Krachtighuizerweg 34 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34 ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Krachtighuizerweg 34 ontwerp
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
7
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
11
Bijlage 3
Bodemonderzoek
35
Bijlage 4
Watertoets
67
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
73
Bijlage 6
Onderbouwing gebiedsbescherming
95
Bijlage 7
Aerius berekening aanlegfase
103
Bijlage 8
Aerius berekening gebruiksfase
111
3
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
4
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
6
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
7
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
10
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
11
Inventariserend Veldonderzoek Verkennende en karterende fase Krachtighuizerweg 34 te Krachtighuizen Gemeente Putten
KSP Archeologie
KSP Archeologie
1
Colofon Versie Status KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie
: : : : : : :
1.0 Niet beoordeeld door bevoegde overheid 20750 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven
: :
S.M. Koeman (senior KNA Prospector) 14 juli 2020
www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl
Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn.
KSP Archeologie
2
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel en vraagstellingen 2 Vooronderzoek 2.1 Gespecificeerde archeologische verwachting 2.2 Conclusie en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek, verkennende/karterende fase 3.1 Werkwijze 3.2 Veldsituatie 3.3 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens 3.4 Archeologische indicatoren 3.5 Toetsing van de archeologische verwachting 4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
5 6 6 6 6 7 8 9 9 9 10 10 10 10 11 11 12 12 12 13 14
Boorpuntenkaart Boorbeschrijving Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). Figuur 2: Toekomstige bestemmingen en inrichting.
4 7
KSP Archeologie
3
Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem
: : : : :
20750 Grondvitaal B.V. KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Putten M. Wispelwey (regio-archeoloog Noordwest Veluwe)
: : : :
Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek
: : :
4875320100 Gelderland Putten Krachtighuizerweg 34 te Putten (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) of te Krachtighuizen (buurtschap volgens borden) x: 170.875 y: 472.130 Putten D 3775 en 3564 Juli 2020
Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).
KSP Archeologie
4
Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Krachtighuizerweg 34 in het buurtschap Krachtighuizen te Putten (gemeente Putten). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging en aansluitende omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning. De regio-archeoloog heeft aangegeven dat er geen bureauonderzoek nodig is en heeft een specifieke verwachting opgesteld: Het plangebied ligt in een zone met gordeldekzandwelvingen en kent een hoge archeologische verwachting. Vooral prehistorie wordt hier verwacht. De archeologie, indien aanwezig, zit vanwege het ontbreken van een conserverend dek niet diep. Het gebruik van het plangebied als recreatieterrein is niet gunstig geweest voor de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Zeker de recente sloop van een aantal recreatiewoningen en het verwijderen van ondergrondse infrastructuur, hebben de bodem al aardig geroerd. Dit verkennende en karterende booronderzoek is uitgevoerd om deze hoge verwachting te toetsen. De regio-archeoloog had tevens een oppervlaktekartering aanbevolen, maar deze was door de hoeveelheid begroeiing niet mogelijk. Er was enkel een booronderzoek nodig en gewenst op perceel Putten D 3564, niet op perceel Putten D 3775.
Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem ter hoogte van de voormalige recreatiewoningen en ook deels op het overige terrein verploegd is. Lokaal was de podzolbodem nog intact. Het vondst- en sporenniveau uit de vroege prehistorie (steentijden) is verstoord, waardoor dergelijke vindplaatsen na de verkennende fase niet meer verwacht werden. Vindplaatsen uit de late periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) zouden nog intact aanwezig kunnen zijn, maar door het ontbreken van archeologische indicatoren in de karterende fase is de kans zeer klein dat dergelijke vindplaatsen aanwezig zijn. De hoge verwachting kan voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) kan naar laag worden bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen of het ontbreken van archeologische indicatoren in de karterende fase op perceel Putten D 3564 daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek en om geen archeologische dubbelbestemming op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan ter hoogte van perceel Putten D 3564.
Op perceel Putten D 3775 zal de bestaande archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ gehandhaafd moeten blijven. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Putten), die vervolgens een selectiebesluit neemt.
KSP Archeologie
5
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader
In opdracht van Grondvitaal BV heeft KSP Archeologie een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Krachtighuizerweg 34 in het buurtschap Krachtighuizen te Putten (gemeente Putten). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging en aansluitende omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocol (KNA 4.1) 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl) en het gemeentelijke advies van de regio-archeoloog van 8 juni 2020. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 3. 1.2
Afbakening plan- en onderzoeksgebied
Het plangebied en onderzoeksgebied zijn niet gelijk. Het plangebied omvat beide kadastrale percelen waar de bestemming gewijzigd wordt van ‘recreatie - verblijfsrecreatie 3’ naar wonen, bos en tuin en is 0,75 ha groot (Figuur 1). Het onderzoeksgebied omvat kadastraal perceel D3564 en is 0,58 ha groot. 1.3
Overheidsbeleid
In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Krachtighuizen 2013’ van de gemeente Putten geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ (www.ruimtelijkeplannen.nl). Dit betekent dat bij het op (laten) richten van bebouwing met een oppervlak groter dan 100 m² of bodemingrepen, o.a. ook het aanleggen van bos, groter dan 100 m2 en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek nodig is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
De regio-archeoloog heeft een beknopt bureauonderzoek aangeleverd en aangegeven dat een bureauonderzoek niet verlangd wordt door de gemeente Putten. Op basis van de aangeleverde gegevens worden met name prehistorische vindplaatsen verwacht. Dit verkennende en karterende booronderzoek met oppervlakte kartering zal worden uitgevoerd om deze hoge verwachting te toetsen.
KSP Archeologie
6
1.4
Toekomstige situatie
In het noorden, perceel worden de bestemmingen aangepast aan de huidige situatie en vinden geen ingrepen plaats voor de nieuwbouw. Tot recent was het onderzoeksgebied in gebruik als gebied met recreatiewoningen en stallen. Inmiddels is alle bebouwing gesloopt. Binnen het onderzoeksgebied zal een woning met bijgebouwen worden gebouwd. In het zuiden wordt een woning opgericht van ca. 200 m² met diverse bijgebouwen. Ook wordt een tuin aangelegd en wordt een nader in te richten hoeveelheid bomen bijgeplant (Figuur 2).
Figuur 2: Toekomstige bestemmingen en inrichting.
KSP Archeologie
7
1.5
Onderzoeksdoel en vraagstellingen
De opdrachtgever heeft geen specifieke doelen en wensen ten aanzien van de uitvoering van het archeologische onderzoek, anders dan de standaard doelstellingen zoals hieronder geformuleerd.
Inventariserend Veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) (landbodems) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Het resultaat van het IVO is een standaardrapport IVO-O met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies (buiten normen van tijd en geld). Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen. Indien er onvoldoende gegevens voor waardering en selectieadvies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. Er kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of om af te zien van verder onderzoek. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Voor goed uitgevoerd archeologisch onderzoek is het niet altijd nodig om al deze fasen te doorlopen dat hangt af van de situatie. Dit onderzoek betreft een verkennend en karterend onderzoek.
De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap (bodemopbouw) die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor mogelijk vervolgonderzoek. Tijdens de karterende fase wordt het terrein (daarnaast) systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die wijzen op een vindplaats. Daarnaast wordt ook gekeken naar de bodemopbouw en de intactheid daarvan. Om de bovenstaande doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? • Zijn in het plangebied aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? • Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? • Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? • Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? • In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
KSP Archeologie
8
2
Vooronderzoek
De regio-archeoloog Maarten Wispelwey heeft in juni 2020 een vooronderzoek aangeleverd, waarvan de essentie hier is weergegeven. Aangevuld met het onderzoek van Spanjaard (2014). 2.1
Gespecificeerde archeologische verwachting
Het plangebied ligt in een zone met gordeldekzandwelvingen1 en kent een hoge archeologische verwachting. Vooral prehistorie wordt hier verwacht. De archeologie, indien aanwezig, zit vanwege het ontbreken van een conserverend dek niet diep. Het gebruik van het plangebied als recreatieterrein is niet gunstig geweest voor de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Zeker de recente sloop van een aantal recreatiewoningen en het verwijderen van ondergrondse infrastructuur, hebben de bodem al aardig geroerd. De regio-archeoloog heeft enkele afbeeldingen toegestuurd van historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s. Op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw was het plangebied nog onbebouwd en in gebruik als heide. Daarna heeft er verspreid over het gebied bebouwing gestaan. Bijlage 1 geeft de situatie met diverse recreatiewoningen en overige opstallen weer rond 2006. Er is in de directe omgeving van het plangebied een aantal archeologische onderzoeken en vondsten aangemeld in Archis (zoeken.cultureelerfgoed.nl) • 110 m ten zuidoosten van het plangebied is een melding van een vondst (3084345100). Het is een zogenaamde administratieve melding, die op 1 km nauwkeurig is bepaald. In de omgeving is een Fels-Ovalbeil van kwartsiet aangetroffen. • Voor het recreatiepark ‘De Veluwse Hoevegaerde’ ca. 10 m ten zuiden van het plangebied is een bureauonderzoek (2378893100) uitgevoerd.
Voor vier deellocaties is en verkennend booronderzoek (2378900100) en vervolgens een karterend booronderzoek (2385526100) uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek bleek de podzolbodem in de delen die voor landbouw waren gebruikt afgetopt. Tijdens de karterende fase zijn (sub)recent keramiek, sintels, glasscherven, houtskool, fijnverdeeld (sub)recent bouwpijn en bij veel boringen kolengruis waargenomen. Dit zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die zouden kunnen wijzen op de aanwezigheid van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. (Spanjaard 2014). 2.2
Conclusie en advies
Om de verstoring van de bodem en de archeologische waarden vast te stellen, is een booronderzoek en veldkartering gewenst op het gehele perceel. De regio-archeoloog heeft aangegeven dat voor het verkennend booronderzoek maximaal 10 boringen met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm gezet moet worden. Deze moeten verspreid worden over locaties waar wel en geen voormalige recreatiewoningen hebben gestaan. Naast het boren wordt ook ingezet op een veldkartering. Er wordt vanuit gegaan dat bij de sloop de bodem los is komen te liggen. Inspectie van de losse grond wordt verlangd. KSP Archeologie heeft aangegeven dat met een paar extra boringen ook de karterende fase uitgevoerd kan worden. Met dit onderzoek wordt de bodem systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Aan de hand van de Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel karterend booronderzoek (Tol e.a. 2012) wordt een booronderzoek aanbevolen in een grid van 20 x 25 m (methode E1, brede zoekoptie).
1 Op de geomorfologische kaart (geraadpleegd via zoeken.cultureelerfgoed.nl) ligt het plangebied in een zone met
sneeuwsmeltwaterafzettingen die nog hoger zijn gelegen dan de gordeldekzanden. De grens tussen de gordeldekzandglooingen en de sneeuwsmelwaterafzettingen ligt ca. 250 m ten westen van het plangebied.
KSP Archeologie
9
3
Inventariserend Veldonderzoek, verkennende/karterende fase
3.1
Werkwijze
Op basis van de hoge archeologische verwachting en het advies van de regio-archeoloog is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Er zijn dertien boringen gezet om de intactheid van de bodemopbouw te toetsen (Bijlage 1). De boringen zijn verdeeld over mogelijk nog intacte zone en zones waar de bodem waarschijnlijk geroerd is door het plaatsen en verwijderen van (recreatie)woningen. De bodem was lokaal intact, waardoor de karterende fase door middel van booronderzoek is uitgevoerd. Er is een karterend booronderzoek uitgevoerd conform de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek (versie 2.0, Tol et al. 2012). In dit geval is conform ‘het stroomdiagram keuze onderzoeksmethode karterend IVO deel 1’ (protocol 4003, VS08) een karterend booronderzoek uitgevoerd voor kleine plangebieden met een brede verwachting. Dit is een booronderzoek met een boordichtheid van minimaal 20 boringen per hectare (methode E1). Voor het onderzoeksgebied kwam dit uit op 13 boringen. De methode levert minimaal een 75% opsporingskans voor nederzettingen met een matighoge vondstdichtheid (aardewerk en vuursteen) en een omvang van meer dan 500 m² worden opgespoord. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelaten, is een boorgrid van 20 x 25 m gebruikt, waarbij de afstand tussen de raaien 20 m en de afstand tussen de boringen 25 m bedraagt.
Voor een optimale verdeling van de boringen verspringt het beginpunt van een raai 12,5 m ten opzichte van de naastgelegen raai. De exacte boorlocaties zijn uitgezet met een handheld GPS toestel. De hoogteligging van de boringen ten opzichte van NAP is geschat op basis van het AHN3. De boringen zijn geplaatst met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. Boringen 11 had iets grover grind waar de 15 cm boorkop niet goed door kon dringen en is beneden 50 cm-mv met een boor met een diameter van 7 cm doorgezet en de omvang van de diepe verstoring in kaart te brengen. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 20 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment (m.u.v. boring 1 en 11, de boringen met een diepe verstoring) is met de hand gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm en met het blote oog geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en aardewerk. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker & Schelling (1989) (Bijlage 2). 3.2
Veldsituatie
Aan het maaiveld was veel bouwpuin en grind aanwezig bij de voormalige paden. Deze zijn afgelopen, maar er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Een oppervlaktekartering was gewenst, maar was niet haalbaar. Het terrein was begroeid met onkruid. Het onkruid was hoger op locaties waar bebouwing recent was gesloopt. Hier was de afgegraven grond aangevuld met zwarte grond (informatie eigenaar). 3.3
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens
3.3.1
Lithologie en geologie
Het sediment bestond uit zwak tot matig siltig, zwak tot matig grindrijk, zeer fijn tot matig grof zand. De grindfractie was zeer divers van fijn tot matig grof. Veelal was de zandfractie zeer fijn en goed
KSP Archeologie
10
gesorteerd en goed afgerond. Het sediment bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen in de bovengrond vermengd met dekzand.
3.3.2
Bodem
Boringen 6, 9 en 10 hadden de meest intacte bodemopbouw. Hier was sprake van een donkerbruingrijze bouwvoor van 10 à 20 cm (A-horizont), met daaronder een lichtbruine/geelbruine horizont (Bw-horizont, moderpodzol) of een donkerbruine horizont (Bh-horizont, mogelijk een humuspodzol). De top van het dekzandachtige fluvioperiglaciale zand is op deze locaties waargenomen tussen 30 à 40 cm-mv. In boring 4 is de B-horizont vermengd met zowel de A en de C-horizont, maar was op basis van de kleurschakering wel duidelijk een podzolbodem aanwezig geweest. De top van de C-horizont was hier rond 60 cm- mv aanwezig. In boring 2 ging de A-horizont na 50 cm scherp over in de C-horizont. In boringen 3, 5, 7, 8, 12 en 13 was er veelal sprake van een geroerde donkerbruingrijze laag met een (bruin)gele laag, met daaronder een mengsel waar de gele kleuren meer de overhand hadden. Rondom deze boringen was de bodemopbouw geroerd. De top van de C-horizont is waargenomen tussen 40 à 60 cm. Veelal ca. 20 cm dieper dan bij de meest intacte bodemtypes. Bij boringen 1 en 11 was er sprake van een diepe verstoring, hier is de top van de C-horizont pas waargenomen op 90 à 100 cm-mv. 3.4
Archeologische indicatoren
Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. 3.5
Toetsing van de archeologische verwachting
Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de podzolbodem veelal is verploegd, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er geen indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. De hoge verwachting uit het vooronderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. De top van de C-horizont ligt veelal 20 cm dieper bij de geroerde bodemtypes dan bij de podzolbodems, waardoor bij die bodemtypes de kans aanwezig is dat ook het sporenniveau uit de periode Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen, grotendeels verloren is gegaan. Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont mogelijk nog intact is aangetroffen, zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode.
Daarom wordt de hoge verwachting uit het vooronderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.
KSP Archeologie
11
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
De hoge archeologische verwachting uit het vooronderzoek is getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem ter hoogte van de voormalige recreatiewoningen en ook deels op het overige terrein verploegd is. Lokaal was de podzolbodem nog intact. Het vondst- en sporenniveau uit de vroege prehistorie (steentijden) is verstoord, waardoor dergelijke vindplaatsen na de verkennende fase niet meer verwacht werden. Vindplaatsen uit de late periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) zouden nog intact aanwezig kunnen zijn, maar door het ontbreken van archeologische indicatoren in de karterende fase is de kans zeer klein dat dergelijke vindplaatsen aanwezig zijn. De hoge verwachting kan voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) kan naar laag worden bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
•
Zijn in het plangebied aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats?
Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem ter hoogte van de voormalige recreatiewoningen en ook deels op het overige terrein geroerd is. Lokaal was de podzolbodem nog intact.
In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom laag ingeschat. •
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten?
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
•
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd?
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Op basis van het bureauonderzoek was een hoge archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Het booronderzoek heeft uitgewezen dat het bodemprofiel is verstoord en dat de verwachting naar laag kan worden bijgesteld voor vuursteenvindplaatsen. Ondanks de verstoringen kunnen zowel ter hoogte van de voormalige recreatiewoningen als de zones daarbuiten vindplaatsen uit de periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) in situ aanwezig zijn. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op basis daarvan kan de verwachting naar laag worden bijgesteld.
KSP Archeologie
12
De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. •
In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
Aangezien de kans dat een vindplaats binnen het onderzoeksgebied aanwezig is laag wordt ingeschat, vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief. 4.3
Selectieadvies
Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen of het ontbreken van archeologische indicatoren in de karterende fase op perceel Putten D 3564 daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek en om geen archeologische dubbelbestemming op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan ter hoogte van perceel Putten D 3564. Op perceel Putten D 3775 zal de bestaande archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ gehandhaafd moeten blijven. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Putten), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden.
Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
13
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
Nederlands
Spanjaard, G.W.J. (2014): Archeologisch karterend booronderzoek Recreatiepark De Veluws
Hoevegaerde te Krachtighuizen in de gemeente Putten,
Tol, A.J., Verhagen J.W.H.P., Verbruggen M. (2012). Leidraad inventariserend veldonderzoek versie 2.0. Deel: karterend booronderzoek. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMT Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmts Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms Websites Geologische eenheden (formaties): www.dinoloket.nl/nomenclator
KSP Archeologie
14
Bijlage 1
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 2 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 20750
Project
: Putten - Krachtighuizerweg 34
Datum
: 13 juli 2020
Beschrijver
: Erwin van der Klooster
Type grond
: Fluvioperiglaciale afzettingen
Boordiameter
: 15 cm, 3 mm zeef
Bijzonderheden
:
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
1
50
Z2s2
h1
ge/br
X
voorm. woning
100
Z2s2
h2
br/ge
A/C
120
Z2s2g1
ge
C
grof zand
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
2
50
Z2s2
h3
dgrbr
Aa
iets geel gevlekt
60
Z4s1g2
ge
C
fluvioperiglaciaal
70
Z3s1g1
ge
C
idem, fijner
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
3
50
Z2s2g1
h3
dbrgr/ge
bloempot aw
A/C
voorm. woning
60
Z2s2g1
ge/br
A/C
70
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
4
50
Z2s2g1
h3
dbrgr/dbr
roestige schroef
A/B
60
Z2s2g1
h2
dbr/ge
B/C
70
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
5
10
Z2s2g1
h3
dbrgr/dbr
A
voorm. woning
50
Z4s1g1
br/ge
A/C
80
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
6
20
Z2s2g1
h3
dbrgr
Ap
30
Z2s2g1
h1
lbr
Bw
60
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
7
20
Z2s2g1
h3
dbrgr/ge
A/C
voorm. woning
40
Z2s2g1
ge/br
A/C
60
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
8
30
Z2s2g1
h3
dbrgr/ge
A/C
60
Z2s2g1
ge/br
A/C
80
Z2s2g2
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
9
10
Z2s2g1
h3
dbrgr
bst1
Ap
40
Z2s2g1
h1
lbr
Bw
60
Z2s2g1
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
10
10
Z2s2g1
h3
dbrgr
Ap
30
Z2s2g1
h2
dbr
Bh
60
Z2s2g1
ge
C
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Pagina 1 van 2
Horizont
Opmerkingen
dekzandachtig
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Horizont
Opmerkingen
wige
X
bouwzand
h2
dgrbr
A/C
h2
br/ge
A/C
boomgat?
ge
C
scherp zand
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
bst1
A/C
Boring
Diepte in cm
Textuur
11
50
Z4s1
50
Z2s2g1
90
Z2s2g1
120
Z2s2g1
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
12
20
Z2s2g1
h3
dbrgr/ge
50
Z2s2g1
br/ge
A/C
70
Z2s2g2
ge
C
dekzandachtig
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
13
20
Z2s2g1
h3
dbrgr/ge
voorm. Schuur
40
Z2s2g1
br/ge
60
Z2s2g2
ge
Boring
X (m RD)
Y (m RD)
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
A/C bst1
Z (m+NAP) via AHN3
1
170844
472082
18,77
2
170867
472077
18,84
3
170880
472087
19,05
4
170897
472082
19,09
5
170896
472102
18,98
6
170872
472104
18,89
7
170852
472101
18,87
8
170835
472119
19,04
9
170866
472123
18,87
10
170886
472129
18,96
11
170899
472140
19,07
12
170866
472135
19,07
13
170845
472138
19,11
Pagina 2 van 2
A/C C
dekzandachtig
Vondsten
Vondsten
Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
34
bestemmingsplan Krachtighuizerweg 34
Bijlage 3 Bodemonderzoek
35
Verkennend bodemonderzoek Locatie Adres: Postcode, Plaats
Krachtighuizerweg 34 3881 PD PUTTEN
Opdrachtgever Naam: Adres: Postcode, plaats:
De heer S. de Graaf Krachtighuizerweg 34 3881 PD PUTTEN
Contactpersoon: Telefoonnummer:
De heer S. de Graaf 06-50610830
Uitvoering en rapportage Naam: Grondvitaal BV Adres: Voorthuizerstraat 256 Postcode, plaats: 3881 SN Putten
Projectgegevens Projectnummer: Versie: Revisiestatus:
Telefoonnummer: Fax: E-mailadres:
0341 491323 0341 491806 info@grondvitaal.nl
Rapportagedatum: 23 juni 2020 Autorisatiedatum: 24 juni 2020
Contactpersoon:
dhr. J.W. Mertens
Uitvoering conform: NEN 5740
Analyses Naam: Adres: Postcode, plaats:
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld
Telefoonnummer: E-mailadres:
0342 426300 info-env@eurofins.nl
2027059 01 Definitief
GRONDVITAAL BV
BODEMONDERZOEK / ASBESTINVENTARISATIE
INHOUDSOPGAVE 1
SAMENVATTING
2
OMSCHRIJVING VAN HET ONDERZOEK
2.1
Doel van het onderzoek
2.2
Historisch onderzoek en visuele waarneming
2.3
Onderzoekshypothese
2.4
Uitvoering van het onderzoek
2.5
Geohydrologie
2.6
Veldwerk wijze van uitvoering
2.7
Resultaten veldwerk
3
LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Omschrijving
3.2
Resultaten en interpretatie van het laboratoriumonderzoek
3.3
Overzicht analyseresultaten
4
SAMENVATTING, CONCLUSIE en AANBEVELING
4.1
Samenvatting
4.2
Conclusie
4.3
Aanbeveling
BIJLAGEN: 1.
Overzicht boorpunten Kadastrale situatie
2.
Boorprofielen
3.
Analyseresultaten
4.
Achtergrond-, streef- en Interventiewaarden standaardbodem (VROM)
2
1
SAMENVATTING
Soort onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
Aanleiding
Aanvraag omgevingsvergunning
Doel
Vaststellen of sprake is van verontreiniging in de grond
Opzet
NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet-lijnvormige locatie)
Locatie
Krachtighuizerweg 34 3881 PD PUTTEN
Kadastraal bekend
Gemeente
PUTTEN
Sectie
D
Nummer
3564
Oppervlakte onderzoekslocatie
1.500
m²
Terreininrichting
onverhard
Terreingebruik
braakliggend
Terreingebruik omgeving
Wonen / recreatie
Kaartcoördinaten
X=
Hypothese
onverdacht
Aantal boringen / peilbuizen
0,5 m –mv.
1,0 m –mv.
2,0 m –mv.
2,5 m –mv.
6
-
2
-
170886
Y=
472087
Bodemopbouw
Donkerbruin tot lichtbruin matig fijn tot matig grof zand
Grondwaterstand
> 5,0
Zintuiglijke waarnemingen
Sporen baksteen
Resultaten grond
Conclusies
peilbuis -*
m –mv. > achtergrondwaarde
> interventiewaarde
Bovengrond
-
-
Ondergrond
-
-
Hypothese bevestigd. Er is geen verontreiniging aangetroffen. Er zijn o.i. geen belemmeringen voor de gewenste activiteiten
*) Uit de veldwerkzaamheden is gebleken dat het grondwater zich op een grotere diepte dan 5,0 m.mv. bevindt. Overeenkomstig NEN 5740 is het plaatsen van een peilbuis hierdoor achterwege gebleven.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
3
2
OMSCHRIJVING VAN HET UITGEVOERDE ONDERZOEK
2.1
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging in de grond.
2.2
Historisch onderzoek en visuele waarneming
Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725. Tijdens het vooronderzoek zijn de hierna te noemen bronnen geraadpleegd waaruit de volgende voor het onderzoek van belang zijnde gegevens bekend zijn geworden: Overzicht voorinformatie Bron
Informatie
Opdrachtgever / contactpersoon
Op de locatie bevond zich voorheen een park met recreatiewoningen en chalets. Het terrein is nu vrijwel geheel braakliggend. Het voornemen is een nieuwe woning te realiseren op het terrein. Voor zover bekend was op dit deel van het terrein geen asbesthoudende dakbedekking toegepast. De gemeente Putten heeft gevraagd om een bodemonderzoek ter plaatse van de bouwlocatie van de woning. Het uitgevoerde onderzoek strekt zich uit over een oppervlak van ± 1.500 m² (gehele bouwblok, zoals op bijlage 1 aangegeven). Er hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden waardoor een bodemverontreiniging is ontstaan. Voor zover bekend zijn op de locatie geen olietanks of andere verontreinigingsbronnen aanwezig (of aanwezig geweest).
Archief Grondvitaal BV
Asbestinventarisatie twee schuren, projectnummer AS19091, 26 april 2019 Betreft een volledige asbestinventarisatie van twee schuren welke ten noordwesten buiten de huidige onderzoekslocatie waren gesitueerd. Asbestinventarisatie drie chalets en een recreatiewoning, projectnummer AS19256, 3 december 2019 Betreft een volledige asbestinventarisatie van drie chalets en een recreatiewoning welke gesitueerd waren op of nabij de huidige onderzoekslocatie. Inpandig zijn enkele asbesthoudende materialen aangetroffen (stelplaatjes, hitteschild, beglazingskit, geiser). Uitpandig is geen asbest aangetroffen, de daken waren niet voorzien van asbesthoudend materiaal.
Omgevingsdienst Noord Veluwe
Van de locatie wordt in het bodeminformatiesysteem het volgende bodemonderzoek genoemd: Verkennend bodemonderzoek, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, rapportnummer M01-112, 13 juli 2001. Aanleiding van het onderzoek was de aanvraag van een bouwvergunning. De locatie is voldoende onderzocht, geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Historisch Bodembestand Locatie wordt niet genoemd. Er hebben voor zover bekend geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden op de locatie. Ondergrondse tanks Op de locatie zijn geen tanks bekend bij de gemeente. Milieuvergunningen Uit het milieuvergunningenarchief zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.
Bodemkwaliteitskaart gemeente Putten
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Putten valt de locatie in de zone ‘buitengebied schoon’.
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
4
Bouwarchief gemeente Putten
De volgende bouwvergunningen zijn afgegeven voor de locatie Krachtighuizerweg 34 te Putten. Jaar Omschrijving 1949 Uitbreiden woonhuis 1950 Bouw kippenhok 1956 Bouw kippenhok 1956 Bouw kippenhok 1957 Bouw kippenhok 1958 Bouw kippenhok 1958 Bouw varkensschuur 1960 Bouw kippenhok 1961 Bouw kippenhok 1962 Vernieuwen en uitbreiden woning 1965 Bouw varkensschuur 1982 Veranderen schuur in 2 recreatiewoningen 1983 Veranderen schuur in 2 recreatiewoningen 2001 Bouw beheerderswoning 2001 Bouw vijf recreatiewoningen met bijgebouw 2001 Sloopvergunning tekening 2006 Onderkelderen en verplaatsen berging 2018 Het maken van een inrit en aanleggen riolering bij nummer 3423
Bodemloket (www.bodemloket.nl)
Geen aanvullende gegevens bekend geworden.
Luchtfoto’s gemeente Putten
Op de luchtfoto’s van 2008, 2012, 2015 en 2017 zijn alle bebouwingen (schuren en chalets/caravans) zichtbaar. In 2018 is zichtbaar dat er een aantal chalets/caravans zijn verwijderd.
Topografische kaarten (www.topotijdreis.nl)
Vanaf 1953 is er bebouwing zichtbaar op de locatie.
Dempingen / ophogingen, puinverhardingen, asbest
Voor zover bekend is het te onderzoeken terrein niet opgehoogd. Tevens zijn geen aanwijzingen voor puinverhardingslagen of asbesthoudende materialen op of in de bodem bekend geworden.
Visuele inspectie en waarneming door veldwerker
Uit de visuele inspectie van de onderzoekslocatie, voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk, zijn geen aanwijzingen voor bodembelastende activiteiten of bodemvreemde materialen bekend geworden. Ten tijde van de veldwerkzaamheden was er geen bebouwing meer aanwezig op de locatie.
Samenvatting relevante gegevens Door de opdrachtgever/contactpersoon is geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de bodem op enigerlei wijze is verontreinigd. Er is 1 bodemonderzoek bekend van de locatie waarbij geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetroffen. Er zijn geen relevante gegevens met betrekking tot olietanks bekend geworden. Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de locatie in zone ‘buitengebied schoon’. Er is geen informatie over asbestverdachte materialen of puinverhardingen op of in de bodem bekend geworden. Tijdens de terreininspectie zijn geen gegevens bekend geworden waaruit een bodembelasting op de onderzoekslocatie is af te leiden.
2QGHU]RHNVK\SRWKHVH
Op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek is de hypothese voor het te onderzoeken terrein “onverdachte locatie”. Motivering Uit de tijdens het vooronderzoek verkregen informatie zijn geen concrete aanwijzingen voor een bodemverontreiniging binnen de onderzoekslocatie of directe omgeving bekend geworden. Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
5
8LWYRHULQJYDQKHWRQGHU]RHN
Uitvoering van het onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet-lijnvormige locatie) en aanverwante normen en richtlijnen m.b.t. het nemen van de monsters en de behandeling daarvan. De analyseresultaten zijn beoordeeld overeenkomstig: – de streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater zoals vastgesteld door het Ministerie van VROM in de Circulaire Bodemsanering 2013, ingaande per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). – de achtergrondwaarden voor grond (en baggerspecie) zoals vastgesteld door het Ministerie van VROM in de Regeling bodemkwaliteit onder nummer DJZ2007124397, ingaande per 13 december 2007. De hierbij van toepassing zijnde onderzoeksstrategie kan van voldoende omvang geacht worden om te kunnen beoordelen of op de betreffende locatie, redelijkerwijs gesproken inderdaad geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 gecertificeerd kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV (KIWA certificaat nr. K96888/01) en onderliggende protocol 2001. Partijdigheid Grondvitaal BV heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft, zoals bedoeld in de BRL SIKB 2000.
In het kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV is vastgelegd dat op beïnvloeding van medewerkers door derden niet wordt ingegaan. Pogingen tot beïnvloeding van het onderzoek en/of onderzoeksresultaten worden vastgelegd. Een wijziging op verzoek van de opdrachtgever in de onderzoeksstrategie wordt altijd vooraf besproken. Grondvitaal BV garandeert de uitvoering van een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek.
2.5
Geohydrologie
DINO-loket Maaiveldhoogte
18,9 m +NAP
Diepte freatisch grondwater
>5 m. –mv.
Stijghoogte volgens isohypsenpatroon
12,0 m +NAP
Grondwaterstromingsrichting
Westelijk
Deklaag aanwezig?
Nee
Dikte watervoerend pakket
>50 m
Geologie
Formatie van Boxtel (matig fijn zand)
Zout of brak grondwater
Nee
Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebied
Ligging niet binnen (of op korte afstand van)
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
6
2.6
Veldwerk
! ! Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in totaal 8 handboringen uitgevoerd (zie bijlage 1 voor boorpuntenoverzicht). Uitgevoerde boringen Boringen tot 0,5 m.mv.
Boringen tot 1,0 m.mv.
Boringen tot 2,0 m. –mv.
Boringen tot 2,5 m. –mv.
Boringen met peilbuis
Aantal analyses mengmonster bovengrond
Aantal analyses mengmonster ondergrond
Aantal analyses grondwater
-
-
1
1
-
Onverdacht onderzoeksgebied 6
-
2
Voor samenstelling van de mengmonsters zie onder 4.1 laboratoriumonderzoek. Door middel van een boring (boring 01) tot 5,50 m. –mv. is gebleken dat het grondwater zich op een grotere diepte dan 5,0 m.-mv. bevindt. Overeenkomstig NEN 5740 is het plaatsen van een peilbuis hierdoor achterwege gebleven.
Voor een overzicht van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 1.
2.7
Resultaten veldwerk
De bodemprofielen zijn weergegeven in bijlage 2. Omschrijving bodemopbouw en samenstelling Ter plaatse van de uitgevoerde grondboringen is vanaf het maaiveld tot 5,5 m. beneden het maaiveld overwegend matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand aangetroffen in kleuren variërend van donkerbruin (bovengrond tot 0,5 m.) tot lichtbruin (ondergrond vanaf 0,5 m. en dieper). Voor bijmenging zie bijzonderheden. Bijzonderheden Boring 03 06
Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,05
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
sporen baksteen volledig grind
Tijdens het uitvoeren van de monstername zijn verder geen bodemvreemde materialen of afwijkingen m.b.t. geur en kleur waargenomen. Asbest Tijdens de monstername wordt de opgeboorde grond visueel op asbestverdacht materiaal gecontroleerd. Puinhoudende monsters worden volgens standaardprocedure op 20 mm uitgezeefd waarbij de grove zeeffractie op asbestverdacht materiaal wordt gecontroleerd. Er is tijdens de monstername geen puin of asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
7
3
LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Omschrijving en samenstelling mengmonsters
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. In het laboratorium zijn de mengmonsters samengesteld en heeft vervolgens het chemisch onderzoek plaatsgevonden overeenkomstig het standaardpakket (NEN 5740 paragraaf 5.1.3). a) grond Lutum Organische stof Zware metalen
barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink
Minerale olie
C10-C40
Som PCB
Polychloorbifenylen
PAK som 10
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Monsterselectie Analysemonster mm1 bg
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
mm2 og
0,50 - 2,00
3.2
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,20) 02 (0,20 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50) 07 (0,00 - 0,20) 07 (0,20 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,10) 01 (1,10 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 07 (0,50 - 1,00) 07 (1,00 - 1,50) 07 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket grond incl. LUOS
Standaardpakket grond incl. LUOS
Resultaten en interpretatie van het laboratoriumonderzoek
De analyseresultaten van het laboratorium onderzoek zijn weergegeven in bijlage 3 van dit rapport. Op de achtergrond- en interventiewaarden voor anorganische verbindingen (zware metalen) in de grond, is afhankelijk van het lutumgehalte en/of organische stofgehalte een correctieformule toegepast:
Nb =
N st × ( A + B × %lutum+ C × %org.stof ) ( A + B × 25 + C ×10)
A, B en C Nb Nst %lutum % org.stof
= constanten afhankelijk van de stof. = toetsingswaarde voor de te beoordelen bodem (mg/kg). = toetsingswaarde voor de standaardbodem (mg/kg). = het gemeten percentage lutum. = het gemeten percentage organische stof.
Voor organische verbindingen is de volgende correctieformule toegepast:
Nb =
N st × %org .stof 10
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
8
3.3
Overzicht analyseresultaten
In het hiernavolgende overzicht zijn de analyseresultaten weergegeven. Uitgangspunten grond: AW-waarde: achtergrondwaarde (met toepassing van de correctieformule). I-waarde: interventiewaarde (met toepassing van de correctieformule). Uitgangspunten grondwater: S-waarde: streefwaarde I-waarde: interventiewaarde. Voor de streefwaarden grondwater, de interventiewaarden grond en grondwater en de achtergrondwaarden grond voor een standaardbodem (10 % organische stof en 25% lutum), zie bijlage 4. Voor toepassing van de correctieformules is uitgegaan van de analytisch bepaalde organische stof- en lutumpercentages. Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie
% ds % ds
mm1 bg 2020091737 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08 0,00 - 0,50 1,90 2,80 19-6-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
mm2 og 2020091737 01, 07 0,50 - 2,00 0,70 2,90 19-6-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
0,37
-0,03
<0,35
-0,03
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
mg/kg ds
<0,025
0,01
<0,025
0,01
METALEN Kobalt Koper Nikkel Zink Cadmium Molybdeen Barium Lood Kwik
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<7 13,5 <8 64 <0,2 <1,1 <49 (6) <11 <0,05
-0,05 -0,18 -0,42 -0,13 -0,03 -0
<7 <7 <8 <32 <0,2 <1,1 <49 (6) <11 <0,05
-0,05 -0,22 -0,42 -0,19 -0,03 -0
-0,08 -0
<3 <5 <4 <20 <0,2 <1,5 <20 <10 <0,05
-0,08 -0
<123
-0,01
<35
<123
-0,01
<3 6,7 <4 28 <0,2 <1,5 <20 <10 <0,05
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds <35
<d 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
: kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner dan Tussenwaarde : Kleiner Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
9
4
SAMENVATTING, CONCLUSIE en AANBEVELING
4.1
Samenvatting
De resultaten van het verrichte verkennend onderzoek naar een eventuele bodemverontreiniging op de onderzochte locatie aan de Krachtighuizerweg 34 te Putten, kunnen als volgt worden samengevat: Overschrijdingstabel grond Analysemonster mm1 bg mm2 og > AW >I Index
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00
> AW (+index)
> I (+index)
-
-
: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
Asbest Tijdens de terreininspectie en de monstername van de grond zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen.
4.2
Conclusie
De onderzoekshypothese ”onverdacht” wordt op grond van de analyseresultaten van de grondmonsters bevestigd. Er zijn geen verontreinigingen aangetroffen.
4.3
Aanbeveling
Met betrekking tot de voorgenomen bouwactiviteiten op de onderzochte locatie, zijn milieutechnisch geen belemmeringen aan te geven. Aanbevolen wordt dit rapport in te dienen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027059 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 23 juni 2020 Autorisatiedatum : 24 juni 2020
BIJLAGE 1
Overzicht boorpunten Kadastrale situatie
GRONDVITAAL
34/2
01
34/6
02
34/1
04
03
05
OVERZICHT BOORPUNTEN
34/9
06
34/10
34/14
08
07
34/12
GET.
MH
FORMAAT
A3
SCHAAL:
1 : 250
BIJLAGE 1
2027059
Krachtighuizerweg 34, 3881 PD PUTTEN Projectnummer:
Locatieadres:
juni 2020
Krachtighuizerweg 34, 3881 PD PUTTEN Adres:
Datum:
De heer S. de Graaf Opdrachtgever:
TEL. 0341 491323 / FAX 491806
VOORTHUIZERSTRAAT 256 3881 SN PUTTEN BODEMONDERZOEK / ASBESTINVENTARISATIE
2,5 m
Z
N
GRONDVITAAL BV
0
W
tuin
puin
klinkers / tegels
beton / asfalt
grind
gras
Begrenzing onderzoekslocatie Voormalige bebouwing/caravans Te bouwen
Boring met peilfilter
Boring tot 1,0 m. -mv Boring tot 2,0 m. -mv.
Boring tot 0,5 m. -mv.
RENVOOI
izerweg --- Krachtighu 12,5 m
O
Uw referentie: 2027059 AB
Kadastrale kaart
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Putten D 3564
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 juni 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2
Bodemprofielen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
16-6-2020
Datum:
16-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
braak
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
20
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
2 50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
2
100
3
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor 4
150
5
200
200
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
250
300
350
400
450
500
550
550
Grondvitaal BV Projectnummer: 2027059 Projectnaam: Krachtighuizerweg 34, Putten
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
16-6-2020
Datum:
16-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
braak
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
braak
50
50
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
16-6-2020
Datum:
16-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
braak
0 5
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor 1
Volledig grind, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
1
50
50
grind
50
50
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
16-6-2020
Datum:
16-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
braak
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
20
1
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
2 50
50
50
3
100
4
150
5
200
200
Grondvitaal BV Projectnummer: 2027059 Projectnaam: Krachtighuizerweg 34, Putten
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
BIJLAGE 3
Analyseresultaten
*URQGYLWDDO 7DY0DUWLMQYDQGHU+HLMGHQ 9RRUWKXL]HUVWUDDW 613877(1
$QDO\VHFHUWLILFDDW 'DWXP-XQ
+LHUELMRQWYDQJWXGHUHVXOWDWHQYDQKHWQDYROJHQGHODERUDWRULXPRQGHU]RHN &HUWLILFDDWQXPPHU9HUVLH 8ZSURMHFWYHUVODJQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 0RQVWHU V RQWYDQJHQ
.UDFKWLJKXL]HUZHJ3XWWHQ -XQ
'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG 'HDQDO\VHUHVXOWDWHQKHEEHQDOOHHQEHWUHNNLQJRSKHWEHSURHIGHREMHFW 'HJURQGPRQVWHUVZRUGHQWRWZHNHQQDGDWXPRQWYDQJVWEHZDDUGHQZDWHUPRQVWHUVWRWZHNHQQD GDWXPRQWYDQJVW=RQGHUWHJHQEHULFKWZRUGHQGHPRQVWHUVQDGLHQDIJHYRHUG ,QGLHQGHPRQVWHUVODQJHUEHZDDUGGLHQHQWHEOLMYHQYHU]RHNHQZLM8GLWH[HPSODDUXLWHUOLMNZHUNGDJYRRUDIORRS YDQGHVWDQGDDUGEHZDDUSHULRGHRQGHUWHNHQGDDQRQVWHUHWRXUQHUHQ9RRUGHNRVWHQYDQKHWODQJHUEHZDUHQ YDQPRQVWHUVYHUZLM]HQZLMQDDUGHSULMVOLMVW
%HZDUHQWRW 'DWXP
1DDP
+DQGWHNHQLQJ
:LMYHUWURXZHQHURSXZRSGUDFKWKLHUPHHQDDUYHUZDFKWLQJWHKHEEHQXLWJHYRHUGPRFKW8QDDUDDQOHLGLQJYDQGLW DQDO\VHFHUWLILFDDWQRJYUDJHQKHEEHQYHU]RHNHQZLM8FRQWDFWRSWHQHPHQPHWGHDIGHOLQJ9HUNRRSHQ$GYLHV
0HWYULHQGHOLMNHJURHW (XURILQV$QDO\WLFR%9
,QJ$9HOGKXL]HQ 7HFKQLFDO0DQDJHU
(XURILQV$QDO\WLFR%9 *LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/
7HO %133DULEDV6$ )D[ ,%$11/%13$ (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO %,&%13$1/$ 6LWHZZZHXURILQVQO .Y.&R&1R %7:9$71R1/%
(XURILQV$QDO\WLFR%9LV,62JHFHUWLILFHHUGGRRU7h9 HQHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS2PJHYLQJ KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0 KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGHRYHUKHLGYDQ/X[HPEXUJ 0(9
&' () ** &' * ' **
!"
'( * '( * 0
1'2.+3
4 ** 5 ( + * ,&&' * - )
" /#$ # "#$ #!%" .-
6'
*) .+
'
'
+ + +
9'
('4
72**3
"
"8
; ( ('4
72**3(
"
:
1)' (
72**3(
"8
""
' ) '' :<*2= *3
72**3(
8
"
* > (
:
:
* > (
:
:
* > (
:
:
+
-
*2-3
+
*
+
'?)2'3
*23
+
'& 2 3
* > (
/
:!
+
>2 3
* > (
:!
:!
+
')6?
+
@ >> )2@ 3
2'3
* > (
:!
:!
* > (
:
:
+
=''2?3
* > (
:
:
+
A >2A3
* > (
8
:
2#3
* > (
:
:
) ') 2#/3
* > (
:!
:!
) ') 2/#3
* > (
:!
:!
) ') 2#3
* > (
:
:
) ')
2#!3
* > (
!
:!
) ') 2!#3
* > (
:/
:/
) ') ')2#3
* > (
:!
:!
) ') +
+
-8
* > (
:
:
+
-!
* > (
:
:
+
-
* > (
:
:
+
-8
* > (
:
:
#
**?
**'
!"
$
/#$ # /#$ #
I%'',.
!
.%. > +%.++G- > 5%5=.,E= >
1 ) #/ @-- ) ;-'0!" .= - ) @=
B )C23/ D0C23/"" E#* ) 4'# F '4 () + '4 ()
9 4 * () )' &' -@ ?(+. "!! E '4 (.)6 '-5 (G+;%! 4 ''BJ5 G-.@%@= -@. "!! > '' 5)*( 1 (2;5. 9 &;* 3 -G%-@.@=. - (( )( 1 (2-G3 H)( 1 (291,@E#;H93 '@'"88/ '' ' = 0 *? 2E53 -BH5.B@'@=888-
&' () ** &' * ' **
!"
'( * '( * 0
1'2.+3
+
-8
4 ** 5 ( + * ,&&' * - )