CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

LG4e. Reactiedocument moties en amendementen RPLG 2023

Commissie Ruimte 20 juni 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Regionaal Perspectief Landelijk Gebied RFV3.275 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactiedocument m.b.t. Wensen en Bedenkingen gemeenteraden juni/juli 2023 op Groeidocument RPLG (d.d. 30 maart 2023) Aan: Algemeen Bestuur Regio Foodvalley Van: Kernteam Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) Datum: 25 januari 2024

Onderstaande tabel geeft een kort overzicht per gemeente van de datum van behandeling in de gemeenteraad, of er wensen en bedenkingen zijn ingebracht en zo ja, in welke vorm. In de bijlage is een volledig overzicht opgenomen met de inhoudelijke teksten. Gemeente

Nijkerk Veenendaal Wageningen Scherpenzeel Rhenen Renswoude Barneveld Ede

Datum besluitvorming 29 juni 3 juli 3 juli 4 juli 4 juli 4 juli 5 juli 6 juli

Ingediende Wensen en Bedenkingen

Brief met wensen en bedenkingen t.a.v. het proces. Geen 1 motie over 1 thema Geamendeerd besluit met meerdere punten. 1: a t/m h en 2: a t/m f Geen Geamendeerd besluit met 8 punten Geamendeerd besluit op basis van 5 amendementen (meerdere thema’s), waarvan 1 onderverdeeld a t/m c Geamendeerd besluit op basis van 3 amendementen (meerdere thema’s), waarvan 1 onderverdeeld a t/m c

Bij het lezen van de ingebracht wensen en bedenkingen, hebben we geconstateerd dat de tekst van diverse amendementen in meerdere gemeenten vrijwel gelijkluidend is danwel over hetzelfde aandachtspunt gaat. Daarom hebben we ervoor gekozen de betreffende wensen en bedenkingen te bundelen en daarop een reactie en de manier van verwerken aan te geven. Daarbij is steeds de herkomst aangegeven, op basis van de nummering van de onderdelen per gemeente, zoals weergegeven in de bijlagen. Het Groeidocument waarover wensen en bedenkingen zijn ingebracht, is een document in ontwikkeling. Bij de uitwerking van ‘deel 3’ waarvoor in de periode april-juni veel gesprekken hebben plaatsgevonden, hebben we gemerkt dat een gewijzigde opbouw en indeling beter is. Dat betekent ook dat amendementen met concrete tekstvoorstellen niet altijd helemaal passend zullen zijn en/of op een andere plek staan. De verwerking van de wensen en bedenkingen zal daarom betrekking hebben op de bedoeling daarvan en niet altijd op exacte formuleringen. NB: voor de leesbaarheid wordt in dit document “we” en “wij” gebruikt voor “het algemeen bestuur van de Regio Foodvalley”.

Wensen en Bedenkingen

1

Wij constateren dat zowel de gemeenteraad als het college onvoldoende in positie worden gebracht en worden meegenomen in het onoverzichtelijke, complexe proces waarmee het groeidocument RPLG tot stand komt. Dat heeft ook te maken met de context waarin op korte termijn de Landelijke Beëindigingsregelingen Veehouderij (LBV/LBV+) onder hoge druk door het Rijk worden opengesteld.

Gemeente En specifieke herkomst Nijkerk (Brief)

Wij zien ons als gemeente geconfronteerd met late informatievoorziening vanuit het Rijk, onduidelijke voorwaarden, en onduidelijke verwachtingen voor wat betreft onze rol bij de uitvoering van de LBV en LBV+.

2

3

We doen daarom de oproep om het proces anders in te richten en daarover in gesprek te gaan met het Rijk. Daarnaast kunnen we nu nog geen inhoudelijke reactie geven, omdat de inhoud te prematuur is, maar willen nog wel in de gelegenheid gesteld worden dit te doen voordat besluitvorming plaatsvindt. - om vanuit Wageningen de wens mee te geven om vogelgriep en andere zoönose als onderdeel in het RPLG op te nemen; - de dialoog met andere gemeentes aan te gaan als het gaat om de vogelgriep en andere zoönoses.

In paragraaf 2.1 opgaven uit de contourennotitie (p.10) de volgende zinnen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Daar zullen we t.z.t. op anticiperen” Als volgt te wijzigen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Hierbij communiceren en benadrukken wij richting het Rijk dat de KDW slechts een tot de overheid gerichte doelstelling is, terwijl de implicaties ervan het best geconcretiseerd kunnen worden op basis van emissiereductie-eisen voor ammoniak en stikstofoxiden, aangevuld met eisen voor het stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor sectoren en bedrijven.”; * Barneveld en Ede 1 andere zin:

Reactie

Verwerking

We herkennen de complexe en veranderende context, maar constateren ook dat we als regiogemeenten gezamenlijk besloten hebben over het proces m.b.t. het RPLG. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is dat we onderling en met de mede-overheden in gesprek blijven over de best passende processen in veranderende context.

n.v.t.

We respecteren de keuze om geen inhoudelijke reactie te geven.

Wageningen (Motie)

In lijn met de recente Kamerbrief (juli 2023) over dit onderwerp en de aandacht die het NPLG hiervoor geeft, zullen we dit onderwerp meenemen.

Scherpenzeel: 1.a Renswoude: 3 Barneveld: 4 Ede: 3

De raden zien graag een actieve lobby-inzet op een door hen geformuleerd alternatief voor de KDW. Dat past in het doel dat in het Groeidocument geformuleerd is, van zoveel mogelijk doelsturing i.p.v. middelsturing, door bedrijfsgerichte emissie-eisen.

Dit thema wordt in het RPLG benoemd, met verwijzing naar de Kamerbrief en het NPLG. In lijn met de Kamerbrief zullen we het gesprek en keuzes hierover agenderen voor 2024. Deze wens wordt opgenomen in de lobby-agenda van het RPLG.

De implicaties hiervan kunnen het beste praktisch werkbaar en handhaafbaar gemaakt worden op basis van emissiereductie-eisen voor ammoniak en stikstofoxiden. * Aanvulling Barneveld: Deze wens sterk ander de aandacht te brengen bij de Provinciale overheid en in het bijzonder bij de landelijke overheid. 4

5

Bij het treffen van natuurherstel- of -instandhoudingsmaatregelen of het ontwikkelen van beleid hiertoe, rekening te houden met de stand van de natuur ter plaatse en niet uit te gaan van landelijke analyses; Het rapport ‘Vallen of opstaan?’ van Henri Prins d.d. mei 2023 hierbij te betrekken.;

De volgende tekst (par. 2.3.3. pagina 22): “Voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing).” Als volgt te wijzigen: “We (willen) voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering en, of overgangsgebieden moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing).”

Scherpenzeel: 1.b Barneveld: 3

Scherpenzeel: 1.c Barneveld: 2

De volgende tekst (par. 2.3.3. pagina 22) te schrappen uit het document: “Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaar gaan werken met overgangsgebieden rondom N2000 gebieden (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dit kan afhangen van landschaps- en bodemtypen).”

6

Op p. 22 staat dat er overgangsgebieden nodig zijn rond de N2000 gebieden omdat er sprake zou zijn van ‘urgentie op korte termijn’. Dit uitgangspunt gaat verder dan provinciaal voorgenomen beleid (Gelderland). De urgentie waarover gesproken wordt is ons onvoldoende helder. Wij pleiten ervoor om niet te spreken over de mogelijkheid van generieke afstandsmaatregelen zoals overgangsgebieden met generieke beperkingen.

Renswoude: 7

De volgende wens in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: Bij het reduceren van toelaatbare emissies geen slot te zetten op agrarische bedrijfsontwikkeling maar ruimte te houden voor toekomstgerichte bedrijven of verplaatsen van bedrijven naar nieuwe locaties.

Scherpenzeel: 1.d Ede: 2

Tekstvoorstel Barneveld Wij zetten ons in om vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie worden, als overgangsmaatregel tijdens de transitie, in te laten zetten om toekomstgerichte bedrijven economisch rendabel te houden en/of toekomstgerichte bedrijven te verplaatsen naar een nieuwe locatie voordat deze milieu-emissies vrijvallen. Tenzij deze worden ingekocht ten behoeve van de gebiedsprocessen. Deze maatregel wordt in eerste plaats ingezet binnen de regio” Op p.26 staat: ‘Vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie beschouwen wij niet zomaar als een vaststaand gegeven.’ Wij vinden dat langdurig onbenutte latente vergunningsruimte uit de agrarische sector primair ingezet moet worden voor legalisering van PAS melders en agrarische bedrijfsontwikkeling voor toekomstgerichte bedrijven en/of het verplaatsen van bedrijven naar een nieuwe locatie.

Barneveld: 5

Renswoude: 4

Wij onderschrijven dat de feitelijke situatie het vertrekpunt moet zijn i.p.v. landelijke trends. Het rapport van Prins biedt daarvoor onvoldoende basis, omdat dit over landelijke ontwikkelingen gaat, niet specifiek per N2000 gebied. Daar komt bij dat de voor dat onderzoek geraadpleegde deskundigen in een gezamenlijke verklaring afstand nemen van de conclusies: https://www.soortennl.nl/B/Nieuwsoud/misleiding-door-stichting-samenlevenlandbouw-en-natuur Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid voor Natura 2000 bij de provincies, maar willen wij als regiogemeenten ook onze verantwoordelijkheid nemen om bij te dragen aan noodzakelijk natuurherstel. Voorzover het gaat om de beoogde systematiek van de Basis Kwaliteit Natuur (buiten N2000), nemen we de huidige staat als vertrekpunt. Het lijkt erop dat het groeidocument door de gekozen formulering de indruk heeft gewekt dat we als regio voor de korte termijn zones met vaste (generieke) afstanden rond N2000 willen vaststellen. Dit komt vermoedelijk mede door de verschillende interpretaties die gegeven worden aan het begrip ‘overgangsgebieden’. Dat is echter niet zo bedoeld. Hoe dan ook is duidelijk dat i.i.g. de raden van Scherpenzeel, Barneveld en Renswoude geen zonering met vaste afstanden willen. Wij onderschrijven dat de doelen (natuur en water) leidend moeten zijn. Gezondheid en landschap zien we daarvoor ook als belangrijke doelen.

Wij constateren wel dat die doelen leiden tot verschillen in ontwikkelvoorwaarden voor verschillende deelgebieden. Daarbij is de afstand tot de natuur en tot dorpen onmiskenbaar een relevante factor, ook al is dat geen generieke vaste afstand.

Deze wens geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het RPLG.

Toekomstgerichte agrarische bedrijfsontwikkeling, al dan niet via verplaatsing, vinden we belangrijk. Daar willen we geen generiek slot op zetten, Gewenste emissiereductie komt voort uit de doelen voor gezondheid en natuur en richt zich op het realiseren van (wettelijke) doelen en het vervallen van vermijdbare emissies. Hoewel wij constateren dat daling van de stikstofdepositie noodzakelijk is voor de natuur, onderschrijven wij de wens om bereikte emissiereductie primair in te zetten voor de PAS-melders. Gezien de grote opgave m.b.t. ammoniak/stikstof vinden wij het niet passend om (langdurig) onbenutte emissies om te zetten naar daadwerkelijke emissies voor uitbreidingen of verplaatsingen. Dan neemt de depositie immers toe. Feitelijke emissiereductie door bedrijfsbeëindiging en reductiemaatregelen in de regio, zal in eerste instantie ten goede moeten komen aan de natuur. Emissieruimte die resteert na afroming t.b.v. de natuur moet wat ons betreft idd

De bij de reactie beschreven koers wordt ter verduidelijking beschreven in het RPLG.

Bij de provincies dringen wij er op aan om maatregelen zo feitelijk mogelijk te onderbouwen en hierover duidelijke uitleg te geven aan alle betrokkenen.

In het RPLG worden deel- en of aandachtsgebieden met doelen en kenmerken onderscheiden, met daaraan gekoppelde ontwikkelrichtingen, zonder vaste afstanden.

7

De agrarische sector in haar huidige staat als uitgangspunt te nemen voor het ontwikkelen van perspectief. Wij vinden dat de huidige hoogwaardige agrarische sector (conform de landbouwstructuuranalyse van de WUR) met daarin doorgaande innovatie het uitgangspunt moet zijn in het ontwikkelen van perspectief. Nu lijkt de agrarische sector een sluitstuk te vormen in beleidsvoornemens op het gebied van energievoorziening, woningbouw en recreatie. Door zo veel mogelijk landbouwgrond ook in de toekomst beschikbaar te houden voor de huidige agrarische sector, faciliteren we verdergaande extensivering.

Scherpenzeel: 1.e Barneveld: 1.a Ede: 1.a

Renswoude: 1

8

Efficiënte voedselvoorziening als kenmerk toe te voegen van toekomstbestendige ‘gebouw gebonden’ landbouw zoals beschreven in paragraaf 2.2.5. Efficiënte voedselvoorziening mee te nemen in het zoeken naar de balans tussen het voedsel- en natuurlijk systeem.

Scherpenzeel: 1.f Renswoude: 2.b Barneveld: 1.b en 1.c Ede: 1.b en 1.c

9

Een kritische omvang van de agrarische sector te beschrijven zodat bedrijven en de keten volwaardig kunnen functioneren.

Scherpenzeel: 1.g

In de Strategische Agenda 2021-2025 van de Regio Foodvalley is een ondergrens benoemd voor het aantal agrarische bedrijven in deze regio. In het RPLG wordt geen ondergrens meer genoemd, waardoor het risico bestaat dat er onvoldoende ‘kritische massa’ zal zijn voor een toekomstbestendige aanverwante sector (toeleveranciers, afnemers, aanverwante industrie). We roepen op om een kritische ondergrens te benoemen.

Renswoude: 6

worden ingezet voor ontwikkelingen binnen onze regio. De waarneming dat de agrarische sector een sluitstuk zou vormen in het Groeidocument herkennen wij niet en is zeker niet de bedoeling geweest. Met de formulering van “de huidige hoogwaardige agrarische sector (…) met daarin doorgaande innovatie” kunnen wij deze wens onderschrijven. Waarbij we opmerken dat we enerzijds trots zijn op de internationale koploperpositie van de sector maar anderzijds nadrukkelijk de noodzaak zien van doorgaande vernieuwing én verandering op basis van de geformuleerde doelen. Het herstel van natuurlijke systemen, meer circulair worden en de eiwittransitie vergen het ‘bewandelen’ van meerdere wegen naast elkaar. Het lijkt ons goed het kenmerk ‘efficiënte voedselvoorziening’ expliciet toe te voegen.

De waardering voor de sector en alle ontwikkelingen die al plaatsgevonden hebben en vinden zal nadrukkelijk benoemd worden als vertrekpunt voor de doorontwikkeling.

efficiënte voedselvoorziening zal worden benoemd

We hebben gesprekken gevoerd in gezamenlijke sessies met ketenpartners van zowel de pluimvee-, kalver- als melkveeketen, juist ook om met elkaar een ondergrens te kunnen benoemen. Dat bleek helaas niet mogelijk. We benoemen dit wel in het RPLG. Als onderdeel van het perspectief onderzoeken we wel samen met de WUR of we tot een onderbouwde raming van een wenselijke en realistische mogelijk aantal agrarische bedrijven kunnen komen. Het voorliggende RPLG benoemt een eerste voorzichtige inschatting van een haalbare/wenselijke minimumaantal agrarische bedrijven. Het is niet onze bedoeling wettelijke kaders en doelen van provincie en rijk verder aan te scherpen.

In het RPLG wordt dit aandachtspunt benoemd, met een eerste globale aantalsduiding van het wenselijk en realistisch geachte aantal agrarische bedrijven.

Wij onderschrijven dat deze doelgroep relevant input levert voor het RPLG. In het proces dat doorlopen is, zijn een flink aantal boeren betrokken geweest bij diverse gesprekken en bijeenkomsten. De specifieke doelgroep van landgoedeigenaren is aanvankelijk niet expliciet benaderd. In de laatste consultatieronde onder stakeholders hebben we dat alsnog gedaan. Wij onderschrijven de wens dat er ruimte moet zijn voor een grote diversiteit aan bedrijven en passende verbreding. Het groeidocument en het beoogde RPLG staan daaraan niet in de weg. De wens om “alle agrarische ruimte te gebruiken” is herkenbaar, maar wordt wel ingekaderd door de wettelijke (milieu)doelen en door een bepaalde mate van verstedelijking in de regio.

Geen specifieke aanpassingen. Wel een aanvulling in het proces geweest.

10

Geen doelen op te nemen die verder strekken dan het voorgenomen provinciale Gelderse beleid of wettelijke kaders en derhalve ook verwijzingen naar het jaar 2030 in het groeidocument te veranderen in 2035.

Scherpenzeel 1.h

Waar dat aan de orde is, brengen we jaartallen en andere cijfers in overeenstemming met de rijks- en provinciale kaders.

11

boeren en landgoedeigenaren dienen prominent betrokken te worden bij het samenstellen van het RPLG, omdat zij het grootste deel van het buitengebied op een goede manier met respect voor de natuur kunnen beheren;

Scherpenzeel: 2.a

12

boeren dienen alle huidige agrarische ruimte te kunnen gebruiken voor toekomstbestendige agrarische bedrijven in alle soorten van veeteelt en akkerbouw, waarbij passende verbreding (huisverkoop, boerencamping, zorg, e.d.) onder voorwaarden ook tot de mogelijkheden behoort;

Scherpenzeel: 2.b

13

boeren dienen perspectief te worden geboden op een wijze, dat zij kunnen ondernemen op een economisch houdbare grondslag en hierdoor tevens zorgen voor betaalbaar voedsel en voedselzekerheid.

Scherpenzeel: 2.c

Deze wens onderschrijven wij volledig en is een uitgangspunt voor het RPLG

Geen specifieke aanpassingen

14

de waardevolle cultuurhistorische landschapswaarden dienen behouden te blijven en derhalve dient verrommeling en beschadiging van het buitengebied (door bijv. grote reclamezuilen, windmolens, zonneweides, industrialisatie, grote antennes, enz.) tegen te worden gegaan;

Scherpenzeel: 2.d

Geen specifieke aanpassingen

15

het beleid voor het buitengebied van onze regio dient altijd gezien te worden in relatie tot de andere opgaven, zoals wonen, mobiliteit en energietransitie en dient hier ook op afgestemd te worden;

Scherpenzeel: 2.e

Het beschermen en zelfs verbeteren van landschapswaarden onderschrijven wij en is een bestaande basis in het RPLG. Maar het RPLG geeft geen opsomming welke objecten wel en niet worden toegestaan. Dat ligt voor het grootste deel bij de individuele gemeenten. Wij onderschrijven deze wens. Die afstemming heeft onze aandacht en wordt ook gevonden aan de integrerende tafel en in het Regioarrangement (met de provincies) en het

Geen specifieke aanpassingen.

Geen specifieke aanpassingen

16

het RPLG dient duidelijke kaders te bevatten die door alle gemeenteraden van de RFV gemeente worden gesteund, maar er moet ook voldoende ruimte blijven voor het eigen gemeentelijk beleid, dat zal worden vastgelegd in de Omgevingsvisies.

Scherpenzeel: 2.f

17

Het RPLG is erg sturend op het gebied van nieuwe vormen van voedselproductie (vertical farming, insectenteelt) en landschapsbeheer die nog geen bewezen verdienmodel hebben. Subsidie afhankelijke bedrijven zijn in de kern niet economisch toekomstbestendig (duurzaam). De huidige agrarische (gezins-) bedrijven zijn veelal economisch goed rendabel en leveren toegevoegde waarde in de regionale markten. Met verdergaande innovatie kunnen deze bedrijven opereren zonder dat dit ten koste gaat van de natuur.

Renswoude: 2.a

18

Het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij en dierwelzijn zou onder druk staan (p. 11) wat wordt aangevoerd als reden voor ‘het balans in brengen van het voedselsysteem’. Wij zien in onze regio en in het land een zeer groot draagvlak voor de huidige veehouderij die wereldwijd bekend staat om de hoogwaardige en dierwaardige productie.

Renswoude: 5

19

Op p. 22 staat dat er sprake moet zijn van 2.000 hectare aan ‘aantrekkelijk en beleefbaar groen’ in de Regio Foodvalley. Deze teksten kennen een hoog tekentafel karakter. Wij kijken hier met gemengde gevoelens naar.

Renswoude: 8

NOVEX-Ontwikkelperspectief wat in nauwe samenwerking in ontwikkeling is. Dit verwoordt het bestaande uitgangspunt voor het RPLG dat we als regiogemeenten gezamenlijk een koers willen bepalen waar we allemaal achter staan en waarbinnen ruimte is voor de gemeentelijke identiteit. In het RPLG stellen we gezamenlijk doelen voor de komende jaren en de langere termijn. Die doelen komen voort uit diverse opgaven. Het bereiken van die doelen vergt zeker ook nieuwe ontwikkelingen die naar verwachting een toekomst hebben en daarom benoemd worden. Niet om dwingend te sturen op de korte termijn ontwikkeling van bestaande agrarische bedrijven, maar wel om met voorbeelden een koers te beschrijven. Wij onderkennen dat dergelijke ontwikkelingen nog niet (altijd) een goed verdienmodel kennen, maar dat is dan juist ook de opgave voor de komende tijd om die gezamenlijk te ontwikkelen. Voor een omslag kunnen subsidies goed een aanjager vormen. Wij willen graag toewerken naar structureel langjarige geborgde beloning voor maatschappelijke diensten, als één van de onderdelen van een verdienmodel. In onze regio zien wij ook een groot draagvlak voor de veehouderij. Tegelijk zien wij (landelijke) maatschappelijke discussies over o.a. dierenwelzijn, mest en emissies. Dit draagt bij aan de opgaven. Mede door de andere opzet t.o.v. het Groeidocument, staat deze specifiek opmerking niet meer in het RPLG.

Deze opgave voor het landelijk gebied komt voort uit de vastgestelde verstedelijkingsstrategie. Vanuit de gedachte dat veel landschappen in Foodvalley al aantrekkelijk zijn, geeft deze bedenking mede aanleiding voor een zorgvuldiger formulering. Zie volgende kolom. Het is wenselijk om dit doel concreet te maken met criteria. Dat is als actie benoemd in de tabellen in paragraaf 4.7 van Deel A van het RPLG, waar ook aangegeven is dat dit gaat om aspecten zoals landschappelijke versterking, recreatieve en veilige routestructuren, parkeer- en horecavoorzieningen.

Geen specifieke aanpassingen

Geen wezenlijke aanpassing, maar we maken wel duidelijker onderscheid in de termijn van ontwikkelingen (kort, middellang, lang)

Dit staat niet meer op deze manier in het RPLG.

De formulering van de doelstelling is gewijzigd naar: “Vanuit de verstedelijkingstrate gie is de ambitie om 2.000 ha voor recreatief medegebruik geschikt landelijk gebied met een groenblauw raamwerk te realiseren.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14217681/1