CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

LG4c. Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel B

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley40.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

AANVULLENDE KEUZES EN MAATREGELEN Er zijn diverse thema’s besproken in expertgesprekken, stakeholdersessies en gesprekken met wethouders die niet onderdeel zijn geworden van de 6 prioritaire thema’s maar die wel belangrijk zijn. In het uitvoeringsprogramma komt hiervan een overzicht met toelichting wanneer welk thema wordt opgepakt voor verdere besluitvorming.

FINANCIERING Activiteiten en projecten voor het gezamenlijke regionale programma worden voor 2024 en 2025 zodanig geprioriteerd en ingevuld dat dit past binnen de begroting van de programma’s van Foodvalley zoals opgenomen in de door de raden vastgestelde kaderbrief 2024-2027. In het uitvoeringsprogramma zal (zoals in aanzet gedaan is voor het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort) een eerste inschatting worden gedaan van de kosten van maatregelen. Voor de projecten die in de eerste fase starten zal een specifieke financiële onderbouwing worden gegeven. Dit hangt ook samen met de uitvoeringskracht en gezamenlijke ambtelijke capaciteit waar op dit moment voor Regio een voorstel voor in de maak is.

MONITORING Om de doelen van het uitvoeringsprogramma te realiseren is monitoring een belangrijk onderdeel om verder uit te werken. Wat zijn succesfactoren? Bij welke signalen gaat er een alarm bel af? In de regio zijn al veel ideeën over meten, monitoren en belonen die hierin meegenomen kunnen worden.

11.2 KENNISAGENDA De Regio Foodvalley is sterk in het samenbrengen van praktijk en onderzoek. Als deze (praktijk)kennis van de regio in een Expertisecentrum voor het Landelijk Gebied (ECLG) kan worden gebundeld kan er effectief worden ingezet op een regionale kennisagenda voor het uitvoeringsprogramma. Met de betrokken partners gaat de regio verkennen hoe dit kan worden georganiseerd. Tot het ELCG ingericht is geeft de regio vast opdracht voor een aantal veelgevraagde onderzoeken. Hieronder staat de kennisagenda zoals tot nu toe verzameld is. Deze wordt in het uitvoeringsprogramma geconcretiseerd, inclusief financiële onderbouwing. Een deel van eerste concrete acties (paragraaf 4.6 deel A) is hierin terug te vinden.

38 KokxDeVoogd: Het lange termijn perspectief voor de Veluwe in een juridisch daglicht (2023)

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

70

Basiskennis op orde (nulmeting): • Het ECLG brengt in 2024 de basiskwaliteit natuur van de regio in kaart. We hebben hiermee een nulmeting en we werken toe naar een systeem dat we kunnen monitoren. • Het ECLG brengt samen met de provincies de huidige stand van zaken aan groenblauwe dooradering (hagen, houtwallen en -singels, poelen etc.) percentueel en kwalitatief in kaart, met de focus op systeemherstel, vóór 2035. Zij werkt met de provincies ook de gewenste kwaliteit uit. De regio onderzoekt welke gebieden hierbij prioriteit hebben en kijkt naar koppelkansen met onder meer mobiliteit, recreatie, beekdalherstel en agroforestry. • Het waterschap en de regio maken uiterlijk in begin 2024 a.d.h.v. de ‘water en bodem sturend’-kaart inzichtelijk voor gemeenten wat dit voor hun gebied inhoudt. • Het waterschap en het ECLG brengt de huidige stand van zaken van waterkwaliteit (grondwater en oppervlaktewater) in beeld. We vragen hiervoor - zover mogelijk bij andere overheden data op. • Het ECLG werkt samen met de partners van het Meetnetwerk Luchtkwaliteit aan het in beeld brengen van de uitgangssituatie en jaarlijkse monitoring van de luchtkwaliteit. Zij ondersteunt bij het maken van scenario’s voor beleidsontwikkeling.

Randvoorwaarden en definities in zicht: • Uitloopgebieden: Hoe kunnen we multifunctioneel landelijk gebied ontwikkelen rondom de kernen en tegelijk de druk op natuur verminderen, en het aaneengroeien van kernen voorkomen? • Wat is er nodig voor een klimaatbestendig, natuurlijk systeem? Vanuit het ECLG onderzoeken we hoe processen en ecosystemen zullen functioneren in de toekomst, als door klimaatverandering het systeem niet meer terugkomt in haar oude staat. We onderzoeken hoe we hier dan op inspelen om toch onze doelen te bereiken. • Randvoorwaarden voor stoffen/mestbalans met minder nutriëntenverlies: impact van bijvoorbeeld meer weidegang, mest verdunnen, mestverwaarding, toepassingen van kalvermest, pluimveemest en het gebruik van geitenpotstalmest. • Wat is er nodig om binnen het bouwbesluit te sturen op keuzes die bijdragen aan de doelen? Biodiversiteit in waterbeheer in wijken, waterbesparing en circulaire oplossingen in gebouwen, etc.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Circulair voedselsysteem: een haalbaar verhaal met cijfers op orde krijgen. Waarbij de regio wordt gezien als 1 groot gemengd bedrijf met meer evenwicht tussen alle sectoren en reststromen optimaal benutten. Dit doen we met een agenda voor de komende 5-10 jaar. • Eiwittransitie: Welke mogelijkheden zijn er voor de teelt van andere gewassen: voor menselijke consumptie, voor diervoeder? • Verdienmodellen: - Regiospecifieke uitwerking stapeling beloningen: “Foodvalley Waardeert”. ­Ontwikkelen beloningsmodel maatschappelijke diensten. - Financieringsmodellen voor groenblauwe diensten: Wat zijn de (langjarige) financiële dragers voor de maatregelen? • Financiële impact en dekking van maatregelen (als onderdeel van inrichting uitvoerings­ programma). Verdiepend onderzoek en doorontwikkeling: • Meetnetwerk: Waarom en wat er nodig is om het meetnetwerk Regio Deal voort te zetten (t.b.v. doelsturing), inclusief sensortoepassing en monitoring water en bodem? • N.a.v. DLV-rapport landbouw komt er een vervolgonderzoek naar een agrocomplex. Concretiseren waar saneringen op korte en middellange termijn kunnen leiden tot wegvallen van sectoren. Inclusief onderzoeken wat de kritische massa voor innovatie en waardecreatie is (bij m.n. kalveren, pluimvee en melkvee).

• Landbouw Scenario Regio Foodvalley (WUR): Realiseren we met de gekozen maat­ regelen de doelen? Voor hoeveel bedrijven/dieren is er globaal ruimte in 2040 op basis van de doelen? • Voedselbeleid: Op regionale schaal goede voorbeelden en doelen voor laagdrempelig voedselbeleid samenstellen, waarbij ondernemers, consumenten en burgers worden betrokken. Vanuit de provincie Utrecht is hiervoor ondersteuning beschikbaar vanuit hun Voedselagenda. • Ruimtelijk puzzelen: welke functies passen waar het beste in de regio? Welke concrete planologische en andere beleidsinstrumenten zijn nodig om ruimte te bieden aan nieuwe functies. Inclusief passend geactualiseerd beleid functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing (VAB).

71

Kennisuitwisseling: • Het ECLG brengt in beeld hoe het gaat met bodems in landbouw en natuurgebieden voor zover daar data van beschikbaar zijn. De bodem is de basis voor biodiversiteit en kan bij voldoende organische stofgehalte veel water vasthouden. We delen kennis op basis van bodemtype en gebiedsspecifieke eigenschappen. • We stimuleren de voortzetting van succesvolle kennisuitwisselingsprojecten als o.a.: (gratis) bodemcursussen, bestaande studiegroepen en onderzoeksgroepen, waar ook overheden in kunnen leren. • Kennis over coöperaties en nieuwe samenwerkingsvormen om lokale initiatieven en koplopers te kunnen faciliteren. • We creëren, en bouwen voort op, een netwerk om growp-ups in te kunnen pluggen in het bestaande systeem zodat de efficiency en schaal van dit systeem hen gaat helpen zich verder te ontwikkelen.

11.3 SAMENWERKINGSAGENDA Veel van de financiën en wetgeving waar de regio mee te maken heeft komt vanuit hogere overheden. Hier in meedenken, duidelijk zijn over mogelijkheden en acties op uitzetten richting Europa (en Rijk) is hun belangrijkste rol in de regionale samenwerking. Een belangrijk deel van het slagen van de transitie van het landelijk gebied ligt in handen van provincies, waterschap en het Rijk. Als regio hebben we hen nodig voor inhoudelijke zaken, maar ook voor organisatorisch/bestuurlijke zaken. Onderstaande agenda wordt waar relevant uitgewerkt met concrete acties, eigenaren en een tijdslijn. Waar nodig wordt een lobbystrategie opgezet. Bestuurlijk/organisatorische lobby: • Samenwerken als één overheid. Maak transities mogelijk door binnen de Rijksoverheid in te zetten op verdergaande samenwerking tussen overheden, samenwerking met niet-overheidspartners en daarbij passende organisatie en bestuur. Borg de wederzijdse naleving van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de regio zodat ze voldoende zekerheid en richting geven om plannen te maken. • Beschouw het realiseren van de nieuwe bestuurscultuur als het ontwikkelen van een lerende aanpak. We pleiten in het RPLG voor een aanpak, waar in vertrouwen door politiek, bedrijfsleven, en (decentrale) overheden kan worden gewerkt aan creatieve oplossingen.

Hierbij bundelen en delen we kennis tussen sector en overheid.

• Betrouwbare overheid: Subsidieregelingen die beschikbaar zijn, waarvoor ondernemers vooraf investeringen doen, kunnen niet aan het eind van het jaar een niet toereikend budget hebben om iedereen de beloofde subsidie (goudstatus ANLB) uit te rijken. • Zorg voor uitvoeringskracht. Voor de uitvoering van nieuw beleid is veel inzet nodig. Regel dit via goede (regionale) financierings- en ontwikkelmechanismen. Zorg ervoor dat uitvoeringskracht gebundeld kan worden. Vergoed als eerste alle benodigde capaciteit van de acht gemeenten en de regionale organisatie van Regio Foodvalley voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de vrijwillige uitkoopregelingen. Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma zal een inhoudelijk lobbystrategie worden ontwikkeld. Deze is gekoppeld aan onze 6 prioritaire keuzes. Onderstaande inhoudelijke onderwerpen komen daarin terug: Inhoudelijke lobbyagenda: • We willen dat het Rijk en provincies fijnstof meenemen in opgaven van het NPLG/VLGG/UPLG. • Kringlooplandbouw vraagt om aangepast mestbeleid en passende wet- en regelgeving. We willen daarnaast dat voer-mestcontracten mogelijk worden voor boeren met pachtgronden. • Gezamenlijke organisatie en inzet van bestaand en/of te ontwikkelen grond­ instrumentarium. • We willen toe naar doelsturing via een eenvoudig systeem dat goed te controleren is én aanzet tot juist management.

Bij voorkeur met een doel per bedrijf, plús een doel per gebied met een paar % speling zodat je het ook als collectief ruimtelijk kan oplossen. Via bedrijfsplannen kunnen we deze afspraken vastleggen met ondernemers. Naast de KPI’s voor kringlooplandbouw wordt gekeken naar een (al dan niet afrekenbare) stoffenbalans. Kijk hiervoor ook naar aanbevelingen uit het ABDTOPConsult rapport39. • Vanuit de provincie Gelderland en de regio Foodvalley wordt gevraagd om niet (alleen) te sturen op KDW, maar vooral te kijken naar concretisering op basis van emissiereductie-­ eisen voor ammoniak en stikstofoxiden, aangevuld met eisen voor stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor sectoren en bedrijven.

39 Normeren en beprijzen van stikstofemissies - sturen op stikstof

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

72

• Als een van de stappen in de ontwikkeling richting doelsturing zetten we ons ervoor in dat de financiering van het meetnetwerk Regio Foodvalley (zowel voor luchtkwaliteit als op bedrijfsniveau en depositie) voor de komende jaren doorgezet wordt. Dit meet­ netwerk geeft door te meten en te monitoren belangrijk inzicht in de effectiviteit van managementmaatregelen op stikstof, op andere emissies, op waterkwaliteit en energieverbruik op bedrijfsniveau. Hiermee krijgen we zicht op effectieve en juridisch houdbare managementmaatregelen die de NLPG doelen mede-realiseren. Rijk en provincies kunnen daarmee stappen zetten om gebruik van managementmaatregelen toe te passen in het ruimtelijk en milieu instrumentarium. • In de regio zijn van oudsher veel gemengde agrarische bedrijven aanwezig. We vragen aandacht bij Rijk en provincies voor dit type bedrijven in regelingen (met éen diersoort stoppen betekent niet dat het hele bedrijf hoeft te stoppen) en kansen voor natuur-en gezondheidsdoelen door via maatwerk te kunnen wisselen naar andere agrarische activiteiten. • Regio Foodvalley wil als historische en toegankelijke voedselregio de komende 10 jaar een proeftuin zijn en blijven. Daarvoor vragen we om ruimte te maken in wet- en regel­ geving die innovatie- en experimenteerruimte stimuleert. Hierbij hoort ook beloningsgeld voor koplopers.

De eerste fase van transitie is het lastigst om te financieren. • De sociaaleconomische impact van de transitie in Regio Foodvalley brengen we gezamenlijk in beeld, we verkennen kansen voor nieuwe economische handelings­ perspectieven en handelen naar de uitkomsten daarvan. • Er is een langjarig beloningssysteem nodig voor het uitvoeren van ecosysteemdiensten (15-20 jaar). Borg wettelijk dat natuurinclusieve agrarische bedrijven met ingang van 2025 voor minimaal 15 jaar een kostendekkende beloning ontvangen voor landschapsen biodiversiteitsbeheer. • We vragen we het Rijk om bindende ketenafspraken met de Nederlandse supermarkten (CLB). We willen afspraken t.b.v. meer lokaal voedsel en voedsel van het seizoen in supermarkten, en willen dat bij import van producten de Nederlandse duurzaamheids­ criteria moeten gelden. • We willen vanuit provincie en Rijk middelen om een Expertisecentrum Landelijke Gebied op te zetten. We versterken hiermee de positie van ons land, en in het bijzonder Regio Foodvalley, als mondiale voorloper in de kennisontwikkeling en toepassing van innovatieve voedsel systemen. Wageningen University & Research, de Food Academy Nijkerk en Aeres Hogeschool en Campus spelen daarbij een belangrijke rol.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

11.4 GEBIEDSPROCESSEN Het realiseren van gestelde doelen, op nationaal, provinciaal en regionaal niveau is maat­werk. Op sommige plekken in de regio wordt hier al aan gewerkt en worden successen behaald en gedeeld. Er zijn ook diverse knelpunten ontstaan die nog opgelost moeten worden via maatwerk. Dit maatwerk wordt in samenwerking met gebiedspartijen onder­ zocht en vastgelegd. Het initiatief hiervoor ligt vaak bij de Provincies, in nauwe afstemming met regio’s en gemeenten.

“We moeten samen de handen ineenslaan: ­samenwerken naar draagkracht” Voor een gebiedsproces is het nodig om te weten wat de huidige kwaliteiten en opgaven van het gebied zijn ten opzichte van de te halen doelen. Welke kennis en ambities hebben eigenaren? Welke doelen komen samen? Welke doelen zijn er op welke termijn te halen? Welke autonome ontwikkelingen zijn nu al in beeld? Wie stopt, wie extensiveert en welke ruimtelijke plannen zijn er in ontwikkeling? Vervolgens onderzoeken we samen op welke manier, op welke plekken, in welk tempo, en met welke middelen en instrumenten dit kan. Daarbij is het belangrijk in grote én kleine stappen te denken, mits ze betekenisvol zijn voor de langere termijn transitie. Dit zijn de processen waar we praktijk, beleid en landschap bij elkaar brengen en in gelijkwaardigheid de ruimte voor de doorontwikkeling onderzoeken. Er zijn kaders en we zoeken de beste ontwikkelruimte en -richting voor en met het gebied. Uit de sociaaleconomische impact analyse die in opdracht van de provincie Gelderland is gemaakt, is het voor het vervolgproces van belang dat bedrijven gefaciliteerd worden met het proces van transitie (aanpassing bedrijfsvoering, stoppen etc.). Dit kan meerdere zaken inhouden die terugkomen in het gebiedsproces: • Het voeren van keukentafelgesprekken met agrarische ondernemers.

• Overlegplatforms tussen gevestigde industriële bedrijven en de gemeente(n). • Een-loket voor agrariërs t.a.v. alle regelgeving. • Inzet van cofinanciering/subsidies.

73

In het uitvoeringsprogramma komt een voorstel voor welke gebieden het meest essentieel zijn om met een gebiedsproces aan de slag te gaan. Daarbij wordt meegenomen hoe de resultaten van het onderzoek over waardenverkaveling (Peter de Ruyter, 2023) kunnen

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

worden ingezet. Als onderdeel van eerste concrete acties (paragraaf 4.6 deel A) wordt sowieso het gebiedsproces in het gebied langs de Veluwe tussen Stroe en Wekerom genoemd.

74

EXPERTGESPREKKEN

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

75

12

EXPERTGESPREKKEN - BIJ H4

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Om een diepgaand begrip te verkrijgen en waardevolle informatie te verzamelen, hebben we inhoudelijke gesprekken gevoerd met experts en nauw betrokkenen op verschillende thematische gebieden die relevant zijn voor het landelijk gebied in de regio. Deze detail­informatie is mede de basis voor de bouwstenen van het ­uitvoeringsprogramma. Gesprekken zijn gevoerd op de volgende thema’s: 1 Natuur 2 Bodem 3 Water 4 Het bodem- en watersysteem 5 Grondgebonden landbouw (melkvee) 6 Ketengesprek: kalversector 7 Ketengesprek: pluimveesector 8 Financieel-juridisch 9 Landgoederen en pachtbeleid 10 Eiwittransitie 11 Consument in de keten 12 Toerisme en recreatie 13 Verstedelijking 14 Energietransitie 15 Regie door wie 16 Jongeren en young professionals

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Het doel van deze gesprekken was om specifieke onderwerpen te verkennen en essentiële informatie op te halen met betrekking tot deze thema's, met een focus op het RPLG. Door middel van deze gesprekken hebben we een breed begrip ontwikkeld van de thema's die van belang zijn voor het RPLG. Onder andere deze gesprekken hebben een stevige basis gelegd voor de maatregelen in bijlage 1 van deel A en hebben ons voorzien van de nodige kennis en inzichten om het RPLG concreet vorm te geven en steun van belanghebbenden op te bouwen. Hieronder volgt per gesprek een samenvatting, de belangrijkste inzichten, of de gespreks­ aantekeningen. Let wel: niet elk besproken punt is even relevant of is even zwaar mee­ genomen bij het schrijven van dit document. Hier zijn overwogen afwegingen in gemaakt De gesprekken moeten niet worden gelezen als het standpunt van de regio. Het zijn de standpunten van de deelnemers die voor de transparantie zijn weergegeven.

76

12.1 NATUURGESPREK Hieronder vind je de opgehaalde informatie uit het themagesprek met als thema ‘natuur’. • Basiskwaliteit natuur gaat over de algemene en karakteristieke soorten in het landschap herstellen en behouden. Als de condities van het milieu en landschap op orde zijn, volgen de soorten vanzelf. Een voorbeeld dat genoemd wordt is: Een goed ontwikkeld landschap met X % aanwezige vogelsoorten. • Niet alleen 10% groenblauwe dooradering is belangrijk, maar ook ecologisch beheerd landschap en van goede kwaliteit. • 1e indicatie voor kwaliteit is bijvoorbeeld: NDFF-kartering, LPF stadsvogels. • We willen graag een “staat van Gelderland” (zie voor meer informatie ook de TAUW-­ rapporten Gelderland): uitvoeren LESA Light zou een goed idee zijn (water, connectiviteit, kwaliteit). • In 2030 zouden alle gebieden qua basiskwaliteit op groen moeten staan (stoplicht) dan hebben we een biodivers landelijk gebied. • Karakteristieke soorten zijn handig om per landschapstype/gebied te identificeren om in de tijd bij te houden. • We moeten doorgaan met symptoombestrijding (kalk, begrazing) tot andere maat­ regelen effect hebben. Uiteindelijk moeten we zoveel mogelijk weg van chemische bestrijdingsmiddelen, het mestgebruik verminderen en het grondwaterpeil verhogen. • Bloemrijkgrasland ontwikkelen kost 10-15 jaar. • Voor bestuurders: ‘Bending the curve’ van de WUR is inzichtelijk.

We zijn hierna niet ineens klaar. Na de stikstofcrisis komt de bijencrisis. • We moeten actief aan de slag: - Juist beheer privaat/publiek - Alle grondeigenaren meenemen: onderwijsinstellingen (bv. WUR), ­kerkgemeenschappen, recreatiegebieden, bedrijfsterreinen, landgoederen - Verkennen concept landschapsgronden - Inzetten op bermen, bloemen, poelen, akkerranden

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Alle overheden moeten alle gronden ecologisch beheren, projecten zijn inclusief natuurmaatregelen als faunapassages, stil asfalt, etc. Financiering vanuit programma Natuur (gemeenten /provincies) is bedoeld voor de beschermde natuur en de natuurdoelanalyse. • We willen toe naar een kleinschalig (agrarisch) landschap met ecosysteemdiensten en aangesloten groen robuuste erven. • Aandacht voor soorten die nestelen in gebouwen: Management plan vanuit gemeenten, alternatieve nestgelegenheden. • Aandacht voor nieuwe wijken: gelaagdheid in groen, uitgaan van groen- & water plan voor de buitenruimte (ipv alleen vanuit wonen). Vanaf de ontwerpfase een ecoloog betrekken met beslissingsbevoegdheid. • Om bosvogels in de stad te krijgen moet 20-25% van de wijk groen zijn. • Knelpunt ligt bijvoorbeeld tussen uitbreidingsvisie van dorpen en de habitat van de steenuil (en andere soorten die huizen in het kleinschalig agrarisch landschap). Alternatief is hoogbouw, minder tuinen en meer ruimte voor landschap en natuur eromheen. • Thema meenemen in het onderwijs, vrijwilligers inzetten, agrariërs opleiden, gebiedscollectieven benutten. • Goede voorbeelden: - Bomen met onderbegroeiing - Natuurschoolpleinen - De Ginkel: Nieuw pachtbeleid • Wens: Dienstenlandbouw, 30-jarige beheer afspraken, systeem dat niet van subsidies afhangt, ketenafspraken over prijs. Dit vergt handhaving, durven te doen.

• We moeten natuur op waarde schatten (euro’s, ecosysteemdiensten, …). • Uitvoering bossenstrategie: Nieuw bos buiten GNN creëren ter compensatie. Inzetten op: Natte bossen, beek begeleidende bossen, bos rond woonkernen in uitloopgebieden.

77

12.2 BODEMGESPREK Hieronder de aantekeningen van het themagesprek ‘bodem’. In basis gaat het om het creëren van betere sponswerking en het tegengaan van verdichting en verzuring. Bij een goede bodemkwaliteit zorgen de microporiën in de bodem ervoor dat water blijft hangen, dit levert een betere structuur. Reacties op het ‘groeidocument RPLG’ in april 2023: • “Water- en bodem is leidend” > wat betekent dit? Dat is anders dan “we brengen het water- en bodemsysteem in balans”. “Wat is er nu dan uit balans?” “Kunnen we nog wel bouwen in bepaalde gebieden? Wat gaat er mis? Wat is het knelpunt?” • Wat er niet goed gaat, staat er nog niet voldoende in. • KRW-lichamen in het gebied: kwaliteit stikstof en fosfaat is niet voldoende op sommige plekken. Als het heel droog is, kan er in de Gelderse Vallei nauwelijks water worden binnengelaten. Vooral in het binnenveld komt er dan geen water. Er is wel kwel, maar ook te weinig. > We moeten beter water vasthouden in bodem en c-watergangen. C-watergangen eventueel laten dichtgroeien waar dat kan. • Beregening: op zich werkt dit nu goed > op lange termijn gaat dat niet meer werken, omdat alles anders wordt door klimaatverandering. Water vasthouden heeft ook effect op winterpeil. Het is maar de vraag of peil 20cm omhoog technisch mogelijk is. • Zandgronden: de sponswerking moet beter.

Eerste resultaten zijn interessant: klei aanbrengen op zandgronden, omdat dit het hummuscomplex verhoogt (op landbouw­ gronden). Dit is wel ‘gemaakt’ > willen we dit? Het werkt, maar het is niet mogelijk om het in hele gebied dit toe te passen. • Areaal bouwland voor bodemkwaliteit liefst verminderen, meer organische stofgehalte in de grond liefst omhoog, dit kost veel jaren. Niet alleen inzetten op organische stoffen toevoegen, dit heeft minder effect dan initieel gedacht. • Grondgebonden melkveehouderij belangrijk voor bodem - “ecosysteemdiensten van de koe”: - Waarde van grasland is groot: blijvend, natuurlijk, is beste voor bodem, daarna tijdelijk grasland. Te veel grasland dat bouwland wordt kan een groot probleem worden (zie memo: ‘grasland maakt het verschil’). Zorg dat je grasland behoudt. - Is het logisch om hier grasland te behouden als we kijken naar Nederland? Ja bij een valleidal is gras natuurlijk. Hoe lager/natter de gronden hoe logischer om grasland te houden. Bijvoorbeeld in de buurt van beken.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Oplossing ligt bij grondgebonden landbouw. Weinig grip on gebouwgebouden landbouw > wat kunnen we hierover zeggen? • Veel korte ketens: op regioniveau gaat dit niet lukken met de huidige veedichtheid. Dit wil zeggen dat de intensieve veehouderij moet krimpen. En je wil reststromen? Dit forceert krimp. • Welke grond zet je in voor humane consumptie? Welke niet? Moeten we hierop sturen? • Vergunningen die zijn verleend, zijn moeilijk aan te passen. Creëert ook weerstand. Bij nieuwe vergunningen letten op in balans zijn met natuurlijk systeem. • Al deze maatregelen moeten landen > zorg ervoor dat dit ook andere groepen bereikt. • Woord ‘gezondheid’ spannend om aan een bodem te hangen. Wat is vruchtbaarheid van bodem? > Verschilt: bedoelen we organische stofgehalte of fosfaat? • Maatregel op perceelniveau doet te weinig > maatregel op bedrijfsniveau, en daarna ook op gebiedsniveau zijn beter. Van perceel > bedrijf > regio. • Educatie is belangrijk, rentmeesters opleiden. • Wat bedoelen we met ‘bodem- en water in balans’ in dit gebied? - Bv. met klimaatverandering: hoe zien landschapsgronden eruit, wat doen we met klimaatmantels? Meer ruimte voor water. - Ruimte voor sponswerking > moeten overheden een stap in zetten. - Afspraken met grondeigenaren: water opslaan waar het valt. - Deltares rapport over grondwatersturend: We moeten ons voegen naar een systeem met meer extremen.

- ‘Tegeltaks en handhaven bij nieuw bouwen’ zijn goede voorbeelden. In ideale wereld willen we: • Akkerland vooral op essen. • Organische stoffen op bouwland (engen). • Naar 1 koe per hectare? (Kringlopen meer sluiten, ook voor minder zoönose goed). • Ander (kalver)ras gebruiken dat ook vleeskoe kan worden? • Tegen bodemverzuring: verlagen uitstoot en uitspoeling (Verkalking kan werken, maar is symptoombestrijding). • Bodemverdichting tot minimum beperken. Dit betekent veel voor loonwerkers en manier van verbouwen, minder landbouwmechanisatie. Hoe groot is dit probleem hier? - Grasland heeft bovenste 20cm verdichting, bij bouwland heeft diepere laag ook verdichting.

78

• • • •

- Pachtgronden sturen: wat doen we ermee? > Zorgen voor goede kwaliteit bodem (voorbeeld de Margriet in Noord-Brabant). Evt. op termijn verder gaan. Samenwerking overheden (waterschap, gemeenten, provincie) belangrijk! Gemeente: Vergunningverlening van parkeren bij evenementen op landbouwgrond heroverwegen. Minimaal een 6 jaar contract met daarin gras, klaver, luzerne telen. Als consument moeten we anders gaan eten: ‘Wil je nog in Nederland op zo’n schaal vlees produceren?’

Maatregelen vanuit landschap: • Arkemheen behouden (polder richting Amersfoort). • Oude (hooggelegen) enggronden belangrijk om te behouden voor akkerbouw. We hechten er nu geen waarde aan omdat we nu op lage gronden ook kunnen verbouwen > als dit anders wordt, kunnen enggronden extra belangrijk worden. Teelt is tegenwoordig niet meer op grondgebruik afgestemd. • Landschap rondom Ederveen-de klomp behouden. • Valleilint interessant om natuur te behouden. Middelste deel van Binnenveld mooi, daaromheen rommelig. In Kootwijk: stallen schouder aan schouder, maar met lanenstructuur. Je kan er veel mee. Type landschap onderzoeken is belangrijk om te bepalen wat je wilt behouden. • Landgoederen staan vaak positief tegenover verandering. Hier bv. maatregelen uit­voeren, meer natuurinclusiviteit bevorderen. Denken aan rentmeesters > kan sleutel zijn.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Door naar ‘praktische kant’, wat zijn hierover de ideeën? • Geen teeltlagen afvoeren. • Organische stof opbouw (akkerbouw of niet). - Bijvoorbeeld: Mais waarvan je alleen kolven pakt, de rest blijft op het land. • Meer water vasthouden, minder/geen beregening. • Gevarieerde en gerouleerde teelt, extensiever bouwplan, Strokenteelt, geen vaste rijstroken. • Meerjarige teelten (als luzerne, miskante). • Typen gewassen: mais, suikerbieten, luzerne, grasland, gersterwten. • Doorzaaimachine. • Geen kerende maatregelen. • ‘Zien doet geloven’ in systeemverandering (omwonenden die veranderen na het te zien bij andere boeren). • Management van boer bepaalt of iets gaat slagen of niet > maatwerk. • ‘De maatregel is niet alles’ > management en de mens erachter erg belangrijk. • Agroforestry inzetten. • Vegan: Op onderzoeksbedrijven gaat het prima, maar nu doet nog niemand mee. Nog niet aan te raden voor grote massa bedrijfsmensen. Participatie in gebiedsproces: Als regio niet hele gebied ‘tekenen’, maar onderzoeken wat werkt voor bepaald gebied. Als je bepaalde processen opstart, hier rekening mee houden. Maar er moet ook iets mee gebeuren, dit is best ingewikkeld. Grondgebonden veehouderij kan iets betekenen, gebiedsproces vanuit grondgebonden veehouderij opstarten. • Echter: sommige dingen moeten we halen in 2030 > als je dan inzet op alleen gebieds­ processen ga je dat nooit halen.

• Duidelijke doelen als we aan de slag gaan met gebiedsproces: deze stellen als overheden.

79

12.3 WATERGESPREK Hieronder de aantekeningen van het themagesprek ‘water’. Doel: Zo concreet mogelijk maken: wat gaan we doen? Welke keuzes moeten bestuurders gaan maken? Welke maatregelen moeten er toegepast worden om de regio toekomst­ bestendig te maken. Reacties op basis van (concept)kaarten en ‘groeidocument RPLG’: Persoon 1: • Wat heb je nou echt nodig als er meer extreme buien komen, meer droogte, …? > Denken vanuit bubbel water: hoe werkt het watersysteem van de Gelderse vallei? We willen niet terug te gaan naar het verleden, maar wel kijken naar hoe het systeem in elkaar zit en zo naar een toekomstbestendig beeld toegaan. We hielden geen rekening met bestaande functies, alleen waar we naartoe wilden. Aanpassing van natuur­ doelstellingen moeten op tafel liggen. • Breder kijken belangrijk, niet alleen beperkte kaderrichtlijn water/afvoer/… Het waterschap heeft een kaart gemaakt als gesprekstarter: waar wil je naartoe? Losgelaten voor welke organisatie je werkt, maar gekeken vanuit Bodem en water sturend. • Andere kant van het verhaal: we moeten een duiding geven aan wat willen we met het systeem. Landschap werkt niet ‘rechttoe rechtaan’ > rivieren hebben verschillende breedtes, op verschillende locaties bv. Niet allemaal dezelfde grootte.

• BOVI is uitgangspunt, maar uitgangspunt lag in 2050 > aantal zaken uit de BOVI zijn inhoudelijk hetzelfde als RPLG, alleen deadline is eerder (naar 2030/2035). • Concretisering nodig in stappen, ook eigenlijk al in BOP (blauwe omgevingsprogramma) • We moeten het gebied centraal stellen, niet kijken naar ambtelijke kaders.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Persoon 2: • Behoefte aan kaart van het systeem; we moeten wel zoeken naar juiste abstractieniveau. Onderdeel van kaart moet zijn: grondwaterstand, maaiveldhoogte, type bodem, inundatiegebieden, geomorfologie, overstromingsgebieden. • Ook bedenken wat je bovenstrooms kan doen. • Kaart moet ook mee naar woningbouwcorporaties om rekening mee houden. • Richting hogere overheden: als jullie ons genoeg kaders en maatregelen geven, dan zorgen wij dat het goed komt. Maar aan de andere kant: hoe contracteren we naar het Rijk? Dit moet een bepaald abstractieniveau hebben (anders krijg je ‘dit komt hier, dit komt daar’, zonder het bredere perspectief. • Afwegingskader van het Rijk is redelijk abstract, er is nog voldoende speelveld. Rijk wil ook dat regio zelf invulling geeft, maar dit geeft ook meer ‘bestuurlijke voorzichtigheid’, omdat het dichterbij komt. Persoon 3: • Bodem/watersturend: kijk naar waar is water over? Waar kun je wat mee in de kringloop? Bodem/watersturend moet ook logische plek krijgen voor waterwinning. • Doelstelling ook gezond grondwatersysteem: aan welke knoppen wil je draaien. - Bv. waar het regent? Landschapsomvorming. - Systeem Lunterse beek/Barneveldse beek zijn nu een stuk droger: verhogen drainagebasis. Emmer moet breder gemaakt worden; verondiepen en breder maken, ipv ophogen.

- Buiten scope NPLG: Waar gebruik je drinkwater voor? • Drinkwaterbesparing belangrijk: hoe ziet dat eruit? Nieuwe locaties, grijswatersystemen stimuleren, gesprekken met bedrijven > kennis aanbieden op stimuleren drinkwater­ besparing ook binnen bedrijven. • Hoe duurzaam inzetten op water lozen? > Nu gaat effluent het oppervlaktewater in. Kunnen we RWZI-effluent hergebruiken/infiltreren? • Wettelijke regels: In België ben je verplicht om 3-5 kuub water in voortuin hebben om te kunnen hergebruiken. Nederland vindt dit een risico (volksgezondheid). • Hoe hergebruik water stimuleren? Hoe robuust en toekomstbestendig zijn we bezig? Kosten zijn veel hoger dan baten als wij water blijven sturen in plaats van andersom. • Normering rond beken in samenwerking met provincie herzien, een zoekzone/bufferstrook overwegen (via gebiedsproces met agrariërs).

80

Kijkend vanuit de ontwikkellijnen van het RPLG; bedenken wat we kunnen doen: • Anders denken: Van A – B – c naar .. Bodem – C – B – a • Werken aan duurzaam bodembeheer; drainage basis omhoog; profiel vlakker met ­walletje langs de rand; landschapsbeplanting; meer natte vlakken > lokaal minder opbrengst voor boer misschien > hoe ga je hiermee om? • Welk instrument heb je nodig voor de bufferstroken rondom water? Dit is gouden strook. • In winter mogen bepaalde landbouwgronden onder komen te staan (ook van agrariërs). • Je moet ervoor zorgen dat water geen probleem wordt, dus niet pas handelen als het al een probleem is (bv. als het in A – watergang is) > sleutel voor succes ligt in deel waar waterschap niet over gaat, maar andere organisaties. • Waterschap (en anderen) moet naar ecologisch beheer van watergangen. Nu is een goede sloot is een kale sloot. Maaibestek aanpassen, ook bij gemeenten. • C-watergang onderhoud ligt niet bij waterschap, maar bij gemeente/grondeigenaren. • Nu is alles ingericht op afvoer > dit moet anders > vlak gebruiken. Inclusief bodem­ verbetering. • Niet oplossing zoeken in een stuw of verbreden van watergang, maar misschien wel dempen watergang, actief laten dichtgroeien van watergang. Verondiepen grond­ waterpeil, dichtgroeien C-lopen, maatregelen in gouden zone C-lopen.

• Dekzandruggen liggen daar waar van oorsprong geen water was > dus hier wil je geen C-watergangen (actief communiceren). • Hoe zit het netwerk in elkaar? Niet alleen opereren vanuit waterschap, maar collectiviteit vinden. Wat is het collectieve verhaal? • Willen we grondwater verhogen? > Bekijk ook agrarische impact. Droogteschade kan wel erger zijn dan natschade in de toekomst. Dit vraagt regionale aanpak en meenemen van natschade: 75% heeft misschien wel voordeel bij verhogen grondwater, 25% nadeel. • Systeemdenken, wat is de impact van bepaalde maatregelen op de rest van de regio? Hebben we instrumenten om problemen met de buren op te lossen?

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Onderscheid kwel en infiltratie in beeld brengen bij maatregelen. • Gaan kwelstromen door klimaatverandering erger worden? > Waarschijnlijk worden extremen erger ja. We mogen ervan uitgaan dat kwelstromen gaan toenemen omdat er jaarrond meer afvoer in. Mits wat er valt ook de grond in gaat (als we het landschap houden zoals het nu is, dan wordt het meer afvoer en meer piekafvoer, dus in dat geval niet meer kwel). • Van hoog naar laag werken en dan typen maatregelen bedenken: - Hoog: Naald > beukenbos. - Beken: Bufferzones/klimaatmantels toepassen > effecten van klimaatverandering opvangen rondom stedelijk gebied. - Stedelijk gebied: water vasthouden. • Technisch combineren met slim ruimtegebruik. Meer terug naar natuurlijk systeem. Bufferstroken moeten minder groot worden. Vanuit basis op orde, zodat technisch niet meer nodig is. • Kijken naar pilots voor regionale flexibele winningen, afhankelijk van gebruik en seizoen > en interventie op kwelstromen. • Gelderland is geen veenprovincie, dus dat wordt vaak overgeslagen. Polders bij Nijkerk: veel natuur, ook tegenstrijdige belangen. De ene persoon wil water omhoog, andere omlaag. Spannend omdat provincie het niet aangeduid als veengebied. Gebied bij polders niet meer bruikbaar voor agrarisch gebruik, als waterpeil omhoog gaat. Het waterkwaliteitssysteem is niet zo groot bij polders.

Veengebied is dun, dus CO2 probleem is zo groot niet. Bodem/watersturend helpt niet in poldergebieden, want die zijn niet natuurlijk. Verschillende knoppen waar ze aan kunnen draaien. • Oude kaarten bekijken om beleid te maken voor de toekomst. • Maatregelen definiëren + bij wie liggen deze acties?

81

Figuur 33: Waterschap Vallei en Veluwe: WATER IN BEELD – Foodvalley Barneveldse Beek

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

82

12.4 BODEM- EN WATERGESPREK Hieronder de aantekeningen van het expertgesprek ‘het bodem- en watersysteem’. Doel: Het samenbrengen van de ‘bodem’ en ‘water’ gesprekken, en de opgehaalde informatie inzichtelijk maken op de water en bodem sturendkaart (nieuwste versie is figuur 11 uit Verdieping 4). Reacties op kaart: • Kaart is bedoeld om te agenderen. • Stuwwal en dekzand & rivierruggen > meer infiltratie, water vasthouden. • Dekzandvlakten: wat natter. • Overstromings- & veenvlaktes: beekdalen > zee-/riviergestuurd. • Stedelijk gebied: nu wit, niet wenselijk. • C-watergangen: kans om systeem te verbeteren. • Principe: problemen niet afwentelen, maar in het gebied oplossen. • Natte gebieden in detailkaarten weergeven: Grondwater, inundatie, kwel. • Droogtekaart in detail geven.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Input: ‘Wat betekent bodem- en water sturend’ (voor onze regio): • Grondwaterstand in zandgebieden 20-30 cm omhoog. • Meer infiltreren en minder verdamping in op de Veluwe = substantieel ingrijpen in vegetatie (van bos naar gras en stuifzand), dat is niet haalbaar. We kunnen wel overwegen extra water toe te voegen. • We willen de kenmerken van het systeem versterken en beseffen dat ooit bedachte natuurdoeltypes lastig zijn om te behouden. • Meer ruimte geven aan water. • Aan de rand van de stuwwal meer vasthouden, minder draineren. Nu wordt ongeveer de helft van het water bij een piekbui (60mm) afgevoerd. • Het beste voor bodem is blijvend grasland. Daarna tijdelijk grasland, daarna akkerbouw. Gewenst voor de bodem zou zijn een afname in mais, verandering in extensieve melkveehouderij. • Water vasthouden op land is heel effectief. • Hellingen verruwen tegen piekafvoeren. • Integraal beekherstel: Waterpeil omhoog > waterkwaliteit > beek ruimte geven (berging) • Groenblauwe dooradering verbeteren. • Brede beekdalen met beekbegeleidend bos. • We willen niet voor een 5,5 gaan maar voor een 7. Brede blik bij alle maatregelen. • Regionale plafonds voor water onttrekkingen overwegen (type onttrekkingen: ­drinkwater, industrie groot, industrie klein, privé klein). Dit is een lange termijnkeuze. Sowieso kortere vergunningen (max 30 jaar).

• Beloning overwegen: goed water- & bodembeheer betekent bijvoorbeeld minder waterschapsbelasting betalen? • Dicht laten groeien van c-watergangen > inzetten voor groene dooradering • Binnen het ASV-gebied ook kijken naar alternatieve oppervlakte bronnen. Voorbeeld: onttrekking recreatiegebied (zwemplas) kan, als ze ook helpen het systeem in balans te brengen door te investeren.

83

12.5 GRONDGEBONDEN LANDBOUW GESPREK Hieronder de opgehaalde informatie uit het themagesprek over de grondgebonden sector. De meeste van de aanwezigen hadden met name een achtergrond in de ­melkveehouderij. Wensen en overwegingen: • Lerende netwerken (over natuur inclusief) opzetten, waar ambtenaren onderdeel van zijn en in mee kunnen leren (gemeenten en LNV). • Managementmaatregelen laten testen/meten. • In de MINAS tijd zat de boer aan de knoppen, toen gingen we hard vooruit. Is de kringloopwijzer een soort nieuwe MINAS? > Kringloopwijzer is te ingewikkeld. • Vraag om over na te denken: “Zijn we wet- of vakmanschapgericht?” • We zitten nu op 3-4% biologisch, LNV wil toe naar 15%, EU wil 25%: Natuurinclusief moet je prikkelen en moet een verdienmodel zijn. ‘Gangbaar’ en bio blijven naast elkaar bestaan. • Subsidies moeten niet te smal gemaakt worden (doel en systeem moet duidelijk zijn) • Inspiratievraag: ‘Kunnen we natuurcompensatie niet combineren met agrarisch ­natuurbeheer? • Kunnen we ruimtelijk combineren als collectief? • De gemeente moet aansluiten bij de economische dragers van de regio. • We willen allemaal extensiveren, maar als gangbare boer sta je achteraan. Bij diverse processen hebben andere grondeigenaren met een labeltje prioriteit (zonnevelden, extra natuur, boer met planet proof, bioboer).

• Bodemgezondheid zou centraal moeten staan, samenwerking met akkerbouw in de regio is hierbij belangrijk. • Als regio inzetten op kunstmestvrij (waarbij de dierlijke uitgifte omhoog moet). H ­ iervoor is onderzoek nodig: Is kunstmestvrij (en monovergister) haalbaar? • Idee: Landbouwgrond qua bescherming gelijkstellen aan natuur. • Kalverhouderij verwacht zelf krimp van ~30%, daar hoef je niet veel aan te doen. • Betrouwbare overheid: als iedereen voor GLB-goud gaat moet het potje aan het eind van het jaar niet ineens leeg zijn (dan heb je de investering gedaan en krijg je maar de helft van de subsidie). • Gemeenten moeten veel meer aan het roer: Jonge boeren helpen, sterlocaties behouden, echt in gesprek, op basis van vrijwilligheid. Gemeenten zouden de regie moeten nemen over natuur & Landbouw grond.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Intensieve sector kan met technische maatregelen veel reduceren, de grondgebonden en biologische sector is veel lastiger. Op dit moment hebben de sectoren rondom biologische varkens en kippen een probleem vanwege niet erkende managementmaatregelen. • Als het doel het verduurzamen van de landbouw is, is bijmenging dan een idee? Bijvoorbeeld van elk doosje eieren % minimaal Nederlands (of regionaal). • Je moet het als voedselsysteem met de hele keten zien op te lossen. We willen graag een circulair voedselsysteem van de regio, met de cijfers op orde (onderzoek) en communicatie inzet. • Wat betekent het economisch als je je voedselpatroon veganistisch maakt? • Kans om rauwmelkse producten te promoten: inzetten op gezond voedsel. Dan moet de EU dit wel mogelijk houden. • Er is aandacht nodig voor pachtgronden: voer-mestcontracten moeten ook mogelijk zijn voor mensen met pachtgronden. • Interessant: Peter Vanhoof (metingen) (zie ook “Wat er nu al gebeurt: Werken aan emissiearme melkveehouderij” – H 4.3 deel A) Mogelijke maatregelen • Mest verdunnen; vaker afdraaien, meer weidegang. • Ruimte in (EU/nl) mestmaatregelen. • Opzetten van een landbouw voorlichtingsdienst: gemeenschappelijk doel, concrete kennis en niet-commerciële proefboerderijen. • KPI’s: Niet per hectare maar als stoffenbalans. • Grondbank moet heldere voorwaarden hebben.

• Waarderen en erkennen voor het besparen van water. • Vakgerichte aanpak. • Target per bedrijf, plus per gebied met een paar % speling, zodat je het als collectief kan oplossen. Ureumgehalte overwegen hierin mee te nemen. • Op regioschaal ruilverkavelingsactie, met inbreng van overheidsgronden. • Varkens alleen met reststromen voeden. • Ook ruimte voor parkeergelegenheid bij recreatie. • Langjarige contracten (minimaal 15 jaar). • Sturen op wat voor voer i.p.v. voer-mestcontracten. • Onderzoeken of de stoffenbalans terug kan komen. Dit geeft meer vertrouwen: Krachtvoer + kunstmest ‘in’ vs. melk (eiwitgehalte) ‘uit’. 84

Extra input omschakelmogelijkheden voor bedrijven: • Schonere intensieve veehouderij. - Extra investeringen - Emissies beperken - Nieuwe agro-industrie op speciale gebieden • Landelijk gebied ondernemer. - Extensiveren waar nodig - Verdienvermogen op peil door andere inkomsten die bij jou passen • Wat is nodig voor innovatie. - Goed verdienmodel met toekomstperspectief - Bedrijven met topondernemers in alle diersectoren • Maatregelen. - Minder melkvee boeren, wordt waarschijnlijk meer akkerbouw - Graslanden moten beschikbaar blijven voor de blijvers • Gemeente/overheden. - Visie en beleid schrijven over hoe doelen worden bereikt die zijn vastgelegd in bijvoorbeeld de kaderrichtlijn water, klimaatwetten en habitatrichtlijnen - Consumenten betrekken in plannen landelijk gebied - Breder kijken dan enkel de boer in het gebied - Ondersteunen met menselijke maat waar nodig (bestemmingsplannen) - Boer en natuur samen laten gaan in bossen en overgangsgebieden • Landbouw in de toekomst. - Nederlanders eten meer plantaardig - Al het voedsel bevat meer duurzame grondstoffen (bijmenging), vanzelf ook meer duurzame landbouw - Groter aandeel duurzame landbouw en neventakken - Herstructurering landbouw klaar in 2040.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

12.6 KETENGESPREK – KALVERSECTOR Hieronder de opgehaalde informatie uit het ketengesprek over de kalversector. De gedachten over de gevolgen als de veehouderij sector krimpt met 30%: • Werkgelegenheid: - Er zullen minder boeren komen, dus krimp in primaire productie. Omvang niet in te schatten. - Dit heeft ook gevolgen voor de rest van de keten (periferie): o.a. minder voerproductie en minder aantal slachtingen - Primaire bedrijven zullen zich verplaatsen naar het buitenland. Er is nu al sprake van boeren, die concreet in het buitenland (o.a. Italië) met plannen bezig zijn. - Krimp in deze regio/sector zal gevolgen hebben voor geheel Europa. - Ook zonder ingrepen zal er een autonoom proces van krimp (o.a. door stoppen van ondernemers zonder opvolgers). • Innovatie: - Krimp zal op lange termijn grote gevolgen hebben voor innovatiekracht van Nederlandse kalversector: de kalversector is al relatief klein maar zal nog kleiner worden. - De kritische massa voor innovatie zal mogelijk bereikt worden, dit is niet geheel te overzien - Innovatie verloopt in de meeste gevallen stapsgewijs: de ervaringen met een innovatie in de praktijk op het ene kalverbedrijf wordt gebruikt en doorontwikkeld op het volgende. Bij een krimp zal dit proces moeilijker worden.

- De integraties beschikken over kwalitatief goed geoutilleerde proeflocaties, maar hebben veel problemen met het verkrijgen van vergunningen, o.a. in verband met nieuwbouwplannen. Dit werkt verlammend. - De vraag is of de Regio Foodvalley op deze wijze Innovatie Valley blijft. - Ervaringen met RVO in verband met innovatietrajecten: zeer stroperig, wordt echt als knelpunt ervaren. RVO moet veel actiever acteren. - Ondanks alles: toch doorzetten, vechten. • Voedselvoorziening/prijsniveau: - Dit onderwerp is slechts zijdelings aan de orde geweest in de discussie. Aangegeven is wel dat er sprake zal zijn van verplaatsing van activiteiten/productie naar het buitenland.

85

• Wat zijn de belangrijkste behoudfactoren? - De mogelijkheid om stapsgewijs te kunnen innoveren is essentieel. - Wetgever en politiek zullen mee moeten werken, op dit moment ligt alles in NL stil en dat werkt verlammend. Deze vicieuze cirkel doorbreken. Omschakel- en transitiemogelijkheden die als realistisch worden gezien: • Concreet wordt genoemd: mestverwaarding. Via dit onderwerp en gebruikmakend van de aanwezigheid van de SMG in de regio Foodvalley kunnen we stappen zetten voor de kringloop. De overheid zou dit (o.a. in relatie tot kunstmest) moeten faciliteren. Dit kan leiden tot een verdienmodel voor de individuele kalverhouder op het eigen bedrijf. • Opwekken van elektriciteit: zonne-energie. Voorwaarde is dat de kalverhouderij wel de focus en kernactiviteit is en blijft. • Reststromen als grondstof in voer: genoemd werden veldbonen, olifantengras. Overigens is hierbij een aandachtspunt, dat hierbij gebruik in voedsel voor humane consumptie t.o.v. gebruik in diervoeders prioriteit heeft. • Hoewel voor de kalverhouderij lastig in de praktijk in te vullen zou landschapsbeheer een thema kunnen zijn. • In verband met transitie: kijk ook naar en leer van de geschiedenis. De aanwezigen noemen dat ze onderstaande rollen zelf kunnen vervullen: • Integraties kunnen een belangrijke rol spelen, maar dan zullen wel de doelen duidelijk moeten zijn.

• Banken: op dit moment groot knelpunt om kapitaal te verkrijgen en investeringen te kunnen doen, daarom wordt uitgeweken naar private investeerders: dit levert voor de individuele ondernemer (te) grote risico’s op. • Kalverhouders: via het in praktijk brengen van innovaties. Van deze partijen verwachten ze hulp: • Er zijn kapitaalkrachtige bedrijven nodig. • Integraties: hogere contractprijs helpt. • Banken: op dit moment groot knelpunt om investeringen te kunnen doen, daarom wordt uitgeweken naar private investeerders: dit levert voor de individuele onder­nemer (te) grote risico’s op.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• SBK: in verband met richting van de overheid, maar ook in verband met financiering. • Overheid: logica en samenhang van maatregelen zou heel veel helpen. • Calf Expertise Centre in verband met kennisoverdracht en rol bij onderzoek. Hierbij zouden gemeenten en provincie kunnen helpen volgens de aanwezigen: • Specifiek richting de Regio Foodvalley (maar in het verlengde hiervan de gemeente en provincie) een rol in de lobby. Hierbij de unieke positie en infrastructuur van de kalverhouderij in Regio Foodvalley profileren. • De Regio Foodvalley zou geldstromen moeten vinden en faciliteren om de innovatie via pilots te stimuleren en ondersteunen. • Onderzoek op mest uitrijden (i.v.m. uitspoeling) is, gezien de beperkte kennis en ervaring die er is, zeer gewenst. Hoe men aankijkt tegen gedachten m.b.t. zonering, bijv. vanwege risico dierziekten (zoals vogelgriep en MKZ): • De kans op MKZ wordt niet groot geacht. • Zonering zal weinig bijdragen. • T.o.v. MKZ crisis in 2001 zijn alle protocollen aangepast. • Er is een goed hygiëne-besef en biosecurity niveau in bedrijven is hoog. • Vertrouwen in expertise GD is groot. • Als specifieke actualiteit werd wel genoemd de (toenemende) aanwezigheid van de das in relatie tot het overbrengen van runder tbc. • Hygiëne, all in all out, en biosecurity in de keten moet op een hoog niveau blijven staan.

Aanvullende opmerkingen: • De uitdaging/vraag is niet: moeten we het autonomen proces, dat toch wel gaat plaats vinden, versnellen? [Ook zonder allerlei maatregelen gaat er transitie komen]. De vraag is wel: houden we wel voldoende over? • Motto zou moeten zijn: “in vertrouwen ruimte geven”. • Minder boeren betekent verrommeling van het landschap. • Meetprotocollen moeten vereenvoudigd worden, real time meten standaardiseren en valideren. • Moeten we toe naar een systeem met KPI’s? Wie neemt hierin de regie? Suggestie SBK. • Perspectiefvolle bedrijven, waarvan de ondernemer stopt, behouden.

86

Extra input: “Er is binnen de kalversector sinds decennia voldoende ondernemerschap en innovatiekracht, hoewel de relatief beperkte omvang van de sector de financiële middelen beperkt zijn. De buitenlandse markt fungeert (anders dan b.v. in de pluimveehouderij) niet direct als prikkel om te innoveren voor de Nederlandse kalverhouder. De innovatie, specifiek op emissiereductie, wordt gefrustreerd door knelpunten. In de afgelopen maanden heeft het CEC hier een knelpuntenlijst voor opgesteld (zie *). In de kalversector (kalverhouders, integraties, bedrijfsleven en sectorbestuurders) wordt er grote onzekerheid ervaren, die leidt tot een rem op veranderingen. Krimp zou geen doel op zich moeten zijn. Er is vooral behoefte aan duidelijkheid en het verhelpen van de discrepantie tussen maatschappelijke wensen en juridische beperkingen. O.a. • De Rav-systematiek die vastgelopen is, dat ertoe leidt dat het vergunningentraject stil ligt. • Terughoudendheid bij banken. • Alsmaar toenemende eisen m.b.t. welzijn en milieu, die leiden tot noodzakelijke investeringen; wetgeving dient voor een lange termijn vast te staan. * Knelpunten innovatie kalveren • Subsidie. - Subsidieregelingen voor veehouders niet logisch, niet meer doenlijk voor veehouders om zelf subsidie aan te vragen, adviseurs zijn nodig.

- Afhandeling van subsidie duurt lang, waardoor onzekerheid groeit, kosten stijgen en daardoor de gehele situatie van de veehouder rondom innovatie verandert. - Metingen in subsidietraject worden gezien als noodzakelijk kwaad om investering te kunnen bekostigen. Daardoor weinig erkende systemen. • Vergunningen en regelgeving. - Omgevingsvergunning: verschillen tussen gemeentes, sinds kort archeologisch onderzoek extra horde. - Omgevingsdienst en andere betrokken overheden: weinig kennis/deskundigheid en motivatie en tijd, waardoor maximale responstijd tussen vragen gebruikt wordt. - Proefstalstatusaanvraag: onduidelijk waar dit aangevraagd moet worden en wat er bij ingediend moet worden. - Natuurvergunning (Wnb): provinciaal. - Weinig samenhang tussen gemeente en provincie en landelijk.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Metingen. - Metingen gedaan op één locatie, kunnen vaak nog niet als basis dienen voor metingen op een tweede locatie later in de tijd. - TAP wil eigenlijk alleen nog met case-control situaties werken, doordat emissiefactor kalveren niet valide is als ‘control’. TAP stelt wel steeds strengere eisen aan case-control situatie, waardoor weinig stallen hiervoor in aanmerking komen. - Sensoren zijn niet erkend als meetmethode, regelgeving loopt achter op ontwikkelingen. Daardoor worden veehouders niet gestimuleerd om sensoren te gebruiken. - Meetmethodiek loopt achter op praktijk en op niveau van nauwkeurigheid dat gewenst wordt vanuit overheid/maatschappij.. - Sensoren met juiste nauwkeurigheid zijn duur, en moeten vaak vervangen worden. • Financieel. - Banken willen niet meer investeren. - Innovaties die met subsidie ontwikkeld worden moeten voldoen aan minimale reductiepercentages, waardoor het innovaties worden die alleen geïnstalleerd kunnen worden bij nieuwbouw of bij ingrijpende renovatie. Dit vraagt grote investeringen. • Onzekerheid. - Geen vertrouwen in innovaties bij overheid door ervaringen vanuit het verleden (bijv. luchtwasser/emissiearme vloeren). - Geen vertrouwen in innovaties bij veehouders, doordat er geen vertrouwen is bij overheid in innovaties (beeldvorming vanuit de overheid). - Geen vertrouwen in overheid bij veehouders, door zwalkend/onduidelijk beleid.

• Te weinig erkende innovaties, zeker niet voor bestaande stallen. Geen combitabel. • Er wordt veel individueel gedacht, in plaats van als sector. Belang van veehouder is om vergunning te krijgen. • Innoveren wordt complexer doordat integraliteit belangrijk is. - Afzet van meststromen van innovatieve systemen blijkt moeilijk. - Terugverdienen van innovatie is o.a. afhankelijk van mestverwaarding • Eisen van overheid zijn vaak niet haalbaar en betaalbaar”.

87

12.7 KETENGESPREK – PLUIMVEESECTOR Hieronder de opgehaalde informatie uit het ketengesprek over de kalversector. Stel: de veehouderij sector krimpt met 30%. Gedachten over de gevolgen voor: • Werkgelegenheid. - De afname van werkgelegenheid is mede afhankelijk van de beschikbare ­alternatieven, zoals volledige beëindiging van activiteiten of de overgang naar bijvoorbeeld campingexploitatie. - Betreft de krimp specifiek de primaire productie? Ja. - Wordt de krimp gemeten aan de hand van het aantal bedrijven of het aantal dieren? Het gekozen uitgangspunt voor verdere discussie is een krimp van 30% in het aantal dieren. - De krimp zal met name in deze regio aanzienlijke gevolgen hebben voor het onderwijs en onderzoek. - Landelijke krimp zal juist in deze regio, waar veel perifere bedrijvigheid is gevestigd (zoals veevoer, kuikenbroeders, opfok, eierhandel, stalinrichting), een aanzienlijke impact hebben. - De afname van bedrijvigheid in deze regio, met een concentratie aan niet-grondgebonden veehouderij, zal ook gevolgen hebben voor toeleveranciers en afnemers in andere regio's. • Innovatie. - Juist groei of omschakeling op primaire bedrijven heeft innovatie gestimuleerd, zoals de overgang van legbatterijen naar scharrelsystemen die heeft geleid tot de ontwikkeling van volières.

Tevens heeft schaalvergroting geresulteerd in de creatie van arbeidsverlichtende eierinpakmachines en robotstapelaars. - Krimp belemmert niet alleen de innovatiekracht, maar veroorzaakt ook een negatieve spiraal van demotivatie en een gebrek aan vertrouwen. - Opkoopregelingen resulteren niet alleen in stopzettingen die over het algemeen worden toegeschreven aan oudere veehouders zonder opvolging en verouderde stallen. De opkoopregeling in de varkenshouderij, waarbij de vergoeding afhankelijk is van de leeftijd van de stallen, heeft aangetoond dat oudere stallen met hoge emissies behouden blijven, terwijl jongere bedrijven worden beëindigd, wat soms leidt tot de sloop van vrijwel nieuwe stallen. Dit heeft een volledig ongewenst effect.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

- Groei is niet per se noodzakelijk voor innovatie; ook de omschakeling naar andere houderijconcepten, zoals bijvoorbeeld BLK* met minder dieren, draagt bij aan innovatie. • Voedselvoorziening/prijsniveau. - Het is onbegrijpelijk dat de wereldwijde voedselvoorziening nergens als aspect wordt meegenomen, terwijl er nog steeds hele werelddelen zijn die kampen met honger. - Onze regio is bij uitstek geschikt voor niet-grondgebonden veehouderij, mede vanwege het klimaat en het type grond. Niet voor niets is deze vorm van landbouw hier ontstaan. - Het te verwachten prijseffect bij krimp is duidelijk: de huidige schaarste aan eieren, veroorzaakt door factoren zoals vogelgriep en duur veevoer, heeft geleid tot een ongekend prijsniveau. • De belangijkste behoudfactoren volgens aanwezigen: - Vertrouwen in de agrarische sector, bij landelijke en regionale overheid, maar ook bij banken (waar blijkbaar intern afwegingen spelen, in het nadeel van de agrarische sector). • Kennis. - In het domein van onderwijs en onderzoek zal er een afname zijn in de instroom van scholieren en studenten, wat resulteert in verminderde vraag en interactie. - De toegepaste kennis, momenteel aanwezig bij onder andere installatiebedrijven en veehouders, wordt momenteel veelal ingezet door mensen met een agrarische achtergrond in de periferie. Deze arbeidskrachten zullen aanzienlijk afnemen.

Deze omschakel- en transitiemogelijkheden zien de aanwezigen als realistisch: • Algemeen: - Is “transitie” wel het juiste woord? Is transitie nodig? Gaat het niet om verbeteringen en veranderingen? Daar staat de sector voor open. Wat is het doel van transitie? Minder dieren? Of anders? - Blijf vooral producent van hoogwaardig voedsel. - Zet de boer in z’n kracht, er kan veel, geef boeren ruimte voor toepassen van ander management. Er zijn nog veel innovatieve mogelijkheden. - Samen doelen en tijdspad afspreken, waarbij het mogelijk blijft innovaties toe te passen, geef de sector de tijd, samen werken naar eindpunt.

88

- Er zal naar verwachting beperkte markt zijn voor dure producten uit extensieve houderijconcepten. Als doel “25 % biologisch” stellen, heeft geen zin als de consument de hogere prijs niet kan/wil betalen. - Inspelen op vragen vanuit de markt, met verdienmodel, goed voorbeeld is BLK*. - Meer aandacht voor emissie verlaging: technisch en qua vergunningenstelsel; en geef duidelijkheid over latente ruimte (als landelijke overheid). - Verder uitwerken van duurzaamheidsconcepten. - Ontwikkeling van blauwe en groene diensten, met rendabele vergoeding. - Groenblauwe diensten met juiste vergoeding. - Marktvraag is voorwaarde voor de transitie. - Transitie? We doen al heel veel goed. Noem het doorontwikkeling. - Circulair en minder dieren wie wil en kan. - Bepaal eerst het doel. En zorgen dat er een positieve flow komt. - Geef technische innovaties de tijd. • Welke rol kunnen aanwezigen zelf spelen: - Kennis beschikbaar stellen, netwerken in stand houden. - Juiste producten aanbieden, die passen bij klantvraag (boeren). - Bredere kennis aanbieden, bijv. ook op gebied van milieu (vergunningen). - Breed meedenken in innovatie, bijv. op gebied van footprint. - Breed meedenken in ketenmodellen, zodat meerkosten gecompenseerd worden. - Faciliteren, bijdragen aan doelstellingen (als ze duidelijk zijn/worden). Ruimte creëren om dit te kunnen uitvoeren. - Ruimte beschikbaar maken.

- Circulair worden en daarover adviseren. - Ruimte pakken (in type mogelijkheden), ook wat buiten de bekende wereld van LNV zit. - Kennis en netwerken. - Faciliteren en bijdrage aan doelstellingen. • Van deze partijen verwacht men hulp: - Sectororganisaties kunnen beter samenwerken; beperk het aantal loketten. - Afnemers (tussenhandel en retail): afgeven van afzetgarantie, waarbij meerkosten worden vergoed (AH heeft dit onlangs geïntroduceerd voor de afname van BLK* vleeskuikens, met verrekenprogramma voor kosten van voer, energie, personeel en stallenbouw). - Van onderzoeksinstellingen, installatiebedrijven, banken, ketenpartners en retail.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14340687/1