Landschapsplan Zonnepark Cleenhorsterweg-Beekweg
Tekst van het document
Landschapsplan Zonnepark Cleenhorsterweg —
22 december 2021
Landschapsplan Zonnepark Cleenhorsterweg —
Colofon Opdrachtgever: Zonnestroom Nederland Uitgevoerd door: ROM3D Antony Marcelis Jochem Besten Myrthe van Heek www.rom3d.nl Harfsen, 22 december 2021
Inhoud — 1 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 5
3
Inleiding ............................................................................................... 4 Beleid ................................................................................................... 6 Gemeente Putten ............................................................................... 7 Provincie Gelderland ............................................................................ 8 Landschapswaarden ............................................................................ 9 Landschappelijke kenmerken ............................................................. 10 Historische ontwikkeling ...................................................................... 11 Bestaande situatie ................................................................................ 13 Locatiekeuze ........................................................................................ 15 Schetsontwerp ..................................................................................... 16 Beplanting en beheer ........................................................................... 22
Hoofdstuk —
1 4
Inleiding
1 Inleiding — Het energiebedrijf Zonnestroom Nederland heeft het voornemen in Putten twee zonneparken te realiseren. Eén aan de Keizerswoert en één aan de Cleenhorsterweg. Voorliggend rapport gaat in op de achtergrond en de inrichting van de terreinen langs de Cleenhorsterweg. Het gaat hierbij om twee terreinen die liggen tussen de Cleenhorsterweg/Beekweg en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle. Een paardenwei scheidt deze twee terreinen. Deze terreinen zijn weergegeven op naastgelegen afbeelding. Deze rapportage gaat in hoofdstuk 2 kort in op het gemeentelijk, ruimtelijk en energiebeleid. In hoofdstuk 3 komt aan de orde welke landschapswaarden van belang zijn voor deze locatie. In hoofdstuk 4 en 5 wordt het landschapsontwerp voor deze locatie toegelicht.
1 Situering plangebied aan de Cleenhorsterweg.
5
Hoofdstuk —
2 6
Beleid
2 Beleid — 2.1
GEMEENTE PUTTEN
Energiebeleid De gemeente Putten biedt ruimte voor de realisering van grootschalige energieprojecten. Om dit mogelijk te maken heeft de gemeente de Discussienota en het Beleidskader Grootschalige Energieopwekking in jun 2020 vastgesteld. In deze nota en beleidskader zijn diverse voorwaarden en criteria geformuleerd waaraan projecten moeten voldoen om ze op passende wijze een plek in Putten te kunnen geven. Het gaat hierbij om Maatschappelijke en Ruimtelijke uitgangspunten. Via een communicatie- en participatieplan moet een weg uitgestippeld worden om draagvlak bij de betrokkenen te verkrijgen. Bovendien is de ambitie van de gemeente Putten dat 50% van de hernieuwbare energieproducten in lokaal eigendom tot stand komt. Wat betreft de ruimtelijke uitgangspunten kan de duurzame energieopwekking alleen plaatsvinden waar dit binnen de geldende beleidskaders mogelijk is. Dus bijvoorbeeld niet in Natura 2000 gebieden. Bij de inrichting van de terreinen moet waar dat wel mogelijk is, ingezet worden op meervoudig ruimtegebruik en dienen de landschappelijke waarden geanalyseerd te worden. De landschappelijke en ecologische inpassingen zijn hierbij essentieel. Ruimtelijke beleid Het plangebied aan de Cleenhorsterweg maakt deel uit van bestemmingsplan Westelijk Buitengebied dat in juli 2014 onherroepelijk is vastgesteld.
Het zuidelijke gedeelte van het plangebied heeft de bestemming Agrarisch, het noordelijke gedeelte Agrarisch met waarden –
7
Landschap. Beide gebieden hebben de dubbelbestemming Waarde Archeologie 4 en het noordelijk deel is deels ook voorzien van de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Daarnaast is het plangebied deels voorzien van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaring – spoor’ voor een circa 24 meter brede zone langs het spoor. Het noordelijke gedeelte heeft daarbij de gebiedsaanduiding ‘overige zone – ehs verweving en verbindingszone (zie afb. 1). Voor het plangebied betekenen de archeologische waarden o.a. dat als er dieper dan 0,40m gegraven wordt een omgevingsvergunning vereist is. In de
1 Bestemmingen voor het plangebied.
zone waarvoor ‘vrijwaring – spoor’ geldt mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet hoger zijn dan 2.0 meter zijn. De gebiedsaanduiding overige zone betekent dat hier naast de agrarische betekenis ook de natuurwaarden beschermd worden. Voor werken, geen gebouw zijnde of andere werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist met uitzondering van de aanleg van landschapselementen.
2.2
PROVINCIE GELDERLAND
Omgevingsvisie- en verordening Het noordelijk deel van het plangebied is op basis van de omgevingsvisie- en verordening van de provincie voorzien van de aanduiding ‘Groene ontwikkelingszone’ en ‘Intrekgebied’. Wat betreft het intrekgebied kan worden aangegeven dat het plan geen winning van fossiele energie mogelijk maakt, maar van hernieuwbare energie. Wat betreft de ‘Groene ontwikkelingszone’ kan worden aangegeven dat de kernkwaliteiten van het deelgebied niet worden aangetast en dat aan de ontwikkelingsdoelen wordt gewerkt door schraal grasland aan te leggen en een houtsingel in de vorm van sleedoorn aan te planten.
8
Hoofdstuk —
3 9
Landschapswaarden
3 Landschapswaarden — 3.1
LANDSCHAPPELIJKE KENMERKEN
Uit het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) valt af te leiden dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het Oud broekontginningslandschap. Het noordelijek gedeelte van het plangebied heeft de kenmerken van het kampenlandschap. De spoorlijn ligt op de westelijke grens van de gordeldekzand glooiing van de Veluwse stuwwal. Bodemkundig liggen de noordelijke en zuidelijke gedeelten van het plangebied op een dekzandrug met podzolgronden; het tussengebied ligt in de vlakte van verspoelde dekzanden met beekeerdgronden (zie afb. 1). In het Oud broekontginningslandschap zijn de van ouds aanwezige houtwallen en bosjes in grote mate verdwenen. Voor het plangebied is de waterloop ten noorden van de Beekweg van ecologische en cultuurhistorische betekenis. Het noordelijk gedeelte van het plangebied heeft vanwege de ligging aan de beek ecologische waarden. Voor het zuidelijk gedeelte van het plangebied worden in het LOP geen bijzondere waarden of betekenissen toegekend.
1 Bodemkaart.
10
3.2
HISTORISCHE ONTWIKKELING
Uit de historische topografische kaarten blijkt inderdaad dat het plangebied in 1870 kenmerken van het kampenlandschap heeft en met de houtwallen en bosjes ook van het broekontginningslandschap. Toen was ook al de spoorlijn aangelegd. In 1970 zijn de meeste bossen en houtwallen verdwenen. Het zuidelijk gedeelte heeft nog wel een bosje en een heideveld. De noordelijke driehoekvormige kavel is in gebruik als akker. De kaart van 2020 laat een verdere schaalvergroting in het landschap zien. De verbinding tussen de Engersteeg en de Keizerswoert is opgeheven en heeft plaatsgemaakt voor een brede watergang. De kaart laat ook zien dat de afgelopen 40 jaar het bedrijventerrein zich ontwikkelde aan de oostzijde van de spoorlijn. Hierdoor is de spoorlijn een scherpe scheidingslijn tussen het bedrijventerrein met de kenmerkende bedrijfsbebouwing en de landelijke openheid aan de westzijde. Vanaf de Cleenhorsterweg en Beekweg is er zicht op het silhouet van het bedrijventerrein. Aan de westzijde van het plangebied liggen open weiden en akkers en verspreid gesitueerde woningen/boerderijen. Beplanting bij deze bebouwing en enkele bosjes en bomenrijen geleden de open ruimte (zie afb. 1 t/m 4).
1 Topografische kaart omstreeks 1870 (bron topotijdreis).
2 Topografische kaart omstreeks 1900 (bron topotijdreis).
11
3 Topografische kaart omstreeks 1970 (bron topotijdreis).
12
4 Topografische kaart omstreeks 2020 (bron topotijdreis).
3.3
BESTAANDE SITUATIE
De Cleenhorsterweg en de Beekweg zijn smalle landbouwwegen met smalle bermen en smalle bermsloten. Aan de oostzijde van de Cleenhorsterweg staat langs een kort traject een bomenrij van berken en eiken als restant van historische beplanting. Langs de Beekweg is de beek met een houtsingel aan de noordzijde opvallend. Kenmerkend is de brede waterloop die langs het voormalig tracé van de Engersteeg ligt. De noordelijke kavel is door de jaren heen afwisselend weide en akker. De zuidelijke percelen zijn weiden, waarbij het noordelijk deel in gebruik is voor proefteelten. De spoorwegovergangen aan de noord- en zuidzijde van het bedrijventerrein vormen ook de uiterste punten van het plangebied. Hier hebben de kavels weinig breedte tussen de driehoek vormige kavelgrenzen (zie luchtfoto hiernaast met locaties foto’s).
1 3
4
2
Luchtfoto van het plangebied met locaties foto’s.
13
1 Beekweg, zicht op noordelijke plandeel.
2 Cleenhorsterweg, zicht op zuidelijke plandeel.
14
3 Cleenhorsterweg/Beekweg, zicht op zuidelijke plandeel.
4 Cleenhorsterweg, zicht op spoorlijn en bedrijven.
3.4
LOCATIEKEUZE
De locatiekeuze komt voort uit drie redenen: a. Kleinschalige landbouw De landbouwkundige perspectieven zijn hier niet optimaal. Daarbij zijn de kavels klein van afmeting en hebben ze een ongunstige driehoekige vorm. De grondeigenaar zoekt naar alternatieve inkomsten voor zijn kavels. Voorbeeld hiervan is de proefteelten op één van de kavels. b. Spoorlijn Amersfoort – Zwolle De energieopwekking wordt minder storend gevonden nabij hoofd infrastructurele werken zoals snelwegen en spoorlijnen. De situering langs deze spoorlijn maakt de situering van het zonnepark landschappelijk inpasbaar. c. Bedrijventerrein Het bedrijventerrein aan de oostzijde van de spoorbaan, tussen de twee spoorwegovergangen heeft een minder fraai silhouet vanaf de westzijde van het spoor. Het zicht op de bedrijfsgebouwen bepaalt het ruimtelijke beeld. Met de realisering van het zonnepark komt het bedrijventerrein meer op afstand te liggen en kan de hardheid van het silhouet verzacht worden.
15
Hoofdstuk —
4 16
Schetsontwerp
4 Schetsontwerp — Zonnepark De kavels langs de Beekweg en de Cleenhorsterweg worden voorzien van rijen zonnepanelen. Er wordt een zuidgerichte opstelling gerealiseerd. De maximale hoogte is 1,972 meter, de onderzijde van de panelen is op minimaal 65 centimeter boven maaiveld en de hellingshoek is maximaal 13 graden. De rijbreedte is ca 5,60 meter, waarbij de onderlinge afstand tussen de rijen 2,50 meter is (zie doorsnede B, blz. 21). In hoofdlijnen wordt er rondom het veld ruimte vrijgehouden voor een beheer- en onderhoudspad van circa 2,50 meter breed. Daar omheen komt een hekwerk van 2 meter hoog, met daarop detectiedraden tot maximaal 2,40 meter. Tegen het hekwerk wordt hedera (klimop) aangeplant. Vrijgroeiende sleedoornhagen Langs de landbouwwegen Beekweg en Cleenhorsterweg wordt een sleedoornhaag aangeplant. Hiervoor wordt een strook van circa 3 meter breed vrijgehouden, zodat de sleedoorn vrij uit kan groeien. De sleedoornhaag wordt ook aan de noordzijde van het zuidelijk plangebied aangeplant. Hier is ook de entree tot het zuidelijke zonnepark. Bij het noordelijk zonnepark wordt ook aan de zuidzijde een sleedoornhaag aangeplant. De sleedoornhaag komt op 5 meter van de insteek van de watergang te staan, zodat er voldoende ruimte blijft om de watergang te onderhouden. De entree tot het noordelijke zonnepark is bij de watergang.
De vrijgroeiende sleedoornhagen zorgen - samen met de hedera - voor een soort vitrage tussen rijwegen en zonnevelden. Niet alleen de zonnevelden
17
worden aan het zicht onttrokken, dit geldt ook voor de silhouetten van de bedrijfsgebouwen langs de spoorlijn. De groene begrenzing en de witte voorjaarsbloesem zorgen voor verfraaiing van de landbouwwegen. Maat en schaal De tussenliggende paardenwei zorgt dat maat en schaal van de twee zonneparken past binnen de maat en schaal van de relatief kleinschalige omgeving. De rijen panelen zijn maximaal 1,972 meter hoog, hierdoor komt het niet over als massieve bebouwing en zorgt het voor een soort intermediair tussen het bedrijventerrein en de landbouwwegen. Bovendien liggen de zonnepanelen hier tijdelijk en resteren na sanering de sleedoornhagen en de bestaande waterpartij, die passend zijn in het Oud broekontginningsgebied. Bij de entrees komen de transformatorstations en het inkoopstation. Dit zijn kleine gebouwen van ca 3x3 meter met een hoogte van circa 2 meter. Ze passen binnen de maat en schaal van het omringende landschap. Relatie met de spoorlijn Vanuit de spoorlijn gezien maken de weiden plaats voor zonnepanelen. De rijen panelen zijn maximaal 1,972 meter hoog zodat de velden met panelen niet als massa van gebouwen waargenomen worden, maar dat er over de panelen heen gekeken kan worden. Beplanting met struiken tussen het spoor en de panelen is vermeden.
Eventuele hoge beplanting zou het uitzicht voor de reizigers wegnemen en de eventuele lage beplanting zou niet bijdragen aan de landschappelijke inpassing, vanwege de geringe hoogte en de korte afstand tot deze beplanting.
B A
Schetsontwerp Zonneweide Cleenhorsterweg
18
Ecologische waarden De bestaande weiden hebben nauwelijks aanwijsbare waarden voor de flora en fauna. De bomenrij langs de Cleenhorsterweg en de watergang in het verlengde van de Engersteeg hebben mogelijk natuurwaarden. De bomenrij vanwege de potentiële mogelijkheden voor verblijf en foerageren voor o.a. vogels en marterachtigen. De waterpartij vanwege de aan water en oever gebonden organismen. De nabijheid van de Beek langs de Beekweg geeft hieraan meer betekenis.
De noordelijke kavel maakt deel uit van de provinciale Groene ontwikkelingszone. Zoals hiervoor aangegeven ligt deze kavel op een dekzandrug langs een ecologisch waardevolle beek. Het extensief beheer en de verschraling van de grasmat vormen samen met de sleedoornhaag verbetering van natuurlijke ontwikkeling van dit gebied. De positie van de zonnepanelen is tijdelijk. Na sanering van de panelen blijven de sleedoornhagen gehandhaafd en komt een schraal grasland terug.
Deze twee elementen worden gehandhaafd en zo min mogelijk verstoord. Nader onderzoek is nodig om de eventuele effecten te toetsen. Dit onderzoek is uitgevoerd. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn, mits aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan en de zorgplicht wordt nageleefd. Ecologische inpassing Aanvullend op het ecologisch onderzoek kan worden aangegeven dat door de aanplant van vrijgroeiende sleedoornhaag en extensief beheer van de grasvegetatie onder de zonnepanelen bijgedragen wordt aan de natuurwaarden van dit gebied. Er vindt geen landbouwkundig gebruik en voedselverrijking meer plaats. Er vindt nauwelijks verstoring plaats van de organismen. De realisatie van sleedoornhagen biedt goede condities voor verblijf en foerageren voor diverse soorten. Het groene (RAL 6009) stalen gaashekwerk wordt voorzien van faunapoortjes, zodat de kleine (zoog) dieren er doorheen kunnen en het zonnepark gebruikt kan worden voor foerageren en eventueel verblijf (zie afb. 1).
1 Deze impressie van het hekwerk dient als een indicatief referentiebeeld.
19
Doorsnede A: bestaande situatie.
Doorsnede A: toekomstige situatie. Sleedoornhaag ontneemt het zicht op de zonnepanelen.
20
Doorsnede B: bestaande situatie.
Doorsnede B: toekomstige situatie. Ruimte voor onderhoud langs de bestaande watergang, de sleedoornhaag ontneemt het zicht op de zonnepanelen.
21
Hoofdstuk —
5 22
Beplanting en beheer
5 Beplanting en beheer — Kruidenrijk grasland De gronden worden ingezaaid met een kruidenrijk graszaadmengsel van inheemse herkomst. Voor informatie over het juiste zaadmengsel wordt contact opgenomen met een lokale agrarische natuurvereniging, want voor het inbrengen van een zadenmengsel moet het wel gaan om zaden die zijn verzameld in de betreffende streek. Bedrijven zoals Cruydthoek of Biodivers worden ingeschakeld om het zadenmengsel samen te stellen. Voor het ontwikkelen van het kruidenrijke grasland wordt verschalend beheer van maaien en afvoeren toegepast. Bij het maaien zal gebruikt worden gemaakt van cyclomaaiers en het maaien zal twee keer per jaar plaatsvinden. Afhankelijk van de productie wordt er niet voor half juni gemaaid. De tweede maaibeurt wordt bij voorkeur in de maand september uitgevoerd. De planten krijgen hierdoor de kans om tot bloei te komen, zaad te ontwikkelen en zaad af te zetten. Het maaisel zal binnen twee dagen worden afgevoerd. Het afvoeren van het maaisel, ofwel het afvoeren van de voedingsstoffen, draagt bij aan het ‘verschralen’ van de percelen, waardoor bloemen meer kans krijgen. Het maaien zal conform sinusbeheer plaatsvinden, want overstaand gras is van belang voor kleine dieren en insecten. 25% van het gras wordt jaarlijks niet gemaaid. Deze 25% ligt jaarlijks op een andere plek.
Naarmate de bodem schraler wordt zal de productie van het gras afnemen en kan er steeds later in het jaar worden gemaaid en afgevoerd. Bij voortgaande verschraling kan er na verloop van tijd worden overgeschakeld naar nog maar één keer per jaar maaien. Aanvullend worden de gronden ingezaaid met het kruidenrijke graszaadmengsel.
23
1 Kruidenrijk grasland onder zonnepanelen.
Sleedoornhaag Beplantingssoort: sleedoorn (Prunus spinosa) Maat aanplant: 60/100 cm Plantafstand: 1,50 m1, driehoeksverband Breedte landschapselement: 3 meter. De sleedoornhagen zullen in de eerste jaren onderhouden moeten worden middels het verwijderen van onkruid zodat alle beplanting voldoende kans krijgt om groot te worden. De sleedoorns hebben een vrije groei (tot circa 3 meter hoogte), waarbij alleen de hoge struiken teruggezet worden. Daarmee wordt eventuele hoge groei voorkomen, de dichtheid van de haag behouden blijft en een relatief natuurlijk beeld ontstaat. Snoeiafval blijft in het haag liggen. De frequentie en periode van onderhoud worden zo gekozen dat verstoring van vegetatie en fauna zo klein mogelijk is.
2 Referentiebeeld van sleedoornhaag in bloei.
24
Energie voor het landschap
Dorshorst 1a 7217 PH Harfsen t 0573 46 06 34 www.rom3d.nl