Kwartaalrapportage Sociaal Domein Q1 2021
Tekst van het document
Sociaal Domein
Kwartaalrapportage Q1 2021
Inhoudsopgave Inhoud 1.
Inleiding ................................................................................................................................... 3 1.1.
2.
3.
4.
5.
Wijzigingen in verslaglegging ......................................................................................... 3
Jeugdwet ................................................................................................................................. 4 2.1.
Aantal trajecten bij Van Montfoort .................................................................................. 4
2.2.
Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten ........................................................... 4
2.3.
Instroom en uitstroom ..................................................................................................... 5
2.4.
Verwijzers ....................................................................................................................... 6
2.5.
Financiën ........................................................................................................................ 8
Wmo ........................................................................................................................................ 9 3.1.
Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten ............................................................................... 9
3.2.
Afgegeven indicaties en unieke cliënten ........................................................................ 9
3.3.
Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum ....................................................... 10
3.4.
Instroom en uitstroom ................................................................................................... 11
3.5.
Financiën ...................................................................................................................... 14
Participatiewet ....................................................................................................................... 15 4.1.
Instroom in de uitkering ................................................................................................ 15
4.2.
Uitstroom uit de uitkering .............................................................................................. 16
4.3.
Verloop uitkeringsbestand ............................................................................................ 17
4.4.
Verdeling treden participatieladder ............................................................................... 18
4.5.
Doelstellingen Participatieplan 2021 ............................................................................ 19
4.6.
Financiën Participatiewet ............................................................................................. 20
4.7.
Tozo .............................................................................................................................. 20
4.8.
TONK regeling .............................................................................................................. 22
Schulddienstverlening ........................................................................................................... 23 5.1.
Vroegsignalering........................................................................................................... 23
6.
Toeslagenaffaire ................................................................................................................... 24
7.
Bezwaren .............................................................................................................................. 25
8.
Taakstelling en reserve Sociaal Domein .............................................................................. 26 8.1.
Taakstelling Grip op Jeugd ........................................................................................... 26
8.2.
Taakstelling Grip op Wmo ............................................................................................ 27
8.3.
Taakstelling Sociaal Domein ........................................................................................ 28
8.4.
Reserve Sociaal Domein .............................................................................................. 28
2 van 29
1. Inleiding In deze rapportage bieden wij u de stand van zaken aan betreffende het 1e kwartaal van 2021 voor de drie domeinen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Het doel van de kwartaalrapportage Sociaal Domein is inzicht te geven in de cijfers van de uitvoering van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet. Specifiek geven we hierbij aandacht aan de financiële doelstellingen die zijn opgenomen in ‘Grip op’ en het Participatieplan. We proberen de resultaten binnen het sociaal domein te verbeteren via de concrete acties die vaak een direct effect hebben op deze resultaten en de kosten binnen het sociaal domein. Van toepassing zijnde besluiten •
Scenario’s Grip op Jeugdhulp
•
Scenario’s Grip op Wmo
•
Motie Verschil in interpretatie
1.1. Wijzigingen in verslaglegging Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten In voorgaande rapportages zijn we uitgegaan van de datum waarop een indicatie startte. Omdat er soms besluiten worden genomen waarbij de indicatie ingaat met terugwerkende kracht, hebben we ervoor gekozen om in deze rapportage te kijken naar het aantal indicatiebesluiten dat is genomen. Deze besluiten kunnen betrekking hebben op eerdere periodes. Dit geldt voor alle domeinen. Aantal indicaties en unieke cliënten Peildatum is steeds de laatste dag van het kwartaal. Doordat besluiten soms met terugwerkende kracht worden genomen, blijven de gegenereerde cijfers altijd een momentopname. Om die reden is er voor gekozen om bij elke kwartaalrapportage de cijfers van het complete voorgaande kalenderjaar mee te nemen in het overzicht.
3 van 29
2. Jeugdwet 2.1. Aantal trajecten bij Van Montfoort Aan het eind van het 1e kwartaal van 2021 waren er 40 gezinnen in zorg bij Van Montfoort. Deze trajecten zijn in het vervolg van dit hoofdstuk opgenomen in de aantallen ‘jeugdhulp ambulant’ bij de voorzieningen. Aanmeldingen bij Van Montfoort komen via jeugdconsulent, jeugdarts en huisarts binnen.
2.2. Afgegeven indicatiebesluiten en unieke cliënten Om een vergelijk te kunnen maken is in figuur 1 de trend weergegeven van het aantal indicatiebesluiten en het aantal unieke cliënten sinds het eerste kwartaal van 2020. Zowel jeugdhulp via Persoonsgebonden Budget als Zorg in Natura is hierin meegenomen. Waarbij het totaal aantal PGB’s eind Q1 totaal 9 cliënten betrof. De peildatum is steeds de laatste dag van het kwartaal.
Unieke cliënten 350
Indicatiebesluiten
330
300
282
266
264 235
250
234 211 193
200
171
164
150 100 50 0 Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
Figuur 1
We zien in het eerste kwartaal een lichte stijging van het aantal afgegeven indicatiebesluiten en de hierbij behorende unieke cliënten. In voorgaande jaren zagen we deze stijging ook terug in het eerste kwartaal, dit is te verklaren door het aantal trajecten dat aan het eind van het kalenderjaar afloopt en per 1 januari een nieuw besluit ontvangt. Dit geldt met name voor verwijzingen via de huisarts. Ten opzichte van het eerste kwartaal een jaar geleden zien we een daling in zowel het aantal cliënten als het aantal besluiten.
4 van 29
2.3 Aantal indicaties en unieke cliënten In figuur 2 ziet u een overzicht van het totaal aantal unieke cliënten en lopende indicaties. Ook in deze figuur is een lichte stijging in Q1 te zien ten opzichte van Q4 2020. Ook is te zien dat Q1 van 2021 qua cliënten en indicaties lager uitkomt dan Q1 van vorig jaar.
Unieke cliënten
Indicaties
666
700
618
611
604
600 500
562
444
421
426
Q2-2020
Q3-2020
392
400
415
300 200 100 0 Q1-2020
Q4-2020
Q1-2021
Figuur 2
2.3. Instroom en uitstroom In het eerste kwartaal zijn er 57 kinderen in de 2 e lijn uitgestroomd. Hierin zijn alleen kinderen meegeteld waarbij na afronding van een 2e lijns voorzieningen geen enkele voorziening in de 2 e lijn meer open stond. Kinderen waarbij dus één voorziening gestopt is, maar waarbij één of meerdere andere voorzieningen doorliepen zijn niet meegeteld. Hier tegenover stond dit kwartaal een instroom van 71 kinderen. Daarnaast zijn 9 kinderen met terugwerkende kracht geïndiceerd met een ingangsdatum in het vierde kwartaal.
5 van 29
2.4. Verwijzers In deze paragraaf ziet u het aantal afgegeven indicaties per verwijzer. 2.4.1 Aantallen per verwijzer
180
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
167
Q1-2020
160
105
106 80
85
100
98 104
120
106
140
5 7
17 19 14
26 21 24 14 9 5
2
8
1
3 3
9
20
14
17
26
40
36
40 35
52
54
60
55
80
0
Figuur 3
Bij de verwijzers Gemeente en Huisarts is te zien dat Q1 gestegen is ten opzichte van Q4. Dit heeft vooral te maken met het aflopen van indicatie aan het einde van 2020, dit maakt dat het aantal verlengingen per 1 januari doorgaans wat hoger ligt dan in andere kwartalen. Vanaf het eerste kwartaal ontvangen inwoners die verwezen worden door de huisarts nu ook een beschikking. Dit was tot op heden niet het geval. Dit betekent dat inwoners vanaf nu door de gemeente geïnformeerd worden over de jeugdhulp voorziening waarvoor zij zijn verwezen. Hiermee geven we hen inzage in de beschikte voorziening, de intensiteit en de looptijd hiervan, waarmee we de eigen regie van jeugdigen en ouders in een traject versterken.
6 van 29
Jeugd-ggz
18
76
3
Jeugdhulp ambulant
44
5
9
4
2
43
4
105
3
Jeugdbescherming Jeugdhulp crisis Landelijk ingekocht
1
62
13
13
1
Kindergeneeskunde
Totaal
7
RID
2
RvdK/Rechter
GI
32
Jeugdarts
Huisarts
Dagbehandeling
Medisch specialist
Gemeente
2.4.2 Verwijzingen per voorziening
1 22
22
1
1
2
Dyslexiezorg (EED)
7
7
Verblijf (excl. Beh)
4
5
9
Verblijf (incl. beh)
3
10
13
Vervoerdiensten
3
2
5
Totaal
106
105
36
5
9
14
7
282
Figuur 4
Figuur 4 laat zien naar welke voorzieningen er in dit kwartaal is verwezen. Het totaal van 282 afgegeven indicaties met het aantal als genoemd in paragraaf 2.2.
7 van 29
2.5. Financiën Door een lichte afname in de jeugdhulp via PGB verwachten we hierbij een lichte afwijking dit jaar. De stand voor het eerste kwartaal, is verder in lijn met de begroting voor 2021. De openeinde-regeling maakt dat facturatie van aanbieders nog na afloop van een hulp traject kan plaatsvinden.
Prognose Q2 t/m Q4
Prognose totaal
Afwijking 2021
Regionaal
186
-
186
186
-
Jeugdbeleid en inkoop
56
-
56
56
-
Beschermingstafel
12
-
12
12
-
Overig
118
-
118
118
-
Lokaal
6.355
1.558
4.772
6.330
25
ZIN
5.765
1.423
4.342
5.765
-
Toegang
212
53
159
212
-
PGB
110
15
70
85
25
Veilig Thuis
94
24
71
94
-
Overig
174
43
130
174
-
Lokaal – oud
556
139
417
556
-
Icare
399
100
299
399
-
Jeugdpunt
150
37
112
150
-
Overig
8
2
6
8
-
7.096
1.697
5.374
7.071
25
Totaal Jeugd (excl. Loonkosten)
Stand Q1
Bedragen * € 1.000
Begroting 2021
(per 10-4-21)
Begroting Jeugd 2021
Figuur 5 Begroting Jeugd
De uitgaven voor Jeugd worden sinds 2019 geraamd op basis van de uitgaven van voorgaande jaren en niet meer op basis van het Rijksbudget. De middelen die we ontvangen voor Jeugd zijn opgenomen in de Algemene Uitkering, de hoogte van deze middelen is voor 2021 in totaal (voor oude en nieuwe taken) € 6.811.100. In april 2021 werd bekend gemaakt dat het kabinet voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar stelt voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Voor Putten betekent dit naar verwachting een extra bijdrage van € 600.000.De extra middelen á € 376.000 in 2022 zijn bij behandeling van de septembercirculaire 2020 middels een motie op PM gezet in afwachting van herijking.
8 van 29
3. Wmo 3.1. Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Tot 31 januari 2021 kon er nog een tegemoetkoming hoge zorgkosten worden aangevraagd voor 2020. Vanaf 1 maart 2021 geldt de aanvraag voor het kalenderjaar 2021. Hieronder een overzicht van de aanvragen en de besluiten daarop.
Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten Aanvraagjaar 2020
Aanvraagjaar 2021
Toekenning
331
133
Afwijzing
56
5
Buiten behandeling
5
-
Ingetrokken
2
-
Totaal
394
138
Figuur 6 Tegemoetkoming Hoge Zorgkosten 2020 & 2021
3.2. Afgegeven indicaties en unieke cliënten In totaal zijn er 264 Wmo indicaties gestart bij 193 cliënten. Zoals te zien in figuur 7 blijft de stijgende lijn die is ingezet in Q3 van 2020 doorzetten. In Q2 en Q3 is duidelijk een daling te zien, mogelijk vanwege Corona. Maar momenteel zitten we ver boven het aantal afgegeven indicaties ten opzichte van Q1 in 2020. Unieke cliënten
Indicatiebesluiten
300 264 250
227
150
193
187
184
200
147
145
159
143
119
100 50 0 Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Figuur 7 Afgegeven indicaties
9 van 29
Q4-2020
Q1-2021
3.3. Aantal indicaties en unieke cliënten op peildatum Zoals te zien in figuur 8 is het aantal unieke cliënten in Q1 2021 in totaal 1071. Dit aantal is gedurende het jaar ongeveer gelijk gebleven. Het aantal unieke voorzieningen in Q1 is 1.759. Sommige cliënten hebben meerdere voorzieningen. We zien in figuur 8 een lichte daling van het totale aantal indicaties (-1%). De daling zet zich niet door in het totale aantal cliënten, zoals te zien is in figuur 8. Unieke cliënten 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0
1871
1795
Indicaties 1775
1774
1759
1099
1077
1063
1069
1071
Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
Figuur 8 Unieke cliënten en indicaties totaal
Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
504 493 488 485 488
600
592 575 571 557 549
700
500 400
40 38 42 41 41
70 61 56 59 54
100
108 113 115 107 116
200
211 205 207 209 206
300
0
Figuur 9 Unieke cliënten totaal
10 van 29
3.4. Instroom en uitstroom Bij de instroom en uitstroom wordt een onderscheid gemaakt op cliëntniveau en op productniveau. Op cliëntniveau wordt gekeken naar het aantal unieke cliënten dat is in- of uitgestroomd, in combinatie met het totaal aantal indicaties. Op productniveau wordt, per product, gekeken naar de instroom en uitstroom. 3.4.1 Instroom op cliëntniveau In Q1 zijn er 213 Wmo-voorzieningen opgestart voor 179 cliënten gestart, zoals te zien in figuur 10. Dit is ongeveer gelijk met het Q4. Het is lastig om deze cijfers ook met de kwartalen van Q1 t/m Q3 te vergelijken. Dit vermoedelijk omdat toen de gevolgen van Corona ervoor zorgden, dat er minder aanvragen waren, maar ook niet alle voorzieningen opgestart konden/wilden worden. Dit omdat bijvoorbeeld de dagbesteding dicht was. Of omdat een cliënt nog geen huishoudelijk hulp wilde ontvangen.
Unieke cliënten
Voorzieningen
250
221 190
200 155 150
154
173
213
174
179
Q4-2020
Q1-2021
149
126
100 50 0 Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Figuur 10 Instroom cliëntniveau
3.4.2 Uitstroom op cliëntniveau In figuur 11 is de uitstroom van cliënten en voorzieningen te zien. Er zijn iets minder cliënten uitgestroomd dan ingestroomd. Wel zijn er meer voorzieningen gestopt dat zijn begonnen in Q1. Dit wijst erop dat de cliënten die zijn uitgestroomd meerdere voorzieningen hadden. Wanneer de zorgbehoefte van een inwoner niet meer passend is voor de Wmo zal overgang naar de Wlz plaatsvinden na indicatie van CIZ. Wanneer de inwoner een indicatie krijgt om toegelaten te worden tot de Wlz blijkt ook dat Wmo niet meer passend is op de zorgvraag van de inwoner. Gedurende Q1 2021 zijn er 31 unieke cliënten die huishoudelijke hulp of begeleiding kregen vanuit de Wmo naar de Wlz overgegaan.
11 van 29
Unieke cliënten 250
Voorzieningen 232
227 210
203 200
230
174 159
151
170
166
Q4-2020
Q1-2021
150 100 50 0 Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Figuur 11 Uitstroom op cliëntniveau
3.4.3 Instroom op productniveau In figuur 12 staat de instroom op productniveau. Begeleiding, bevat zowel begeleiding individueel als begeleiding groep (dagbesteding). Vervoersvoorzieningen bevat collectief vervoer, maar bijvoorbeeld ook een scootmobiel. Onder woonvoorziening, vallen voorzieningen zoals een tillift of douchestoel. De grootste instroom vindt plaats bij huishoudelijke hulp en begeleiding. Ten opzicht van vorige kwartalen valt met name een stijging van huishoudelijke hulp op. Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
98
120
75 66 54
60
57
59
69
80
82
81
90
100
0
Figuur 12 Instroom productniveau
12 van 29
15 10 10 11 12
10
22 1 1
11
12 9 15 21 12
20
24 24
40
3.4.4 Uitstroom op productniveau In figuur 13 staat de uitstroom op productniveau. De grootste uitstroom vindt ook plaats bij huishoudelijke hulp en begeleiding. Dit komt doordat deze voorzieningen ook het grootste deel van het Wmo-bestand omvatten. De verdeling van de uitstroom op productniveau ongeveer gelijk als de instroom. Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
71 74 70
80
73
82
83
88
89
100
96
97
120
60
26
1 1
0
Figuur 13 Uitstroom productniveau
13 van 29
7
6
11
11 14
18
22 16 18
20
16
21
28 29
34
40
3.5. Financiën Door een lichte afname in de kosten van rolstoelen en begeleiding verwachten we een lichte afwijking dit jaar. De stand voor het eerste kwartaal, is verder in lijn met de begroting voor 2021.
Begroting 2021
Stand Q1
Prognose Q2 t/m Q4
Prognose totaal
Afwijking 2021
Begroting Wmo 2021 – Maatwerkvoorzieningen
Vervoersvoorzieningen
200
45
155
200
-
Taxivervoer
278
50
228
278
-
Rolstoelen
312
65
200
265
47
Woonvoorzieningen
262
40
222
262
-
Hulp bij het huishouden
1.900
460
1.440
1.900
-
Begeleiding
1.059
220
780
1.000
59
Tegemoetk. hoge zorgkosten
130
13
57
70
60
Schulddienstverlening
109
-
109
109
-
Eigen bijdrage
-130
-30
-100
-130
-
Totaal
4.120
863
3.091
3.954
166
Bedragen * € 1.000
Figuur 14 Begroting Wmo 2021
Naar verwachting zullen de uitgaven voor de regeling tegemoetkoming hoge zorgkosten € 70.000 bedragen. Het overschot op dit budget van € 60.000 kan verrekend worden met de taakstelling Wmo.
14 van 29
4. Participatiewet 4.1. Instroom in de uitkering In figuur 15 is de instroom in de uitkering weergegeven. Opvallend is de stijging in Q1 2021 van het aantal mensen dat vanuit een WW uitkering in de bijstand terecht is gekomen. Mogelijk zijn dit mensen die als gevolg van de corona-crisis in 2020 hun baan hebben verloren, inmiddels geen recht meer hebben op een WW uitkering en nu in de bijstand terecht zijn gekomen. Naar verwachting zal ‘eind WW’ ook de komende kwartalen prominent aanwezig zijn als reden voor instroom in de bijstand. We werken regionaal samen met het UWV en proberen hiermee mensen die een baan verliezen zo snel mogelijk weer naar betaald werk toe te leiden zodat ze niet in de bijstand terecht komen. Voor mensen bij wie dat toch het geval is, wordt gezorgd voor een goede voorlichting zodat het traject richting werk vanuit de gemeente, zo effectief mogelijk ingezet kan worden.
Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
16
20
19
19
21
25
11
15
0
Figuur 15 Instroom in de uitkering
15 van 29
1 1
1 1
2
3
4
2
2
1 1
1 1
2
3
4
5 4 4
4 3 1
1
1 1 1
1
2
3
4
5
4
5
6 6
10
4.2. Uitstroom uit de uitkering Figuur 16 geeft de uitstroom uit de uitkering weer. De uitstroom naar betaald werk blijft in deze coronatijd een uitdaging. Deels vanwege beperkingen in de mogelijkheden om mensen te activeren (bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk of werkervaringsplaatsen. Deels vanwege de onzekere en steeds veranderende arbeidsmarkt.
Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
24
30 21
25
10 12 10
15
12 13
15
20
4
Figuur 16 Uitstroom uit de uitkering
16 van 29
1 1
1
1 1
2
0
1
2
1 1 1 1
1
1
1
2
3
5
3
4
6
7 7
10
4.3. Verloop uitkeringsbestand Het reguliere uitkeringsbestand is in het eerste kwartaal weer gestegen ten opzichte van het laatste kwartaal van 2020. In figuur 17 is dit weergegeven. Ook de vooruitzichten wijzen op een verdere stijging van de toestroom van bijstandscliënten in de komende kwartalen. In combinatie met de extra taken die de gemeente nu al uitvoert voor de Tozo-regeling, TONK-regeling en vroegsignalering, is het de vraag hoe we op de juiste manier ondersteuning kunnen blijven bieden aan de doelgroep. In een onlangs verschenen rapport wijst de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de noodzaak om tijdig te onderzoeken welke capaciteit er nodig is voor deze uitdaging. Momenteel onderzoeken we intern wat er nodig is om ook de komende periodes bijstandsgerechtigden in Putten richting betaald werk te kunnen leiden.
161
154
151
160
157
180
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
168
Q1-2020
140 120 100
0
Figuur 17 Verloop uitkeringsbestand
17 van 29
2
2
3
4
4
16
18
18
20
17
19
30
35
29
40
45
60
48
80
4.4. Verdeling treden participatieladder We delen inwoners met een bijstandsuitkering in op de participatieladder. Dit geeft handvatten om te bepalen waar zij staan in hun doorgroei richting (betaald) werk. De praktijk leert dat tussenstappen op de participatieladder nodig zijn voordat inwoners daadwerkelijk uit kunnen stromen. Met name voor inwoners op de hogere treden is begeleiding richting werk haalbaar. Voor inwoners op lagere treden is tredestijging het doel. Toch kan het ook voorkomen dat inwoners (onverwacht) een directe stap van een lagere trede naar betaald werk maken. In dat geval worden er treden ‘overgeslagen’. Voor de mensen die nog niet op een trede zijn ingedeeld geldt dat voor hen momenteel nog een plan van aanpak wordt opgesteld waarbij ook de trede van de participatieladder wordt bepaald. Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
69
62
64
61
70
65
69
80
60
31
37 31
15
20
1
5
10 0
Figuur 18 Verdeling treden participatieladder
18 van 29
15
20
20
30
25
30
35
40
35
50
4.5. Doelstellingen Participatieplan 2021 Voor 2021 is een nieuw Participatieplan opgesteld. Ook hierin zijn verschillende doelstellingen vastgelegd rond uitstroom en doorstroom van inwoners met een bijstandsuitkering. Voor 2021 hebben we de onderstaande concrete doelstellingen geformuleerd. Tussen haakjes is de tussenstand na het eerste kwartaal vermeld. ➢
Een daling van het totale uitkeringsbestand (Q1: stijging).
➢
Volledige uitstroom van 36 uitkeringen uit het zittende bestand als gevolg van werk, studie of handhaving (Q1: 4).
➢
Volledige uitstroom van 12 uitkeringen uit de nieuwe instroom als gevolg van werk, studie of handhaving (Q1: 7).
➢
24 personen naar parttime werk toeleiden (Q1: 5).
➢
51 personen naar vrijwilligerswerk toeleiden (Q1: 2).
De realisatiecijfers zijn actueler dan de cijfers in de tabellen van uitstroom uit de bijstand omdat de administratieve doorvoering van de beëindiging van de uitkering vaak wat extra tijd in beslag neemt. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat het vooral goed lukt om de nieuwe instroom direct weer aan werk te helpen. Daarentegen blijkt het aan het werk krijgen van de bestaande doelgroep een opgave. Ook het toeleiden naar vrijwilligerswerk is nog maar beperkt gerealiseerd, maar daarbij moet wel aangetekend worden dat er in de eerste maanden veel voorbereidend werk is gedaan om de komende periode meer uitstroom naar vrijwilligerswerk te realiseren. Denk hierbij aan het voeren van gesprekken met zowel kandidaten als organisaties om goede ‘matches’ tot stand te brengen.
19 van 29
4.6. Financiën Participatiewet In onderstaande figuur is de stand van zaken van de financiën van de Participatiewet weergegeven. Voorlopig lopen de uitgaven in lijn met de begroting.
Begroting 2021
Stand Q1
Prognose Q2 t/m Q4
Prognose totaal
Afwijking 2021
Begroting PW 2021
Uitkeringen PW
2.349
580
1.769
2.349
-
Uitkeringen Ioaw
250
52
198
250
-
Uitkeringen Ioaz
70
12
58
70
-
Bbz starters
80
5
75
80
-
Loonkostensubsidies
350
85
265
350
-
Ontvangsten – Terugvorderingen
-50
-13
-37
-50
-
BUIG-budget
-3.100
-744
-2.356
-3.100
-
Totaal PW-uitkeringen
-51
-23
-28
-51
-
WSW – Inclusief Groep
1.885
471
1.414
1.885
-
Lokale arbeidsparticipatie
232
38
194
232
-
2.117
510
1.607
2.117
-
2.066
487
1.579
2.066
-
Bedragen * € 1.000
PW-uitkeringen
PW - Arbeidsparticipatie
Totaal
PW
Arbeidsparticipatie Totaal Participatiewet
–
Figuur 19 Financiën Participatiewet
4.7. Tozo De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. In het eerste kwartaal van 2021 gaven we uitvoering aan (het vervolg) van de derde tranche van de Tozo regeling: Tozo 3. Deze ronde startte 1 oktober 2020. In onderstaand overzicht zijn de cijfers van de aanvragen Tozo 3 in Q4 2020 en Q1 2021 opgenomen. Het aantal aanvragen voor levensonderhoud is iets gedaald terwijl het aantal aanvragen voor bedrijfskrediet is gestegen. Het totaal aantal aanvragen voor bedrijfskrediet voor Tozo 3 (14), blijft overigens nog wel steeds 20 van 29
ruim onder het totaal aantal aanvragen voor een bedrijfskrediet in de eerste ronde van de Tozo (41). Aantal aanvragen Levensonderhoud Q4 2020
61
Levensonderhoud Q1 2021
56
Bedrijfskrediet Q4 2020
5
Bedrijfskrediet Q1 2021
9
Figuur 20 TOZO
Financiën Tozo In onderstaande tabel zijn de totaal verstrekte bedragen voor Tozo in 2021 weergegeven. Onder ‘ontvangsten’
staan
de
terugbetalingen
vanwege
onterecht
verstrekte
uitkering
(levensonderhoud) en aflossingen (bedrijfskrediet). Het Rijk vergoedt de gemeente voor de kosten van de correct verstrekte Tozo uitkeringen en de uitvoeringskosten die hiervoor gemaakt zijn. Hiervoor hebben we momenteel al voorschotten ontvangen. Als na afloop van de Tozo uitvoering blijkt dat deze voorschotten te hoog waren, zullen we dat gedeelte moeten terugbetalen. Voor de uitvoeringskosten geldt dat het op vaste bedragen per beschikking gaat. Dat onderdeel zal dus niet terugbetaald hoeven te worden. Uitgaven Levensonderhoud
€ 365.121
Bedrijfskrediet
€ 75.285
Totaal
€ 440.406
Ontvangsten Levensonderhoud
€
6.717
Bedrijfskrediet
€
8.666
Totaal
€ 15.383
Voorschot ontvangen van Rijk
€ 580.720
Waaronder vergoeding uitvoeringskosten
€ 32.400
Figuur 21 Financiën TOZO Q1 2021
Controle Tozo De Tozo regeling is bij de start in heel Nederland onder hoge druk en met grote snelheid ingevoerd omdat bij veel ondernemers het water aan de lippen stond. Daarom is de regeling destijds ingericht met lichte administratieve vereisten en ondernemers konden een inschatting maken van hun te verwachten inkomen. Indien door controles of door eigen opgave achteraf blijkt dat ondernemers meer inkomen hebben ontvangen dan vooraf geschat, wordt de uitkering lager vastgesteld. Ook kan uit controles blijken dat aanvragers aan andere voorwaarden niet voldaan hebben.
21 van 29
We controleren voor alle Tozo aanvragen de bedrijfsresultaten over de betreffende periode door hier stukken over op te vragen. Daarnaast hebben we via de data van het inlichtingbureau informatie gekregen over inkomsten en het al dan niet voldoen aan het urencriterium van de Tozo. Voor de zaken waar we deze signalen voor hebben gekregen, hebben we extra informatie opgevraagd bij de aanvrager. De controle die we momenteel uitvoeren, heeft betrekking op Tozo 1 en 2. In totaal worden er 279 dossiers gecontroleerd. We controleren alleen dossiers van toegekende aanvragen. Faillissementen In het eerste kwartaal van 2021 was er volgens onze gegevens in totaal sprake van 2 faillissementen bij ondernemingen uit Putten. Er is nog geen sprake van een zeer hoog aantal faillissementen, maar dit is wel een factor om ook de komende periode nauw te monitoren. Dat doen we bijvoorbeeld via de contacten die via de arbeidsmakelaar en bedrijfscontactfunctionaris hebben bij de Puttense bedrijven. Overigens duurt een procedure tot een faillissement vaak meerdere maanden waardoor de problemen van ondernemers pas laat zichtbaar worden in het officiële aantal faillissementen.
4.8. TONK regeling Door de aanhoudende coronacrisis komt de bestaanszekerheid van steeds meer mensen onder druk te staan, omdat zij hun noodzakelijke kosten niet kunnen betalen. Om deze groep tegemoet te komen heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijk Kosten (TONK) opgesteld die door gemeenten wordt uitgevoerd. De TONK is nadrukkelijk een tegemoetkoming, geen inkomensondersteuning. De TONK loopt van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. In Putten wordt een tegemoetkoming verstrekt tot een maximum van 150% van het besteedbare inkomen van iemand met een bijstandsuitkering, met een maximum van € 500,00 per maand per huishouden. In Q1 hebben we 13 aanvragen voor de TONK regeling ontvangen, waarvan er 10 zijn toegekend en 3 zijn afgewezen. Vanuit het Rijk hebben we een bijdrage van het Rijk ontvangen voor de eerste tranche van € 51.410,-. Dit bedrag is bedoeld voor zowel de verstrekkingen tegemoetkoming TONK als uitvoeringskosten.
22 van 29
5. Schulddienstverlening Schulddienstverleningstrajecten worden door Westerbeek uitgevoerd. Zoals te zien in figuur 22 waren er eind 2020 39 inwoners die een lopend dossier hadden bij Westerbeek voor schulddienstverlening. Het aantal dossiers is gelijk gebleven. Er zijn 6 nieuwe cliënten aangemeld in Q1 bij Westerbeek.
Q1-2020
Q2-2020
Q3-2020
Q4-2020
Q1-2021
39
39 37
40
44
45
43
50
35 30 25 20 15
6
4
6
7
10
3
5 0
Figuur 22 Schulddienstverlening
5.1. Vroegsignalering Per 1 januari 2021 is de wetswijzing op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) van kracht gegaan. Met deze wijziging is vroegsignalering van schulden een wettelijk taak voor gemeenten geworden en zijn wij verplicht om alle signalen van betalingsachterstanden die wij ontvangen op te volgen. Door vroegsignalering kunnen gemeenten voorkomen dat betalingsachterstanden oplopen tot een problematische schuld. De gemeente Putten gebruikt het RIS systeem waar zorgverzekeraars, energieleveranciers, waterbedrijven en woningcorporaties hun signalen kunnen melden. We zien dat nog niet alle organisaties dit doen. Ook met de lokale woningcorporatie waren extra overleggen nodig om tot een lokaal afgestemd convenant te komen, waarin afspraken worden gemaakt over vroegsignalering. Dit convenant wordt in het tweede kwartaal getekend. In het eerste kwartaal is op casusniveau, net als voorgaande kwartalen, wel contact geweest onderling.
23 van 29
Er zijn in totaal 64 meldingen bij ons binnengekomen via RIS van betalingsachterstanden. De meeste betalingsachterstanden zijn gemeld door zorgverzekeraars. Alle meldingen zijn door ons opgevolgd.
Meldingen vroegsignalering Januari
Februari
Maart
Zorgverzekering
11
15
16
Waterleverancier
-
9
9
Energieleverancier
1
1
2
Huur
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Totaal
12
25
27
Figuur 23 Meldingen vroegsignalering
6. Toeslagenaffaire Volgens de laatste informatie van de belastingdienst gaat het in Putten om 15 gedupeerde huishoudens. Van 4 huishoudens is geen telefoonnummer bekend. Zij hebben daarom een brief ontvangen met het verzoek om contact met de gemeente op te nemen. De laatste update dateert van 7 mei jl en betrof 1 gedupeerd huishouden. Dit huishouden is ook nog niet bereikt. Overzicht stand van zaken afhandeling toeslagenaffaire gemeente Putten Aantal gedupeerde huishoudens in Putten volgens de belastingdienst
15
Aantal gedupeerde huishoudens die geen ondersteuning wensen
5
Aantal gedupeerde huishoudens die wel ondersteuning wensen
4
Aantal gedupeerde huishoudens die twijfelen over ondersteuning
1
Aantal gedupeerde huishoudens waar nog contact mee gezocht wordt
5
Aantal gedupeerde huishoudens die compensatie hebben ontvangen
4
6.1 Het Rijk vergoedt alle kosten Het Rijk heeft aangegeven via nacalculatie alle werkelijke kosten aan overheidspartijen, waaronder gemeenten, te vergoeden.
24 van 29
7. Bezwaren In het eerste kwartaal zijn er 6 bezwaren ingediend, 5 binnen de Participatie-wet, één binnen de Jeugdwet en geen voor Wmo. Twee daarvan zijn ongegrond verklaard. Eén bezwaar is ingetrokken en één bezwaar niet ontvankelijk. Er staan op dit moment nog twee bezwaren open bij de Participatiewet. Er zijn geen klachten ingediend bij de Ombudsman. Wel zijn er 2 klachten ingediend binnen Jeugd, met beide indieners zijn we in gesprek. Bezwaren Participatiewet Ongegrond
1
Ingetrokken
1
Nog openstaand
2
Niet ontvankelijk
1
Totaal
5
Wmo
Jeugd 1
0
Figuur 24 Bezwaren
25 van 29
1
8. Taakstelling en reserve Sociaal Domein U heeft in de Koersnota een aantal maatregelen rondom Jeugd en Wmo vastgesteld. Naar verwachting worden de doelstellingen gerealiseerd zonder dat dit ten kosten is gegaan van de ondersteuning aan de inwoners.
8.1. Taakstelling Grip op Jeugd De taakstelling Grip op Jeugd voor 2021 is vastgesteld op € 1.081.000. Om de taakstelling voor 2021 te realiseren, besteden we in 2021 aandacht aan de onderstaande onderdelen. Deze onderdelen zijn nadere uitwerking van Grip op Jeugd: o
Ambulant alleen nog dichtbij
o
Afschalen GGZ
o
Actieve Regie
o
Passende producten voor gezinshuizen
o
Terugdringen looptijd respijtzorg
o
Wlz waar mogelijk
o
Voorkomen verlengde jeugdhulp (18+)
Figuur 25 Taakstelling Grip op Jeugd
26 van 29
8.2. Taakstelling Grip op Wmo De taakstelling Grip op Wmo voor 2021 is vastgesteld op € 544.000. De realisatie bedraagt naar verwachting € 443.000. De besparing op huishoudelijke hulp kan niet volledig worden gerealiseerd vanwege de aangenomen motie ‘Verschil in interpretatie’ in de raadsbehandeling op 28 mei 2020. Door uitvoering te geven aan deze motie is de besparing op huishoudelijke hulp lager dan begroot. Specificatie Grip op Wmo
2019
2020
2021
2022
2023
2024
213
213
213
213
213
213
Huishoudelijke hulp
132
264
314
314
314
Begeleiding - 6 dagdelen
33
67
67
67
67
213
378
544
594
594
594
261
274
273
213
213
213
Huishoudelijke hulp
36
102
163
217
263
Begeleiding - 6 dagdelen
33
67
67
67
67
Chronisch zieken 130% bijstandsnorm
Huidige taakstelling
Realisatie Chronisch zieken 130% bijstandsnorm
Totaal realisatie
261
343
442
443
497
543
Resterende taakstelling Grip op Wmo
-48
35
102
151
97
51 Bedragen * € 1.000
Figuur 26 Taakstelling Grip op Wmo
Met ingang van de nieuwe aanbesteding Wmo zullen we ook monitoren op onderdelen waarop we kunnen sturen. Zo komt er per 1 juni 2021 een nieuw product begeleiding groep arbeidsmatig. Met onze monitor zullen we de routes die deze cliënten afleggen monitoren en kijken of de doelstellingen behaald worden. Ook zullen we monitoren of de gewenste resultaten behaald worden voor de client. Over deze maatregelen wordt u op een later moment geïnformeerd.
27 van 29
8.3. Taakstelling Sociaal Domein In onderstaande tabel is de totale bezuinigingstaakstelling Sociaal domein opgenomen. Bezuinigingstaakstelling Sociaal Domein
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Taakstelling Grip op Jeugd
225
653
1.081
1.081
1.081
1.081
Realisatie
376
727
768
768
768
768
Resterende taakstelling Grip op Jeugd
-151
-74
313
313
313
313
Taakstelling Grip op Wmo
213
378
544
594
594
594
Realisatie
261
343
442
443
497
543
Resterende taakstelling Grip op Wmo
-48
35
102
151
97
51
Totaal taakstelling
438
1.031
1.625
1.675
1.675
1.675
Totaal realisatie (2019 werkelijk en vanaf 2020 verwachting)
637
1.070
1.210
1.211
1.265
1.311
Totaal resterende taakstelling
-199
39-
415
464
410
364 Bedragen*€.1000
Figuur 27 Taakstelling Sociaal Domein
8.4. Reserve Sociaal Domein Terugblik 2020 Op basis van de voorlopige cijfers 2020 voor Jeugd, Wmo en Participatiewet en de resultaten van Grip op Jeugd en Wmo werd bij de Q4-rapportage een storting van € 565.000 in de reserve Sociaal domein verwacht. Inmiddels heeft de afwikkeling van 2020 plaatsgevonden en dit heeft geresulteerd in een storting van € 1.270.000.
Jeugd
Primaire begroting 2020 -1.332
WMO Participatie
Reserve sociaal domein
-417
-1.758
-26
-126
731
579
11
18
567
595
-
-
-30
-30
Beschermd Wonen / Maatsch. Opvang Totaal
Totaal mutaties
Aanvullend 2020 -9
Koploperschap OIO Aanvulling reserve (Kadernota 2020)
Tussentijdse wijzigingen
-
-
589
589
1.295
-
-
1.295
-53
-117
1.440
1.270
Bedragen * € 1.000
Het saldo van de reserve bedraagt per 31-12-2020 € 2.722.000. Dit is inclusief geoormerkt geld voor Onafhankelijke Inwonersondersteuning € 265.000 en Beschermd wonen en maatschappelijke opvang € 792.000.
Reserve sociaal domein Totaal reserve sociaal domein
Saldo 01-01-2020 1.452
Vermeerdering 2020 2.171
Vermindering 2020 901
Saldo 31-12-2020 2.722
Bedragen * € 1.000
28 van 29
Vooruitblik 2021 Primaire begroting 2021
Tussentijdse wijzigingen
Begroting 2021
Aanvullend (prognose Q12021)
Jeugd
-1.320
-17
-1.337
625
WMO
-25
-76
-101
106
5
Participatie
49
-58
-9
-
-9
Reserve sociaal domein
Totaal -712
Koploperschap OIO
-
-44
-44
-
-44
Beschermd Wonen / Maatsch. Opvang
-
-150
-150
-
-150
Aanvulling reserve (Kadernota 2020)
1.162
-
1.162
-
1.162
Totaal
-135
-344
-479
731
252
Bedragen * € 1.000
De uitgaven van het Sociaal domein zijn begroot op basis van realisaties van eerdere jaren. Voor de begroting 2021 was er een onttrekking nodig van € 1.641.000. Met de aanvulling vanuit het begrotingssaldo bij de Kadernota 2020 van € 1.162.000, is er per saldo € 479.000 onttrokken. Op basis van Q1 is er voor Jeugd sprake van een overschot van € 25.000. Als de prognose juist is dan kunnen de te ontvangen extra middelen van € 600.000 ook toegevoegd worden aan de reserve Sociaal domein. Voor Wmo is er op basis van Q1 sprake van een overschot van € 166.000. Hiervan heeft € 60.000 betrekking op de taakstelling. Het overige overschot van € 106.000 kan toegevoegd worden aan de reserve Sociaal domein.
29 van 29