzichte van de laatste gepresenteerde stand (Jaarstukken 2022) nieuw (N) of ongewijzigd (O) is in de top 10. De stand van de laatste risico-inventarisatie wordt gebruikt om een zo actueel mogelijk beeld te geven. Nr.
Risico + beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Kans
Netto financieel risico
I/S
1.
Grondexploitatie Periodieke analyse ontwikkelingen in MPG. Dekking (gedeeltelijk) reserve grondexploitatie.
7.350
50%
3.675
I
2.
Algemene uitkering daalt Sluitende begroting presenteren, mogelijk maatregelen nemen in kosten e/o opbrengsten.
3.000
50%
1.500
S
3.
Investeringsprojecten Voor materiele projecten wordt een eigen risicoanalyse gemaakt en wordt daarop gemonitord. Binnen het organisatieonderdeel OPP besteden we specifiek aandacht aan de projectbeheersing: planning en financiële prognose.
1.188
50%
594
I
4.
Huisvesting doelgroepen Woonvisie Planning lijst woningbouw
1.000
50%
500
I
5.
Uitgezette en gegarandeerde geldleningen Toetsing bij verstrekking onderpand (bij hypotheken)
4.046
10%
405
I
6.
Zorgfraude Toezichthouder en M&O beleid
1.125
25%
281
I
7.
Vergrijzing en krapte arbeidsmarkt (intern) Loongebouw aantrekkelijk maken / houden. Werving en selectie.
500
50%
250
I
8.
Stikstofnormen Het kennisniveau over de ontwikkelingen rond stikstof wordt op peil gehouden met gebruik van externe deskundigen. Lokaal kijken we of we voor projecten intern kunnen salderen en stikstofruimte over kunnen kopen van agrariërs.
467
50%
233
I
9.
Toename regelingen Rijk De druk op de personeelsbezetting, omdat gemeenten (tijdelijk) personeel nodig hebben om de regeling uit te voeren kan gedekt worden uit de reserve Knelpunten personeel.
200
75%
150
S
10.
Inflatie onvoldoende in raming Verwerken in begroting, monitoren in kwartaal- en halfjaarrapportage.
287
50%
143
S
27 van 29
N/O
Toelichting grootste wijzigingen: -
Het gaat hier om een nieuwe inventarisatie. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in de bijlage ‘Inventarisatie risico’s’ van de Nota Risicomanagement. In totaal zijn er 24 risico’s gekwantificeerd, de top 10 wordt conform de beleidsregel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt het gewogen (netto) bedrag van alle risico’s meegenomen: Benodigde weerstandscapaciteit
Incidenteel 2023
Structureel 2023
2024
2.680
Risico’s grondexploitatie
3.908
-
-
-
-
-
1.793
1.793
1.793
1.793
6.588
1.793
1.793
1.793
1.793
Totaal
-
2026
Risico’s vermogen Risico’s exploitatie
-
2025 -
-
Bedragen * € 1.000
Ratio weerstandsvermogen De relatie/ratio wordt bepaald door de berekende beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de berekende benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico`s). Het weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: Incidenteel 2023
Structureel 2023
Beschikbare weerstandscapaciteit
42.152
5.136
6.688
7.160
4.830
Benodigde weerstandscapaciteit
6.588
1.793
1.793
1.793
1.793
Ratio
6,4
2,9
3,7
4,0
2,7
Waarderingscijfer
A
A
A
A
A
Ratio weerstandsvermogen
2024
2025
2026
Bedragen * € 1.000
De norm voor het waarderingscijfer is in de Nota Risicomanagement vastgesteld op minimaal een C (1.0-1.4). De ratio van Putten valt voor zowel incidenteel als structureel in klasse A. De conclusie is dat onze gemeente beschikt over een zeer acceptabele buffer voor het opvangen van de financiële tegenvallers en dat de financiële positie robuust is.
Kengetallen
let op: cijfers Begroting 2023!
De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren. Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
-16%
31%
21%
45%
59%
53%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-31%
16%
8%
32%
48%
42%
Solvabiliteitsratio
62%
59%
63%
51%
54%
56%
Grondexploitatie
0%
-1,4%
15,0%
10,6%
35,7%
41,6%
Structurele exploitatieruimte
7,6%
3,7%
6,6%
8,5%
9,0%
4,6%
Belastingcapaciteit
85%
76%
75%
75%
75%
75%
Verloop kengetallen
28 van 29
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
categorie: A
rapportcijfer: 3
Dit kengetal geeft onze schuldlast (aangegane leningen) ten opzichte van onze eigen middelen weer. De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld. De netto schuldquote is met 31% laag te noemen en is, rekening houdend met uitstaande leningen (gecorrigeerd) 16% voor de gemeente Putten. Solvabiliteitsratio
categorie: A
rapportcijfer: 4
In hoeverre wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen wordt berekend in de solvabiliteitsratio. Onze solvabiliteit is 59%. Dit betekent dat de bezittingen zijn gefinancierd met 59% eigen vermogen (reserves) en 41% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden). Grondexploitatie
categorie: A
rapportcijfer: 1,5
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Een lager kengetal geeft een lager (relatief) risico weer. Het kengetal is -1%. Structurele exploitatieruimte
categorie: A
rapportcijfer: 1
Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In de Begroting 2023 is de structurele exploitatieruimte positief (3,7%). Belastingcapaciteit
categorie: A
rapportcijfer: 0,5
De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Voor Putten ligt de belastingcapaciteit op 76%. De meerjarige doorkijk voor de kengetallen is in onderstaande tabel opgenomen: Rapportcijfer kengetallen Begroting 2023
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto (gecorrigeerde) schuldquote
3,0
3,0
3,0
3,0
3,0
3,0
Solvabiliteitsratio
4,0
4,0
4,0
4,0
4,0
4,0
Grondexploitatie
1,5
1,5
1,5
1,5
0,5
0,5
Structurele exploitatieruimte
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
Belastingcapaciteit
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Totaal
10,0
10,0
10,0
10,0
9,0
9,0
In de Nota Risicomanagement is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 8. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële positie van de gemeente goed is.
29 van 29