CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Commissie Ruimte 7 december 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststellen Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart15.145 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorgaande voorwaarden zijn niet van toepassing wanneer een partij grond verdacht is op het voorkomen van arseen als gevolg van antropogeen handelen. Een voorbeeld hiervan is opgebracht vormzand afkomstig van ijzergieterijen. Dit geldt alleen voor grond afkomstig uit de gemeente Harderwijk. In bijlage 7 is de memo met onderbouwing ten behoeve van dit besluit opgenomen (kenmerk Z-18-195204/2, 12 november 2018).

5.4

Verspreiden van baggerspecie op de kant

Het op de kant verspreiden van baggerspecie is een activiteit waarvoor landelijk een generiek beleidskader is vastgesteld. Gemeenten en waterschappen hebben hierdoor geen beleidsmatige vrijheid om aanvullende regels te stellen. Het verspreiden van baggerspecie over nabijgelegen percelen is vastgelegd in artikel 35, lid f van het Besluit bodemkwaliteit. Verspreiding van baggerspecie is uitsluitend mogelijk voor zover er sprake is van “verspreidbare baggerspecie”. Bij de beoordeling of er sprake is van verspreidbare of niet-verspreidbare baggerspecie, wordt gebruik gemaakt van een apart toetsingskader. Regels over deze toetsing zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.

5.5

Samenvoegen tot 25 m³

Samenvoegen van grond tot partijen groter dan 25 m3 is alleen toegestaan voor zover sprake is van dezelfde kwaliteitsklasse (AW, Wonen of Industrie) en door een specifiek hiervoor gecertificeerd bedrijf of instelling (BRL 9335). Tot aan 25 m3 mag een niet-gecertificeerd bedrijf en/of persoon partijen samenvoegen, zolang er sprake is van dezelfde kwaliteit. De kwaliteit moet bepaald worden aan de hand van een bodemonderzoek of bodemkwaliteitskaart. De samengevoegde kleine partij moet vervolgens wel gekeurd worden conform BRL1001 (partijkeuring) of worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Een samengevoegde partij kan niet op basis van de bodemkwaliteitskaart worden toegepast. Om gebruik te kunnen maken van de bodemkwaliteitskaart dienen kleinere partijen dus gescheiden te worden opgeslagen.

30/33

Kenmerk

5.6

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Veiligheidsklasse conform CROW 400

De bodemkwaliteitskaart mag ook gebruikt worden voor het bepalen van de veiligheidsklasse conform de CROW 400. De bepalingen hierover vallen niet onder het Besluit bodemkwaliteit, maar onder de Arbo-wetgeving. De werkwijze is vergelijkbaar met het bepalen van de kwaliteitsklasse: de P80 dient te worden getoetst aan de risiconormen (SRCarbo-waarden). Dit is gedaan voor alle zones en bodemlagen die niet uitgesloten zijn. Hieruit blijkt dat voor geen van de zones en bodemlagen een veiligheidsklasse van toepassing is. In die gevallen gelden de maatregelen voor basishygiëne. Dit geldt alleen voor de stoffen die opgenomen zijn in deze kaart (standaardpakket en PFAS). Mocht uit het vooronderzoek blijken dat een locatie verdacht is op het voorkomen van andere stoffen, bijvoorbeeld asbest, dan kan de veiligheidsklasse wijzigen. Ook dient er (vergelijkbaar met grondverzet) een vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden gedaan om te bepalen of de kaart gebruikt mag worden voor de betreffende locatie. De NEN 5725 kent hier de onderzoeksaanleiding G: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s. De te beantwoorden vragen zijn:  Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en

welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja, wat zijn de potentiële

 

Is de bodem asbestverdacht? Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden

bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de kritische parameters?

plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging? 

Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)?

Indien uit het vooronderzoek volgt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden, kan op basis hiervan de veiligheidsklasse bepaald worden. Mochten er tijdens de werkzaamheden afwijkingen worden aangetroffen van hetgeen dat het vooronderzoek uitgewezen heeft, dan vervalt de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart alsnog en dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden.

31/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

6 Melden, toezicht en handhaving 6.1

Inleiding

Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de fysieke leefomgeving. Sinds 1 juli 2017 is duidelijk dat de basistaken milieu door een omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd. De gemeenten en provincies zijn en blijven echter het bevoegd gezag. Voor de gemeenten in de regio Noord-Veluwe is Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) de omgevingsdienst. ODNV voert voor de gemeente het basistakenpakket van VTH-taken uit op het gebied van bodem. ODNV handelt daarmee namens het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten.

6.2

Melden

Als grond of baggerspecie wordt opgeslagen of toegepast, dan geldt er meestal een meldingsplicht. De opdrachtgever dient opslag of toepassing te melden bij het bevoegd gezag, namelijk de gemeente. ODNV handelt deze meldingen meestal af. Het Besluit bodemkwaliteit beschrijft welke meldingsplicht er geldt. Hier is kort toegelicht in welke gevallen geen melding benodigd is voor toepassen of opslaan van grond: 

Toepassen van kleine partijen grond of bagger (maximaal 25 m3 ) door particulieren waarbij geen professionele partij betrokken is (zoals een bodemverbetering van een tuin of deels ophogen van een perceel)

Toepassingen binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast

Het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen

Het toepassen van schone grond en baggerspecie (kwaliteit AW) in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden groter dan 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie gemeld worden

Het tijdelijk uitnemen en opslaan van grond (zie paragraaf 5.2)

In alle andere gevallen is een melding verplicht. Toepassen en opslaan van grond of baggerspecie dient minimaal 5 werkdagen van tevoren gemeld te worden bij het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit5. Via dit meldpunt kan de initiatiefnemer een digitaal formulier invullen met de vereiste gegevens. Rapportages van milieuhygiënische verklaringen zoals een partijkeuring of een vooronderzoek voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart kunnen worden toegevoegd. Het bevoegd gezag beoordeelt de melding binnen 5 werkdagen. Bij onduidelijkheden of onvolkomenheden zal de gemeente of omgevingsdienst contact opnemen met de melder.

5

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/meldpunt/

32/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Als de melding akkoord is, dan hoeft er formeel geen terugmelding plaats te vinden. De melder mag dus na 5 werkdagen starten met de werkzaamheden als er geen bericht is ontvangen. Het bevoegd gezag kan hierna nog wel handhavend optreden. De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten uit het Besluit Bodemkwaliteit en kan zich dus niet beroepen op het uitblijven van een mededeling op de melding.

6.3

Toezicht en handhaving

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving voor toepassingen en opslag van grond en baggerspecie op landbodem. In de praktijk zijn deze taken gemandateerd aan de omgevingsdienst. Controle op het naleven van de regels kan plaatsvinden tijdens de melding, in het veld (tijdens het transport of bij toepassing/opslag) en na de feitelijke toepassing of opslag. De controle kan hierbij plaatsvinden op onder andere:  

De wijze van toepassing of opslag (conform het beleid) De tijdige, correcte en volledige melding

De milieuhygiënische verklaringen

Visuele inspectie van de toe te passen grond

Er vindt ook toezicht en handhaving plaats voor toepassingen en opslag die niet gemeld zijn. Wanneer de gemeente constateert dat de regels van het Besluit bodemkwaliteit, Regeling bodemkwaliteit of de Nota niet worden nageleefd, dan kan bestuursdwang worden uitgeoefend of een dwangsom worden opgelegd. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot strafrechtelijke handhaving. Overtredingen zoals afwijkingen van normdocumenten, werken zonder erkenning, etc. kunnen worden gemeld bij de inspectie IL&T6. De inspectie IL&T kan bij overtredingen dwangsommen opleggen, bedrijven schorsen of erkenningen intrekken.

6

https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht/vragen-en-melden

33/33

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 1

Wettelijk kader 2020-2022 (voor inwerkingtreding Omgevingswet)

B1.1 Algemeen Het Besluit bodemkwaliteit heeft als doel om zoveel mogelijk grond en baggerspecie her te gebruiken, zodat er minder primaire grondstoffen nodig zijn. Hergebruik is verantwoord als er geen verontreinigingen ontstaan. Het Besluit bodemkwaliteit kent een landelijk geldend generiek kader dat door de gemeenten kan worden toegepast. Als het generiek kader niet volstaat, dan kan een gemeente voor (een deel van) hun beheergebied binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit gebiedspecifiek beleid ontwikkelen. Hierdoor heeft de gemeente de mogelijkheid verantwoord hergebruik van grond en baggerspecie maximaal af te stemmen op de maatschappelijke ontwikkelingen. Hierbij spelen bodemgebruik, bodemambities en ruimtelijke ontwikkelingen een rol. B1.2 Generiek beleid Voor het vormgeven van het grondverzet, zijn een aantal aspecten van belang, namelijk de bodemfuncties, de bodemkwaliteitsklassen en de toepassingseisen. Middels gebiedspecifiek beleid is het mogelijk om de bodemkwaliteitsklassen en toepassingseisen aan te passen. Bodemfuncties Het beheergebied van de gemeente dient ingedeeld te worden in verschillende functieklassen, namelijk ‘Wonen’, ‘Industrie’ of geen functie (overig). De verdeling in functies dient op kaart weergegeven te worden in de bodemfunctiekaart.

Uitgangspunt bij de indeling in bodemfunctieklassen is dat de klasse die wordt toegekend aan een gebied overeenkomt met de gevoeligste bodemfunctie binnen het betreffende gebied. Bodemkwaliteitsklassen De grond wordt ingedeeld in 1 van de 3 bodemkwaliteitsklassen ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’. Als de grond niet voldoet aan deze klassen, dan is de grond in principe niet toepasbaar. In de Regeling bodemkwaliteit staan de normen en toetsingsregels om te bepalen in welke klasse de landbodem of grond valt. De bodemkwaliteitsklassen worden gebruikt om de kwaliteit van de te ontgraven grond en de ontvangende bodem te bepalen. Toepassingseisen In het generieke kader wordt gebruik gemaakt van een dubbele toetsing voor het vaststellen van toepassingseisen voor het hergebruik van grond. Dit houdt in dat er zowel naar de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem gekeken wordt. De dubbele toets houdt in dat de toepassingseis wordt bepaald door de strengste van de twee. Dit principe is toegelicht in onderstaand figuur.

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Figuur B1.1 Werking dubbele toets in het generieke kader. Bron: Handreiking besluit bodemkwaliteit via https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/instrumenten/handreiking-bbk/

B1.3 Gebiedspecifiek beleid Als het generieke kader te weinig mogelijkheden biedt voor het hergebruik van grond, dan kan de gemeente gebiedspecifiek beleid ontwikkelen. Uitgangspunt bij gebiedspecifiek beleid is dat er geen verslechtering van de bodemkwaliteit ontstaat binnen het beheergebied (‘stand-still’ principe). Met gebiedspecifiek beleid kunnen de volgende zaken worden geregeld: 

Het vaststellen van lokale maximale waarden

Het vaststellen van een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage dat in het besluit is opgenomen

Lokale maximale waarden Gemeenten hebben de mogelijkheid om Lokale Maximale Waarden (LMW) voor stoffen op te stellen. Hierdoor wordt afgeweken van de geldende normen uit de Regeling bodemkwaliteit. De LMW bevinden zich tussen het niveau van de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Voor het opstellen van LMW dient middels een risicobeoordeling vastgesteld te worden dat er geen risico’s zijn voor mens, milieu en ecosysteem. Ter verduidelijking is in figuur B1.2 aangegeven wat de afwegingsruimte is voor de gemeente bij het opstellen van de LMW.

Figuur B1.2 Afwegingsruimte voor LMW

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

B1.4 Tijdelijk handelingskader PFAS In het THK van 2 juli 2020 zijn achtergrondwaarden en voorlopige toepassingsnormen opgenomen voor PFAS die bij het bepalen van hergebruiksmogelijkheden binnen het generieke kader gehanteerd moeten worden. Voor de toepassingsnormen voor grond is onderscheid gemaakt in verschillende situaties, waar verschillende normen voor gelden (zie figuur B1.3).

Figuur B1.3 Tijdelijke toepassingsnormen voor PFAS op landbodem (bron: THK van 2 juli 2020)

Uit figuur B1.3 blijkt dus dat de toepassingseis voor PFAS bepaald wordt aan de hand van de toepassingseis voor de overige stoffen. De kwaliteit van de bodem ten aanzien van PFAS wordt hierin dus niet meegenomen. Het is mogelijk om hier met gebiedspecifiek beleid van af te wijken. Zo is het mogelijk om een lokale achtergrondwaarden op te stellen.

Kenmerk

Bijlage 2

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bodemfunctiekaart

Oldebroek

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

0

Legenda gemeentegrenzen

Bodemfunctieklasse Uitgesloten Industrie Wonen Overig

Putten

3,5

7 Km

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:140000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 20-05-21 07:40

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Bodemfunctiekaart

Get.

Gec.

EVF #

1273092

1

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors

GREEN\evf 05-11-2021 01:52 1273092_10001D.MXD

Kenmerk

Bijlage 3

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Ontgravingskaarten

Oldebroek

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

0

Legenda Aandachtsgebied arseen Gemeentegrenzen

Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw-Natuur Uitgesloten Wonen

Gebiedsspecifiek

Putten

3,5

7 Km

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

1:135000

A3

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 19-05-21 09:23

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Ontgravingskaart Bovengrond

Get.

Gec.

EVF #

1273092

12

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 25-11-2021 07:52 1273092_10012D.MXD

Oldebroek

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

0

Legenda Aandachtsgebied arseen Gemeentegrenzen

Ontgravingsklasse ondergrond Uitgesloten

Gebiedsspecifiek

Landbouw-Natuur

Putten

3,5

7 Km

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:135000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 20-05-21 10:51

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Ontgravingskaart Ondergrond

Get.

Gec.

EVF #

1273092

13

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 25-11-2021 07:50 1273092_10013D.MXD

0

4

8 Km

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Legenda Grondwaterbeschermingsgebied Waterwingebieden

Vrij toepasbaar buiten grondwaterbeschermingsgebieden

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:150000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 02-10-20 10:56

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Bodemkwaliteitskaart PFAS Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Get.

Gec.

EVF #

1273092

6

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 02-10-2020 11:20 1273092_10006D

0

4

8 Km

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Legenda Grondwaterbeschermingsgebieden Waterwingebieden

Vrij toepasbaar buiten grondwaterbeschermingsgebieden

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:150000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 02-10-20 11:02

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Bodemkwaliteitskaart PFAS Ondergrond (0,5-2 m-mv)

Get.

Gec.

EVF #

1273092

7

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 02-10-2020 11:08 1273092_10007D

Kenmerk

Bijlage 4

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Toepassingskaarten

Oldebroek

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

Legenda

0

3,5

7 Km

Grondwaterbeschermingsgebieden gemeentegrenzen

Toepassingseis bovengrond Industrie

Gebiedsspecifiek

Landbouw-Natuur Uitgesloten

Wonen (STP) Landbouw-Natuur (PFAS)

Putten

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:130000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 20-05-21 10:56

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Toepassingskaart Bovengrond

Get.

Gec.

EVF #

1273092

14

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 05-11-2021 03:39 1273092_10014D.MXD

Oldebroek

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

0

3,5

7 Km

Legenda Grondwaterbeschermingsgebieden gemeentegrenzen

Toepassingseis ondergrond

Toepassingseis aangrenzende zone Industrie

Gebiedsspecifiek

Landbouw-Natuur

Putten

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:135000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 20-05-21 11:02

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Toepassingskaart Ondergrond

Get.

Gec.

EVF #

1273092

15

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 07-11-2021 02:56 1273092_10015D.MXD

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 5

Grondverzet onder de Omgevingswet

B5.1 Inleiding In de Omgevingswet, is de bodemkwaliteitszorg geïntegreerd in het omgevingsbeleid. De Omgevingswet zorgt voor een goede balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet staat een integrale afweging centraal. Bodemzorg zal dan meer gericht zijn op het duurzaam gebruik van de bodem. In deze context verschuift ook het accent van de bodemkwaliteitszorg van chemische kwaliteit naar de kwaliteit van het bodemsysteem als geheel. Ondanks de accentverschuiving van chemisch bodemkwaliteit naar de kwaliteit van het volledige bodem- en watersysteem blijft die chemische kwaliteit een belangrijke factor. In deze bijlage is een kort overzicht gegeven van welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het grondverzetsbeleid. Dit is ingedeeld naar de verschillende instrumenten die daar mogelijk voor gebruikt kunnen worden: het Omgevingsplan en een vrijwillig programma. Verder is er nog een kort overzicht gegeven van de rijksregels. Uitleg milieubelastende activiteiten in Rijksregels voor grondverzet Voor de milieubelastende activiteiten (mba) waar de handelingen rond grondverzet onder vallen is de gemeente bevoegd gezag. Daarbij zijn de volgende mba’s te onderscheiden:  Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde (paragraaf 3.2.21)  

Opslaan, zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie (paragraaf 3.2.24) Toepassen van grond of baggerspecie (paragraaf 3.2.26)

Grondverzet gerelateerde mba’s die straks ook gelden onder de Omgevingswet zijn:  Graven in bodem met een kwaliteit boven interventiewaarde (paragraaf 3.2.22) 

Saneren van de bodem (paragraaf 3.2.23)

Toepassen van bouwstoffen (paragraaf 3.2.25)

Met de introductie van de milieubelastende activiteiten zijn er voor grondverzet geen grote beleidswijzigingen naast het veranderen in naamgeving. Er zijn wel een aantal wijzigingen, hieronder een aantal voorbeelden: 

Tijdelijke uitname en opslag valt straks onder de mba’s voor graven in plaats van onder

opslaan. Voor graven > I en graven < I gelden wel verschillende voorschriften Het zeven van grond is straks onderdeel van de mba graven

Er is niet langer een onderscheid tussen opslaan binnen en buiten inrichtingen. Onder de

Omgevingswet geldt er één mba voor ‘Opslaan’ De meldingsvereisten voor opslaan veranderen ten opzichte van het Bbk (oud). Er is geen melding per individuele partij meer benodigd

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Aanwijzen beheergebied en opstellen bodemfunctiekaart In het Bkl zijn zogenaamde instructieregels opgenomen. Dit zijn regels waarmee het Rijk aangeeft hoe in dit geval de gemeente een bepaalde taak of bevoegdheid moet uitoefenen. In het kader van grondverzet is de instructieregel uit paragraaf 5.1.4.5.3 van het Bkl. Hierin staat dat de gemeente haar beheergebied moet aanwijzen en de landbodem in bodemfunctieklassen moet indelen. Dit is vergelijkbaar met de huidige regelgeving. Deze onderwerpen moeten dus terugkomen in het Omgevingsplan. Overigens is het nu ook al verplicht om het beheergebied te definiëren en een bodemfunctiekaart op te stellen. B5.2 Mogelijkheden gemeentelijk beleid grondverzet in het Omgevingsplan In het Omgevingsplan komen de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Een gemeente moet één Omgevingsplan opstellen. Hier komen dus veel verschillende onderwerpen aan bod, waar bodem er één van is. Het Omgevingsplan moet uiterlijk eind 2029 voldoen aan de eisen. De regels uit het Omgevingsplan moeten ook digitaal ontsloten worden via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiervoor moeten de juridische regels omgezet worden naar toepasbare regels. Tot en met eind 2029 is er een overgangsfase en geldt ook overgangsrecht voor verschillende onderdelen. Het grootste deel van de huidige Nota valt ook onder dit overgangsrecht (zie paragraaf ‘Overgangsrecht’).

In het Omgevingsplan kan of moet de gemeente omtrent grondverzet volgende zaken regelen:  Maatwerkregels opnemen voor milieubelastende activiteiten (optioneel) 

Aanvullende regels opnemen voor activiteiten (optioneel)

 

Aanwijzen beheergebied (verplicht, volgt uit instructieregel) Opstellen bodemfunctiekaart (verplicht, volgt uit instructieregel)

De onderwerpen zijn hieronder nader uitgewerkt. Overgangsrecht De bodemkwaliteitskaarten (ontgravingskaarten en bodemfunctiekaart) worden van rechtswege onderdeel van het Omgevingsplan. De geldigheidstermijn van de kaarten is 5 jaar. Onder overgangsrecht valt ook gebiedspecifiek beleid voor zover dat toeziet op Lokale Maximale Waarden en mate van bijmenging. Dit betekent dat deze onderdelen onderdeel worden van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. De gemeente moet de regels voor 2030 omgezet hebben naar het nieuwe Omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Alle overige zaken vallen niet onder het overgangsrecht. In deze Nota zijn geen zaken opgenomen die niet onder het overgangsrecht vallen. Maatwerkregels Door het Rijk zijn regels opgenomen over de milieubelastende activiteiten (mba). Dit is een nieuw begrip onder de Omgevingswet. Veel van het grondverzet komt terug in deze mba’s. De rijksregels mba’s staan in het Besluit activiteiten leefomgeving. Nadere toelichting op de mba’s voor grondverzet is te vinden in de volgende paragraaf. De gemeente kan met een maatwerkregel afwijken van de algemene regels voor de mba’s. Een maatwerkregel is een algemeen geldende regel, vergelijkbaar met gebiedspecifiek beleid in de Nota.

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Met maatwerkregels kan voor grondverzet gemotiveerd (deels) afgeweken worden van de kwaliteitseisen die bij verschillende kwaliteitsklassen behoren (landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd, sterk verontreinigd). Dit is vergelijkbaar met het opstellen van Lokale Maximale Waarden in de huidige wet- en regelgeving. Onder de Omgevingswet is er wel meer afwegingsruimte: het is ook mogelijk om een norm lager dan de kwaliteitseis landbouw/natuur (=Achtergrondwaarde) te stellen. Gemotiveerd afgeweken worden van het percentage bodemvreemd materiaal. Dit is nu ook al mogelijk. Het is straks ook mogelijk om ook maatwerk toe te passen voor een grootschalige bodemtoepassing. Dit is nu niet mogelijk, omdat de grootschalige bodemtoepassing al een voorbeeld is van gebiedspecifiek beleid. Dit verandert straks. Naast een maatwerkregel is het ook mogelijk om met een maatwerkvoorschrift te werken. Dit voorschrift is niet algemeen geldend, maar kan gebruikt worden voor specifieke situaties. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om voor een specifieke toepassing wat soepelere kwaliteitseisen of nou juist strengere kwaliteitseisen te hanteren. Voorwaarden maatwerk Maatwerk moet wel voldoen aan een aantal voorwaarden. Voor het toepassen van grond geldt in ieder geval het volgende:  Als een projectbesluit genomen is, dan kan een maatwerkvoorschrift dit projectbesluit niet belemmeren 

Er moet voldaan worden aan het ‘stand-still’ principe. Onderdeel daarvan is dat soepelere kwaliteitseisen alleen gelden binnen het eigen beheergebied. Dat is vergelijkbaar met de werking van gebiedspecifiek beleid.

Er moet altijd rekening gehouden worden met het oogmerk van de regels. Voor toepassen is het ‘met het oog op het beschermen van het milieu’. Maatwerk mag niet strijdig zijn met dat principe. Om overheden hierbij te ondersteunen wordt door het RIVM een risicotoolbox ontwikkeld

Aanvullende regels opnemen voor activiteiten De gemeente kan ook aanvullende regels opnemen in het omgevingsplan voor mba’s. Voor grondverzet levert dit naar verwachting weinig mogelijkheden op. Het meeste grondverzet valt al onder de mba’s. Hieronder zijn een aantal mogelijkheden genoemd: Er kunnen aanvullende meldings- of vergunningsplichten opgenomen worden. In de mba’s zijn hier al voorschriften voor opgenomen, maar deze kunnen aangevuld worden. Dit betekent echter wel dat deze meldingen en vergunning beoordeeld moeten worden, dus hiervoor is capaciteit nodig. Voor vergunningsplichten is het ook nodig om beoordelingsregels op te stellen voor waar aan voldaan moet worden.

Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Het is mogelijk om voor kleinschalig graven (< 25 m3) regels op te nemen. Dit valt namelijk niet onder de mba’s voor graven. De rest van de keten (opslaan en toepassen) kent geen minimum omvang. Voor kleinschalig graven in grond met een kwaliteit boven de Interventiewaarde (sterk verontreinigde grond) komen er automatisch regels in het Omgevingsplan. Hiervoor is namelijk een bruidsschatregel opgesteld. De bruidsschat is te vinden in hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit. B5.3 Mogelijkheden gemeentelijk beleid grondverzet in het programma De gemeente kan ook een programma opstellen. Een programma is alleen bindend voor de gemeente zelf en geeft daarmee invulling aan een ambitie van de gemeente om een gewenste kwaliteit te bereiken. Een programma kan verschillende onderdelen omvatten, waaronder de inzet van communicatiemiddelen, beleidsregels en financiële instrumenten (zoals subsidies). Voor grondverzet zijn er naar verwachting geen directe thema’s die uitgewerkt kunnen worden in een programma. De meeste regels zullen in het Omgevingsplan staan of zullen onderdeel zijn van een maatwerkvoorschrift. B5.4 Overzicht vindplaats Rijksregels grondverzet De voorschriften voor grondverzet zijn straks ‘verdeeld’ over:  

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Besluit bodemkwaliteit 2021 (Bbk 2021)

 De Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) Aanvullende voorschriften die decentrale overheden opstellen. Zo kan de gemeente aanvullende regels opnemen in haar Omgevingsplan. Onder de Omgevingswet is een ‘knip’ gemaakt waar regels voor het grondverzet staan. Regels die zich richten tot degene die grond ontgraaft, opslaat en/of toepast staan straks in het Bal. Dit zijn onder de Omgevingswet milieubelastende activiteiten (mba’s) die zijn opgenomen in het Bal. Deze worden besproken in de volgende paragraaf van deze bijlage. Overige regels, over bijvoorbeeld Kwalibo en de verschillende milieuhygiënische verklaringen zijn achtergebleven in het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit bevat onder andere regels over de verschillende milieuhygiënische verklaringen en de bijbehorende kwaliteitsklassen. Eén van de milieuhygiënische verklaringen is en blijft de bodemkwaliteitskaart. De nieuwe Regeling bodemkwaliteit is nog niet definitief. Deze Regeling is op dit moment in consultatie geweest. Hierdoor is nog niet met zekerheid te zeggen wat de Regeling inhoudt.

Kenmerk

Bijlage 6

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Uitgesloten locaties PFAS

Legenda

0

3,5

7 Km

Stortplaatsen

BRZO-bedrijven

Overige verdachte activiteiten (PFAS) Militair terrein

Overig (uitgesloten)

Grondwaterbeschermingsgebieden Waterwingebieden gemeentegrenzen

Opdrachtgever

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Status

DEFINITIEF

1:140000

A3

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 02-10-20 10:39

Tekeningnummer

Actualisatie en aanvulling PFAS BKK Verdachte locaties PFAS

Get.

Gec.

EVF

1273092

#

5

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map

GREEN\evf 10-02-2021 08:56 1273092_10005D.MXD

Kenmerk

Bijlage 7

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Memo aanpassing nota bodembeheer voor arseen



       

   

$DQ

*HPHHQWH+DUGHUZLMN'RPHLQ5XLPWH WDYGKU(ULN+DPHOLQN5HLQRXWYDQ'UXQHQ



9DQ

3DVFDO/XQVKRI    

$DQSDVVLQJQRWDERGHPEHKHHUYRRUDUVHHQ 

0HPR  

'DWXP

QRYHPEHU

'HJHPHHQWHKHHIWGH2'19JHYUDDJGWHNLMNHQQDDUDDQYXOOHQGEHOHLGYRRU  3DJLQD DUVHHQ,QGHERGHPYDQGLYHUVHZHUNHQYDQGHJHPHHQWH+DUGHUZLMN]LMQ YDQ  PDWLJHWRWVWHUNYHUKRRJGHJHKDOWHQDUVHHQDDQJHWRRQG+HWKXLGLJHEHOHLG 2QVNHQPHUN NHQWDOHHQYHUUXLPLQJYRRUDUVHHQPDDUGH]HEOLMNWRQYROGRHQGH =   8ZNHQPHUN 9RRUVWHOYRRUFROOHJH   ,QWHVWHPPHQPHWGHEHOHLGVYHUUXLPLQJKRHRPWHJDDQPHW   %HKDQGHOGGRRU QDWXXUOLMNYRRUNRPHQGDUVHHQLQ+DUGHUZLMNHQGHORNDOH 3DVFDO/XQVKRI PD[LPDOHZDDUGHYDVWWHVWHOOHQRSPJNJGVYRRUDUVHHQ ±  ELMWRHSDVVLQJLQJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJ 

%LMODJHQ



1LHXZEHOHLG 'HORNDOHPD[LPDOHZDDUGHYDQPJNJGVEOLMNWLQGHSUDNWLMNYDDNWH ZRUGHQRYHUVFKUHGHQLQGHDUVHHQ]RQHJHELHGHQZDDUDUVHHQYDQQDWXUH YRRUNRPW'LWOHLGWWRWPRHLOLMNXLWYRHUEDUHSURMHFWHQ,QHHQDDQWDOSURMHFWHQ ]RDOV/RUHQW],,,:HLEXUJODDQHQ+DUGHUZHLGHLVKHWODVWLJRPWHJDDQPHW JURQGYHU]HWYDQGHJURQGPHWYHUKRRJGHDUVHHQZDDUGHQ(UZRUGWYRRUGH XLWYRHUEDDUKHLGYDQGH]HSURMHFWHQHHQDDQSDVVLQJYDQKHWKXLGLJHEHOHLG JHPDDNW+LHUQDYROJWGHRQGHUERXZLQJYRRUKHWYHUKRJHQYDQGH]HQRUP  $UVHHQKRXGHQGLM]HURHU .HQPHUNHQGYRRUHHQJURRWGHHOYDQGHUHJLR1RRUG9HOXZHHQPHWQDPH (UPHORHQ+DUGHUZLMNLVKHWYRRUNRPHQYDQDUVHHQLQGHERGHP%LMNZHOYDQ ]XXUVWRIORRVLM]HUULMNJURQGZDWHUNDQQHHUVODJYDQ]RJHQDDPGH LM]HU K\GU R[LGHQSODDWVYLQGHQ,QKHWERGHPSURILHOJHHIWGLWGHNHQPHUNHQGH URGHNOHXUYDQLM]HURHU$UVHHQLVHHQVWRIGLHVDPHQPHWGHLM]HU K\GU R[LGHQ QHHUVODDW'LWKHHIWWRWJHYROJGDWHUSODDWVHOLMNKRJHJHKDOWHQDDQDUVHHQ ZRUGHQJHPHWHQ  0HWGHNRPVWYDQKHWEHVOXLWERGHPNZDOLWHLWLVHHQQLHXZHVWDQGDDUG JHwQWURGXFHHUGKHW1(1SDNNHW$UVHHQLVKLHUQLHWPHHULQRSJHQRPHQ +HWEHVOXLWERGHPNZDOLWHLWVFKULMIWRRNYRRUGDWZDQQHHULQHHQSDUWLM JURQGEDJJHUVWRIIHQEXLWHQKHWVWDQGDDUGSDNNHWLQYHUKRRJGHJHKDOWHQ ZRUGHQYHUZDFKWGH]HHYHQHHQVJHDQDO\VHHUGPRHWHQZRUGHQ  2PJHYLQJVGLHQVW

,QRQGHUVWDDQGHWDEHOLVHHQRYHU]LFKWRSJHQRPHQYRRUGHYLJHUHQGHQRUPHQ 1RRUG9HOXZH 2RVWHLQGH YRRUDUVHHQXLWJHVSOLWVWQDDUGHYHUVFKLOOHQGHIXQFWLHVHQJHEUXLNVW\SHQ '5+DUGHUZLMN 3RVWEXV  $*+DUGHUZLMN

'H*HOGHUVHRPJHYLQJVGLHQVWHQKHEEHQDOVWDDNYHUJXQQLQJYHUOHQLQJWRH]LFKWHQKDQGKDYLQJYDQZHWJHYLQJRSKHW JHELHGYDQPLOLHX



 W I± HLQIR#RGQYQO ZZZRGQYQO

2PJHYLQJVGLHQVW1RRUG9HOXZH  'DWXP

QRYHPEHU   3DJLQD

YDQ

  

  9HUVFKLOOHQGHEHYRHJGHRYHUKHLGVLQVWDQWLHV]LMQYDQPHQLQJGDWGHJHQHULHNH QRUPHQLQGHWDEHOWHULJLGH]LMQYRRUJURQGPHWYDQQDWXUHYHUKRRJGH DUVHHQZDDUGHQ%RYHQGLHQEOLMNWXLWGHWDEHOGDWGHQRUPHQRSGHHFRORJLVFKH ULVLFRZDDUGHQ]LMQDIJHVWHPGWHUZLMOGHKXPDQHULVLFRZDDUGHQYHOHPDOHQ KRJHUOLJJHQ  9DQGDDUGDWEHVORWHQLVRPRQGHUGHYROJHQGHYRRUZDDUGHQKHWWRHSDVVHQ YDQJURQGPHWYHUKRRJGHDUVHHQJHKDOWHQWRHWHVWDDQWRWPD[LPDDOGHKHOIW YDQGHKXPDQHULVLFRZDDUGH • :DQQHHUKHWJHPLGGHOGHDUVHHQJHKDOWHYDQGHRQGHU]RFKWHSDUWLMGH 6DQVFULWZDDUGHYDQPJNJGV VWDQGDDUGERGHP RYHUWUHIWLV WRHSDVVLQJYDQGHSDUWLMQLHWWRHJHVWDDQHQ]DOGH]HQDDUHHQ HUNHQGYHUZHUNHUPRHWHQZRUGHQDIJHYRHUG • :DQQHHUKHWJHPLGGHOGHDUVHHQJHKDOWHRQGHUGH6DQVFULWZDDUGHEOLMIW PJNJGV GDQPDJGHWRHSDVVLQJSODDWVYLQGHQPLWVYROGDDQ ZRUGWDDQGH KXPDQH ULVLFRZDDUGH7RHSDVVLQJYDQGH]HJURQGPDJ DOOHHQLQHHQJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJ +LHUELMJHOGHQGHYRRUVFKULIWHQXLWKHWEHVOXLWERGHPNZDOLWHLWPHW EHWUHNNLQJWRWPLQLPDOHSDUWLMJURRWWHWRHSDVVLQJVKRRJWHHQKHW DDQEUHQJHQYDQHHQOHHIODDJ  %RYHQVWDDQGHYRRUZDDUGHQ]LMQYDQ]HOIVSUHNHQGQLHWYDQWRHSDVVLQJZDQQHHU HHQSDUWLMJURQGYHUGDFKWLVRSKHWYRRUNRPHQYDQDUVHHQDOVJHYROJYDQ DQWURSRJHHQKDQGHOHQ(HQYRRUEHHOGKLHUYDQLVRSJHEUDFKWYRUP]DQG

DINRPVWLJYDQLM]HUJLHWHULMHQ'LWJHOGWDOOHHQYRRUJURQGDINRPVWLJXLWGH JHPHHQWH+DUGHUZLMN  :DWLVHHQJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJ" (HQJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJLVHHQWRHSDVVLQJZDDULQHHQJURWH KRHYHHOKHLGJURQGRIEDJJHUVSHFLHZRUGWWRHJHSDVW(UPRHWVSUDNH]LMQYDQ HHQPLQLPDDOYROXPHYDQPñHQHHQPLQLPDOHODDJGLNWHYDQPHWHU 9RRUZHJHQHQVSRRUZHJHQJHOGWHHQODDJGLNWHYDQPLQLPDDOPHWHU 'DDUQDDVWJHOGWGDWGHJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJPRHWZRUGHQDIJHGHNW PHWHHQODDJJURQGYDQPLQLPDDOPHWHUGLNWH'HWRHWVDDQGHNZDOLWHLWpQ GHIXQFWLHYDQGHRQWYDQJHQGHERGHPPDJDFKWHUZHJHZRUGHQJHODWHQ  



2PJHYLQJVGLHQVW1RRUG9HOXZH  'DWXP %LMJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJHQJHOGHQGHYROJHQGHNZDOLWHLWVHLVHQ QRYHPEHU • 'HWRHWHSDVVHQJURQGRIEDJJHUVSHFLHPDJGHPD[LPDOHZDDUGH   LQGXVWULHHQPD[LPDOHHPLVVLHZDDUGHQQLHWRYHUVFKULMGHQ 3DJLQD • 'HWRHWHSDVVHQJURQGPDJGH/0:YRRUDUVHHQQLHWRYHUVFKULMGHQ YDQ  • 'HNZDOLWHLWYDQGHDIGHNJURQGPRHWPLQLPDDOJHOLMN]LMQDDQGH  NZDOLWHLWYDQGHWRHSDVVLQJVQRUPLQKHWJHELHG ]LHGH  WRHSDVVLQJVNDDUW   8LWVOXLWHQGGHYROJHQGHWRHSDVVLQJHQYDQJURQGHQEDJJHUVSHFLHPRJHQRQGHU GHQRHPHUYDQJURRWVFKDOLJHERGHPWRHSDVVLQJYDOOHQ • %RXZHQZHJFRQVWUXFWLHVZDDURQGHUZHJHQVSRRUZHJHQHQ JHOXLGVZDOOHQ • +HWDIGHNNHQYDQHHQVDQHULQJVORFDWLHRIHHQVWRUWSODDWVPHWKHWRRJ RSKHWYRRUNRPHQYDQQDGHOLJHJHYROJHQYRRUGHRPJHYLQJ • 2SKRJLQJHQZDWHUERXZNXQGLJHFRQVWUXFWLHVHQKHWYHURQGLHSHQHQ GHPSHQYDQRSSHUYODNWHZDWHUPHWKHWRRJRSGH KRRJZDWHUEHVFKHUPLQJGHGRHOVWHOOLQJHQYDQGH.DGHUULFKWOLMQ:DWHU EHYRUGHULQJYDQQDWXXUZDDUGHQHQGHYORWWHHQYHLOLJHDIZLNNHOLQJYDQ GHVFKHHSYDDUW • $DQYXOOLQJHQZDDURQGHUGHKHULQULFKWLQJHQVWDELOLVHULQJYDQYRRUPDOLJH ZLQSODDWVHQYDQGHOIVWRIIHQ  +XLGLJEHOHLG +HWKXLGLJHEHOHLGLVYHUZRRUGLQGH1RWDERGHPEHKHHUUHJLR1RRUG9HOXZH 7DXZGGMDQXDUL YDVWJHVWHOGGRRUGHJHPHHQWHUDDGYDQ

+DUGHUZLMNLQMXQL  /RNDOH0D[LPDOH:DDUGH 'HUHJLRNLHVWHUYRRURPGHLQWHUYHQWLHZDDUGHYRRUDUVHHQWHKDQWHUHQDOV /0:'LWLVPJNJYRRUVWDQGDDUGERGHP  0HWGHULVLFRWRROER[ 57% LVJHWRHWVWRIGHJHNR]HQ/0:YRRUDUVHHQOHLGWWRW ULVLFR¶V+HWEOLMNWGDWHUPRGHOPDWLJJHHQKXPDQHULVLFR¶V]LMQ:HO]LMQHU PRGHOPDWLJRQDDQYDDUGEDUHHFRORJLVFKHULVLFR¶VELMJHKDOWHQ!PJNJ  'HJHPHHQWHPRWLYHHUWGHNHX]HYRRUGHLQWHUYHQWLHZDDUGHYDQPJNJGV YRRUDUVHHQDOV/0:DOVYROJW • %LQQHQGHUHJLRNRPWSODDWVHOLMNDUVHHQKHWHURJHHQ ]HHUYHUGHHOG  YRRULQGHERYHQJURQG'LWKDQJWVDPHQPHWKHWYRRUNRPHQYDQ LM]HURHUGDWRSHHQQDWXXUOLMNHZLM]HLQGHERGHPLVRQWVWDDQDDQGH QRRUG]LMGHYDQGH9HOXZH9DQZHJHGHKHWHURJHQLWHLWZRUGWDUVHHQLQ ERGHPPRQVWHUVVRPVQLHWHQVRPVLQKRJHJHKDOWHQDDQJHWURIIHQ *HPLGGHOGJHQRPHQYROGRHWKHWDUVHHQJHKDOWHDDQGH LQWHUYHQWLHZDDUGH,QJHPHHQWH+DUGHUZLMNYROGRHWRRNGH SHUFHQWLHOKLHUDDQZDWEHWHNHQWGDWYDQGHZDDUQHPLQJHQGLH JHEUXLNW]LMQYRRUKHWYDVWVWHOOHQYDQGHERGHPNZDOLWHLWRQGHUGH LQWHUYHQWLHZDDUGHOLJJHQ,QGHJHPHHQWHQ(OEXUJ(UPHOR1XQVSHHW HQ3XWWHQOLJWGHSHUFHQWLHORQGHUGHLQWHUYHQWLHZDDUGH • 'RRUKHWKDQWHUHQYDQUHJHOVYRRUJURQGYHU]HW ]LHKRRIGVWXN EOLMIW GHDUVHHQKRXGHQGHJURQGELQQHQGHUHJLRHQJHFRQFHQWUHHUGELQQHQ

GHDUVHHQKRXGHQGHJHELHGHQ'HERGHPNZDOLWHLWYHUDQGHUWGXVQLHWRS JHELHGVQLYHDX+HWJURQGYHU]HWYROGRHWGDDUPHHDDQKHWVWDQGVWLOO EHJLQVHO • (U]LMQJHHQRQDDQYDDUGEDUHKXPDQHULVLFR¶VWHYHUZDFKWHQDOVJHYROJ YDQGHDDQZH]LJKHLGYDQDUVHHQLQGHDUVHHQKRXGHQGHJHELHGHQ'LWLV RRNRSJHQRPHQLQKHWJHPHHQWHOLMNPLOLHXEHOHLGVSODQ • 'HULVLFRWRROER[ 57% LVHHQODQGHOLMNJHEUXLNWV\VWHHPZDDUPHH ULVLFR¶VYDQERGHPYHURQWUHLQLJLQJHQZRUGHQEHUHNHQG%HUHNHQGLVGDW HFRORJLVFKHULVLFR¶VWHYHUZDFKWHQ]LMQELMDUVHHQ!PJNJ'H57% EHWUHIWHHQVWDQGDDUGEHQDGHULQJ$DQQHPHOLMNLVGDWZHUNHOLMNH



2PJHYLQJVGLHQVW1RRUG9HOXZH 

• •

•

QHJDWLHYHHIIHFWHQRSGHHFRORJLHSDVRSWUHGHQYDQDIHHQKRJHUJHKDOWH GDQPJNJJH]LHQKHWFRQVHUYDWLHYHNDUDNWHUYDQKHWPRGHO (FKWHURPGDWGHWRWDOHKRHYHHOKHLGDUVHHQLQKHWJHELHGQLHW]DO WRHQHPHQNDQ ORVYDQZHONHPRGHOEHUHNHQLQJGDQRRN ZRUGHQ EHUHGHQHHUGGDWGH QHJDWLHYH HIIHFWHQRSGHHFRORJLHELQQHQKHW JHELHGQLHW]XOOHQWRHQHPHQ +HWRPJDDQPHWDUVHHQKRXGHQGHJURQGSDVWELQQHQEHVWDDQG JHPHHQWHOLMNEHOHLG 'HSURYLQFLH*HOGHUODQGKHHIWLQKDDUERGHPEHOHLGRSJHQRPHQGDWYDQ QDWXUHYHUKRRJGHJHKDOWHQ]RDOVDUVHHQLQRHUEDQNHQQLHWDOVHHQ JHYDOYDQERGHPYHURQWUHLQLJLQJZRUGWEHVFKRXZG'H VDQHULQJVSDUDJUDDIXLWGH:HWERGHPEHVFKHUPLQJLVGHUKDOYHQLHWYDQ WRHSDVVLQJ %LQQHQ*HOGHUODQGNRPWRSPHHUSODDWVHQDUVHHQYRRU2RNGH JHPHHQWHQ(SH$SHOGRRUQ9RRUVW%UXPPHQ=XWSKHQHQ/RFKHP KHEEHQLQJHNR]HQYRRUJHELHGVVSHFLILHNEHOHLGZDDUELMYRRU DUVHHQGHLQWHUYHQWLHZDDUGHDOV/0:LVJHKDQWHHUG

 5HJHOVYRRUJURQGYHU]HW 'HUHJHOVYRRUJURQGYHU]HW]LMQRSJHQRPHQLQKRRIGVWXNYDQGHQRWDERGHP EHKHHU  +HWJHELHGVVSHFLILHNEHOHLGKRXGWKHWYROJHQGHLQ • *URQGPHWHHQDUVHHQJHKDOWHYDQPD[LPDDOGH/0:PDJZRUGHQ WRHJHSDVWELQQHQGHDUVHHQJHELHGHQPLWVGHNZDOLWHLWYDQGHRYHULJH VWRIIHQYROGRHWDDQGH$:HQGHJURQGDINRPVWLJLVXLWKHW EHKHHUJHELHG • *URQGPHWDUVHHQLQJHKDOWHQERYHQGH/0:ZRUGWQLHWWRHJHSDVW ELQQHQGHUHJLR1RRUG9HOXZH • 'HERGHPNZDOLWHLWVNDDUWNDQJHEUXLNWZRUGHQRP]RQGHUDDQYXOOHQG RQGHU]RHNJURQGWHRQWJUDYHQHQWRHWHSDVVHQELQQHQGH DUVHHQJHELHGHQ • %LMWRHSDVVLQJLQDQGHUHGHHOJHELHGHQYDQJURQGDINRPVWLJXLWGH DUVHHQJHELHGHQLVDDQYXOOHQGRQGHU]RHNQRGLJRPKHWDUVHHQJHKDOWH YDVWWHVWHOOHQHQ]RGRHQGHWHEHSDOHQRIGHJURQGDDQGHHOGHUVYDQ WRHSDVVLQJ]LMQGHWRHSDVVLQJVHLVYROGRHW,QGHDQGHUHGHHOJHELHGHQ GDQGHDUVHHQJHELHGHQJHOGHQGHJHQHULHNHQRUPHQYRRUKHWEHSDOHQ YDQGHWRHSDVVLQJVHLV'DWJHOGWRRNYRRUDUVHHQ  %RGHPVDQHULQJ 'H/0:YRRUDUVHHQPDJYROJHQV*HOGHUVEHOHLGJHEUXLNWZRUGHQRPGH JHYDOVJUHQVDIWHEDNHQHQHQDOVWHUXJVDQHHUZDDUGHELMIXQFWLHJHULFKWH VDQHULQJYDQKLVWRULVFKHYHURQWUHLQLJLQJHQ YHURRU]DDNWYRRU 9RRUYDQ QDWXUHYRRUNRPHQGDUVHHQGDWQLHWDOVJHYDOYDQERGHPYHURQWUHLQLJLQJ EHVFKRXZGZRUGWLVGLWQLHWUHOHYDQW9RRUDUVHHQPHWDQWURSRJHQH

RRUVSURQJZRUGWHFKWHUZHOGH/0:DDQJHKRXGHQ   



'DWXP

QRYHPEHU   3DJLQD

YDQ

  

Kenmerk

Bijlage 8

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

RTB-berekening arseen (Nota 2014)

Resultaten RisicotoolboxBodem.nl Risico's behorende bij chemische bodemkwaliteit en functie

V. RTB: 1.1.0.0 V. rapport: 1.13

Algemeen Naam berekening: Modus: Monstergroep: Bodemgebruiksfunctie: Bijzonderheden:

<Nieuw>

berekenen gevolgen Lokale Maximale Waarden Harderwijk_arseen Wonen met tuin

Status van deze berekening

De risicotoolbox berekent de risico’s van een chemische bodemkwaliteit voor milieu, mens en landbouwproductie die horen bij een ingevoerde chemische bodemkwaliteit en bodemfunctie. De risicotoolbox maakt hiervoor gebruik van wetenschappelijke modellen uit de normstellingspraktijk. Modellen kunnen slechts een voorspelling geven van te verwachten risico's. De kwaliteit van deze voorspellingen wordt bepaald door de betrouwbaarheid van de modellen en de mate waarin deze van toepassing zijn op de lokale situatie. De modellen achter de risicotoolbox hebben uiteenlopende betrouwbaarheden en de toepasselijkheid hangt sterk af van de lokale situatie. De verantwoordelijkheid voor de interpretatie van de resultaten ligt bij de gebruiker van het instrument. Het bovenstaande betekent dat voorspellingen van risico 's die zowel boven als onder de - voor de gekozen bodemgebruiksvorm relevante - risicogrenswaarde liggen slechts indicatief zijn. Juist bij resultaten die dicht bij risicogrenswaarden liggen is het belangrijk om hierbij in de interpretatiefase stil te staan. De risicotoolbox kan op twee manieren rekenen : 1) 2)

Berekenen van de risico's van voorgestelde Lokale Maximale Waarden Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit

Deze berekening is het resultaat van functie 1. Functie 1: Bepalen gevolgen Lokale Maximale Waarden In het Besluit bodemkwaliteit staan de methoden beschreven waarlangs Lokale Maximale Waarden ter beoordeling van het toepassen van grond of baggerspecie dienen te worden onderbouwd. De risicotoolbox maakt onderdeel uit van dit proces. In deze modus werkt de risicotoolbox strikt volgens de bepalingen van het Besluit. Ingevoerde bodemkwaliteitsgegevens die worden aangemerkt als voorgestelde Lokale Maximale Waarden en de berekeningsresultaten krijgen een bijzondere status en worden permanent opgeslagen in de systeemdatabase. De ondergrens wordt gevormd door de AW2000 waarde. De bovengrens wordt bepaald door de zogenaamde Sanscrit -grens (onaanvaardbaar risico). Ter bepaling van deze bovengrens dient het programma Sanscrit te worden gebruikt. De instructie voor deze Sanscrit-toetsing is te vinden op www.risicotoolboxbodem.nl.

Resultaten Ecologische risico's

Beschermingsniveau: Gemiddeld, geen doorvergiftiging (Wonen met tuin) Concentratie [mg/kg] (*)

Stof

Concentratiegrens [mg/kg]

76,00 Arseen (*) Let op: op de ingevoerde concentratie is de standaardbodemtypecorrectie toegepast

27,00

Risico-index 2,81

Humane risico's

Stof

Blootstelling [mg/kg lg/dag]

Risicogrens [mg/kg lg/dag]

Risico-index

Arseen

0,000123

0,0007

0,18

Ecologische (mengsel) risico's (msPAF)

Parameter

Waarde

PAF Arseen msPAF (mengsel)

0,65 0,65

Toelichting bij de resultaten Ecologische risico'

De ecologische risico's in de risicotoolbox worden berekend door de concentratie van stoffen in de bodem (gecorrigeerd naar standaardbodem) te toetsen aan risicogrenswaarden. Deze risicogrenswaarden komen overeen met de grenswaarden die zijn gebruikt voor de afleiding van de Generieke Maximale Waarden. De ecologische grenswaarden worden beleidsmatig vastgesteld. Bij de onderbouwing van de grenswaarden wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen op soorten. In deze onderbouwing kan er voor een aantal stoffen rekening worden gehouden met de effecten van doorvergiftiging. Humane risico's

In de risicotoolbox wordt de blootstelling van mensen aan stoffen als gevolg van bodemgebruik berekend met het model CSOIL. Dit model wordt ook gebruikt voor de afleiding van landelijke normen (Landelijke Maximale Waarden). In de risicotoolbox wordt het model doorgerekend met de lokatiespecifieke bodemkwaliteit en bodemeigenschappen. CSOIL berekent een levenslang gemiddelde blootstelling voor de gekozen bodemfunctie. Aan de bodemfunctie zijn belangrijke blootstellingsparameters gekoppeld (bijvoorbeeld: mate van gewasconsumptie, blootstelling van kinderen via inname van grond). Landbouw risico's

De berekeningen van de landbouwrisico's worden uitgevoerd met de methoden die zijn gehanteerd voor de onderbouwing van de LAC2006 waarden. In de risicotoolbox worden deze methoden zoveel mogelijk locatiespecifiek ingezet (dat wil zeggen: rekening houdend met het lokale bodemtype). Voor de stoffen en landbouwproducten waarvoor dit niet mogelijk is, wordt getoetst aan de generieke LAC-waarden. Toxische druk (msPAF)

Naast de standaard ecologische risicobeoordeling wordt in de risicotoolbox ook de toxische druk (op ecosystemen) van stoffen en van het mengsel van stoffen berekend. Net als in de standaard ecologische risicobeoordeling vormen wetenschappelijke gegevens over de effecten van stoffen op soorten de basis voor deze berekening. Bij de bepaling van de toxische druk wordt verder rekening gehouden met de lokale bodemeigenschappen (organisch stof, lutum en zuurgraad) en met de generieke achtergrondwaarde (AW2000). Let op: de berekening van toxische druk in de risicotoolbox is niet geschikt om het verspreiden van baggerspecie te toetsen. Gebruik hiervoor het instrument TOWABO.

Voor aanvullende informatie over de berekeningen in de risicotoolbox: zie www.risicotoolboxbodem.nl/methoden

Resultaten - grafisch

en Ar se

Stof

Ecologische risico's

0

0.4

0.8

1.2

1.6

2

2.4

2.8

3.2

Risico-index

en se Ar

Stof

Humane risico's

0.0

0.2

0.4

Risico-index

0.6

0.8

1.0

Invoergegevens

Stof Arseen

Concentratie [mg/kg] 76,00

Bodemeigenschappen: Organisch stof: Lutum: pH (CaCl2):

25 % 10 % 5,8

Concentratie in standaardbodem [mg/kg] Type 76,00 Anders

Resultaten - grafisch - additioneel

In deze sectie worden de berekende ecologische en humane risico’s voor alle functies (beschermingsniveaus) in 3D staafdiagrammen weergegeven. Op deze wijze kan een indruk worden verkregen van de gevoeligheid van de uitslagen voor de gekozen functies.

Ecologische risico's 3.80

Risico-index

Risico-index

4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0

4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0

2.81

1.00

Hoog Gemiddeld

Arseen Matig

Beschermingsniveau

Stof

Resultaten zijn altijd inclusief doorvergiftiging (indien waarden beschikbaar)

Humane risico's Risico-index

Risico-index 0.8 0.7 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0

0.8 0.7 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0

0.78 0.03

0.14 0.18

Natuur Plaatsen waar kinderen spelen Arseen

Tuin

Functie

Moestuin

Stof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13514539/1