CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

LG4c. Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel B

Commissie Ruimte 20 juni 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Regionaal Perspectief Landelijk Gebied RFV40.130 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED

DEEL B VERDIEPING

REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING Deel B - Verdieping Te gebruiken als verdieping bij het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied – ‘Koers voor Uitvoering’ – Deel A

5 april 2024

INHOUD Status van deze verdieping

1 Organisatie- en procesaanpak 2 Samenhangende processen - bij H0 3 Huidige agrarische sector - bij H1 4 Gebieden en kaarten - bij H1 - H3 5 Doelen Landelijk gebied - bij H2 6 Onze waarden - bij H3 7 Doelen ruimtelijk in beeld – bij H3 8 Lange termijn studies – bij H3 9 Uitvoeringsstrategie - bij H4 10 Ontwikkellijnen - bij H4 11 Opzet uitvoeringsprogramma - bij H4 12 Expertgesprekken - bij H4 13 Verklarende woordenlijst 14 Geraadpleegde bronnen

3 4 6 8 13 26 45 47 52 62 65 70 76

DEEL B VERDIEPING

101 104

Te gebruiken als verdieping bij Regionaal Perspectief Landelijk Gebied – ‘Koers voor Uitvoering’ – Deel A

Klik op dit icoontje list onderaan elke pagina om terug te gaan naar deze inhoudsopgave

STATUS VAN DEZE VERDIEPING De Regio heeft gekozen voor een relatief beknopt hoofddocument (Deel A), zodat een leesbaar samenvattend geheel is ontstaan t.b.v. de duidelijkheid én voor de vaststelling door de gemeenteraden. Deel A bevat de centrale doelen, ambities, keuzes en acties die voor de vaststelling worden voorgelegd. Dat betekent ook dat dit Deel B, de Verdieping, niet als zodanig integraal wordt ­vastgesteld. Deze Verdieping is wél een noodzakelijk document voor een goed begrip van het RPLG, omdat het: 1 De uitgebreide onderbouwing geeft voor de ambities, keuzes en acties in Deel A; 2 Belangrijke (achtergrond)informatie en kaarten bevat die voor de uitwerking naar gemeentelijk beleid, de invulling van het uitvoeringsprogramma en voor de gebiedsprocessen belangrijk zijn; 3 Inzicht geeft in het proces van totstandkoming en de enorme hoeveel input uit ­gesprekken met stakeholders; 4 Meer toelichting geeft op de visie voor de langere termijn.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

De onder punt 3) genoemd input is onverkort weergegeven, zodat de breedte en ­diepgang van de input inzichtelijk is. Dat onderdeel beschrijft dus niet de mening of visie van de regiogemeenten. De onder punt 1) en 2) genoemde rol van de Verdieping geeft een belangrijke rol bij de uitwerking in de komende jaren. Het helpt om Deel A goed te interpreteren en is daarmee de basis voor gesprekken over de invulling en uitwerking; zowel in vast te stellen beleid door gemeenten als bij concrete plannen, projecten en gebiedsprocessen. Deel B moet nadrukkelijk worden gelezen in samenhang met Deel A. Het is geen eigenstandig te lezen document, want de keuzes in Deel A zijn leidend voor hoe de informatie in Deel B gebruikt moet worden. Dat heeft betrekking op de keuzes zoals die uiteindelijk door de gemeente­ raden worden vastgesteld.

3

1

ORGANISATIE- EN PROCESAANPAK

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER

DE BELANGHEBBENDEN EN EXPERTS

Het RPLG is met een brede vertegenwoordiging vanuit kennis en ervaring tot stand gekomen. Dit is noodzakelijk geweest om tot zowel deel A als deel B van het RPLG te komen. In deel A wordt dat niet toegelicht, omdat daarin de focus ligt op de resultaten van het doorlopen proces. In dit onderdeel van Deel B geven we wel een beknopte samen­vatting van de organisatie- en procesaanpak en daarmee van de omvang en wijze waarop we kennis hebben ontsloten. Het beknopt weergeven doet niets af aan de enorme inzet en betrokkenheid van heel veel mensen, waarvoor wij bij deze onze dank en waardering uitspreken.

• Stuurgroep: De 9 wethouders met bestuurlijke verantwoordelijkheid voor proces, ­kwaliteit, draagvlak en scope van het RPLG. • Een begeleidingsteam met ca 25 medewerkers uit gemeentelijke, provinciale overheid en waterschap. Zij brengen praktijk en beleid mede in verbinding. • Experts en stakeholders: Ca 150 mensen, werkzaam bij maatschappelijke organisaties, als ondernemer of in onderwijs.

ORGANISATIE In ca 1,5 jaar is toegewerkt naar een document waarin de 9 gemeenten samen een richting kiezen, die past bij het landschap, de dorpen en steden en haar mensen. Het RPLG deel A wordt vastgesteld door de negen gemeenteraden, waarna het verwerkt wordt in het gemeentelijk beleid. Het vormt daarmee ook de basis voor gebiedsplannen die opgesteld worden in gebiedsprocessen in deelgebieden in Regio Foodvalley. Door middel van dialoog­ sessies, stakeholdersessies, expertgesprekken en bestuurlijke gesprekken is inbreng verzameld en betrokkenheid gestimuleerd. Het schrijven van het RPLG werd uitgevoerd in verschillende fasen, met een aantal keer een externe feedbackrondes om het document te valideren. Het doel van het proces was om een gedragen en effectief beleidskaderend document te creëren dat inspeelt op de behoeften en uitdagingen van het landelijk gebied in Regio Foodvalley. De vele ervaring en expertise is verdeeld in een groep belanghebbenden en experts en een groep ontwikkelaars.

DE ONTWIKKELAARS • Ontwikkelteam: een groep van ca. 10 ambtelijk experts van gemeenten en waterschap om de inhoud en scope van het RPLG mede te ontwikkelen. • Kernteam: groep van 10 mensen vanuit het Regiokantoor en een aantal gemeenten om de continue ontwikkeling vorm te geven en om relevante processen in regio, gemeenten, provincies en Rijk te verbinden aan het RPLG en vice versa. • Cockpit van 4 mensen: die leidinggeven aan de inhoudelijke ontwikkeling en de organisatorische -en proces aanpak.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

PROCES Hieronder wordt beknopt de procesaanpak vanaf de startnotitie van het RPLG Regio Foodvalley beschreven. Het doel hiervan is duidelijkheid scheppen over hoe het RPLG is opgesteld. Hierbij is een selectie gemaakt van de vele overleggen en studies. Parallel aan onderstaande stappen heeft op regelmatige basis afstemming plaatsgevonden met beide Provincies en het Rijk. En is er afstemming geweest met mensen die werken aan relevante processen zoals de Verstedelijkingsstrategie, de RES, de integrerende tafels op bovenregionaal niveau en meer actueel het VAB-beleid en de Piekbelastersaanpak. 2022 - Kwartaal 2: Dialoogsessie In juni 2022 vond een dialoogsessie plaats waarbij belanghebbenden, waaronder beleids­medewerkers, agrariërs en anderen uit de regio, samenkwamen. Tijdens de dialoogsessie werden inzichten, behoeften en uitdagingen besproken die van invloed zijn op het landelijk gebied van Regio Foodvalley. 2022 - Kwartaal 3: Contourennotitie schrijven In het derde kwartaal van 2022 werd de contourennotitie van het RPLG geschreven, op basis van eerder opgehaalde input. Deze notitie vormde de basis voor de verdere ontwikkeling van het RPLG. Deze is vastgesteld. 2022 – Kwartaal 4: Stakeholdersessie In november 2022 vond een stakeholdersessie plaats waarbij verschillende stakeholders uit het gebied betrokken werden.

Tijdens deze sessie werden perspectieven, ideeën en feedback verzameld om het RPLG verder te ontwikkelen en versterken. De eerste contouren van de structuur van het RPLG kwam in zicht. 4

2023 - Kwartaal 1: Groeidocument schrijven In het eerste kwartaal van 2023 werden de eerste delen van het groeidocument van het RPLG geschreven. Dit document bevatte de inhoudelijke ontwikkellijnen waarop we verder voortbouwden. 2023 - Kwartaal 2: Input verzamelen In het tweede kwartaal van 2023 werd input opgehaald voor het schrijven van het meest inhoudelijke en richtinggevende deel. Expertgesprekken, een stakeholdersessie, een raads­gesprek en bestuurlijke gesprekken werden gehouden om specifieke kennis en perspectieven op te halen, dilemma’s in beeld te krijgen, keuzen te maken en de ­samenwerking te bevorderen. 2023 - Kwartaal 3 en 4: RPLG schrijven en externe feedbackronde In het derde kwartaal van 2023 werden de bestuurlijke gesprekken voortgezet om het RPLG verder af te stemmen op regionale behoeften en uitdagingen. Het RPLG werd geschreven in een nieuwe structuur, met input vanuit eerdere sessies en gesprekken. Er is een externe feedbackronde georganiseerd om het RPLG te toetsen aan inzichten en behoeften uit de regio. Deze is afgerond in de 2e week van januari 2024 2024 – Kwartaal 1 en 2: besluitvorming door bestuur en raden Aan het einde van het eerste kwartaal gaat het RPLG (deel A) ter besluitvorming naar het algemeen bestuur van de Regio Foodvalley. Daarna gaat het naar de colleges, die het ter vaststelling aanbieden aan de gemeenteraden.

Tevens wordt het RPLG vertaald naar een publieksversie voor inwoners, ondernemers en andere betrokkenen. Ook zij zijn onmisbaar in het samen werken aan een gezond en ondernemend landelijk gebied.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

5

2

SAMENHANGENDE PROCESSEN - BIJ H0

WAT STAAT ER IN HET DEEL A EN WAT STAAT HIER Het RPLG is ontwikkeld terwijl andere samenwerkende partijen ook relevante processen en producten ontwikkelen. Het RPLG-proces heeft daarmee ook bijgedragen aan ­ontwikkelingen in het landelijk gebied bij andere partijen en overheden. In deel A is een figuur opgenomen (fig. 2) waarin verschillende processen en producten zijn afgebeeld. Dit zijn de processen en producten waar het RPLG de grootste wederkerige relaties mee heeft. In onderstaande alinea worden deze en andere processen uitgelegd.

SAMENHANGENDE PROCESSEN BINNEN DE REGIO In de Regio Foodvalley speelt de Strategische Agenda 2025 een centrale rol in het vormgeven van programma’s en projecten. Deze agenda weerspiegelt de inzichten en ideeën van ondernemers, overheden en andere stakeholders die zich inzetten voor het mondiale voedselvraagstuk en brede welvaart. De strategische doelen omvatten onder meer het versterken van de positie op het gebied van agrifood, voeding en gezondheid, het bevorderen van een gezondere en circulaire agrarische sector, en het creëren van een gezonde en vitale leefomgeving waarin voeding een essentiële rol speelt. Deze agenda, die zowel socio-economisch als ecologisch geladen is, wordt ondersteund door verschillende samenhangende processen. Deze processen omvatten onder andere het regioarrangement, de verstedelijkingsstrategie, de Regionale Energie Strategie (RES), de Regionale Ruimtelijke Verkenning (RRV), het Gebiedsprogramma en andere regionale samenwerkingen die nauw verbonden zijn met het RPLG. Samen werken ze aan de realisatie van de doelstellingen van de Strategische Agenda en dragen ze bij aan een duurzame en welvarende regio. De Strategische Agenda is ruimtelijk uitgewerkt in de Regionale Ruimtelijke Verkenning (RRV). In 2021 stelden de acht gemeenteraden deze vast.

Dit document geeft aan dat veel functies in een hoge intensiteit naast elkaar bestaan, zoals landbouw, natuur, recreatie, bedrijvigheid, wonen en mobiliteit. Voor elk van deze functies neemt de ruimtebehoefte toe. Deze ontwikkeling willen we goed geleiden. Daarom legt de RRV een basis voor de opgave om die toekomstige ontwikkelingen integraal te geleiden naar een (eco)systeem waarin functies verweven zijn, elkaar versterken en in balans zijn met hun omgeving. Grote regionale trajecten, zoals de Regionale Energie Strategie (RES), hebben een aanzienlijke ruimtelijke impact en zijn beschreven in de RRV. Om de gezamenlijke opgaven,

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

zoals de verstedelijkingsstrategie en de RES, verder in beeld te krijgen en integraal te benaderen is een gebiedsprogramma in voorbereiding. Het Regioarrangement Foodvalley integreert de grote opgaven van landelijk gebied, verstedelijking en energie. Het omvat drie sturende principes, namelijk bodem- en watersturend, brede welvaart, en ruimtelijke kwaliteit. Het is onderdeel van de Regionale Ruimtelijke Verkenning, en het geeft een regionale invulling van het NOVEX-ontwikkel­ perspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. De regionale energiestrategie (RES) is een plan dat op regionaal niveau wordt ontwikkeld om de transitie naar duurzame energie te bevorderen. Het heeft tot doel een gezamenlijke visie en aanpak te creëren voor de productie van schone energie, het verminderen van de CO2-uitstoot en het vergroten van de energie-efficiëntie binnen de regio Foodvalley. De RES integreert verschillende bronnen van hernieuwbare energie, zoals wind, zon en biomassa, en identificeert geschikte locaties voor energieprojecten. De RES Regio ­Foodvalley is één van de 30 energieregio’s in Nederland. Ook zijn er enkele andere regionale samenwerkingen die dicht tegen het RPLG aanzitten en elkaar versterken. Dit zijn onder andere de Regiodeal Foodvalley, het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley, het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij en het Living Lab Regio Foodvalley Circulair.

Het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley is een waardevolle ‘reflectieruimte’ waarin partners bespreken wat er nodig is om ontwikkelingen naar een toekomstbestendig voedselsysteem met voldoende bedrijfseconomisch perspectief in gang te zetten en te houden.

OPGAVE

UITVOERING

Verstedelijkings­ strategie en opgave­ beschrijvingen

+

Landelijk gebied

+

Energie

=

Regio-arrangement Foodvalley

Gebiedsprogramma Foodvalley

Figuur 1: Relatie opgaves met gebiedsprogramma

6

SAMENHANGENDE PROCESSEN IN RELATIE TOT DE REGIO Het Rijk speelt een leidende rol bij het bepalen van de opgaven in het landelijk gebied via het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG) en het programma ‘Nationale Omgevingsvisie Extra’ (NOVEX). In het NPLG zijn de nationale doelen voor natuur, water en klimaat, de keuzes voor water en bodem sturend en voor stikstof en de kaders voor de gebiedsprogramma’s beschreven. Provincies vertalen dit naar provinciaal beleid, zoals het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) en het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) in respectievelijk Gelderland en Utrecht. Binnen het NOVEX-programma werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Daarvoor moet duidelijk zijn wat de ruimtevragers zijn, wat er ruimtelijk moet worden ingepast. Het programma NOVEX brengt samenhang in de 22 nationale programma’s, waarbij ook de Ruimtelijke Voorstellen van de provincies en de NOVEX-ontwikkelperspectieven worden geïntegreerd. In het NOVEX-gebied ­Arnhem-Nijmegen-Foodvalley wordt samengewerkt aan een Ontwikkelperspectief. Hierin worden de grote opgaven van landelijk gebied, verstedelijking en energie ­geïnte­greerd, onder andere met de thema’s als natuur, klimaat, gezondheid en economie, tot een gezamenlijke (overheids)agenda.

Voor de verstedelijking is hierin de Verstedelijkings­­strategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley leidend. Samenwerking met de twee provincies is cruciaal. Regionaal beleid moet aansluiten bij de doelstellingen van de provincies (VLGG en UPLG). De provincies zijn al geruime tijd partners in diverse regionale initiatieven, en deze samenwerking blijft essentieel voor het verwezenlijken van gezamenlijke ambities. Beide provincies hebben Ruimtelijke Voorstellen gemaakt, waarbij het Regioarrangement Foodvalley als input dient. In navolging van de gezamenlijke afspraken met andere Europese landen, heeft Nederland zich gecommitteerd aan het realiseren van diverse doelen, waaronder het beschermen en herstellen van de natuur. Deze doelstellingen omvatten onder andere het voldoen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, het verminderen van stikstofneerslag in Natura-2000 gebieden, het herstellen van biodiversiteit in bossen, en het verbeteren van de water­ kwaliteit en -kwantiteit. Het functieveranderingsbeleid en de regeling Landelijke Beëindigings­regeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+ regeling) essentiële processen binnen de samenhangende aanpak om de doelen te realiseren. Deze processen zijn integraal onderdeel van de samenwerking met verschillende partijen, zoals het Rijk,

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

provincies en de integrerende tafel. Deze gecoördineerde inspanningen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen en versterken de samenhang tussen de regio en externe stakeholders. Om stikstofreductie structureel aan te pakken, heeft het Rijk besloten een aanpak voor ‘piekbelasters’ uit te rollen (LBV+-regeling). Die aanpak is van toepassing op honderden, voornamelijk agrarische, bedrijven in Regio Foodvalley en zal daardoor de komende jaren een enorme impact hebben op het gebied. Daarnaast heeft het functieveranderings­ beleid van de regio Foodvalley (VAB) als doel agrarische bedrijven de mogelijkheid te bieden hun bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde manier te beëindigen of aan te passen. Dit beleid bevordert kwaliteitsverbeteringen in het buitengebied door de verplichte sloop van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik of nieuwbouw voor nieuwe woonfuncties of niet-agrarische bedrijfsfuncties. Gemeenten stemmen hun (gezamenlijke) functieveranderingsbeleid af, zodat dit ook bijdraagt aan de sturing op het doelbereik in gebiedsprocessen. Daarnaast streeft de Europese Unie naar minder afhankelijkheid van de import van eiwitrijke gewassen, wat heeft geresulteerd in de instelling van de Green Deal eiwitrijke gewassen.

De Nationale Eiwitstrategie (NES) geeft hier invulling aan, met een focus op een eiwittransitie, waarbij de nadruk ligt op het vergroten van plantaardige eiwitten, nationale zelfvoorzieningsgraad, en het verminderen van dierlijke eiwitten. Diverse gemeenten werken op specifieke thema’s samen met andere regio’s, gemeenten, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Voorbeelden hiervan zijn Nijkerk en Barneveld met de regio Amersfoort in de kernrand­ zones, Barneveld met de gemeenten Apeldoorn, Ermelo en Nunspeet in de agrarische enclave, en Ede en Wageningen met Renkum op het gebied van natuur en landschap. Onderdeel van het gebiedsprogramma (zie samenhangende processen binnen de regio) is het werken met een integrerende tafel: een manier om met de gemeenten, beide provincies en het Waterschap Vallei en Veluwe integraal samen te werken en (ruimtelijke) keuzes te maken op de schaal van Regio Foodvalley en Arnhem-Nijmegen. Deze tafel wordt ook benut voor het gesprek over het regioarrangement van de provincies. Binnen de integrerende tafel wordt gesproken over o.a. de schuurpunten tussen het landelijk gebied, de verstedelijking, en de energietransitie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitkoopregeling vs. zonnepanelen. 7

3

HUIDIGE AGRARISCHE SECTOR - BIJ H1

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Gezien het belang van de agrarische sector in de regio zijn er diverse onderzoeken uit­gevoerd om een beter beeld te krijgen van de huidige situatie van de sector. In deel A staat hier een korte samenvatting over in, met name in hoofdstuk 1. Hieronder vind je een uitgebreidere stand van zaken op basis van onderstaande bronnen. In de Strategische Agenda van de regio zijn ook aantallen genoemd wat betreft de agrarische sector. In 2024 wordt door de WUR verder gerekend aan deze aantallen (onderstaand en uit de strategische agenda), die resultaten zullen leidend zijn voor de volgende strategische agenda. Voor de alinea over verdienmodellen is een aanvullende analyse gedaan naar lopende initiatieven en goede voorbeelden in de regio. Uiteraard heeft de niet-agrarische bedrijvig­ heid en de recreatiesector ook een impact op alle opgaven, maar onderstaande onderzoeken focussen op de agrifoodsector. • Onderzoeksrapport AgriFoodmonitor Regio Foodvalley (CHE 2023) • Concept Aanzet Toekomstperspectief landbouw Regio Foodvalley (WUR 2023 – nog in ontwikkeling)

In de huidige geopolitieke situatie wordt steeds duidelijker dat de agrifoodsector ook een grote rol speelt in het internationale voedselsysteem en dat zelfvoorzienendheid m.b.t. de voedselzekerheid belangrijk is. Kennis en innovaties van de Nederlandse agrifoodsector hebben geleid tot een relatief hoge kwaliteit en kwantiteit van voedselproductie, met relatief hoge standaarden voor dierenwelzijn en een relatief lage footprint. In de behoefte aan strategische autonomie speelt de export van onze producten en kennis een grote rol, maar ook het zoeken naar minder afhankelijkheid van ‘input’ van elders in de wereld.

De regio is aan de slag • Grondgebonden agrarische bedrijven zetten samen met het waterschap steeds meer in op bodemgezondheid, water vasthouden, water­berging en verbeteren van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld via het realiseren van minder uitspoeling bij beken. • Boeren, loonwerkers en erfbetreders uit de regio kunnen gratis bodem­cursussen volgen. • Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek naar bodem­verbetering gedaan zoals bokashi, kruidenrijk grasland, mestverbetering en andere vanggewassen.

KENMERKEN EN BELANG VAN DE AGRIFOODSECTOR Regio Foodvalley is trots op haar agrifood sector, waarin alle partijen in de keten samenwerken aan onze toonaangevende rol in de Nederlandse voedselproductie. De landbouw bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van ons landelijk gebied. Boerenbedrijven hebben een rol in het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied. Vooral de grondgebonden landbouw vervult de rol van gastheer en beheerder van het landschap en is zo medebepalend voor kwaliteit van ons landschap. Ruim 29.000 ha, 42% van het totale areaal (ca. 70.000 ha), is landbouwgrond (Gies, et al., 2020). Dit maakt het de grootste ruimtegebruiker in Regio Foodvalley, en een gezichtsbepalend onderdeel.

KENNIS (EN) EXPORT Via de samenwerking met regionale onderwijsinstellingen draagt het agrocomplex bij aan kennisontwikkeling over voedselproductie, gezondheid van mens en dier en onze leefomgeving. Die kennis is een belangrijk exportproduct van Nederland. De aanwezigheid van onze innovatieve agrifoodsector is van groot belang voor de bestaande ­kennis­clusters waarin wetenschap en praktijk elkaar verrijken.

list

ECONOMISCH BELANG De agrifoodsector is van groot economisch belang voor de regio. In 2020 omvatte het agro­complex van Regio Foodvalley een bruto toegevoegde waarde (TGW) van 1,69 miljard euro1. Dit is 12,9% van de totale bruto TGW van de Regio. Landelijk is dit 7,2%. Binnen het agrocomplex was de toelevering en verwerking de grootste deelsector (40,1%). Ook de groothandel was een grote deelsector (36,1%). Hierna volgden de primaire productie (14,9%) en onderzoek en onderwijs (8,8%). Het aantal banen in het agrocomplex geeft hetzelfde beeld: 13,8% van het totaal aantal banen in 2021, waar dat in heel Gelderland en in Nederland respectievelijk 8,1% en 6,5% was. De groei van het aantal banen in de regio voor het agrocomplex in de periode 2012 tot en met 2021 was maar liefst 16%, waar die groei zowel in Gelderland als in heel Nederland ongeveer 8% bedroeg.

1 RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Cijfers komen uit de Agrofood monitor Regio Foodvalley (CHE rapport 2023).

8

HUIDIGE SITUATIE BEDRIJFSAANDEEL

MILIEUDRUK

Veehouderij is de grootste agrarische bedrijfstak in Regio Foodvalley. Van de ruim 1.600, volgens CBS-Landbouwtelling geregistreerde, agrarische bedrijven in 2019 zijn bijna 1.500 bedrijven een veehouderij (90%). Deze gebruiken 91% van het landbouwareaal en dragen voor 96% bij aan de standaard verdiencapaciteit (toegevoegde waarde) in de primaire agrarische sector in Regio Foodvalley. Er komen veel melkveebedrijven en overige graas­ dierbedrijven voor. Daarnaast heeft de regio, in vergelijking met Nederland, relatief veel vleeskalver-, pluimvee- en varkensbedrijven. Opvallend is dat in Regio Foodvalley bijna 30% van het aantal vleeskalverbedrijven van Nederland aanwezig is. In de pluimveesector is dat ongeveer 20%. De akkerbouwbedrijven die nog voorkomen in het gebied staan met name in het teken van het produceren van voedergewassen voor de veehouderij. In vergelijking met de rest van Nederland heeft Regio Foodvalley een relatief hoog opper­ vlak aan grasland en mais en relatief weinig akkerbouwgewassen. De meerderheid van de bedrijven (60%) valt in de categorie ‘zeer klein’ of ‘klein’.

De milieudruk van deze activiteiten op de nabijgelegen Veluwe is groot. Er worden dan ook al lange tijd pogingen gedaan om deze druk te verminderen door de intensieve veehouderij te verduurzamen en via regulering de potentiële groei te begrenzen. De intensieve veehouderij zit aan haar grens, zowel van het totale grondgebruik als van de productie omvang (aantal dieren). Het aantal dieren zal waarschijnlijk voor het gebied als geheel niet meer groeien, omdat de milieugebruiksruimte naar verwachting eerder kleiner wordt dan groter, als gevolg van de stikstof- en klimaatdoelen. In de regio is 10% van de agrarische bedrijven biologisch. Dit is meer dan driemaal zoveel als landelijk (3%), wat vooral wordt bepaald door het hoge aandeel biologische legkippen­bedrijven. Verbredings­ activiteiten zoals verkoop aan huis, stalling, boerderij-educatie en loonwerk nemen de laatste jaren verder toe. Iets minder dan 10% van de bedrijven zetten (een deel van) hun producten af via een korte keten. Het grootste deel hiervan (30%) is een pluimveebedrijf.

Regio Foodvalley 2000

2010

Trend 2000 - 2019 2019

2021

2022

Regio FV

Nederland

Aantal bedrijven

2.878

2.129

1.604

1.530

1.492

-44%

-45%

Grondgebruik (ha)

26.439

26.443

22.324

21.918

21.741

-16%

-8%

Vleeskalveren (* 1000 dieren)

187

223

280

279

272

50%

36%

Melk- en kalfkoeien (* 1000 dieren)

30

25

22

22

21

-26%

5%

Jongvee melkveehouderij (* 1000 dieren)

28

22

14

15

14

-50%

-30%

Melkgeiten (* 1000 dieren)

4

15

37

36

Fokvarkens (* 1000 dieren)

56

42

36

31

798%

463%

30

-35%

-27%

Vleesvarkens (* 1000 dieren)

402

347

248

222

215

-38%

-14%

Leghennen (* 1000 dieren)

6.983

7.377

7.660

7.477

7.297

10%

1%

Tabel 1 Overzicht kengetallen primaire agrarische sector Regio Foodvalley voor peiljaar 2000, 2010 en 2019 (en update voor 2021 en 2022) en ontwikkeling tussen peiljaar 2000 en 2019 voor zowel Regio Foodvalley als Nederland (Bron: CBS Landbouwtelling, bewerkt door WENR).

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

9

ONTWIKKELINGEN ONTWIKKELINGEN DIERAANTALLEN SINDS 2000 Gies et al., 2020 geeft aan dat er in de afgelopen 2 decennia een behoorlijke verandering aan dieraantallen in Foodvalley plaatsvond en dat deze vaak afwijkt van het landelijk gemiddelde. In Tabel 1 is een overzicht te zien van deze verschuivingen. De meest ­opmerkelijke verandering die heeft plaatsgevonden is in het aantal melkgeiten. Regionaal is het met 789% gestegen t.o.v. 2000, met een landelijke toename van 436%.

TRENDMATIGE AFNAME AANTAL BEDRIJVEN

Figuur 2: H  istorische en toekomstige ontwikkeling (op basis van de historische trendmatige afname) van het areaal dat gebruikt wordt door agrarische bedrijven Regio Foodvalley. (Bron: CBS statline en eigen bewerking WENR)

Er is een redelijk stabiele afname van het aantal agrarische bedrijven in Nederland en ook in Regio Foodvalley. De bedrijven die overblijven nemen de productie van de stoppers meestal over. Figuur 2 laat de afname van bedrijven zien in de periode 2000-2021. Deze trend verloopt redelijk gelijkmatig. De grootste afwijking vindt plaats in 2015-2016 als gevolg van een administratieve herdefiniëring van een agrarisch bedrijven (bedrijven moesten zich toen verplicht ook inschrijven bij de Kamer van Koophandel). Trendmatig is het aantal bedrijven over deze twee decennia met 2,3% gedaald in Regio Foodvalley. Trekken we deze ontwikkeling door dan komen we in 2035 en 2050 op respectievelijk 1.100 en 800 agrarische bedrijven uit.

TRENDMATIGE AFNAME LANDBOUWAREAAL Figuur 3 laat de ontwikkeling in het areaal landbouwgrond in Foodvalley zien. Het gaat hier om grond dat in gebruik is bij agrarische bedrijven in Regio Foodvalley. De grond zelf kan buiten de regio liggen. Andersom geldt ook dat er bedrijven zijn van buiten Regio Foodvalley die grond in de regio hebben liggen. De omvang van het areaal wijkt daarom iets af van het eerdergenoemde areaal landbouwgrond in Regio Foodvalley. De afname in landbouwgrond toont ook een regelmatige daling, m.u.v. de jaren 2009 en 2010). Het gaat om een daling van ca. 0,8% van het areaal per jaar. Gies, et al., 2020 ­constateert dat deze afname in landbouwareaal veel sterker is dan het landelijke gemiddelde (0,4% per jaar).

Figuur 3: Historische en toekomstige ontwikkeling (op basis van de historische trendmatige afname) van het aantal agrarische bedrijven Regio Foodvalley. (Bron: CBS statline en eigen bewerking WENR)

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

10

NIEUWE VERDIENMODELLEN “De verdienmodellen van agrarische bedrijven zijn toe aan vernieuwing. Nu is het lastig om een goede boterham te verdienen. De boer van de toekomst produceert niet alleen voedsel maar wellicht ook energie, natuur en kennis. De agrarische sector zorgt voor landschap, bodem en biodiversiteit en draagt bij aan een circulaire economie” (Landbouw Netwerk Regio Foodvalley). Om een toekomstbestendig agrocomplex te ontwikkelen nodig en inkomenszekerheid te ontlenen aan productie binnen nieuwe maatschappelijke wensen, is het nodig om naar nieuwe verdienmodellen voor boeren te kijken. Dit kan verschillende vormen innemen, zoals compensatie voor koolstof, agrarisch natuurbeheer of andere verbredingsactiviteiten. Het nieuwe Gemeenschappelijke ­Landbouwbeleid wordt uitgebreid om meer ecoregelingen beschikbaar te maken. Via ANLb regelingen zijn bedrijven betrokken bij agrarisch natuur­beheer.

In 2020 waren dit 243 bedrijven2. Beiden dragen bij aan de landbouw­transitie, maar de vergoeding is momenteel onvoldoende om een significante bijdrage te leveren aan het verdienmodel. Ook andere verbredingsactiviteiten zijn in opkomst. Steeds meer primaire agrarische bedrijven zetten producten af via de korte keten. Regionaal is dit aandeel kleiner dan landelijk, minder dan 10% regionaal tegenover 13,7% landelijk in 2020. Tussen 2017 en 2020 is het aandeel korte keten afzet gestegen met 26%. Andere voorbeelden van toegenomen verbredingsactiviteiten zijn boerderij-educatie, loonwerk en stallen. In dit gebied geeft 16% van de bedrijven met verbredingsactiviteiten aan dat in 2020 naar schatting meer dan de helft van de bedrijfsopbrengsten is verdiend met deze verbredingsactiviteiten. 2 In het gebied Regio Foodvalley, gemeenten Bunschoten, Leusden, Putten en Woudenberg (WUR, 2022)

Huidige initiatieven Agroloket Regio Foodvalley

Opgezet vanuit Landbouwnetwerk Regio Foodvalley3. Hier kunnen agrariërs terecht met vragen over de toekomst van hun bedrijf, in gesprek met een ondernemers­adviseur. Ook biedt het loket informatie over het actuele aanbod projecten, cursussen en evenementen op agrarisch gebied.

Boer aan het Roer

Opgezet vanuit de Regio Deal Foodvalley en het Landbouwnetwerk. Biedt webinars en podcasts, een masterclass produceren in de korte keten en een verdiepende masterclass verdienmodellen & concepten.

Platform Korte Ketens

Werkgroep rondom het thema korte ketens in de Regio Foodvalley die sinds 2020 activiteiten, projecten en instrumenten met elkaar afstemt en wil versterken.

Vallei Proeflokaal

Oefenplatform dat helpt bestaande initiatieven te ondersteunen in het zichtbaar worden bij de consument. D.m.v. een serie workshops krijgen agrariërs hulp bij het marketen van hun product in de korte keten.

Streekwaar

Vereniging van duurzame boeren, producenten, cateraars en winkels in de regio Wageningen, Ede, Renkum, en een deel van de Betuwe. Producten worden o.a. op de weekmarkt in Wageningen verkocht.

Vallei Streekgroente

Onderdeel van Eerlijk Eten uit de Streek. Groente geproduceerd in de regio zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Aandacht voor natuurinclusieve landbouw.

Herenboeren

Herenboeren is een nationaal concept waarbij coöperatieven van huishoudens onderling de oogst verdelen. In Regio Foodvalley zijn nog geen Herenboerderijen, maar er zijn wel twee coöperatieven gestart in Wageningen en in Ede. Ze zijn nog op zoek naar grond.

Gelders Kennisnetwerk Voedsel

Ondersteunt gemeenten bij het faciliteren van duurzame voedselinitiatieven, vooral in de korte keten.

Lopend onderzoek Bestaande en mogelijke nieuwe verdienmodellen

Opgezet vanuit de Regio Deal, wordt uitgevoerd o.a.. door de Wageningen Economic Research.

Meetnetwerk

Opgezet vanuit de Regio Deal. Uitgebreid meetnet voor luchtkwaliteit.

Pilots Ontwikkeling Gelders ­biodiversiteitsmonitor

Beloningssystematiek gebaseerd op KPI’s voor fruitteelt, akkerbouw en melkveehouderij. Start pilot 2024 met 1000 Gelderse boeren. Stapelen van beloningen georganiseerd door zuivelondernemingen, Rabobank en diverse provincies, gemeenten en waterschappen. Integrale set KPI’s, maar met verschillende streefwaarden voor Veluwe, Rivierenland en Achterhoek.

3 Het Landbouwnetwerk wordt gevormd door LTO Noord (afdeling Gelderse Vallei), Plattelandsjongeren Gelderland, AJK Stroe/Wekerom en AJK Ederveen, Vallei Boert Bewust, Boerenhart, Regio Foodvalley, Aeres, CHE, POV, AgruniekRijnvallei, Rabobank, Van Westreenen, VanDrie Group, Schuiteman, Waterschap Vallei en Veluwe, Loonbedrijf Van Geresteijn, Dierenartsenpraktijk Animal Care, Provincie Gelderland, Provincie Utrecht, gemeentes Barneveld, Ede, Nijkerk, Putten, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal, Leusden, Bunschoten, Woudenberg en Wageningen.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

11

In Regio Foodvalley wordt veel gedaan om nieuwe verdienmodellen voor boeren te stimuleren. Activiteiten en initiatieven worden uitgevoerd en gesteund door ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden. Hieronder is een tabel opgenomen met voorbeelden van een aantal initiatieven in de regio. Naast lopende initiatieven en onderzoeken en andere geplande activiteiten is er ook veel aandacht voor ‘best practices’ uit andere gebieden. Bijvoorbeeld het Markemodel uit de achterhoek. Dit is een aanpak waarbij boeren en sturende partijen samen tot een regionale, integrale set kwaliteitsdoelen en bijbehorende beloningen komen voor een toekomstbestendige landbouw. Land van Waarde is een ander voorbeeld voor een sturingsmodel voor gestapelde beloningen op maat. In Oostenrijk worden boeren nu vergoed voor koolstofopslag. Dit, en nog veel meer, kan als inspiratie dienen voor ­initiatieven in onze eigen Regio. Intern hebben we ook veel kennis in huis, en die blijven we uitbreiden. Zo kunnen we in samenwerkingsverband blijven innoveren in de agrarische sector om tot een toekomstbestendige landbouw te komen, inclusief toekomstbestendige verdienmodellen.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

12

4

GEBIEDEN EN KAARTEN - BIJ H1-H3

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER In de gesprekken die voor het RPLG zijn gevoerd en in de analyses die gedaan zijn, is veel kaartmateriaal gebruikt, hiervoor was geen ruimte in deel A. Ook staat er in dit hoofdstuk meer achtergrond over de landschappen in de regio (zoals benoemd in hoofdstuk 1 van deel A) en de opgaven die wij zien per landschap. De belangrijkste kaarten landschappelijke opgaven staan daarom hieronder. De kaarten zijn op verzoek op hogere resolutie te verkrijgen. De meeste kaarten geven de huidige situatie weer. De kaart over hydrologische effecten en water en bodemsturend geven inzicht in mogelijke effecten van maatregelen en horen daarom niet bij hoofdstuk 1. Ook de toelichting op de landschappen en hun opgaven hoort bij H2 en H3, maar is voor het overzicht in dit hoofdstuk gezet. Het gaat daarmee om de volgende kaarten en toelichtingen: A B C D E F G H I J

Gemeentegrenzen en inwoneraantal – kaart Landschappen en hun opgaven – H2 en H3 Landschapstypenkaart Bodemtypenkaart Natuurkaart Natuurlijk systeemkaart Hydrologische effectenkaart (H2 en H3) Water en bodemsturend kaart + doorsnedes en toelichting (H2 en H3) Huidig ruimtegebruikkaart Landschap en cultuurhistoriekaart

Figuur 4 Kaart A - De negen gemeenten betrokken bij het RPLG

LANDSCHAP WAAR KOMT ONS LANDSCHAP VANDAAN? Al in de IJzertijd stonden in de Regio de eerste boerderijen in wat we nu Nederland noemen. De schrale grond en het harde boerenbestaan in de vallei tussen Heuvelrug en Veluwe zorgen van oudsher voor de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderij, innovaties en ondernemerschap op het gebied van landbouw en voeding. De boeren moesten creatief blijven in het zoeken naar steeds weer nieuwe mogelijkheden. ­Landschappelijk gezien vormden de randen van de stuwwallen daarbij aantrekkelijke plekken voor nederzettingen. Gedurende vroege bewoning bestond de Veluwe overwegend uit bos. Om landbouw te kunnen bedrijven werd bos gekapt, dat als bouwmateriaal diende, en werden de relatief arme zandgronden verrijkt met dierlijke mest.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

13

Op andere open plekken verzuurde de grond en daar konden de nu bekende heide­velden ontstaan. Deze werden veelal begraasd door schapen met het potstal systeem. De agrarische sector is van oudsher een belangrijk onderdeel van de regionale identiteit. De sector is daarbij in het landelijk gebied volledig verweven met maatschappelijke waarden als landschap, biodiversiteit, duurzame energie, de regionale economie, leefbaarheid en een goed klimaat. Daarnaast onderhouden de boeren het landschap en is de sector medebepalend voor de lokale leefbaarheid, toegankelijkheid en vitaliteit.

WELKE OPGAVEN SPELEN WAAR? Zie hiervoor ook de isometriën bij hoofdstuk 7 (deel B) (conceptuele 3D weergave van het landschap). • In de landbouwgebieden vragen de doelen om natuurvriendelijk bodembeheer, versterking en herstel van landschap, biodiversiteit en watersysteem en vermindering van verliezen (stoffenbalans). • Rondom de beken vragen de doelen om reductie van uitspoeling en vergroten van de biodiversiteit in en rond het water. Ook vraagt dit deelgebied meer ruimte voor waterberging en het vertraagd laten infiltreren van neerslag. • Rondom N2000 gebieden vragen de doelen om extra ruimte voor natuurherstel. Dit vraagt om het verzachten van harde grenzen tussen bijvoorbeeld natuur en voedselproductie en reductie van emissies. • In N2000 gebieden vragen de doelen om een betere balans (minder druk) tussen recreatie , natuurbeheer en ontwikkeling. • In de landgoederen(zone) vragen de doelen om versterking van de combinatie van natuurinclusieve voedselproductie, natuur(beheer) en recreatief medegebruik. • In het Binnenveld vragen de doelen om verzachten van grenzen en keuzes op het gebied van leefbaarheid, voedselproductie, recreatie, verstedelijking en natuurontwikkeling. • In de Nijkerkse Polder/Arkemheen vragen de doelen om herstel van biodiversiteit (weidevogels) en vergroten van recreatief medegebruik.

De doelen op het gebied van natuurherstel vragen hier om de doorontwikkeling van natuurinclusieve voedselproductie en verbreding van de landbouw. • Rondom dorpen en steden vragen de doelen om het verbeteren van de leefomgeving voor mens, flora en fauna door het terugdringen van emissies (schone lucht) en versterking en herstel van landschap en biodiversiteit, verbinding tussen stad en land en piek-waterberging.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• In de dorpen en het stedelijk gebied vragen de doelen om vasthouden en infiltreren van water, herstel van biodiversiteit, vermindering drinkwatergebruik en bijdragen aan de (nutriënten)kringloop. Ook het beschikbaar maken van lokaal geproduceerd voedsel draagt bij aan de doelen; verdienen en waarderen van lokaal voedsel en in balans brengen van het natuurlijk systeem.

VERZACHTEN VAN HARDE GRENZEN Om deze opgaven te realiseren en om te zetten in nieuwe kansen is het noodzakelijk dat we harde grenzen tussen functies zachter maken, meer overlap te creëren en grond te benutten om bij te dragen aan meer doelen. Dat gaat bijvoorbeeld om de harde grens tussen natura2000 en landbouwgebieden. Er kan bijvoorbeeld agroforestry in N2000ontwikkeld worden én groenblauwe dooradering met kwalitatief goede natuur. Ook is kan het huidige landelijk gebied beter bereikbaar worden gemaakt voor de wandelaar en fietser, waardoor de druk op bijv. de Veluwe verlicht wordt. Deze deelgebieden en het benoemen van specifieke opgaven is gebeurd op basis van kaarten. Het lagenmodel zoals hiernaast afgebeeld, geeft een systematische aanpak weer voor het doorgronden van het natuurlijk landschap. Dit helpt horizontale en verticale verbanden te zien.

Figuur 5 Lagenmodel uit ‘Op waterbasis’ (Deltares)

14

Figuur 6 Kaart B - Landschapstypen kaart

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

15

Figuur 7 Kaart C - Bodemtypenkaart

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

16

Figuur 8 Kaart D - Natura2000 en Natuurwerk Nederland

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

17

Figuur 9 Kaart E - Natuurlijk systeem

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

18

Figuur 10 Kaart F - Hydrologisch systeem

C-watergang bij GHG >100 cmmv A-water B-water

Natte gebieden Ia GHG< 25 GLG < 50 Ic GHG > 25 GLG < 50 IIa GHG < 25 GLG 50-80 IIb GHG 25-40 GLG 50-80 IIc GHG > 40 GLG 50-80 IIIa GHG < 25 GLG 80-120 IIIb GHG 25-40 GLG 80-120 Dalvormige laagtes

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Toelichting Deze kaart geeft weer in welke gebieden in de regio natte gebieden kunnen ontstaan als gevolg van maatregelen die genomen worden voor herstel van het watersysteem. Idealiter wordt dit meegenomen in keuzes w.b.t. functiegebruik van gebieden. Ook de ABC-watergangen en dalvormige laagtes zijn weergegeven. De natte gebieden zijn verdeeld in twee categorieën op basis van onder andere de grondwatertrappen. • Donkerblauw zijn de gebieden die risico lopen om ‘heel nat’ te worden. • In lichtblauw zie je de gebieden die risico lopen om een ‘beetje nat’ te worden. • Dalvormige laagtes zijn (oude) afwateringssystemen die inmiddels het grootste deel van het jaar droog staan. • ABC-water zijn de verschillende waterlopen in het gebied.

19

Figuur 11 Kaart E - Water en bodem sturend

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

20

7. GELDERSE VALLEY CONDITIES EN KANSEN VOOR HET NATUURLIJK SYSTEEM

Condities

Kansen

Condities

Stuwwallen • • •

• • •

•

Stuwwallen zijn ontstaan door opstuwing van rivierzand door landijs in de ijstijd. De bodem bestaat veelal uit voedselarme grindhoudende zandbodems met podzolvorming. Grondwaterstanden zijn van nature laag. En zijn afgelopen decennia verlaagd als gevolg van onder andere door drainage van lagere gebieden en grondwatergebruik (waterwinning/industrie). Gronden zijn door het aanwezige hoogteverschil, lage grondwaterstanden en voedselarme bodems minder geschikt voor landbouw. Bebossing heeft gezorgd voor een hogere watervraag (dan lagere vegetaties), waardoor evapotranspiratie toeneemt. Stroombaanvorming in droogdalen bij hevige regenval zorgt voor beperking van regenwaterinfiltratie en een toename van erosie. Door een toename in frequentie van hevige regenbuien neemt dit zonder maatregelen toe in de gebieden met het meeste reliëf. De stuwwallen worden steeds droger. Verdroging wordt versterkt door diepere grondwaterstanden en verdamping (langere perioden van droogte) en beperkte infiltratie (afstroming) bij hevige regenval.

Beekdalbodems • •

Maximaal infiltreren van water door gebieden met meeste reliëf verruwen Verdamping tegengaan als begin van de blauwe motor van het systeem

•

• • • •

• • •

Traditioneel zijn essen gebruikt voor akkerbouw, waarbij bodemverbetering werd gerealiseerd door plaggen en mest aan te brengen. Essen liggen vaak op dekzandruggen of in de overgang van stuwwal naar het dekzandlandschap. Essen bestaan over het algemeen uit voedselrijke enkeerdgronden en vaaggronden met hoog organisch stofgehalte. De grondwaterstanden zijn laag. Essen zijn gevoelig voor verdroging door wegzijging en verdamping (langere periodes droogte). Door het hogere organische stofgehalte is de gevoeligheid iets minder hoog dan in de omgeving.

• •

Koesteren Enkeerdgronden voor teelten Geschikt voor duurzame akkerbouw, teeltlaag niet afvoeren bij transformatie.

• • • •

Het dekzandlandschap is een zandlandschap, ontstaan onder invloed van de wind tijdens het Weichselien, waarbij lichte hoogteverschillen en het al dan niet aanwezig zijn van beplantingen in de loop der tijd zorgden voor het ontstaan van iets hoger gelegen dekzandruggen en lager gelegen dekzandvlakten. Op de ruggen liggen vaak ook essen, de dekzandvlakten gaan over in de beekdalen. De ruggen bestaan uit leemarm zand met podzolvorming (Laar- en veldpotzolgronden). De watercondities in dekzandruggen zijn enigszins vergelijkbaar met die van de essen. De grondwaterstanden zijn laag. Het dominant landgebruik is weiland en mais tbv. de veehouderij Door de geringe hoogteverschillen kan ook op dekzandruggen wateroverlast ontstaan bij hevige regenbuien, maar dit is beperkter dan in de dekzandvlakten.

• • • • •

• • • •

Water vasthouden + infiltreren op dekzandruggen Dempen, afdammen, verondiepen, verbreden, verruwen of stuwen van de watergang om infiltratie te verhogen. Combineren met landschapsherstel en duurzaam bodembeheer. Water vasthouden waar het valt: ABC waterbeheer omdraaien: Bodem-C-B-A Duurzaam bodembeheer (opbouwen organisch Drempels (afvangen piekbui) stofgehalte)

Dempen, verontdiepen, verbreden of stuwen

•

•

• •

list

De dekzandvlakten zijn lager gelegen delen van de dekzandgebieden. Hier lopen vaak de beken doorheen. RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING • De bodemtypen zijn zandig met een grotere leemfractie dan de ruggen. (beekeerdgronden, en vlakvaaggronden) • De watercondities op dekzandruggen en -vlakten zijn wisselend als gevolg van variatie

Ontstaansgeschiedenis; Vanaf d ontstonden de kanalen. De bodem bestaat uit veengronde uit kleiïg veen, ontstaan door een stromingen. Het venig gebied in het Binnenve laagveengebieden, omdat de om Dat wil zeggen dat de omstandig bijzondere florapopulaties zoals Grondwaterstand is hier hoog, to Net als in de beekdalbodems zijn voelig voor inundatie bij hevige re andere het waterbergings- en nat

Stedelijk gebied

Dekzandvlakten •

Aan de noordkant van de vallei li Zuiderzee. Na ontginning en inpo Afzettingen van klei en de vormin Dit zijn gebieden met relatief hog Het aanwezige pakket veen is ond koolstof wordt uitgestoten. Door de lage ligging en hoge w omstandigheden. De gevolgen hi

Veenvlakte Binnenve •

Dekzandruggen •

Door afwisselend erosie en sed beekdalen liggen in de dekzandv wisseling van condities op lokaal De Gelderse Vallei bestaat uit m het Valleikanaal/Eem stromen. H de Utrechtse Heuvelrug en het V tussen het Valleikanaal en de Vel Dit zijn de lager gelegen plekken plekken. De beekdalbodems worden gek lagen van lemig en fijn zand met De beekdalen zijn de eerste geb peilen. Door hevigere regenbuien kunne voor wateroverlast zorgen

Zeekleivlakte / laagve

Essen •

•

• •

Extensieve- natuurinclusieve zone langs waterlopen van 5 meter vanaf water aan één of twee zijden onbemest. Grasland koesteren, extensief beheer (bijvoorbeeld grondgebonden melkvee/dubbelvee), niet keren

•

•

In de Gelderse Vallei liggen veel s de dichtheid van woningen hoog, 21 zor vermengt met rioolwater, wat De steden zijn vaak ontstaan op randen van de stuwwallen. Doo omstandigheden bebouwd, voora

gang

n één

ubbel-

ganglist

• •

zandruggen en lager gelegen dekzandvlakten. Op de ruggen liggen vaak ook essen, de dekzandvlakten gaan over in de beekdalen. De ruggen bestaan uit leemarm zand met podzolvorming (Laar- en veldpotzolgronden). De watercondities in dekzandruggen zijn enigszins vergelijkbaar met die van de essen. De grondwaterstanden zijn laag. Het dominant landgebruik is weiland en mais tbv. de veehouderij Door de geringe hoogteverschillen kan ook op dekzandruggen wateroverlast ontstaan bij hevige regenbuien, maar dit is beperkter dan in de dekzandvlakten.

Condities • •

• • • • • • • • • •

Beekdalbodems Door afwisselend erosie en sedimentatie zijn de beekdalbodems ontstaan. De meeste Dekzandvlakten

beekdalen liggen in de dekzandvlaktes. Het zijn gradiëntrijke landschappen met een afDe dekzandvlakten zijn lager gelegen delen van de dekzandgebieden. Hier lopen vaak de wisseling van condities op lokaal niveau. beken doorheen. De Gelderse Vallei bestaat uit meerdere beeksystemen die vanaf de stuwwallen richting De bodemtypen zijn zandig met een grotere leemfractie dan de ruggen. (beekeerdgronden, het Valleikanaal/Eem stromen. Het systeem ligt enigszins op één oor: de afstand tussen en vlakvaaggronden) de Utrechtse Heuvelrug en het Valleikanaal is erg kort, de meeste beken liggen dan ook De watercondities op dekzandruggen en -vlakten zijn wisselend als gevolg van variatie tussen het Valleikanaal en de Veluwe. in kwel en wegzijging in de Gelderse Vallei. Dankzij haar ligging is het gebied onderhevig Dit zijn de lager gelegen plekken waar van nature de beken stroomden, van nature nattere aan kwelstromen vanuit de Veluwe (en in mindere mate de Utrechtse Heuvelrug). Opperplekken. vlakkige kwelstromen variëren al gevolg van seizoenswisselingen, diepere kwelstromen De beekdalbodems worden gekenmerkt door een zandige ondergrond met humusrijke zijn meer continu van aard. Ook de kwelstromen worden op termijn beïnvloed door veranlagen van lemig en fijn zand met een goed vochtvasthoudend vermogen. deringen in het weerbeeld als gevolg van klimaatverandering.

De beekdalen zijn de eerste gebieden waar vernatting ontstaat bij hogere (grond)waterBij hevige regenval in het gebied of op hogere delen kan wateroverlast ontstaan. Stroompeilen. afwaarts richting het Valleikanaal/ de Eem neemt de gevoeligheid voor overlast toe. Zeker Door hevigere regenbuien kunnen belemmeringen in de waterafvoer ontstaan en lokaal bij een combinatie van hoge grondwaterstanden en hevige regenval kan overlast ontstaan. voor wateroverlast zorgen

Condities • •

Zeekleivlakte / laagveenvlakte Beekdalbodems Aan de noordkant van de vallei ligt een gebied dat van oorsprong beïnvloed werd door de

• •

Door afwisselend erosie en en inpoldering sedimentatie zijn open de beekdalbodems ontstaan. De meeste Zuiderzee. Na ontginning is hier weidegebied ontstaan. beekdalen liggen in de dekzandvlaktes. Het zijn bepalen gradiëntrijke landschappen met een afAfzettingen van klei en de vorming van laagveen het karakter van dit gebied. wisseling van condities op lokaal Dit zijn gebieden met relatief hogeniveau. grondwaterstanden. De Gelderse Vallei bestaat uitonderhevig meerdere beeksystemen die vanaf de stuwwallen richting Het aanwezige pakket veen is aan oxidatie waardoor bodemdaling ontstaat en het Valleikanaal/Eem stromen. Het systeem ligt enigszins op één oor: de afstand tussen koolstof wordt uitgestoten. de Utrechtse hetwaterstanden Valleikanaal isiserg de relatief meeste gevoelig beken liggen ook Door de lage Heuvelrug ligging en en hoge dit kort, gebied voor dan nattere tussen het Valleikanaal en de Veluwe. omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn met het huidige landgebruik relatief beperkt. Dit zijn de lager gelegen plekken waar van nature de beken stroomden, van nature nattere plekken. Veenvlakte Binnenveld De beekdalbodems worden gekenmerkt door een zandige ondergrond met humusrijke Ontstaansgeschiedenis; Vanaf de 16de eeuw werd er begonnen met veenontginning en lagen van lemig en fijn zand met een goed vochtvasthoudend vermogen. ontstonden de kanalen.

De beekdalen zijn de eerste gebieden waar vernatting ontstaat bij hogere (grond)waterDe bodem bestaat uit veengronden, voornamelijk koopveengronden. De bovenlaag bestaat peilen. uit kleiïg veen, ontstaan door een afwisseling van veenvorming en sedimentatie door overDoor hevigere regenbuien kunnen belemmeringen in de waterafvoer ontstaan en lokaal stromingen. voor wateroverlast zorgen Het venig gebied in het Binnenveld is iets anders van karakter dan de noordelijk gelegen laagveengebieden, omdat de omstandigheden hier mesotroof/oligotroof en kalkrijk zijn. Zeekleivlakte laagveenvlakte Dat wil zeggen dat de/omstandigheden relatief voedselarm en niet te zuur zijn, waardoor bijzondere florapopulaties zoalsligt blauwgrasland kunnen ontstaan. beïnvloed werd door de Aan de noordkant van de vallei een gebied dat van oorsprong Grondwaterstand is hier hoog, tot aan hetismaaiveld. Zuiderzee. Na ontginning en inpoldering hier open weidegebied ontstaan. Net als in devan beekdalbodems zijn de omstandigheden vanhet nature nat en ditgebied. gebied geAfzettingen klei en de vorming van laagveen bepalen karakter vanisdit voelig inundatie hevige regenval, hier is de inrichting in het Binnenveld door onder Dit zijnvoor gebieden metbij relatief hoge grondwaterstanden. andere het waterbergingsnatuurgebied opoxidatie ingericht.

Het aanwezige pakket veenen is onderhevig aan waardoor bodemdaling ontstaat en

•

Door de lage ligging en hoge waterstanden is dit gebied relatief gevoelig voor nattere Stedelijk gebied

• • •• • • • • • • • •

• • ••

• •

Combineren met landschapsherstel en duurzaam bodembeheer. Water vasthouden waar het valt: ABC waterbeheer omdraaien: Bodem-C-B-A Duurzaam bodembeheer (opbouwen organisch Drempels (afvangen piekbui) stofgehalte)

Kansen • • • • •

Dempen, verontdiepen, verbreden of stuwen

Vernatting door herstelde kwelstroom en door water vast te houden door verhoging drainagebasis. Extensieve- natuurinclusieve zone langs waterlopen van 5 meter vanaf water aan één Ruimte voor hogere piekafvoer of -opvang is noodzakelijk om de gevolgen van klimaatof twee zijden onbemest. verandering op te vangen. Grasland koesteren, extensief beheer (bijvoorbeeld grondgebonden melkvee/dubbelBegeleiding van door gevarieerde vegetatie die soms onder water staan. De natte vee), niet keren zone kan doorontwikkelen tot extensieve landbouw, zoals hooilanden. Natte hooi/gras velden langs de beek

Beekbegeleidende beplanting met beschaduwing in robuust zomerbed

Duurzaam bodembeheer (opbouwen organisch Opbouwen organisch stofgehalte) stofgehalte Hoge grondwaterstand

•

•

•

•

50-100 m natuurlijk beekdal

•

In de Gelderse Vallei liggen veel s de dichtheid van woningen hoog, vermengt met rioolwater, wat zor De steden zijn vaak ontstaan op randen van de stuwwallen. Doo omstandigheden bebouwd, voora Doordat de steden vaak op de o genval niet alleen kwetsbaar voo overstromingen van instromend w Hittestress in de stad leidt mee van droogte vormen een steeds groen, zoals parken en laanbome Wateroverlast is in steden een rioolwater mengt met regenwate overstorten kan ook vissterfte pl

Beekbegeleidende beplanting met beschaduwing in robuust zomerbed

Opbouwen organisch stofgehalte

CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstoVerhogen beekbodem en beek krijgt femissies mogelijkheid tot meanderen Voldoende waterafvoer voor lange termijn borgen 50-125 m brede onbemeste zone verbeterd waterkwaliteit

•

•

CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies Vernatting door herstelde kwelstroom en door water vast te houden door verhoging drainagebasis. Ruimte voor hogere piekafvoer of -opvang is noodzakelijk om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Begeleiding van door gevarieerde vegetatie die soms onder water staan. De natte zone kan doorontwikkelen tot extensieve landbouw, zoals hooilanden. Natte hooi/gras velden langs de beek

•

Het venig gebied in het Binnenve laagveengebieden, omdat de om Dat wil zeggen dat de omstandig bijzondere florapopulaties zoals Grondwaterstand is hier hoog, to Net als in de beekdalbodems zijn voelig voor inundatie bij hevige re andere het waterbergings- en nat

Stedelijk gebied

•

Kansen •

• •

5-10 m Landschapsherstel (biodiversiteit, waterkwaliteit) Verhogen beekbodem en beek krijgt mogelijkheid tot meanderen

50-125 m brede onbemeste zone verbeterd waterkwaliteit

• •

•

50-100 m natuurlijk beekdal

CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies

koolstof wordt uitgestoten.

omstandigheden. De liggen gevolgen met het kernen. huidige In landgebruik In de Gelderse Vallei veelhiervan stedenzijn en kleinere een aantalrelatief groterebeperkt. kernen is de dichtheid van woningen hoog, waardoor relatief veel oppervlak verhard is. Regenwater Veenvlakte Binnenveld vermengt met rioolwater, wat zorgt voor waterkwaliteitsproblemen na hevige regenval. • De steden zijn vaak ontstaan met werd goed waterinfiltrerend zoals en de Ontstaansgeschiedenis; Vanafop debodems 16de eeuw er begonnen met vermogen, veenontginning randen van de de kanalen. stuwwallen. Door groei van de steden zijn er ook gebieden met nattere ontstonden vooral rond Veenendaal. Ook is in beekdalen gebouwd. bestaat • omstandigheden De bodem bestaatbebouwd, uit veengronden, voornamelijk koopveengronden. De bovenlaag RPLG FOODVALLEY VERDIEPING • REGIO Doordat de steden vaakdoor op de overgang van van hoogveenvorming naar laag liggen, zijn zij bij hevige reuit kleiïg veen, ontstaan een afwisseling en sedimentatie door overgenval niet alleen kwetsbaar voor overlast door de regenval zelf, maar ook gevoelig voor stromingen. instromend water dat via stroombanen en beken denoordelijk wijken in stroomt. • overstromingen Het venig gebiedvan in het Binnenveld is iets anders van karakter dan de gelegen •

•

Groene daken en natuurlijke tuinen waar water zo lang mogelijk wordt hergebruikt, vastgehouden en geinfiltreerd. • Openbare ruimte wordt ingericht op infiltratie regenwater. Regenwater wordt afgekop• CO2 vasthouden peld van het riool.en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstoHoge zichtbaarheid en toegankelijkheid femissies van stedelijk water en de beek stimuleren Openbaar groen en waterdoorlatende • Voldoende waterafvoer voorrecreatieve lange termijn borgen en naturlijke doeleinden verharding infiltreren water maximaal Huizen en daken houden water zo veel mogelijk vast

22

Zeekleivlakte / laagveenvlakte • • • • •

Aan de noordkant van de vallei ligt een gebied dat van oorsprong beïnvloed werd door de Zuiderzee. Na ontginning en inpoldering is hier open weidegebied ontstaan. Afzettingen van klei en de vorming van laagveen bepalen het karakter van dit gebied. Dit zijn gebieden met relatief hoge grondwaterstanden. Het aanwezige pakket veen is onderhevig aan oxidatie waardoor bodemdaling ontstaat en koolstof wordt uitgestoten. Door de lage ligging en hoge waterstanden is dit gebied relatief gevoelig voor nattere omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn met het huidige landgebruik relatief beperkt.

•

CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies

•

CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies Voldoende waterafvoer voor lange termijn borgen

Veenvlakte Binnenveld • •

gang •

• •

Ontstaansgeschiedenis; Vanaf de 16de eeuw werd er begonnen met veenontginning en ontstonden de kanalen. De bodem bestaat uit veengronden, voornamelijk koopveengronden. De bovenlaag bestaat uit kleiïg veen, ontstaan door een afwisseling van veenvorming en sedimentatie door overstromingen. Het venig gebied in het Binnenveld is iets anders van karakter dan de noordelijk gelegen laagveengebieden, omdat de omstandigheden hier mesotroof/oligotroof en kalkrijk zijn. Dat wil zeggen dat de omstandigheden relatief voedselarm en niet te zuur zijn, waardoor bijzondere florapopulaties zoals blauwgrasland kunnen ontstaan. Grondwaterstand is hier hoog, tot aan het maaiveld. Net als in de beekdalbodems zijn de omstandigheden van nature nat en is dit gebied gevoelig voor inundatie bij hevige regenval, hier is de inrichting in het Binnenveld door onder andere het waterbergings- en natuurgebied op ingericht.

Condities

n één

ubbel-

• • • • • • • • • • •

Stedelijk gebied Beekdalbodems

In de Gelderse Vallei liggen veel steden en kleinere kernen. In een aantal grotere kernen is Door afwisselend erosie en sedimentatie zijn de beekdalbodems ontstaan. De meeste de dichtheid van woningen hoog, waardoor relatief veel oppervlak verhard is. Regenwater beekdalen liggen in de dekzandvlaktes. Het zijn gradiëntrijke landschappen met een afvermengt met rioolwater, wat zorgt voor waterkwaliteitsproblemen na hevige regenval. wisseling van condities op lokaal niveau. De steden zijn vaak ontstaan op bodems met goed waterinfiltrerend vermogen, zoals de De Gelderse Vallei bestaat uit meerdere beeksystemen die vanaf de stuwwallen richting randen van de stuwwallen. Door groei van de steden zijn er ook gebieden met nattere het Valleikanaal/Eem stromen. Het systeem ligt enigszins op één oor: de afstand tussen omstandigheden bebouwd, vooral rond Veenendaal. Ook is in beekdalen gebouwd. de Utrechtse Heuvelrug en het Valleikanaal is erg kort, de meeste beken liggen dan ook Doordat de steden vaak op de overgang van hoog naar laag liggen, zijn zij bij hevige retussen het Valleikanaal en de Veluwe. genval niet alleen kwetsbaar voor overlast door de regenval zelf, maar ook gevoelig voor Dit zijn de lager gelegen plekken waar van nature de beken stroomden, van nature nattere overstromingen van instromend water dat via stroombanen en beken de wijken in stroomt. plekken.

Hittestress in de stad leidt meer en meer tot gezondheidsproblemen. Langere perioden De beekdalbodems worden gekenmerkt door een zandige ondergrond met humusrijke van droogte vormen een steeds grotere bedreiging voor instandhouding van stedelijk lagen van lemig en fijn zand met een goed vochtvasthoudend vermogen. groen, zoals parken en laanbomen wat nodig is om het stedelijk gebied te verkoelen. De beekdalen zijn de eerste gebieden waar vernatting ontstaat bij hogere (grond)waterWateroverlast is in steden een gezondheidsopgave , omdat bij gemengde rioolstelsels peilen. rioolwater mengt met regenwater waardoor vervuild water door de straten stroomt. Bij Door hevigere regenbuien kunnen belemmeringen in de waterafvoer ontstaan en lokaal overstorten kan ook vissterfte plaatsvinden. voor wateroverlast zorgen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14217678/1