Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Corona-proof Er zijn aanpassingen gedaan om het gemeentehuis en overige gemeentelijke locaties coronaproof maken en te houden, zoals aanbrengen van markeringen/looproutes, afschermen van werkplekken, extra schoonmaak materiaal en maatregelen. Ook is geïnvesteerd om het centrum, de weekmarkt en de milieustraat corona-proof in te richten met bijvoorbeeld extra dranghekken, bewegwijzering, spandoeken en de inhuur van extra toezicht en verkeersregelaars. Personele capaciteit De corona-crisis legt een groot beslag op de personele capaciteit. In 2020 is het meeste extra werk echter opgevangen met de bestaande formatie door werkzaamheden te her-prioriteren, werkzaamheden door te schuiven naar 2021 en minder verlofdagen op te nemen. Ondanks deze maatregelen kon niet alles worden opgevangen. Hiervoor heeft er beperkt inhuur plaatsgevonden voor de afdeling juridische zaken, financiën en voor de uitvoering van de TOZO. Financiële gevolgen Compensatie De financiële gevolgen zagen er aanvankelijk in mei 2020 wat somber uit. De provincie Gelderland kwam al heel snel met een subsidie. Hier heeft de gemeente Putten een aanvraag
82 van 142
voor ingediend welke is gehonoreerd. Medio 2020 kwam het Rijk met de het eerste steunpakket. Er volgende er snel meer. Het Rijk heeft vooralsnog dusdanig royaal gecompenseerd dat er voor het boekjaar 2020 geen financieel nadeel is vanwege de gevolgen van corona. In onderstaande tabel worden de compensatiemiddelen weergegeven in 2020. Baten
2020
Compensatie Rijk - 1e steunpakket
395
Compensatie Rijk - 2e steunpakket
327
Compensatie Rijk - 3e steunpakket 2020
53
Opschalingskorting 2020
81
Compensatie provincie Gelderland
68
Subsidies A&O Fonds
8 932 Bedragen * € 1.000
Corona kosten De kosten vielen achteraf wat lager uit. In de prognose van december was de schatting nog € 609.000. Bij het opstellen van deze jaarrekening blijkt dat er nog meer budgetten minder benut zijn vanwege corona, totaal € 177.000. Hierdoor ontstaat een netto gesaldeerd saldo van € 432.000 voor 2020. De bruto kosten voor 2020 zijn alsnog € 609.000, wanneer we deze voordelen niet zouden salderen. Inkomstenderving De inkomstenderving is beperkt gebleven. Bij de eerste golf heeft gemeente Putten vooral inkomsten misgelopen op de toeristenbelasting. Dit tekort is later in 2020 verminderd, doordat vakanties naar het buitenland niet mogelijk waren. Hierdoor kwamen er juist meer toeristen naar Putten. Andere dekkingsbronnen Er zijn ook kosten vanwege corona bekostigd uit reguliere budgetten, onder andere de eerder genoemde continuïteitsbijdrage aan het Bosbad en de omzetgaranties aan diverse zorginstellingen. Dit laatste betreft “omzet zonder tegenprestatie” om de continuïteit van deze organisaties te ondersteunen. Deze kosten zouden we in normale omstandigheden ook hebben gehad. Deze bijdragen zijn geen onderdeel van het gesaldeerde saldo coronamiddelen in 2020 en zijn financieel verwerkt via de reguliere budgetten in de jaarrekening.
Risico’s Ondanks de aanvang met het vaccinatie programma en hiermee de verwachting dat het einde van de corona-crisis in zicht is, is het natuurlijk de vraag of dit ook daadwerkelijk zo zal uitpakken. In die zin lijkt het nog te vroeg om het overschot aan corona compensatie uit 2020 nu al vrij te laten vallen aan de algemene middelen. Daarnaast zijn nog een aantal andere risico’s om bij stil te staan. Zoals:
83 van 142
-
De tekorten van het zwembad worden naar verwachting geheel vergoed door de SPUK regeling ijs- en zwembaden, echter wanneer het totaal compensatiebedrag overvraagd wordt zullen de compensaties naar rato worden verdeeld. Hierin ontstaat een risico dat de gemeente Putten alsnog wordt gevraagd te ondersteunen bij het resterende tekort van het Bosbad.
-
Het Rijk is vooralsnog royaal met haar compensaties. De compensaties zijn onderdeel van de algemene uitkering en in die zin ‘vrij besteedbaar’, waarover ook geen verantwoording nodig is. Toch heeft het Rijk in maart 2021 een onderzoek laten uitvoeren door AEF naar eventuele tekorten en overschotten over het eerste compensatiepakket in 2020. Het is niet ondenkbaar dat er nog meer onderzoek komt, waar in het geval van grote overschotten, nadere consequenties aan verbonden kunnen worden.
Doorkijk 2021 Voor 2021 is de prognose geactualiseerd. De actualisatie wordt toegelicht in een separate raadsinformatiebrief, waarin meer financiële detailinformatie over 2020 en 2021 wordt toegelicht. In deze recente analyse wordt € 565.000 aan extra kosten verwacht in 2021. Op het moment van schrijven is er al € 695.000 aan Rijkscompensaties toegezegd. Hierdoor is het de verwachting dat in 2021 ook een overschot aan compensatie zal ontstaan. Hierdoor is er vooralsnog voldoende ruimte om de risico’s of onvoorziene zaken met betrekking tot corona te kunnen opvangen. In onderstaande tabel wordt het verloop van de prognoses in 2020, het saldo voor 2020 en de prognose voor 2021 weergegeven.
RIB juni 2020 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
11.
8 mnds 2020
Inkomstenderving Bijstand Uitvoering Tozo Jeugdzorg Doelgroepenvervoer Verbonden partijen Steun cultuur en sport Bedrijfsvoering Grof- en tuinafval Stelpost reservering 2021 Subtotaal lasten
188 142 50 12 -51 110 47 84 119
194 71 0 -18 -51 0 47 144 120
701
Compensaties/subsidies Totaal baten
Saldo 2020
RIB dec 2020 & 2021
JR 2020
Prognose 2021
110 -37 22 -64 152 -44 172 122
507
189 32 0 19 -51 0 82 201 137 596 1205
432
40 -37 0 63 -15 0 85 179 50 200 565
497 497
375 375
1.205 1.205
932 932
695 695
-204
-132
-1
500
130
Bedragen * € 1.000
84 van 142
Hoofdstuk 5 Jaarrekening Grondslagen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Stelselwijziging In 2020 zijn geen stelselwijzigingen doorgevoerd.
Grondslagen voor waardering Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met afschrijvingen. De gemeente kent de volgende soorten immateriële vaste activa: -
De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
-
De bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: -
Er is sprake van een investering door een derde;
-
De investering draagt bij aan de publieke taak;
85 van 142
-
De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen;
-
De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. De gemeente kent de volgende soorten materiële vaste activa: -
Investeringen met een economisch nut;
-
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
-
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat (indien van toepassing) vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.
Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder overheadkosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
86 van 142
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Voor investeringen in maatschappelijk nut geldt een activeringsgrens van € 50.000. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. Investeringen met economisch nut waar rechten/heffingen tegenover staan kunnen, worden afgeschreven op basis van annuïteiten. Grond Conform het BBV wordt op grond niet afgeschreven met uitzondering van de grond voor de begraafplaats. Deze grond is opgenomen in de exploitatieopzet en de boekwaarde wordt door de in de toekomst te verkopen graven teniet gedaan. Deze werkwijze wordt gehanteerd in verband met het feit dat in Putten het beleid is om de begraafplaats niet te sluiten en niet op termijn te ontruimen. Dit betekent dat de grond eeuwigdurend wordt ingezet als begraafplaats en hierdoor geen andere bestemming meer zal krijgen, waarmee de toekomstige waarde van de grond nihil zal zijn.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingsprijs. Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van langer dan 1 jaar worden gedurende de gehele looptijd onder financiële vaste activa opgenomen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen verrekend. Vlottende activa Voorraden Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd. De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de
87 van 142
marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening) die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen. De waardering van de gronden in exploitatie per 31 december 2020 is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2021 en de uitkomsten van de door de gemeente uitgevoerde risicoanalyses ter zake. Dit betreft de beste inschatting op dit moment die omgeven is door de nodige risico’s, aannames en veronderstellingen die periodiek (jaarlijks) zullen worden herzien. Deze periodieke herziening kan leiden tot een aangepaste waardering van de gronden in exploitatie en de hiermee samenhangende voorziening voor negatieve grondexploitaties. Hieronder zijn de gehanteerde uitgangspunten toegelicht. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden.
Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1.
Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
2.
De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
3.
De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).
Met ingang van 1 januari 2016 is de winstbepaling mede van belang voor de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting (VPB). Het treffen van een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. De waarde per 31 december van de dubieuze debiteuren wordt op de balans in mindering gebracht op de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde Vaste passiva
88 van 142
Algemeen Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van: -
Verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten;
-
Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
-
Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, zoals de niet bestede opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolrechten. De waardering van de voorzieningen geschiedt op het nominale bedrag van betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies waarbij de egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De waardering van de egalisatievoorziening wethouderspensioenen geschiedt tegen contante waarde. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van 4 jaar gehanteerd. Vaste schulden De langlopende verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva Vlottende passiva De vlottende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva
89 van 142
De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling van het balanstotaal de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” nadere informatie hierover opgenomen.
Grondslagen voor resultaatbepaling Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. De afschrijvingen van de geactiveerde investeringen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur). Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt in het volgende jaar gestart met afschrijving. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Algemene uitkering De uitkering van het gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het Ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming.
Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het verslagjaar 2021 worden verantwoord in de jaarrekening van het op het verslagjaar volgend boekjaar. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.
Eigen bijdrage op grond van de Wmo
90 van 142
Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.
91 van 142
Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2020 Primitieve Begroting 2020
Begroting 2020
Saldo rekening t.o.v. begroting
Rekening 2020
Overzicht van baten en lasten in de rekening Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Ruimte en leefomgeving
16.850
Samenleving
26.067
Saldo
Lasten
Baten
11.428
-5.422
18.346
4.447
-21.620
31.661
Saldo
11.604
-6.741
21.133
16.580
-4.553
9.341
-22.320
27.580
7.083
-20.497
Lasten
Baten
Saldo
2.787
4.976
2.188
V
-4.081
-2.258
1.823
V
Begrotingsthema's
Economie en recreatie
1.137
94
-1.044
1.298
134
-1.163
1.316
262
-1.054
18
127
110
V
Bestuur dienstverlening en veiligheid
11.611
40.412
28.800
12.182
41.595
29.412
12.221
42.209
29.988
39
615
576
V
Totaal
55.666
56.380
714
63.487
62.674
-813
62.249
66.133
3.884
-1.238
3.459
4.697
V
-
-
-
-
-
-
144
-
-144
144
-
-144
Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerd saldo baten en lasten
714
-813
3.740
4.553
V
Mutaties reserves Ruimte en leefomgeving
-
272
272
1.073
2.346
1.273
1.951
1.077
-874
878
-1.269
-2.146
N
110
169
59
128
324
196
2.171
904
-1.268
2.043
580
-1.463
N
-
113
113
32
195
163
32
316
284
-
122
122
V
Bestuur dienstverlening en veiligheid
1.414
306
-1.108
1.481
386
-1.095
4.214
3.200
-1.014
2.733
2.813
80
V
Totaal
1.524
861
-663
2.714
3.251
536
8.368
5.496
-2.872
5.654
2.246
-3.408
N
1.145
V
Samenleving Economie en recreatie
Gerealiseerd resultaat
51
-277
868
Bedragen * € 1.000
Voor de lasten en baten per programma verwijzen wij nu naar de paragraaf Toelichting op de thema’s en programma’s 2020.
Toelichting baten en lasten jaarrekening 2020 Thema Ruimte en leefomgeving Thema 1 Ruimte en Leefomgeving Programma en beleidsproducten
Primitieve Begroting begroting 2020 2020
Rekening 2020
Afwijking rekening versus begroting
Toel.
Prog.
Bouwgrondexploitatie
1.
PR
5.691
5.691
8.864
3.173
Volkshuisvesting en handhaving
2.
PR
830
1.868
878
-990
Ruimtelijke ordening
3.
PR
522
512
370
-142
PL
1.097
1.098
1.069
-29
PL
2.611
2.848
2.849
1
PL
85
129
141
12
Lasten
IBOR openbaar groen IBOR wegen. straten en pleinen
4.
Verkeer en parkeren Natuurbescherming
PL
34
44
32
-12
PL
1.436
1.664
1.530
-135
Milieubeheer
5.
Wijkbudget kleine ongemakken
6.
PL
75
75
37
-38
Afval
7.
PK
1.634
1.565
1.910
345
Begraven
8.
PK
672
672
814
142
Omgevingsvergunningen
9.
PK
442
442
460
18
Rioleringen
10.
PK
1.722
1.737
2.179
442
Totaal lasten
16.850
18.346
21.133
2.787
PR
7.042
8.071
10.113
2.042
Programma Leefomgeving
PL
5.338
5.858
5.657
-201
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
4.470
4.417
5.363
946
16.850
18.346
21.133
2.787
Programma Ruimte
Totaal lasten Baten Bouwgrondexploitatie
1.
PR
5.691
5.691
9.478
3.787
Volkshuisvesting en handhaving
2.
PR
28
36
65
28
Ruimtelijke ordening
PR
70
70
86
16
IBOR openbaar groen
PL
-
-
-
-
IBOR wegen. straten en pleinen
PL
51
141
163
22
Verkeer en parkeren
PL
17
10
9
-1
Natuurbescherming
PL
-
10
10
-
Milieubeheer
PL
7
12
31
19
Wijkbudget kleine ongemakken
PL
-
-
-
-
Afval
7.
PK
1.976
1.491
1.593
102
Begraven
8.
PK
728
1.269
1.410
140
Omgevingsvergunningen
9.
PK
663
663
1.081
418
Rioleringen
10.
PK
2.197
2.212
2.655
443
11.428
11.604
16.580
4.976 3.832
Totaal baten Programma Ruimte
PR
5.789
5.797
9.629
Programma Leefomgeving
PL
75
172
212
40
Programma Kostendekkende dienstverlening
PK
5.564
5.635
6.738
1.104
11.428
11.604
16.580
4.976 2.188
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
-5.422
-6.741
-4.553
Dotatie reserve prog. Ruimte
PR
-
-
687
687
Onttrekking reserve prog. Ruimte
PR
27
1.195
271
-924
Dotatie reserve prog. Leefomgeving
PL
-
532
723
191
Onttrekking reserve prog. Leefomgeving
PL
241
1.144
799
-345
Dotatie reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
-
541
541
-
Onttrekking reserve prog. Kostend. Dienstverl.
PK
4
7
7
-
272
1.273
-874
-2.146
-5.150
-5.469
-5.427
42
Totaal mutaties reserves Gerealiseerd resultaat thema 1
Bedragen x € 1.000, -/- = nadeel
93 van 142
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Ruimte 1.
Op product bouwgrondexploitatie zijn afwijkingen ontstaan door hogere verkopen dan begroot op de grondexploitatie Rimpeler. Dit betreft een verschuiving in de tijd, de betreffende verkopen waren overwegend in 2019 begroot. Op basis van de voortgang en de verwachte winst is in 2020 tussentijds winst genomen voor € 687.000 op Rimpeler. Voor de exploitatie Matchpoint is een verliesvoorziening getroffen à € 73.000 vanwege hogere kosten voor aanleg groen en compensatie van bomen als gevolg van gemeentelijk beleid inzake groen. In de grondexploitatie van Matchpoint was hier onvoldoende rekening mee gehouden. Het saldo van kosten en opbrengsten op product Bouwgrondexploitatie is verrekend met de reserve Grondexploitatie.
2.
In september 2020 is het implementatiebudget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het meerjarige Projectplan Implementatie Omgevingswet. In 2020 betreft het niet uitgegeven deel € 1.015.000. Dit budget wordt de komende jaren besteed en wordt conform besluit voorlopig verrekend via de reserve Algemene buffer. Ook zijn in het kader van de gemeentelijke activiteiten voor de bestrijding van permanente bewoning diverse dwangsommen opgelegd. Vanwege het incidentele karakter hiervan worden deze voorzichtig begroot. Dit zorgt voor € 24.000 hogere opbrengsten dan begroot. Daarnaast zijn er een aantal debiteuren permanente bewoning als dubieus aangemerkt, dit levert een nadeel op van € 59.000.
3.
Het voordeel van het product Ruimtelijke ordening betreft een incidentele verschuiving van personeelslasten binnen het thema Ruimte en leefomgeving.
Programma Leefomgeving 4.
In het coalitieakkoord is € 50.000 geraamd voor het Gemeentelijk Verkeer- en VervoersPlan. In 2020 is dit niet volledig besteed. De afwikkeling hiervan vindt in 2021 plaats. Voorgesteld wordt het niet uitgegeven deel van € 31.000 te bestemmen voor 2021.
5.
Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte hebben we in 2020 een bijdrage van € 202.101 ontvangen voor het uiterlijk in 2021 opstellen van de transitievisie warmte. Ook is € 35.000 beschikbaar gesteld voor energieloketten. In 2020 is nog geen gebruik gemaakt van dit budget. Voorgesteld wordt dit te bestemmen voor 2021. Los van bovenstaand budget zijn de kosten op milieubeheer hoger geëindigd dan begroot. Dit betreffen met name meerkosten ODNV op het gebied van advisering en extra kosten voor ongediertebestrijding. Door de extreme ontwikkeling van de eikenprocessierupsen en de daardoor vele nesten is het inhuren van mensen en zuigapparatuur langer doorgelopen. Daarbij zijn extra kosten gemaakt in het laatste kwartaal voor rattenbestrijding.
6.
Op wijkbudget kleine ongemakken is een voordeel ontstaan. Het betreft een budget wat bedoeld is voor incidentele zaken in wijken dat sterk afhankelijk is van de vraag vanuit de burgers. Eind 2020 is een start gemaakt met het aanpakken van een gemeentelijk terrein aan de Bilderdijkstraat. Onder andere zijn er speelelementen geplaatst. De afwikkeling vindt plaats in 2021. Aangezien er in het Speelruimteplan in deze omgeving geen speelgelegenheid is opgenomen wordt voorgesteld het restant te bestemmen. Bij de 8maandsrapportage 2021 zal het krediet Speelvoorzieningen worden opgehoogd. De
94 van 142
incidentele bijdrage vanuit het wijkbudget dient dan, via de reserve kapitaallasten, als dekking. Programma Kostendekkende dienstverlening 7.
Op product Afval zijn hogere kosten gemaakt dan begroot. Dit zit met name in de componenten kosten afvalverwerking, met name door afrekeningen van NedVang en het Afvalfonds over de periode 2015-2019. Voor het beleidsproduct Afval geldt het principe van kostendekkende dienstverlening, waarbij aan het eind van elk jaar een saldering met de egalisatievoorziening afval wordt uitgevoerd. Nu de voorziening leeg is, wordt in 2020 het tekort verrekend met de algemene dienst, wat een nadeel betekent van € 243.000.
8.
De exploitatie van product Begraven wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2020 zijn meer kosten voor onderhoud gemaakt dan begroot, met name door hogere kosten voor reinigen en herstel grafmonumenten en beplanting aan de Schootmanshof. Na verrekening met de voorziening is het saldo nihil.
9.
Het product Omgevingsvergunningen laat een voordeel zien van € 400.000 door een toename van de bouwactiviteiten.
10. De exploitatie van product Riolering wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2020 is voor een bedrag van € 167.000 meer gedoteerd aan de voorziening dan begroot. Dit komt met name door lagere kosten voor onderzoek en inspectie (€ 74.000) en een voordeel op de kapitaallasten (€ 56.000). Daarnaast is € 28.000 minder besteed aan klimaatadaptatie: het verschil is terug geboekt naar de voorziening, dit zal in een volgend jaar nog uitgevoerd gaan worden. Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2020 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2021. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2020 Budget GVVP Transitievisie warmte Wijkbudget kleine ongemakken Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve
Totaal 31 237 38 306 Bedragen * € 1.000
Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2021.
95 van 142
Thema Samenleving
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2020 2020
Rekening 2020
Afwijking rekening versus begroting
Lasten Jeugdgezondheidszorg Openbare gezondheidszorg
1.
PGB
396
588
578
-11 -48
PGB
567
380
331
Sport en bewegen
PGB
424
454
452
-2
Sportaccommodaties
PGB
461
434
409
-25
PGB
500
500
500
-
PGB
233
273
196
-77
Zwembad Sportverenigingen
2.
Lokaal jeugdbeleid
PGO
160
164
149
-15
PGO
6.873
6.915
7.418
503
Kinderdagopvang
PGO
120
99
88
-11
Kunst en cultuur
PGO
214
233
232
-1
PMP
3.692
8.743
5.247
-3.496 -29
Jeugdhulp
Bijstandsverlening
3.
4.
Gemeentelijk minimabeleid
PMP
948
875
847
Algemene voorzieningen
5.
PMP
1.055
1.065
1.001
-64
Maatwerkvoorzieningen
6.
PMP
5.107
5.295
4.642
-652
Nieuwkomers
7.
PMP
91
135
76
-58
Lokaal onderwijsbeleid
PWL
1.689
1.676
1.657
-19
Onderwijshuisvesting
PWL
718
700
670
-30
Bibliotheekwerk Arbeidsparticipatie
9.
Volwasseneducatie
PWL
407
419
417
-2
PWL
2.411 -
2.714 -
2.670 -
-44
26.067
31.661
27.580
-4.081 -163
PWL
Totaal lasten
-
Programma Gezondheid en bewegen
PGB
2.581
2.629
2.466
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
7.367
7.410
7.886
476
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
10.893
16.113
11.813
-4.300
Programma Werken en leren
PWL
5.226
5.509
5.415
-94
26.067
31.661
27.580
-4.081
Totaal lasten Baten Jeugdgezondheidszorg
PGB
-
-
-
-
Openbare gezondheidszorg
PGB
-
-
-
-
Sport en bewegen
PGB
-
83
92
9
Sportaccommodaties
PGB
120
68
79
11
Zwembad
PGB
4
4
5
1
Sportverenigingen
PGB
-
-
-
-
Lokaal jeugdbeleid
PGO
-
-
-
-
Jeugdhulp
PGO
56
56
71
16
Kinderdagopvang
PGO
7
4
5
2
Kunst en cultuur
PGO
-
-
-
-
PMP
3.580
8.565
5.599
-2.967
Gemeentelijk minimabeleid
PMP
197
78
73
-5
Algemene voorzieningen
PMP
-
-
-
-
PMP
130
130
718
588
PMP
-
-
-
-
PWL
354
354
408
55
Onderwijshuisvesting
PWL
-
-
-
-
Bibliotheekwerk
PWL
-
-
-
-
PWL
-
-
32
32
PWL
-
-
-
-
4.447
9.341
7.083
-2.258
125
155
176
21
Bijstandsverlening
Maatwerkvoorzieningen
4.
6.
Nieuwkomers Lokaal Onderwijsbeleid
Arbeidsparticipatie Volwasseneducatie
8.
9.
Totaal baten Programma Gezondheid en bewegen
PGB 96 van 142
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
Primitieve Begroting begroting 2020 2020
Afwijking rekening versus begroting
Rekening 2020
Programma Groei en ontwikkeling
PGO
62
59
76
17
Programma Maatschappelijke participatie
PMP
3.907
8.773
6.389
-2.384
Programma Werken en leren
PWL
354
354
441
87
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
4.447
9.341
7.083
-2.258
-21.620
-22.320
-20.497
1.823
Dotatie reserve gezondheid en bewegen
PGB
-
-
-
-
Onttrekking reserve gezondheid en bewegen
PGB
6
26
3
-23
Dotatie reserve groei en ontwikkeling
PGO
-
-
121
121
Onttrekking reserve groei en ontwikkeling
PGO
12
21
589
568
Dotatie reserve maatschapp. participatie
PMP
110
122
1.972
1.850
Onttrekking reserve maatschapp. participatie
PMP
136
262
297
35
Dotatie reserve werken en leren Onttrekking reserve werken en leren Totaal mutaties reserves
PWL PWL
15 59
6 15 196
78 15 -1.268
72 -1.463
-21.561
-22.125
-21.765
360
Gerealiseerd resultaat thema 2
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Gezondheid en bewegen 1.
Binnen de Openbare gezondheidszorg zijn een deel van de geplande activiteiten niet of beperkter uitgevoerd vanwege de corona-maatregelen (bijv. JOGG, Hart Veilig Wonen en Gezond Veluwe).
2.
Het voordeel op Sportverenigingen is eveneens corona-gerelateerd. Voor buitensport bleek € 30.000 financiële steun niet benodigd. Daarnaast zijn een aantal activiteitensubsidies niet verleend.
Programma Groei en ontwikkeling 3.
De totale lasten voor Jeugdhulp zijn € 447.000 hoger geëindigd dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door ‘niet-beïnvloedbare’ kosten op het gebied van verblijf en crisisopvang. Voor verder toelichting zie de paragraaf Sociaal domein.
Programma Maatschappelijke participatie 4.
Op het product Bijstandverlening is gesaldeerd (baten en lasten) een overschot ontstaan van € 529.000. Dit ontstaat met name door een hogere ontvangst BUIG-budget en minder uitkeringen zijn verstrekt. Een bedrag van € 495.000 is gestort in de reserve Sociaal domein. Daarnaast was de verwachting dat we in 2020 onvoldoende gecompenseerd zouden worden voor extra uitkeringen Participatiewet (€ 64.000) vanwege corona. De extra uitkeringen zijn echter niet aan de orde.
5.
Op het product Algemene voorzieningen is een minder groot beroep op de onafhankelijke clientondersteuning gedaan. Dit voordeel is toegevoegd aan reserve Sociaal domein.
6.
Op product Maatwerkvoorzieningen is een voordeel ontstaan, met name door een ontvangst van € 589.000 voor Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang. Daarnaast zijn er minder kosten voor begeleiding en woon- en vervoersvoorzieningen. Per saldo is er binnen WMO maatwerk een overschot van € 1.244.000, dit is gestort in de reserve Sociaal domein. 97 van 142
7.
Voor de invoering van de Wet Inburgering zijn nog geen extra kosten gemaakt terwijl er wel middelen van het Rijk als zijn ontvangen. Dit voordeel is toegevoegd aan de reserve Sociaal domein.
Programma Werken en leren 8.
Op het programma Werken en leren ontstaat een voordeel op leerlingenvervoer. Dit wordt veroorzaakt door minderkosten als gevolg van corona.
9.
Het voordeel van het product Arbeidsparticipatie betreft een incidentele verschuiving van personeelslasten naar met name Participatie.
Bestemming rekeningresultaat Niet van toepassing.
98 van 142
Thema Economie en recreatie Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten
Toel.
Prog.
1.
PER
Primitieve Begroting begroting 2020 2020
Rekening 2020
Afwijking rekening versus begroting
671
-134
Lasten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid
2.
Agrarische zaken Gemeentelijk bezit
3.
806
PER
29
29
49
20
PER
278
277
198
-79
PER
4
-
-
-
PER
190
187
397
210
1.137
1.298
1.316
18
1.137
1.298
1.316
18
1.137
1.298
1.144
-154
Totaal lasten Programma Economie en recreatie
636
PER
Totaal lasten Baten Recreatie en cultuurhistorie
PER
1
1
3
2
Markt
PER
56
46
42
-4
Bedrijvigheid
PER
3
3
6
3
Agrarische zaken
PER
-
-
-
-
PER
34
85
212
126
94
134
262
127
94
134
262
127
94
134
262
127 110
Gemeentelijk bezit
3.
Totaal baten Programma Economie en recreatie
PER
Totaal baten Totaal saldo baten en lasten
-1.044
-1.163
-1.054
PER
-
32
32
-
PER
113
195
316
122
Totaal mutaties reserves
113
163
284
122
Gerealiseerd resultaat thema 3
-930
-1.001
-770
231
Dotatie reserve Economie en recreatie Onttrekking reserve Economie en recreatie
2.
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Economie en recreatie 1. Op Recreatie en cultuurhistorie is een voordeel ontstaan van € 134.000. Dit voordeel bestaat uit meerdere, veelal kleinere, voordelen op deelbudgetten. Hierbij zijn de voordelen op de openluchtrecreatie en recreatieve voorzieningen voor een belangrijk deel oorzaak van. In verband met corona zijn veel projecten uitgesteld, onder andere ruiter- en menpaden, het plaatsen van bankjes en prullenbakken. Ook zijn door corona het wandelknooppunten- en ruiternetwerk, Putten op de Kaart, Putten Experience, Try Out Putten uitgesteld. Dit werk is nog niet (volledig) uitgevoerd in 2020 en daarom wordt in de jaarrekening een voorstel gedaan tot bestemming rekeningresultaat van € 81.000. 2.
Het voordeel op Bedrijvigheid wordt met name veroorzaakt doordat het subsidiebudget ‘Gevels voor kernwinkelgebied’ (onderdeel Centrumplan) à € 50.000 nog niet is besteed. In 2020 zijn eerst de pleinen aangepakt, in 2021 volgt het kernwinkelgebied en daarmee de subsidie voor gevels. Het budget zal dan in 2021 conform besluit worden gedekt door een uitname uit de reserve Precariobelasting.
3.
Op product Gemeentelijk bezit is een voordeel ontstaan door verkoop van een pand en opbrengsten uit de verkoop van snippergroen. Dit betreffen incidentele verkopen, het voordeel hiervan komt ten gunste van het rekeningresultaat.
99 van 142
Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2020 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2021. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2020 Openluchtrecreatie en recreatieve voorzieningen Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve
Totaal 81 81 Bedragen * € 1.000
Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2021.
100 van 142