CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kwartaalrapportage Sociaal Domein Q3 2020

Commissie Samenleving 19 januari 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Bespreeknotitie kwartaalrapportage sociaal domein Q3 20203.608 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgerekend recreatief Sociaal Domein Kwartaalrapportage Q3 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................4

2.

Jeugdwet...............................................................................................................................5

3.

4.

2.1.

Aantal trajecten in 1e lijn ...............................................................................................5

2.2.

Aantal unieke cliënten en indicaties in 2e lijn ................................................................5

2.3.

Aantal indicaties per voorziening in 2e lijn.....................................................................5

2.4.

Verwijzers ......................................................................................................................6

2.4.1.

Toegang huisartsen...............................................................................................7

2.4.2.

Toegang gemeente ...............................................................................................8

2.5.

Uitstel nieuw woonplaatsbeginsel..................................................................................8

2.6.

Inning woonplaatsbeginselen voorgaande jaren ...........................................................8

2.7.

Financiën .......................................................................................................................8

Wmo ....................................................................................................................................10 3.1.

Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten ............................................................................10

3.2.

Afgegeven beschikkingen............................................................................................10

3.3.

Heronderzoeken en beëindigde voorzieningen ...........................................................10

3.4.

Aantal cliënten .............................................................................................................10

3.5.

Financiën .....................................................................................................................11

Participatiewet....................................................................................................................13 4.1.

Instroom in de uitkering ...............................................................................................13

4.2.

Uitstroom uit de uitkering.............................................................................................13

4.3.

Verloop uitkeringsbestand ...........................................................................................14

4.4.

Verdeling treden participatieladder..............................................................................15

4.5.

Doelstellingen Participatieplan 2020 ...........................................................................15

4.6.

Tozo.............................................................................................................................16

4.7.

Financiën .....................................................................................................................16

5.

Bezwaren ............................................................................................................................18

6.

Overige ontwikkelingen.....................................................................................................19

7.

6.1.

Uitbreiden klanttevredenheidsonderzoek ....................................................................19

6.2.

Gebruik van monitor ....................................................................................................19

Taakstelling en reserve Sociaal Domein..........................................................................20 7.1.

Taakstelling Grip op Jeugd..........................................................................................20

2 van 21

7.2.

Taakstelling Grip op Wmo ...........................................................................................20

7.3.

Taakstelling Sociaal Domein .......................................................................................21

7.4.

Reserve Sociaal Domein .............................................................................................21

3 van 21

1. Inleiding In deze rapportage bieden wij u de stand van zaken aan betreffende het 3e kwartaal van 2020 voor de drie domeinen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Van toepassing zijnde besluiten •

Scenario’s Grip op Jeugdhulp

•

Scenario’s Grip op Wmo

•

Motie Verschil in interpretatie

4 van 21

2. Jeugdwet 2.1. Aantal trajecten in 1e lijn In het derde kwartaal zijn er 15 ambulante trajecten uitgevoerd door VanMontfoort. Deze trajecten zullen vanaf dit moment meegenomen worden in de aantallen ‘jeugdhulp ambulant’ bij de voorzieningen in de 2e lijn.

2.2. Aantal unieke cliënten en indicaties in 2e lijn Zoals weergegeven in onderstaande tabel, is het totaal aantal unieke cliënten en het totaal aantal indicaties in het derde kwartaal minimaal toegenomen ten opzichte van voorgaande kwartalen.

2.3. Aantal indicaties per voorziening in 2e lijn In het derde kwartaal zijn 217 nieuwe indicaties afgegeven. Er is in onderstaande tabel een lichte stijging te zien van het aantal indicaties bij de productgroepen ‘dagbesteding / behandeling’, ‘jeugdbescherming’ en ‘jeugd GGZ’. De toename bij ‘kindergeneeskunde’ is veroorzaakt door de facturatie van door het ziekenhuis geleverde zorg in het afgelopen jaar.

5 van 21

De tabel geeft een stijging weer van ‘jeugdbescherming’. Deze stijging is deels te verklaren doordat er twee nieuwe gezinshuizen in Putten zijn gekomen. Eén gezinshuis is verhuisd naar Putten, het andere is nieuw gestart. Voor een deel van de kinderen die hier verblijven geldt dat Putten volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is. We zetten in op ambulante ondersteuning om een uithuisplaatsing te voorkomen. Wanneer een uithuisplaatsing echter toch noodzakelijk is, hebben pleegzorg en verblijf in een gezinshuis de voorkeur boven verblijf op een groep. Deze vormen van verblijf sluiten namelijk het meest aan bij de visie dat kinderen zo ‘thuis nabij mogelijk’ opgroeien.

2.4. Verwijzers Zowel de huisartsen, de gecertificeerde instellingen (GI), de Raad voor de Kinderbescherming als de jeugdconsulenten hebben in het derde kwartaal meer nieuwe indicaties afgegeven dan in het tweede kwartaal. De stijging van de gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming passen bij elkaar, omdat de Raad verwijst naar de GI voor de uitvoering van een jeugdbeschermings-maatregel, de GI zet vervolgens ambulante hulp of verblijf in.

6 van 21

In het derde kwartaal hebben deze partijen verwezen naar onderstaande jeugdhulp voorzieningen.

2.4.1. Toegang huisartsen Een verdieping op bovenstaande cijfers laat zien dat er binnen de voorziening Jeugd GGZ een verschuiving heeft plaatsgevonden van Specialistische GGZ naar Basis GGZ. Het totaal aantal trajecten is niet zozeer afgenomen, maar de trajecten zijn minder zwaar. Dit is het resultaat van betere triage en verwijzing door de toegang, mede vanuit de pilot SOH-jGGZ. Daarnaast is vanuit contractmanagement met enkele aanbieders gesproken over de wijze waarop zorg wordt toegekend. We infomeren u op een later moment graag uitvoerig over de werkwijze en ervaringen binnen de pilot SOH-jGGZ door één van de huisartsen uit te nodigen voor een expert meeting.

7 van 21

2.4.2. Toegang gemeente Uit de tabel blijkt dat de weg naar de jeugdconsulenten in het derde kwartaal meer wordt gevonden. Het totaal aantal aanvragen is met ruim 22% gestegen ten opzichte van het tweede kwartaal. Meldingen worden tijdig opgepakt. Er is geen sprake van achterstand. Om meer zicht te

krijgen

op

de

kwaliteit

van

de

dienstverlening

zullen

inwoners

met

het

klanttevredenheidsonderzoek bevraagd worden naar hun ervaringen.

2.5. Uitstel nieuw woonplaatsbeginsel Op dit moment geldt dat bij een uit huis geplaatste jeugdige die verblijft in Putten én waarbij de voogdij bij de GI (Gecertificeerde Instelling) ligt de gemeente Putten verantwoordelijk is. In het nieuwe woonplaatsbeginsel is het uitgangspunt echter dat de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had. Na ingang van het nieuwe woonplaatsbeginsel blijft de gemeente waar de jeugdige vandaan komt dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp. Het nieuwe woonplaatsbeginsel is een jaar uitgesteld naar 2022. Gevolg voor de gemeente Putten, als gemeente met relatief veel verblijfslocaties (pleegzorg en gezinshuizen), is dat we voor deze jeugdigen een jaar langer (inhoudelijk en financieel) verantwoordelijk blijven. Deze ontwikkeling in combinatie met eerder beschreven toename van het aantal gezinshuizen in Putten vraagt om een nadere verkenning rondom verblijfsvormen in Putten.

2.6. Inning woonplaatsbeginselen voorgaande jaren Bij de overdracht van de bedrijfsvoering van Meerinzicht naar Putten hebben we geconstateerd dat er een bedrag van ongeveer € 400.000 onterecht was betaald namens Putten. Inmiddels hebben hierop correcties plaatsgevonden en is dit bedrag geïnd.

2.7. Financiën De bijdrage Jeugd in het gemeentefonds bedraagt € 6.797.000. Als we de totale prognose van € 6.949.000 afzetten tegen dit bedrag, dan is er sprake van een tekort (t.o.v. de middelen die we van het Rijk voor Jeugd ontvangen) van € 152.000. Op basis van deze prognose verwachten we voor Jeugd een overschot van € 47.000, dit is weergegeven in onderstaande tabel. Dit overschot, terug te vinden bij de realisatie in paragraaf 7.1, wordt mede veroorzaakt door lagere uitgaven aan PGB. Eerder bent u geïnformeerd over de afhechting rondom Buurtzorg Jong. Inmiddels hebben we in goed overleg afspraken gemaakt met Buurtzorg Jong. De financiële afwikkeling is verwerkt in de uitgaven van jeugdhulp.

8 van 21

Begroting Jeugd 2020 Regionaal •Jeugdbeleid •JOR Lokaal •ZIN •Toegang •PGB •Veilig Thuis •Overig Lokaal - oud •Icare •Jeugdpunt •Overig Totaal Jeugd (excl. loonkosten) Restant Grip op Jeugd scenario's

Begroting 2020 Stand Q1 t/m Q3 42 0 30 0 12 0 6.395 4.637 5.604 4.284 372 182 250 70 94 96 75 6 560 400 391 294 147 105 22 1 6.997 5.036 74

Prognose Q4 Prognose Totaal Afwijking 2020 42 42 0 30 30 0 12 12 0 1.718 6.354 41 1.428 5.711 -108 190 372 0 30 100 150 0 96 -2 69 75 0 154 553 7 98 392 -1 35 140 8 21 22 0 1.913 6.949 47 74 Bedragen * € 1.000

De open-einde-regeling maakt dat facturatie van aanbieders nog na afloop van een hulp traject kan plaatsvinden.

9 van 21

3. Wmo 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Vanaf 1 maart kunnen inwoners de tegemoetkoming Hoge Zorgkosten aanvragen. Tot en met het derde kwartaal van 2020 zijn er 240 aanvragen binnengekomen, 213 aanvragen zijn toegekend, 21 afgewezen, 4 buiten behandeling gesteld en 2 ingetrokken.

3.2. Afgegeven beschikkingen In totaal zijn er in het derde kwartaal van 2020 172 Wmo beschikkingen afgegeven. Zoals te zien in onderstaande tabel is er sprake van een stijging van het aantal afgegeven beschikkingen ten opzichte van het tweede kwartaal (136 beschikkingen) en het eerste kwartaal (167 beschikkingen). Deze stijging valt mogelijk te verklaren doordat er meer aanvragen zijn binnengekomen die mogelijk door de Corona maatregelen niet eerder ingediend werden. Beschikkingen worden met name afgegeven voor hulp bij het huishouden en begeleiding. In onderstaande tabel is te zien hoeveel beschikkingen zijn afgegeven per Wmo-voorziening.

3.3. Heronderzoeken en beëindigde voorzieningen Het totaal aantal heronderzoeken in het derde kwartaal was 16. Daarvan zijn 11 voorzieningen voortgezet, 2 voorzieningen ingetrokken en 3 buiten behandeling. Het totaal aantal beëindigde Wmo-voorzieningen in het derde kwartaal is 75. Beëindigde voorzieningen zijn het gevolg van natuurlijk verloop zoals bijvoorbeeld, verhuizing, overlijden of een overgang naar de Wlz.

3.4. Aantal cliënten In totaal waren er op 30 september 2020 1.075 Wmo-cliënten. Een aantal cliënten heeft meerdere voorzieningen. We zien een lichte daling van 1,6% van Wmo-cliënten ten opzichte van het eerste kwartaal. Deze daling geldt met name voor vervoersvoorzieningen (3,5%) en hulp bij het huishouden (3%) t.o.v. het eerste kwartaal. Onderstaande tabel laat zien hoeveel cliënten er per voorziening zijn in het derde kwartaal:

10 van 21

In totaal hebben de 1.075 cliënten 1.691 Wmo-voorzieningen. We zien een lichte daling in het aantal voorzieningen ten opzichte van het eerste kwartaal. Het aantal cliënten daalt iets minder hard dan het aantal Wmo-voorzieningen (3,7% daling t.o.v. Q1 2020). Hieruit valt te concluderen dat cliënten die uitstromen uit de Wmo vaak meerdere Wmo-voorzieningen hadden. Ook kan het zijn dat de cliënten die nieuw instromen, slechts één Wmo-voorziening ontvangen. Daardoor daalt het aandeel cliënten met meerdere voorzieningen, zoals een combinatie van hulp bij het huishouden en een scootmobiel. Onderstaande tabel laat zien hoeveel voorziening er zijn in het derde kwartaal.

3.5. Financiën Op basis van de huidige begroting verwachten we voor Wmo een overschot van € 629.000. De definitieve vaststelling van de continuïteitsbijdragen aan de Wmo-aanbieders en het taxivervoer moet nog plaats vinden. Dit kan gevolgen hebben voor de totale uitgaven. Het gaat hierbij om

11 van 21

een ‘open einde regeling’ waardoor precieze begroting lastig is. Accurate begroting van dit bedrag is een aandachtspunt voor de toekomst. Begroting Wmo 2020 Vervoersvoorzieningen Taxivervoer Rolstoelen Woonvoorzieningen Hulp bij het huishouden Begeleiding Chronisch zieken regeling Schulddienstverlening Eigen bijdrage Minder kosten door corona Totaal Wmo (excl. loonkosten) Restant Grip op Wmo scenario's

Begroting 2020 Stand Q1 t/m Q3 200 165 288 124 316 213 262 85 1.818 1.289 1.307 611 50 40 94 43 -130 -56 -28 0 4.177 2.515 -16

Prognose Q4 Prognose Totaal Afwijking 2020 57 222 -22 54 178 110 71 284 32 70 156 106 434 1.724 94 425 1.036 271 10 50 0 14 57 37 -74 -130 0 -28 -28 0 1.034 3.548 629 -16 Bedragen * € 1.000

12 van 21

4. Participatiewet 4.1. Instroom in de uitkering In onderstaande tabel is de instroom in de uitkering in de eerste drie kwartalen van 2020 weergegeven. In totaal zijn er 46 inwoners in de bijstand terechtgekomen. We verwachten dat de instroom de komende periode verder zal toenemen als gevolg van de Corona-crisis.

4.2. Uitstroom uit de uitkering Onderstaande tabel geeft de uitstroom uit de uitkering weer. Verreweg de meeste inwoners die zijn uitgestroomd, zijn uitgestroomd naar een betaalde baan. In totaal zijn er 39 personen uit de uitkering gestroomd. We merken dat de corona-crisis ook bij de uitstroom een rol speelt. Bedrijven worden steeds terughoudender met het aannemen van nieuw personeel, waardoor het moeilijk is om mensen uit te laten stromen naar betaald werk. Uit onderzoek van het UWV blijkt dat in onze regio (Stedendriehoek en Noordwest Veluwe) het aantal openstaande vacatures met ca. 25% is gedaald. Wel zijn er nog mogelijkheden in specifieke sectoren. Met name ICT, bouw en techniek en zorg.

13 van 21

4.3. Verloop uitkeringsbestand Het reguliere uitkeringsbestand is de afgelopen periode licht toegenomen. In onderstaande tabel is dit weergegeven. De cijfers geven daarbij het aantal uitkeringen weer. Dat aantal verschilt van het totaal aantal personen in de uitkering, omdat een huishouden van meerdere personen één uitkering krijgt. De Corona-crisis lijkt voorlopig een beperkte impact te hebben, al is de lichte stijging wel een trendbreuk met de daling of consolidatie van het bestand in de afgelopen jaren. Mensen die financieel in de problemen komen, belanden vaak niet direct in de bijstand. Bijvoorbeeld omdat zij eerst nog recht hebben op een WW-uitkering of beschikking hebben over eigen vermogen. Het is aannemelijk dat het effect van de Corona-crisis op de bijstand pas in de komende periode daadwerkelijk zichtbaar zal worden in de cijfers van de bijstand. Loonkostensubsidie is een subsidie die het loon aanvult van inwoners met een doelgroepindicatie die zelf niet het minimumloon kunnen verdienen. Deze wordt betaald vanuit het bijstandsbudget (BUIG) van de gemeente.

14 van 21

4.4. Verdeling treden participatieladder We delen inwoners met een bijstandsuitkering in op de participatieladder. Dit geeft handvatten om te bepalen waar zij staan in hun doorgroei richting (betaald) werk. De praktijk leert dat tussenstappen op de participatieladder nodig zijn voordat inwoners daadwerkelijk uit kunnen stromen. Met name voor inwoners op de hogere treden is begeleiding richting werk haalbaar. Voor inwoners op lagere treden is tredestijging het doel. Onderstaand is de verdeling op de participatieladder weergegeven. Wanneer inwoners betaald werk zonder ondersteuning hebben (trede 6) stromen zij in principe uit de uitkering en verdwijnen zij daarmee uit het bestand. Daarom is het aantal op deze trede 0.

4.5. Doelstellingen Participatieplan 2020 In het participatieplan 2020 zijn verschillende doelstellingen vastgelegd rond uitstroom en doorstroom van inwoners met een bijstandsuitkering. Onderstaand is de tussenstand van deze doelstellingen weergegeven. Bij ‘uitstroom volledig’ betreft het alleen uitstroom als gevolg van werk, studie of handhaving. De doelstellingen zijn deels al behaald. We zetten ons in om in kwartaal vier ook de doelstellingen op uitstroom en parttime plaatsingen te behalen. Overigens wijkt het genoemde realisatiecijfer iets af van hetgeen staat weergegeven in de tabel onder ‘Uitstroom uit de uitkering’. Dit heeft te maken met het feit dat bepaalde uitstroom al heeft

15 van 21

plaatsgevonden maar nog niet administratief is verwerkt. Bij Parttime plaatsingen gaat het om mensen die wel een betaalde baan vinden maar nog niet voldoende verdienen om volledig uit te stromen uit te bijstand. Wel resulteert dit in een lagere uitkering omdat deze het loon aanvult tot bijstandsniveau.

4.6. Tozo De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Onderstaand zijn de aantallen aanvragen voor levensonderhoud en bedrijfskrediet voor Tozo in Putten weergegeven. Er is een sterke daling waar te nemen tussen Tozo 1 (1 maart tot en met 31 mei) en Tozo 2 (1 juni tot en met 31 augustus). Dit heeft waarschijnlijk met twee zaken te maken. Ten eerste waren ten tijde van Tozo 2 verschillende maatregelen weer versoepeld. Zo kwamen er meer mogelijkheden voor ondernemers om toch zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien in die periode. Ten tweede werd bij Tozo 2 ook het inkomen van de partner meegerekend bij aanvragen voor levensonderhoud terwijl dit bij Tozo 1 niet het geval was.

4.7. Financiën 16 van 21

Op basis van onze huidige begroting verwachtten we voor de Participatiewet voor 2020 een overschot van € 97.000. Nu het BUIG-budget definitief (en hoger) is vastgesteld voor 2020 is de prognose dat het totale overschot op de Participatiewet € 294.000 bedraagt. Begroting Participatiewet 2020 PW - Uitkeringen Uitkeringen PW Uitkeringen IOAW Uitkeringen IOAZ Bbz starters Loonkostensubsidies Ontvangsten - terugvorderingen Totaal PW - Uitkeringen BUIG Overschot PW-uitkeringen PW - Arbeidsparticipatie WSW - Inclusief Groep Lokale arbeidsparticipatie Totaal PW - Arbeidsparticipatie Totaal Participatiewet

Begroting 2020

Stand Q1 t/m Q3

2.290 213 70 110 300 -50 2.933

1.695 165 33 53 274 -47 2.173

Prognose Q4 516 51 11 9 87 -12 662

Prognose Totaal

Afwijking 2020

2.211 216 45 62 361 -59 2.836 3.129

79 -3 25 48 -61 9 97 294

2.060 229 2.289

1.876 159 2.034

184 71 255

2.060 229 2.289

0 0 0 294 Bedragen * € 1.000

17 van 21

5. Bezwaren Gedurende de eerste drie kwartalen zijn er 12 bezwaren ingediend, vijf binnen de Participatiewet, drie binnen de Wmo en vier binnen de Jeugdwet. Twee daarvan zijn ongegrond verklaard. Vijf bezwaren zijn ingetrokken en twee bezwaren niet ontvankelijk. Er staan op dit moment nog drie bezwaren open, één bij de Participatiewet, twee bij Jeugd.

18 van 21

6. Overige ontwikkelingen 6.1. Uitbreiden klanttevredenheidsonderzoek Het klanttevredenheidsonderzoek werd in de afgelopen jaren al uitgevoerd voor de Wmo. Dit bracht inzicht in de tevredenheid van de Wmo-cliënten over de geleverde hulp en het contact met de gemeente. Omdat we ook voor de domeinen Jeugdwet en Participatiewet inzicht willen krijgen in de tevredenheid van de cliënten wordt dit onderzoek uitgebreid. Inwoners zullen ook worden bevraagd naar hun ervaringen binnen de Brede Toegang, Participatiewet en Jeugdwet.

6.2. Gebruik van monitor De uitvoeringsmonitor is in ontwikkeling. Bij het opstellen van deze rapportage is nog geen gebruik gemaakt van de monitor en zijn cijfers verzameld en weergegeven op gelijke wijze als voorgaande kwartaalrapportages.

19 van 21

7. Taakstelling en reserve Sociaal Domein U heeft in de Koersnota een aantal maatregelen rondom Jeugd en Wmo vastgesteld. Naar verwachting worden de doelstellingen gerealiseerd zonder dat dit ten kosten is gegaan van de ondersteuning aan de inwoners.

7.1. Taakstelling Grip op Jeugd De taakstelling Grip op Jeugd voor 2020 is vastgesteld op € 653.000. Deze taakstelling is inmiddels gerealiseerd, de realisatie bedraagt € 727.000. Dit is voornamelijk gerealiseerd door bedrijfsvoering van jeugdhulp in eigen beheer te doen. Daarnaast is er onderscheid is gemaakt tussen het indiceren van jeugdhulp en het bieden van jeugdhulp. De toegang Jeugd wordt sinds 1 januari 2020 uitgevoerd door jeugdconsulenten van de gemeente. Vanaf 1 juli 2020 wordt de ambulante begeleiding uitgevoerd door VanMontfoort Uitvoering. Daarnaast hebben we gelden geïnd die verband houden met het woonplaatsbeginsel. Specificatie Grip op Jeugd

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Toegang huisartsen

100

253

506

506

506

506

Toegang CJG

100

200

200

200

200

200

25

50

50

50

50

25

25

25

25

25

Beleid

50

50

50

50

50

Interne controle

25

125

125

125

125

Inkoop

50

100

100

100

100

Samenwerking

25

25

25

25

25

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

225

653

1.081

1.081

1.081

1.081

100

200

200

200

200

200

100

100

100

100

150

Toegang GI Screening

25

OIO Jeugd Huidige taakstelling

Realisatie Buurtzorg Jong Besparing Meerinzicht Resultaat Jeugd 2019 / WPB

276

Verlaging PGB

150

150

150

150

Aframing bedrijfsvoeringskosten Meerinzicht

172

72

72

72

72

Lagere kosten Van Montfoort

123

246

246

246

246

Ontvangsten woonplaatsbeginsel 2020

16

768

768

313

313

Afrekening 2019 MIZ / WPB

66

Totaal realisatie

376

727

768

768

Resterende taakstelling Grip op Jeugd

-151

-74

313

313

Bedragen * € 1.000

7.2. Taakstelling Grip op Wmo De taakstelling Grip op Wmo voor 2020 is vastgesteld op € 378.000. De realisatie bedraagt naar verwachting € 362.000. De effecten van de maatregel ‘Chronisch zieken – 130% bijstandsnorm’ zijn naar verwachting groter dan begroot. De besparing op huishoudelijke hulp kan niet volledig worden gerealiseerd vanwege de aangenomen motie ‘Verschil in interpretatie’ in de raadsbehandeling op 28 mei 2020. Door uitvoering te geven aan deze motie is de besparing op huishoudelijke hulp lager dan begroot.

20 van 21

Specificatie Grip op Wmo Chronisch zieken 130% bijstandsnorm

2019

2020

2021

2022

2023

2024

213

213

213

213

213

213

132

264

314

314

314

Huishoudelijke hulp Begeleiding - 6 dagdelen Huidige taakstelling

33

67

67

67

67

213

378

544

594

594

594

261

Realisatie Chronisch zieken 130% bijstandsnorm

293

213

213

213

213

Huishoudelijke hulp

36

102

163

217

263

Begeleiding - 6 dagdelen

33

67

67

67

67

497

543

97

51

Totaal realisatie

261

362

382

443

Resterende taakstelling Grip op Wmo

-48

16

162

151

Bedragen * € 1.000

7.3. Taakstelling Sociaal Domein In onderstaande tabel is de totale bezuinigingstaakstelling Sociaal domein opgenomen. Door het overschot op Grip op Jeugd is de realisatie in 2020 naar verwachting hoger dan de taakstelling. Bezuinigingstaakstelling Sociaal Domein

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Taakstelling Grip op Jeugd

225

653

1.081

1.081

1.081

1.081

Realisatie

376

727

768

768

768

768

Resterende taakstelling Grip op Jeugd

-151

-74

313

313

313

313

Taakstelling Grip op Wmo

213

378

544

594

594

594

Realisatie

261

362

382

443

497

543

Resterende taakstelling Grip op Wmo

-48

16

162

151

97

51

Totaal taakstelling

438

1.031

1.625

1.675

1.675

1.675

Totaal realisatie (2019 werkelijk en vanaf 2020 verwachting)

637

1.089

1.150

1.211

1.265

1.311

Totaal resterende taakstelling

-199

58-

475

464

410

364

Bedragen * € 1.000

7.4. Reserve Sociaal Domein Op basis van de prognoses 2020 voor Jeugd, Wmo en Participatiewet en de resultaten van Grip op Jeugd en Wmo verwachten we bij de jaarrekening 2020 een bedrag van in totaal € 1.028.000 te storten in de reserve Sociaal domein. Reserve Sociaal domein Stand 01-01-2020 WMO Jeugd Participatie Aanvulling reserve (Kadernota 2020) Prognose resultaat 2020 Jeugd Prognose resultaat 2020 Wmo Prognose resultaat 2020 P-wet Prognose stand 31-12-2020

2020 1.452 -152 -1.341 23 1.295 121 613 294 2.305

Bedragen * € 1.000

21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9605270/1