Jaarstukken 2022
Tekst van het document
Begroting 2022
Uitvoering taken
6.664
Saldo begroting jeugdhulp
6.664
Rekening 2022
Overschot/ tekort (-/-)
6.690
-26
6.690
-26
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
In 2022 is uiteindelijk sprake van een tekort van € 26.000 bij het onderdeel Jeugd. Over 2022 is derhalve realistisch begroot.
79 van 148
Overschot/ tekort (-/-)
Mutatie reserve sociaal domein - jeugdhulp Jeugdhulp – begroting
602
Overschot jeugdhulp – resultaat jaarrekening
-26
Decembercirculaire 2022 - restant aanvullende middelen jeugdzorg
37
Saldo overschot Jeugd - toevoeging reserve sociaal domein
614 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Op basis van de begroting was er een verwacht overschot van € 602.000. In totaal wordt er in 2022 voor jeugdhulp € 614.000 toegevoegd aan de reserve sociaal domein. Wmo Met ingang van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is de gemeente Putten verantwoordelijk geworden voor het zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving zelfredzaam laten zijn en laten participeren van mensen met een beperking. Financieel resultaat Wmo Resultaat jaarrekening Wmo
Begroting 2022
Rekening 2022
Overschot/ tekort (-/-)
Uitvoering taken
4.812
4.561
Eigen bijdrage
-130
-135
5
53
-975
1.029
4.736
3.450
1.285
Beschermd wonen Saldo begroting Wmo
251
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
In 2022 is bij de uitvoering van de taken een overschot van € 251.000. Dit overschot wordt met name veroorzaakt doordat de uitgaven voor de wmo-voorzieningen € 70.000 lager uitvallen. Daarnaast zijn de uitgaven voor schuldhulpverlening en mantelzorg € 60.000 lager dan begroot. Vanuit de regio is een bedrag voor beschermd wonen (terug)gestort vanwege oplopende reserves. Er is een uitvoeringsplan opgesteld en de eerste uitvoeringsafspraken zijn gemaakt, maar de kosten zijn in 2022 beperkt gebleven. Op basis van de begroting was er een verwacht overschot van € 622.000. In totaal wordt er in 2022 voor Wmo € 1.924.000 toegevoegd aan de reserve sociaal domein: Overschot/ tekort (-/-)
Mutatie reserve Sociaal domein - Wmo Wmo – begroting
622
Overschot Wmo – resultaat jaarrekening
1.285
Decembercirculaire 2022 – Middelen Versterken sociale basis
17
Saldo overschot Wmo - toevoeging reserve sociaal domein
1.924 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
80 van 148
Participatiewet Met de invoering van de Participatiewet is de gemeente verantwoordelijk geworden voor een grotere doelgroep (bijstand, Wajong en WSW), waarvan een deel een grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of een arbeidsbeperking heeft. De taken zijn overgegaan naar gemeenten, met een bezuinigingsslag. De sociale werkvoorziening bestaat nog, maar instroom is per 1 januari 2015 niet meer mogelijk. De rechten en plichten van huidige Wsw-werknemers blijven in stand. Als gevolg van natuurlijk verloop zal de sociale werkvoorziening langzaam afnemen. Het onderdeel re-integratie bestaat uit de huidige re-integratietaak aangevuld met verschillende nieuwe doelgroepen. Financieel resultaat Participatiewet Resultaat jaarrekening Participatiewet
Begroting 2022
Overschot/ tekort (-/-)
Rekening 2022
Participatie – Uitkeringen (BUIG) (lasten)
3.211
2.939
273
BUIG – budget (baten)
-3.192
-3.177
-15
Participatie - Arbeidsparticipatie
317
334
-17
Participatie - Inburgering
172
-27
199
Saldo begroting Participatie
508
69
439
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Op het totale budget voor de bijstandsuitkeringen is er een overschot van € 273.000. Daarnaast is het definitieve BUIG-budget voor 2022 € 15.000 lager dan begroot. De Wet Inburgering ’21 die in januari 2022 van start ging roept nog veel vragen op. Inburgeraars vallen pas sinds halverwege het jaar onder deze wet. Taalscholen, Inclusief Groep (participatietraject), Welzijn Putten (maatschappelijke begeleiding) zijn allemaal nog lerend. Tegelijkertijd ligt de taakstelling voor hoeveel statushouders in Putten gevestigd moeten worden in 2023 twee keer zo hoog als in andere jaren. Om die reden wordt in de tussentijdse rapportage een voorstel gedaan voor bestemming in 2023. Op basis van de begroting was er een verwacht tekort van € 41.000. In totaal wordt er in 2022 € 406.000 toegevoegd aan de reserve sociaal domein. Overschot/ tekort (/-)
Mutatie reserve Sociaal domein - Participatie Tekort Participatie – begroting
-41
Overschot Participatie – resultaat jaarrekening
439
Decembercirculaire 2022 – Middelen breed offensief
6
Decembercirculaire 2022 – Uitvoeringskosten BBZ
3
Saldo overschot Participatie – toevoeging reserve Sociaal domein
406 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
81 van 148
Reserve Sociaal domein De stand van de reserve per 01-01-2022 bedroeg € 2.891.000. In onderstaande tabel is in beeld gebracht welke onttrekkingen en toevoegingen werden verwacht op basis van de begroting en welke aanvullende mutaties op basis van de werkelijke cijfers nog hebben plaatsgevonden in 2022.
Reserve sociaal domein Jeugd WMO Participatie Beschermd Wonen/Maatsch. Opvang Aanvulling reserve (Kadernota 2020) Totaal
Primaire begroting 2022 664 259 -
Tussentijdse wijzigingen
Begroting 2022
Aanvullend 2022
-62 363 -41
602 622 -41
12 273 448
614 895 406
-
-
-
1.029
1.029
-
-
-
-
-
923
260
1.183
1.761
2.944
Totaal
Bedragen * € 1.000
Reserve sociaal domein Totaal reserve sociaal domein
Saldo 01-01-2022 2.891
Vermeerdering 2022 3.572
Vermindering 2022 628
Saldo 31-12-2022 5.835
Bedragen * € 1.000
Gesaldeerd heeft er binnen het sociaal domein een toevoeging plaatsgevonden van € 2.944.000. Het saldo van de reserve bedraagt hiermee € 5.835.000.
82 van 148
Hoofdstuk 5 Jaarrekening Grondslagen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Continuïteit De jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling. De continuïteit van gemeenten is op grond van artikel 12 van de financiële-verhoudingswet verankerd. Om die reden is de continuïteit van gemeente Putten in voldoende mate gewaarborgd.
Tevens zijn in de begroting 2023 of andere besluiten geen stellige voornemens om majeure aanpassingen te doen in beleid, taken, activiteiten of locaties die mogelijk materiele effecten hebben op vermogen of resultaat. Stelselwijziging In 2022 zijn geen stelselwijzigingen doorgevoerd.
Grondslagen voor waardering Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met afschrijvingen. De gemeente kent de volgende soorten immateriële vaste activa: -
De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
-
De bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens 83 van 148
duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: -
Er is sprake van een investering door een derde;
-
De investering draagt bij aan de publieke taak;
-
De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen;
-
De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. De gemeente kent de volgende soorten materiële vaste activa: -
Investeringen met een economisch nut;
-
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
-
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat (indien van toepassing) vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.
84 van 148
Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder overheadkosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Voor investeringen in maatschappelijk nut geldt een activeringsgrens van € 50.000. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. Investeringen met economisch nut waar rechten/heffingen tegenover staan kunnen worden afgeschreven op basis van annuïteiten. Grond Conform het BBV wordt op grond niet afgeschreven met uitzondering van de grond voor de begraafplaats.
Deze grond is opgenomen in de exploitatieopzet en de boekwaarde wordt door de in de toekomst te verkopen graven teniet gedaan. Deze werkwijze wordt gehanteerd in verband met het feit dat in Putten het beleid is om de begraafplaats niet te sluiten en niet op termijn te ontruimen. Dit betekent dat de grond eeuwigdurend wordt ingezet als begraafplaats en hierdoor geen andere bestemming meer zal krijgen, waarmee de toekomstige waarde van de grond nihil zal zijn. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingsprijs. Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van langer dan 1 jaar worden gedurende de gehele looptijd onder financiële vaste activa opgenomen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen verrekend.
85 van 148
Vlottende activa Voorraden Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd. De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening) die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen. De waardering van de gronden in exploitatie per 31 december 2022 is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2023 en de uitkomsten van de door de gemeente uitgevoerde risicoanalyses ter zake. Dit betreft de beste inschatting op dit moment, welke omgeven is door de nodige risico’s, aannames en veronderstellingen die periodiek (jaarlijks) zullen worden herzien.
Deze periodieke herziening kan leiden tot een aangepaste waardering van de gronden in exploitatie en de hiermee samenhangende voorziening voor negatieve grondexploitaties. Hieronder zijn de gehanteerde uitgangspunten toegelicht. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1.
Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
2.
De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
3.
De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).
Met ingang van 1 januari 2016 is de winstbepaling mede van belang voor de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting (VPB). Het treffen van een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. De waarde per 31 december van de dubieuze debiteuren wordt op de balans in mindering gebracht op de vorderingen.
86 van 148
Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva Algemeen Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van: -
Verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten;
-
Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
-
Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, zoals de niet bestede opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolrechten. De waardering van de voorzieningen geschiedt op het nominale bedrag van betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies waarbij de egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De waardering van de egalisatievoorziening wethouderspensioenen geschiedt tegen contante waarde. De waarde is actuarieel berekend per jaareinde. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van 4 jaar gehanteerd.
87 van 148
Vaste schulden De langlopende verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva Vlottende passiva De vlottende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling van het balanstotaal de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” nadere informatie hierover opgenomen.
Grondslagen voor resultaatbepaling Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. De afschrijvingen van de geactiveerde investeringen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur). Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt in het volgende jaar gestart met afschrijving. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Putten 2017.
De volgende afschrijvingstermijnen zijn daarbij van toepassing: Woonruimten en gebouwen: 50 jaar: gemalen, bouwkundig gedeelte; 45 jaar: mechanische riolering bouwkundig; 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; 20 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen; 20 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen.
88 van 148
Grond- weg en waterbouwkundige werken: 75 jaar: vrijvervalriolering; 60 jaar: persleidingen; 60 jaar: milieumaatregelen; 20 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen; 20 jaar: wegen, pleinen en rotondes; 20 jaar: tunnels, viaducten en bruggen; 20 jaar: geluidswallen; 15 jaar: straatmeubilair. Vervoermiddelen: 8 jaar: zware transportmiddelen, aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen. Machines, apparaten en installaties: 20 jaar: gemalen mechanisch / elektrisch gedeelte; 10 jaar: mechanische riolering, mechanisch en elektrisch; 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; 15 jaar: openbare verlichting; 10 jaar: kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties; 5 jaar: automatiseringsapparatuur. Algemene uitkering De uitkering van het gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het Ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming. Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het verslagjaar 2023 worden verantwoord in de jaarrekening van het op het verslagjaar volgend boekjaar.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Eigen bijdrage op grond van de Wmo Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend
89 van 148
om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.
90 van 148
Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2022 Primitieve Begroting 2022
Begroting 2022
Saldo rekening t.o.v. begroting
Rekening 2022
Overzicht van baten en lasten in de rekening Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Ruimte en leefomgeving
16.181
Samenleving
25.716
Saldo
Lasten
Baten
9.612
-6.569
21.522
3.952
-21.764
29.836
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
12.653
-8.869
17.367
5.561
-24.276
28.478
10.599
-6.769
-4.155
-2.055
2.100
V
8.054
-20.424
-1.358
2.493
3.852
V
Begrotingsthema's
Economie en recreatie
1.364
108
-1.256
1.656
156
-1.501
1.628
300
-1.329
-28
144
172
V
Bestuur dienstverlening en veiligheid
12.703
43.241
30.538
13.887
48.133
34.246
13.049
49.440
36.391
-838
1.307
2.145
V
Totaal
55.965
56.913
948
66.902
66.502
-400
60.523
68.392
7.870
-6.379
1.890
8.269
V
-
-
-
-
-
-
175
0
-175
175
0
-175
Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerd saldo baten en lasten
948
-400
7.695
8.094
V
Mutaties reserves Ruimte en leefomgeving
60
647
587
855
2.213
1.358
2.068
1.432
-635
1.213
-781
-1.993
N
Samenleving
923
6
-917
1.846
1.192
-653
3.587
736
-2.851
1.741
-456
-2.198
N
Economie en recreatie
-
274
274
-
489
489
0
294
294
0
-195
-195
N
Bestuur dienstverlening en veiligheid
-
317
317
25
445
420
1.209
1.706
498
1.184
1.261
78
V
983
1.244
261
2.726
4.339
1.613
6.864
4.168
-2.695
4.138
-170
-4.308
N
3.786
V
Totaal
Gerealiseerd resultaat
1.209
1.213
4.999
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Voor de lasten en baten per programma verwijzen wij nu naar de paragraaf ‘Toelichting baten en lasten jaarrekening 2022’.
Toelichting baten en lasten jaarrekening 2022 Thema Ruimte en leefomgeving Thema 1 Ruimte en Leefomgeving Programma en beleidsproducten
Primitieve Begroting begroting 2022 2022
Rekening 2022
Afwijking rekening versus begroting
6.093
3.264
-2.829
2.165
1.128
-1.036
424
551
498
-53
PL
1.189
1.408
1.537
129
Toel.
Prog.
Bouwgrondexploitatie
1.
PR
3.122
Volkshuisvesting en handhaving
2.
PR
886
Ruimtelijke ordening
3.
PR
IBOR openbaar groen
4.
IBOR wegen. straten en pleinen
5.
Lasten
PL
3.499
3.282
3.321
40
Verkeer en parkeren
PL
99
97
127
30
Natuurbescherming
PL
34
50
46
-5
PL
1.730
2.344
1.763
-581
PL
75
75
88
13
Milieubeheer
6.
Wijkbudget kleine ongemakken Afval
7.
PK
1.716
1.832
1.809
-22
Begraven
8.
PK
804
804
918
115
Omgevingsvergunningen
9.
PK
757
774
598
-176
Rioleringen
10.
PK
1.848
2.049
2.270
221
16.181
21.522
17.367
-4.155
Totaal lasten Programma Ruimte
PR
4.432
8.809
4.890
-3.919
Programma Leefomgeving
PL
6.625
7.255
6.882
-373
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
5.124
5.458
5.596
137
16.181
21.522
17.367
-4.155
Totaal lasten Baten Bouwgrondexploitatie
1.
PR
3.110
6.093
3.923
-2.170
Volkshuisvesting en handhaving
2.
PR
28
35
-103
-139
Ruimtelijke ordening
3.
PR
70
70
68
-2
IBOR openbaar groen
4.
PL
-
-
8
8
IBOR wegen. straten en pleinen
5.
PL
113
128
133
5
Verkeer en parkeren
PL
10
-
3
3
Natuurbescherming
PL
-
-
3
3
6.
PL
7
17
208
191
PL
-
-
-
-
Afval
7.
PK
2.059
1.959
1.991
31
Begraven
8.
PK
840
840
955
115
Omgevingsvergunningen
9.
PK
1.038
959
739
-220
Rioleringen
10.
PK
2.337
2.552
2.670
119
Milieubeheer Wijkbudget kleine ongemakken
Totaal baten
9.612
12.653
10.599
-2.055
Programma Ruimte
PR
3.208
6.198
3.888
-2.310
Programma Leefomgeving
PL
129
145
355
210
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
6.275
6.310
6.356
45
Totaal baten
9.612
12.653
10.599
-2.055
Totaal saldo van baten en lasten
-6.569
-8.869
-6.769
2.100
Dotatie reserve prog. Ruimte
PR
60
43
1.023
980
Onttrekking reserve prog. Ruimte
PR
139
1.026
514
-512
Dotatie reserve prog. Leefomgeving
PL
-
812
1.045
233
Onttrekking reserve prog. Leefomgeving
PL
477
1.092
847
-245
Dotatie reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
-
-
-
-
Onttrekking reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
31
94
71
-23
587
1.358
-635
-1.993
-5.982
-7.511
-7.404
107
Totaal mutaties reserves Gerealiseerd resultaat thema 1
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2022 per programma Programma Ruimte 1.
De afwijking op product Bouwgrondexploitatie geeft een vertekend beeld doordat de verrekening met de boekwaarde in de raming bruto wordt begroot, terwijl deze in de realisatie netto wordt geboekt (saldo baten en lasten). Wel zijn er kleine verschuivingen ontstaan door vertraging in de uitvoering. Dit betreft een verschuiving in de tijd. Op basis van de voortgang en de verwachte winst is in 2022 tussentijds winst genomen voor € 124.000 op Rimpeler. Matchpoint is afgesloten in 2022. Vanwege hogere kosten voor indexatie maar ook voor opruimwerkzaamheden die nodig waren, zijn hogere kosten gemaakt en de afdracht aan het bomenfonds viel hoger uit. Daarom zijn er € 54.000 meer kosten gemaakt dan verwacht. De actualisatie van grex Bilderdijkstraat levert een hoger verwacht tekort op van € 20.000. Het saldo van kosten en opbrengsten op product Bouwgrondexploitatie is verrekend met de reserve grondexploitatie.
2.
Voor de implementatie van de Omgevingswet is in 2021 extra budget beschikbaar gesteld door de raad. Van het (restant)budget van € 776.500 is € 231.000 uitgegeven in 2022, waarmee een budget van € 545.000 resteert. De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld door het Rijk naar 1 januari 2023. Voorgesteld wordt om het restantbudget beschikbaar te houden voor het project. De kosten voor het project worden eerst gedekt door de reserve algemene buffer. Na definitief worden van de precarioheffing zal de dekking komen vanuit de reserve precario. Voor de Omgevingswet zijn in 2022 extra gelden ontvangen van het Rijk ten bedrage van € 288.000. Omdat reeds een budget beschikbaar is gesteld vanuit de eigen middelen, worden deze gelden weer toegevoegd aan de betreffende reserve. Verder is een budget aangeraamd voor basisregistraties op orde, hiervan resteert een bedrag van € 91.000 en voor de Wet kwaliteitsborging van € 47.000. Voorgesteld wordt deze budgetten beschikbaar te stellen voor 2023.
3.
Op Ruimtelijke ordening is per saldo een nadeel ontstaan van € 51.000. Dit wordt veroorzaakt door afboeking van kosten die gemaakt zijn op anterieure overeenkomsten. Voor enkele overeenkomsten geldt dat het budget vanuit de overeenkomst niet toereikend is. Dit is te wijten aan vertraging in de projecten door juridische procedures bij de Raad van State. Deze kosten kunnen vooralsnog niet verhaald worden op derden en zijn daarmee afgeboekt. Omdat deze projecten bijdragen aan de realisatie van woningbouw wordt voorgesteld om het tekort te dekken uit de reserve grondexploitatie.
Programma Leefomgeving 4.
Voor IBOR openbaar groen zijn meer kosten gemaakt vanwege onderhoud aan bomen. Dit is reeds tussentijds gemeld in een raadinformatiebrief. In 2022 is een controle uitgevoerd op het bomenbestand. Daaruit bleek dat er meer bomen aanwezig zijn dan waren geregistreerd en er dus ook meer onderhoud nodig was. Verder zijn meer kosten gemaakt voor groenonderhoud door WSW medewerkers.
5.
De realisatie op IBOR wegen, straten en pleinen laat een klein nadeel zien van € 34.000. Hogere kosten ontstaan door een toename van werk, waaronder het onderhoud aan bomen, maar ook meer kosten voor straatwerk. De hogere kosten voor beplantingen (in lijn
93 van 148
met de overschrijding op IBOR groen), WSW en zwerfafval worden nu deels gecompenseerd doordat op de stelpost voor het GVVP € 80.000 geen uitgaven zijn gedaan. Voorgesteld wordt dit budget à € 80.000 over te hevelen naar 2023. Voor de budgetten die zien op groot onderhoud heeft bij de jaarafsluiting aanvullend een egalisatie met de reserve IBOR plaatsgevonden voor een bedrag van € 171.000. 6.
Voor Milieubeheer is per saldo een overschot gerealiseerd van € 772.000. Dit betreft met name de budgetten Transitievisie Warmte (€ 202.101, via reserve), energieloketten (€ 35.000, via reserve) en het budget voor Duurzaamheid van € 130.000. Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte en de energieloketten hebben we in 2020 een bijdrage van € 202.101 respectievelijk € 35.000 ontvangen van het Rijk. Deze budgetten waren via de algemene reserve overgeheveld naar 2022, maar dit is nog niet uitgevoerd. Voorgesteld wordt dit budget beschikbaar te stellen voor 2023. De kosten voor de inzet op duurzaamheid konden in 2021 gedekt worden door reguliere budgetten en door subsidies. Dit geeft een overschot van € 130.000 op het budget duurzaamheid. Aanvullend zijn in 2022 gelden ontvangen voor uitvoering van het klimaatakkoord voor € 201.000. De besteding moet in volgende jaren volgen. Daarom wordt voorgesteld dit budget te bestemmen en beschikbaar te houden voor het doel.
Programma Kostendekkende dienstverlening 7.
Op product Afval zijn hogere kosten gemaakt voor het inzamelen van huisvuil door de inzet van een extra wagen. Dit heeft geleid tot hogere kosten voor een bedrag van € 107.000. Deze kosten worden gedekt uit gelden die zijn ontvangen voor dekking van kosten door COVID-19. Verder was de inkoop van zakken hoger door indexatie. Daar staat tegenover dat een afrekening is ontvangen vanuit PMD over 2020 voor een bedrag van € 104.000. Omdat tussentijds de lasten waren aangeraamd en de afrekening niet, resulteert dit in een voordeel in de rekening van € 54.000 op de begroting na wijziging.
8.
De exploitatie van product Begraven wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2022 is € 70.000 toegevoegd aan de voorziening. Dit komt door hogere bijdragen vanuit grafrechten. Na verrekening met de voorziening is het saldo nihil.
9.
Het product Omgevingsvergunningen laat een nadeel zien van € 44.000. De legesopbrengsten zijn € 129.000 lager, dit wordt deels gecompenseerd door lagere personeelskosten van € 93.000.
10. De exploitatie van product Riolering wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2022 is voor een bedrag van € 245.000 meer gedoteerd aan de voorziening dan begroot. Dit komt met name door lagere kosten voor beheer door de buitendienst op drukriolering en vrijverval, waardoor ook de opslag voor BCF lager is. Het overschot wordt verrekening met de voorziening, zodat heffingen voor riolering ook beschikbaar blijven voor riolering. Doordat de opslag voor BCF lager uitvalt, is de afdracht aan de voorziening hoger (met een nadeel voor de rekening).
94 van 148
Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2022 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2023. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2022 8mnd22 - MC22 Uitvoeringskosten klimaatakkoord Restant stelpost Duurzaamheid Restant stelpost BAG BGT naar reserve knelpunten personeel Restant stelpost WKB naar reserve knelpunten personeel Omgevingswet inhuur en uitbesteed werk CA22-Uitvoeringskosten GVVP 2022-2026. Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve
Totaal 201 130 91 47 57 80 606 Bedragen * € 1.000
In hoofdstuk 2 – Financiële analyse is een toelichting opgenomen op de bestemming. Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2023.
95 van 148
Thema Samenleving Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2022 2022
Rekening 2022
Afwijking rekening versus begroting
Lasten Jeugdgezondheidszorg
PGB
618
630
615
-15
Openbare gezondheidszorg
PGB
417
439
395
-44
Sport en bewegen
PGB
378
467
482
15
Sportaccommodaties
PGB
421
432
419
-13
PGB
510
520
520
0
PGB
288
309
257
-52 -34
Zwembad Sportverenigingen
1.
Lokaal jeugdbeleid Jeugdhulp
2.
Kinderdagopvang Kunst en cultuur
PGO
166
243
208
PGO
6.688
7.322
7.336
15
PGO
123
113
86
-27
PGO
247
259
248
-12
Bijstandsverlening
3.
PMP
3.221
4.450
4.332
-118
Gemeentelijk minimabeleid
4.
PMP
1.027
2.191
2.079
-112
Algemene voorzieningen
5.
PMP
1.041
1.499
1.357
-142
Maatwerkvoorzieningen
6.
PMP
4.947
5.130
4.380
-750
Nieuwkomers
7.
PMP
107
324
101
-223
Lokaal onderwijsbeleid
PWL
1.871
1.879
2.128
249
Onderwijshuisvesting
PWL
874
711
661
-50
Bibliotheekwerk
PWL
426
434
434
-0
Arbeidsparticipatie
PWL PWL
2.485 -
2.439 -
-46
Volwasseneducatie
2.347 25.716
29.836
28.478
-1.358 -108
Totaal lasten
-
Programma Gezondheid en bewegen
PGB
2.631
2.796
2.688
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
7.224
7.937
7.879
-58
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
10.343
13.594
12.249
-1.345
Programma Werken en leren
PWL
5.519
5.509
5.662
153
25.716
29.836
28.478
-1.358
Totaal lasten Baten Jeugdgezondheidszorg
PGB
-
-
-
-
Openbare gezondheidszorg
PGB
-
-
-
-
Sport en bewegen
PGB
16
54
102
48
Sportaccommodaties
PGB
73
74
79
5
Zwembad
PGB
4
4
5
1
PGB
-
-
-
-
PGO
-
-
-
78
Sportverenigingen
1.
Lokaal jeugdbeleid Jeugdhulp
PGO
-
-
78
Kinderdagopvang
2.
PGO
4
4
10
7
Kunst en cultuur
PGO
-
-
32
32
Bijstandsverlening
3.
PMP
3.163
4.104
5.391
1.286
Gemeentelijk minimabeleid
4.
PMP
47
57
178
121
Algemene voorzieningen
5.
PMP
-
97
28
-69
Maatwerkvoorzieningen
6.
PMP
130
436
1.232
796
Nieuwkomers
7.
PMP
-
152
128
-24
Lokaal Onderwijsbeleid
PWL
515
515
785
270
Onderwijshuisvesting
PWL
-
63
5
-58
Bibliotheekwerk
PWL
-
-
-
-
Arbeidsparticipatie
PWL
-
-
-
-
Volwasseneducatie
PWL
-
-
-
-
3.952
5.561
8.054
2.493
94
132
186
54
Totaal baten Programma Gezondheid en bewegen
PGB
96 van 148
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2022 2022
Afwijking rekening versus begroting
Rekening 2022
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
4
4
120
117
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
3.340
4.847
6.957
2.110
Programma Werken en leren
PWL
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
515
578
790
212
3.952
5.561
8.054
2.493 3.852
-21.764
-24.276
-20.424
Dotatie reserve gezondheid en bewegen
PGB
-
-
-
-
Onttrekking reserve gezondheid en bewegen
PGB
6
27
28
1
Dotatie reserve groei en ontwikkeling
PGO
664
841
888
47
Onttrekking reserve groei en ontwikkeling
PGO
-
308
309
1
Dotatie reserve maatschapp. participatie
PMP
259
1.005
2.693
1.688
Onttrekking reserve maatschapp. participatie
PMP
-
788
312
-475
Dotatie reserve werken en leren Onttrekking reserve werken en leren Totaal mutaties reserves
PMP PMP
-917
70 -653
6 87 -2.851
6 17 -2.198
-22.681
-24.929
-23.275
1.654
Gerealiseerd resultaat thema 2
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2022 per programma Programma Gezondheid en bewegen 1.
Op sportverenigingen is een voordeel ontstaan door onderuitputting van de subsidie voor open club en ledensubsidies.
Programma Groei en ontwikkeling 2.
De totale lasten voor Jeugdhulp zijn in lijn met de begroting geëindigd, daarnaast is een opbrengst gerealiseerd van € 78.000 vanwege voordeel op afrekening van de SPUK toeslagen, deze was voorzichtigheidshalve in voorgaand jaar nog niet opgenomen. Per saldo ontstaat een voordeel van € 64.000, welke is verrekend met de reserve sociaal domein. Voor verder toelichting zie de paragraaf Sociaal domein.
Programma Maatschappelijke participatie 3.
Op product Bijstandverlening zijn de bijdragen van de Rijksoverheid voor de opvang van Oekraïners verantwoord. Na aftrek van de direct toerekenbare kosten is een saldo ontstaan van € 935.000. Daarbij aangetekend dat de taken voor een groot deel met de bestaande formatie is gedaan. Deze zijn uit de bestaande begroting en hierdoor zijn ook taken blijven liggen. Voorgesteld wordt om het deel dat betrekking heeft op dekking voor personele kosten te bestemmen voor een nieuw te vormen reserve knelpunten. Voor het overige deel wordt voorgesteld om dit beschikbaar te houden binnen de algemene reserve voor opvang Oekraïne, ook omdat er mogelijk hogere kosten ontstaan op het moment dat er naar een nieuwe opvanglocatie gekeken moet gaan worden. Deze werkwijze sluit aan bij de werkwijze die is gehanteerd voor de COVID-gelden. Op de reguliere uitkeringslasten is € 183.000 voordeel ontstaan, met name op uitkeringen algemene bijstand voor € 110.000 en terugvorderingen. Deze worden voorzichtig begroot, het voordeel op terugvorderingen bedraagt € 88.000.
97 van 148
Verder is nog een voordeel ontstaan vanuit gelden die zijn overgeheveld vanuit vorig jaar vanuit de TOZO en TONK (= minimabeleid). Samen met het voordeel op de uitvoeringskosten in 2022 bedraagt dit voordeel € 235.000. Het voorstel is om dit te bestemmen voor een nieuw te vormen reserve. 4.
Het voordeel op Gemeentelijk minimabeleid komt voor € 58.000 door vacatureruimte welke niet ingevuld kon worden. Ook de bestedingen voor minima zijn € 37.000 lager. Verder is een bedrag van € 67.000 resterend op het budget voor de energietoeslag. Ook hier geldt dat dit met de bestaande formatie is uitgevoerd, voorgesteld wordt om het overschot te bestemmen om in 2023 achterstanden weg te kunnen werken. Voor de toelichting op het overschot op de TONK gelden verwijzen we naar punt 3.
5.
Op het product Algemene voorzieningen is een bedrag van € 69.000 beschikbaar gesteld vanuit de bijdragen voor COVID-19 voor steunpakket Jeugd. Het bedrag is niet volledig besteed, maar er zijn wel voorbereidingen getroffen om dit uit te voeren. Voorgesteld wordt dit te bestemmen voor 2023.
6.
In 2022 is op basis van de lasten een overschot van € 750.000 voor maatwerkvoorzieningen. Dit overschot wordt met name veroorzaakt door een voordeel op woningaanpassingen van € 116.000 en inkoop vervoer van € 73.000. Verder was vanuit de algemene reserve het restbudget van de COVID-gelden à € 100.000 beschikbaar gesteld op dit product, maar hier heeft geen besteding op plaats gevonden. Ook de bestemming vanuit vorig jaar vanuit COVID gelden voor ouderen en kwetsbare groepen laat een voordeel zien. Deze gelden zijn nog nodig voor de uitvoering en komen dus in het voorstel tot bestemming voor 2023 terug.
7.
De stelpost voor stijging van personeelslasten en uitvoeringslasten is niet volledig gebruikt, wat een voordeel oplevert van € 107.000. Op de baten is ook een voordeel gerealiseerd van € 796.000. Vanuit de regio is in 2022 een bedrag van ruim € 1 miljoen voor beschermd wonen (terug)gestort vanwege oplopende reserves. Hiervan is € 296.000 begroot voor lokale uitvoering. De eerste uitvoeringsafspraken zijn gemaakt, maar de kosten zijn in 2022 beperkt gebleven tot € 132.000. Het overschot wordt toegevoegd aan de reserve sociaal domein Voor een verdere analyse verwijzen wij naar de paragraaf Sociaal domein.
8.
Voor de invoering van de Wet Inburgering zijn nog geen extra kosten gemaakt terwijl er al wel middelen van het Rijk zijn ontvangen. Dit voordeel is toegevoegd aan de reserve sociaal domein.
Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn in 2022 niet besteed, maar zullen nog besteed worden in 2023. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2022 DC Meerkosten Oekraïne sociaal domein DC Versterken sociale basis ouderen. DC Leerlingenvervoer Oekraïne (DU) Overschot Oekraïne Overschot Oekraïne Overschot energietoeslag - uitvoeringskosten Voorschot Energietoeslag 2023
Totaal 36 17 23 632 303 67 400
Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve
1.477
98 van 148
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
In hoofdstuk 2 – Financiële analyse is een toelichting opgenomen op de bestemming. Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2023.
99 van 148
Thema Economie en recreatie Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten
Primitieve Begroting begroting 2022 2022
Rekening 2022
Afwijking rekening versus begroting
-65
Toel.
Prog.
1.
PER
597
949
884
PER
29
26
27
1
PER
520
423
369
-54
Lasten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid
2.
Agrarische zaken
PER
34
34
95
61
Gemeentelijk bezit
PER
185
224
253
29
1.364
1.656
1.628
-28
1.364
1.656
1.628
-28
1.364
1.656
1.628
-28
Totaal lasten Programma Economie en recreatie
PER
Totaal lasten Baten Recreatie en cultuurhistorie
1.
PER
1
1
48
47
PER
51
40
42
2
PER
3
36
36
-
Agrarische zaken
PER
-
-
55
55
Gemeentelijk bezit
PER
54
80
120
41
108
156
300
144
108
156
300
144
108
156
300
144 172
Markt Bedrijvigheid
2.
Totaal baten Programma Economie en recreatie
PER
Totaal baten Totaal saldo baten en lasten
-1.256
-1.501
-1.329
Dotatie reserve Economie en recreatie
PER
-
-
-
-
Onttrekking reserve Economie en recreatie
PER
274
489
294
-195
Totaal mutaties reserves
274
489
294
-195
Gerealiseerd resultaat thema 3
-982
-1.012
-1.035
-23
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2022 per programma Programma Economie en recreatie 1.
Op Recreatie en cultuurhistorie is een voordeel ontstaan doordat de subsidie voor coronasteun Cultuur nog niet volledig is besteed. Er was een bedrag van € 201.000 beschikbaar gesteld, hiervan is € 84.000 nog niet besteed. Omdat nog wel besteding verwacht wordt, is het voorstel dit budget weer beschikbaar te stellen in 2023 vanuit de COVID-gelden via de algemene reserve. Ook het budget inzake vitale vakantieparken, beschikbaar gesteld vanuit de algemene reserve middels overheveling, is nog niet volledig besteed. Voor het overschot van € 25.000 wordt voorgesteld om beschikbaar te stellen in 2023 om het project daarmee af te kunnen ronden.
2.
Op product Bedrijvigheid is een voordeel ontstaan door de opbrengsten van houtverkoop. In de raming was rekening gehouden met bestedingen voor eenzelfde bedrag. De bestedingen zijn echter lager uitgevallen, waardoor hierop een voordeel is ontstaan van € 37.000. Voor het overige zijn er kleine afwijkingen ontstaan.
Bestemming rekeningresultaat Er zijn geen budgetten die ten laste van het saldo bestemd worden voor 2022.
100 van 148