Kort verslag vergadering van 20 juni 2024
Tekst van het document
Documentnummer 1724555 Kort verslag van de openbare vergadering van de commissie Ruimte Locatie:
Raadzaal gemeentehuis
Datum
20 juni 2024
Aanvang:
19.00 uur
Einde:
23.40 uur
Aanwezig: Voorzitter
:
de heer A.W. de Bruin
Commissiegriffier
:
de heer D. Stijf
Commissieleden (raadslid)
:
de heer ing. J. van den Brink (SGP) mevrouw ing. G. Elsenaar-van Rooijen (CDA) de heer G.J. Heinen (VVD) de heer E.A. van Hemel MBA (ChristenUnie) de heer M. van den Hoek (Wij Putten) mevrouw J. Kamphuis (Wij Putten) de heer drs. H. Koornneef (Gemeentebelangen)
Commissieleden (niet-raadslid)
:
de heer H.A. de Jong (SGP) de heer R. Kingma (VVD) mevrouw M.L. van de Koot (Gemeentebelangen) de heer T. Nooteboom (ChristenUnie) de heer E.R. Timmer (CDA)
Eveneens aanwezig Wethouders
:
de heer B. Cornelissen de heer mr. E.T. ’t Jong
Overige aanwezigen 1.
:
de heer T. Wever, senior adviseur RIGO (bij agendapunt 5)
Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. 2.
Agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.
Kort verslag vergadering van 25 april 2024
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Spreekrecht burgers
Er hebben zich 4 insprekers gemeld: -
voor agendapunt 5 ‘Opiniërende notitie – Huisvestingsverordening Putten 2025: principes en uitgangspunten’: ▪
-
voor agendapunt 7 ‘Vaststelling bestemmingsplan Koekamperweg 6’: ▪
-
mevrouw Van der Ent (Woningstichting Putten); de heer Schreuder;
voor agendapunt 9 ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied RFV’: ▪
mevrouw Rozendaal (Klankbordgroep Agrariërs Putten);
▪
mevrouw Van den Heuvel (LTO Gelderse Vallei).
Zij krijgen het woord bij aanvang van het agendapunt. 5.
Opiniërende notitie – Huisvestingsverordening Putten 2025: principes en uitgangspunten
Toelichting: De notitie gaat over de principes en uitgangspunten van de nieuw op te stellen regionaal afgestemde Huisvestingsverordening. Door op dit moment alvast keuzes voor te leggen en deze toe te lichten, wil het college de commissie meenemen in en betrekken bij de totstandkoming van de nieuwe regionaal afgestemde Huisvestingsverordening. Wethouder Cornelissen licht vooraf het proces toe. Als eerste krijgt de inspreker het woord. Zij benoemt vier aandachtspunten die vanuit het perspectief van Woningstichting Putten belangrijk zijn in de huisvestingsverordening. Deze aandachtspunten zijn het aanbrengen van prioritering binnen woningzoekenden, het behouden van doorstroomvoorrang voor ouderen, prioriteit aan lokale inwoners en het vergroten van passende mogelijkheden voor woningzoekenden. Vanuit de fracties zijn er vragen aan de inspreker over urgente woningzoekenden en maatregelen om doorstroming te stimuleren. Mevrouw Elsenaar (CDA), de heer De Jong (SGP), de heer Nooteboom (ChristenUnie), de heer Koornneef (Gemeentebelangen), mevrouw Kamphuis (Wij Putten) en de heer Kingma (VVD) reageren op de notitie.
De fracties geven de wethouder onder andere input over de beheersmaatregelen, het beperken van urgentiegroepen, voorrang voor lokale inwoners, regulering particuliere huur en de vrije koopsector, samenwerking in de regio, het kijken naar tijdelijke huisvesting, het maken van een verbinding met het sociaal domein, het op gang brengen van doorstroming en het zo snel mogelijk bouwen van woningen. Daarnaast stellen de fracties onder andere vragen over de mogelijkheid om (het huisvesten van urgente woningzoekenden binnen) de particuliere huur mee te nemen in de huisvestingsverordening, de invloed op het onttrekken van woningen uit de sociale woningvoorraad, het buiten de eigen gemeente toewijzen van een woning, de niet ingezette beheersmaatregelen, het bepalen van maatschappelijke binding bij lokale woningzoekenden, welke groepen het college urgentie wil geven, hoeveel tijd het college nodig heeft om de wenselijke sturing in het reguleren van de particuliere voorraad huur en de huur in de vrije
2 van 7
sector te verkennen, of het college de huisvestingsverordening al laat aansluiten op de Wet versterking regie volkshuisvesting en waar de jeugd van Putten naartoe verhuist. Wethouder Cornelissen en de heer Wever reageren op de opmerkingen en beantwoorden de vragen. 6.
Aanvullend voorbereidingskrediet Brinkstraat gebiedsvisie
Voorstel: 1.
Voor de gebiedsvisie Brinkstraat een aanvullend voorbereidingskrediet van € 60.000 beschikbaar te stellen;
2.
Deze kosten in te brengen in de toekomstige grondexploitatie en als deze er niet komt, deze kosten te dekken uit de reserve grondexploitatie.
De heer Van den Brink (SGP), de heer Van Hemel (ChristenUnie), mevrouw Van de Koot (Gemeentebelangen), mevrouw Kamphuis (Wij Putten), de heer Heinen (VVD) en mevrouw Elsenaar (CDA) reageren op het voorstel. De fractie van de SGP vraagt of er vanuit de provincie nog subsidiemogelijkheden zijn. De fractie van Gemeentebelangen vraagt zich af wat we voor het extra budget krijgen en of dit het extra budget rechtvaardigt. De fractie van Wij Putten wil graag weten hoe het opgelost wordt als de raad geen positief besluit neemt en of het college in de tekst al voorsorteert op een nieuwe kredietaanvraag. De fractie van de VVD vraagt of vooraf niet beter begroot kan worden. Wethouder Cornelissen reageert op de opmerkingen en beantwoordt de vragen. Op verzoek van Wij Putten wordt het voorstel als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juli 2024. 7.
Vaststellen bestemmingsplan Koekamperweg 6
Voorstel: 1.
Het bestemmingsplan Koekamperweg 6 vast te stellen - inclusief de ambtelijke wijziging zoals opgenomen onder punt 2 en de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze zoals opgenomen onder punt 3 - overeenkomstig het ontwerp van het bestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen (plan ID-nummer NL.IMRO.0273.BPBGKoekamper6-ON01);
2.
In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat voor het bestaande gebouw de bestaande goot- en nokhoogte zijn toegestaan. Bij nieuwbouw moet voldaan worden aan de goot- en nokhoogte van de bestemming bedrijf;
3.
De ingediende zienswijze te beoordelen conform de ‘notitie beoordeling zienswijze bestemmingsplan Koekamperweg 6’. Bij de vaststelling wordt vanwege de zienswijze een aantal wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn weergegeven op bladzijde 2 van het raadsbesluit;
4.
Voor het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen;
5.
Dat de vaststelling van het bestemmingsplan niet de mogelijkheden vanuit de Gebiedsvisie Koekamperweg verandert.
3 van 7
Als eerste krijgt de inspreker het woord. Hij geeft namens zijn cliënten aan dat er begrip is voor de wensen van de ondernemer om opslag toe te kennen, maar de wijze waarop hieraan invulling gegeven mag worden, vindt hij onduidelijk. Daarnaast geeft de inspreker aan dat het aantal verkeersbewegingen en het akoestisch onderzoek niet in balans staan met datgene wat er wordt verzocht. Tot slot geeft de inspreker aan 2.100 m2 bedrijvigheid niet meer als kleinschalig te zien. De heer Heinen (VVD) neemt in verband met persoonlijk belang plaats op de publieke tribune en neemt niet deel aan de beraadslagingen. De heer Nooteboom (ChristenUnie), de heer Koornneef (Gemeentebelangen), de heer Van den Hoek (Wij Putten), de heer Kingma (VVD), mevrouw Elsenaar (CDA) en de heer De Jong (SGP) reageren op het voorstel. De fracties geven aan dat het volgende agendapunt (Vaststelling bestemmingsplan Koekamperweg 3) bij dit agendapunt al wordt meegenomen. De fracties stellen onder andere vragen over de mogelijkheid op deze locatie voor (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten, of er gewerkt wordt met milieucategorieën of ruimtelijke voorwaarden, het compenseren van afbreuk aan natuurbestemming, het beheersbaar houden van de overlast op de locatie en de handhaving op verkeerstijden en het aantal verkeersbewegingen. Wethouder ’t Jong reageert op de vragen en opmerkingen.
De inspreker geeft naar aanleiding van de eerste termijn aan dat er grote verschillen zitten tussen Koekamperweg 3 en Koekamperweg 6. In de tweede termijn stellen de fracties onder andere (aanvullende) vragen over de mogelijkheid tot bedrijfsactiviteiten, de reactie van de inspreker, het restrictief afgeven van vergunningen en de sancties bij overschrijding van het aantal verkeersbewegingen. Wethouder ’t Jong reageert op de aanvullende vragen. Op verzoek van Wij Putten wordt het voorstel als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juli 2024. 8.
Vaststelling bestemmingsplan Koekamperweg 3
Voorstel: 1. Het bestemmingsplan Koekamperweg 3 vast te stellen - inclusief de ambtelijke wijziging zoals opgenomen onder punt 2 - overeenkomstig het ontwerp van het bestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen (plan ID-nummer NL.IMRO.0273.BPBGKoekamper3ON01); 2. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat voor het bestaande gebouw de bestaande goot- en nokhoogte zijn toegestaan. Bij nieuwbouw moet voldaan worden aan de goot- en nokhoogte van de bestemming bedrijf;
4 van 7
3. Voor het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen; 4. Dat de vaststelling van het bestemmingsplan niet de mogelijkheden vanuit de Gebiedsvisie Koekamperweg verandert. De heer Van den Hoek (Wij Putten) reageert op het voorstel. Hij benoemt als aandachtspunt dat door de vergunning ook iets anders dan opslag mag en hij stelt de vraag of de wethouder iets kan zeggen over de huisvesting van arbeidsmigranten op deze locatie. Wethouder ’t Jong reageert op de opmerking en de vraag. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 4 juli 2024. 9.
Regionaal Perspectief landelijk gebied Foodvalley
Voorstel: 1.
Vaststellen van het hoofddocument m.b.t. de doelen (2.1 en 2.2), het toekomstbeeld (3), de bijbehorende keuzes (4.1) en de prioritaire thema’s (4.2);
2.
In te stemmen met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten (4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering;
3.
In te stemmen met de samenwerkingsagenda (paragraaf 4.4) en de kennisagenda (paragraaf 4.6).
Als eerste krijgen de insprekers het woord. Mevrouw Van den Heuvel vraagt om het voorstel niet vast te stellen, omdat dit onvoldoende perspectief biedt voor boeren en aanverwante bedrijven. Zij geeft aan dat het RPLG alleen een succes wordt als inhoudelijke inzichten gedeeld worden en (economische) uitvoerbaarheid centraal staat. De heer Van den Brink (SGP) stelt aan de inspreker een vraag over het afhaken van LTO en de heer Koornneef (Gemeentebelangen) vraagt wat het LTO denkt te kunnen bereiken als de gemeenteraad van Putten tegen het voorstel zou stemmen. Mevrouw Rozendaal geeft aan dat de doelstellingen in het RPLG niet realistisch zijn voor de boeren en er eerst aanpassingen in landelijke wet- en regelgeving moeten komen, voordat er daadwerkelijk transitie in landelijk gebied plaats kan vinden. De heer Koornneef (Gemeentebelangen) stelt aan de inspreker de vraag of het niet instemmen met het voorstel een risico met zich meebrengt voor de invloed van de gemeente Putten, aangezien input van de raden wordt gebruikt voor het landelijk beleid. De fracties reageren op het voorstel. Mevrouw Kamphuis (Wij Putten) vindt het geen slecht verhaal, maar vraagt aan het college of het nuttig is om tijd aan dit plan te besteden, aangezien de middelen vanuit de overheid momenteel ontbreken. Zij geeft daarom aan nu verder niets over de inhoud te zeggen.
De heer Heinen (VVD) geeft aan dat samenwerking in de regio onontbeerlijk is en is blij met de betrokkenheid van de stakeholders. Hij ziet geen aanleiding om nu inhoudelijk iets toe te voegen,
5 van 7
aangezien het nieuwe kabinet eerst met plannen op dit dossier moet komen. Hij stelt de vraag aan de wethouder of dit voorstel nu niet te vroeg komt. Mevrouw Elsenaar (CDA) geeft aan dat het document wel vastgesteld moet worden, maar geeft ook aan dat het moeilijk is om onderdelen van deel A te wijzigen, omdat wijzigingen invloed hebben op andere punten. Daarnaast kan het zijn dat landelijke en Europese regelgeving dit document inhaalt. Ze benoemt de uitgangspunten en ziet deze als een compromis tussen oude en nieuwe waarden, hoewel het compromis soms lastig in het document terug te vinden is. Ze geeft de wethouder mee oog te houden voor de traditionele landbouw, maar dat herstel van de natuur even belangrijk is. De heer Van den Brink (SGP) geeft twee opmerkingen vooraf. De eerste is dat we goed meegenomen zijn in het proces, maar dat de keerzijde is dat we ook (mede)verantwoordelijk zijn. Dat maakt dat het voor de fractie van de SGP een bespreekstuk wordt. De tweede opmerking is dat het opvalt dat alleen agrarische belanghebbenden aanwezig zijn en niet andere stakeholders. Dat vindt hij een duidelijk signaal. Vervolgens noemt hij als bedreigingen van het RPLG het perspectief voor de sector en het verdienmodel voor agrariërs. De positieve punten die hij benoemt, zijn de plek die er is voor de gewone boer, de nadruk op doelsturing en de pogingen om landbouwgrond te behouden.
Hij stelt aan het college vragen over welke acties ondernomen zijn om pasmelders te helpen en wat de gevolgen zijn als er geen passende budgettering komt. De heer Van Hemel (ChristenUnie) geeft aan dat er perspectief nodig is om de complexe opgaven in regionaal verband op te pakken, maar dat dit onder druk staat in verband met het gesneuvelde transitiefonds. Hij vraagt of het college inzicht kan geven in het proces, aangezien deel B geen onderdeel is van de besluitvorming en hoe het college de samenhang ziet tussen dit voorstel en het plan Landelijk Gebied Noord Veluwe. De heer Koornneef (Gemeentebelangen) stelt onder andere vragen hoe nuttig het in verband met het huidige hoofdlijnenakkoord is om hier nu mee door te gaan, of je dit als raad moet willen vaststellen en wat er gebeurt als je dit niet vaststelt. Hij benoemt als positieve punten onder andere de aandacht voor voedselzekerheid en het behoud van agrarisch grondgebruik en als aandachtspunten het verdienmodel en bestaanszekerheid. Wethouder ’t Jong reageert op de opmerkingen en beantwoordt de vragen. Hij geeft daarnaast aan dat het belangrijk is om onder andere de doelen en strategische keuzes in deel A vast te stellen en dat daarbinnen voor de ondernemer altijd vrijheid is om eigen keuzes te maken.
Deel B wordt vanwege regionale verschillen niet vastgesteld, maar wordt een uitwerking van deel A dat bij onze gemeente past. De insprekers krijgen de gelegenheid een reactie te geven. Mevrouw Van den Heuvel geeft aan dat de agrarische sector in vergelijking met andere sectoren er slecht van af komt en dat deel A niet los gezien kan worden van deel B. Mevrouw Rozendaal geeft aan dat in het RPLG staat dat veel landbouwgrond wel een andere bestemming krijgt, de agrarische sector al jarenlang in ontwikkeling is en de voetafdruk van deze sector wereldwijd gezien al het kleinst is en ze vraagt zich af wanneer er genoeg boeren zijn opgeofferd om de benodigde doelen te bereiken. In de tweede termijn reageren de fracties van het CDA, de SGP en de ChristenUnie op de reactie van de wethouder.
6 van 7
De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 4 juli 2024. 10. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het verhogen van de schoorsteen van 2 Sisters Storteboom B.V. Voorstel: 1.
Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het voor het verhogen van de schoorsteen van het bedrijf 2 Sisters Storteboom B.V., Voorthuizerstraat 148 te Putten tot 20 meter.
De heer Heinen (VVD), mevrouw Elsenaar (CDA), de heer Van den Brink (SGP), de heer Van Hemel (ChristenUnie), de heer Koornneef (Gemeentebelangen) en de heer Van den Hoek (Wij Putten) reageren op het voorstel. De fracties stellen onder andere vragen over de agendering van dit agendapunt en het doorlopen proces, het onderzoek naar geurhinder, bezwaren vanuit de omgeving, het maken van een goede ruimtelijke afweging over de hoogte van een schoorsteen, redenen voor de wethouder om af te wijken van de toegestane hoogte van 10 meter, het negatief bindende advies van het waterschap over de watervergunning, het verband tussen de gewenste verhoging en uitbreiding van de bedrijfsvoering, de exacte locatie en totale hoogte van de schoorsteen en de invloed van dit voorstel op de bouw van De Bosrande. Wethouder ’t Jong reageert op de vragen en opmerkingen. In de tweede termijn geven de fracties van het CDA en Gemeentebelangen een reactie op de bijdrage van de wethouder en vraagt de fractie van de VVD of de wethouder in gesprek is geweest over andere locaties voor de aanvrager. De fractie van Wij Putten vraagt of andere opties zijn onderzocht voor wat betreft het bouwen van woningen in een ander segment in De Bosrande. Wethouder ’t Jong beantwoordt de vragen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 4 juli 2024. 11.
Vragen aan het college Er zijn geen vragen aan het college gesteld. 12. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Ruimte van 5 september 2024, de commissiegriffier
de commissievoorzitter
7 van 7