Jaarstukken 2021
Tekst van het document
Reserve sociaal domein
Primaire begroting 2021
Tussentijdse wijzigingen
Begroting 2021
Aanvullend 2021
Totaal mutaties
Jeugd
-1.320
-176
-1.497
-71
-1.568
WMO
-25
134
109
334
442
Participatie
49
-51
-1
258
257
-
580
580
458
1.038
Aanvulling reserve (Kadernota 2020)
1.162
-
1.162
-
1.162
Subtotaal
-135
487
352
979
1.331
-
-
-
-1.162
-1.162
-135
487
352
-183
169
Beschermd Wonen / Maatsch. Opvang
Niet benodigde aanvulling reserve (Kadernota 2020) Totaal
Bedragen * € 1.000
In de Nota reserves en voorzieningen is een streefmaximum voor de reserve sociaal domein opgenomen van € 2 miljoen. Uitgaande van de aanvulling van de reserve, zoals bepaald in de Kadernota 2020, zou de stand van de reserve uitkomen op € 4.052.000 en is de aanvulling à € 1.162.000 niet benodigd. Dit heeft een positief effect op het resultaat van de Jaarrekening 2021. Bij de Begroting 2022 is deze aanvulling structureel vervallen in verband met de bijdrage uit het Rijk. Reserve sociaal domein Totaal reserve sociaal domein
Saldo 01-01-2021 2.722
Vermeerdering 2021 2.667
Vermindering 2021 2.499
Saldo 31-12-2021 2.890
Bedragen * € 1.000
Gesaldeerd heeft er binnen het sociaal domein een toevoeging plaatsgevonden van € 169.000. Het saldo van de reserve bedraagt hiermee € 2.890.000. Voorgesteld wordt om het bedrag boven het streefmaximum nog beschikbaar te houden voor Beschermd wonen/maatschappelijke opvang, in afwachting van de landelijke ontwikkelingen hieromtrent en de financiële consequenties hiervan.
82 van 150
Paragraaf Corona Inleiding In maart 2020 werd Nederland en ook gemeente Putten geconfronteerd met de gevolgen van een wereldwijde corona-pandemie. In 2021 ervaarden we nog dagelijks de maatschappelijke gevolgen van deze crisis. In deze paragraaf zijn de financiële effecten van Covid-19 voor de gemeente Putten opgenomen. Impact analyse corona 2021 In onderstaande tabel is de geactualiseerde impact van de risico’s opgenomen in kolom ’JR2021’. Dit is een vervolg op de impact analyse 2021 van 17 juni 2021, de actualisatie in de 8-maandsrapportage 2021 en de raadsinformatiebrief van januari 2022 (stand 31-12-2021). RIB 8mnds2021 17/06/2021
Impact analyse corona 2021
31-12-2021
JR2021
Lasten Geen dividenduitkering BNG Minder kosten bijzondere bijstand, minimabeleid Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten Minder kosten Bbz regulier Extra kosten BUIG Minderkosten Wmo- en leerlingenvervoer Inhaalkosten en meerkosten Jeugdzorg en Wmo Project Local Talent Ondersteuning jeugd en ouderen Minder subsidie cultuur, sport en gezondheid Financiële steun non-profit (MFC Stroud) Financiële steun non-profit (Theater Stroud) Meerkosten weekmarkt Meerkosten verkiezingen Meerkosten communicatie Extra inhuur HRM Meerkosten afval Toezicht en handhaving Stelpost reservering 2021 Doorstorten bijdrage WSW Reservering subsidieregeling Coronasteun Cultuur Lasten < € 25.000
30 -37 63 -35 40 20 25 10 25 186 184
51 -65 63 174 -35 40 30 54 40 35 50 84 119
51 -65 156 62 174 -35 40 30 43 40 35 50 95 48 201 110
35 156 -92 76 49 35 -17 40 30 43 27 18 48 177 78 48 124
Totaal lasten
511
640
1.035
875
421 90 -
421 90 63
743 156 62
771 156 62
-
-
-
98
Baten Compensatie Rijk - 3e t/m 6e steunpakket 2021 Extra Rijksbijdrage bijstand via de BUIG Vergoeding inhaalzorg en kosten Jeugd en Wmo Compensatie Rijk - tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving Subsidie Local Talent Totaal baten Saldo impact analyse corona 2021
-
-
-
50
511
574
961
1.136
-
-66
-74
261
Bedragen * € 1.000
In de begroting was een saldo van -/- € 66.000 geraamd. De realisatie laat een positief saldo zien van € 261.000 en is daarmee € 327.000 voordelig ten opzichte van de begroting.
83 van 150
Toelichting Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten Bij de meicirculaire 2021 ontvingen we de middelen voor Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Lokaal zijn er beleidsregels opgesteld voor het verstrekken van de tegemoetkoming. Er is in totaal € 35.000 aan tegemoetkomingen uitgekeerd. Minderkosten Bbz regulier In de eerste drie kwartalen van 2021 werd er vanwege corona een minder groot beroep gedaan op de reguliere regeling Bbz. Daardoor was de verwachting dat er een overschot zou zijn op het budget levensonderhoud zelfstandigen. In het laatste kwartaal is er echter wel weer een groot beroep gedaan op de reguliere regeling Bbz, waardoor er geen sprake is van minderkosten vanwege corona. Extra kosten BUIG – extra Rijksbijdrage via de BUIG Het definitieve BUIG-budget voor 2021 is vastgesteld op € 3.039.369. Dit is inclusief het coronadeelbudget van € 156.000. Deze middelen zijn ingezet om de kosten van de uitkeringen te kunnen dekken. Minderkosten Wmo- en leerlingenvervoer Er is minder gebruik gemaakt van het Wmo- en leerlingenvervoer. Het overschot op Wmo-vervoer bedraagt € 54.000 en leerlingenvervoer € 38.000. Inhaalkosten en meerkosten Jeugdzorg en Wmo Voor de inhaalzorg en kosten Jeugd en Wmo hebben we bij de decembercirculaire 2021 een bijdrage ontvangen van € 62.000.
De uitgaven bedragen € 76.000, dit is inclusief een nabetaling voor 2020 van € 14.000. Project Local Talent Via ZonMW hebben wij een subsidieaanvraag van € 50.000 ingediend voor het programma Maatschappelijke Diensttijd voor Jongeren (MDT). Deze aanvraag is toegekend en de organisaties Helping Heroes en ArtLife Workshops hebben het project voor ons uitgevoerd. Ondersteuning jeugd en ouderen In het 4e steunpakket corona van het Rijk zijn middelen voor jongeren en kwetsbare groepen opgenomen, in totaal € 174.000. Er is een plan vastgesteld om deze middelen ook in te zetten voor deze groepen. De uitgaven in 2021 zijn € 35.000. De uitvoering loopt door in 2022, in voorliggende jaarrekening wordt dan ook voorgesteld om het overschot van € 139.000 te bestemmen voor 2022. Minder subsidie cultuur, sport en gezondheid Door corona was het niet mogelijk om alle geplande activiteiten uit te voeren, daardoor zijn er ook minder subsidies voor activiteiten verstrekt.
84 van 150
Financiële steun non-profit Er is een continuïteitsbijdrage verstrekt aan MFC Stroud van € 40.000. Ook is er een continuïteitsbijdrage verstrekt aan het Theater Stroud van € 30.000. Meerkosten weekmarkt Er zijn extra kosten voor de weekmarkt gemaakt (o.a. verkeersregelaar, hekken), te weten € 43.000. Meerkosten verkiezingen Voor de Tweede Kamer verkiezingen zijn vanwege corona extra kosten gemaakt, te weten € 27.000 voor extra huur locaties, desinfectie materialen en meer trainingen. Meerkosten communicatie De meerkosten voor communicatie (extra communicatie inzake corona en capaciteit) bedragen € 18.000. Extra inhuur HRM Vanwege ziekte (corona) eigen personeel is er personeel ingehuurd voor HRM (€ 48.000). Meerkosten afval Vanwege de aanhoudende coronamaatregelen, waaronder de 1,5 meter afstand, was huur van een extra huisvuilniswagen noodzakelijk en ook inhuur van een extra belader. De kosten hiervoor zijn in totaal € 177.000. Toezicht en handhaving Er zijn kosten gemaakt voor toezicht en handhaving inzake corona (een deel van de kosten zijn bij weekmarkten verantwoord). Voor deze kosten hebben we een compensatie ontvangen van € 98.000. Bijdrage WSW In het 6e steunpakket was een bijdrage van € 48.000 voor de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven opgenomen. Dit bedrag is doorgestort naar de Inclusief Groep.
Reservering subsidieregeling Coronasteun Cultuur 2022 In de raadsvergadering van 3 februari 2022 is de subsidieregeling Coronasteun Cultuur 2022 vastgesteld. De uitgaven komen ten laste van 2022. Saldo impact analyse corona 2021 Het gesaldeerde saldo coronamiddelen 2021 bedraagt € 261.000. In voorliggende jaarrekening wordt voorgesteld om € 161.000 te bestemmen voor 2022 en het restant van € 100.000 te alloceren in de algemene reserve.
85 van 150
Algemene reserve – gealloceerde middelen corona In onderstaand overzicht is de stand van de gealloceerde middelen corona in de algemene reserve weergegeven. Algemene reserve - coronamiddelen Totaal coronamiddelen
Saldo 01-01-2021 379
Vermeerdering 2021 100
Vermindering 2021 -
Saldo 31-12-2021 479
Bedragen * € 1.000
In de raadsvergaderingen van 3 februari 2022 en 10 maart 2022 is besloten om een groot deel van de gealloceerde middelen corona in te zetten, te weten: -
€ 201.000 voor de subsidieregeling coronasteun cultuur;
-
€ 78.750 voor de subsidie activiteiten en promotie van het centrum SOP.
Deze besluiten worden verwerkt in 2022 en komen dan ook nog niet in uitdrukking in voorgaande tabel. Verder blijkt uit de 4-maandsrapportage 2022 een last van € 118.000 uit de corona impactanalyse, waarna nog een bedrag van € 81.000 beschikbaar blijft voor dekking van coronagerelateerde lasten. Andere dekkingsbronnen Er zijn ook kosten vanwege corona bekostigd uit reguliere budgetten en specifieke uitkeringen. Zo is er een continuïteitsbijdrage van € 67.000 aan Stichting Bosbad verstrekt voor gederfde huurinkomsten, ten laste van de budgetten voor schoolzwemmen en de zwem en poloclub Triton. En zijn er de volgende specifieke uitkeringen (SPUK) toegekend/ingezet: -
SPUK ijsbanen en zwembaden: € 1.219.000 ontvangen en overgemaakt naar Stichting Bosbad voor 2020 en 2021 voor het eerste halfjaar;
-
SPUK middelen inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen: € 323.000 voor de periode augustus 2021 tot en met 31 juli 2023;
-
SPUK ondersteuning naleving controle op toegangsbewijzen: € 63.000;
-
SPUK Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (TOZO): € 1.645.000 voor TOZO 3 tot en met 5.
86 van 150
Hoofdstuk 5 Jaarrekening Grondslagen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Stelselwijziging In 2021 zijn geen stelselwijzigingen doorgevoerd.
Grondslagen voor waardering Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met afschrijvingen. De gemeente kent de volgende soorten immateriële vaste activa: -
De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
-
De bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: -
Er is sprake van een investering door een derde;
-
De investering draagt bij aan de publieke taak;
87 van 150
-
De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen;
-
De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. De gemeente kent de volgende soorten materiële vaste activa: -
Investeringen met een economisch nut;
-
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
-
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat (indien van toepassing) vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.
Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder overheadkosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
88 van 150
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Voor investeringen in maatschappelijk nut geldt een activeringsgrens van € 50.000. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. Investeringen met economisch nut waar rechten/heffingen tegenover staan kunnen worden afgeschreven op basis van annuïteiten. Grond Conform het BBV wordt op grond niet afgeschreven met uitzondering van de grond voor de begraafplaats. Deze grond is opgenomen in de exploitatieopzet en de boekwaarde wordt door de in de toekomst te verkopen graven teniet gedaan. Deze werkwijze wordt gehanteerd in verband met het feit dat in Putten het beleid is om de begraafplaats niet te sluiten en niet op termijn te ontruimen. Dit betekent dat de grond eeuwigdurend wordt ingezet als begraafplaats en hierdoor geen andere bestemming meer zal krijgen, waarmee de toekomstige waarde van de grond nihil zal zijn.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingsprijs. Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van langer dan 1 jaar worden gedurende de gehele looptijd onder financiële vaste activa opgenomen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen verrekend. Vlottende activa Voorraden Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd.
89 van 150
De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening) die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen. De waardering van de gronden in exploitatie per 31 december 2021 is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2022 en de uitkomsten van de door de gemeente uitgevoerde risicoanalyses ter zake. Dit betreft de beste inschatting op dit moment, welke omgeven is door de nodige risico’s, aannames en veronderstellingen die periodiek (jaarlijks) zullen worden herzien. Deze periodieke herziening kan leiden tot een aangepaste waardering van de gronden in exploitatie en de hiermee samenhangende voorziening voor negatieve grondexploitaties. Hieronder zijn de gehanteerde uitgangspunten toegelicht.
Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1.
Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
2.
De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
3.
De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).
Met ingang van 1 januari 2016 is de winstbepaling mede van belang voor de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting (VPB). Het treffen van een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. De waarde per 31 december van de dubieuze debiteuren wordt op de balans in mindering gebracht op de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
90 van 150
Vaste passiva Algemeen Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van: -
Verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten;
-
Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
-
Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, zoals de niet bestede opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolrechten. De waardering van de voorzieningen geschiedt op het nominale bedrag van betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies waarbij de egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De waardering van de egalisatievoorziening wethouderspensioenen geschiedt tegen contante waarde. De waarde is actuarieel berekend per jaareinde. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van 4 jaar gehanteerd. Vaste schulden De langlopende verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van 1 jaar of langer.
91 van 150
Vlottende passiva Vlottende passiva De vlottende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling van het balanstotaal de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” nadere informatie hierover opgenomen.
Grondslagen voor resultaatbepaling Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. De afschrijvingen van de geactiveerde investeringen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur). Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt in het volgende jaar gestart met afschrijving. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Algemene uitkering De uitkering van het gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het Ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming.
Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het verslagjaar 2022 worden verantwoord in de jaarrekening van het op het verslagjaar volgend boekjaar. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.
92 van 150
Eigen bijdrage op grond van de Wmo Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.
93 van 150
Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2021 Primitieve Begroting 2021
Begroting 2021
Saldo rekening t.o.v. begroting
Rekening 2021
Overzicht van baten en lasten in de rekening Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Ruimte en leefomgeving
15.189
Samenleving
25.160
Saldo
Lasten
Baten
9.849
-5.340
18.902
3.728
-21.432
29.713
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
11.497
-7.406
15.751
7.440
-22.274
28.392
10.223
-5.528
-3.151
-1.273
1.878
V
7.802
-20.590
-1.321
362
1.684
V
Begrotingsthema's
Economie en recreatie
1.128
97
-1.031
1.314
131
-1.183
1.297
622
-675
-17
491
508
V
Bestuur dienstverlening en veiligheid
12.460
41.641
29.181
12.638
44.115
31.477
12.849
45.383
32.535
211
1.268
1.057
V
Totaal
53.938
55.315
1.377
62.567
63.183
615
58.288
64.030
5.742
-4.279
847
5.126
V
-
-
-
9
-
-9
29
0
-29
20
-
-20
N
5.106
V N
Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerd saldo baten en lasten
1.377
606
5.713
Mutaties reserves Ruimte en leefomgeving
1.106
785
-321
2.020
3.605
1.585
2.410
2.265
-145
390
-1.340
-1.729
134
274
141
1.156
810
-346
2.696
2.533
-163
1.540
1.723
184
V
-
74
74
350
557
208
352
484
132
3
-73
-75
N
Bestuur dienstverlening en veiligheid
1.414
303
-1.111
1.414
422
-992
1.446
361
-1.085
32
-61
-93
N
Totaal
2.654
1.437
-1.217
4.940
5.394
454
6.904
5.644
-1.260
1.964
250
-1.714
N
3.392
V
Samenleving Economie en recreatie
Gerealiseerd resultaat
160
1.060
4.452
Bedragen * € 1.000
Voor de lasten en baten per programma verwijzen wij nu naar de paragraaf ‘Toelichting baten en lasten jaarrekening 2021’.
Toelichting baten en lasten jaarrekening 2021 Thema Ruimte en leefomgeving Rekening 2021
Afwijking rekening versus begroting
4.949
2.857
-2.092
1.863
1.144
-719
427
634
372
-263
PL
1.220
1.234
1.317
82
PL
2.906
3.015
2.846
-169
Verkeer en parkeren
PL
99
139
169
30
Natuurbescherming
PL
34
34
12
-22
PL
1.557
1.805
1.585
-220
Thema 1 Ruimte en Leefomgeving Programma en beleidsproducten
Primitieve Begroting begroting 2021 2021
Toel.
Prog.
Bouwgrondexploitatie
1
PR
3.582
Volkshuisvesting en handhaving
2
PR
775
Ruimtelijke ordening
3
PR
IBOR openbaar groen
4
IBOR wegen. straten en pleinen
5
Lasten
Milieubeheer
6
Wijkbudget kleine ongemakken
7
PL
75
113
53
-60
Afval
8
PK
1.718
1.889
1.994
105
Begraven
9
PK
789
780
855
75
Omgevingsvergunningen
10
PK
454
454
371
-83
Rioleringen
11
PK
1.555
1.994
2.177
183
Totaal lasten
15.189
18.902
15.751
-3.151
Programma Ruimte
PR
4.783
7.446
4.373
-3.073
Programma Leefomgeving
PL
5.890
6.340
5.981
-359
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
4.516
5.117
5.398
281
15.189
18.902
15.751
-3.151
Totaal lasten Baten Bouwgrondexploitatie
1
PR
3.582
4.727
2.890
-1.837
Volkshuisvesting en handhaving
2
PR
28
28
185
157
Ruimtelijke ordening
3
PR
70
70
44
-26
IBOR openbaar groen
4
PL
-
-
36
36
IBOR wegen. straten en pleinen
5
PL
113
113
116
3
Verkeer en parkeren
PL
10
10
10
-
Natuurbescherming
PL
-
-
-
189
Milieubeheer
6
PL
7
17
206
Wijkbudget kleine ongemakken
7
PL
-
-
-
-
Afval
8
PK
2.097
2.173
2.168
-5
Begraven
9
PK
834
834
900
66
Omgevingsvergunningen
10
PK
663
663
605
-58
Rioleringen
11
PK
2.446
2.862
3.063
201
9.849
11.497
10.223
-1.273
Totaal baten Programma Ruimte
PR
3.679
4.825
3.119
-1.705
Programma Leefomgeving
PL
129
139
368
229
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
6.040
6.533
6.736
203
Totaal baten
9.849
11.497
10.223
-1.273
Totaal saldo van baten en lasten
-5.340
-7.406
-5.528
1.878
Dotatie reserve prog. Ruimte
PR
-
300
572
272
Onttrekking reserve prog. Ruimte
PR
500
2.338
1.326
-1.012
Dotatie reserve prog. Leefomgeving
PL
606
1.269
1.387
118
Onttrekking reserve prog. Leefomgeving
PL
254
1.236
919
-317
Dotatie reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
500
451
451
-
Onttrekking reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
31
31
20
-11
-321
1.585
-145
-1.729
-5.661
-5.821
-5.672
148
Totaal mutaties reserves Gerealiseerd resultaat thema 1
Bedragen * € 1.000
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2021 per programma Programma Ruimte 1.
Op product bouwgrondexploitatie zijn afwijkingen ontstaan door lagere verkopen dan begroot op de grondexploitatie Rimpeler. Dit betreft een verschuiving in de tijd, de betreffende verkopen voor fase 5 en 6 waren overwegend in 2021 begroot. De levering van de grond zal in 2022 plaats gaan vinden. Op basis van de voortgang en de verwachte winst is in 2021 tussentijds winst genomen voor € 258.000 op Rimpeler. Voor Matchpoint zijn alle verkopen reeds gerealiseerd. Voor komend jaar moet met name het bouw- en woonrijpmaken worden afgerond. In 2021 is de bijdrage vanuit Matchpoint aan het fonds bovenwijks gedaan van € 14.000. In 2021 is grondexploitatie Bilderdijkstraat in exploitatie genomen. Het verwachte verlies bedraagt € 239.000, hiervoor is in 2021 een voorziening gevormd. Het saldo van kosten en opbrengsten op product Bouwgrondexploitatie is verrekend met de reserve grondexploitatie.
2.
Voor de implementatie van de omgevingswet is in 2021 extra budget beschikbaar gesteld door de raad. Van het (restant)budget van € 986.000 is € 210.000 uitgegeven in 2021, waarmee een budget van € 776.500 resteert. De invoering van de omgevingswet is uitgesteld door het Rijk naar 1 januari 2023. Voorgesteld wordt om het restantbudget beschikbaar te houden voor het project. De kosten voor het project worden eerst gedekt door de reserve algemene buffer. Na definitief worden van de precarioheffing zal de dekking komen vanuit de reserve precario. Het budget voor (tijdelijke) opvang arbeidsmigranten laat een overschot zien van € 68.000. De gemeente is verantwoordelijk voor deze taak en heeft daarom budget beschikbaar in de begroting. Dit is in 2021 niet besteed. Verder laat de afrekening van de samenwerking in de regio op RO wonen een voordeel zien van € 56.000. De afrekening wordt op begrotingsbasis bepaald. In werkelijkheid zijn de lasten lager uitgevallen. Ook zijn in het kader van de gemeentelijke activiteiten voor de bestrijding van permanente bewoning diverse dwangsommen opgelegd. Vanwege het incidentele karakter hiervan worden deze voorzichtig begroot. De baten op Volkshuisvesting en handhaving zijn hierdoor € 152.000 hoger. Daar staat tegenover dat er een voorziening is geboekt, waardoor het voordeel per saldo € 60.000 hoger is dan begroot.
Verder is in 2021 een voordeel op de personeelskosten gerealiseerd, doordat vacatureruimte niet volledig ingevuld kon worden.
3.
Het voordeel van het product Ruimtelijke ordening heeft voor € 147.000 betrekking op een overschot op het (aanvullende) budget voor de inzet van (inhuur)medewerkers Ruimte. In 2021 is op Ruimtelijke ordening € 207.000 extra beschikbaar gesteld, met dekking vanuit
96 van 150
de reserve. De werkelijke kosten zijn lager, mede door dekking vanuit opbrengsten uit projecten. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 62.575 budget beschikbaar te houden in 2022 om capaciteitsproblemen op te vangen voor de lopende projecten. Het overige heeft betrekking op een verschuiving van de salarislasten naar Volkshuisvesting en handhaving in combinatie met vacatureruimte. Programma Leefomgeving 4.
Voor IBOR openbaar groen zijn meer kosten gemaakt vanwege de storting in het bomenfonds in 2021. Daar staan ook hogere baten tegenover van € 36.000.
5.
De realisatie op IBOR wegen, straten en pleinen is lager, met name door een lagere realisatie op groot onderhoud. Dit betreffen budgetten die verrekend worden met de reserve IBOR. De kosten voor civieltechnische werken zijn € 58.000 lager doordat het vervangen van brugleuningen niet meer is gedaan in 2021. Het betreft een structureel budget, de uitgaven hebben een incidenteel karakter. Het overschot is toegevoegd aan de reserve IBOR en is daarmee ook beschikbaar voor eventuele uitvoering in volgende jaren. Verder is een voordeel op de afschrijvingen gerealiseerd van € 97.000 vanwege projecten die later gereed zijn gekomen. Daar staat tegenover dat de kosten voor uitbestede werken € 56.000 hoger zijn vanwege straatwerk aan De Brinkstraat. Per saldo is een bedrag van € 101.000 toegevoegd aan de reserve IBOR vanwege overschot op product IBOR wegen, straten en pleinen In 2021 is een afrekening ontvangen voor zwerfafval van € 47.000 over 2013-2018. Dit geeft een incidenteel voordeel. De kosten op dagelijks onderhoud wegen zijn € 73.000 hoger dan begroot, deels gecompenseerd door hogere bijdragen op kabels en leidingen (leges en bijdragen) van € 38.000. Verder zijn er kleine voordelen gerealiseerd op onkruidbestrijding, is een lagere bijdrage aan het mobiliteitsfonds benodigd en zijn de kosten voor de keuring op brandkranen lager uitgevallen.
6.
Voor milieubeheer is per saldo een overschot gerealiseerd van € 385.000. Dit betreft met name de budgetten Transitievisie Warmte (€ 202.101, via reserve), energieloketten (€ 35.000) en het budget voor Duurzaamheid van € 100.000. Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte en de energieloketten hebben we in 2020 een bijdrage van € 202.101 respectievelijk € 35.000 ontvangen van het Rijk. Dit is nog niet uitgevoerd. Voorgesteld wordt dit budget beschikbaar te stellen voor 2022. De kosten voor de inzet op duurzaamheid konden in 2021 gedekt worden door reguliere budgetten en door subsidies. Dit geeft een overschot van € 100.000 op het budget duurzaamheid.
97 van 150
Verder is een voordeel gerealiseerd op ongediertebestrijding. De kosten voor de bestrijding van de eigenprocessierups zijn sterk teruggelopen, wat resulteert in een voordeel van € 81.000 7.
Op wijkbudget kleine ongemakken is een voordeel ontstaan. Het betreft een budget wat bedoeld is voor incidentele zaken in wijken dat sterk afhankelijk is van de vraag vanuit de burgers. In 2021 is een start gemaakt met de aanpak van hekwerk bij dierenweide Groene Scheg. Door leveringsproblemen bij de leverancier is dit vertraagd naar 2022. Voorgesteld wordt om het budget hiervoor van € 20.000 beschikbaar te stellen in 2022.
Programma Kostendekkende dienstverlening 8.
Op product Afval zijn hogere kosten gemaakt voor het inzamelen van huisvuil door de beperkingen die golden vanwege de uitbraak van Covid-19. Door een lagere bezetting per huisvuilwagen is een extra huisvuilwagen ingehuurd met extra personeel. Dit heeft geleid tot hogere kosten voor een bedrag van € 81.000. Deze kosten worden gedekt uit gelden die zijn ontvangen voor dekking van kosten door Covid-19.
9.
De exploitatie van product Begraven wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2021 is € 87.000 toegevoegd aan de voorziening, terwijl € 9.000 was begroot. Dit komt door hogere bijdragen vanuit grafrechten. Na verrekening met de voorziening is het saldo nihil.
10. Het product Omgevingsvergunningen laat een voordeel zien van € 24.000. De legesopbrengsten zijn € 58.000 lager, dit wordt gecompenseerd door lagere personeelskosten van € 83.000 wegens het niet invullen van een vacature in 2021. 11. De exploitatie van product Riolering wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2021 is voor een bedrag van € 107.000 meer gedoteerd aan de voorziening dan begroot. Dit komt met name door lagere kosten voor klimaatmaatregelen (€ 121.000) en een voordeel op de kapitaallasten (€ 67.000). Het verschil is teruggeboekt naar de voorziening en blijft daarmee beschikbaar voor uitvoering in een volgend jaar. Daar staat tegenover dat voor een post van € 51.000 aan oude belastingvorderingen is afgeboekt. Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2021 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2022. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2021 Hekwerk dierenweide Groene Scheg Onderzoek duurzaamheid Halvinkhuizen Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve
Totaal 20 20 40 Bedragen * € 1.000
In hoofdstuk 2 – Financiële analyse is een toelichting opgenomen op de bestemming. Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2022.
98 van 150
Thema Samenleving
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2021 2021
Rekening 2021
Afwijking rekening versus begroting
Lasten Jeugdgezondheidszorg
PGB
599
629
624
-5
Openbare gezondheidszorg
PGB
370
382
357
-25
Sport en bewegen
PGB
423
443
449
6
Sportaccommodaties
PGB
405
406
407
1
PGB
500
510
1.729
1.219
PGB
233
275
241
-34 -88
Zwembad
1
Sportverenigingen Lokaal jeugdbeleid
2
PGO
164
286
199
Jeugdhulp
3
PGO
6.432
7.530
7.610
80
PGO
123
130
102
-28
Kinderdagopvang Kunst en cultuur
4
PGO
259
352
238
-114
Bijstandsverlening
5
PMP
3.167
4.951
3.990
-960
Gemeentelijk minimabeleid
6
PMP
914
1.158
1.020
-138
Algemene voorzieningen
7
PMP
1.112
1.157
1.065
-91
Maatwerkvoorzieningen
8
PMP
5.042
5.441
4.514
-927
Nieuwkomers
PMP
64
114
71
-44
Lokaal onderwijsbeleid
9
PWL
1.730
1.764
1.708
-56
Onderwijshuisvesting
10
-97
PWL
751
1.355
1.258
Bibliotheekwerk
PWL
418
426
425
-1
Arbeidsparticipatie
PWL PWL
2.407 -
2.386 -
-21
Volwasseneducatie
2.453 25.160
29.713
28.392
-1.321 1.162
Totaal lasten
-
Programma Gezondheid en bewegen
PGB
2.531
2.645
3.807
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
6.978
8.298
8.149
-149
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
10.300
12.820
10.660
-2.160
Programma Werken en leren
PWL
5.352
5.951
5.776
-175
25.160
29.713
28.392
-1.321
Totaal lasten Baten Jeugdgezondheidszorg
PGB
-
20
20
-
Openbare gezondheidszorg
PGB
-
-
6
6
Sport en bewegen
PGB
20
101
151
50
Sportaccommodaties
PGB
68
73
76
3
1
PGB
4
4
1.224
1.219
PGB
-
-
-
-
Lokaal jeugdbeleid
2
PGO
-
50
50
-
Jeugdhulp
3
PGO
-
-
-
-
PGO
4
4
4
-
Zwembad Sportverenigingen
Kinderdagopvang Kunst en cultuur
4
PGO
-
-
-
-
Bijstandsverlening
5
PMP
3.079
4.928
3.988
-940
Gemeentelijk minimabeleid
6
PMP
70
47
71
24
Algemene voorzieningen
7
PMP
-
-
-
-
Maatwerkvoorzieningen
8
PMP
130
1.170
1.142
-28
Nieuwkomers
PMP
-
-
-
-
Lokaal Onderwijsbeleid
9
PWL
354
421
436
15
Onderwijshuisvesting
10
PWL
-
621
621
0
Bibliotheekwerk
PWL
-
-
-
-
Arbeidsparticipatie
PWL
-
-
12
12
Volwasseneducatie
PWL
-
-
-
-
3.728
7.440
7.802
362
Totaal baten
99 van 150
Rekening 2021
Afwijking rekening versus begroting
199
1.478
1.279
54
54
-
3.279
6.145
5.201
-944
354
1.042
1.069
27
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2021 2021
Programma Gezondheid en bewegen
PGB
92
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
4
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
Programma Werken en leren
PWL
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Totaal baten
3.728
7.440
7.802
362
-21.432
-22.274
-20.590
1.684
PGB
-
-
-
-
Onttrekking reserve gezondheid en bewegen
PGB
6
6
6
-
Dotatie reserve groei en ontwikkeling
PGO
-
75
98
23
Totaal saldo van baten en lasten Dotatie reserve gezondheid en bewegen
Onttrekking reserve groei en ontwikkeling
PGO
133
384
1.667
1.282
Dotatie reserve maatschapp. participatie
11
PMP
122
1.070
2.527
1.457
Onttrekking reserve maatschapp. participatie
PMP
135
419
861
441
Dotatie reserve werken en leren Onttrekking reserve werken en leren Totaal mutaties reserves
PWL PWL
12 141
12 -346
71 -163
59 184
-21.292
-22.620
-20.753
1.867
Gerealiseerd resultaat thema 2
Bedragen * € 1.000
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2021 per programma Programma Gezondheid en bewegen 1.
De hogere kosten op product Zwembad betreft de compensatie ter dekking van het exploitatietekort als gevolg van de uitbraak van Covid-19 in 2020. Het zwembad is in 2020 en 2021 gedeeltelijk gesloten geweest. Vanuit het Rijk is een compensatie verstrekt ter dekking van het exploitatietekort.
Programma Groei en ontwikkeling 2.
Op lokaal jeugdbeleid is een bedrag van € 69.000 gereserveerd vanuit Coronagelden voor Perspectief Jeugd en Jongeren, Jongerenwerk, Mentale ondersteuning en activiteiten voor jeugd. De realisatie in 2021 is nihil, waarmee dit resulteert in een overschot op product Lokaal jeugdbeleid.
3.
De totale lasten voor Jeugdhulp zijn € 80.000 hoger geëindigd dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door ‘niet-beïnvloedbare’ kosten op het gebied van verblijf en crisisopvang. Voor verder toelichting zie de paragraaf Sociaal domein.
Programma Maatschappelijke participatie 4.
Op Kunst en Cultuur is een bedrag van € 69.000 begroot vanuit de septembercirculaire voor compensatie van lokale cultuur en buurt-dorpshuizen. Per saldo is de besteding binnen de reguliere budgetten gedaan, waarmee dit budget voor compensatie overblijft. Voorgesteld wordt dit te bestemmen voor 2022.
5.
Op het product Bijstandverlening is gesaldeerd (baten en lasten) een overschot ontstaan van € 20.000. Dit ontstaat met name door een lagere ontvangst BUIG-budget in combinatie met lagere uitkeringen. Verder zijn de werkelijke kosten voor de TOZO lager uitgevallen dan de Rijksbijdrage. Dit geeft een afwijking in zowel baten als lasten. Omdat het verschil verrekend wordt met het Rijk, is dit effect per saldo nihil.
100 van 150