CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kwartaalrapportage Sociaal Domein Q4 2020

Commissie Samenleving 6 april 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Bespreeknotitie kwartaalrapportage sociaal domein6.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sociaal Domein

Kwartaalrapportage Q4 2020

Inhoudsopgave Inhoud 1. Inleiding .................................................................................................................................... 4 2. Jeugdwet .................................................................................................................................. 5 2.1. Aantal trajecten bij VanMontfoort ...................................................................................... 5 2.2. Aantal unieke cliënten en indicaties .................................................................................. 5 2.3. Uitstroom versus instroom ................................................................................................. 5 2.4. Aantal nieuwe indicaties .................................................................................................... 6 2.4.1. Dalende aantallen ....................................................................................................... 6 2.4.2. Stijgende aantallen ...................................................................................................... 7 2.5. Verwijzers .......................................................................................................................... 7 2.5.1. Toegang huisartsen..................................................................................................... 8 2.5.2.

Toegang gemeente ..................................................................................................... 8 2.6. Invloed Corona .................................................................................................................. 9 2.7. Financiën ........................................................................................................................... 9 3. Wmo ....................................................................................................................................... 11 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten ................................................................................ 11 3.2. Aantal nieuwe indicaties .................................................................................................. 11 3.3. Beëindigde voorzieningen ............................................................................................... 11 3.4. Aantal cliënten ................................................................................................................. 12 3.5. Aantal voorzieningen ....................................................................................................... 12 3.6. Financiën ......................................................................................................................... 13 4.

Participatiewet ........................................................................................................................ 16 4.1. Instroom in de uitkering ................................................................................................... 16 4.2. Uitstroom uit de uitkering ................................................................................................. 16 4.3. Verloop uitkeringsbestand ............................................................................................... 17 4.4. Verdeling treden participatieladder .................................................................................. 18 4.5. Doelstellingen Participatieplan 2020 ............................................................................... 19 4.6. Financiën Participatiewet ................................................................................................. 20 4.7. Tozo ................................................................................................................................. 20 5. Schulddienstverlening ............................................................................................................ 23 6. Bezwaren ............................................................................................................................... 24 7.

Meerjarenplan Samenleving .................................................................................................. 25 7.1. Hoofddoelen en subdoelen .............................................................................................. 25 2 van 30

7.2. Vrijwilligersbeleid ............................................................................................................. 26 7.3. Preventief Jeugdbeleid .................................................................................................... 26 7.4. Brede Toegang ................................................................................................................ 26 7.5. Sociaal Vangnet Overleg ................................................................................................ 27 7.6. Monitoring ........................................................................................................................ 27 8. Taakstelling en reserve Sociaal Domein ................................................................................ 28 8.1. Taakstelling Grip op Jeugd .............................................................................................. 28 8.2. Taakstelling Grip op Wmo ............................................................................................... 29 8.3. Taakstelling Sociaal Domein ........................................................................................... 30 8.4. Reserve Sociaal Domein ................................................................................................. 30

3 van 30

1. Inleiding In deze rapportage bieden wij u de stand van zaken aan betreffende het 4e kwartaal van 2020 voor de drie domeinen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Daarnaast geven wij in deze rapportage een update over de ontwikkelingen van het Meerjarenplan Samenleving. Het doel van de kwartaalrapportage Sociaal Domein is allereerst om inzicht te geven in de cijfers van de uitvoering van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet. Specifiek geven we hierbij aandacht aan de financiële doelstellingen die zijn opgenomen in ‘Grip op’ en het Participatieplan. We proberen de resultaten binnen het sociaal domein te verbeteren via de concrete acties die vaak een direct effect hebben op deze resultaten en de kosten binnen het sociaal domein. Naast deze concrete acties proberen we echter ook op een hoger niveau een omkering te realiseren binnen het sociaal domein. Dit hebben we beschreven in het Meerjarenplan Samenleving. Het gaat hierbij om de visie om hulpvragen van inwoners in een vroeg stadium te identificeren en direct laagdrempelige ondersteuning te bieden waar nodig. Dit voorkomt dat inwoners in zware zorgtrajecten terecht komen. Dit is voordelig voor de inwoner maar kan daarnaast ook voor de gemeente kostenvoordelen opleveren omdat zware zorg vaak ook dure zorg is. De ontwikkelingen van het Meerjarenplan dragen daarmee dus bij aan de kostenbeheersing in het sociaal domein.

In hoofdstuk 7 van deze kwartaalrapportage is daarom ook een update van de ontwikkelingen in het Meerjarenplan opgenomen. Van toepassing zijnde besluiten •

Scenario’s Grip op Jeugdhulp

•

Scenario’s Grip op Wmo

•

Motie Verschil in interpretatie

4 van 30

2. Jeugdwet 2.1. Aantal trajecten bij VanMontfoort Aan het eind van het vierde kwartaal waren er 30 gezinnen in zorg bij VanMontfoort. Deze trajecten zijn in het vervolg van dit hoofdstuk opgenomen in de aantallen ‘jeugdhulp ambulant’ bij de voorzieningen. Aanmeldingen bij VanMontfoort komen via jeugdconsulent, jeugdarts en huisarts binnen.

2.2. Aantal unieke cliënten en indicaties In figuur 1 is te zien dat het totaal aantal unieke cliënten en het totaal aantal indicaties in het vierde kwartaal is afgenomen ten opzichte van voorgaande kwartalen. De aantallen zijn daarmee nagenoeg gelijk aan het vierde kwartaal van 2019. 700 589

600

577

560

559

553

549

500 416 379

400

381

393

407

378 Unieke cliënten Indicaties

300 200 100 0

31-10-2019

Q4 2019

Q1 2020

Q2 2020

Q3 2020

Q4 2020

Figuur 1 Aantal unieke cliënten en indicaties

Uit voorlopige cijfers van het CBS blijkt dat er landelijk in de eerste helft van 2020 een lichte daling (6%) in het jeugdzorggebruik te zien is. Lokaal zien we bij het aantal unieke cliënten in de 2 e lijn een daling in het eerste half jaar van 8,8%. Landelijke cijfers over de tweede helft van 2020 zijn op het moment van schrijven van deze rapportage nog niet bekend. Lokaal zien we in de tweede helft van het jaar een lichte stijging van 1,4% bij het aantal unieke cliënten ten opzichte van vorig jaar.

2.3. Uitstroom versus instroom AEF stelt in het onderzoek naar de financiële tekorten in de jeugdzorg dat niet zo zeer de instroom is toegenomen, maar dat de uitstroom achter blijft. Trajecten zijn langer, waardoor kosten toenemen. Lokaal zien we echter na 2018 een afname van het aantal unieke cliënten.

5 van 30

In het vierde kwartaal zijn er 63 kinderen in de 2e lijn uitgestroomd. Hierin zijn alleen kinderen meegeteld waarbij na afronding van een 2e lijns voorzieningen geen enkele voorziening in de 2 e lijn meer open stond. Kinderen waarbij dus één voorziening gestopt is, maar waarbij één of meerdere andere voorzieningen doorliepen zijn niet meegeteld. Hier tegenover stond dit kwartaal een instroom van 24 kinderen. Daarnaast zijn 10 kinderen met terugwerkende kracht geïndiceerd met een ingangsdatum in het derde kwartaal.

2.4. Aantal nieuwe indicaties In figuur 2 ziet u het aantal nieuwe indicaties per productcategorie in de 2e lijn.

251

212214 207 194

192

31-10-2019 Q4 2019 Q1 2020

9491 91 86

86 77

76 72 75 68 67

84 8184 73 67 71

Q2 2020

51 242325282324

7118 9 910

Q3 2020

42414440 36 28

35 35 3033 3332 110003

222311

976886

Q4 2020 1315

0000

Figuur 2 Aantal nieuwe indicaties

2.4.1. Dalende aantallen In vergelijking met 2019 zien we in 2020 bij twee voorzieningen een belangrijke daling in het aantal kinderen als ook in de kosten. Dit betreft de categorie ‘dagbesteding/behandeling’ en ‘jeugdhulp ambulant’. Het gaat hierbij om de producten; behandeling individueel/groep, begeleiding individueel/groep en jeugdhulp ambulant. In voorgaande jaren zagen we een stijgende lijn voor deze producten, welke nu is afgebogen. Voor jeugd GGZ zien we ten opzichte van 2019 een lichte daling in het aantal kinderen. De totale kosten zijn desondanks niet gedaald omdat we te maken hebben met een toename van de gemiddelde kosten per kind. Dit is te herleiden naar een kleine toename van het aantal trajecten GGZ inclusief verblijf. Niet opgenomen in figuur 2 zijn het aantal Persoonsgebonden Budgetten. In 2020 zien we hierbij een afname van het aantal kinderen met een PGB. De totale kosten voor PGB zijn daarmee ook afgenomen.

6 van 30

2.4.2. Stijgende aantallen We hebben in 2020 te maken met een lichte stijging van het aantal kinderen met crisis en/of zware jeugdhulp (verblijf). Deze stijging in het verblijf hebben we in de rapportage van het derde kwartaal nader toegelicht. Het betreft qua aantallen weliswaar een lichte stijging, maar deze stijging heeft op de kosten wel degelijk flink invloed.

2.5. Verwijzers In het vierde kwartaal zijn 188 nieuwe indicaties afgegeven. Het aantal indicaties lag in het eerste (279) en derde kwartaal (217) iets boven het tweede (182) en vierde kwartaal. De afname in het vierde kwartaal is in figuur 3 terug te zien bij de huisarts en de jeugdconsulenten. De in het derde kwartaal genoemde stijging in het aantal verwijzingen via de gecertificeerde instellingen heeft zich doorgezet in het vierde kwartaal.

Figuur 3 Verwijzers

De inzet per voorziening door iedere verwijzer ziet u in figuur 4. Dit betreffen de totalen over het gehele jaar 2020. Een vergelijking van dit jaar met 2019 is lastig te maken omdat in de aantallen van 2019 enige onzekerheid zat. Door de overname van data van MeerInzicht hadden we in 2019 te maken met onbekende verwijzers. Dit probleem is niet meer aan de orde in 2020, we kennen geen onbekende verwijzers meer.

7 van 30

Figuur 4 Inzet per voorziening

Cijfers die we wel goed kunnen vergelijken zijn het aantal voorzieningen afgegeven door de gemeentelijke toegang. U leest hierover meer in paragraaf 2.5.2.

2.5.1. Toegang huisartsen Op 2 maart zal huisarts De Vries uitgenodigd worden in de Commissie Samenleving om meer te vertellen over de werkwijze en ervaringen vanuit de pilot SOH-jGGZ binnen gezondheidscentrum Putten.

2.5.2. Toegang gemeente Ten opzichte van vorig jaar zien we een toename van het aantal voorzieningen via de gemeente. In 2020 totaal 345, dit is de som van de verwijzingen door Buurtzorg Jong en Gemeente (jeugdconsulenten), ten opzichte van 296 in 2019. Dit betekent niet dat er meer kinderen zijn verwezen, maar dat er meer voorzieningen per kind zijn afgegeven. Oorzaak hiervan zit met name in het toepassen van gemaakte inkoopafspraken met betrekking tot de looptijd. Onderdeel van de scenario’s Grip op Jeugdhulp was het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn binnen de huidige inkoopafspraken om meer te sturen op afbouw van jeugdhulp en uitstroom. Tijdens de screening bleek dat veel voorzieningen een ruimere looptijd hadden dan vastgelegd in inkoopafspraken. Voor ieder product is in de inkoop vastgelegd wat het uitgangspunt voor de looptijd is. Hierbij is rekening gehouden met het type hulpvraag per voorziening en uiteraard wordt per individuele casus afgewogen of uitzonderingen noodzakelijk zijn. In 2020 is door de gemeentelijke toegang ingezet op het nakomen van de gemaakte inkoopafspraken. Waar het kon zijn looptijden aangepast.

8 van 30

2.6. Invloed Corona De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd meldde in september 2020 dat zij signaleren dat een deel van de problemen ernstiger werd. Ook moesten jeugdigen soms langer op passende jeugdhulp wachten en werd preventieve en ambulante hulp uitgesteld of anders vormgegeven. In januari 2021 liet Veilig Thuis weten dat zij nauwelijks een stijging zien van het aantal meldingen, maar dat zij in het algemeen zien dat de ernst van de meldingen toe neemt. Uit navraag vanuit onze regio blijkt dat dit laatste niet geldt voor de regio Noord Veluwe. Landelijk lijkt wel een ontwikkeling zichtbaar, namelijk dat jeugdhulp problemen minder snel gesignaleerd worden en dat hierdoor op een later moment vaker zwaardere jeugdhulp nodig is. Lokaal kunnen we deze ontwikkeling niet bevestigen. We zien weliswaar een lichte stijging in het aantal zware hulpvragen, maar dit is niet direct te herleiden naar de gevolgen van Corona. We zien als genoemd in de rapportage van het derde kwartaal andere oorzaken. We hebben in onze regio ook nog niet te maken gehad met langere wachttijden door Corona. Jeugdhulp is binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk uitgevoerd, waarbij dit er wel toe heeft geleid dat hulp op aangepaste wijze is vormgegeven. Ambulante trajecten werden bijvoorbeeld waar nodig doorgezet, maar waar het mogelijk was verliep de hulp via videobellen.

Aanbieders hebben de gemeenten op verzoek geïnformeerd over de wijze waarop zij het bestaande aanbod konden blijven vormgeven.

2.7. Financiën Door na facturatie over 2019 en voorgaande kwartalen van 2020 zijn de bedragen voor Zorg in Natura hoger dan weergegeven in de rapportage van het derde kwartaal. In figuur 5 zijn de na facturaties over 2019 en de Corona uitgaven afzonderlijk opgenomen. Kijkend naar de begroting 2020 zien we een positieve resultaat bij de kosten voor Persoonsgebonden Budget. Een daling van de ZIN kosten bij de producten begeleiding, behandeling en ambulante jeugdhulp (zie paragraaf 2.4.1) is niet terug te zien in de totalen. Dit wordt namelijk teniet gedaan door de stijging van de kosten voor crisis en verblijf (zie paragraaf 2.4.2). De bijdrage Jeugd in het gemeentefonds bedraagt € 6.765.000. Als we de rekening van 2020 van € 7.360.000 afzetten tegen dit bedrag, dan is er sprake van een tekort (t.o.v. de middelen die we van het Rijk voor Jeugd ontvangen) van € 596.000. Op basis van figuur 5 verwachten we voor Jeugd een tekort van € 376.000. Dit tekort is terug te vinden bij de realisatie in hoofdstuk 8.

9 van 30

Figuur 5 Financiën Jeugd

De open-einde-regeling maakt dat facturatie van aanbieders nog na afloop van een hulp traject kan plaatsvinden.

10 van 30

3. Wmo 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Vanaf 1 maart kunnen inwoners de tegemoetkoming Hoge Zorgkosten aanvragen. Aanvragen voor 2020 kunnen nog ingediend worden tot 31 januari 2021. Tot en met het vierde kwartaal van 2020 zijn er 379 aanvragen binnengekomen, 323 aanvragen zijn toegekend, 50 afgewezen, 4 buiten behandeling gesteld en 2 ingetrokken.

3.2. Aantal nieuwe indicaties In totaal zijn er in het vierde kwartaal van 2020 205 Wmo indicaties gestart. Zoals te zien in figuur 6 is er sprake van een stijging van het aantal gestart indicaties ten opzichte van de eerste drie kwartalen (q1=178, q2=139, q3=176 indicaties). Deze stijging valt mogelijk te verklaren doordat er door Corona minder aanvragen gedurende de eerste drie kwartalen zijn ingediend. De meeste indicaties worden afgegeven voor hulp bij het huishouden en begeleiding.

3.3. Beëindigde voorzieningen Het totaal aantal beëindigde Wmo-voorzieningen in het vierde kwartaal is 111 verdeeld over 74 cliënten. Beëindigde voorzieningen zijn het gevolg van natuurlijk verloop zoals bijvoorbeeld, verhuizing, overlijden of een overgang naar de Wlz, of het aflopen van een indicatie waarbij de indicatie niet verlengd hoeft te worden. Wmo-Wlz Gedurende het hele jaar 2020 zijn er 60 cliënten die huishoudelijke hulp of begeleiding kregen vanuit de Wmo en naar de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn overgegaan. Omdat een zorgbehoefte veranderd bij Wmo cliënten kan het zijn dat een client overgaat naar de Wlz. Daarnaast is op 2 juli 2019 het wetsvoorstel "Toegang tot de Wlz voor mensen met een

11 van 30

psychische stoornis" aangenomen in de Tweede Kamer. De wetswijzigingen die per 1 januari 2021 in werking zal treden regelen dat volwassenen met een psychische stoornis toegang tot de Wlz krijgen. Door een hoge aanvraagstroom is er vertraging ontstaan in het proces van toekenning van de Wlz-indicaties door het CIZ én in het daaropvolgende proces van zorgbemiddeling door de zorgkantoren. Om de overgangsperiode goed te laten verlopen zijn de Wmo-indicaties van deze cliënten die nog geen indicatiebesluit hebben ontvangen van het CIZ tot 1 juli 2021 verlengd.

3.4. Aantal cliënten Figuur 7 laat zien hoeveel cliënten er per voorziening zijn in het vierde kwartaal. In totaal zijn er binnen de Wmo 1.063 cliënten. Een aantal cliënten heeft meerdere voorzieningen. We zien bij bijna alle producten een daling van het aantal cliënten ten opzichte van eerdere kwartalen. Bij begeleiding zien we de sterkste daling t.o.v. het derde kwartaal (-5,4%).

3.5. Aantal voorzieningen In totaal hebben de 1.063 Wmo-cliënten 1.603 Wmo-voorzieningen. We zien een lichte daling in het aantal voorzieningen ten opzichte van de eerste drie kwartalen. We hebben ongeveer 5,3% minder Wmo-voorzieningen ten opzicht van het tweede en derde kwartaal en 8,8% minder ten opzicht van het eerste kwartaal. Figuur 8 laat zien hoeveel voorziening er zijn in het vierde kwartaal.

12 van 30

3.6. Financiën Op basis van figuur 9 verwachten we voor Wmo een overschot van € 513.000. De opvallendste afwijkingen worden hieronder kort toegelicht. Corona De definitieve vaststelling van de continuïteitsbijdragen aan de Wmo-aanbieders en het taxivervoer wordt momenteel aan gewerkt en zijn nog niet definitief. Naar verwachting zal dit € 90.000 zijn voor begeleiding en € 123.000 voor hulp bij het huishouden. Dit is meegenomen in onderstaande rekening van 2020. Vervoersvoorzieningen en rolstoelen De kosten voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen zijn gestegen ten opzichte van 2019. Dit komt door een stijging van de tarieven op hulpmiddelen en vervoerskosten. Ook zijn er vorig jaar kosten ingehouden op de rekening van 2019 omdat de toenmalige leverancier niet aan zijn contractuele verplichten voldeed, waardoor de kosten in 2019 lager uitvielen. Hulp bij het huishouden We zien een afname van kosten op hulp bij het huishouden ten opzichte van 2019. Dit komt voor een deel doordat er bij de kosten van 2019 ongeveer € 130.000 aan kosten voor 2018 zijn betaald. Vanaf 2020 zijn we overgegaan naar maandbetalingen in plaats van 4 wekelijkse betalingen, waardoor dit voor 2020 niet geldt. Verder zien we dat dat het tarief voor hulp bij het huishouden is toegenomen in 2020 van €27 naar €29,40. Maar we zien ook dat het gemiddeld aantal ingezette uren huishoudelijke hulp is afgenomen.

De afname van de zwaarte van indicatie is voor een deel te verklaren door de wijziging van beleid voor nieuwe cliënten naar aanleiding van het besluit ‘urennorm geleidelijk 13 van 30

invoeren’ uit de scenario’s grip op Wmo. Doordat de zwaarte van de indicaties is afgenomen, maar het uurtarief is toegenomen zien we echter maar een lichte daling van de kosten voor hulp bij het huishouden in 2020 ten opzichte van 2019. Abonnementstarief Echter zien we wel een stijging van de kosten voor hulp bij het huishouden ten opzicht van 2017. Dit komt door meerdere redenen. 1. Toename aantal cliënten: In 2018 is in de gemeente Putten het abonnementstarief ingevoerd. Om die reden zien we, net zoals landelijk vanaf 2019 is te zien, een stijging in het aantal nieuwe cliënten, ten opzicht van 2017. In 2018 is het aantal nieuwe cliënten bijna verdubbeld ten opzicht van het aantal nieuwe cliënten dat in 2017 hulp bij het huishouden heeft ontvangen. 2. Toename kostprijs: Elk jaar wordt een onafhankelijk kostprijsonderzoek uitgevoerd om de tarieven voor hulp bij het huishouden te bepalen. De kostprijs is over de jaren met 40% gestegen. In 2016 betaalden wij €21 per uur. In 2020 € 29,40. 3. Afname inkomsten eigen bijdrage: Voor de invoering van het abonnementstarief ontving de gemeente ongeveer € 475.000. In 2019 was dit nog maar € 142.000. Begeleiding Net zoals bij hulp bij het huishouden is ook bij begeleiding ongeveer €80.000 in 2019 betaald, wat eigenlijk kosten waren voor 2018.

Een deel van de afname van kosten komt echter ook door de afname van het aantal cliënten dat begeleiding krijgt. Ook zijn de kosten afgenomen door de aangenomen scenario uit de scenario’s Grip op Wmo waarbij het maximum aantal dagdelen begeleiding groep van 9 naar 6 dagdelen is gegaan. Schulddienstverlening De kosten voor schulddienstverlening zijn ook afgenomen ten opzichte van 2019. Dit komt doordat wij minder kosten hebben gemaakt voor de schulddienstverleningstrajecten uitgevoerd door Westerbeek. Voor komend jaar verwachten wij echter een toename van kosten, omdat er in het kader van de wetswijziging Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening omtrent vroegsignalering inwoners met financiële problemen eerder bekend worden bij de gemeente. Ook verwachten wij dat de gevolgen voor de inwoners vanwege alle Corona-maatregelen mogelijk van invloed kunnen zijn op het aantal schulddienstverleningstrajecten.

14 van 30

Figuur 9 Financiën Wmo

15 van 30

4. Participatiewet 4.1. Instroom in de uitkering In figuur 10 is de instroom in de uitkering in 2020 weergegeven. In totaal zijn er 61 inwoners in de bijstand terechtgekomen. De steunpakketten die de overheid heeft ingesteld om de effecten van de Corona-crisis te dempen, lijken voorlopig zeker effect te hebben op de instroom in de bijstand. Deze is in 2020 zeker niet laag geweest maar lager dan halverwege het jaar werd gevreesd.

Figuur 10 Instroom in de uitkering

4.2. Uitstroom uit de uitkering Figuur 11 geeft de uitstroom uit de uitkering weer. Verreweg de meeste inwoners die zijn uitgestroomd, zijn uitgestroomd naar een betaalde baan. In totaal zijn er 48 personen uit de uitkering gestroomd. Ook in het vierde kwartaal hebben we het effect van de corona crisis op de uitstroom gemerkt. Bedrijven worden steeds terughoudender met het aannemen van nieuw personeel, waardoor het moeilijk is om mensen uit te laten stromen naar betaald werk. Wel zijn er nog mogelijkheden in specifieke sectoren. Met name ICT, bouw en techniek en zorg. Momenteel worden er vanuit de regio plannen ontwikkeld om medewerkers die hun baan verliezen of dreigen te verliezen, waar mogelijk om te scholen richting deze kanssectoren. Als gemeente werken we hierbij samen met regiogemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties. Voor de handhaving van de Participatiewet maken we gebruik van informatie van het Inlichtingenbureau. In sommige gevallen kan dat leiden tot het stopzetten van de uitkering vanwege het schenden van de inlichtingenplicht. Iemand heeft bijvoorbeeld toch voldoende inkomsten en heeft daardoor geen recht op een uitkering, maar heeft dat niet doorgegeven.

16 van 30

Maandelijks leveren wij BSN nummers aan het inlichtingenbureau van cliënten met een uitkering. Op basis hiervan krijgen wij via een automatisch proces signalen binnen. Omdat het gaat om een grotendeels gestandaardiseerd proces is het aantal berichten van het inlichtingenbureau niet als los cijfer in de tabel opgenomen.

4.3. Verloop uitkeringsbestand Het reguliere uitkeringsbestand is in het laatste kwartaal licht gestegen. In figuur 12 is dit weergegeven. De cijfers geven daarbij het aantal uitkeringen weer. Dat aantal verschilt van het totaal aantal personen in de uitkering, omdat een huishouden van meerdere personen één uitkering krijgt. Het aantal uitkeringen voor oudere werklozen en oudere zelfstandig ondernemers (IOAW/IOAZ) is zowel in het vierde kwartaal als over het gehele jaar licht gedaald. De Corona-crisis lijkt voorlopig een beperkte impact te hebben, al is de lichte stijging wel een trendbreuk met de daling of consolidatie van het bestand in de afgelopen jaren. De stijging komt vooral tot uiting in de laatste twee kwartalen. Dit zou een indicatie kunnen zijn voor een toenemende invloed van de corona-crisis op het bijstandsbestand. De eerste kwartalen van 2021 zullen uitwijzen of dit inderdaad een trend is. Loonkostensubsidie is een subsidie die het loon aanvult van inwoners met een doelgroepindicatie die zelf niet het minimumloon kunnen verdienen. Zij worden opgenomen in het doelgroepregister. De loonkostensubsidie wordt betaald vanuit het bijstands-budget (BUIG) van de gemeente. Vaak is loonkostensubsidie een goed instrument om deze doelgroep aan een baan te helpen. De loonkostensubsidie maakt hen aantrekkelijker voor werkgevers.

In het vierde kwartaal zijn er meer loonkostensubsidies verstrekt dan in de voorgaande kwartalen. Dat heeft onder meer te maken met een aantal kandidaten die gebruik hebben gemaakt van de

17 van 30

praktijkroute. Dit is een extra toegangsroute om mensen met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak op te nemen. Daarbij wordt via een gevalideerde methode hun loonwaarde op de werkplek vastgesteld. Zij hebben dan geen losse beoordeling via het UWV nodig. 180 160

156 159 156

164 166

140 120 100 80

Q4 2019 Q1 2020

60 32 29 35 30

40

45

Q2 2020 Q3 2020 19 19 18 18 17

20 1

0 PW

loonkostensubsidie

4

3

3

Q4 2020

2

BBz starter

IOAW / IOAZ

Figuur 12 Verloop uitkeringsbestand

4.4. Verdeling treden participatieladder We delen inwoners met een bijstandsuitkering in op de participatieladder. Dit geeft handvatten om te bepalen waar zij staan in hun doorgroei richting (betaald) werk. De praktijk leert dat tussenstappen op de participatieladder nodig zijn voordat inwoners daadwerkelijk uit kunnen stromen. Met name voor inwoners op de hogere treden is begeleiding richting werk haalbaar. Voor inwoners op lagere treden is tredestijging het doel. Onderstaand, in figuur 13, is de verdeling op de participatieladder weergegeven. Tussen haakjes staat de stand van het vorige kwartaal. Hieruit is overigens nog niet de precieze stijging en daling af te lezen omdat de inwoners die nieuw in de bijstand zijn ingestroomd, ook zijn ingedeeld op de participatieladder. Daarnaast verdwijnen de cliënten die uitstromen ook van de participatieladder. Vanaf 2021 werken we met een systeem waarbij we de ontwikkeling van de huidige groep bijstandscliënten loskoppelen van de nieuwe instroom.

Figuur 13 Verdeling treden participatieladder

18 van 30

4.5. Doelstellingen Participatieplan 2020 In het participatieplan 2020 zijn verschillende doelstellingen vastgelegd rond uitstroom en doorstroom van inwoners met een bijstandsuitkering. Onderstaand is de realisatie van deze doelstellingen weergegeven. Bij ‘uitstroom volledig’ betreft het alleen uitstroom als gevolg van werk, studie of handhaving. De doelstellingen voor 2020 zijn allen behaald. Naast inzet van de consulenten en arbeidsmakelaar van de gemeente, heeft de inzet van Puttense ondernemers en het sociaal werkbedrijf Inclusief Groep hieraan bijgedragen. De doelstellingen voor 2021 en nadere toelichting op de activiteiten worden opgenomen in het Participatieplan 2021. Overigens wijkt het genoemde realisatiecijfer af van hetgeen staat weergegeven in figuur 11. Dit heeft te maken met het feit dat bepaalde uitstroom al heeft plaatsgevonden maar nog niet administratief is verwerkt. Bij parttime plaatsingen gaat het om mensen die wel een betaalde baan vinden maar nog niet voldoende verdienen om volledig uit te stromen uit te bijstand. Wel resulteert dit in een lagere uitkering omdat de uitkering het loon aanvult tot bijstandsniveau.

Figuur 14 Doelstellingen Participatieplan 2020

19 van 30

4.6. Financiën Participatiewet In figuur 15 zijn de financiën van de Participatiewet weergegeven. In totaal is er sprake van een overschot van € 389.000 ten opzichte van de begroting. Op het onderdeel ‘loonkostensubsidies’ zijn de kosten hoger dan begroot en ook aanzienlijk hoger dan in 2019. Deze subsidies kunnen er echter voor zorgen dat inwoners met een bijstandsuitkering toch bij een werkgever aan de slag kunnen. De loonkostensubsidies dragen daarmee bij aan het (positieve) resultaat op het onderdeel ‘uitkeringen PW’.

Figuur 15 Financiën Participatiewet

4.7. Tozo De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. In figuur 16 zijn de aantallen aanvragen voor levensonderhoud en bedrijfskrediet voor Tozo in Putten weergegeven. Er is een sterke daling waar te nemen tussen Tozo 1 (1 maart tot en met 31 mei) en Tozo 2 (1 juni tot en met 31 augustus). Dit heeft waarschijnlijk met twee zaken te maken. Ten eerste waren ten tijde van Tozo 2 verschillende maatregelen weer versoepeld. Zo kwamen er meer mogelijkheden voor ondernemers om toch zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien in die periode. Ten tweede werd bij Tozo 2 ook het inkomen van de partner meegerekend bij aanvragen voor levensonderhoud terwijl dit bij Tozo 1 niet het geval was. Vanaf 1 oktober is Tozo 3 van toepassing. De verwachting was dat hierbij een vermogenstoets geïntroduceerd zou worden door het Rijk. Maar, vanwege de nieuwe maatregelen heeft de regering hier uiteindelijk toch vanaf gezien. Dat betekent dat de voorwaarden voor Tozo 3 20 van 30

grotendeels gelijk zijn aan de voorwaarden voor Tozo 2. Dat valt ook terug te zien in het aantal aanvragen dat niet veel verschilt.

Figuur 16 TOZO

Faillissementen In 2020 was er volgens onze gegevens in totaal sprake van 1 faillissement bij een Puttense ondernemer. Deze ondernemer verwacht in 2021 een doorstart te maken. Wel duurt een procedure tot een faillissement vaak meerdere maanden waardoor de problemen van ondernemers pas laat zichtbaar worden in het officiële aantal faillissementen. Daarom houden we ook via onze bedrijfscontactfunctionaris en arbeidsmakelaar nauw contact met de Puttense bedrijven. Maar, ook via deze contacten hebben we nog geen andere berichten gekregen van Puttense ondernemers die omvallen. Wel hebben de ondernemers het zeer zwaar als gevolg van de coronacrisis en hebben sommige ondernemingen moeite om het hoofd boven water te houden. Puttense ondernemers ondersteunen elkaar Puttense ondernemers weten elkaar in deze tijd te vinden, onder meer via de lokale bedrijvenkring. Door onderling bijvoorbeeld elkaars personeel in te zetten, dragen de onderlinge verbindingen bij aan het overeind blijven van de bedrijven. Financiën Tozo In onderstaande tabel zijn de totaal verstrekte bedragen voor Tozo in 2020 weergegeven. Onder ‘ontvangsten’

staan

de

terugbetalingen

vanwege

onterecht

verstrekte

uitkering

(levensonderhoud) en aflossingen (bedrijfskrediet). Het Rijk vergoedt de gemeente voor de kosten van de correct verstrekte Tozo uitkeringen en de uitvoeringskosten die hiervoor gemaakt zijn. Hiervoor hebben we momenteel al voorschotten ontvangen. Als na afloop van de Tozo uitvoering blijkt dat deze voorschotten te hoog waren, zullen we dat gedeelte moeten terugbetalen. Voor de uitvoeringskosten geldt dat het op vaste bedragen per beschikking gaat. Dat onderdeel zal dus niet terugbetaald hoeven te worden. De TOZO is zo opgezet dat er bij aanvang weinig cijfers aangetoond hoefden te worden door de aanvragers. Dit om de snelheid van deze uitkering te waarborgen. Er is bij deze aanvragen uitgegaan van verklaringen van de ondernemers. Het Rijk vraagt de gemeenten wel om nu deze 21 van 30

verklaringen te toetsen om zo te borgen dat deze gemeenschapsgelden correct zijn verstrekt. Daarom zijn wij momenteel bezig met de controle van de Tozo dossiers.

22 van 30

5. Schulddienstverlening Schulddienstverleningstrajecten worden door Westerbeek uitgevoerd. Zoals te zien in figuur 17 waren er eind 2020 39 inwoners die een lopend dossier hadden bij Westerbeek voor schulddienstverlening. Het aantal dossiers is iets afgenomen gedurende het jaar. In 2019 zijn er 21 aanmeldingen bij Westerbeek geweest voor schulddienstverlening. Door de Corona maatregelen was het dit jaar niet altijd mogelijk om zonder afspraak binnen te lopen in Stroud voor hulp van een maatschappelijk werker van Stimenz of vrijwilligers van Humanitas van het Financieel Café. Het maatschappelijk werk kan bij problematische schulden toegang geven naar een schulddienstverleningstraject van Westerbeek. Ondanks dat zijn er ongeveer evenveel mensen die de toegang voor schulddienstverlening hebben kunnen vinden ten opzicht van vorig jaar. In 2020 zijn er 20 aanmeldingen geweest.

Figuur 17 Schulddienstverlening

23 van 30

6. Bezwaren Gedurende het jaar 2020 zijn er 17 bezwaren ingediend, zeven binnen de Participatie-wet, drie binnen de Wmo en zeven binnen de Jeugdwet. Twee daarvan zijn ongegrond verklaard. Zes bezwaren zijn ingetrokken en twee bezwaren niet ontvankelijk. Er staan op dit moment nog zeven bezwaren open, drie bij de Participatiewet en vier bij Jeugd. Er zijn geen klachten ingediend bij de Ombudsman.

Figuur 18 Bezwaren

24 van 30

7. Meerjarenplan Samenleving De ontwikkelingen van het Meerjarenplan dragen bij aan de kostenbeheersing in het sociaal domein. In dit hoofdstuk is een update van de ontwikkelingen in het Meerjarenplan opgenomen. In paragraaf 7.1 vindt u de doelen als opgenomen in het Meerjarenplan. In de overige paragrafen wordt verwezen naar deze doelen. De raad wordt via voorstellen en raadsinformatiebrieven ook los meegenomen in de afzonderlijke projecten die een uitwerking zijn van het Meerjarenplan.

7.1. Hoofddoelen en subdoelen In het Meerjarenplan Samenleving zijn de volgende hoofddoelen opgenomen: 1: Inwoners doen mee in een inclusieve samenleving. 2: Problemen zoveel mogelijk voorkomen of laagdrempelig oplossen. 3: Ondersteuning die aansluit bij eigen kracht van inwoners en hun omgeving. 4: Inwoners een vangnet bieden. Daarnaast zijn de volgende subdoelen opgenomen: Bij hoofddoel 1: a. Inwoners leven en doen mee vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid. b. Inwoners zetten zich in voor elkaar. c.

Putten is een vitale en sociale gemeenschap.

Bij hoofddoel 2: a. Inwoners leven in een gezonde leefomgeving en hebben een gezonde leefstijl. b. Vragen worden in eigen netwerk of met lichte ondersteuning opgelost. c.

Maatschappelijke en financiële zorgen worden in een vroeg stadium gesignaleerd en aangepakt.

d. Er is inwonerondersteuning voor wie dat nodig heeft. Inwoners worden geholpen bij het vinden van de juiste ondersteuning, informatie en advies en bij het maken van een eigen plan. Bij hoofddoel 3: a. Gezinnen / inwoners staan centraal en voeren regie over eigen leven. b. Inwoners zijn, met ondersteuning, zo zelfredzaam als mogelijk in het dagelijks leven. c.

Gezinnen / inwoners beschikken over een integraal ondersteuningsplan.

Bij hoofddoel 4: a. Ondersteuning zoveel mogelijk in eigen leefomgeving. b. Kinderen groeien veilig op. c.

Inwoners in onveilige situatie krijgen bescherming en ondersteuning.

d. Inwoners die zelf geen regie kunnen voeren krijgen integrale ondersteuning.

25 van 30

7.2. Vrijwilligersbeleid Voor het meedoen van inwoners is vrijwilligerswerk een belangrijk pijler. Daarnaast zorgt vrijwilligerswerk voor een sterk sociale basis in een gemeenschap. Dit sluit aan bij de doelstelling van het Meerjarenplan dat inwoners zich inzetten voor elkaar (subdoel 1b) en zo een vitale en sociale gemeenschap vormen (subdoel 1c). Om vrijwilligerswerk in Putten verder te versterken, stellen we in 2021 een vrijwilligersbeleid op. Hiervoor gaan we in gesprek met zowel vrijwilligers zelf als vrijwilligersorganisaties.

7.3. Preventief Jeugdbeleid Het Preventief Jeugdbeleid sluit met name aan bij hoofddoelen 2 (subdoel 2b) en 3 (subdoel 3b en c) van het Meerjarenplan. Onafhankelijke Inwonerondersteuning Jeugd is één van de uitgangspunten van het Preventief Jeugdbeleid. Dit is verankerd in de afspraken met onze contract- en subsidiepartners. Zoals Jeugd-Punt, JongPutten, Stimenz en Welzijn Putten. Maar jongeren bewegen zich op meerdere leefgebieden. Dit betekent ook dat onze partners met een tal

van

andere

maatschappelijke

organisaties

samenwerken,

zoals

politie,

scholen,

jeugdhulpverlening, gemeente maar ook sportverenigingen en kerken. Er is in 2020 geïnvesteerd in deze samenwerking en de verbindingen. Voorbeelden hiervan zijn de samenwerking tussen het onderwijs en jeugdhulp binnen het Puttens Expertise Team (PET). En de uitbreiding van de pilot SOH-jGGZ in Gezondheidscentrum Da Costa waar er geïnvesteerd is op de doorontwikkeling van de samenwerking met de huisartsen. Maar ook de samenwerking tussen de contract- en subsidiepartners om tot een gezamenlijk trainingsaanbod te kunnen komen is hiervan een voorbeeld. De Scenario's Grip op Jeugdhulp zijn in 2020 doorgevoerd. U bent per kwartaal geïnformeerd over de voortgang en de stand van zaken van de scenario’s.

7.4. Brede Toegang In 2020 zijn we gestart met de pilot Brede Toegang. Een pilotgroep van consulenten van verschillende wetten (Wmo, Participatiewet en Jeugdwet) ging hierbij de multi-domein casussen oppakken. Zij deden dit volgens het principe 1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt. De pilot heeft waardevolle informatie opgeleverd voor de doorontwikkeling van de Brede Toegang. Op basis van de evaluatie van de pilot hebben we de werkwijze verder aangescherpt en de Brede Toegang tot vaste werkwijze gemaakt. In 2021 ontwikkelen we de Brede Toegang verder door. We doen dit onder meer door de begeleiding van onze consulenten te intensiveren. Daarnaast zoeken we in 2021 nog meer de verbinding met inwoners en maatschappelijk partners. Inwoners krijgen mogelijkheden om hun eigen dossier in te zien. Om de samenwerking met de maatschappelijk partners te verbeteren, onderzoeken we of de informatie-uitwisseling tussen de consulenten van de toegang en de maatschappelijk partners (binnen de grenzen van de AVG) uitgebreid en versterkt kan worden. Dit past bij hoofddoel 3.

26 van 30

7.5. Sociaal Vangnet Overleg Het Sociaal Vangnet Overleg (SVO) overlegt eens per zes weken. De betrokken partijen willen op de huidige kleine schaal doorgaan. Andere partijen sluiten incidenteel aan. Denk hierbij aan Veilig Thuis. Als casussen niet kunnen wachten op het SVO wordt er op korte termijn een overleg gepland. We noemen dit dan een Multi Disciplinair Overleg. Hierbij sluiten vaak andere betrokken partijen aan zoals zorgaanbieders. Zodat een breed gedragen ondersteuningsplan samen met de inwoner kan worden opgesteld. Dit past bij subdoel 4d.

7.6. Monitoring We hebben in 2020 de monitoring voor de Wmo en Participatiewet toegevoegd. Vanaf Q3 is de verslaglegging van alle drie de domeinen aan de Commissie Samenleving gepresenteerd. Op basis van de feedback uit de Commissie zijn verschillende verbeteringen in de verslaglegging doorgevoerd. In 2021 ontwikkelen we de verslaglegging rond de monitor sociaal domein verder. Daarnaast starten we met het ontwikkelen van een beleidsmonitor. Hiermee gaan we indicatoren meten die iets vertellen over de subdoelen die in het Meerjarenplan geformuleerd zijn. Het opstellen van de beleidsmonitor draagt in zichzelf niet bij aan een van de subdoelen maar is wel opgenomen in het Meerjarenplan. De beleidsmonitor moet ervoor gaan zorgen dat we ons beleid kunnen opstellen aan de hand van de ontwikkelingen die we in de cijfers terugzien en dat we de effecten van onze beleidsinterventies kunnen monitoren. Ten slotte geeft de beleidsmonitor een indicatie van de ontwikkeling op de verschillende hoofd- en subdoelen uit het Meerjarenplan.

27 van 30

8. Taakstelling en reserve Sociaal Domein U heeft in de Koersnota een aantal maatregelen rondom Jeugd en Wmo vastgesteld. Naar verwachting worden de doelstellingen gerealiseerd zonder dat dit ten kosten is gegaan van de ondersteuning aan de inwoners.

8.1. Taakstelling Grip op Jeugd De taakstelling Grip op Jeugd voor 2020 is vastgesteld op € 653.000. Deze taakstelling is inmiddels gerealiseerd, de realisatie bedraagt € 727.000. Dit is voornamelijk gerealiseerd door bedrijfsvoering van jeugdhulp in eigen beheer te doen. Daarnaast is er onderscheid gemaakt tussen het indiceren van jeugdhulp en het bieden van jeugdhulp. De toegang Jeugd wordt sinds 1 januari 2020 uitgevoerd door jeugdconsulenten van de gemeente. Vanaf 1 juli 2020 wordt de ambulante begeleiding uitgevoerd door VanMontfoort Uitvoering. Daarnaast hebben we gelden geïnd die verband houden met het woonplaatsbeginsel.

Figuur 19 Taakstelling Grip op Jeugd

28 van 30

8.2. Taakstelling Grip op Wmo De taakstelling Grip op Wmo voor 2020 is vastgesteld op € 378.000. De realisatie bedraagt naar verwachting € 343.000. De effecten van de maatregel ‘Chronisch zieken – 130% bijstandsnorm’ zijn groter dan begroot. De besparing op huishoudelijke hulp kan niet volledig worden gerealiseerd vanwege de aangenomen motie ‘Verschil in interpretatie’ in de raadsbehandeling op 28 mei 2020. Door uitvoering te geven aan deze motie is de besparing op huishoudelijke hulp lager dan begroot. De besparing op begeleiding – 6 dagdelen is behaald.

Figuur 20 Taakstelling Grip op Wmo

29 van 30

8.3. Taakstelling Sociaal Domein In onderstaande tabel is de totale bezuinigingstaakstelling Sociaal domein opgenomen. Bezuinigingstaakstelling Sociaal Domein

2019

2020

2021

2022

2023

2024

225

653

1.081

1.081

1.081

1.081

Realisatie

376

727

768

768

768

768

Resterende taakstelling Grip op Jeugd

-151

-74

313

313

313

313

Taakstelling Grip op Wmo

213

378

544

594

594

594

Realisatie

261

343

382

443

497

543

Resterende taakstelling Grip op Wm o

-48

35

162

151

97

51

Totaal taakstelling

438

1.031

1.625

1.675

1.675

1.675

Totaal realisatie (2019 w erkelijk en vanaf 2020 verw achting)

637

1.070

1.150

1.211

1.265

1.311

Totaal resterende taakstelling

-199

39-

475

464

410

364

Taakstelling Grip op Jeugd

Bedragen * € 1.000

Figuur 21 Taakstelling Sociaal Domein

8.4. Reserve Sociaal Domein Op basis van de voorlopige cijfers 2020 voor Jeugd, Wmo en Participatiewet en de resultaten van Grip op Jeugd en Wmo verwachten we bij de jaarrekening 2020 een bedrag van in totaal € 565.000 te storten in de reserve Sociaal domein. Dit bedrag is de optelsom van het voorlopig resultaat en restant taakstelling voor jeugd, WMO en participatiewet minus de mutaties die bij aanvang van de begroting/kadernota al zijn opgenomen.

Figuur 22 Reserve Sociaal Domein

30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9930165/1