LG4b. Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel A
Tekst van het document
doorontwikkeling van het meetnetwerk, aansluiting bij het landelijke Regie-orgaan en via het Fieldlab Foodvalley W aardeert. 10 Regionaal Landbouwscenario door laten rekenen door Wageningen University & Research (WUR), aanvullend organiseren van een bredere rekensessie; 11 Uitwerken van ruimtelijke keuzes uit het RPLG tot (gezamenlijk) inhoudelijk VAB beleid; 12 Verkennende studie naar de ontwikkeling van toekomstperspectieven van de veevoedersector. 26 De ‘Waardenverkaveling’ als ruilverkaveling 2.0, Hoe kunnen we de grondpuzzel opnieuw leggen? Bureau Peter de Ruter landschapsarchitectuur, sept. 2023
24 Concept NOVEX Ontwikkelperspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley 25 Onze lobby richting het Rijk m.b.t. andere sturing op stikstof dan de Kritische Depositie Waarden (KDW), is onderdeel van de samenwerkingsagenda (verdieping 11.3).
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
23
4.6 OPBOUW UITVOERINGSPROGRAMMA In het RPLG is nu ingezet op 6 thema’s met per thema een set aan acties, maatregelen en instrumenten. Dit wordt in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt tot projecten met tijdslijn, financiële dekking en acties. Het is hierbij essentieel om verder uit te werken wie welke verantwoordelijkheden op zich neemt, binnen welke termijn (korte, middellange en lange termijn) de acties uitgewerkt en geïmplementeerd worden en hoe dit landt in andere ontwikkelingen. In paragraaf 5.2 wordt de samenhang met de Verstedelijkings strategie en Regionale Energiestrategie (RES) toegelicht. De belangrijkste onderdelen van het uitvoeringsprogramma omvatten kennisontwikkeling, (RO)-beleid en maatregelen, lobbystrategie, gebiedsprocessen en aanvullende keuzes. De kennisagenda wordt hieronder kort samengevat, meer toelichting staat in de verdieping.
KENNISAGENDA - EXPERTISECENTRUM
met input vanuit onder andere de WUR en het PEC en CEC. Voor de toekomst van het landelijk gebied in de regio wordt deze vraag sterker en breder. Dit gaat ook om kennis van het natuurlijk systeem en over het gezamenlijk werken aan de balans tussen dat natuurlijk systeem en de landbouw. Samengevat gaat de kennisagenda over: • Basiskennis op orde (nulmeting): op het gebied van natuur, water, bodem en lucht; • Kennis ontwikkelen en delen vanuit praktijk en wetenschap over landbouw en veehouderij in het natuurlijk systeem; • (door)ontwikkeling van randvoorwaardelijke aspecten zoals doelsturing, meetnetwerken en sensors, databenutting, stoffenbalans en verdienmodellen; • Ruimtelijk-financiële ontwikkelingen zoals het definiëren en financieren van recreatief medegebruik en de inzet van grondinstrumenten.
Regio Foodvalley is sterk in het samenbrengen van praktijk en onderzoek. Voor landbouw en voedsel bouwen het landbouwnetwerk, het agroloket en de Regio Deal (Spoor 1, kennisdeling Landbouwtransitie) aan de gezamenlijke opbouw en het delen van kennis,
Zie ook Verdieping H11.2 Kennisagenda
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
Zie ook Verdieping H11 Uitvoeringsprogramma
24
In veel kennisgesprekken werd de wens uitgesproken om de (praktijk)kennis van de regio te bundelen in een Expertisecentrum voor het Landelijk Gebied (ECLG). Met de betrokken partners gaat de regio verkennen hoe dat efficiënt kan worden georganiseerd. Zodat het aansluit bij wat er al is en wordt aangevuld met wat extra nodig is, inclusief slimme verbindingen. Belangrijke lopende initiatieven hiervoor zijn het eind 2023 opgerichte Regie-orgaan ‘Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij’ en de Versnellingsaanpak Zandprovincies in combinatie met bovengenoemde regionale samenwerkingen. Mogelijk kan op de beleidsmatige aspecten worden samengewerkt met de P10 (31 grote plattelandsgemeenten). Regio Foodvalley vindt bij het bundelen van (praktijk)kennis ook een gezamenlijke faciliteit voor data en kennis (database/loket) belangrijk omdat zo voor iedereen duidelijk kan worden waar men voor kennis of door verwijzing terecht kan. Totdat een ELCG, op welke manier dan ook, is ingericht, start de regio in 2024 al wel met een aantal onderzoeken (paragraaf 4.5). Daarnaast wordt er met diverse stakeholders gewerkt aan de mogelijke inrichting van het Fieldlab Foodvalley Waardeert, waarmee beoogt wordt in de praktijk aan de slag te gaan met meerdere opgaven. In de loop van in 2024 wordt duidelijk of dit daadwerkelijk van start kan gaan.
4.7 ACTIES, MAATREGELEN EN INSTRUMENTEN PER THEMA In paragraaf 4.2 zijn de zes thema’s benoemd waarmee de regio aan de slag wil. Voor deze thema’s is met alle betrokken partijen een set van acties, maatregelen en instrumenten opgesteld, als concrete basis voor het uitvoeringsprogramma. Dat is per thema beschreven in onderstaande tabellen: welk type acties willen de gemeenten de komende jaren met alle partners gaan inzetten, welke maatregelen horen daarbij en welke partner heeft een rol te spelen. Na instemming door de gemeenteraden, worden deze tabellen uitgebouwd tot een uitvoeringsprogramma met een begroting, planning en prioritering. Niet alles zal tegelijk kunnen en voortschrijdend inzicht kan wijzigingen tot gevolg hebben. Daarbij wordt ook de rolneming verder ingevuld. Dat betreft ook de rolverdeling tussen regio Foodvalley en individuele gemeenten. Bij de lokale uitwerking binnen gemeenten kunnen verschillen ontstaan in onder meer het tempo. De hieronder genoemde trekkende organisaties zijn nog niet compleet. Denk aan onder andere de rol van TBO’s (terreinbeherende organisaties) en landgoedeigenaren. Dit wordt uitgewerkt bij het maken van het uitvoeringsprogramma.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
25
Letters geven aan wie een rol heeft in het trekken en/of initiëren en/of (mede) financieren. In blauw de partij die de lead heeft. R = Rijk / P = provincie(s) / F = Regio Foodvalley (gezamenlijke gemeenten, inclusief Putten) / W = waterschap / G = individuele gemeenten / O = ondernemers (of collectieven) / K = kennisinstituten. € = Financiering (geen primaire inhoudelijke rol)
Rij
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
€
€
k
€
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
1. Sponswerking van de bodem verbeteren en meer water vasthouden: a. Organiseren/faciliteren kennisontwikkeling en -overdracht (vervolg op bodemcursus uit Regio Deal)
F
W
G
O
F
W
G
O
b. Projecten initiëren m.b.t. bodemherstel (zoals kruidenrijk grasland in-/doorzaaien, gebruik organische meststoffen, beheer van beekdalen en uitvoering Deltaplan Agrarisch Waterbeheer),
P
W
G
O
c.
€
W
e. Onderzoek naar mogelijk sturingsmogelijkheid via omgevingsvisie of -plan
F €
2. Verminderen uitspoeling (en afspoeling) van bodems naar water: a. Ruimtelijk beleid ontwikkelen, i.s.m. ondernemers in gebiedsprocessen, voor zones (bandbreedte 50-200 meter aan weerszijden) langs beken om (landbouwkundig) grondgebruik zonder uitspoeling te stimuleren / mogelijk te maken (bijv. agroforestry en kruidenrijk grasland).
G
F
O
K
F
W
G
W
G
W
3. Ruimte geven aan water in de beekdalen(draagt bij aan Groenblauwe dooradering en ecologische verbindingen): a. Ruimtelijk beleid ontwikkelen om daarop te sturen, met functiemenging zoals waterzuivering, landbouw, natuur (waaronder beekbegeleidende bossen) en recreatief medegebruik. De breedte van deze beekdalen wordt gebiedsspecifiek bepaald en kan in ordegrootte variëren van 10-30 m aan weerszijden bij de boven- en middenloop tot 50-100 m benedenstrooms. b. Projecten initiëren om beekdalen in te richten zoals beschreven in Verdieping H4 en 12.3 (profielen waterschap) O
c. Stimuleren / faciliteren ontwikkeling van beekdalprofielen door grondgebruikers met o.a. PR en subsidie voor projecten voor andere bodembeheer/ -gebruik langs beken door agrariërs (ook bijdragend aan waterkwaliteit). 4. Ruimte reserveren in omgevingsplannen voor water a. Zoveel mogelijk vasthouden van water in de openbare ruimte in stedelijk gebied b. Ruimte/gebieden reserveren voor klimaatmantels langs dorpen en steden (tijdelijke waterbuffering/-berging)
G F
b. Organiseren/faciliteren kennisontwikkeling en -overdracht grondgebruik t.b.v. verminderen uitspoeling/ nutriëntenverlies (zie ook thema 3). c. Een monitoringssysteem voor water opzetten en gebruiken om grondgebruikers (via een dashboard) van goede informatie te voorzien om hun grondgebruik te sturen, en dit (juridisch) borgen als instrument.
W
P
Projecten initiëren m.b.t. ingrepen in de kleine haarvaten (zoals kleine stuwtjes, bodem ophogen of C-watergangen dempen)
d. Beloning ondernemers voor vasthouden water als onderdeel bedrijfs(verdien)model
F
€R
1. BODEM- EN WATERSYSTEEMHERSTEL
W
G
W
G
5. Onderzoek naar hoe het Valleikanaal(/Grift) een klimaatkanaal kan worden om extreme weersomstandigheden op te vangen en een blauwgroen lint voor biodiversiteit en recreatie te zijn.
G
6. Gemeenten gaan of blijven inzetten op gescheiden rioleringen bij vervanging en andere maatregelen om overstort van huishoudelijk afvalwater in oppervlakte water van het landelijk gebied zoveel mogelijk te voorkomen.
P
c.
O
Afspraken maken over beloning inzet agrarische grond voor tijdelijke waterberging
7. Herstel grondwaterreserves, de blauwe motor van het watersysteem a. Verminderen onttrekkingen bedrijven door evaluatie en actualisering van de onttrekkingsvergunningen. b. Toename in drinkwaterwinning zoveel mogelijk beperken door inzet op vermindering gebruik van drinkwaterbedrijven en huishoudens (lead Vitens)
F
G
9. Landelijk juridische verplichting voor dergelijk gebruik ‘grijs’ water.
R €
8. (Gezamenlijk) onderzoek gemeenten naar de financiële haalbaarheid vanuit intentie om bij nieuwbouw van woningen benutten van regenwater voor o.a. toiletspoeling uiteindelijk te verplichten
€
F
€
€
10. Oprichting van een regionaal gebiedsfonds voor gemeentegrensoverschrijdende projecten Groenblauwe Dooradering (beekdalen, landschapsstructuren). Optioneel/nader onderzoeken: fonds vullen met middelen vanuit NPLG/VLGG/UPLG-middelen, koppelen met Fonds GroenGroeitMee, middelen waterschap i.v.m. beekherstel + evt. inzet van gemeenten en bedrijven.
Acties en maatregelen t.b.v. biodiversiteit (thema 2) dragen vaak ook bij aan de kwaliteit van het bodem en watersysteem
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
26
Letters geven aan wie een rol heeft in het trekken en/of initiëren en/of (mede) financieren. In blauw de partij die de lead heeft. R = Rijk / P = provincie(s) / F = Regio Foodvalley (gezamenlijke gemeenten, inclusief Putten) / W = waterschap / G = individuele gemeenten / O = ondernemers (of collectieven) / K = kennisinstituten. € = Financiering (geen primaire inhoudelijke rol)
k
Rij
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
F
F
P
F
b. Projecten initiëren met grondeigenaren om de BKN te bereiken en BKN meenemen bij ruimtelijke ontwikkelingen (plannen) en gebiedsprocessen (meekoppelkansen).
P
F
c. W
3. Realiseren minstens 10% kwalitatieve groenblauwe dooradering in 2050 (GBDA).
G G
O
a. Combineren met ecosysteemdiensten door grondeigenaren/grondgebruikers
G P
G
O
c.
W
G
O
d. Ontwikkeling plannen/projecten groene en blauwe verbindingen in gebiedsprocessen
€
F
P
F
list
G
b. (Duurzaam) gemeentelijk pachtbeleid (met voorwaarden en langjarig).
G
c. Experimenteerruimte in vergunningen voor maatregelen voor omvorming en beheer van bos (wat bijv. door kapvergunningen belemmerd wordt), agroforestry en houtbouw t.b.v. biobased bouwen.
€
d. Subsidie en/of overbruggingskredieten t.b.v. extensiveren / natuurinclusieve landbouw / strokenteelt etc.
P
W
G
6. Ecologisch maaibeleid a. Gebiedsdekkend inzetten voor zover dat nog niet het geval is b. Gezamenlijke kennisontwikkeling en -uitwisseling voor verbetering en om ongewenste effecten te voorkomen. c. Communicatie over belang en doel d. Rondom beken: Beheer en onderhoud gaat op natuurvriendelijke wijze gebeuren
P
W
G
7. Natuurvriendelijk beheer en onderhoud beken en oevers (materieel, tijd van maaien, afvoer etc),
(O)
8. Natuurinclusief bouwen actief bevorderen (puntensysteem benadering) a. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (wonen, werken, mobiliteit) zoveel mogelijk biodiversiteit/groen behouden en toevoegen in het projectgebied, opgaven niet afwentelen op landelijk gebied of compenseren met budget voor ecosysteemdiensten grondeigenaren/grondgebruikers landelijk gebied b. Inzetten op stimuleren gebruik van zo veel mogelijk natuurlijke elementen in nieuwbouw- en renovatieprojecten c. Verbinden groenstructuren binnen-buiten bebouwde kom d. Klimaatbestendige inheemse en diverse flora inzetten e. Inbreiden heeft de voorkeur boven uitbreiden (behoud landschap)
G
(€)
€
5. Stimuleren biodiversiteit in landbouwkundig gebruik, zoals kruidenrijk grasland, strokenteelt, regeneratief werken, agroforesty, door: a. Faciliteren van training, leerkringen en andere vormen van kennisdeling en uitwisseling
O
W
Combineren met inrichting beekdalen en recreatief medegebruik
4. Langjarig beloningssysteem grondeigenaren/grondgebruikers voor het uitvoeren van ecosysteemdiensten (15-20 jaar) a. Budgetten GLB en GDBA b. Ontwikkelen compensatiebudget bij gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingen
G
F
€
b. Voorwaarden stellen m.b.t. landschappelijke inpassing en biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen / plannen
W
R €
Monitoren BKN
2. Gezamenlijke verfijning 0-meting en kwaliteitsbepaling GBDA en monitoring met provincies
G
R
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
1. Regiobrede ontwikkeling BKN (Basis Kwaliteit Natuur, zie definities Verdieping - H13) a. Gebiedsspecifieke beschrijvingen maken met meetbare doelen en indicatoren
G G
P
2. BIODIVERSITEIT VERSTERKEN
P
F
W
€
F
€
O?
K
G
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
9. Opzetten gezamenlijke actuele kennisbasis met gebiedsinformatie over biodiversiteit, bodemkwaliteit, (grond)watersysteem en luchtkwaliteit. Inclusief kaartbeelden van FABRICations, en de klimaatonderlegger Informatie is t.b.v. planvorming en keuzes in gebiedsprocessen, bedrijfsplannen van agrariërs, beleidskeuzes door gemeenten en provincies en het goed meewegen van deze belangen bij ruimtelijke (plan)ontwikkelingen, t.b.v. systeemherstel en toekomstbestendig landgebruik Oprichting van een regionaal gebiedsfonds voor gemeentegrensoverschrijdende projecten Groenblauwe Dooradering: zie thema 1.
27
Letters geven aan wie een rol heeft in het trekken en/of initiëren en/of (mede) financieren. In blauw de partij die de lead heeft. R = Rijk / P = provincie(s) / F = Regio Foodvalley (gezamenlijke gemeenten, inclusief Putten) / W = waterschap / G = individuele gemeenten / O = ondernemers (of collectieven) / K = kennisinstituten. € = Financiering (geen primaire inhoudelijke rol)
k
Rij
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
P?
F?
O
K
F
1. Stimuleren uitrol systematiek kunstmestvervanger “Groene Weide Meststof” van het project Kunstmestvrije Achterhoek naar Foodvalley (na goedkeuring EU). Onderzoeken of hiervoor een collectief samenwerkingsverband wordt opgericht.
€
F
W
O
K
3. Kennisontwikkeling en -deling (faciliteren): studiegroepen, kenniskringen, netwerkbijeenkomsten, o.a. over: a. Toepassing dierlijke mest, compost en bokashi b. Voer-mestcontracten pachtgronden en andere contractvormen t.b.v. bevorderen gebruik dierlijke mest c. Groenbemesting, bodembedekking, vanggewassen d. Duurzaam bodembeheer (zie ook thema 1 en 2)
O
K
4. Monitoring opzetten bodemgezondheid en nutriënten als hulpmiddel voor grondgebruikers om inzicht te krijgen en te kunnen sturen op management (bijdragen aan stoffenbalans) 5. Ontwikkelen circulaire voedselproductieketen met zoveel mogelijk gesloten nutriëntenkringloop a. Faciliteren ontwikkelingen via onder meer Foodvalley Circular Lab
F O F
G W
K
O O
b. Hergebruik reststromen en terugwinnen nutriënten hieruit door samenwerking agrariërs, verwerkende bedrijven en andere betrokken partners c.
K
Verspilling tegengaan in ruime zin, waaronder ook behoud voedingsvezels in verwerkingsproces (programma voedsel en programma circulair)
d. Herwinnen nutriënten uit afvalstromen, waaronder water en fosfaat (o.a. humane urine en faeces)
k Rij
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
€
P
F F
€ €
€
€
€
W
F
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
K
1. Inzicht in luchtkwaliteit omgeving door voortzetting omgevings- en boerderijen meetnetwerk (vervolg Regio Deal) a. Uitrol bedrijvenmeetnetwerk met dashboard voor ondernemers t.b.v. benchmark en handelingsvrijheid (uiteindelijk: doelsturing i.p.v. middelsturing)
O
K
2. Inzicht in water- en bodemkwaliteit door opzetten sensornetwerk t.b.v. doelsturing
O
K
3. Voortzetten praktijkmetingen t.b.v. erkenning (nieuwe) technieken emissiereductie (vervolg Regio Deal en SLA), samenwerking met innovatietraject zandprovincies 4. Subsidie voor toepassing van zowel technieken als managementmaatregelen die emissies naar lucht en bodem reduceren
F
G
5. Voortzetting huidig interimbeleid vergunningverlening (extra reductie fijnstof), met uitrol naar Utrechtse Foodvalley gemeenten
F
G
6. Onderzoek mogelijkheden emissie-APK (‘scherper vergunnen’) en daarna besluitvorming over toepassen bij gebleken haalbaarheid
G P
4. EMISSIEREDUCTIE (FIJNSTOF, AMMONIAK, NOX, GEUR, GELUID, FOSFAAT, METHAAN, CO2, ZOÖNOSE)
O
O
€ €
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
2. Wet- en regelgeving m.b.t. mest aanpassen en inrichten ten dienste van de ontwikkeling naar kunstmestarm, onder andere voor inzet herwonnen nutriënten
R
€
3. NUTRIËNTENBEHOUD
O
F
R F
7. Bedrijfs-emissiereductieplannen opstellen voor alle blijvende agrariërs (ook m.b.t. de doelen van keuze 1 t/m 3) a. Pilot integrale emissiereductieplannen in 2024.
O K
8. (Door)ontwikkelen management- en beweidingstechnieken in leernetwerken (zie ook maatregelen kennisdeling bij keuze 1 en 2 voor doelen water en natuur) a. Faciliteren vanuit samenwerkende overheden
K
9. Ontwikkelen van CO2-beprijzing als verdienmodel voor boeren, zoveel mogelijk regionaal ingebed: a. Lobby voor vastlegging CO2-beloning van het Rijk ook beschikbaar te stellen voor agrariërs
G
10. Verkenning naar regionaal antwoord op de ideeën van het Rijk w.b.t. zoönose-maatregelen (waaronder eventueel verbod op nieuwvestiging, uitbreiding of afstandscriteria voor pluimveebedrijven in pluimveedichte gebieden).
Maatregelen en instrumenten voor vermindering uitspoeling en afspoeling (o.a. fosfaat) zijn benoemd bij thema 1 en 3 Realisatie 10% Groen Blauwe Dooradering draagt mogelijk bij aan verlaging achtergrondconcentratie fijnstof (thema 2)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
28
Letters geven aan wie een rol heeft in het trekken en/of initiëren en/of (mede) financieren. In blauw de partij die de lead heeft. R = Rijk / P = provincie(s) / F = Regio Foodvalley (gezamenlijke gemeenten, inclusief Putten) / W = waterschap / G = individuele gemeenten / O = ondernemers (of collectieven) / K = kennisinstituten. € = Financiering (geen primaire inhoudelijke rol)
k
Rij
€
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
€P
P
R
P
€
€
R
list
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
G
1. Ontwikkelen en benutten van grondinstrumenten voor het optimaliseren van landbouwkundig grondgebruik. Via onder meer kavelruil (binnen gebiedsprocessen) of aankoop van grond van stoppende boeren t.b.v. gebruik door ‘blijvende’ of nieuwe boeren, gericht op het toekomstige voedselsysteem. a. Oprichting van een regionale grondbank verkennen en opzetten, of als dat niet haalbaar blijkt, tenminste stevige regionale zeggenschap in een grondfonds van de provincies of het Rijk.
G
2. Als het Rijk de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG) van toepassing verklaart voor landbouwgrond, dit instrument indien noodzakelijk toepassen t.b.v. gebiedsdoelen, zoveel mogelijk met consensus binnen gebiedsprocessen.
G
3. Voorzover binnen gemeenten van toepassing, duurzame gronduitgifte ontwikkelen met enerzijds voorwaarden voor herstel van bodem, water en natuur en anderzijds voor de boer gunstiger tarieven en langjarige zekerheid.
G
4. Mogelijkheden voor functieverandering laten aansluiten bij de gebiedsspecifieke waarden en doelen. Bijvoorbeeld: functieverandering naar wonen beperken in gebieden met primair landbouwkundig gebruik.
(F)
G
5. In omgevingsvisies en -plannen ruimtelijk sturen op ontwikkeling naar gebiedsspecifieke functies: a. Rondom dorpen en steden: aantrekkelijke landschappen (wandelen/fietsen) waarin ontwikkelingsmogelijkheden gericht zijn op educatie, recreatie en zorg, met waar nodig tijdelijke waterberging en emissiebeperking voor een gezond leefklimaat. Mede t.b.v. de ontwikkeling van “uitloopgebieden”. b. Rond natuurgebieden en beken: landgebruik dat bijdraagt aan biodiversiteit, versterking van de beekdalen, waterbeheer, functiemenging met recreatie en nabij Natura2000 substantiële vermindering van ammoniakemissie. c. Tussenliggende gebieden: ontwikkelruimte voor een diverse en innovatieve agrarische sector binnen de meer algemene kaders van waterbeheer, bodemkwaliteit en gezondheid.
F
G
F
P
R
5. LANDBOUWGROND OPTIMAAL BENUTEN
d. Gezamenlijke ontwikkelen van RO-sturingsmogelijkheden en streven naar eenheid in toelaatbare mogelijkheden.
F
G
6. In omgevingsplannen het grondgebruik anders dan voor voedselproductie en vezelgewassen, zoveel als mogelijk uitsluiten. Dus beperken van o.a. sierteelt en hobby-paarden. De regio start met onderzoek naar: - een verkenning naar de werkwijze van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) van de Duin- en Bollenstreek; - de juridische mogelijkheden onder de omgevingswet (definities aanpassen; kunnen ‘voedselproductie’ en ‘vezelgewassen’ als functie worden vastgelegd in plaats van ‘agrarisch’? ontstaat met die inperking planschade? Kunnen vervuilende teelten nabij natuur worden uitgesloten?).
F
G
7. In omgevingsvisies en omgevingsplannen bieden gemeenten (experimenteer)ruimte voor nieuwe vormen van landbouw, multifunctionele bedrijven, innovatie en nieuwe samenwerkingsvormen. De regio onderzoekt de noodzaak en mogelijkheid van ‘regelarme experimenteerlocaties’, bij voorkeur op bestaande agrarische bedrijfslocaties.
G
8. In omgevingsvisies en omgevingsplannen stellen gemeenten aan nieuwe ontwikkelingen de voorwaarde dat ze bijdragen aan de opgaven en doelen van een gebied, zoals beschreven bij thema 1 t/m 4. Met Rijk en provincie wordt afgestemd wat nodig is, voor bijvoorbeeld het opzetten van fieldlabs.
G
9. Ontwikkelen van een regionaal stikstofinstrument (of regio-label in provinciaal instrument als regionale ontwikkeling niet haalbaar of wenselijk blijkt) waarmee “stikstofruimte” die ontstaat uit maatregelen en/of gebiedsprocessen en die niet nodig is voor natuurherstel, wordt ingezet voor economische ontwikkelingen binnen de regio, waaronder toekomstbestendige landbouw op passende locaties
F
O
10. Subsidie voor ondernemers gericht op teelt en/of productie en/of veredeling van eiwitrijke gewassen of andere eiwitbronnen voor menselijk consumptie en/of gewassen voor biobased bouwen (m.n. als vanggewas) en/of combinatiegewassen (eiwit en vezels). 11. Om verdienmodellen voor vezelgewassen te bevorderen, biobased bouwen en renoveren stimuleren: a. Initiëren en faciliteren van het opzetten van een regionaal netwerk van producenten van vezelgewassen en circulaire bouwbedrijven
F F
G
b. In gemeentelijke aanbestedingen een percentage biobased bouwen opnemen en dat percentage komende jaren laten toenemen (we onderzoeken welk percentage realiseerbaar is)
F
G
c.
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
Mogelijkheid onderzoeken om een percentage biobased bouwen verplicht te stellen bij ontwikkelingen van/door derden, zoals met name ontwikkelaars
29
Letters geven aan wie een rol heeft in het trekken en/of initiëren en/of (mede) financieren. In blauw de partij die de lead heeft. R = Rijk / P = provincie(s) / F = Regio Foodvalley (gezamenlijke gemeenten, inclusief Putten) / W = waterschap / G = individuele gemeenten / O = ondernemers (of collectieven) / K = kennisinstituten. € = Financiering (geen primaire inhoudelijke rol)
k
Rij
n rs tute p ey cha nten eme insti l e l i c a e s rn rs vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
k
12. Stimuleren en faciliteren van meervoudig ruimtegebruik (zie ook thema 1 en 2) a. In omgevingsvisies en omgevingsplannen ruimte bieden in de regelgeving voor meervoudig ruimtegebruik. Gezamenlijk verkennen hoe dit kan, waarna dit per gemeente (met gemeente-specifieke vertaling) wordt geïmplementeerd.
F
G
b. Criteria ontwikkelen, en concretiseren, voor de definitie van “uitloopgebieden” als dubbelgebruik van het landelijk gebied, aansluiten bij wat er in het NOVEX-programma over “uitloopgebieden” al wordt genoemd, en onderzoeken waar en hoe in het landelijk gebied kwaliteit toegevoegd kan worden om in totaal 2.000 hectare “uitloopgebied” toe te voegen. Dit gaat om landschappelijke versterking, recreatieve routestructuren (wandelen en fietsen), parkeervoorzieningen, waterberging, veilige toegangsroutes en rust- en horecavoorzieningen. Deze “uitloopgebieden” ook ruimtelijk weergeven;
F
G
c. Kansen voor financiering van de ontwikkeling van “uitloopgebieden” onderzoeken, o.a. door het slim inzetten en combineren van middelen vanuit gekoppelde doelen (zoals de GroenBlauwe Dooradering). Nadrukkelijk ook gericht op structurele beloning van grondeigenaren/grondgebruikers voor aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen en routes op hun grond.
ten p ers titu n y a e m e t s h l e ci al en rne sin rsc vin odv ate eme nde enni Pro Fo W G K O
G
F
1. Pilots en concepten opzetten en testen op het gebied van korte ketens en lokaal voedsel, aansluiten bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. 2. Keurmerk ontwikkelen voor waarborg herkomst en duurzaamheid regionale producten. 3. Continueren en versterken van het onderdeel ‘korte voedselketens’ uit het programma ‘Voeding voor een gezond leven’: a. Ondersteunen van initiatieven, pilots en samenwerkingsverbanden (wellicht coöperaties) door deelname aan o.a. langjarige financiering (5-10 jaar) en door financiële bijdragen of kredietverstrekking. b. Faciliteren netwerken en samenwerkingsverbanden: netwerk van vragers en aanbieders zichtbaar maken en gericht met elkaar in contact te brengen.
O
F
d. Educatie en bewustwording over duurzame en lokale voedselproductie. Verbinding van consument met agrariërs en voedsel stimuleren.
(W)
G
O
5. Lokale verkoop- en/of afhaalpunten faciliteren, door regelgeving en/of indien aan de orde en nodig door (tijdelijk) gunstiger huurtarieven, en bijdragen aan bekendheid (PR)
G
O
6. Zoveel als mogelijk is, regionale producten gebruiken in bedrijfsrestaurants en bij overige inkoop van catering, al dan niet op locatie. En bij vergunning verlening aan evenementen gebruik van regionale producten aanbevelen (indien mogelijk verplicht stellen).
R
list
c. Versterken en vergroten van korte keten netwerken met o.a. regionale (franchise) supermarkten, regionale (familie)bedrijven, voedselverwerkers en lokale horeca. Regionale grootverbruikers interesseren. 4. Volhoudbare lange termijn maatregelen en financiering stimuleren d.m.v. samenwerkingen; niet subsidie afhankelijk.
F
F
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN
O G
F?
(P)
6. REGIONAAL VOEDSEL
O
F
R
ACTIES / MAATREGELEN / INSTRUMENTEN (VERVOLG)
G
F
Rij
5. LANDBOUWGROND OPTIMAAL BENUTEN
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
7. Versterken marktpositie duurzame regionale voedselproducten door Nederlandse duurzaamheidscriteria te hanteren bij import van producten.
30
5. HOE NU VERDER? 5.1 BESLUITVORMING GEMEENTERADEN RPLG Na besluitvorming in het Algemeen Bestuur van de Regio Foodvalley wordt het RPLG aangeboden aan de gemeenteraden van regio Foodvalley en Putten ter vaststelling. Dat gaat om vaststelling van dit hoofddocument m.b.t. onze ambities (2.1 en 2.2), het toekomstbeeld (3), en bijbehorende strategische keuzes (4.1), de prioritaire thema’s (4.2) en, als richtinggevend kader voor een uitvoeringsprogramma, de daaraan gekoppelde acties, maatregelen en instrumenten (4.7).
”Door het samen te doen en heel praktisch te maken gooien we de steen in de vijver” Daarmee wordt de raden gevraagd om gemeentelijk beleid en plannen op te stellen of aan te passen conform de maatregelen en instrumenten. Dat gaat dan om de onderdelen waarvoor gemeenten individueel aan zet zijn. Vaststelling van het RPLG is daarmee ook de instemming om als regiogemeenten gezamenlijk een uitvoeringsprogramma in te richten voor de onderdelen die we efficiënter samen kunnen uitvoeren. Uiteraard worden elkaars kennis en kunde benut bij het ontwikkelen van beleid en plannen die per gemeente worden vastgesteld. Zo is het ook wenselijk om beleid voor grensoverschrijdende onderdelen samen te ontwikkelen en zoveel mogelijk gelijkluidend in de gemeenten vast te stellen.
Disclaimer: Niet alle gemeenten hebben dezelfde landschappen, gelijklopende beleidscycli of personele en financiële ruimte. Dit maakt dat er verschillen kunnen zijn in wanneer welke maatregelen door welke gemeenten worden opgepakt en toegepast. De gezamenlijke colleges willen hiermee pragmatische flexibiliteit bieden, maar wel binnen de intentie om samen dezelfde koers te houden en zoveel mogelijk gelijk op te lopen.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
UITVOERINGSPROGRAMMA Zoals benoemd in paragraaf 4.4.1 wordt een gezamenlijk uitvoeringsprogramma gebouwd, ter uitwerking van het RPLG. Dit zal net als met het huidige RPLG worden getrokken vanuit de regio in afstemming met de 9 gemeenten. Colleges hebben de bevoegdheid om in de concretisering van het programma bij te sturen en raden zullen geïnformeerd worden met ruimte om aanvullingen mee te geven. Doelstelling is dat we met het uitvoeringsprogramma binnen de budgetten blijven van de Strategische Agenda Foodvalley 2025 die in de Kaderbrieven zijn aangegeven. Als blijkt dat het wenselijk is om hiervan af te wijken, is aanvullende besluitvorming door de gemeenteraden nodig. Inhoudelijk wordt jaarlijks gecheckt of het uitvoeringsprogramma nog actueel is. In 2024 zal het bouwen van het programma mede worden ingevuld via de definitieve provinciale gebiedsprogramma’s, het Regioarrangement Foodvalley en eventuele besluitvorming door het Rijk over het Transitiefonds. Ook de scenariostudie die met de WUR wordt uitgevoerd kan aanpassingen wenselijk maken. De regio houdt gemeenteraden en andere stakeholders hiervan op de hoogte en zal e.e.a. ter besluitvorming voorleggen waar nodig.
5.2 SAMENWERKING We staan voor complexe opgaven en voelen de verantwoordelijk heid vanuit onze regio voor de nationale impact. Als het hier lukt, kan het overal. Dat vergt intensieve samenwerking met alle partners: medeoverheden, grondeigenaren (waaronder TBO’s) en (andere) ondernemers, inwoners en kennisinstituten. Dat betekent ook dat we als overheden en gebied samen moeten en willen werken aan uitvoeringskracht: hoe werken we samen en hoe kunnen we elkaars kennis, kunde en capaciteit zo goed mogelijk combineren en inzetten.
Zie ook Verdieping H2 Samenhangende processen
Naast het RPLG is er divers ander landelijk, regionaal en lokaal beleid in ontwikkeling dat soortgelijke doelen nastreeft, deze zaken lopen uiteraard via hun eigen planning door. Om zoveel mogelijk elkaars proces te versterken, is het nodig samen op te trekken waar dat kan en elkaar te blijven informeren zodat nieuwe inzichten worden meegenomen. De transitie van het landelijk gebied is een lange termijn inspanning, er zullen meerdere
31
fases komen waarin beleid opnieuw aangescherpt kan en moet worden en nieuw beleid en maatregelen mee kunnen worden genomen in parallel lopende ontwikkelingen. We koersen daarmee op langjarige samenwerking, met ruimte voor ieders eigen verhaal.
PROVINCIES, WATERSCHAP EN RIJK Het vastgestelde RPLG is voor Regio Foodvalley de agenda voor het landelijk gebied en daarmee ook onze inzet in de samenwerking met de provincies Gelderland en Utrecht en het Rijk. Waarmee we als gemeenten willen laten zien welk aandeel wij willen leveren en waarop we Rijk en provincies willen uitnodigen om hun aandeel te leveren. De RPLG- onderdelen die invulling geven aan de provinciale uitvoeringsprogramma’s en die passen binnen hun prioritering, worden door de provincie ondersteund en opgenomen. Hiermee landt het RPLG in de provinciale programma’s voor het landelijk gebied; het VLGG van Gelderland en het UPLG van Utrecht.Het RPLG is ook onze inzet vanuit het landelijk gebied voor de integratie met de Verstedelijkingsstrategie en de Regionale Energiestrategie die plaatsvindt via het regioarrangement Foodvalley en Ontwikkelperspectief NOVEX Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (fig. 2). Waarbij het regioarrangement een belangrijke bouwsteen is voor de zogeheten Ruimtelijke voorstellen van zowel de provincie Gelderland als Utrecht. Samen met het Ontwikkelperspectief geeft dit uiteindelijk input voor de nieuwe nota Ruimte van het Rijk. Gezamenlijk kunnen we dit vertalen in een integrale uitvoerings agenda, inclusief prioriteiten en afspraken over ieders rol.
Een vergelijkbare wisselwerking is er ook met het proces van het waterschap Vallei en Veluwe bij de actualisatie van de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI).
Deze partners zijn of worden betrokken bij het maken en uitvoeren van het Uitvoerings programma. Nieuwe samenwerkingen worden opgezet met TBO’s/natuurorganisaties. De tabellen in 4.7 geven een voorzet voor de gewenste en/of noodzakelijke betrokkenheid van de verschillende partners. Wat betreft de rol van de regiogemeenten in Foodvalley m.b.t. nieuw beleid en het faciliteren van maatregelen en instrumenten, wordt er gewerkt aan het versterken van de uitvoeringskracht in gezamenlijke ambtelijke capaciteit en continuïteit. Hier zijn eerste concrete voorstellen voor gedaan in afstemming met de gemeenten. Dit proces staat los van het RPLG en wordt daarom hier niet verder toe gelicht. Deze versterkte organisatie en uitvoeringskracht is nodig om regionaal samen het beoogde beleid ontwikkelen, waarna het aan de individuele gemeenten is om dat vast te stellen en uit te voeren in de lokale context.
Zie ook Verdieping H12.15 Gesprek: Regie door wie
REGIONAAL Binnen de regio levert de combinatie van het RPLG, de RES en verstedelijkingstrategie ook de noodzaak op om samen ruimtelijk te programmeren. Hiermee komt er een regionaal afwegingskader dat bij regionale en lokale besluitvorming kan ingezet worden voor integrale prioritering. Hiervoor is het essentieel dat we regionaal nieuwe samenwerkingen zoeken en bestaande samenwerkingsverbanden benutten zoals: • De gemeentelijke samenwerking in de Regio Foodvalley plus gemeente Putten; • De overheidssamenwerking in het kader van de NOVEX; • De Economic Board van de Regio Foodvalley; • Het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley; • Partners in bestaande programma’s, zoals de Regio Deal Foodvalley en het Circulair Lab Foodvalley.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
32
COLOFON REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING Het RPLG is opgesteld door een regioteam in opdracht van Regio Foodvalley, in samenwerking met stakeholders en medeoverheden.
VORMGEVING, ILLUSTRATIES EN KAARTEN
PROCESBEGELEIDING
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
33