Kwartaalrapportage Sociaal Domein Q4 2021
Tekst van het document
Sociaal Domein
Kwartaalrapportage Q 4 2021
Inhoudsopgave 1.
Inleiding...................................................................................................................................3
2.
Jeugdwet.................................................................................................................................4
3.
4.
5.
2.1.
Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten............................................................4
2.2.
Aantal indicaties en unieke cliënten ...............................................................................5
2.3.
Instroom en uitstroom.....................................................................................................5
2.4.
Verwijzers .......................................................................................................................6
2.5.
Woonplaatsbeginsel .......................................................................................................8
2.6.
Financiën ........................................................................................................................9
Wmo......................................................................................................................................10 3.1.
Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten .............................................................................10
3.2.
Afgegeven indicaties en unieke cliënten ......................................................................10
3.3.
Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum........................................................11
3.4.
Instroom en uitstroom...................................................................................................12
3.5.
Financiën ......................................................................................................................14
Participatiewet.......................................................................................................................15 4.1.
Instroom in de uitkering ................................................................................................15
4.2.
Uitstroom uit de uitkering..............................................................................................16
4.3.
Verloop uitkeringsbestand ............................................................................................17
4.4.
Verdeling treden participatieladder...............................................................................18
4.5.
Doelstellingen Participatieplan 2021 ............................................................................18
4.6.
Financiën Participatiewet..............................................................................................20
4.7.
Controle Tozo ...............................................................................................................20
Schulddienstverlening...........................................................................................................22 5.1.
Vroegsignalering...........................................................................................................22
6.
Bezwaren ..............................................................................................................................23
7.
Taakstelling en reserve Sociaal Domein...............................................................................24 7.1.
Taakstelling Grip op Jeugd...........................................................................................24
7.2.
Taakstelling Grip op Wmo ............................................................................................25
7.3.
Reserve Sociaal Domein ..............................................................................................26
2 van 26
1. Inleiding Met deze rapportage bieden wij u de stand van zaken aan betreffende het 4e kwartaal van 2021 voor
de
drie
domeinen
Jeugdwet, Wmo en
Participatiewet. Het
doel
van
de
kwartaalrapportage Sociaal Domein is inzicht te geven in de cijfers van de uitvoering van bovengenoemde wetten. Specifiek geven we hierbij aandacht aan de doelstellingen die zijn opgenomen in ‘Grip op’ en het Participatieplan 2021. We proberen de resultaten binnen het sociaal domein te verbeteren via de concrete acties die vaak een direct effect hebben op deze resultaten en de kosten binnen het sociaal domein.
3 van 26
2. Jeugdwet 2.1. Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten Het aantal afgegeven indicatiebesluiten en het aantal unieke cliënten sinds het vierde kwartaal van 2020 is weergegeven in figuur 1. Zowel jeugdhulp via Persoonsgebonden Budget als Zorg in Natura is hierin meegenomen. Van de afgegeven indicaties in het vierde kwartaal 2021, zijn er 24 indicaties met terugwerkende kracht toegekend. Hierbij gaat het met name om indicaties via verwijzers anders dan de gemeente.
Unieke cliënten 300
Indicatiebesluiten
282 234
250
211 200 164
234
221
215
172
175
182
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
150 100 50 0
Q4-2020
Q1-2021
Figuur 1 - Unieke cliënten en indicatiebesluiten
We zien in het vierde kwartaal een lichte stijging van het aantal cliënten maar wel een daling van het aantal indicaties ten opzichte van de voorgaande kwartalen.
4 van 26
2.2. Aantal indicaties en unieke cliënten In figuur 2 ziet u een overzicht van het totaal aantal unieke cliënten en lopende indicaties. Zowel het aantal cliënten als het aantal indicaties zijn flink gedaald. De belangrijkste reden hiervan is dat de indicaties via VanMontfoort liepen tot en met Q4. Daarnaast is een gedeelte van het nieuwe woonplaatsbeginsel in onderstaande aantallen verwerkt. Unieke cliënten 700
659
634
619
571
600 500 400
Indicaties
392
551
428
438
Q1-2021
Q2-2021
435 394
300 200 100 0
Q4-2020
Q3-2021
Q4-2021
Figuur 2 - Totaal aantal cliënten en indicaties
2.3. Instroom en uitstroom In het vierde kwartaal zijn er 107 kinderen in de 2e lijn uitgestroomd. Hierin zijn alleen kinderen meegeteld waarbij na afronding van een 2e lijns voorziening geen enkele voorziening in de 2e lijn meer open stond. Kinderen waarbij dus één voorziening gestopt is, maar waarbij één of meerdere andere voorzieningen doorliepen zijn niet meegeteld.
Hier tegenover stond dit kwartaal een instroom van 66 kinderen. Hierdoor zien we een afname van het aantal unieke cliënten van 435 naar 394. Van de 66 kinderen die zijn ingestroomd, waren er 15 kinderen die al eerder (voor 2021) in de jeugdhulp via de gemeente hadden gezeten.
5 van 26
2.4. Verwijzers In deze paragraaf ziet u het aantal afgegeven indicaties per verwijzer. 2.4.1 Aantallen per verwijzer
105
106
120
36
48
52
54
60
69 66
68 68 70
80
74
85
100
15
16 5
3 4
5
5
1
3
5
7
11
16
24
9
10
14
20
14 13
24
28
31
40
0
Gemeente
Huisarts Q4-2020
Jeugdarts
Gecertificeerd e instelling
Q1-2021
Q2-2021
Medisch specialist Q3-2021
Rechter, OvJ, Funct JI
RID
Q4-2021
Figuur 3 - Aantal verwijzingen per verwijzer
Het beeld van de verwijzingen is dit kwartaal nagenoeg gelijk aan het derde kwartaal. We zien dat de gemiddelde kosten per GGZ traject, na een verwijzing van de huisarts, zijn toegenomen. Dit komt doordat er meer zware zorg is ingezet of doordat trajecten gemiddeld langer lopen. Bij de verlengingen van deze trajecten is nu in de meeste gevallen geen overleg met een verwijzer. Om meer zicht te krijgen op de redenen van verlengingen, zullen vanaf maart 2022 verlengingen via de jeugdconsulenten verlopen. Deze afspraak is in de nieuwe inkoop geborgd in de afspraken met de aanbieders.
6 van 26
2.4.2 Verwijzingen per voorziening In figuur 4 is te zien naar welke voorzieningen er per verwijzer in dit kwartaal is verwezen.
Jeugd-ggz
14
60
5
Jeugdhulp ambulant
32
6
15
1
18
1
2
82
1
2
Jeugdbescherming Jeugdhulp crisis
7 16
63 16
1
1
Jeugdreclassering Kindergeneeskunde
Totaal
3
RID
1
RvdK/Rechter
GI
13
Jeugdarts
Huisarts
Dagbehandeling
Medisch specialist
Gemeente
Figuur 4 - Verwijzingen per voorziening
0 1
Landelijk ingekocht
6
7
1
1
Maatwerkarrangementen
1
2
Persoonlijke verzorging
1
1
Verblijf (excl. beh)
3
3
Verblijf (incl. beh)
2
6
8
Vervoerdiensten
2
2
4
Totaal
70
74
31
4
8
5
16
15
11
215
In figuur 3 en 4 is te zien dat de gemeente en huisarts qua aantallen de grootste verwijzers zijn. Er is een verschil tussen deze twee verwijzers zichtbaar in het gebruik van voorzieningen. Waar vanuit de gemeentelijke toegang een grotere diversiteit aan voorzieningen te zien is, ligt de nadruk bij de huisarts op verwijzingen naar de jeugd GGZ. Dit verschil bestaat sinds de komst van de Jeugdwet in 2015 en heeft met name te maken met de situatie van voor 2015. Voor de komst van de Jeugdwet konden huisartsen alleen verwijzen naar jeugd GGZ. Een verwijzing naar andere voorzieningen was via de huisarts niet mogelijk. Huisartsen geven aan gewend te zijn om een oplossing in deze richting te zoeken. Andere voorzieningen zijn daarom niet altijd even goed bekend. Dit lijkt daarnaast ook een effect te hebben op het soort hulpvragen dat bij huisartsen binnenkomt. Bij inwoners en onderwijs lijkt ook deze gewenning te zijn ontstaan: bij hulpvragen waarvoor men verwacht dat er jeugd GGZ nodig is, wordt er eerder bij de huisarts aangeklopt. Wanneer andere vormen van hulp nodig lijken te zijn, wordt deze vraag via de JGZ of gemeente gesteld.
7 van 26
Hoewel het verschil in verwijzingen door de huisarts en door de gemeente al vanaf de invoering van de Jeugdwet zichtbaar is, is er ook een ontwikkeling te zien. In vergelijk met twee jaar geleden is een lichte groei in verwijzingen naar verschillende voorzieningen te zien bij de verwijzingen van de huisarts. Reden van deze toename is de inzet van de SOH jeugd GGZ. De praktijkondersteuners hebben meer tijd om triage uit te voeren en waar nodig te verwijzen. Doordat zij een specialisatie in de jeugdhulp hebben, zijn zij goed op de hoogte van beschikbare voorzieningen binnen de jeugd GGZ én daarbuiten. Waar nodig wordt door hen ook verwezen naar ambulante opvoedhulp of dagbehandeling. Eens per twee maanden is er een lokaal overleg waarbij naast welzijn ook alle verwijzers aansluiten; jeugdconsulenten, praktijkondersteuners en jeugdgezondheidszorg. In dit overleg wordt het aanbod aan voorzieningen met elkaar gedeeld, zodat iedere verwijzer weet welke mogelijke jeugdhulp ingezet kan worden. De verschillen in verwijsgedrag staan hier onder andere ook op de agenda. Uitgangspunt is ieders expertise te benutten en daarmee inzet van algemene voorzieningen en jeugdhulp zo goed mogelijk te organiseren.
2.5. Woonplaatsbeginsel Inmiddels kunnen we de voorlopige balans opmaken wat voor de gemeente Putten de gevolgen zijn van het nieuwe woonplaatsbeginsel. De stand per 1 maart 2022 is dat er 15 kinderen instromen en onder de financiële verantwoording van Putten vallen. Daar tegenover staat dat voor Putten 33 kinderen uitstromen, hiervoor zijn we niet meer financieel verantwoordelijk. Per saldo zullen de uitgaven op jeugd dan ook afnemen. De rijksbijdrage is hiervoor ook bijgesteld. Omdat de administratieve afhandeling nog niet is afgerond, zijn bovenstaande aantallen nog niet volledig meegenomen in de cijfers van in- en uitstroom.
8 van 26
2.6. Financiën In tegenstelling tot eerder prognoses is er een tekort ten opzichte van de begroting van € 373.000. De voornaamste reden is dat er in het 4e kwartaal een groot aantal indicaties is afgegeven met terugwerkende kracht. Daarnaast zijn de kosten van de pilot OJA (Onderwijs Jeugd Arrangement) en de kosten van de pilot van Pactum (pilot met de inzet van trajectfinanciering in plaats van een ‘p maal q’ financiering) hoger uitgevallen dan vooraf ingeschat. Als we kijken naar de uitgaven van de ZIN (Zorg in Natura) die betrekking hadden op 2021 ten opzichte van 2020 zien we wel een stijging, maar deze is minder dan het effect van de indexatie van de prijzen.
Begroting Jeugd 2021 Regionaal Jeugdbeleid en Inkoop Beschermingstafel Overig Lokaal ZIN Toegang PGB Veilig Thuis Overig Lokaal - oud Icare Jeugdpunt Overig Totaal Jeugd (excl. loonkosten)
Rek 2020 65 36 25 4 6.769 6.137 358 98 101 76 530 386 137 7 7.364
Begr 2021 186 56 12 118 6.540 5.991 212 35 96 207 556 399 150 8 7.282
Rek 2021 (totaal) 186 54 12 121 6.928 6.453 155 34 96 190 540 399 141 1 7.655
Afwijking 2021 -1 2 -3 -388 -462 57 1 0 17 15 9 6 -373 Bedragen * € 1.000
Figuur 4 - Financiën Jeugd
De uitgaven voor Jeugd worden sinds 2019 geraamd op basis van de uitgaven van voorgaande jaren en niet meer op basis van het Rijksbudget. De middelen die we ontvangen voor Jeugd zijn opgenomen in de Algemene Uitkering, de hoogte van deze middelen is voor 2021 in totaal (voor oude en nieuwe taken) € 7.419.000.
9 van 26
3. Wmo 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Tot 31 januari 2021 kon er nog een tegemoetkoming hoge zorgkosten worden aangevraagd voor 2020. Vanaf 1 maart 2021 tot 31 december 2021 konden aanvragen worden ingediend voor het kalenderjaar 2021. Hieronder een overzicht van de aanvragen en de besluiten daarop.
Aanvraagjaar 2020
Aanvraagjaar 2021
Toekenning
331
323
Afwijzing
56
61
Buiten behandeling
5
3
Ingetrokken
2
1
Totaal
394
388
Figuur 6 - Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten 2020 & 2021
3.2. Afgegeven indicaties en unieke cliënten Onderstaande figuur geeft de afgegeven indicaties Wmo per kwartaal weer. In totaal zijn er in het vierde kwartaal 164 Wmo indicaties gestart bij 143 cliënten. Unieke cliënten 300
264
250 200
Indicatiebesluiten
227 193 159
158
142
150
193
179
164 143
100 50 0
Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Figuur 7 - Afgegeven indicaties
10 van 26
Q3-2021
Q4-2021
3.3. Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum Zoals te zien in figuur 8 daalt het aantal unieke cliënten in Q4 licht. Ook het aantal voorzieningen laat een daling zien. Unieke cliënten 2000
1775
1800
1759
Indicaties 1752
1740
1678
1600 1400 1200
1069
1071
1071
1050
1020
Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
1000 800 600 400 200 0
Figuur 8 - Unieke cliënten en indicaties totaal
In figuur 9 zien we dat het aantal unieke cliënten per voorziening licht daalt. Oorzaak ligt in natuurlijk verloop en inzet van voorliggende voorzieningen. Diverse inwoners zijn na de Wmo inkoop bij hun aanbieder gebleven en er zijn ook Wlz aanvragen ingediend. Waarvan er veel zijn toegekend.
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021 557 549 549 534 522
Q4-2020
485 488 486 479 468
600 500 400
209 206 199 197 188
300 107 116 119 118 103
200
41 41 43 44 39
59 54 58 60 50
100
11 van 26
ni
in
rz
ie
ie n
nv oo
rz
W
oo
vo o rv oe rs Ve
lp Hu
Figuur 9 - Unieke cliënten totaal
ng
g
l oe lst
bi
jh
et
Be ge le
id
hu
Ro
ish
ou
Gr o in g
du ivi nd gI in id Be ge le
de n
ep
ee l
0
3.4. Instroom en uitstroom 3.4.1 In- en uitstroom op cliëntniveau Bij de instroom en uitstroom wordt een onderscheid gemaakt op cliëntniveau en op productniveau. In het vierde kwartaal zijn er 174 Wmo-voorzieningen opgestart voor 148 cliënten. Er zijn 256 voorzieningen beëindigd voor 183 unieke cliënten. 3.4.2 Instroom op productniveau In figuur 10 is de instroom op productniveau weergegeven. De categorie ‘Begeleiding’ bevat zowel begeleiding individueel als begeleiding groep (dagbesteding). ‘Vervoersvoorziening’ bevat collectief vervoer, maar bijvoorbeeld ook een scootmobiel. Onder ‘Woonvoorziening’, vallen voorzieningen zoals een tillift of douchestoel.
Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
66
7 8 10
17 20 21
20
10
12
21
24
40
11 12 8 7 7
51
60
74
75
72 70
80
81
90 81
100
98
120
g ie n nv oo W oo
rv oe rs Ve
12 van 26
rz
ie n vo o
rz
rtd ko lijf rb Ve
Figuur 10 - Instroom productniveau
in
g in
ur en d
oe l st Ro l
Hu
lp
bi jh
et
hu
Be
ish
ge l
ou
ei d
in
de n
g
0
3.4.3 Uitstroom op productniveau In figuur 11 is de uitstroom op productniveau weergegeven. De grootste uitstroom vindt hier plaats bij huishoudelijke hulp en begeleiding. Dit komt doordat deze voorzieningen ook het grootste deel van het Wmo-bestand omvatten en omdat in beide gevallen een indicatie wordt afgegeven voor een bepaalde periode. De uitstroom is op alle groepen hoger dan de instroom. Ook hier is het effect van de toename van Wlz indicaties te zien. Een vergelijking leert dat gemeenten als Elburg en Oldebroek minder te maken hebben met uitstroom naar de Wlz. Een belangrijke reden is dat sommige Wmo aanbieders bij de laatste landelijke regelgeving die de afbakening tussen Wmo en Wlz aangeeft, hebben ingezet op een overgang van Wmo naar Wlz. En deze zijn vooral aan de westkant van onze regio actief. Als dit ook door aanbieders in het andere deel van onze regio wordt ingezet zal daar mogelijk het effect ook groter worden. De toename van deze Wlz indicaties ligt dus niet bij de gemeente maar wordt veelal gestimuleerd door aanbieders. Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
100 91
96
97 65
75
80
70
74
83
100
99
120
34 26 28 29 29
60
1
ni rz nv oo W oo
rv oe rs Ve
13 van 26
ie
ie n vo o
rz
rtd ko lijf rb Ve
Figuur 11 - Uitstroom productniveau
ng
g in
ur en d
l oe st Ro l
Hu l
p
bi
jh
et
hu
Be
ish
ge l
ou
ei d
in
de n
g
0
8
7
11 11
14
20
9
20
12
16 18
40
3.5. Financiën Zoals bij de rapportage Q3 al aangegeven hebben we een overschot bij de WMO. De reden voor dit overschot ligt grotendeels bij het niet doorgaan van twee grote woningaanpassingen. Daarnaast zien we een afname van de hulp bij het huishouden. De belangrijkste oorzaak hiervan is de versnelde uitstroom naar de WLZ. De kosten van begeleiding stijgen licht. Dit wordt veroorzaakt doordat de prijzen voor dagbesteding met terugwerkende kracht zijn verhoogd en twee personen waren opgenomen in kortdurend verblijf. Er was in de begroting rekening gehouden met twee grote woningaanpassingen. Deze zijn tijdens de aanvraagprocedure ingetrokken. Om die reden valt het financiële resultaat gunstiger uit dan begroot. Dergelijke grote woningaanpassingen zijn er niet elk jaar. Maar als ze worden toegekend kunnen deze een grote invloed hebben op het financiële resultaat.
Begroting Wmo 2021 Maatwerkvoorzieningen Vervoersvoorzieningen Taxivervoer Rolstoelen Woonvoorzieningen Hulp bij het huishouden Begeleiding Chronisch zieken regeling Schulddienstverlening Eigen bijdrage Totaal Wmo Maatwerkvoorzieningen
Rek 2020
Begr 2021
Rek 2021
Afw 2021
201 271 262 150 1.817 928 69 57 -129
200 278 210 432 1.922 917 79 109 -130
179 278 207 258 1.663 1.004 79 65 -127
21 0 3 174 258 -88 44 -3
3.626
4.017
3.606
409 Bedragen * € 1.000
Figuur 12 - Financiën Wmo
14 van 26
4. Participatiewet 4.1. Instroom in de uitkering In figuur 13 is de instroom in de uitkering weergegeven. De instroom in Q4 is vergeleken met Q3 vrijwel gelijk gebleven. Net als in het tweede kwartaal zijn er 5 statushouders ingestroomd. Over het geheel genomen is de instroom in de bijstand in de laatste twee kwartalen van 2021 opvallend lager dan de instroom in de kwartalen daarvoor. Dit lijkt overeen te komen met de landelijke trend van een afnemende instroom in de bijstand.
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021 19
Q1-2021
20
16
18
18
Q4-2020
16 14 12
4
2
2
1 1
1
1 1
2 1 1
1
2
2 1
1
1
1
2
1
2
3
4
3
4
5
4
5
6
5
6
8
6
8
9
10
l ta a To
k aa rz oo
re de
of ro ep
ig nd ta lfs Ze 15 van 26
An
er in itk be
rz
Figuur 13 - Instroom in de uitkering
be dr ijf
g
g zin
W W -u
Ve
aa
kb
rh
ar ij p
gs gin Oo
di Be ëi n
ui
tn er
e tu
el a gr gin di
ëi n Be
di
tie
en gd ed
As
ie lzo
ek er s
/G
di in
Ar be id
oo
st b/ en
Al im en
ta
ZW
tie
0
4.2. Uitstroom uit de uitkering Figuur 14 geeft de uitstroom uit de uitkering weer. De uitstroomredenen waar we als gemeente zelf een actieve bijdrage aan leveren (uitstroom naar onderwijs, (zelfstandig) werk, voorliggende voorziening of uitstroom door handhaving) zijn gemarkeerd met een ‘R’. In het 4e kwartaal zijn er 7 cliënten geweest met het label R. Daarnaast is er in het laatste kwartaal met name uitstroom geweest vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (en daarmee de overgang naar een AOW).
Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021 21 20
25
12
9
12
15
13 13
20
5 5
3 2 1
1
1
1
2 1
1
1
1
2 1 1
1
1
2 2
3
5
4
4
5
7
10
ta lfs Ze 16 van 26
al ta To
be dr ijf of
be ro ep nd ig
om tro Ui ts
Figuur 14 - Uitstroom uit de uitkering
-R
R gin itk er -u
ZW
W
er k
-R
ng ui zi rh Ve
-R te gr at
re -in do
or
sc en he nd Sc
ie
tgs pl in
ho l
in ht lic in en
en d Sc h
ich
ht ge np lic
et S m
de rw ij s On
R
-R
-R tu Fi
PG L ke n Be re i
Aa
ng
aa
n
re la
tie
0
4.3. Verloop uitkeringsbestand Over 2021 is het uitkeringsbestand licht gedaald. Eind 2020 telde de gemeente Putten 163 bijstandsuitkeringen. Eind 2021 waren dit er 161. Bij de Ioaw/Ioaz zijn er zelfs 5 minder dan begin dit jaar. Voornamelijk door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Wel is het aantal loonkostensubsidies gestegen. Dit is ook terug te zien in de uitgaven op dit gebied.
Q4-2020
Q1-2021
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
161
160
173
166
180
163
200
160 140 120 100
48
45
42
45
60
48
80
Lo
on
ko
Figuur 15 - Verloop uitkeringsbestand
17 van 26
rte r ta Zs BB
st en
Io
su
aw
bs
/Io
id
az
ie
PW
0
1
2
1
2
2
13
15
17
20
16
18
40
4.4. Verdeling treden participatieladder Onderstaand is de verdeling op de participatieladder weergegeven. Dit betreft alleen de mensen met een uitkering. De voortgang op de participatieladder wordt per individu bepaald in plaats van per uitkering. Daarom zijn in onderstaand overzicht hogere aantallen weergegeven dan bij de vermelding van het totaal aantal uitkeringen in voorgaande paragrafen.
Q4-2020
Q2-2021
Q3-2021
Q4-2021
61
70
65 62 61
69
80
73 69
82
90
Q1-2021
54 54
60
26
31 31 33
40
38
35 35 38 41 39
50
15 15 13
20 20 21 20 21
30
9 10
20 1
10
d al pa be
eu Ge en
tre
de
er st nd er o
6.
5.
Be
ta
Be
al
ta
d
al
d
w
w er k
zo
er k
nd
4.
m et
On
on
be
de
ta
rs t
al d
eu
w
ni ng
ni ng
er k
n ite ac tiv ite e
3.
De el
na
2.
m e
So
cia
le
ge or ga
co
ni
nt
se
ac
te
er d
n
1.
bu
Ge
ite
ïso
ns
le
hu
er d
is
0
Figuur 16 - Verdeling treden participatieladder
De verdeling op de treden van de participatieladder in Q4 2021 is in bovenstaande figuur moeilijk te vergelijken met eerdere kwartalen. Dat komt doordat er sprake is van nieuwe instroom en uitstroom. Nadere analyse leert dat de ontwikkelingen op de participatieladder in het vierde kwartaal vrij stabiel waren. Drie personen gingen een trede omhoog. In twee gevallen kwamen inwoners op een lagere trede terecht.
4.5. Doelstellingen Participatieplan 2021 In het Participatieplan 2021 zijn verschillende doelstellingen vastgelegd rond uitstroom en doorstroom van inwoners met een bijstandsuitkering. In onderstaande tabel zijn deze doelstellingen en bijbehorende resultaten over 2021 weergegeven.
18 van 26
Doelstelling
Doelstelling
Resultaat
aantal
2021
Een daling van het totale uitkeringsbestand
Daling 2
met als peildatum 31-12-2020 Volledige uitstroom van uitkeringen uit het
36
34
12
17
Personen naar parttime werk toeleiden
24
26
Personen naar vrijwilligerswerk toeleiden
51
28
zittende bestand als gevolg van werk, studie of handhaving Volledige uitstroom van uitkeringen uit de nieuwe instroom als gevolg van werk, studie of handhaving.
Figuur 17 - Doelstellingen
De daling van het uitkeringsbestand is vooraf als belangrijkste doelstelling benoemd en deze is gerealiseerd. Daarnaast zijn ook de doelstellingen met betrekking tot uitstroom van nieuwe instroom en het toeleiden van personen naar parttime werk behaald. Met name het toeleiden van personen naar vrijwilligerswerk is achtergebleven op de oorspronkelijke doelstelling. Dit ondanks het feit dat er in de tweede helft van het jaar aanmerkelijk meer progressie is geboekt op deze doelstelling door de extra inspanningen die hiervoor zijn ingezet. Zoals bij de Q3-rapportage al toegelicht blijkt een deel van de inwoners die vooraf waren ingeschat op vrijwilligerswerk, op een andere manier uit te stromen. Ook heeft een deel van de groep waarvoor we aanvankelijk hadden ingezet op vrijwilligerswerk, te maken te hebben met psychische of lichamelijke klachten. Daardoor bleek vrijwilligerswerk niet mogelijk. In het Participatieplan 2022 zijn de doelstellingen voor dit jaar vastgelegd. De raad is hierover per raadsinformatiebrief geïnformeerd.
19 van 26
4.6. Financiën Participatiewet In onderstaande figuur is de financiële stand van zaken van de Participatiewet (PW) weergegeven. Het BUIG-budget is voor 2021 definitief vastgesteld op € 3.039.369. Een negatieve bijstelling van € 35.000 op het voorlopige budget van 2021. In totaal is er ten opzichte van de begroting een klein positief resultaat. Als we kijken naar het buigbudget is er een overschot van € 60.000. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt zijn de uitgaven op de uitkeringen afgenomen maar de kosten voor loonkostensubsidie gestegen. Vanaf 2022 zullen de kosten die gemeenten maken voor loonkostensubsidie worden meegenomen in de hoogte van de rijksuitkering.
Begroting Participatiewet 2021 PW - Uitkeringen Uitkeringen PW Uitkeringen IOAW Uitkeringen IOAZ Bbz starters Loonkostensubsidies Ontvangsten - terugvorderingen BUIG - budget Totaal PW - Uitkeringen PW - Arbeidsparticipatie WSW - Inclusief Groep WSW - Corona Lokale arbeidsparticipatie Totaal PW - Arbeidsparticipatie Totaal Participatiewet
Rek 2020 2.166 214 56 31 364 -76
Begr 2021
Rek 2021
Afw 2021
2.754
2.395 195 49 80 350 -54 -3.074 -58
2.283 183 42 54 470 -53 -3.039 -60
112 12 7 26 -120 -1 -34 2
1.962 152 215 2.329 5.083
1.917 48 233 2.149 2.091
1.917 48 173 2.090 1.821
59 59 61 Bedragen * € 1.000
Figuur 18 - Financiën Participatiewet
In 2021 is er extra inzet geweest op het uitvoeren van extra corona-gerelateerde regelingen (Tozo en TONK). Ook heeft de corona-crisis effect gehad op de mogelijkheden om externe faciliteiten voor arbeidstoeleiding praktisch in te zetten. Hierdoor is niet het gehele budget arbeidsparticipatie besteed. Bij de jaarrekening 2021 zal de Raad worden voorgesteld om het overschot van € 59.000 te bestemmen voor 2022 voor uitvoering van het Participatieplan.
4.7. Controle Tozo De controle die tot dusver is uitgevoerd heeft betrekking op Tozo 1 en 2. In totaal zijn 279 cliënten gecontroleerd. Per 31 december 2021 is er een bedrag bij 135 personen teruggevorderd van € 257.748,00. 100 vorderingen zijn inmiddels terugbetaald. In 19 gevallen zijn we nog bezig om tot een aflossingsregeling te komen. De controle over TOZO 3 t/m 5 is inmiddels gestart. Het gaat
20 van 26
hier om 90 uitkeringen. Alle personen die het betreft zijn hiervoor aangeschreven om te kunnen beoordelen of de uitkering terecht is verstrekt. Faillissementen In het vierde kwartaal van 2021 was er volgens onze gegevens in totaal sprake van 2 faillissementen bij ondernemingen uit Putten. Er is daarmee geen sprake van een buitengewoon hoog aantal faillissementen.
21 van 26
5. Schulddienstverlening Schulddienstverleningstrajecten worden door Plangroep (voorheen Westerbeek) uitgevoerd. Zoals te zien in figuur 19 waren er in het vierde kwartaal 2021 totaal 47 inwoners die een lopend dossier hadden voor schulddienstverlening. Het aantal dossiers in Q4 is daarmee ruim 10% gestegen. Er zijn 5 nieuwe cliënten aangemeld in Q4. Q4-2020
Q1-2021
50
Q3-2021
Q4-2021
47
45 40
Q2-2021
39
42
40
39
35 30 25 20 15 10
6
6
4
5
4
5
Lo
pe
Aa
nd
e
nm
do
el d
in
ss
ge n
ie rs
0
Figuur 19 - Schulddienstverlening
5.1. Vroegsignalering In het vierde kwartaal zijn er 109 meldingen bij ons binnengekomen via de zogenaamde ‘RISapplicatie’ die
betalingsachterstanden rapporteert. De meeste betalingsachterstanden zijn
gemeld door zorgverzekeraars.
Meldingen vroegsignalering per kwartaal Q1
Q2
Q3
Q4
Zorgverzekering
42
61
55
63
Waterleverancier
18
23
27
29
Energieleverancier
4
20
19
11
Huur
N.v.t.
5
5
6
Totaal
64
109
106
109
Figuur 20 - Meldingen vroegsignalering per kwartaal
22 van 26
6. Bezwaren In het vierde kwartaal zijn er in totaal 5 bezwaren ingediend, deze zijn hieronder in de figuur weergegeven.
Participatiewet
Wmo
Jeugd
Ongegrond Gegrond Ingetrokken
2
Nog openstaand
1
2
3
2
Niet ontvankelijk Totaal Figuur 21 - Bezwaren 4e kwartaal
Er zijn in Q4 geen klachten ingediend bij de gemeente en de Ombudsman.
23 van 26
0
7. Taakstelling en reserve Sociaal Domein U heeft in de Koersnota een aantal maatregelen rondom Jeugd en Wmo vastgesteld. Naar verwachting worden de doelstellingen gerealiseerd zonder dat dit ten koste is gegaan van de ondersteuning aan de inwoners.
7.1. Taakstelling Grip op Jeugd De taakstelling Grip op Jeugd voor 2021 is vastgesteld op € 1.081.000. Specificatie Grip op Jeugd
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Toegang huisartsen
100 100
253 200 25 25 50 25 50 25 p.m.
506 200 50 25 50 125 100 25 p.m.
506 200 50 25 50 125 100 25 p.m.
506 200 50 25 50 125 100 25 p.m.
506 200 50 25 50 125 100 25 p.m.
225
653
1.081
1.081
1.081
1.081
100
200
200 100
200 100
200 100
200 100
150 72 246
150 72 246
150 72 246
150 72 246
768
768
768
768
313
313
313
313
Toegang CJG Toegang GI Screening
25
Beleid Interne controle Inkoop Samenwerking OIO Jeugd Huidige taakstelling
Realisatie Buurtzorg Jong Besparing Meerinzicht Resultaat Jeugd 2019 / WPB
276
Totaal realisatie
376
150 172 123 16 66 727
Resterende taakstelling Grip op Jeugd
-151
-74
Verlaging PGB Aframing bedrijfsvoeringskosten Meerinzicht Lagere kosten Van Montfoort Ontvangsten woonplaatsbeginsel 2020 Afrekening 2019 MIZ / WPB
Bedragen* € 1.000
Figuur 22 - Taakstelling Grip op Jeugd
24 van 26
7.2. Taakstelling Grip op Wmo De taakstelling Grip op Wmo voor 2021 is vastgesteld op € 544.000. De realisatie bedraagt € 433.000. De besparing op huishoudelijke hulp kan niet volledig worden gerealiseerd vanwege de aangenomen motie ‘Verschil in interpretatie’ in de raadsbehandeling op 28 mei 2020. Door uitvoering te geven aan deze motie is de besparing op huishoudelijke hulp lager dan begroot. De realisatie op de maatregel voor de regeling Chronisch zieken is hoger (+ € 51.000) dan de taakstelling, maar t.o.v. prognose Q3 gedaald (-/- € 9.400). Specificatie Grip op Wmo
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Chronisch zieken 130% bijstandsnorm
213
Huishoudelijke hulp
213 132
213 264
213 314
213 314
213 314
Begeleiding - 6 dagdelen
33
67
67
67
67
213
378
544
594
594
594
261
274 36 33
264 102 67
273 138 67
273 192 67
273 238 67
Totaal realisatie
261
343
433
478
532
578
Resterende taakstelling Grip op Wmo
- 48
35
111
116
62
16
Huidige taakstelling
Realisatie Chronisch zieken 130% bijstandsnorm Huishoudelijke hulp Begeleiding - 6 dagdelen
Bedragen
*€ 1.000
Figuur 23 - Taakstelling Grip op Wmo
Taakstelling Sociaal Domein In onderstaande figuur is de totale bezuinigingstaakstelling Sociaal domein opgenomen. Bezuinigingstaakstelling Sociaal Domein Taakstelling Grip op Jeugd Realisatie Resterende taakstelling Grip op Jeugd
2019
2020
2021
2022
2023
2024
225 376
653 727
1.081 768
1.081 768
1.081 768
1.081 768
-151
-74
313
313
313
313
Taakstelling Grip op Wmo Realisatie Resterende taakstelling Grip op Wmo
213 261
378 343
544 433
594 478
594 532
594 578
-48
35
111
116
62
16
Totaal taakstelling Totaal realisatie (2019 werkelijk en vanaf 2020 verwachting) Totaal resterende taakstelling
438
1.031
1.625
1.675
1.675
1.675
637
1.070
1.201
1.246
1.300
1.346
-199
-39
424
429
375
329
Bedragen
Figuur 24 - Taakstelling Sociaal Domein
25 van 26
* € 1.000
7.3. Reserve Sociaal Domein De stand van de reserve per 01-01-2021 bedroeg € 2.722.000. Op dit moment wordt de jaarrekening 2021 opgemaakt. De verwachting is dat we ruim € 1 miljoen kunnen toevoegen aan de reserve Sociaal domein. Een specificatie van de mutaties wordt opgenomen in de jaarrekening.
26 van 26