CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Jaarstukken 2020 Gemeente Putten32.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Corona-proof Er zijn aanpassingen gedaan om het gemeentehuis en overige gemeentelijke locaties coronaproof maken en te houden, zoals aanbrengen van markeringen/looproutes, afschermen van werkplekken, extra schoonmaak materiaal en maatregelen. Ook is geïnvesteerd om het centrum, de weekmarkt en de milieustraat corona-proof in te richten met bijvoorbeeld extra dranghekken, bewegwijzering, spandoeken en de inhuur van extra toezicht en verkeersregelaars. Personele capaciteit De corona-crisis legt een groot beslag op de personele capaciteit. In 2020 is het meeste extra werk echter opgevangen met de bestaande formatie door werkzaamheden te her-prioriteren, werkzaamheden door te schuiven naar 2021 en minder verlofdagen op te nemen. Ondanks deze maatregelen kon niet alles worden opgevangen. Hiervoor heeft er beperkt inhuur plaatsgevonden voor de afdeling juridische zaken, financiën en voor de uitvoering van de TOZO. Financiële gevolgen Compensatie De financiële gevolgen zagen er aanvankelijk in mei 2020 wat somber uit. De provincie Gelderland kwam al heel snel met een subsidie. Hier heeft de gemeente Putten een aanvraag

82 van 142

voor ingediend welke is gehonoreerd. Medio 2020 kwam het Rijk met de het eerste steunpakket. Er volgende er snel meer. Het Rijk heeft vooralsnog dusdanig royaal gecompenseerd dat er voor het boekjaar 2020 geen financieel nadeel is vanwege de gevolgen van corona. In onderstaande tabel worden de compensatiemiddelen weergegeven in 2020. Baten

2020

Compensatie Rijk - 1e steunpakket

395

Compensatie Rijk - 2e steunpakket

327

Compensatie Rijk - 3e steunpakket 2020

53

Opschalingskorting 2020

81

Compensatie provincie Gelderland

68

Subsidies A&O Fonds

8 932 Bedragen * € 1.000

Corona kosten De kosten vielen achteraf wat lager uit. In de prognose van december was de schatting nog € 609.000. Bij het opstellen van deze jaarrekening blijkt dat er nog meer budgetten minder benut zijn vanwege corona, totaal € 177.000. Hierdoor ontstaat een netto gesaldeerd saldo van € 432.000 voor 2020. De bruto kosten voor 2020 zijn alsnog € 609.000, wanneer we deze voordelen niet zouden salderen. Inkomstenderving De inkomstenderving is beperkt gebleven. Bij de eerste golf heeft gemeente Putten vooral inkomsten misgelopen op de toeristenbelasting. Dit tekort is later in 2020 verminderd, doordat vakanties naar het buitenland niet mogelijk waren. Hierdoor kwamen er juist meer toeristen naar Putten. Andere dekkingsbronnen Er zijn ook kosten vanwege corona bekostigd uit reguliere budgetten, onder andere de eerder genoemde continuïteitsbijdrage aan het Bosbad en de omzetgaranties aan diverse zorginstellingen. Dit laatste betreft “omzet zonder tegenprestatie” om de continuïteit van deze organisaties te ondersteunen. Deze kosten zouden we in normale omstandigheden ook hebben gehad. Deze bijdragen zijn geen onderdeel van het gesaldeerde saldo coronamiddelen in 2020 en zijn financieel verwerkt via de reguliere budgetten in de jaarrekening.

Risico’s Ondanks de aanvang met het vaccinatie programma en hiermee de verwachting dat het einde van de corona-crisis in zicht is, is het natuurlijk de vraag of dit ook daadwerkelijk zo zal uitpakken. In die zin lijkt het nog te vroeg om het overschot aan corona compensatie uit 2020 nu al vrij te laten vallen aan de algemene middelen. Daarnaast zijn nog een aantal andere risico’s om bij stil te staan. Zoals:

83 van 142

-

De tekorten van het zwembad worden naar verwachting geheel vergoed door de SPUK regeling ijs- en zwembaden, echter wanneer het totaal compensatiebedrag overvraagd wordt zullen de compensaties naar rato worden verdeeld. Hierin ontstaat een risico dat de gemeente Putten alsnog wordt gevraagd te ondersteunen bij het resterende tekort van het Bosbad.

-

Het Rijk is vooralsnog royaal met haar compensaties. De compensaties zijn onderdeel van de algemene uitkering en in die zin ‘vrij besteedbaar’, waarover ook geen verantwoording nodig is. Toch heeft het Rijk in maart 2021 een onderzoek laten uitvoeren door AEF naar eventuele tekorten en overschotten over het eerste compensatiepakket in 2020. Het is niet ondenkbaar dat er nog meer onderzoek komt, waar in het geval van grote overschotten, nadere consequenties aan verbonden kunnen worden.

Doorkijk 2021 Voor 2021 is de prognose geactualiseerd. De actualisatie wordt toegelicht in een separate raadsinformatiebrief, waarin meer financiële detailinformatie over 2020 en 2021 wordt toegelicht. In deze recente analyse wordt € 565.000 aan extra kosten verwacht in 2021. Op het moment van schrijven is er al € 695.000 aan Rijkscompensaties toegezegd. Hierdoor is het de verwachting dat in 2021 ook een overschot aan compensatie zal ontstaan. Hierdoor is er vooralsnog voldoende ruimte om de risico’s of onvoorziene zaken met betrekking tot corona te kunnen opvangen. In onderstaande tabel wordt het verloop van de prognoses in 2020, het saldo voor 2020 en de prognose voor 2021 weergegeven.

RIB juni 2020 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

11.

8 mnds 2020

Inkomstenderving Bijstand Uitvoering Tozo Jeugdzorg Doelgroepenvervoer Verbonden partijen Steun cultuur en sport Bedrijfsvoering Grof- en tuinafval Stelpost reservering 2021 Subtotaal lasten

188 142 50 12 -51 110 47 84 119

194 71 0 -18 -51 0 47 144 120

701

Compensaties/subsidies Totaal baten

Saldo 2020

RIB dec 2020 & 2021

JR 2020

Prognose 2021

110 -37 22 -64 152 -44 172 122

507

189 32 0 19 -51 0 82 201 137 596 1205

432

40 -37 0 63 -15 0 85 179 50 200 565

497 497

375 375

1.205 1.205

932 932

695 695

-204

-132

-1

500

130

Bedragen * € 1.000

84 van 142

Hoofdstuk 5 Jaarrekening Grondslagen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Stelselwijziging In 2020 zijn geen stelselwijzigingen doorgevoerd.

Grondslagen voor waardering Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met afschrijvingen. De gemeente kent de volgende soorten immateriële vaste activa: -

De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

-

De bijdragen aan activa in eigendom van derden.

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: -

Er is sprake van een investering door een derde;

-

De investering draagt bij aan de publieke taak;

85 van 142

-

De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen;

-

De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. De gemeente kent de volgende soorten materiële vaste activa: -

Investeringen met een economisch nut;

-

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

-

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat (indien van toepassing) vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.

Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder overheadkosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

86 van 142

Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Voor investeringen in maatschappelijk nut geldt een activeringsgrens van € 50.000. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. Investeringen met economisch nut waar rechten/heffingen tegenover staan kunnen, worden afgeschreven op basis van annuïteiten. Grond Conform het BBV wordt op grond niet afgeschreven met uitzondering van de grond voor de begraafplaats. Deze grond is opgenomen in de exploitatieopzet en de boekwaarde wordt door de in de toekomst te verkopen graven teniet gedaan. Deze werkwijze wordt gehanteerd in verband met het feit dat in Putten het beleid is om de begraafplaats niet te sluiten en niet op termijn te ontruimen. Dit betekent dat de grond eeuwigdurend wordt ingezet als begraafplaats en hierdoor geen andere bestemming meer zal krijgen, waarmee de toekomstige waarde van de grond nihil zal zijn.

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingsprijs. Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van langer dan 1 jaar worden gedurende de gehele looptijd onder financiële vaste activa opgenomen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen verrekend. Vlottende activa Voorraden Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd. De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de

87 van 142

marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening) die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen. De waardering van de gronden in exploitatie per 31 december 2020 is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2021 en de uitkomsten van de door de gemeente uitgevoerde risicoanalyses ter zake. Dit betreft de beste inschatting op dit moment die omgeven is door de nodige risico’s, aannames en veronderstellingen die periodiek (jaarlijks) zullen worden herzien. Deze periodieke herziening kan leiden tot een aangepaste waardering van de gronden in exploitatie en de hiermee samenhangende voorziening voor negatieve grondexploitaties. Hieronder zijn de gehanteerde uitgangspunten toegelicht. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden.

Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1.

Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én

2.

De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én

3.

De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Met ingang van 1 januari 2016 is de winstbepaling mede van belang voor de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting (VPB). Het treffen van een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. De waarde per 31 december van de dubieuze debiteuren wordt op de balans in mindering gebracht op de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde Vaste passiva

88 van 142

Algemeen Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van: -

Verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten;

-

Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;

-

Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, zoals de niet bestede opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolrechten. De waardering van de voorzieningen geschiedt op het nominale bedrag van betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies waarbij de egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De waardering van de egalisatievoorziening wethouderspensioenen geschiedt tegen contante waarde. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van 4 jaar gehanteerd. Vaste schulden De langlopende verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva Vlottende passiva De vlottende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva

89 van 142

De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling van het balanstotaal de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” nadere informatie hierover opgenomen.

Grondslagen voor resultaatbepaling Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. De afschrijvingen van de geactiveerde investeringen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur). Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt in het volgende jaar gestart met afschrijving. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Algemene uitkering De uitkering van het gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het Ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming.

Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het verslagjaar 2021 worden verantwoord in de jaarrekening van het op het verslagjaar volgend boekjaar. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.

Eigen bijdrage op grond van de Wmo

90 van 142

Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.

91 van 142

Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2020 Primitieve Begroting 2020

Begroting 2020

Saldo rekening t.o.v. begroting

Rekening 2020

Overzicht van baten en lasten in de rekening Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Ruimte en leefomgeving

16.850

Samenleving

26.067

Saldo

Lasten

Baten

11.428

-5.422

18.346

4.447

-21.620

31.661

Saldo

11.604

-6.741

21.133

16.580

-4.553

9.341

-22.320

27.580

7.083

-20.497

Lasten

Baten

Saldo

2.787

4.976

2.188

V

-4.081

-2.258

1.823

V

Begrotingsthema's

Economie en recreatie

1.137

94

-1.044

1.298

134

-1.163

1.316

262

-1.054

18

127

110

V

Bestuur dienstverlening en veiligheid

11.611

40.412

28.800

12.182

41.595

29.412

12.221

42.209

29.988

39

615

576

V

Totaal

55.666

56.380

714

63.487

62.674

-813

62.249

66.133

3.884

-1.238

3.459

4.697

V

-

-

-

-

-

-

144

-

-144

144

-

-144

Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerd saldo baten en lasten

714

-813

3.740

4.553

V

Mutaties reserves Ruimte en leefomgeving

-

272

272

1.073

2.346

1.273

1.951

1.077

-874

878

-1.269

-2.146

N

110

169

59

128

324

196

2.171

904

-1.268

2.043

580

-1.463

N

-

113

113

32

195

163

32

316

284

-

122

122

V

Bestuur dienstverlening en veiligheid

1.414

306

-1.108

1.481

386

-1.095

4.214

3.200

-1.014

2.733

2.813

80

V

Totaal

1.524

861

-663

2.714

3.251

536

8.368

5.496

-2.872

5.654

2.246

-3.408

N

1.145

V

Samenleving Economie en recreatie

Gerealiseerd resultaat

51

-277

868

Bedragen * € 1.000

Voor de lasten en baten per programma verwijzen wij nu naar de paragraaf Toelichting op de thema’s en programma’s 2020.

Toelichting baten en lasten jaarrekening 2020 Thema Ruimte en leefomgeving Thema 1 Ruimte en Leefomgeving Programma en beleidsproducten

Primitieve Begroting begroting 2020 2020

Rekening 2020

Afwijking rekening versus begroting

Toel.

Prog.

Bouwgrondexploitatie

1.

PR

5.691

5.691

8.864

3.173

Volkshuisvesting en handhaving

2.

PR

830

1.868

878

-990

Ruimtelijke ordening

3.

PR

522

512

370

-142

PL

1.097

1.098

1.069

-29

PL

2.611

2.848

2.849

1

PL

85

129

141

12

Lasten

IBOR openbaar groen IBOR wegen. straten en pleinen

4.

Verkeer en parkeren Natuurbescherming

PL

34

44

32

-12

PL

1.436

1.664

1.530

-135

Milieubeheer

5.

Wijkbudget kleine ongemakken

6.

PL

75

75

37

-38

Afval

7.

PK

1.634

1.565

1.910

345

Begraven

8.

PK

672

672

814

142

Omgevingsvergunningen

9.

PK

442

442

460

18

Rioleringen

10.

PK

1.722

1.737

2.179

442

Totaal lasten

16.850

18.346

21.133

2.787

PR

7.042

8.071

10.113

2.042

Programma Leefomgeving

PL

5.338

5.858

5.657

-201

Programma Kostendekkende dienstverlening

PK

4.470

4.417

5.363

946

16.850

18.346

21.133

2.787

Programma Ruimte

Totaal lasten Baten Bouwgrondexploitatie

1.

PR

5.691

5.691

9.478

3.787

Volkshuisvesting en handhaving

2.

PR

28

36

65

28

Ruimtelijke ordening

PR

70

70

86

16

IBOR openbaar groen

PL

-

-

-

-

IBOR wegen. straten en pleinen

PL

51

141

163

22

Verkeer en parkeren

PL

17

10

9

-1

Natuurbescherming

PL

-

10

10

-

Milieubeheer

PL

7

12

31

19

Wijkbudget kleine ongemakken

PL

-

-

-

-

Afval

7.

PK

1.976

1.491

1.593

102

Begraven

8.

PK

728

1.269

1.410

140

Omgevingsvergunningen

9.

PK

663

663

1.081

418

Rioleringen

10.

PK

2.197

2.212

2.655

443

11.428

11.604

16.580

4.976 3.832

Totaal baten Programma Ruimte

PR

5.789

5.797

9.629

Programma Leefomgeving

PL

75

172

212

40

Programma Kostendekkende dienstverlening

PK

5.564

5.635

6.738

1.104

11.428

11.604

16.580

4.976 2.188

Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

-5.422

-6.741

-4.553

Dotatie reserve prog. Ruimte

PR

-

-

687

687

Onttrekking reserve prog. Ruimte

PR

27

1.195

271

-924

Dotatie reserve prog. Leefomgeving

PL

-

532

723

191

Onttrekking reserve prog. Leefomgeving

PL

241

1.144

799

-345

Dotatie reserve prog. Kostend. Dienstverl.

PK

-

541

541

-

Onttrekking reserve prog. Kostend. Dienstverl.

PK

4

7

7

-

272

1.273

-874

-2.146

-5.150

-5.469

-5.427

42

Totaal mutaties reserves Gerealiseerd resultaat thema 1

Bedragen x € 1.000, -/- = nadeel

93 van 142

Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Ruimte 1.

Op product bouwgrondexploitatie zijn afwijkingen ontstaan door hogere verkopen dan begroot op de grondexploitatie Rimpeler. Dit betreft een verschuiving in de tijd, de betreffende verkopen waren overwegend in 2019 begroot. Op basis van de voortgang en de verwachte winst is in 2020 tussentijds winst genomen voor € 687.000 op Rimpeler. Voor de exploitatie Matchpoint is een verliesvoorziening getroffen à € 73.000 vanwege hogere kosten voor aanleg groen en compensatie van bomen als gevolg van gemeentelijk beleid inzake groen. In de grondexploitatie van Matchpoint was hier onvoldoende rekening mee gehouden. Het saldo van kosten en opbrengsten op product Bouwgrondexploitatie is verrekend met de reserve Grondexploitatie.

2.

In september 2020 is het implementatiebudget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het meerjarige Projectplan Implementatie Omgevingswet. In 2020 betreft het niet uitgegeven deel € 1.015.000. Dit budget wordt de komende jaren besteed en wordt conform besluit voorlopig verrekend via de reserve Algemene buffer. Ook zijn in het kader van de gemeentelijke activiteiten voor de bestrijding van permanente bewoning diverse dwangsommen opgelegd. Vanwege het incidentele karakter hiervan worden deze voorzichtig begroot. Dit zorgt voor € 24.000 hogere opbrengsten dan begroot. Daarnaast zijn er een aantal debiteuren permanente bewoning als dubieus aangemerkt, dit levert een nadeel op van € 59.000.

3.

Het voordeel van het product Ruimtelijke ordening betreft een incidentele verschuiving van personeelslasten binnen het thema Ruimte en leefomgeving.

Programma Leefomgeving 4.

In het coalitieakkoord is € 50.000 geraamd voor het Gemeentelijk Verkeer- en VervoersPlan. In 2020 is dit niet volledig besteed. De afwikkeling hiervan vindt in 2021 plaats. Voorgesteld wordt het niet uitgegeven deel van € 31.000 te bestemmen voor 2021.

5.

Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte hebben we in 2020 een bijdrage van € 202.101 ontvangen voor het uiterlijk in 2021 opstellen van de transitievisie warmte. Ook is € 35.000 beschikbaar gesteld voor energieloketten. In 2020 is nog geen gebruik gemaakt van dit budget. Voorgesteld wordt dit te bestemmen voor 2021. Los van bovenstaand budget zijn de kosten op milieubeheer hoger geëindigd dan begroot. Dit betreffen met name meerkosten ODNV op het gebied van advisering en extra kosten voor ongediertebestrijding. Door de extreme ontwikkeling van de eikenprocessierupsen en de daardoor vele nesten is het inhuren van mensen en zuigapparatuur langer doorgelopen. Daarbij zijn extra kosten gemaakt in het laatste kwartaal voor rattenbestrijding.

6.

Op wijkbudget kleine ongemakken is een voordeel ontstaan. Het betreft een budget wat bedoeld is voor incidentele zaken in wijken dat sterk afhankelijk is van de vraag vanuit de burgers. Eind 2020 is een start gemaakt met het aanpakken van een gemeentelijk terrein aan de Bilderdijkstraat. Onder andere zijn er speelelementen geplaatst. De afwikkeling vindt plaats in 2021. Aangezien er in het Speelruimteplan in deze omgeving geen speelgelegenheid is opgenomen wordt voorgesteld het restant te bestemmen. Bij de 8maandsrapportage 2021 zal het krediet Speelvoorzieningen worden opgehoogd. De

94 van 142

incidentele bijdrage vanuit het wijkbudget dient dan, via de reserve kapitaallasten, als dekking. Programma Kostendekkende dienstverlening 7.

Op product Afval zijn hogere kosten gemaakt dan begroot. Dit zit met name in de componenten kosten afvalverwerking, met name door afrekeningen van NedVang en het Afvalfonds over de periode 2015-2019. Voor het beleidsproduct Afval geldt het principe van kostendekkende dienstverlening, waarbij aan het eind van elk jaar een saldering met de egalisatievoorziening afval wordt uitgevoerd. Nu de voorziening leeg is, wordt in 2020 het tekort verrekend met de algemene dienst, wat een nadeel betekent van € 243.000.

8.

De exploitatie van product Begraven wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2020 zijn meer kosten voor onderhoud gemaakt dan begroot, met name door hogere kosten voor reinigen en herstel grafmonumenten en beplanting aan de Schootmanshof. Na verrekening met de voorziening is het saldo nihil.

9.

Het product Omgevingsvergunningen laat een voordeel zien van € 400.000 door een toename van de bouwactiviteiten.

10. De exploitatie van product Riolering wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening. In 2020 is voor een bedrag van € 167.000 meer gedoteerd aan de voorziening dan begroot. Dit komt met name door lagere kosten voor onderzoek en inspectie (€ 74.000) en een voordeel op de kapitaallasten (€ 56.000). Daarnaast is € 28.000 minder besteed aan klimaatadaptatie: het verschil is terug geboekt naar de voorziening, dit zal in een volgend jaar nog uitgevoerd gaan worden. Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2020 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2021. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2020 Budget GVVP Transitievisie warmte Wijkbudget kleine ongemakken Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve

Totaal 31 237 38 306 Bedragen * € 1.000

Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2021.

95 van 142

Thema Samenleving

Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten

Toel.

Prog.

Primitieve Begroting begroting 2020 2020

Rekening 2020

Afwijking rekening versus begroting

Lasten Jeugdgezondheidszorg Openbare gezondheidszorg

1.

PGB

396

588

578

-11 -48

PGB

567

380

331

Sport en bewegen

PGB

424

454

452

-2

Sportaccommodaties

PGB

461

434

409

-25

PGB

500

500

500

-

PGB

233

273

196

-77

Zwembad Sportverenigingen

2.

Lokaal jeugdbeleid

PGO

160

164

149

-15

PGO

6.873

6.915

7.418

503

Kinderdagopvang

PGO

120

99

88

-11

Kunst en cultuur

PGO

214

233

232

-1

PMP

3.692

8.743

5.247

-3.496 -29

Jeugdhulp

Bijstandsverlening

3.

4.

Gemeentelijk minimabeleid

PMP

948

875

847

Algemene voorzieningen

5.

PMP

1.055

1.065

1.001

-64

Maatwerkvoorzieningen

6.

PMP

5.107

5.295

4.642

-652

Nieuwkomers

7.

PMP

91

135

76

-58

Lokaal onderwijsbeleid

PWL

1.689

1.676

1.657

-19

Onderwijshuisvesting

PWL

718

700

670

-30

Bibliotheekwerk Arbeidsparticipatie

9.

Volwasseneducatie

PWL

407

419

417

-2

PWL

2.411 -

2.714 -

2.670 -

-44

26.067

31.661

27.580

-4.081 -163

PWL

Totaal lasten

-

Programma Gezondheid en bewegen

PGB

2.581

2.629

2.466

Programma Groei en ontwikkeling

PGO

7.367

7.410

7.886

476

Programma Maatschappelijke participatie

PMP

10.893

16.113

11.813

-4.300

Programma Werken en leren

PWL

5.226

5.509

5.415

-94

26.067

31.661

27.580

-4.081

Totaal lasten Baten Jeugdgezondheidszorg

PGB

-

-

-

-

Openbare gezondheidszorg

PGB

-

-

-

-

Sport en bewegen

PGB

-

83

92

9

Sportaccommodaties

PGB

120

68

79

11

Zwembad

PGB

4

4

5

1

Sportverenigingen

PGB

-

-

-

-

Lokaal jeugdbeleid

PGO

-

-

-

-

Jeugdhulp

PGO

56

56

71

16

Kinderdagopvang

PGO

7

4

5

2

Kunst en cultuur

PGO

-

-

-

-

PMP

3.580

8.565

5.599

-2.967

Gemeentelijk minimabeleid

PMP

197

78

73

-5

Algemene voorzieningen

PMP

-

-

-

-

PMP

130

130

718

588

PMP

-

-

-

-

PWL

354

354

408

55

Onderwijshuisvesting

PWL

-

-

-

-

Bibliotheekwerk

PWL

-

-

-

-

PWL

-

-

32

32

PWL

-

-

-

-

4.447

9.341

7.083

-2.258

125

155

176

21

Bijstandsverlening

Maatwerkvoorzieningen

4.

6.

Nieuwkomers Lokaal Onderwijsbeleid

Arbeidsparticipatie Volwasseneducatie

8.

9.

Totaal baten Programma Gezondheid en bewegen

PGB 96 van 142

Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten

Toel.

Prog.

Primitieve Begroting begroting 2020 2020

Afwijking rekening versus begroting

Rekening 2020

Programma Groei en ontwikkeling

PGO

62

59

76

17

Programma Maatschappelijke participatie

PMP

3.907

8.773

6.389

-2.384

Programma Werken en leren

PWL

354

354

441

87

Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

4.447

9.341

7.083

-2.258

-21.620

-22.320

-20.497

1.823

Dotatie reserve gezondheid en bewegen

PGB

-

-

-

-

Onttrekking reserve gezondheid en bewegen

PGB

6

26

3

-23

Dotatie reserve groei en ontwikkeling

PGO

-

-

121

121

Onttrekking reserve groei en ontwikkeling

PGO

12

21

589

568

Dotatie reserve maatschapp. participatie

PMP

110

122

1.972

1.850

Onttrekking reserve maatschapp. participatie

PMP

136

262

297

35

Dotatie reserve werken en leren Onttrekking reserve werken en leren Totaal mutaties reserves

PWL PWL

15 59

6 15 196

78 15 -1.268

72 -1.463

-21.561

-22.125

-21.765

360

Gerealiseerd resultaat thema 2

Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Gezondheid en bewegen 1.

Binnen de Openbare gezondheidszorg zijn een deel van de geplande activiteiten niet of beperkter uitgevoerd vanwege de corona-maatregelen (bijv. JOGG, Hart Veilig Wonen en Gezond Veluwe).

2.

Het voordeel op Sportverenigingen is eveneens corona-gerelateerd. Voor buitensport bleek € 30.000 financiële steun niet benodigd. Daarnaast zijn een aantal activiteitensubsidies niet verleend.

Programma Groei en ontwikkeling 3.

De totale lasten voor Jeugdhulp zijn € 447.000 hoger geëindigd dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door ‘niet-beïnvloedbare’ kosten op het gebied van verblijf en crisisopvang. Voor verder toelichting zie de paragraaf Sociaal domein.

Programma Maatschappelijke participatie 4.

Op het product Bijstandverlening is gesaldeerd (baten en lasten) een overschot ontstaan van € 529.000. Dit ontstaat met name door een hogere ontvangst BUIG-budget en minder uitkeringen zijn verstrekt. Een bedrag van € 495.000 is gestort in de reserve Sociaal domein. Daarnaast was de verwachting dat we in 2020 onvoldoende gecompenseerd zouden worden voor extra uitkeringen Participatiewet (€ 64.000) vanwege corona. De extra uitkeringen zijn echter niet aan de orde.

5.

Op het product Algemene voorzieningen is een minder groot beroep op de onafhankelijke clientondersteuning gedaan. Dit voordeel is toegevoegd aan reserve Sociaal domein.

6.

Op product Maatwerkvoorzieningen is een voordeel ontstaan, met name door een ontvangst van € 589.000 voor Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang. Daarnaast zijn er minder kosten voor begeleiding en woon- en vervoersvoorzieningen. Per saldo is er binnen WMO maatwerk een overschot van € 1.244.000, dit is gestort in de reserve Sociaal domein. 97 van 142

7.

Voor de invoering van de Wet Inburgering zijn nog geen extra kosten gemaakt terwijl er wel middelen van het Rijk als zijn ontvangen. Dit voordeel is toegevoegd aan de reserve Sociaal domein.

Programma Werken en leren 8.

Op het programma Werken en leren ontstaat een voordeel op leerlingenvervoer. Dit wordt veroorzaakt door minderkosten als gevolg van corona.

9.

Het voordeel van het product Arbeidsparticipatie betreft een incidentele verschuiving van personeelslasten naar met name Participatie.

Bestemming rekeningresultaat Niet van toepassing.

98 van 142

Thema Economie en recreatie Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten

Toel.

Prog.

1.

PER

Primitieve Begroting begroting 2020 2020

Rekening 2020

Afwijking rekening versus begroting

671

-134

Lasten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid

2.

Agrarische zaken Gemeentelijk bezit

3.

806

PER

29

29

49

20

PER

278

277

198

-79

PER

4

-

-

-

PER

190

187

397

210

1.137

1.298

1.316

18

1.137

1.298

1.316

18

1.137

1.298

1.144

-154

Totaal lasten Programma Economie en recreatie

636

PER

Totaal lasten Baten Recreatie en cultuurhistorie

PER

1

1

3

2

Markt

PER

56

46

42

-4

Bedrijvigheid

PER

3

3

6

3

Agrarische zaken

PER

-

-

-

-

PER

34

85

212

126

94

134

262

127

94

134

262

127

94

134

262

127 110

Gemeentelijk bezit

3.

Totaal baten Programma Economie en recreatie

PER

Totaal baten Totaal saldo baten en lasten

-1.044

-1.163

-1.054

PER

-

32

32

-

PER

113

195

316

122

Totaal mutaties reserves

113

163

284

122

Gerealiseerd resultaat thema 3

-930

-1.001

-770

231

Dotatie reserve Economie en recreatie Onttrekking reserve Economie en recreatie

2.

Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Toelichting afwijking rekening versus Begroting 2020 per programma Programma Economie en recreatie 1. Op Recreatie en cultuurhistorie is een voordeel ontstaan van € 134.000. Dit voordeel bestaat uit meerdere, veelal kleinere, voordelen op deelbudgetten. Hierbij zijn de voordelen op de openluchtrecreatie en recreatieve voorzieningen voor een belangrijk deel oorzaak van. In verband met corona zijn veel projecten uitgesteld, onder andere ruiter- en menpaden, het plaatsen van bankjes en prullenbakken. Ook zijn door corona het wandelknooppunten- en ruiternetwerk, Putten op de Kaart, Putten Experience, Try Out Putten uitgesteld. Dit werk is nog niet (volledig) uitgevoerd in 2020 en daarom wordt in de jaarrekening een voorstel gedaan tot bestemming rekeningresultaat van € 81.000. 2.

Het voordeel op Bedrijvigheid wordt met name veroorzaakt doordat het subsidiebudget ‘Gevels voor kernwinkelgebied’ (onderdeel Centrumplan) à € 50.000 nog niet is besteed. In 2020 zijn eerst de pleinen aangepakt, in 2021 volgt het kernwinkelgebied en daarmee de subsidie voor gevels. Het budget zal dan in 2021 conform besluit worden gedekt door een uitname uit de reserve Precariobelasting.

3.

Op product Gemeentelijk bezit is een voordeel ontstaan door verkoop van een pand en opbrengsten uit de verkoop van snippergroen. Dit betreffen incidentele verkopen, het voordeel hiervan komt ten gunste van het rekeningresultaat.

99 van 142

Bestemming rekeningresultaat Een aantal (incidentele) budgetten zijn niet in 2020 besteed, maar zullen nog besteed worden in 2021. De niet bestede budgetten zitten nu als voordeel in het rekeningresultaat verwerkt. Dit geldt voor de volgende budgetten: Bestemming rekeningresultaat 2020 Openluchtrecreatie en recreatieve voorzieningen Totaal via rekeningsaldo naar algemene reserve

Totaal 81 81 Bedragen * € 1.000

Bovenstaand budget wordt als onderdeel van het rekeningsaldo toegevoegd aan de algemene reserve. Wij vragen uw raad dit budget weer beschikbaar te stellen voor uitvoering in 2021.

100 van 142

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10355155/1