CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Netimpactanalyse RES Noord-Veluwe - 2021 04 15

Commissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte 28 juni 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: RES 1.014.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Impact van RES concept 1.0 op RES het scenario's energienet op de elektriciteitsRES regio: Noord-Veluwe en gasinfrastructuur RES regio ………

Versie 1.0 | april 2021 1

Samenvatting

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 2

Optimaal ontwerp en gebruik van het energiesysteem Het energienet als multifunctionele verbinder van vraag en aanbod

Systeemefficiëntie

Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.

Kwantiteit

Het belang van systeemefficiëntie In dit document bieden we inzicht in de impact die keuzes in de RES hebben op het energienet. Daarnaast geven we adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie, namelijk het zo optimaal mogelijk ontwerpen en gebruiken van het energiesysteem. Dit is een van de vier afwegingskaders in de RES. Het zorgt ervoor dat plannen tijdig uitvoerbaar zijn tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Met deze impactanalyse is de RES-regio in staat om: 1. Te sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten. 2. Systeemefficiëntie mee te nemen in het afwegingskader.

De rol van netbeheerders De Nederlandse netbeheerders werken aan het energienet van vandaag en morgen. Vanuit onze kennis en kunde geven wij alle betrokken partijen in de RES inzicht in de mogelijkheden om het energienet uit te breiden (ruimte, tijd en geld). Ook doen wij voorstellen voor systeemefficiency. Dit doen wij vanuit het belang van de maatschappelijke kosten en het tijdig realiseren van de klimaatdoelen. Het vraagt om gecoördineerde uitvoering in goede samenwerking tussen overheden, netbeheerders en marktpartijen.

Ruimte

Draagvlak

Vier afwegingskaders in de RES in onderlinge samenhang 1.

Kwantiteit: worden doelstellingen gehaald (aantal TWh duurzame opwek)?

2.

Draagvlak: worden keuzes politiek en maatschappelijk gedragen?

3.

Ruimte: kunnen duurzame opwek en energie-infrastructuur ruimtelijk worden ingepast, kijkend naar landschappelijke kwaliteit?

4.

Systeemefficiëntie: kan duurzame opwek efficiënt worden ingepast in het totale energiesysteem? 3

Ambitie van de regio Van concept-RES naar RES 1.0

Overzichtskaart bod RES 1.0 regio Noord-Veluwe

Het regionale verhaal voor de RES 1.0 bestaat uit 3 onderdelen: • een basis met projecten die een grote realisatiekans hebben of al gerealiseerd zijn; • een ambitie met kansen voor zonne- en windenergie in zoekgebieden die haalbaar geacht worden, maar nog in de initiatief - of ideefase zijn. • Een onderdeel nader onderzoek: het gaat hier om gebieden waar in principe technische ruimte is voor ontwikkelingen maar waarbij er nog veel onzekerheden zijn.

Ambitiebod Het bod voor RES 1.0 bestaat uit de onderdelen basis en ambitie. Dit ambitiebod is waar de regio voor wil gaan en waarvoor zij met de stakeholders de komende jaren een nadere uitwerking gaat maken tot concrete projecten. Verdere uitwerking hiervan is nodig in de vorm van maatwerk en gebiedsgerichte aanpakken. Het ambitie-deel bevat de regionale verhaallijn, met een selectie van de meest kansrijke zoekgebieden voor wind en bouwstenen voor zon zoals opgenomen waren in de drie varianten van de concept-RES. Er is een keuze gemaakt uit de verschillende bouwstenen uit de varianten van de concept-RES en er is gekeken naar de praktische haalbaarheid van grote ontwikkelingen, t.a.v. vergunningen en restricties vanuit Natura 2000. De totale ambitie is gewijzigd: van 0,5 TWh in de doorrekening ten behoeve van de concept RES naar 0,53 TWh in het ambitiebod dat meegenomen is in deze doorrekening ten behoeve van de RES 1.0. Op hoofdlijnen zijn de wijzigingen in aan te sluiten vermogens als volgt: • Het aan te sluiten vermogen voor wind- en zonneweides is omlaag gegaan. Er is gekozen voor (grotere) windmolens bij Hattemerbroek, Lorentz en aan de Nuldernauwkust, waar mogelijk gecombineerd met zonneweides. Daarnaast wordt de ontwikkeling van overige zonneweides nadrukkelijk gekoppeld aan gebiedsgerichte opgaven zoals de landbouwtransitie of landschapsherstel.

• Het aandeel vermogen voor zon op dak is omhoog gegaan. Dit komt door 30% meer te benutten dakoppervlak (130 ha i.p.v. 100 ha) en door het hogere vermogen dat aan dit dakoppervlak is toegekend. Daarmee is het aan te sluiten vermogen bijna verdubbeld.

Overzicht aan te sluiten vermogen en opbrengst Wind (MW)

Zonneweide (MW)

Zon op dak (MW)

Opbrengst (TWh)

Concept-RES (variant B)

111

180

100

0,50

Ambitiebod

66,2

130

195

0,53 4

Impact op het elektriciteitsnet Uitkomsten doorrekening netimpact •

•

•

•

•

•

Het ambitiebod van de regio Noord-Veluwe past niet binnen de huidige capaciteit van de 3 grote elektriciteitsstations in de regio: Hattem, Harderwijk en Nunspeet. De drie grote stations in de regio ´voeden´ het onderliggende net. Op deze stations sluiten we grote wind- en zonontwikkelingen aan. Het bod sluit goed aan op de uitbreidingsplannen die we voor die stations hebben. Deze uitbreidingen baseren we op onze prognoses voor zowel de flinke toename van de hoeveelheid teruggeleverde duurzame opwek in 2030, als door een groeiende vraag en een doorkijk naar 2050. Daarnaast spelen ook de spanningsniveaus en beschikbare velden (´stopcontacten´) een rol. Dit neemt echter niet weg dat het toepassen van systeemefficiënte oplossingen maatschappelijke kosten kan beperken. Kleinere zonontwikkelingen sluiten we aan op kleinere stations, zoals De Koekoek, Wezep, Ermelo en Putten, hiervoor is echter nog beperkt ruimte op die stations aanwezig. Naast capaciteit spelen ook spanningskwaliteit en beschikbare velden (´stopcontacten´) hierbij een rol. Het aandeel aan te sluiten MW voor zon op dak is t.o.v. de concept-RES verdubbeld. Zon op dak wordt doorgaans aangesloten op het middenspanningsnet. Daar wordt in de doorrekening van de RES beperkt naar gekeken.

De hoeveelheid aan te sluiten aanbod (opwek) is vele malen hoger dan de tot nu toe aangesloten vraag (leveren), het net is hier niet op berekend. We verwachten hier dus op diverse locaties knelpunten, zeker in gebieden waar ons net ´dun´ is, zoals in het buitengebied. Met de gemeentes zijn we in gesprek voor de uitbreidingen of nieuwbouw van stations Hattem, Harderwijk, Lorentz en Nunspeet over o.a. grondposities en bestemmingsplanwijzigingen. We denken deze uitbreidingen voor 2030 te hebben gerealiseerd. Het is van belang om samen een uitvoeringsplanning te maken voor de beoogde wind- en zonontwikkelingen. De Omgevingswet geeft hier goede handvatten voor. Naast de RES hebben ook de Transitievisies Warmte en Regionale Laadinfrastructuur impact op onze netten. We onderzoeken ook hiervoor graag samen met de regio wat nodig is voor een toekomstbestendige netstructuur en hoe daar met een gezamenlijke uitvoeringsplanning te komen.

Benodigde netaanpassingen

Geen capaciteit 0 tot 10 MVA beschikbaar tot 2030 30 tot 50 MVA beschikbaar tot 2030 50 tot 75 MVA beschikbaar tot 2030

Voldoende capaciteit tot 2030 Net wel/niet voldoende capaciteit tot 2030 Tekort aan capaciteit voor 2030 Knelpunt 2020

Kaartbeeld februari 2021

Spanningsniveau

Redundantie verlaten

HS

2

MS

Uitbreiding of nieuwbouw

3

MS- en LSnet TOTAAL

2

3

Kosten (in mln. €)

Benodigde ruimte (in ha)

Inschatting haalbaarheid voor 2030

ntb

ntb

✓ /?

7,4 – 14,9

4,8 – 6,0

✓ /?

19 - 23

ntb

26,4 – 37,9

4,8 – 6,0

?

5

Aanbevelingen voor systeemefficiëntie In het proces om tot het bod voor RES 1.0 te komen heeft systeemefficiëntie in o.a. de beschikbare netcapaciteit en combineren van vraag en aanbod een rol gekregen. Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te blijven verbeteren in de RES-regio Noord-Veluwe. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes die we hieronder verder duiden. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.

Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030.

Concept-RES

RES 1.0

1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

Weinig potentie

Weinig potentie

Het ambitiebod van de regio Noord-Veluwe past niet binnen de huidige stationscapaciteit. Het bod sluit echter goed aan op de uitbreidingsplannen van de HS- en TS-stations in de regio: Hattem, Harderwijk en Nunspeet. De meest MS-stations in de regio worden met het ambitiebod volledig belast.

2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Veel potentie

Veel potentie

Door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen wordt niet alleen de capaciteit van de stations maar worden ook de aansluitpunten en kabels efficiënt benut.

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Weinig potentie

Veel potentie

De wind-zon-verhouding in het ambitiebod is 1:2. Door de doorgaans lange doorlooptijd voor de realisatie van windontwikkelingen en restricties vanuit Natura2000 is het aandeel wind dat voor 2030 gerealiseerd kan worden kleiner geworden. Windontwikkeling thv. Nunspeet wordt nader onderzocht (en zit dus niet in bod RES 1.0), deze ontwikkeling kan helpen om de verhouding zon-wind te balanceren.

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Veel potentie

Veel potentie

Door zon en wind te clusteren en kleinere zonprojecten te clusteren wordt het net efficiënter benut, dit geldt zowel voor benutten van de stationscapaciteit, de aansluitmogelijkheden op de station als het gebruik van kabels.

5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piekproductie en benutten reservecapaciteit

Zeer veel potentie

Zeer veel potentie

Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Ook cable-pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. Het benutten van de reservecapacteit biedt extra ruimte voor het direct aansluiten van duurzame opwek op stations. 6

Algemene aanbevelingen voor de RES vanuit de netbeheerder Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid

In een uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreidingen van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Ook is door de toenemende energieopwek meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbare ontwikkeling. Minder bekend maar wel noodzakelijk, is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels. Dit geldt zowel voor HS-stations aan de rand van een stad of dorp, als middenspanningsruimtes in woonwijken. Schaarse ruimte in Nederland die ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Denk hierbij aan: • In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de ruimte die boven- en ondergronds nodig is voor het energienet sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan. Liander adviseert graag over de planologische ruimte die nodig is voor het energienet en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt er een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken, vergroot de kans dat we de regionale ambities samen op tijd realiseren.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of kunnen deze op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, werken we in de tussentijd aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten. Indicatief benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0 Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station

1

2

3

4

5

6

7

jaren HS hoogspanning MS middenspanning TS tussenspanning LS laagspanning Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering Onzekerheid

Aandacht voor landelijke gereedschappen Door het aanbieden van de juiste landelijke gereedschappen voor de ontwikkeling van de benodigde netinfrastructuur verhogen we de haalbaarheid van de RES. Denk hierbij aan: • Nieuwe spelregels om het bestaande elektriciteitsnet slimmer en beter uit te nutten. Zoals aanpassing van wet- en regelgeving om sneller en efficiëntere aansluiting en transport mogelijk te maken of financiële prikkels om opgewekte energie zoveel als mogelijk lokaal in balans te brengen of op te slaan. • Willen we de klimaatdoelen halen dan vraagt dit om echte regie, via een langjarige programmatische samenwerking tussen overheden en netbeheerders, gericht op uitvoering. Dit vraagt op landelijk en regionaal niveau integrale afstemming over de sectoren heen, zodat de transitie efficiënt gerealiseerd kan worden. • Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid (benodigd voor de uitvoering van de energietransitie).

7

Klik op de tekst om naar het betreffende onderdeel te gaan.

1.

2.

3.

Huidig energienet in beeld

Aangeleverde gegevens RES 1.0

4.

5.

6.

Impact RES 1.0 op het energienet

Impact RES 1.0 op warmte- en gasnet

Aanbevelingen

Introductie

7. Bijlagen

8

Introductie

9

Introductie | dit document Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.

Systeemefficiëntie

Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen verschillende belangen. Energie-systeemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. Om de RES-regio te helpen met die systeemefficiency, werken de netbeheerders de netimpact van de RES΄en uit. Met dit document kan de RES-regio het belang van systeemefficiëntie meenemen in de afweging. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en de laagste maatschappelijke kosten.

Van concept RES naar RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES doorberekend door Liander. Hiermee werd de impact van de regionale plannen op het energienet inzichtelijk gemaakt. Ook kreeg de RES-regio adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Met deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt naar een RES 1.0. Liander heeft de RES 1.0 bestudeerd en ziet een aantal verschillen met de concept-RES vanuit het perspectief van systeemefficiëntie: • De totale ambitie is gewijzigd: van 0,5 TWh in de doorrekening ten behoeve van de concept RES naar 0,53 TWh in het ambitiebod dat meegenomen is in deze doorrekening ten behoeve van de RES 1.0. • Er is een keuze gemaakt uit de verschillende bouwstenen uit de varianten van de concept-RES en er is gekeken naar de praktische haalbaarheid van grote ontwikkelingen, t.a.v. vergunningen en restricties vanuit Natura 2000. • Hierdoor is het aan te sluiten vermogen voor wind- en zonneweides omlaag gegaan. Er is gekozen voor wind bij Hattemerbroek, Lorentz en aan de Nuldernauwkust, waar mogelijk gecombineerd met zonneweides. Daarnaast wordt de ontwikkeling van overige zonneweides nadrukkelijk gekoppeld aan gebiedsgerichte opgaven zoals de landbouwtransitie of landschapsherstel. • Het aandeel vermogen voor zon op dak is omhoog gegaan. Dit komt door 30% meer te benutten dakoppervlak (130 ha i.p.v.

100 ha) en door het hogere vermogen dat aan dit dakoppervlak is toegekend. 10

Introductie | bepalen netimpact Verschil in doorberekening concept RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de doorrekening doorgevoerd, zodat we de netimpact nog beter kunnen inschatten. Het volgende is gewijzigd in de doorberekening: • In deze doorrekening hebben we de impact op het middenspanningsnet op hoofdlijnen meegenomen: de belasting is op HS-, TS- en MS-stationsniveau meegenomen, er is beperkt inzicht op de impact van het bod op MS-kabels of MS/LS-stations. • Er wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van landelijke back-up gegevens. Dit is afgestemd met de regio. Verderop is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is. • De impact van de RES΄en op de elektriciteitsnetten van TenneT is uitgewerkt. De conclusie vanuit de analyse van TenneT is dat de RES 1.0 plannen vanuit het hoogspanningsnet tot 2030 haalbaar zijn, mits de lopende projecten en projecten in realisatie- en studiefase gerealiseerd worden. De analyse van TenneT is meegenomen in deze netimpactrapportage.

Wel/niet onderdeel van deze impactanalyse

Station

Verbinding

✓

✓

✓

Hattem, Harderwijk

Hoe analyseren we de netimpact? Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio, aangevuld met landelijke gegevenssets. Tevens maken we (op onderdelen) gebruik van gegevens van Liander. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt. De impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op het elektriciteits- en gasnet. Meer informatie over de gebruikte gegevens en de werkwijze is verderop in deze rapportage te vinden.

✓

✓

Nunspeet

Wezep, Hoge Enk, De Koekoek, Ermelo, Putten, Puttereng, Uddelermeer

X

11

Introductie | integraal beeld Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur

Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen

Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energie-aanbod is noodzakelijk om het energienet tijdig aan te kunnen passen. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmteinfrastructuur. Het energienet wordt voor minimaal 40 jaar aangelegd. Daarom is het van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. Door ook lange termijn ontwikkelingen mee te nemen in de onderbouwing van investeringsbeslissingen voor 2030, zijn de investeringen gerichter en toekomstbestendiger.

Door beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen, kan een RES-regio tot integrale keuzes en prioritering komen: • Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op het energienet. • Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): in de NAL is overeengekomen dat elke gemeente in 2021 een laadvisie en plaatsingsbeleid laadpalen vaststelt. • Transitievisie Warmte (TVW): eind 2021 hebben alle gemeenten de warmtevisie vastgesteld. De impact op het energienet is groot en hangt samen met regionale keuzes. • Programma Energiehoofdstructuur (PEH): een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken. • Cluster Energie Strategieën (CES): elk industriecluster stelt een energiestrategie op. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn. • Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.

Beeld van de ontwikkelingen vanuit alle sectoren Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op het energienet. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het net geldt dat Liander graag zo vroeg mogelijk betrokken is. Op deze manier kunnen we meedenken over slimme oplossingen. En werken aan de RES, rekening houdend met de relevante wettelijke context.

12

Introductie | leeswijzer Leeswijzer

Disclaimer

Het document begint met een overzicht van het huidige energienet in de regio en een samenvatting van de aangeleverde gegevens. Vervolgens werken we de impact van de regionale plannen op het elektriciteitsnet uit. Ook geven we adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Een kwalitatieve duiding van de impact van het regionaal bod op de warmte- en gasinfrastructuur volgt. Tot slot volgt een aantal aanbevelingen aan de regio.

Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de RES-ontwikkeling in een regio.

In de bijlage is de volgende informatie beschikbaar: • Verdieping • Bronnen en verwijzingen • Terminologie en gebruikte afkortingen • Een toelichting op de werkwijze

Het document geeft een globale indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteits- en gasnet vanuit de beschikbare informatie op het moment van analyse. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. De weergave van ruimtebehoefte en benodigde investeringen in dit document zijn daardoor lager dan ze daadwerkelijk zullen zijn. Deze indicatie van de impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat netbeheerders door Europese of nationale ontwikkelingen andere mogelijkheden of verplichtingen krijgen. Dit kan invloed hebben op de indicatie van de impact. De impact is mede bepaald op basis van gegevens aangeleverd vanuit de regio en/of back-up gegevens vanuit het NP RES. Liander draagt geen verantwoordelijkheid voor deze back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio. Het verdient de aanbeveling om de informatie uit dit document altijd samen met de regionale plannen te publiceren. Deze netimpactanalyse kan tot verkeerde conclusies leiden wanneer de context van de regionale plannen niet wordt meegenomen. Liander aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie.

Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Liander voor de meest actuele informatie.

13

2. Het huidige energienet in beeld

14

Regio in beeld: huidige situatie energienet Er zijn verschillende energiedragers. In Nederland kennen we vooral elektriciteit, (aard)gas en warmte. Voor deze verschillende energiedragers kennen we verschillende netten om de energie te transporteren. Ook worden flexibele oplossingen om vraag en aanbod van energie te kunnen balanceren steeds belangrijker in het energienet.

Elektriciteit*

Gas

Warmte (netten)

2 HS/MS stations in regio 1 TS/MS station in regio, 1 buiten de regio 8 MS stations De stations en de verbindingen hiertussen zijn in de afbeelding hieronder weergegeven. In de regio is op enkele locaties sprake van transportschaarste. Lees hier meer over de situatie in de regio.

8 stations binnen de regio 1 groen gas invoeder

Er zijn geen warmtenet(ten) in de regio.

Deze stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven, net als de groen gas invoeder.

Flexibele oplossingen (bv. opslag) Flexibele oplossingen zijn onmisbaar om incidentele pieken in energie op te vangen. Een vorm van een flexibele oplossing is opslag. Bijvoorbeeld batterijen kunnen een rol spelen in het oplossen van congestieproblemen. Er zijn nog geen voorbeelden van flexibele opslag in de regio.

*= voor uitleg terminologie en afkortingen: zie de bijlage.

15

3. Aangeleverde gegevens RES 1.0

16

Doelstelling RES 1.0 Het bod voor RES 1.0 is opgebouwd uit verschillende onderdelen: • Basis: gerealiseerde, vergunde en/of SDE-beschikte ontwikkelingen. O.a. wind en zon bij Hattemerbroek en Lorentz; • Ambitie: aanvullend op basisdeel windontwikkeling Nuldernauwkust, zon gekoppeld aan landbouwtransitie, herstel van kleinschalige landschappen en drijvende zonneparken. Zon op dak op bedrijventerreinen, in dorpen en steden, op defensieterrein en in het buitengebied. • Nader onderzoek: windontwikkeling Veluwemeerkust en aanvullende wind bij Lorentz, intensivering van zonneweides en zon op dak in zoekgebieden. Deze stappen zijn als scenario´s doorgerekend. Deze netimpactrapportage focust op het ambitiebod.

Overzichtskaart bod RES 1.0 regio Noord-Veluwe

Vermogens voor wind en zon 2030 (in MW) WIND

(MW)

ZON-op-land

ZON-op-dak

Basis

27

31

89

Ambitiebod

66,2

130

195

Nader onderzoek

127,8

263

330

Zon-op-dak

= bod RES 1.0

330

Zon-op-land

263

Wind

195 130

89 31

27

Basisbod

127,8 66,2

Ambitie haalbaar

Ambitie hoog

Opbouw RES 1.0 - aan te sluiten MW bouwstenen ambitiebod

Wind

Zon

Hattemerbroek Lorentz Nuldernauwkust Daken en overkappingen op bedrijfsterreinen Daken en overkappingen in dorpen en steden Daken en overkappingen in het buitengebied Daken en overkappingen op defensieterreinen Zon gekoppeld aan de landbouwtransitie Zon gekoppeld aan herstel van kleinschalige landschappen Zon langs snelweg, drijvend en overige infra

14,4 12,6 39,2

15 0 0 135 7,5 45 7,5 90 0 25 17

Aangeleverde gegevens De impact van de RES 1.0 is doorgerekend aan de hand van verschillende gegevensbronnen. De regio is gevraagd om informatie aan te leveren voor de onderdelen in onderstaande tabel. De regio heeft gegevens tot het jaar 2030 aangeleverd. Wanneer de regio geen gegevens heeft aangeleverd, is in overleg besloten om de Liander gegevens te gebruiken. Voor elektrisch vervoer wordt gerekend met een basis gegevensset opgesteld door stichting Elaad. Voor een aantal onderdelen zijn (nog) geen gegevens beschikbaar. In onderstaande tabel is te zien welke gegevens zijn gebruikt.

Aanbod Elektriciteit

concept RES

Wind op land

Regio

Regio

Grootschalig gebouwgebonden zon (>15 kWp)

Regio

Regio

Grootschalig niet-gebouwgebonden zon (zonnevelden) (>15kWp)

Regio

Regio

Back-up

Liander

Overige duurzame opwek

Geen gegevens

n.v.t.

Gas

Groengas

Geen gegevens

Geen gegevens

Waterstof

Groene waterstof

Geen gegevens

Geen gegevens

Kleinschalige zon (<15 kWp)

Vraag

RES 1.0 Elektriciteit

Flexibiliteit

Back-up

Liander

Geen gegevens

Geen gegevens

RES 1.0

Nieuwbouw woningen

Back-up

Liander

Nieuwbouw utiliteit

Back-up

Liander

Bestaande utiliteit

Back-up

Liander

Elektrisch vervoer

Basis (2019)

Basis (update 2020)

Back-up

Liander

Geen gegevens

Geen gegevens

Back-up

Liander

Utiliteit

Geen gegevens

Geen gegevens

Industrie

Geen gegevens

Geen gegevens

Landbouw/glastuinbouw

Geen gegevens

Geen gegevens

Vervoer

Geen gegevens

Geen gegevens

Totale vraag

Geen gegevens

Geen gegevens

Landbouw/glastuinbouw Datacenters Industrie Gas

Overig Gebouwde omgeving warmteoplossingen

concept RES

Waterstof

* Op de website van het NP RES is meer informatie over de gebruikte gegevens te vinden: https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulformulieren/default.aspx ** II3050 data is gebruikt ter aanvulling van de landelijke back-up gegevens. Dit geeft een beter beeld van de impact op de langere termijn. https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten

18

Aangeleverde gegevens | samenvatting elektriciteit Grootste belasting op basis van opwek

Groei in aan te sluiten vermogens tot 2030 (MW)

In de RES zijn zoekgebieden bepaald voor het realiseren van grootschalige wind- en zonontwikkelingen (op land en op dak). Daarnaast wordt het net ook belast door het aanbod door zon op daken van woningen.

VRAAG

Industrie Elektrische vervoer Utiliteit (bestaande & nieuwbouw) Warmteoplossingen bestaande woningen Warmteoplossingen nieuwbouw woningen Kleinschalige zon (bestaande & nieuwbouw)

AANBOD

Aan de vraagkant zien we minder toename van belasting. De grootste groei zien we door alternatieve warmteoplossingen. Op de Noord-Veluwe verwachten we op termijn veel elektrische oplossingen en mogelijk ook de inzet van hybride oplossingen met groen gas. Daarnaast zal de ontwikkeling van elektrisch vervoer zorgen voor een groei in het aan te sluiten vermogen. De elektrificatie van industrie en bedrijvigheid heeft in de regio NoordVeluwe in mindere mate effect op de belasting van de netten en de stations.

Grootschalige zonnevelden Grootschalig gebouwgebonden zon Wind op land 0

50

100

150

200

Groei in vermogen tot 2030 (MW) Liander scenario's

Aangeleverd door regio

19

4. Impact RES 1.0 op energienet Samenvatting netimpact RES 1.0

Analyse netimpact

20

Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteitsinfrastructuur Snel samen plannen concretiseren

Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op HS- en MS-stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op dit spanningsniveau wordt grootschalige duurzame opwek vaak aangesloten. De analyse levert het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 4 van de 11 stations (totaal aantal in de regio) stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het loslaten van redundantie (op 2 stations), het bijbouwen of uitbreiden stations (op 3 stations). • Op enkele stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra ruimte om energie af te nemen en/of duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Op sommige stations is deze vrije ruimte echte zo gering (<10% of <2MVA) dat het onzeker is dat deze capaciteit in 2030 nog beschikbaar is. • Procentueel gezien is 90 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 direct aan te sluiten op de bestaande HS/MS stations. Op stations Harderwijk en Hattem is echter sprake van een tekort aan velden (´stopcontacten´).

Daarnaast vragen de installaties op stations Nunspeet en Nijkerk om uitbreidingen en aanpassingen om het net toekomstbestendig te maken. Op station Hoge Enk is er sprake van een spanningsprobleem en op station Lorentz zien we een flinke groei in zowel vraag als opwek. • In de tabel hieronder is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid. Spanningsniveau

Redundantie verlaten

Uitbreiding of nieuwbouw

Kosten (in mln. €)

Benodigde ruimte (in ha)

Inschatting haalbaarheid voor 2030

HS

2

ntb

ntb

ntb

✓ /?

MS

-

3

7,4 – 14,9

4,8 – 6,0

✓ /?

MS- en LSnet

-

-

19 - 23

ntb

TOTAAL

2

3

26,4 – 37,9

4,8 – 6,0

We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. In de Noord-Veluwe gaan we de komende jaren alle HS- en TS-stations uitbreiden qua capaciteit. Op de MS-stations verwachten we een tekort aan velden en spelen er mogelijk spanningsproblemen. De aansluitende netstructuur met MS- en LS kabels kan deels parallel en deels aansluitend toekomstbestendig worden gemaakt.. Door een gezamenlijke uitvoeringsplanning op te stellen voorkomen we dat ontwikkelingen niet aangesloten kunnen worden of nieuwe knelpunten veroorzaken op het net. Op deze pagina gaan we hier verder op in. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. Ook werken wij graag aan voldoende zekerheid zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen. We zijn over de benodigde uitbreidingen al met de betreffende gemeenten in gesprek. Wat ook mee zal spelen bij het uitwerken van alle plannen is het tekort aan technisch personeel. Dit gaat ongetwijfeld zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau.

Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie Door deze systeemefficiënte ontwerpprincipes toe te passen kan er met dezelfde capaciteit meer duurzame energie worden opgewekt. Op deze pagina geven we aanbevelingen voor het verbeteren van de systeemefficiëntie in relatie met het RES-bod. Denk hierbij aan: • Door zon en wind te clusteren en kleinere zonprojecten te clusteren wordt het net efficiënter benut, dit geldt zowel voor stationscapaciteit als de aansluitmogelijkheden (velden) en kabels. • Door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen wordt niet alleen de capaciteit van de stations maar worden ook de aansluitpunten en kabels efficiënt benut.

? 21

Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten

Capaciteitsknelpunten 2030 op basis van RES-doorrekening

Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op HS/MS stationsniveau hebben we inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op de afbeelding hiernaast zijn de uitkomsten op kaart weergegeven, op de volgende sheet is een uitsplitsing per station aangegeven. De belasting op de verschillende stations op basis van het RES-bod en de prognoses is op ieder station anders. De capaciteitsknelpunten op de stations in regio Noord-Veluwe ontstaan allemaal door het aansluiten van duurzame opwek.

Toelichting knelpunten De benodigde capaciteit is niet ´zomaar beschikbaar´. De installaties moeten worden aangepast om de uitvoering van het bod voor RES 1.0 mogelijk te maken: • Bij de HS-stations houden we in deze analyse al rekening met het verlaten van redundantie. We onderzoeken hoe en onder welke voorwaarden we deze ´reservecapaciteit´ kunnen inzetten. • Op station Harderwijk is ook de capaciteit van de tussenspanning meegenomen die de stations Nijkerk en Nunspeet voedt. Als we deze TS-stations uitbreiden verandert dit ook iets aan de indeling van station Harderwijk. • Op HS-station Hattem moeten we redundantie loslaten om over meer capaciteit te beschikken. De overschrijding is dan minder dan 10%, door slim aan te sluiten past het bod mogelijk net wel binnen de daardoor beschikbare capaciteit. • Op stations Hattem en Harderwijk zijn op dit moment geen velden (´stopcontacten´) meer beschikbaar om ontwikkelingen aan te sluiten. Er is dus een velduitbreiding nodig. Dit is aangegeven met de rode markering. • Naast capaciteit en velden spelen ook de spanningsniveaus een rol in de mogelijkheid om duurzame opwek aan te sluiten. Daarom onderzoeken we de mogelijkheid om in (delen van) de regio de middenspanning van 10kV naar 20 kV te brengen. Daarmee vergroten we de aansluitcapaciteit van de stations.

Kaartbeeld februari 2021

Verwacht voldoende capaciteit tot 2030

3 stations

Verwacht net wel/niet voldoende capaciteit tot 2030

5 stations

0 tot 10 MVA beschikbaar tot 2030

Verwacht tekort aan capaciteit voor 2030

3 stations

30 tot 50 MVA beschikbaar tot 2030

Knelpunt 2020: tekort aan aansluitmogelijkheden

2 stations

Geen capaciteit

50 tot 75 MVA beschikbaar tot 2030

22

Analyse netimpact: capaciteit per station in 2030 Totaalbeeld op stationsniveau In grafieken hiernaast is per station weergegeven hoe de capaciteit voor het aansluiten van duurzame opwek in 2030 verdeeld is. • De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. We verwachten dat tot 2030 op 4 van de totaal 11 stations in de regio de maximale capaciteit bereikt wordt. Dit zijn de stations met een tekort aan capaciteit (rode vlakken) in de grafiek. • In de grafiek is per station weergegeven hoe de capaciteit voor het aansluiten van duurzame opwek in 2030 verdeeld is. Bij de HS-stations houden we in de grafiek al rekening met het verlaten van redundantie. Dit is in de grafiek terug te zien aan de hand van de donkerblauwe pijlen. • Op 7 van de totaal 11 stations is voldoende capaciteit voorzien tot 2030, áls redundantie kan worden verlaten en er voldoende aansluitmogelijkheden zijn. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Dit zijn de stations met onbenutte capaciteit (groene vlakken) in de grafiek. • Op 4 stations is deze vrije ruimte echter zo gering (<10% of <2MVA) dat het onzeker is dat deze capaciteit in 2030 beschikbaar is. Dit is in de grafiek terug te zien aan een klein groen vlak. • Ruim 90 % van de beoogde duurzame opwek in de RES 1.0 is qua capaciteit op de stations direct aan te sluiten.

Dit is gebaseerd op de blauwe vlakken die in de grafiek onder de stippellijn die de huidige capaciteit aangeeft. • Ca. 10 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 kan niet direct worden aangesloten op bestaande stations. Dit is de gebaseerd op de blauwe vlakken boven de stippellijn en de rode vlakken in de grafiek. Door te onderzoeken of deze opwek kan schuiven naar een locatie in de buurt van een station met capaciteit kan dit aandeel kleiner worden.

HS- en TS-stations Beschikbare capaciteit op Hoogspanning/Middenspanning stations tot 350 2030 300

Let op: de schaal van beide grafieken is niet hetzelfde! Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0

250

Te benutten capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Onbenutte capaciteit tot 2030

200

MW

Benutte capaciteit tot 2020

150

Totale capaciteit station – waar mogelijk inclusief redundantie verlaten

100

Velduitbreiding nodig

50

Harderwijk 150kV

Nunspeet 50kV

Hattem 150kV

Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Beschikbare capaciteit op Hoogspanning/Middenspanning stations tot MS-stations Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0 2030 Benutte capaciteit 2020 30 25 20

MW 15 10

NB 1. Op een station komt afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het totaalbeeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is alleen de beschikbare capaciteit voor opwek gevisualiseerd. NB 2. Dit is een beeld van capaciteit op hoog-, tussen- en middenspanningstations en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.

5

De Koekoek

Hoge Enk

Lorentz

Ermelo

Geen velden beschikbaar

Putten

Puttereng

Uddelermeer

Wezep

23

Analyse netimpact: beschikbare capaciteit in zoekgebieden In de RES 1.0 zijn zoekgebieden voor duurzame opwek benoemd. Hoe zit het met de beschikbare netcapaciteit in die gebieden? Dit wordt hieronder en in de afbeelding hiernaast toegelicht.

Inzicht in beschikbare capaciteit voor duurzame opwek per gebied

Hiernaast is een kaart van de RES-regio weergegeven. De gebieden zijn ingedeeld in vlakken van waaruit de aansluitingen naar hetzelfde dichtstbijzijnde station gaan (op basis van voronoimethode). Zichtbaar is dus welke gebieden bij een bepaald station horen. Ook is zichtbaar of het station in het betreffende gebied voldoende capaciteit heeft. Een gebied met nog ruimte (lichtpaars in kaart hiernaast) heeft de capaciteit om duurzame opwek aan te sluiten vanuit dat gebied. De inschatting van beschikbare capaciteit komt overeen met de capaciteit op stations niveau op de pagina hiervoor.

Hattem

Nunspeet

Dit kaartje geeft een indicatie van beschikbare capaciteit voor de dichtstbijzijnde aansluitingen groter dan 5 MW. Bij concrete uitwerking van projecten wordt altijd gekeken naar de meest logische aansluiting. Dit is niet alleen afhankelijk van de afstand tot een station, maar ook van andere factoren zoals de beschikbaarheid van capaciteit en velden (´stopcontacten´). Op deze pagina geven we aanbevelingen voor het verbeteren van de systeemefficiëntie in relatie het met het RES-bod. Denk hierbij aan: • Door zon en wind te clusteren en kleinere zonprojecten te clusteren wordt het net efficiënter benut, dit geldt zowel voor stationscapaciteit als de aansluitmogelijkheden en kabels. • Door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen wordt niet alleen de capaciteit van de stations maar ook de aansluitpunten en kabels efficiënt benut.

Harderwijk

Nijkerk

Kaartbeeld februari 2021

Op niet alle stations is het direct mogelijk om duurzame opwek aan te sluiten. De stations moeten eerst worden uitgebreid zodat er capaciteit en aansluitmogelijkheden beschikbaar zijn. Door een gezamenlijke uitvoeringsplanning op te stellen voorkomen we dat ontwikkelingen niet aangesloten kunnen worden of nieuwe knelpunten veroorzaken op het net. Op deze pagina gaan we hier verder op in.

Zoekgebieden wind uit RES 1.0

Zoekgebieden zonneweides uit RES 1.0

Geen capaciteit 0 tot 10 MVA beschikbaar tot 2030 30 tot 50 MVA beschikbaar tot 2030

50 tot 75 MVA beschikbaar tot 2030

24

Analyse netimpact: inzicht op het middenspanningsnet Netimpact op midden- en laagspanningskabels op hoofdlijnen De belasting van zon op dak is in deze netimpactanalyse rekenkundig op stationsniveau (HS/TS/MS) meegenomen. Zon op dak wordt echter op een lager spanningsniveau aangesloten, namelijk op het MS- of LS-net. De impact van de belasting op individuele midden- en laagspanningskabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net is nog niet meegenomen. Op dit deel van het elektriciteitsnet zullen nog vele aanpassingen nodig zijn, door zowel de opwek van zonne-energie op daken als de uitvoering van de transitievisies warmte en de groei van elektrisch vervoer. Aanpassingen zijn bijvoorbeeld het plaatsen van nieuwe middenspanningskasten in woonwijken en het verzwaren van kabels. Er is dus zowel boven- als ondergronds extra ruimte nodig voor het energiesysteem. Op basis van onze prognoses schatten we in dat we in de Regio NoordVeluwe zo´n 20 tot 25 miljoen euro moeten investeren op dit spanningsniveau.

Beschikbare ruimte op het MS-net

Inschatting benodigde investeringen per netvlak (mln euro) 20 Maximaal 2 MVA

15 10 Kaartbeeld december 2020

5

Geen capaciteit

Samen en integraal plannen

0 Totaal MS-net

Totaal LS-net

Inzicht in het MS-net Het aandeel aan te sluiten MW voor zon op dak is t.o.v. de concept-RES verdubbeld. De impact is naar verwachting groot. We verwachten op diverse locaties knelpunten, vooral in gebieden waar ons net ´dun´ is, zoals in het buitengebied. Op de kaart hiernaast is een ´foto´ weergegeven van de beschikbare ruimte op het MS-net. Dit is een momentopname en biedt basisinformatie voor het verder uitwerken van een gebiedsgerichte aanpak voor het inpassen van zon op dak. Hoe donkerder de tint hoe meer capaciteit er op dat moment nog beschikbaar is. In de witte vlekken is dus geen ruimte meer om duurzame opwek aan te sluiten.

Door zon op dak een groter aandeel te geven t.o.v. de concept-RES maakt deze RES-regio het plannen van deze ontwikkelingen veel gecompliceerder. Het is belangrijk om hier met elkaar een slim gezamenlijk uitvoeringsplan voor te maken, zodat transportschaarste wordt voorkomen. Door duurzame opwek te combineren met opslag worden de netten ook minder belast. Opslag kan congestie voorkomen en tegelijkertijd meer duurzame opwek mogelijk maken. In de RES 1.0 is opgenomen dat een uitvoeringsstrategie voor zon op dak wordt uitgewerkt. Naast de RES hebben ook de Transitievisies Warmte en Regionale Laadinfrastructuur impact op onze netten. We onderzoeken ook hiervoor graag samen met de regio wat nodig is voor een toekomstbestendige netstructuur en hoe daar met een gezamenlijke uitvoeringsplanning te komen. 25

Analyse netimpact: perspectief voor het middenspanningsnet Inpassingsladder grootschalige zon op dak

Aansluitprincipes

Om de betaalbaarheid en een maximale realisatiegraad van projecten te borgen, is slim werken noodzakelijk. Daar is de inpassingsladder grootschalig zon op dak op gebaseerd: voorkom waar mogelijk netverzwaringen en ga zo slim mogelijk om met de bestaande infrastructuur. Dat geeft de grootste kans op het snel gerealiseerd krijgen van PV-projecten.De inpassingsladder grootschalig zon op dak borduurt voor op de landelijk omarmde zonneladder (naar aanleiding van motie Dik-Faber). Deze inpassingsladder sluit net als de bestaande zonneladder niets uit, maar geeft een optimale volgordelijkheid/logica aan beredeneerd vanuit de infrastructuur.

Grootschalige zon- en windontwikkelingen (>2MW) worden direct op een HS- of MS-station aangesloten. Dit betekent in veel gevallen één of enkele directe kabels naar een station die op de velden (´stopcontacten´) van het station worden aangesloten. Is er onvoldoende capaciteit op het station om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid.

Slimme keuzes in de RES helpen niet alleen bij het betaalbaar houden van de energieinfrastructuur, maar ook voor het realiseren van de klimaatdoelen in 2030. Richting geven aan zon op dak binnen een RES is daarin cruciaal. Deze projecten zorgen immers voor het grootste deel van de opwek met zonnepanelen, maar komen steeds vaker in het gedrang door netcongestie. Maak inzichtelijk wat de meest logische locaties voor zon op dak zijn waarbij de infrastructuur niet direct een aanpassing behoeft en realisatie eenvoudig kan plaatsvinden. In de RES 1.0 is in ieder geval opgenomen dat een uitvoeringsstrategie voor zon op dak wordt uitgewerkt.

Zon op dak is doorgaans kleiner dan 2MW en wordt per locatie aangesloten op het middenspannings- of laagspanningsnet. Dit net is verfijnder maar kan ook minder capaciteit verwerken. De belasting wordt door de ligging van de daken verspreid over meerdere kabels en MS/LS-stations. Die worden op hun beurt weer gevoed voor de HS/MS-stations. Dit betekent dat het stationsvermogen moet worden uitgebreid en daarnaast zullen óók lokaal veel kabels en middenspanningsruimten moeten worden verzwaard. Naast overlast voor de omgeving én een claim om ruimte om deze kleinere stations te plaatsen, geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket van de netbeheerder. Ook hier geldt dat opslag van duurzaam opgewekte energie de druk op de netbeheerder kan verlichten én besparingen op maatschappelijke kosten mogelijk maakt.

26

Analyse TenneT Afstemming met TenneT Het RES-bod is gedeeld met TenneT, de landelijke beheerder van het hoogspanningsnet. TenneT ziet geen belemmeringen voor de regio Noord-Veluwe.

Hoogspanningsnet Flevoland-Gelderland-Utrecht – capaciteitsprojecten TenneT 63

65

12 81

TenneT werkt op dit moment aan een studie voor HS/MS-stations Harselaar, dat MS-station Uddelermeer in de regio Noord-Veluwe voedt. Daarnaast worden de plannen die Liander maakt voor stations Harderwijk, Nijkerk, Nunspeet en Hattem regelmatig besproken met TenneT. Zo worden de investeringen en planningen van Liander en TenneT op elkaar afgestemd. De uitbreidingen en het verlaten van redundantie moeten aansluiten op de capaciteit van het hoogspanningsnet.

80 73

83 45

76 79

13

82 18 31 74

74

69

65

67

65

63

32

68 71 65 66

62 29 70

Regio Noord-Veluwe

74

Studie

Basisontwerp

Realisatie

Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Harselaar.

27

5. Impact RES 1.0 op warmte- en gasinfrastructuur

28

De Regionale Structuur Warmte

Warmtekaart RSW

Als onderdeel van de RES hebben regio's een Regionale Structuur Warmte (RSW) uitgewerkt. Hierin is het warmteaanbod en de warmtevraag op regionaal niveau in kaart gebracht. Voor de netbeheerders is een RSW van belang omdat energiesystemen meer met elkaar verweven raken en totaaloplossingen voor het energiesysteem moeten worden onderzocht. Bijvoorbeeld: het gebruik van warmte of duurzaam gas voor verwarming van gebouwen kan extra investeringen in het elektriciteitsnet voorkomen. In de verdieping is meer informatie te vinden over de afhankelijkheid tussen elektriciteits- en gasnet. In de RSW van de Noord-Veluwe worden de volgende punten geduid die van belang zijn voor de gas- en elektriciteitsnetten: • Er zijn weinig warmtebronnen in de regio die de grenzen van de gemeente overstijgen om in te zetten als bron voor de gebouwde omgeving. • Het algemene beeld voor de regio is dat de voorkeursoplossing voor de gebouwde omgeving vanuit het vastgoed bekeken grotendeels richting individuele all-electric oplossingen neigt, met een aantal plekken (in de centra van de grotere kernen) waar kleinschalige, lokale warmtenetten het meest kansrijk en betaalbaar lijken. De bronnen waarmee de warmtenetten gevoed zullen gaan worden, zullen lokaal met name ingevuld worden met lagetemperatuur warmtebronnen zoals omgevingswarmte (bv. WKO aangevuld met aquathermie) naast biomassa als tijdelijke bron.

• Gevolg hiervan is dat de elektriciteitsvraag zal gaan stijgen in de regio, omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving over zal gaan op all-electric warmteoplossingen. • Regionaal liggen er ook kansen voor biogas. Inzet hiervan in de gebouwde omgeving zal vooral daar moeten gebeuren waar isoleren van het vastgoed niet of alleen tegen zeer hoge kosten mogelijk is zoals in de vestingen van Elburg en Hattem.

Kaartbeeld juli 2020 | bron: RHDHV

Warmteopties per buurt Kaartbeeld juli 2020 | bron: Over Morgen & DWA

Aanbevelingen •

•

•

Duid in de Wijkuitvoeringsplannen de regionale en lokale kansen en veranderingen t.a.v. het totale energiesysteem. Neem naast de warmtetransitie ook de ontwikkeling kleinschalige zon-op-dak en elektrisch vervoer mee. Werk nu al zoveel mogelijk warmtevragen integraal uit met een blik op 2050, zodat aansluitingen tussen landelijke, regionale en uiteindelijk lokale infrastructuur zo goed mogelijk kan worden gelegd. Werk de afhankelijkheid tussen warmte en elektriciteit verder uit. Zo zal de warmtetransitie leiden tot een hogere elektriciteitsvraag, door o.a. het koken op inductie en evt. een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een lage temperatuur warmtebron.

29

Visie op warmte(oplossingen) vanuit de netbeheerder In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Deze afwegingen hebben veel impact op het energienet. Hieronder geeft Liander aanbevelingen vanuit het perspectief van (de investeringen in) het energienet.

• Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen

De inzet van gas in Nederland – en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden, streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.

• Groengas gebruiken als er bron in de buurt is en alternatieven niet haalbaar zijn

Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TvW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.

• Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte en all electric niet mogelijk zijn

Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2-doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar all electric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Er moet de mogelijkheid zijn om te warmtepompen te regelen/af te schakelen (overschakelen op gas) door de netbeheerder als er spanningsproblemen dreigen op het elektriciteitsnet. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.

• Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn

De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Alliander staat vooralsnog op het standpunt dat inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een transitievisie warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.

• (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes

Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en transitievisies warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.

• Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd

Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Liander dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Bovendien is het wenselijk met het oog op het geïntegreerde energiesysteem (E-G-W) om ook de warmte infrastructuur bij de regionale netbeheerder te leggen. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).

• Op gemeentelijk niveau kijken naar integrale energiesysteem in de wijk

Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte. Netbeheerders roepen op om in de TVW en daaruit volgende Wijkuitvoeringsplannen te kijken naar het energiesysteem als geheel. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd en dat we vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen, waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard en waar we middenspanningsruimtes bij moeten plaatsen.

30

De potentie van groengas Groengas-potentieel optimaal benutten biedt kansen om investeringen in elektriciteitsnet te voorkomen. In het basisdocument over de energie-infrastructuur is uitgebreide informatie te vinden over het Nederlandse gasnet, typen gasstations en kosten, ruimte en benodigde tijd voor het realiseren en verwijderen van gasstations en leidingen. Groengas kan getransporteerd worden zonder enorme investeringen in het gasnet. De lage infrastructurele kosten komen voort uit het feit dat onze gasnetten vaak nog lang mee kunnen en ze, naast aardgas, ook geschikt zijn voor duurzame gassen (zoals groengas en op termijn waterstof). In de tabel hieronder is een aantal aspecten toegelicht waar rekening mee moet worden gehouden bij de inzet van groengas. Groengas is biogas dat opgewaardeerd is tot de kwaliteit van aardgas. Er zijn geen investeringskosten aan de gebruikerskant (de huiseigenaren) omdat er gebruik kan worden gemaakt van de traditionele aardgas klantaansluitingen. Wel kan het zijn dat op sommige momenten in het jaar niet al het ingevoerde groengas gebruikt kan worden. Daarom zijn er soms boosters of netkoppelingen nodig om het gasnet in balans te houden. Ook is seizoensopslag nodig om verschillen in vraag en aanbod tussen koude winters en warme zomers te kunnen opvangen.

Aanbevelingen • •

Zorg ervoor dat de potentie van groengas zoveel mogelijk wordt benut. Indien er regionale inzichten zijn over bovenregionale warmteoplossingen: lever zoveel mogelijk regio specifieke gegevens aan over de gasvraag enerzijds en het groengas aanbod anderzijds. Hiermee kan Liander de impact beter inschatten en het gasnet vroegtijdig klaarmaken voor de toekomst.

De potentie van groengas zonder dat er netaanpassingen nodig zijn (voor 2030)

1362 m3 per uur

De inzet van groengas in Nederland Transitie voor de klant

Geen aanpassingen nodig

Benodigde netaanpassingen

•

• •

Boosters om gas naar een hoger gelegen net te krijgen. Netkoppelingen om verbruik en aanbod beter te matchen en zo minder boosters nodig te hebben. Seizoensopslag (in afstemming met Gasunie)

Potentie in 2030 in NL

Rond de 153 PJ

Potentie in 2050 in NL

Tussen de 73 en 442 PJ

Invoerders/techniek

Om een rendabele businesscase voor een groengas invoerder te hebben, moet er minimaal 8.000 uren per jaar groengas geproduceerd worden.

3.428 m3 per uur

891 m3 per uur

1188 m3 per uur

Kaartbeeld maart 2021

Kaartbeeld maart 2020 De voedingsgebied-lijnen (zwarte lijnen) zijn indicatief. Veel gasnetten zijn gekoppeld aan meerdere gasontvangststations en leveringsgebieden zijn dynamisch. De leveringsgebieden worden bepaald door de vraag en de afstelling van de assets (drukniveaus).

31

6. Strategie en aanbevelingen Benodigde netaanpassingen

Haalbaarheid en investeringsplannen

Systeemefficiëntie

Maakbaarheid: tijd, ruimte en mensen

32

Strategie | benodigde netaanpassingen op basis van RES-bod In onderstaand overzicht zijn de benodigde netaanpassingen op basis van de doorrekening per station in beeld gebracht op basis van standaard bouwblokken. Netvlak

Station met knelpunt

Periode knelpunt

Knelpunt door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

Doorlooptijd

HS

Harderwijk

Voor 2030

Opwek

Redundantie verlaten

Nee

✓ /?

HS

Hattem

Voor 2030

Opwek

Redundantie verlaten

Nee

✓ /?

MS

Lorentz

Voor 2030

Opwek en afname

Bouwblok 20 MVA nodig. Uitbreiding op nieuwe locatie. In overleg met gemeente over locatie (zoekgebied A). Afhankelijkheid met Harderwijk.

Nee Studie gestart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249148/1