Halvinkhuizen Fase 1_TOELICHTING
Tekst van het document
Halvinkhuizen Fase 1
55
5.10.3
Conclusie
Het aspect geur is voldoende geborgd in het bestemmingsplan en vormt geen verdere belemmering voor de ontwikkeling. 5.11
Kabels en leidingen
Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.
Halvinkhuizen Fase 1
56
5.12
Water
5.12.1
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 5.12.2
Beleidskader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld.
Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Blauwe Omgevingsvisie 2050 Op 20 februari 2019 heeft het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) vastgesteld. Hiermee zet Waterschap Vallei en Veluwe een stip op de horizon voor duurzaam waterbeheer in de toekomst. De Omgevingsvisie is ontwikkeld in de geest van de
Halvinkhuizen Fase 1
57
Omgevingswet wat zich onder andere uit in maximale samenhang en samenwerking. De centrale benadering is integraal en gebiedsgericht met de volgende leidende principes: 1. Water is het ordenend principe bij de ruimtelijke ontwikkeling boven en onder de grond. 2. Water maximaal vasthouden en schoonhouden. 3. Partnerschap als watermerk. Een blik vanuit deze drie waterprincipes naar de omgeving van Vallei en Veluwe, laat zien dat dit één systeem is waarin oplossingsrichtingen juist in beeld komen door de uitdagingen in samenhang te bekijken. Daarom worden binnen het geheel een zevental verhaallijnen onderscheiden. Relevant voor onderhavig plan is de verhaallijn 'waterinclusieve bebouwde omgeving'. De visie onderscheid hierbinnen vijf punten: 1. Stedelijke ontwikkeling koppelen aan klimaat- en heidsopgaven 2. Circulair & CO2 neutraal ontwerpen 3. Meer groen en biodiversiteit in steden en dorpen 4. Vergroten zichtbaarheid & beleving water in stad en dorp 5. Benutten Thermische Energie uit Oppervlakte- en Afvalwater (TEO/TEA) Blauw Omgevingsprogramma Het Blauwe Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) maakt de BOVI meer concreet. In het BOP worden de doelen voor de planperiode 2022-2027 vertaald naar specifieke opgaven voor het beheergebied. Met dit waterbeheerprogramma nieuwe stijl wordt verder gekeken dan de 'waterbeheertaak'.
Het gebied staat centraal en er wordt samengewerkt met partners aan de integrale gebiedsopgave vanuit de waterprincipes van het waterschap. 5.12.3
Waterhuishoudkundig plan en watertoets
Voor de gehele ontwikkeling van Halvinkhuizen is door Royal Haskoning DHV een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Deze is opgenomen als Bijlage 10. Het plan is randvoorwaardelijk opgezet en geeft voor wat betreft de waterhuishouding de kaders waarbinnen het plangebied nader zal worden uitgewerkt. In het plan zijn een aantal relevante gebiedskenmerken beschreven, waaronder de maaiveldhoogte, afwatering, bodemopbouw, grondwaterstanden, oppervlaktewater en riolering. Vervolgens wordt de toekomstige waterhuishoudkundige inrichting geschetst. Middels een dynamische watergordel en wadi's in de wijk wordt het hemelwater vanaf de verharding van de buurten naar de hoofdwaterstructuur in de houtwalzone geleid. Afkomstig uit het plan geeft onderstaand figuur een aantal opties inzake de waterinrichting.
Halvinkhuizen Fase 1
58
Waterinrichting opties (bron: Royal Haskoning DHV) In de paragrafen 4.2 t/m 4.9 zijn vervolgens verschillende randvoorwaarden/eisen geformuleerd waar de ontwikkeling in de verdere uitwerking aan getoetst dient te worden. Voorts is voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen fase 1 een watertoets uitgevoerd. In de watertoets is gekeken wat de gevolgen van de ontwikkeling zijn voor het water en de ruimtelijke ordening. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 11. Er worden geen effecten anders dan aanvulling van het grondwater verwacht bij de realisatie van de ontwikkeling. Het hemelwater van daken en verhardingen wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater en aangesloten op de waterbergingen/infiltratiezones binnen het plangebied. De in de rapportage beschreven normen en randvoorwaarden voor zowel de vuilwaterafvoer, als de hemelwaterafvoer (waaronder de waterbergingen/infiltratiezones) worden in acht genomen bij de verdere uitwerking en realisatie van de ontwikkeling. 5.12.4
Conclusie
Mits de voorwaarden uit het waterhuishoudkundig plan en de watertoets in acht worden genomen, zijn er vanuit het aspect water geen belemmeringen voor onderhavig plan.
Halvinkhuizen Fase 1
59
5.13
M.e.r.-beoordeling
5.13.1
Wettelijk kader
In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). Hierbij geldt een drempelwaarde van 2.000 woningen. De voorgenomen ontwikkeling Halvinkhuizen fase 1 maakt de bouw van circa 310 woningen mogelijk. Deze ontwikkeling overschrijdt de drempelwaarde niet. Dit betekent dat op basis het Besluit m.e.r. kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De gehele ontwikkeling Halvinkhuizen maakt de bouw van circa 1.200 woningen mogelijk. Ook voor deze ontwikkeling kan worden volstaan met de een vormvrije m.e.r.-beoordeling omdat de drempelwaarde niet overschreden wordt.
Echter wordt voor Halvinkhuizen nog geen ruimtelijk besluit voorbereid. Om (toekomstige) effecten in relatie tot de ontwikkeling van Halvinkhuizen als geheel inzichtelijk te maken, is in deze aanmeldnotitie uitgebreid ingegaan eventuele cumulatieve effecten. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. 5.13.2
vormvrije m.e.r.-beoordeling
Er is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld om mogelijk belangrijke nadelige milieueffecten in beeld te brengen voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen fase 1, zodat het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen (Bijlage 12). Als onderbouwing bij deze m.e.r.-beoordeling zijn milieuonderzoeken uitgevoerd, die reeds beschreven zijn in deze toelichting van het bestemmingsplan. 5.13.3
Conclusie
Fase 1 Voor de voorgenomen activiteit geldt dat wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen uit de onderzoeken en m.e.r.-beoordeling er verwacht wordt dat er geen belangrijk nadelige milieugevolgen optreden. Er wordt daarom geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor de ontwikkeling van fase 1. Halvinkhuizen De ontwikkeling Halvinkhuizen moet nog in meer detail uitgewerkt worden om te kunnen stellen dat negatieve effecten op de omgeving uit te sluiten zijn. Er moet bijvoorbeeld nog nader onderzoek gedaan worden naar de aspecten van verkeer, geluid, ecologie, bodem en geur. Op voorhand is echter de verwachting dat er voldoende mogelijkheden zijn om keuzes te maken en maatregelen te treffen waarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gecreëerd kan worden. Algehele conclusie is dat er geen belangrijke nadelige effecten zijn te verwachten mits er rekening wordt gehouden met de voorwaarden zoals deze opgenomen zijn in de verschillende milieuonderzoeken.
Halvinkhuizen Fase 1
60
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Het bestemmingsplan 'Halvinkhuizen Fase 1' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond.
Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Halvinkhuizen Fase 1' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels. 6.2
Inleidende regels
De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 6.2.1
Begrippen
In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 6.2.2
Wijze van meten
Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.
Halvinkhuizen Fase 1
61
6.3
Bestemmingsregels
6.3.1
Opbouw bestemmingen
De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. 6.3.2
Bestemmingen
Groen De voor groen aangewezen gronden zijn bestemd voor de structuurbepalend groen samen met de bestaande houtwallen en water. Met deze bestemming wordt de groen- en waterstructuur geborgd. Binnen de groenbestemming kunnen ook de fiets en wandelpaden worden aangelegd. Verkeer – Verblijfsgebied De centrale route door de nieuwe woonwijk valt binnen deze bestemming. Binnen deze bestemming vallen alle wegen, straten en paden voor het verkeer. Hieraan verbonden zijn functies als parkeren en voet- en fietspaden. Voor enige flexibiliteit zijn binnen deze bestemming ook groenvoorzieningen en water toegestaan. Het is niet toegestaan om gebouwen binnen deze bestemming te realiseren. Woongebied Het grootste deel van het plangebied heeft de globale bestemming 'Woongebied'. Binnen deze bestemming mogen daarom alle binnen een woonwijk normaal voorkomende voorzieningen gebouwd of aangelegd worden. Op de verbeelding is niet aangegeven waar de woningen, de buurtwegen, groenvoorzieningen en andere binnen een woongebied behorende functies en voorzieningen moeten komen. Voor de woningtypologiën sociale huur, sociale koop en middenhuur zijn minimumpercentages opgenomen. In het woongebied zijn in principe uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan. Voor de bouw van de woningen zijn wel regels opgenomen. Deze regels sluiten zoveel mogelijk aan bij de standaardregels zoals deze in Putten gelden.
Voor de appartementengebouwen zijn aanduidingen opgenomen met een maximum aantal bouwlagen. Tevens is er een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - halvinkhuizen' opgenomen om een aantal woningen te verbijzonderen met een 3e terugliggende bouwlaag. In de planregels zijn enkele bepalingen opgenomen ten aanzien van terreinafscheidingen. Waarde - Archeologie 2 De archeologische waarden in het gebied zijn beschermd middels deze bestemming. Voor deze gronden is eveneens een aanlegvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden.
Halvinkhuizen Fase 1
62
6.4
Algemene regels
6.4.1
Anti-dubbeltelregel
Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 6.4.2
Overige algemene regels
Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld. 6.5
Overgangs- en slotregels
6.5.1
Overgangsregel
In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen. 6.5.2
Slotregel
Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.
Halvinkhuizen Fase 1
63
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Met de in het plangebied betrokken marktpartijen worden voor het vervolg overeenkomsten gesloten. Op deze wijze is het kostenverhaal voor Halvinkhuizen Fase 1 geborgd. Dit is ook de reden waarom voor de voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening en de economische uitvoerbaarheid van het plan verzekerd is. 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig bestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening. 7.2.1
Participatie
Met de bewoners en eigenaren in en om het plangebied zijn verschillende gesprekken gevoerd over de inhoud van het plan en over de verschillende wensen hvan de eigenaren zelf. Ook is er op 15 februari een infromatieavond geweest voor alle geïnteresseerden. Hier konden mensen ook hun reacties achter laten. De gesprekken hebben geleid tot verschillende aanpassingen in het plan. 7.2.2
Overleg met overheidsinstanties
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren. 7.2.3
Ontwerp-terinzagelegging
Het ontwerp van het bestemmingsplan Halvinkhuizen Fase 1 heeft van 16 februari tot en met 29 maart 2023 ter inzage gelegen. Voor deze terinzagelegging is op 15 februari een inloopavond georganiseerd voor omwonenden, belanghebbenden en andere geïnteresseerden. Tijdens deze avond was sprake van een goede opkomst. In de periode van terinzagelegging zijn uiteindelijk 1 zienswijze ontvangen. Beantwoording zienswijzen De beantwoording en de gemeentelijke beoordeling is opgenomen in de 'Zienswijzenota bestemmingsplan Halvinkhuizen fase 1'. Deze is opgenomen als bijlage in de toelichting.
In de zienswijzennota wordt vervolgens per zienswijze een samenvatting gegeven en de gemeentelijke reactie. Naar aanleiding van de zienswijzen dient het bestemmingsplan te worden aangepast. Ambtshalve aanpassingen Om de bruikbaarheid van het bestemmingsplan Halvinkhuizen Fase 1 te vergroten worden in de zienswijzennota verschillende ambtelijke wijzigingen voorgesteld.
Halvinkhuizen Fase 1
64
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu