CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kwartaalrapportage Sociaal Domein Q3 2021

Commissie Samenleving 7 december 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Bespreeknotitie Q3 2021 sociaal domein5.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sociaal Domein Kwartaalrapportage Q 3 2021 2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................... 3

2.

Jeugdwet ................................................................................................................................. 4

3.

4.

5.

2.1.

Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten ........................................................... 4

2.2.

Aantal indicaties en unieke cliënten ............................................................................... 5

2.3.

Instroom en uitstroom ..................................................................................................... 5

2.4.

Verwijzers ....................................................................................................................... 6

2.5.

Woonplaatsbeginsel ....................................................................................................... 7

2.6.

Afschalen jeugd GGZ ..................................................................................................... 8

2.7.

Inzet corona steunpakketten .......................................................................................... 8

2.8.

Financiën ...................................................................................................................... 10

Wmo ...................................................................................................................................... 12 3.1.

Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten ............................................................................. 12

3.2.

Afgegeven indicaties en unieke cliënten ...................................................................... 12

3.3.

Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum ....................................................... 13

3.4.

Instroom en uitstroom ................................................................................................... 14

3.5.

Financiën ...................................................................................................................... 16

Participatiewet ....................................................................................................................... 17 4.1.

Instroom in de uitkering ................................................................................................ 17

4.2.

Uitstroom uit de uitkering .............................................................................................. 18

4.3.

Verloop uitkeringsbestand ............................................................................................ 19

4.4.

Verdeling treden participatieladder............................................................................... 20

4.5.

Doelstellingen Participatieplan 2021 ............................................................................ 21

4.6.

Financiën Participatiewet ............................................................................................. 22

4.7.

Tozo .............................................................................................................................. 23

4.8.

TONK ............................................................................................................................ 24

Schulddienstverlening ........................................................................................................... 25 5.1.

Vroegsignalering........................................................................................................... 25

6.

Bezwaren .............................................................................................................................. 27

7.

Taakstelling en reserve Sociaal Domein .............................................................................. 28 7.1.

Taakstelling Grip op Jeugd ........................................................................................... 28

7.2.

Taakstelling Grip op Wmo ............................................................................................ 29

7.3.

Taakstelling Sociaal Domein ........................................................................................ 29

7.4.

Reserve Sociaal Domein .............................................................................................. 30

2 van 30

1. Inleiding In deze rapportage bieden wij u de stand van zaken aan betreffende het 3e kwartaal van 2021 voor de drie domeinen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet.

Het doel van de kwartaalrapportage Sociaal Domein is inzicht te geven in de cijfers van de uitvoering van bovengenoemde wetten. Specifiek geven we hierbij aandacht aan de financiële doelstellingen die zijn opgenomen in ‘Grip op’ en het Participatieplan. We proberen de resultaten binnen het sociaal domein te verbeteren via de concrete acties die vaak een direct effect hebben op deze resultaten en de kosten binnen het sociaal domein. In algemene zin kan worden aangegeven dat we inmiddels voor wat betreft de aantallen weer terug zijn op het niveau van voor de coronacrisis.

3 van 30

2. Jeugdwet 2.1. Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten Het aantal indicatiebesluiten en het aantal unieke cliënten sinds het eerste kwartaal van 2020 is weergegeven in figuur 1. Zowel jeugdhulp via Persoonsgebonden Budget als Zorg in Natura is hierin meegenomen. Waarbij het totaal aantal PGB’s eind Q3 totaal 6 cliënten betrof. De peildatum is steeds de laatste dag van het kwartaal.

Unieke cliënten

Indicatiebesluiten

300

282 266

250

234

234 221

211 200

193 164

172

175

Q2-2021

Q3-2021

150

100

50

0 Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Figuur 1 - Unieke cliënten en indicatiebesluiten

We zien in het derde kwartaal een status quo ten opzichte van het tweede kwartaal 2021 wat betreft het aantal cliënten en een lichte stijging van de indicaties. Als we dit kwartaal vergelijken met vorig jaar zien we zowel bij het aantal cliënten als indicaties een sterke daling.

4 van 30

2.2. Aantal indicaties en unieke cliënten In figuur 2 ziet u een overzicht van het totaal aantal unieke cliënten en lopende indicaties. Het aantal cliënten blijft vrijwel gelijk. Wel zien wij een daling in het aantal indicaties per client. Unieke cliënten

Indicaties

700

659

634

621

619

571

600 500 426

428

438

435

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

394 400 300 200 100 0 Q3-2020

Q4-2020

Figuur 2 - Totaal aantal cliënten en indicaties

2.3. Instroom en uitstroom In het derde kwartaal zijn er 55 kinderen in de 2e lijn uitgestroomd. Hierin zijn alleen kinderen meegeteld waarbij na afronding van een 2e lijns voorziening geen enkele voorziening in de 2e lijn meer open stond. Kinderen waarbij dus één voorziening gestopt is, maar waarbij één of meerdere andere voorzieningen doorliepen zijn niet meegeteld.

Hier tegenover stond dit kwartaal een instroom van 52 kinderen. Hierdoor zien we een afname van het aantal unieke cliënten van 438 naar 435. Van de 52 kinderen die zijn ingestroomd waren er 9 kinderen die al eerder in de jeugdhulp via de gemeente hadden gezeten.

5 van 30

2.4. Verwijzers In deze paragraaf ziet u het aantal afgegeven indicaties per verwijzer.

105

104

106

120

106

2.4.1 Aantallen per verwijzer

5 7

14

16 11

28 14 13

21 24 3

5 2

5 3

1

9

20

10

14

26

40

24

36

48

52

54

60

68 68

80

69 66

85

100

0

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

Figuur 3 - Aantal verwijzingen per verwijzer

Bij de verwijzers Gemeente en Huisarts is te zien dat in Q3 het aantal afgegeven indicaties gelijk gebleven is ten opzichte van Q2.

6 van 30

2.4.2 Verwijzingen per voorziening

Jeugd-ggz

9

58

7

Jeugdhulp ambulant

31

2

16

20 2

76 3

Jeugdbescherming Jeugdhulp crisis

7 27

59 27

4

4

Jeugdreclassering

1

Kindergeneeskunde

Totaal

7

RID

2

RvdK/Rechter

GI

11

Jeugdarts

Huisarts

Dagbehandeling

Medisch specialist

Gemeente

In figuur 4 is te zien naar welke voorzieningen er per verwijzer in dit kwartaal is verwezen.

1

4

4

Landelijk ingekocht

-

Maatwerkarrangementen

1

4

5

Persoonlijke verzorging

1

1

Verblijf (excl. beh)

3

8

11

Verblijf (incl. beh)

4

9

13

Vervoerdiensten

5

1

6

Totaal

68

66

48

3

3

28

11

227

Figuur 4 - Verwijzingen per voorziening

2.5. Woonplaatsbeginsel In het derde kwartaal is verdere uitvoering gegeven aan de implementatie van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Maandelijks wordt een update gegeven aan het bestand met kinderen dat op basis van de wetswijziging per 1 januari 2022 niet meer of juist vanaf dat moment wel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Putten valt. Omdat gemeenten tot januari de tijd hebben het bestand bij te werken, is het op dit moment nog niet mogelijk hierbij aantallen te noemen.

7 van 30

2.6. Afschalen jeugd GGZ Landelijk is een stijging zichtbaar in het aantal kinderen in de jeugd GGZ. Te zien is dat trajecten intensiever worden. De gemiddelde inzet wordt zwaarder, er is vaker behoefte specialistische inzet, en trajecten duren gemiddeld langer. De gemeente Putten zet in op het terugdringen van de looptijden in de GGZ en het afschalen van GGZ zorg waar dit mogelijk is. Dit vraagt een goede monitoring. Deze monitoring vindt plaats op cliënt niveau door de jeugdconsulenten, maar ook op verwijzer-, aanbieder- en productniveau. Op deze manier willen we in beeld krijgen welke kinderen bij de jeugd GGZ terecht komen, wat de hulpvraag is en of de ingezette hulp passend is. Met verwijzers (o.a. huisartsen) en aanbieders kijken we welke kansen er zijn om kinderen en gezinnen in een vroegtijdig stadium anders te ondersteunen vanuit bijvoorbeeld onderwijs en/of welzijn.

De inzet van de POH Jeugd GGZ is hierin een preventieve maatregel om onnodige verwijzingen naar geïndiceerde Jeugd GGZ te voorkomen. De POH Jeugd GGZ draagt zorg voor een zorgvuldige triage en kortdurende behandeling bij de huisartsen. De inzet van de POH Jeugd GGZ is ook één van de landelijke aanbevelingen om te komen tot een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel.

2.7. Inzet corona steunpakketten Corona heeft ook grote impact op het sociaal en mentaal welzijn van mensen. Op langere termijn is werken aan herstel nodig en daar werken we met vereende krachten aan. Maar ook op kortere termijn moeten we de gevolgen van corona zien te dempen en structurele schade zo veel mogelijk proberen te voorkomen. De gemeente Putten heeft daarom een plan opgesteld om een deel van de door het kabinet beschikbare ‘corona’ gelden integraal in te zetten.

Voorkomen is daarbij beter dan genezen, en daarom blijven we tegelijkertijd zoeken naar extra mogelijkheden binnen de bestaande afspraken met onze maatschappelijke partners. Met als doel om het aanbod zo vorm te geven dat de Puttense inwoner niet tot beperkte gevolgen van corona ervaart.

Het kabinet heeft in kader van de coronacrisis diverse pakketten beschikbaar gesteld wat zich richt op het sociaal en mentaal welzijn, maar ook op leefstijl. De pakketten die vanuit het Rijk beschikbaar zijn gesteld zijn: Maatschappelijk steunpakket en het compensatiepakket ‘perspectief Jeugd en Jongeren’. •

Maatschappelijk steunpakket: heeft als doel om op korte termijn de impact van beperkende maatregelen te dempen en de structurele schade proberen te voorkomen op maatschappelijk vlak. Het maatschappelijk steunpakket bestaat uit de volgende 3 actielijnen. 1. Intensivering initiatieven welzijn voor de jeugd 8 van 30

2. Intensivering initiatieven welzijn kwetsbare groepen 3. Intensivering initiatieven gezonde levensstijl. •

Compensatiepakket ‘perspectief Jeugd en Jongeren’: Deze compensatie is beschikbaar gesteld om gemeenten in staat te stellen hun dienstverlening aan inwoners te continueren. En dan in dit specifieke geval de Jeugd en Jongeren blijvend perspectief te bieden.

De coronacrisis legt nog eens duidelijker bloot dat enkele maatschappelijke problemen omvangrijk en ingewikkeld zijn. De gevolgen zijn divers en we hebben dan ook te maken met diverse doelgroepen. Het belang van een integrale aanpak is hiermee alleen maar toegenomen. Om dit te bereiken hebben wij onze partners en inwoners dan ook hard nodig. Bij de uitwerking van diverse actiepunten zullen wij dan ook nadrukkelijk onze partners en inwoners (zoals bijvoorbeeld jongeren) blijven betrekken. Wel is het goed ons te realiseren dat er ook al veel in uitvoering is. Daarnaast

krijgen

enkele

maatschappelijke

opgaven

een

nadrukkelijke

doorontwikkeling van de opdracht van de toekomstige brede welzijnsinstelling.

9 van 30

plek

in

de

2.8. Financiën Na aanpassing van de budgetten in de 8-maandsrapportage 2021 is de verwachting dat de kosten voor jeugd nu conform de begroting zullen zijn. De kosten voor ZIN kunnen echter nog afwijken van de prognose omdat aanbieders nog vijf jaar na dato kunnen factureren. Overigens verwachten we geen uitgaven meer van voorgaande jaren, maar over 2021 is na facturering over voorgaande maanden niet uitzonderlijk.

Prognose Q4

Prognose totaal

Afwijking 2021

Regionaal

186

12

174

186

-

Jeugdbeleid en inkoop

56

-

56

56

-

Beschermingstafel

12

-

-

12

-

Overig

118

-

118

118

-

Lokaal

6.539

4.921

1.618

6.538

-

ZIN

5.989

4.539

1.450

5.989

-

Toegang

212

106

106

212

-

PGB

35

25

10

35

-

Veilig Thuis

96

96

-

96

-

Overig

207

155

52

207

-

Lokaal – oud

557

517

40

557

-

Icare

399

399

-

399

-

Jeugdpunt

150

112

38

150

-

Overig

8

6

2

8

-

7.282

5.450

1.832

7.282

-

Totaal Jeugd (excl. Loonkosten)

Stand Q3

Bedragen * € 1.000

Begroting 2021

(per 30-09-2021)

Begroting Jeugd 2021

Figuur 5 - Begroting Jeugd 2021

De uitgaven voor Jeugd worden sinds 2019 geraamd op basis van de uitgaven van voorgaande jaren en niet meer op basis van het Rijksbudget. De middelen die we ontvangen voor Jeugd zijn opgenomen in de Algemene Uitkering, de hoogte van deze middelen is voor 2021 in totaal (voor oude en nieuwe taken) € 7.360.000. Dit is inclusief de extra bijdrage van € 610.000 voor de aanpak problematiek jeugdzorg.

In april 2021 werd bekend gemaakt dat het kabinet voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar stelt voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Het bedrag van € 613 miljoen 10 van 30

voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. In de meicirculaire 2021 is € 438 miljoen verwerkt. Voor Putten is dit een bijdrage van € 545.500 en dit is in de 8-maandsrapportage 2021 verwerkt. Bij de septembercirculaire ontving Putten nog een aanvullend bedrag van € 64.000. Deze twee bedragen zijn niet verwerkt in figuur 5.

Voor 2022 heeft het kabinet € 1.314 miljard extra middelen beschikbaar gesteld. Dit komt bovenop de eerder genoemde € 300 miljoen. Gemeenten committeren zich met deze extra middelen aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren. Met deze combinatie van middelen en maatregelen wordt recht gedaan aan de uitspraak van de Commissie van Wijzen. In het vierde kwartaal van 2021 zal de gemeente Putten de set aan maatregelen naast de lokale Scenario’s en Taakstelling Grip op Jeugdhulp leggen om te kijken hoe deze maatregelen zich hiertoe verhouden.

11 van 30

3. Wmo 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Tot 31 januari 2021 kon er nog een tegemoetkoming hoge zorgkosten worden aangevraagd voor 2020. Vanaf 1 maart 2021 geldt de aanvraag voor het kalenderjaar 2021. Inwoners kunnen tot 31 december 2021 aanvragen indienen voor 2021. Deze regeling wordt in het vierde kwartaal extra onder de aandacht gebracht bij de inwoners. Hieronder een overzicht van de aanvragen en de besluiten daarop.

Aanvraagjaar 2020

Aanvraagjaar 2021

Toekenning

331

270

Afwijzing

56

13

Buiten behandeling

5

3

Ingetrokken

2

1

Totaal

394

287

Figuur 6 - Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten 2020 & 2021

3.2. Afgegeven indicaties en unieke cliënten In totaal zijn er 193 Wmo indicaties gestart bij 158 cliënten. Zoals te zien in figuur 7 zitten we weer op het niveau voor de uitbraak van Corona. Unieke cliënten

Indicatiebesluiten

300 264 250

227 193

187

200

159 150

193

179 158

143

142

100 50 0 Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Figuur 7 - Afgegeven indicaties

12 van 30

Q2-2021

Q3-2021

3.3. Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum Zoals te zien in figuur 8 is het aantal unieke cliënten in Q3 2021 in totaal 1050. Dit aantal is gedurende het jaar ongeveer gelijk gebleven maar nu zien we een lichte daling. Het aantal unieke voorzieningen in Q3 is 1.740. Sommige cliënten hebben meerdere voorzieningen. Unieke cliënten 2000

1775

1774

1800

Indicaties 1759

1752

1740

1600 1400 1200

1063

1069

1071

1071

1050

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

1000 800 600 400 200 0

Figuur 8 - Unieke cliënten en indicaties totaal

In onderstaande figuur zien we dat het aantal unieke cliënten per voorziening licht daalt. Oorzaak ligt hierin in natuurlijk verloop en inzet van voorliggende voorzieningen.

479

488

486

488

500

485

600

549

Q3-2021 534

Q2-2021

549

Q1-2021

571

Q4-2020

557

Q3-2020

400

199

197

209

206

207

300

Figuur 9 - Unieke cliënten totaal

13 van 30

44

43

41

42

0

41

60

58

59

54

56

119

118

116

115

100

107

200

3.4. Instroom en uitstroom 3.4.1 In- en uitstroom op cliëntniveau Bij de instroom en uitstroom wordt een onderscheid gemaakt op cliëntniveau en op productniveau. In het derde kwartaal zijn er 176 Wmo-voorzieningen opgestart voor 153 cliënten. De aantallen lijken terug te zijn op het niveau van voor Corona. Er zijn 217 voorzieningen beëindigd voor 171 unieke cliënten.

3.4.2 Instroom op productniveau In figuur 12 is de instroom op productniveau weergegeven. Begeleiding, bevat zowel begeleiding individueel als begeleiding groep (dagbesteding). Vervoersvoorzieningen bevat collectief vervoer, maar bijvoorbeeld ook een scootmobiel. Onder woonvoorziening, vallen voorzieningen zoals een tillift of douchestoel.

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

98

120

60

66

74

75

57

80

66

72 70

81

90

100

1

0

Figuur 10 - Instroom productniveau

14 van 30

17 20

10 11 12 8 7

7 8

10

15 21 12

20

24 24

40

3.4.3 Uitstroom op productniveau In figuur 13 is de uitstroom op productniveau weergegeven. De grootste uitstroom vindt hier plaats bij huishoudelijke hulp en begeleiding. Dit komt doordat deze voorzieningen ook het grootste deel van het Wmo-bestand omvatten en omdat in beide gevallen een indicatie wordt afgegeven voor een bepaalde periode. De uitstroom is op alle groepen hoger dan de instroom. Ook hier zie je het effect van de WLZ. Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

91 75

74 70

65

73

80

74

83

100

96

97

120

29 34 26 28 29

60

1 1

7

11 11

11 14

12 9

20

22 16 18

40

0

Figuur 11 - Uitstroom productniveau

15 van 30

3.5. Financiën Op basis van de huidige uitgaven voor Wmo maatwerkvoorzieningen verwachten we een aantal afwijkingen ten opzichte van de begroting. Bij de 8-maandsrapportage 2021 zijn de posten voor begeleiding, rolstoelen en tegemoetkoming hoge zorgkosten naar beneden bijgesteld voor €275.000. De kosten voor woonvoorzieningen zijn met €170.000 verhoogd i.v.m. vijf grote woningaanpassingen. De afwijking was in Q2 nog begroot op €270.000, de verwachting nu is dat de afwijking ruim €400.000 extra bedraagt. De toename van de afwijking wordt onder meer veroorzaakt door een grote woningaanpassing van €80.000 die was toegekend niet is uitgevoerd omdat de client is overleden. Ook de uitgaven voor huishoudelijke hulp blijken nog lager dan de eerdere verwachting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitstroom naar voorliggende voorzieningen en natuurlijk verloop.

Begroting 2021

Stand Q3

Prognose Q4

Prognose totaal

Afwijking 2021

Begroting Wmo 2021 – Maatwerkvoorzieningen

Vervoersvoorzieningen

200

121

60

181

19

Taxivervoer

278

170

80

250

28

Rolstoelen

232

145

55

200

32

Woonvoorzieningen

432

209

101

310

122

Hulp bij het huishouden

1.922

1.272

450

1.722

200

Begeleiding/Kort durend verblijf

917

687

210

897

20

Tegemoetk. hoge zorgkosten

70

53

17

70

0

Schulddienstverlening

109

46

63

109

-

Eigen bijdrage

-130

-96

-34

-130

-

Totaal

4.030

2.607

1.002

3.609

421

Bedragen * € 1.000

Figuur 42 - Begroting Wmo 2021

16 van 30

4. Participatiewet 4.1. Instroom in de uitkering In figuur 15 is de instroom in de uitkering weergegeven. De instroom in Q3 is vergeleken met Q2 en ook de vorige kwartalen aanzienlijk minder. Dit wordt onder meer veroorzaakt door minder instroom vanuit werk en verhuizing.

Wat ook meespeelt is dat er in Q3 minder statushouders (‘Asielstatushouders/gedoogden’) zijn geplaatst dan vorig kwartaal. Statushouders belanden meestal direct in de bijstand omdat ze nog geen werk hebben als ze in Putten gehuisvest worden. De plaatsing van statushouders kan per kwartaal verschillen. Dit is afhankelijk van de vraagstelling vanuit het COA enerzijds en de beschikbaarheid van woningen anderzijds. Vanuit de provincie geldt een jaarlijkse taakstelling voor het aantal te plaatsen statushouders. De totale taakstelling voor 2021 hebben we inmiddels behaald (inclusief een aantal plaatsingen in Q4).

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

16

20

18

19

21

25

15

0

Figuur 13 - Instroom in de uitkering

17 van 30

1 1

2 1

1 1

2 1 1

1

1

2

3

4

4 1

2

3

4 1

1

1

1

1

2

3

5

4

5

4

5

6

6 6

8

10

4.2. Uitstroom uit de uitkering Figuur 16 geeft de uitstroom uit de uitkering weer. De uitstroomredenen waar we als gemeente zelf een actieve bijdrage aan leveren (uitstroom naar onderwijs, (zelfstandig) werk of uitstroom door handhaving) zijn gemarkeerd met een ‘R’. In het 3e kwartaal zijn er 10 cliënten geweest met het label R. De uitstroom naar werk blijkt dit jaar een lastige opgave. Ondanks het feit dat de economie weer stevig aantrekt, blijft er sprake van een mismatch tussen de bijstandspopulatie en de arbeidsmarkt. Naar aanleiding van de resultaten uit Q2 hebben we een aantal ontwikkeltrajecten bij gespecialiseerde partners ingezet om de mismatch te verkleinen, maar daarbij gaat het vaak om trajecten met een looptijd van langer dan een half jaar. De actie om de scholingsmogelijkheden te onderzoeken heeft tot een uitstroom van 2 personen geleid. Een succesvol project in het afgelopen kwartaal was een ‘Open Hiring’ project bij de Inclusief Groep. Hierdoor zijn 3 mensen uitgestroomd.

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

25 2121 20 20 15 10 5 1 1

4 22

3

6 4 2 11 1 1

0

Figuur 14 - Uitstroom uit de uitkering

18 van 30

1 1

2

3 1 1

12 10 9 7 5

12

1

3 2

13

4.3. Verloop uitkeringsbestand In tegenstelling tot het tweede kwartaal zien we nu weer een daling van het aantal personen met een PW en IOAW/Z uitkering. De oorzaak ligt voornamelijk bij de lage instroom. Deze instroom ligt ongeveer 10 lager dan gemiddeld. De uitstroom is vergelijkbaar met andere kwartalen.

160

154

168

180

161

180

200

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

176

Q3-2020

140 120 100

45

42

0

Figuur 15 - Verloop uitkeringsbestand

19 van 30

2

1

2

2

3

15

17

16

20

18

18

30

40

45

60

48

80

4.4. Verdeling treden participatieladder Onderstaand is de verdeling op de participatieladder weergegeven. Dit betreft alleen de mensen met een uitkering. De voortgang op de participatieladder wordt per individu bepaald in plaats van per uitkering. Daarom zijn in onderstaand overzicht hogere aantallen weergegeven dan bij de vermelding van het totaal aantal uitkeringen in voorgaande paragrafen.

Q3-2020

Q1-2021

Q3-2021

70

73

69 65 62 61

64 61

69

80

60

35 35 38

41

38

20

15 15 13

25 20 20 21

30

40

37 31 31 33

54

50

30

Q2-2021

82

90

Q4-2020

20

9

1

5

10 0

Figuur 16 - Verdeling treden participatieladder

De verdeling op de treden van de participatieladder in Q3 2021 is in bovenstaande figuur moeilijk te vergelijken met eerdere kwartalen. Dat komt doordat er sprake is van nieuwe instroom en uitstroom. Om een beeld te geven van ontwikkelingen op de participatieladder hebben we de mutaties op de participatieladder in het derde kwartaal in onderstaand overzicht in beeld gebracht.

Ontwikkeling treden participatieladder 1-7-2021 t/m 30-9-2021 Van trede

Naar trede

Aantal

1

3

1

1

5

1

Stijgingen

20 van 30

2

4

1

2

5

2

3

4

3

3

5

2

4

5

1

4.5. Doelstellingen Participatieplan 2021 Voor 2021 is een nieuw Participatieplan opgesteld. Ook hierin zijn verschillende doelstellingen vastgelegd rond uitstroom en doorstroom van inwoners met een bijstandsuitkering. Voor 2021 hebben we de onderstaande concrete doelstellingen geformuleerd. In onderstaande tabel zijn de tussenstand en de resultaten per kwartaal weergegeven.

Doelstelling

Doelstelling

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Tussen

aantal

Q1

Q2

Q3

stand t/m Q3

Een daling van het totale uitkeringsbestand

Stijging

met als peildatum 31-12-2020

van 12

Volledige uitstroom van uitkeringen uit het

36

9

7

5

21

12

4

4

5

13

Personen naar parttime werk toeleiden

24

5

7

12

24

Personen naar vrijwilligerswerk toeleiden

51

2

5

14

21

zittende bestand als gevolg van werk, studie of handhaving Volledige uitstroom van uitkeringen uit de nieuwe instroom als gevolg van werk, studie of handhaving.

Met name de doelstellingen voor uitstroom van het zittende bestand (daarmee ook een daling van het gehele bestand) en toeleiding naar vrijwilligerswerk blijven nog achter in de realisatie. We hebben het zittende bestand nogmaals geanalyseerd op mogelijke uitstroom. Op basis daarvan verwachten we dat er nog een groot aantal mensen extra zal uitstromen in het laatste kwartaal. Hiermee verwachten we deze doelstelling toch te gaan halen.

Door extra focus op toeleiding naar vrijwilligerswerk in het afgelopen kwartaal zien we voor Q3 wel een sterke verbetering ten opzichte van de voorgaande kwartalen. Wel blijft de tussenstand nog achter op de totale doelstelling. Afgelopen periode hebben we een extra analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden van vrijwilligerswerk. Daaruit blijkt dat een deel van de mensen waarvan we vooraf hadden verwacht dat zij zouden uitstromen naar vrijwilligerswerk, uiteindelijk een werkervaringsplaats of parttime betaalde baan hebben gekregen. Ook heeft een deel van de groep waarvoor we aanvankelijk hadden ingezet op vrijwilligerswerk, te maken te hebben met

21 van 30

psychische of lichamelijke klachten. Daardoor is vrijwilligerswerk voor deze mensen op dit moment niet mogelijk.

Waar we achterlopen op een aantal doelstellingen, lopen we juist voor op onze doelstelling van het realiseren voor uitstroom van personen die dit jaar zijn ingestroomd. Uit onderzoek blijkt dat hoe langer iemand in de bijstand zit, hoe kleiner de kans om uit te stromen. Daarom geven we extra aandacht aan het snel naar werk begeleiden van mensen die net in de uitkering terecht komen.

4.6. Financiën Participatiewet In onderstaande figuur is de financiële stand van zaken van de Participatiewet (PW) weergegeven. Het Buigbudget is voor 2021 definitief vastgesteld op € 3.039.369. Een negatieve bijstelling van € 35.000 op het voorlopige budget van 2021. Voor de post loonkostensubsidie verwachten we een hoger bedrag omdat een aantal werkgevers met terugwerkende kracht hebben gedeclareerd. In totaliteit is er ten opzichte van de begroting een klein negatief resultaat.

Begroting 2021

Stand Q3

Prognose Q4

Prognose totaal

Afwijking 2021

Begroting Participatiewet 2021

Uitkeringen PW

2.341

1.817

524

2.341

-

Uitkeringen Ioaw

195

149

46

195

-

Uitkeringen Ioaz

49

36

10

46

3

Bbz starters

80

10

13

23

57

Loonkostensubsidies

350

309

91

400

-50

Ontvangsten – Terugvorderingen

-54

-36

-14

-50

-4

BUIG-budget

-3.074

-2.356

-683

-3.039

-35

Totaal PW-uitkeringen

-113

-71

-13

-84

-29

WSW – Inclusief Groep

1.917

1.437

479

1.917

-

Lokale arbeidsparticipatie

235

115

120

235

-

Totaal PW – Arbeidsparticipatie

2.151

1.552

599

2.152

-

Totaal Participatiewet

2.039

1.481

586

2.058

-29

Bedragen * € 1.000

PW-uitkeringen

PW – Arbeidsparticipatie

Figuur 17 - Financiën Participatiewet

22 van 30

4.7. Tozo In het derde kwartaal van 2021 gaven we uitvoering aan de vijfde en laatste tranche van de Tozo regeling: Tozo 5. Deze ronde startte 1 juli 2021 en liep tot en met 30 september 2021. In onderstaand overzicht de aanvragen van 2021 Aantal aanvragen Levensonderhoud Q1 2021

56

Levensonderhoud Q2 2021

44

Levensonderhoud Q3 2021

12

Bedrijfskrediet Q1 2021

9

Bedrijfskrediet Q2 2021

0

Bedrijfskrediet Q3 2021

0

Figuur 18 - TOZO

Met het einde van Tozo 5 is per 1 oktober een eind gekomen aan de gehele Tozo regeling. In totaal hebben er in Putten 350 mensen gebruik van gemaakt van de Tozo regeling. In totaal zijn er 490 aanvragen levensonderhoud ingediend, hiervan werden 17 aanvragen afgewezen. Er werd 56 keer een aanvraag ingediend voor bedrijfskapitaal, deze werden allemaal toegekend.

Financiën Tozo In onderstaande tabel zijn de totaal verstrekte bedragen voor Tozo in 2021 weergegeven. Onder ‘ontvangsten’

staan

de

terugbetalingen

vanwege

(levensonderhoud) en aflossingen (bedrijfskrediet).

Uitgaven t/m 3e kwartaal Levensonderhoud

€ 596.276

Bedrijfskrediet

€ 75.285

Totaal

€ 671.561

Ontvangsten t/m 3e kwartaal Levensonderhoud

€ 123.256

Bedrijfskrediet

€

Totaal

€ 160.612

Rijksvergoeding uitvoeringskosten

€ 57.150

37.356

Figuur 19 - Financiën TOZO t/m Q3 2021

23 van 30

onterecht

verstrekte

uitkering

In 2020 is er een bedrag aan levensonderhoud betaald van € 1.538.200. Over 2021 gaat het om een bedrag van € 596.276. Aan bedrijfskredieten is een bedrag betaald van totaal € 459.000. Vanaf 2022 moet er op deze leningen worden afgelost.

Controle Tozo De controle die is uitgevoerd heeft betrekking op Tozo 1 en 2. In totaal zijn 279 cliënten gecontroleerd. Per 30 september 2021 is er een bedrag bij 128 personen teruggevorderd van € 245.916,00. Bij 73 vorderingen zijn inmiddels terugbetaald. In 28 gevallen is er nog niets afgelost. De controle over TOZO 3 t/m 5 zal in Q4 worden opgepakt.

Faillissementen In het derde kwartaal van 2021 was er volgens onze gegevens in totaal sprake van 2 faillissementen bij ondernemingen uit Putten. Er is daarmee wederom geen sprake van een buitengewoon hoog aantal faillissementen.

4.8. TONK Per 1 oktober 2021 is de Tonk daarmee dan ook beëindigd. In totaliteit hebben over de hele periode van 1 januari t/m 30 september 16 mensen gebruik gemaakt van deze regeling voor een bedrag van € 30.638,00

Vanuit het Rijk hebben we een bijdrage ontvangen; voor de eerste tranche € 50.800,- en voor de tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september € 155.000,00. De bijdrage is bedoeld voor zowel de verstrekkingen tegemoetkoming TONK als uitvoeringskosten.

24 van 30

5. Schulddienstverlening Schulddienstverleningstrajecten worden door Plangroep (voorheen Westerbeek) uitgevoerd. Zoals te zien in figuur 22 waren er in het derde kwartaal 2021 totaal 40 inwoners die een lopend dossier hadden voor schulddienstverlening. Het aantal dossiers in Q3 is daarmee licht gestegen. Er zijn 4 nieuwe cliënten aangemeld in Q3.

Q1-2020

Q2-2020

Q3-2020

Q4-2020

Q1-2021

Q2-2021

Q3-2021

50 45

43

44

40

42 39

39

40

37

35 30 25 20 15 10

7

6 4

5

6 4

3

4

0

Figuur 20 - Schulddienstverlening

5.1. Vroegsignalering In het derde kwartaal zijn er 106 meldingen bij ons binnengekomen via RIS van betalingsachterstanden. De meeste betalingsachterstanden zijn gemeld door zorgverzekeraars. In het tweede kwartaal is met de lokale woningcorporatie een convenant ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt over vroegsignalering. Vanuit de woningcorporatie zijn 5 meldingen binnen gekomen. Alle meldingen zijn door ons opgevolgd.

Meldingen vroegsignalering per kwartaal Q1

Q2

Q3

Zorgverzekering

42

61

55

Waterleverancier

18

23

27

Energieleverancier

4

20

19

25 van 30

Huur

N.v.t.

5

5

Totaal

64

109

106

Figuur 21 - Meldingen vroegsignalering per kwartaal

26 van 30

6. Bezwaren In het derde kwartaal zijn er in totaal 8 bezwaren ingediend, deze zijn hieronder in de figuur weergegeven. Van de 4 bezwaren van de Participatiewet uit het tweede kwartaal was er 1 ongegrond, 2 zijn er ingetrokken en 1 staat nog open.

Participatiewet

Wmo

Jeugd

2

1

1

1

3

2

4

Ongegrond Gegrond Ingetrokken Nog openstaand Niet ontvankelijk Totaal

2

Figuur 22 - Bezwaren 3e kwartaal

Er zijn in Q3 geen klachten ingediend bij de gemeente en de Ombudsman.

27 van 30

7. Taakstelling en reserve Sociaal Domein U heeft in de Koersnota een aantal maatregelen rondom Jeugd en Wmo vastgesteld. Naar verwachting worden de doelstellingen gerealiseerd zonder dat dit ten kosten is gegaan van de ondersteuning aan de inwoners.

7.1. Taakstelling Grip op Jeugd De taakstelling Grip op Jeugd voor 2021 is vastgesteld op € 1.081.000.

Figuur 23 - Taakstelling Grip op Jeugd

28 van 30

7.2. Taakstelling Grip op Wmo De taakstelling Grip op Wmo voor 2021 is vastgesteld op € 544.000. De realisatie bedraagt naar verwachting € 442.000. De besparing op huishoudelijke hulp kan niet volledig worden gerealiseerd vanwege de aangenomen motie ‘Verschil in interpretatie’ in de raadsbehandeling op 28 mei 2020. Door uitvoering te geven aan deze motie is de besparing op huishoudelijke hulp lager dan begroot.

Specificatie Grip op Wmo Chronisch zieken 130% bijstandsnorm

2019

2020

2021

2022

2023

2024

213

213

213

213

213

213

Huishoudelijke hulp

132

264

314

314

314

Begeleiding - 6 dagdelen

33

67

67

67

67

213

378

544

594

594

594

261

274

273

273

273

273

Huishoudelijke hulp

36

102

138

192

238

Begeleiding - 6 dagdelen

33

67

67

67

67

Huidige taakstelling

Realisatie Chronisch zieken 130% bijstandsnorm

Totaal realisatie

261

343

442

478

532

578

Resterende taakstelling Grip op Wmo

-48

35

102

116

62

16

Bedragen * € 1.000

Figuur 24 - Taakstelling Grip op Wmo

7.3. Taakstelling Sociaal Domein In onderstaande tabel is de totale bezuinigingstaakstelling Sociaal domein opgenomen. Bezuinigingstaakstelling Sociaal

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Taakstelling Grip op Jeugd

225

653

1.081

1.081

1.081

1.081

Realisatie

376

727

768

768

768

768

Resterende taakstelling Grip op Jeugd

-151

-74

313

313

313

313

Taakstelling Grip op Wmo

213

378

544

594

594

594

Realisatie

261

343

442

478

532

578

Resterende taakstelling Grip op Wmo

-48

35

102

116

62

16

Totaal taakstelling

438

1.031

1.625

1.675

1.675

1.675

637

1.070

1.210

1.246

1.300

1.346

-199

39-

415

429

375

329

Domein

Totaal realisatie (2019 werkelijk en vanaf 2020 verwachting) Totaal resterende taakstelling

Bedragen* €.1000

Figuur 25 - Taakstelling Sociaal Domein

29 van 30

7.4. Reserve Sociaal Domein Het saldo van de reserve bedraagt per 31-12-2020 € 2.722.000. Dit is inclusief de middelen voor Onafhankelijke Inwonersondersteuning € 265.000 en Beschermd wonen en maatschappelijke opvang € 792.000.

Reserve sociaal domein Totaal reserve sociaal domein

Saldo 01-01-2020 1.452

Vermeerdering 2020 2.171

Saldo 31-12-2020 2.722

Vermindering 2020 901

Bedragen * € 1.000

Prognose 2021 Reserve sociaal domein

Primaire begroting 2021

Tussentijdse wijzigingen

Begroting 2021

Aanvullend 2021

Totaal

Jeugd

-1.320

-17

-1.337

494

-843

WMO

-25

-76

-101

530

Participatie

49

-58

-9

631 22

-44

-44

-150

-150

Koploperschap OIO Beschermd Wonen / Maatsch. Opvang

-

Aanvulling reserve (Kadernota 2020)

1.162

Totaal

-135

-344

1.162 -479

-31 -44

730 1.834

580 1.162 1.355

Bedragen * € 1.000

De uitgaven van het Sociaal domein zijn begroot op basis van realisaties van eerdere jaren. Voor de begroting 2021 was er een onttrekking nodig van € 1.641.000. Met de aanvulling vanuit het begrotingssaldo bij de Kadernota 2020 van € 1.162.000, is er per saldo € 479.000 onttrokken.

Op basis van Q2 was er sprake van een gesaldeerd tekort van € 116.000. Dit is verwerkt in de 8maandsrapportage 2021. Op basis van Q3 is er voor Jeugd geen sprake van een tekort of overschot. Dit is exclusief de ontvangen extra middelen van € 610.000. Als deze extra middelen niet worden ingezet resteert er een overschot van € 610.000. Gesaldeerd een overschot van € 494.000.

Voor Wmo is er op basis van Q3 sprake van een overschot van € 421.000. Dit kan bij de jaarrekening worden toegevoegd. Gesaldeerd met de mutatie bij de 8-maandsrapportage 2021 een overschot van € 631.000.

Voor de Participatiewet is er op basis van Q3 sprake van een tekort van € 29.000. Gesaldeerd met de eerdere mutatie een tekort van € 22.000.

30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10873568/1