Jaarstukken 2025 adviesnota AB 9 april 2026
Tekst van het document
Adviesnotitie Algemeen bestuur Agendapunt:
04
Overlegdatum:
9 april 2026
Portefeuillehouder:
P. Wormskamp
Onderwerp Jaarstukken 2025.
Voorstel 1. kennis te nemen van de rechtsmatigheidsverantwoording van het DB; 2. kennis te nemen van het accountantsverslag 2025 en de uitkomsten van de bespreking hiervan op 26 maart 2026 met de auditcommissie van het AB; 3. het Jaarverslag en de Jaarrekening 2025 vast te stellen; 4. het saldo van € 1.184.000 positief als volgt te bestemmen: a) € 537.000 conform besluitvorming AB 27 november 2025 op basis van inwoneraantallen uit te betalen aan de deelnemende gemeenten; b) € 23.000 toe te voegen aan de algemene reserve waarmee de weerstandscapaciteit 100% is c) € 624.000 toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve jeugdgezondheid.
Inleiding In de Jaarstukken 2025 verantwoorden wij als dagelijks bestuur in hoeverre de beleidsprioriteiten en financiële kaders zijn gerealiseerd die uw algemeen bestuur in de Programmabegroting 2025 heeft vastgesteld. De accountant heeft de jaarstukken gecontroleerd en de bevindingen beschreven in het accountantsverslag. De concept-Jaarstukken en het concept-accountantsverslag treft u aan bij deze adviesnota. De accountant is voornemens een goedkeurende verklaring af te geven op getrouwheid bij ongewijzigde vaststelling van de jaarrekening. De jaarrekening en het jaarverslag zijn opgemaakt in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De auditcommissie uit het AB bespreekt op 26 maart 2026 de jaarstukken 2025 en het accountantsverslag met de accountant.
Beoogd effect • •
Verantwoording afleggen aan het algemeen bestuur over het jaar 2025. Een besluit van het algemeen bestuur over de bestemming van het saldo.
Argumenten 1.1. Het dagelijks bestuur beoordeelt de financiële rechtmatigheid van het financieel beheer bij GGD NOG Vanaf 2024 beoordeelt niet meer de accountant, maar het dagelijks bestuur de financiële rechtmatigheid van het financieel beheer bij GGD NOG. In de rechtmatigheidsverantwoording geven wij aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door u vastgestelde kaders, zoals de begroting en verordeningen, en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. De rechtmatigheidsverantwoording vindt u op pagina 24 en verder van de Jaarstukken 2025. In de jaarrekening staat een verdere toelichting op het normenkader van de relevante wet- en regelgeving dat u op 20 november 2024 heeft vastgesteld (zie hoofdstuk 4.4 Waarderingsgrondslagen rechtmatigheidsverantwoording 2025, p. 37 en 38). Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens heeft uw bestuur bepaald op 2% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves.
Dit houdt in dat het grensbedrag is vastgesteld op € 723.220,-. 1.2. De afwijkingen in de verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties zijn acceptabel volgens de afspraken zoals vastgelegd in de financiële verordening Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet alle rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor geldende criteria. De afwijkingen in de verantwoorde baten en lasten zijn acceptabel volgens de afspraken zoals vastgelegd in de financiële verordening en zijn daarmee niet onrechtmatig. Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.333.000,bedraagt. Op pagina 38 van de jaarstukken staat dit bedrag toegelicht. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 723.220. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur € 1.233.000,acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken in de financiële verordening. 2.1. De accountant geeft een goedkeurende verklaring af op getrouwheid. De accountant heeft de jaarstukken gecontroleerd en bevindingen beschreven in het accountantsverslag. De accountant toetst de getrouwheid van de jaarrekening.
Is de jaarrekening juist, toereikend, en volledig? De accountant is voornemens een goedkeurende verklaring op getrouwheid af te geven bij ongewijzigde vaststelling van de jaarrekening. Naar het oordeel van de accountant staan er in de jaarrekening geen posten groter dan de goedkeuringstolerantie (2% voor onzekerheden) die niet met voldoende zekerheid kunnen worden gecontroleerd. De financiële auditcommissie bespreekt op 26 maart 2026 de jaarstukken met de accountant. De auditcommissie bestaat uit de AB-leden, de heer Bennink (Oude IJsselstreek), de heer Simonse (Elburg), mevrouw Elskamp (Nunspeet) en de heer Bloem (Zutphen), en de DB2
portefeuillehouder financiën, de heer Wormskamp (Voorst). De auditcommissie brengt in de vergadering van het algemeen bestuur verslag uit van het gesprek over het accountantsverslag 2025 tussen de accountant en uw vertegenwoordigers. 3.1. De prioriteiten en budgetten uit de begroting van 2025 zijn in grote lijnen gerealiseerd. Het Jaarverslag 2025 geeft aan dat de beleidsprioriteiten uit de Programmabegroting 2025 grotendeels zijn behaald. De contractafspraken en productievolumes zijn in grote lijnen gerealiseerd. 3.2. Het vaststellen van het jaarverslag en de jaarrekening en de bepaling van de dekking van de tekorten is de bevoegdheid van het algemeen bestuur. Met het jaarverslag en de jaarrekening 2025 leggen wij beleidsmatig en financieel verantwoording af aan uw bestuur over het gevoerde beleid in 2025. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast (art. 34,derde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen). Na vaststelling sturen wij de jaarstukken aan gedeputeerde staten. Dit is een voorwaarde om voor repressief toezicht (lichtste vorm van toezicht) in aanmerking te komen. 4.1. Het positief gerealiseerd resultaat over 2025 betreft voornamelijk incidenteel resultaat. GGD NOG presenteert een positief gerealiseerd resultaat saldo van ruim € 1.184.000,-. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door: ▪
•
•
•
Het ministerie van VWS heeft alle GGD’en in Nederland de opdracht gegeven om de najaarscampagne COVID-19 uit te voeren. De vergoeding hiervoor is een landelijk vastgestelde prijs per prik. In deze prijs per prik is ook dekking meegenomen voor de overheadkosten. De regeling is in juli 2025 gepubliceerd in de Staatscourant. Vanaf dat moment kon GGD NOG het geld inzetten. Dit heeft tot gevolg dat de GGD de overheadkosten maar beperkt heeft kunnen inzetten. Dit resulteert in een positief saldo op de najaarscampagne van ruim € 600.000,-. De afrekening van de najaarscampagne COVID-19 is op basis van het aantal gezette prikken. Hiermee valt het voordeel volledig in het gerealiseerd resultaat 2025 van GGD NOG. De nieuwe cao SGO 2025-2026 is per 1 april 2025 ingegaan. De loonsverhoging in de nieuwe cao is veel lager dan de loonindex die we hebben gebruikt bij het bepalen van de inwonerbijdrage in de programmabegroting 2025. Hierdoor ontstaat er een incidenteel voordeel van € 282.000,-. GGD NOG houdt conform BBV een reserve aan voor de feitelijke verplichting van verlofdagen per einde van het jaar. In 2025 hebben medewerkers een deel van hun tegoed aan verlofdagen opgenomen en zijn een aantal medewerkers met veel verlofdagen uit dienst gegaan. Hierdoor is er een onttrekking aan de bestemmingsreserve van € 155.000,-.
Bij de begroting 2025 is € 100.000,- aan onvoorzien beschikbaar gesteld. Dit mag alleen ingezet worden met toestemming van het dagelijks bestuur. In 2025 is dit budget niet ingezet. Dat betekent dat € 100.000,- moet worden terugbetaald aan de gemeenten.
Het restant € 47.000 betreft verschillende kleine voor- en nadelen.
3
4.2. U heeft op 27 november 2025 besloten om de bijdrage voor de inhaalcampagne BMR van € 430.000,- uit het positieve gerealiseerd resultaat 2025 te dekken. Het positieve gerealiseerd resultaat biedt de mogelijkheid om de bijdrage voor de inhaalcampagne BMR te verrekenen. De gemeente Apeldoorn neemt geen JGZ bij GGD NOG af en voert de inhaalcampagne zelf uit. Zij hoeven dan ook niet bij te dragen aan de kosten van de GGD voor de inhaalcampagne. Omdat de gemeente Apeldoorn wel meedeelt in het positieve saldo keren we het positieve gerealiseerd resultaat van € 537.000 uit aan de gemeenten. Daarbij keren we € 107.000,- aan de gemeente Apeldoorn uit. Het restant verrekenen we met de vordering van € 430.000,- voor de inhaalcampagne BMR. Zodat de gemeenten in 2025 geen bijdrage aan de GGD hoeven te betalen voor de inhaalcampagne BMR. 4.3. Met de toevoeging van € 23.000,- aan de algemene reserve is de weerstandscapaciteit 100%. Voor het risicomanagement is de berekening geactualiseerd. Uit de berekening komt naar voren dat het aan te houden weerstandsvermogen € 23.000,- hoger is dan het werkelijke weerstandsvermogen. Dit kan worden aangevuld uit het positieve gerealiseerde resultaat. 4.4. Door het restant van het positieve gerealiseerd resultaat in een nog te vormen bestemmingsreserve te storten, heeft het algemeen bestuur een buffer om toekomstige kosten op te vangen.
Er vindt een onderzoek plaats naar de toekomstbestendige JGZ 0-18. Ongeacht de uitkomst van het onderzoek zullen er kosten zijn voor het implementeren van de toekomstbestendige JGZ. Uit het positieve gerealiseerde resultaat stellen we voor een bestemmingsreserve te vormen om deze toekomstige kosten te kunnen dekken. Hiermee zorgen we dat de gemeenten in de toekomst geen of minder middelen beschikbaar hoeven te stellen als deze kosten zich voordoen. 4.5. Het algemeen bestuur beslist over de inzet van een bestemmingsreserve. De besluitvorming voor de inzet van een bestemmingsreserve ligt altijd bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan te allen tijde besluiten over de inzet van de middelen en daarmee ook voor het uitkeren van het saldo aan de deelnemende gemeenten.
Kanttekeningen 3.1. De beleidsprioriteit “toekomstbestendige JGZ” staat op oranje. Het opdrachtgeverschap ligt in handen van 22 gemeenten. De eerste fase van het onderzoek, uitgevoerd door Lysias, richt zich op het vaststellen van de (on)houdbaarheid van de huidige inrichting. Wat de GGD betreft is het onhoudbaar. GGD NOG heeft input geleverd op de eerste onderzoeksvragen. Ook de overige aanbieders van de JGZ in de regio Noord- en Oost-Gelderland hebben dit vanuit hun perspectief gedaan. Gedurende de looptijd van het onderzoek bereidt de GGD zich voor op de mogelijke uitkomst. 3.2 De beleidsprioriteit “samenwerken forensische geneeskunde” staat op oranje. GGD NOG heeft niet de voortrekkersrol in de samenwerking met andere GGD’en in kring Oost (KON-regio) voor de uitvoering van forensische geneeskunde. Samenwerking blijft een belangrijk onderdeel om de continuïteit te borgen. De aanbesteding van de medische arrestantenzorg is niet gegund aan de GGD’en in de regio Oost. Door het wegvallen van deze taak komt ook de overige dienstverlening en dan met name de 24/7-bezetting in het geding. 4
3.3 De beleidsprioriteit “Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)” staat op oranje. In de regio’s Apeldoorn – Zutphen en Achterhoek is GGD NOG coördinator voor een aantal ketenaanpakken. Daarnaast is de GGD betrokken bij monitoring en evaluatie. Inmiddels ligt de opvolger op tafel: het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) biedt nieuwe kansen om lopende initiatieven te borgen en nieuwe kansen te verkennen. GGD analyseert deze mogelijkheden en gaat daarover in gesprek met regio’s/-gemeenten. 3.4 De beleidsprioriteit “aantrekkelijke werkgever” staat op oranje. Voor (medisch) specialistische functies blijft het een uitdaging om gekwalificeerd personeel te vinden en te behouden. Er wordt waar nodig en mogelijk samenwerking gezocht met gemeenten, de VNOG en Hét Service Centrum. De verschillende toekomstscenario’s geven mogelijk nieuwe werknemers onzekerheid en hebben effect op het aantal sollicitanten. 4.1. Het positieve saldo keren we niet zoals gebruikelijk volledig uit aan de deelnemende gemeenten. Gezien de onduidelijkheid over de uitkomsten van het onderzoek naar een toekomstbestendige JGZ in de regio Noord- en Oost-Gelderland en de onzekerheid over de financiële gevolgen stellen we voor een bestemmingsreserve hiervoor te vormen. Het positieve gerealiseerd resultaat biedt deze mogelijkheid.
Waarbij van belang is dat het grootste gedeelte van het positieve gerealiseerd resultaat niet is behaald op de inwonerbijdrage. Met het vormen van een bestemmingsreserve ligt de besluitvorming over de inzet van deze reserve bij het algemeen bestuur.
Financiën De financiële gevolgen zijn in deze notitie reeds toegelicht.
Vervolg De planning is als volgt: • 26 maart 2026: Bespreking jaarstukken Auditcommissie met accountant • 9 april 2026: Jaarstukken ter vaststelling in AB • na 9 april 2026: Ondertekening controleverklaring accountant • 14 april 2026: Verzending jaarstukken naar de gemeenteraden en de provincie Gelderland
Communicatie Zoals gebruikelijk bij publicatie van de vergaderstukken van het algemeen bestuur en de P&Cstukken (vermelding op website GGD).
5
Warnsveld, 11 maart 2026 Het dagelijks bestuur,
J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid
A.J. Prins, voorzitter
Bijlagen 1. Concept Jaarstukken 2025 2. Concept Accountantsverslag 2025
6