CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Halvinkhuizen Fase 1_TOELICHTING

Gemeenteraad 23 november 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Bestemmingsplan en grondexploitatie Halvinkhuizen fase 120.845 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

afbeelding bij dit plan

Bestemmingsplan Halvinkhuizen Fase 1 Gemeente Putten TOELICHTING

Bestemmingsplan Halvinkhuizen Fase 1 Gemeente Putten TOELICHTING

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Projectleider: Auteur:

NL.IMRO.0273.BPHalvinkhuizenf1-VA01 Halvinkhuizen Fase 1 Datum

Inhoudsopgave

TOELICHTING

7

Hoofdstuk1

Inleiding

7

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting

7 7 9 11

Bestaande situatie

13

Plangebied Groenstructuur Randen Mobiliteit Langzaamverkeer

13 13 14 15 16

Stedenbouwkundig plan

17

Basisopzet Beeldkwaliteit Voorbeelduitwerking Woonprogramma

17 19 20 21

Beleidskader

22

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Regionaal beleid Regionale woonagenda Noord-Veluwe 2019-2022 Woningmarktonderzoek Noord-Veluwe Regionaal waterprogramma 2021-2027 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Putten 2030 Woonvisie Putten 2020-2025 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Verordening verevening en doelgroepen woningbouw gemeente Putten Coalitieprogramma 2022-2026 Ontwikkelvisie Halvinkhuizen

22 22 22 23 24 24 24 25 25 25 26 26 27 27 28 29 29 30 30

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6

Halvinkhuizen Fase 1

3

4.4.7 Hoofdstuk5

Duurzaamheidsvisie Putten

31

Uitvoeringsaspecten

33

5.1

Onontplofte oorlogsresten Inleiding Onderzoek Conclusie 5.2 Flora en fauna 5.2.1 Wettelijk kader 5.2.2 Gebiedsbescherming 5.2.3 Soortenbescherming 5.2.4 Conclusie 5.3 Bodemkwaliteit 5.3.1 Wettelijk kader 5.3.2 Resultaten onderzoek 5.3.3 Conclusie 5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.4.1 Wettelijk kader 5.4.2 Cultuurhistorie 5.4.3 Archeologie 5.4.4 Conclusie 5.5 Luchtkwaliteit 5.5.1 Wettelijk kader 5.5.2 Beoordeling 5.5.3 Conclusie 5.6 Parkeren en verkeer 5.6.1 Parkeren 5.6.2 Verkeer 5.6.3 Conclusie 5.7 Geluidhinder 5.7.1 Wettelijk kader 5.7.2 Onderzoek 5.7.3 Conclusie 5.8 Bedrijven en milieuzonering 5.8.1 Wettelijk kader 5.8.2 Beoordeling 5.8.3 Conclusie 5.9 Externe veiligheid 5.9.1 Wettelijk kader 5.9.2 Beoordeling 5.9.3 Verantwoording groepsrisico 5.9.4 Conclusie 5.10 Geurhinder veehouderijen 5.10.1 Wettelijk kader 5.10.2 Onderzoek 5.10.3 Conclusie 5.11 Kabels en leidingen 5.1.1 5.1.2 5.1.3

Halvinkhuizen Fase 1

33 33 33 33 33 33 34 35 36 36 36 37 37 38 38 38 40 41 41 41 42 43 43 43 44 44 45 45 45 45 46 46 47 49 49 49 51 52 53 53 53 54 56 56

4

5.12 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.12.4 5.13 5.13.1 5.13.2 5.13.3 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5 6.5.1 6.5.2 Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3

Water Inleiding Beleidskader Waterhuishoudkundig plan en watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie

57 57 57 58 59 60 60 60 60

Juridische planbeschrijving

61

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

61 61 61 61 62 62 62 63 63 63 63 63 63

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Overleg met overheidsinstanties Ontwerp-terinzagelegging

64 64 64 64 64

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan Halvinkhuizen fase 1

Bijlage 2

Onderzoek onontplofte oorlogsresten

Bijlage 3

Studie ontsluitingsmogelijkheden Halvinkhuizen

Bijlage 4

Ecologisch soortonderzoek Putten-Zuid

Bijlage 5

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 6

Historischbodemonderzoek

Halvinkhuizen Fase 1

5

Bijlage 7

Notitie Passende Parkeernorm Halvinkhuizen Halvinkhuizen

Bijlage 8

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 9

Onderzoek Geurhinder

Bijlage 10

Waterhuishoudkundig plan

Bijlage 11

Watertoets

Bijlage 12

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Bijlage 13

Zienswijzenota bestemmingsplan Halvinkhuizen fase 1

Halvinkhuizen Fase 1

6

TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Vanwege de groeiende bevolking van de gemeente Putten blijft er, na de voltooiing van Rimpeler, behoefte aan nieuwe woningen. Met de nieuwe woonwijk Putten Halvinkhuizen wordt voorzien in deze behoefte. In de Structuurvisie Putten 2030 (zie paragraaf 4.4.1) is de locatie aangewezen als 'Zoekgebied Wonen'. De ontwikkeling van Halvinkhuizen vindt plaats in een aantal fasen. Voorliggend plan richt zich daarbij op fase 1. Voor de ontwikkeling als geheel, maar specifiek voor fase 1, is een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie Hoofdstuk 3). In dit plan is weergegeven aan welke ruimtelijke en programmatische eisen het nieuwe woongebied moet voldoen. Voor geheel Halvinkhuizen geldt een actief voorbereidingsbesluit. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Om de ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt fase 1 voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Voor de overige fasen wordt, volgend op fase 1, te zijner tijd een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Halvinkhuizen is gelegen aan de zuidkant van de dorpskern van Putten, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg en sportpark Putter Eng. Het gebied is omsloten door de Nijkerkerstraat en de Van Geenstraat aan de noordzijde, de Roosendaalseweg aan de oostzijde, de Hooiweg aan de zuidzijde en Beitelweg aan de westzijde. De ontwikkeling van Halvinkhuizen vindt plaats in een aantal fasen. Voorliggend plan richt zich op fase 1. Dit is de noordoostelijke kwadrant van Halvinkhuizen en ligt ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg. Fase 1 is ca. 8,75 hectare groot. Het ontwikkelgebied kent momenteel een agrarisch gebruik (grasland), met een aantal bedrijven, woningen en volkstuinen daaromheen. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.

Halvinkhuizen Fase 1

7

Luchtfoto met aanduiding geheel Halvinkhuizen en plangebied, fase 1 (bron: Atlas Leefomgeving)

Halvinkhuizen Fase 1

8

Uitsnede kadastrale kaart met aanduiding plangebied, fase 1 (bron: perceelloep.nl) 1.3

Vigerende planologische situatie

Het grootste deel van het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente 3 juli 2014. Op 12 mei 2016 is het bestemmingsplan op onderdelen gerepareerd naar aanleiding van de (tussen)uitspraak van de Raad van State. Vervolgens heeft de raad op 4 oktober 2018 het bestemmingsplan 'Veegplan Westelijk Buitengebied' vastgesteld. Dit betreft een herziening op onderdelen van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied (en reparatiebesluit).

Halvinkhuizen Fase 1

9

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied' met aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De meest noordoostelijke punt van het plangebied, gelegen bij de rotonde Van Geenstraat / Roosendaalseweg ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Reconstructie rotonde Van Geenstraat / Roosendaalseweg', vastgesteld op 4 september 2014.

Halvinkhuizen Fase 1

10

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Reconstructie rotonde Van Geenstraat / Roosendaalseweg' met aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Tot slot heeft de gemeenteraad in zijn vergadering van 28 oktober 2021 besloten een voorbereidingsbesluit te nemen overeenkomstig artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening door te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gebied Halvinkhuizen (Putten-Zuid). Gezien dit voorbereidingsbesluit afloopt, wordt per 12 november 2022 een nieuw voorbereidingsbesluit in werking gesteld. Conclusie Op grond van voorgenoemde bestemmingsplannen hebben de gronden een overwegend agrarische bestemming. Onderhavige ontwikkeling is niet passend binnen deze bestemming. 1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Halvinkhuizen Fase 1' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven.

Halvinkhuizen Fase 1

11

De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige situatie van het plangebied; In Hoofdstuk 3 wordt met een beschrijving van de ontwikkelingsvisie en het stedenbouwkundig plan de toekomstige situatie toegelicht; vervolgens is in Hoofdstuk 4 een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 5 beschreven; in Hoofdstuk 6 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 7 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Halvinkhuizen Fase 1

12

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het dorp Putten telt momenteel circa 24.000 inwoners. Daarmee is de plaats de grootste binnen de gemeente Putten. Putten wordt aan de oost- en noordoostkant begrenst door de Veluwe. In het zuiden en het westen zijn voornamelijk agrarische gronden aanwezig, gecombineerd met historische landschappen. De historische landschappen maken deel uit van het noordelijke deel van de Gelderse Vallei. 2.1

Plangebied

Halvinkhuizen is gelegen aan de zuidkant van de dorpskern, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg / sportpark Putter Eng. Halvinkhuizen ligt voorts naast het landgoed Bijstein (westzijde van het ontwikkelgebied Halvinkhuizen). Het plangebied (fase 1 van ontwikkelgebied Halvinkhuizen) sluit ruimtelijk goed aan de op de bestaande ruimtelijke structuur van het dorp. In en rond het plangebied bevinden zich houtwallen en landschappelijke groenstructuren, en daarmee ook ecologische verbindingen. Het huidige gebruik van het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarisch gebruik (grasland). De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 8,75 hectare.

Historische ontwikkeling Halvinkhuizen (bron: BDP) 2.2

Groenstructuur

De groenkwaliteit van Halvinkhuizen ligt in het historische enkdorpenlandschap en de kenmerken die (deels) nog zichtbaar zijn: oude akkerlanden opgedeeld in meerdere kleine percelen, met daarop gevestigd kleine oude (woon)boerderijen, open/halfopen groenruimtes met hakhout en lange bomenrijen, onverharde zandpaden, sloten en beken. De houtwallen zijn in het landschap het meest beeldbepalend en vormen de kernkwaliteit van het gebied. In de houtwallen staan inheemse boomsoorten die mogelijk beschermd zijn.

Halvinkhuizen Fase 1

13

Huidige bomenstructuren Halvinkhuizen (bron: BDP) 2.3

Randen

De randen van het plangebied zijn van gemengde samenstelling. Aan de oost- en zuidzijde kenmerken de randen zich door een bomenrij/houtwal. Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan de Van Geenstraat, respectievelijk de Roosendaalseweg. De scheiding wordt hier gekenmerkt door rastering en een sloot/greppel. Aan de west- en noordwestzijde van het plangebied wordt de rand gekenmerkt door de aanwezige volkstuintjes en (agrarisch) grasland. De woningen en (bedrijfs)bebouwing nabij de noordwestelijke en zuidoostelijke begrenzing vallen buiten het plangebied, maar dragen wel bij aan het gemengde karakter van de omgeving van de randen.

Halvinkhuizen Fase 1

14

2.4

Mobiliteit

Het plangebied is gesitueerd ten zuiden van de Van Geenstraat. Dit is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid van 50 km/h geldt. Deze weg vervult een belangrijke verbindende functie tussen de Nijkerkerstraat en Voorthuizerstraat (N303). Ter hoogte van het plangebied rijden in de huidige situatie circa 9.200 motorvoertuigen per etmaal. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Roosendaalseweg. Dit is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h. Deze weg heeft een ontsluitingsfunctie voor de sportlocatie en biedt een verbinding naar het buitengebied. Op het gebied van openbaar vervoer ligt de dichtsbijzijnde bushalte aan de Nijkerkerstraat (ter hoogte van de Kraakweg). Deze halte is via de Enghuusweg bereikbaar. De halte wordt bediend door buslijn 101 (1 keer per uur, 2 keer per uur in de spits), lijn 620 en lijn 674 (beide uitsluitend spitsritten).

Huidige wegenstructuur rond Halvinkhuizen (bron: BDP.)

Halvinkhuizen Fase 1

15

2.5

Langzaamverkeer

In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (in voorbereiding) is het uitgangspunt dat binnen de gemeente Putten elke weg ook toegankelijk en beschikbaar moet zijn voor fietsers. Alle gebiedsontsluitingswegen nabij het plangebied maken onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk. In de omgeving van Halvinkhuizen zijn dit de Nijkerkerstraat en de Van Geenstraat. De Nijkerkerstraat is in beeld als onderdeel van een snelfietsroute vanuit Amersfoort via Nijkerk, Putten, Ermelo en Harderwijk naar Zwolle. Voor het plangebied is ook de snelle en veilige fietsverbinding via Henslare naar het NS-station van belang. Naast deze verbinding zijn er ook routes door Bijsteren en Rimpeler. Richting het centrum maakt de route door de Groene Scheg onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk. Dit is een solitaire route door het groen. Naast deze hoofdfietsroutes is de Roosendaalseweg voor fietsers eveneens belangrijk voor de bereikbaarheid van de daar aanwezige sportvoorzieningen.

Huidige langzaamverkeer structuur rond Halvinkhuizen (bron: BDP)

Halvinkhuizen Fase 1

16

Hoofdstuk 3

Stedenbouwkundig plan

Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is door BDP een stedenbouwkundig plan voor Halvinhuizen fase 1 opgesteld. Dit plan is opgenomen als Bijlage 1. 3.1

Basisopzet

In de basisopzet zijn naast de planbegrenzing een vijftal specifieke gebiedsambities opgenomen: 1. Groene dorpse uitstraling; 2. Historisch landschap als schatkist; 3. Een ontmoetingsplek; 4. Op weg naar gezond bewegen; 5. Een duurzame wijk. Als uitgangpunten dienen de bestaande gebiedskenmerken (houtwallen, primaire groenstructuur e.d.) en de voor Halvinkhuizen opgestelde ontwikkelingsvisie.

Basisstructuurkaart ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen fase 1 (bron: BDP) Voor de toekomstige, hoogwaardige en duurzame woonwijk is een ruimtelijke essentiekaart opgesteld. Hierin is aangegeven welke hoofdprincipes vastgelegd worden. In een volgende planfase zullen deze punten als basis dienen voor de verdere uitwerking van het plan.

Halvinkhuizen Fase 1

17

Essentiekaart Halvinkhuizen fase 1 (bron: BDP) Groen- en wadistructuur gebaseerd op de bestaande Oost-West houtwallen bestaat uit bomenrijen, diepe en ondiepte wadi’s en drie structurerende groene gebieden: de groene loper, de buurttuin en de houtwalzone vergroot de beleving van het open (enkdorpen-)landschap ingedeeld tussen gebieden voor natuurontwikkeling (bv. houtwalzone) en gebieden voor de mens (bv. buurttuin) breed ingericht voor klimaatadaptatie: waterberging en infiltratie (ter voorkoming van wateroverlast), bomen voor schaduweffect (ter voorkoming van hittestress) afwatering vanuit het uitgeefbare gebied richting de wadistructuur en de natte gebieden langs de houtwal Wegenstructuur bestaat uit de wijkontsluitingsweg op de Roosendaalseweg (vanuit het oosten) en de lus-ontsluitingen rondom drie bouwvelden de wijkontsluitingsweg heeft een groene uitstraling met ruimte voor bomen, waar geen parkeren is toegestaan de wijkontsluitingsweg heeft ten hoogte van de groene loper een bijzondere vormgeving (brug-effect), het zal daar als een smalle weg worden uitgevoerd, brede verkeerbestemming in verbeelding is opgenomen voor de nodige flexibiliteit, maar hierin zal het grootste deel groen worden aangelegd de lus-ontsluitingen hebben een smal profiel met voetpaden aan de binnenzijde en een beplante strook (met eventueel parkeren) aan de buitenzijde het grootste deel van het

parkeren is in parkeerhoven, middenin de bouwvelden, gerealiseerd parkeren aan de straat is beperkt, behalve in de geluidscontour van de bestaande wegen (met name langs de Van Geenstraat Langzaamverkeer ligt als hoofdstructuur in de groen- en wadistructuur

Halvinkhuizen Fase 1

18

al direct bij fase 1 een prettige, directe en veilige verbinding met de omgeving de uitwisseling tussen de verschillende ontwikkelingsfases maakt gebruik van het aanwezige mennegat door de Oost-West houtwal centraal gelegen in Halvinkhuizen in de bouwvelden van fase 1 wordt op de rijbaan gefietst er zijn een aantal verbindingen voor fietsen en voetgangers tussen de bouwvelden en het openbare gebied de groene loper heeft een intiem karakter met informele paden; de buurttuin is vooral voor voetgangers ingericht; de houtwalzone is intensief gebruikt door voetgangers en fietsers Bebouwing georganiseerd in losse bouwvelden: de drie buurten georiënteerd op de groen- en wadistructuur en de wegenstructuur de bebouwing langs de groen- en wadistructuur mag zich in opzet, volumeopbouw en uitstraling onderscheden van de bebouwing aan de binnenzijde van de buurten rekening houden met de geluidscontour langs de Van Geenstraat ontspannen sfeer, met zicht op het groen vanaf de oostelijke ingang en in het midden van fase 1 de bebouwing tegenover de houtwal past qua ligging, typologie en volume bij de schaal van de monumentale bomen gestapeld wonen: bij de noordoostelijke hoek tegenover de rotonde, ten noorden van de buurttuin en in het zuidwestelijke hoek tegenover de houtwal duurzame principes: Inzetten op energiezuinige woningen, gebruiken van circulaire materialen e.d.

rekening houden met de milieucontouren en het flora & fauna onderzoek in het zuidwestelijke deel van het gebied Functionele invulling sociale duurzaamheid koesteren, dankzij gevarieerd woonprogramma > de woonvisie is leidend in het stedenbouwkundig plan een aantal ontmoetingplekken, zoals in de buurttuin en in de houtwalzone (verblijven, spelen, sporten, samendoen)

3.2

Beeldkwaliteit

Voor Halvinkhuizen fase 1 wordt een relatief, kwalitatief hoogstaand eindbeeld nagestreefd. Dat geldt voor zowel de bebouwing, als voor de openbare ruimte. Om deze kwaliteit te waarborgen is het beeldkwaliteitplan opgesteld. Daarin wordt ingegaan op aspecten als kleur en materialisatie van gebouwen, gebouwvorm, dakvormen en geveluitstraling. Het wonen in Halvinkhuizen krijgt een ontspannen en informeel karakter dat past bij het idee van 'eigentijds-dorps' in een groen-landschappelijk raamwerk. De architectuur van de omliggende bebouwing rondom het gebied geeft enkele aanknopingspunten voor de architectuur van de nieuwbouw. Traditioneel materiaalgebruik, groene opzet en een hoofdvorm van één à twee bouwlagen en een kap zijn gebruikelijk in dit gebied. In halvinkhuizen worden deze traditionele kwaliteiten aangevuld met eigentijdse elementen voor de beoogde uitstraling. Per woningtype worden in het beeldkwaliteitplan specifieke eisen opgesteld met referentiebeelden hoe deze vormgegeven kunnen worden. Duurzaamheidsnormen conform wettelijke eis Putten Halvinkhuizen zal gebouw worden volgens de huidige duurzaamheidseisen. Op moment van schrijven is dit Beng (bijna energie neutrale gebouwen). Afhankelijk van het moment van de aanvraag voor de omgevingsvergunning kunnen deze eisen wettelijk naar boven bijgesteld worden.

Naast deze wettelijke eisen zijn in onderstaande alinea's aanvullende eisen en wensen beschreven. Dit niet alleen om een nog duurzamere wijk te maken, maar ook om de visuele inpassing goed te borgen. Zonnepanelen

Halvinkhuizen Fase 1

19

Zonnepanelen zijn een belangrijk middel om de duurzaamheidseisen te halen, echter hebben ze ook grote invloed op de beeldkwaliteit en dienen daarom zorgvuldig ingepast te worden. Bij platte daken dienen de zonnepanelen niet zichtbaar te zijn vanaf de straat. Bij schuine daken dienen ze onderdeel te zijn van het ontwerp/ dakvlak, of zorgvuldig ingepast. Denk hierbij aan dat de kleur van de panelen en de frames aansluiten op de dakpankleur en de positionering van de verschillende panelen. Er dienen geen 'tetris' vormen aan paneelvlakken te ontstaan. Overige technische installaties Ook voor de overige technische installaties (bijv. warmtepompen) geldt dat hier in het ontwerp zorgvuldig rekening mee gehouden dient te worden. Deze staan zoveel als mogelijk uit het zicht. Daar waar dit niet mogelijk is zijn ze onopvallen en/of doen mee in het ontwerp van het gebouw. Circulaire materialen en circulair bouwen Er dient goed na gedacht te worden over de materiaalkeuze en de manier van bouwen betreft de circulariteit. Er dienen zoveel als mogelijk natuurlijke materialen gebruikt te worden en materialen die CO2 'opslaan' (hout en natuurlijke (hennep) isolatie). bouwmaterialen dienen waar kan demontabel te zijn en niet 'verlijmd' dit stimuleert het hergebruik en reparatie in de toekomst.

Ook bij het slim inrichten van de bouwplaats en (deels)bouwen in de fabriek kan winst opleveren betreft materiaalefficientie en energieverbruik. Natuurinclusief bouwen Niet alleen de openbare ruimte wordt met natuurinclusivieteit ontworpen, ook bij de gebouwen dient hier aandacht voor te zijn. Voorbeelden hiervan zijn; mos-sedumdaken op platte daken, nestkasten in de gevels, insectvriendelijke erfscheidingen, wateropvang (infiltratiekratten, regentonnen etc.), Doorgangen voor egels tussen de tuinen etc... Hier zijn vele kleine ontwerpingrepen mogelijk die een positieve invloed hebben op de natuurinclusiviteit.

3.3

Voorbeelduitwerking

In het beeldkwaliteitplan is een mogelijke uitwerking voor Halvinkhuizen fase 1 gegeven. Zie onderstaande figuur voor een conceptverkaveling.

Halvinkhuizen Fase 1

20

Conceptverkavelingskaart Halvinkhuizen fase 1 (bron: Atelier Dutch) In de concept verkaveling zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de essentiekaart verwerkt. Wel wordt opgemerkt dat verschillende verkavelingen mogelijk zijn, mits de uitgangspunten zoals genoemd in paragraaf 3.1 worden aangehouden. In de verdere uitwerking van de ontwikkeling zullen deze uitgangspunten in acht worden genomen. 3.4

Woonprogramma

In het stedenbouwkundig plan is het woonprogramma uitgewerkt en gevat in een woonprogrammakaart en de volgende uitgangspunten: de Woonvisie is in deze conceptverkaveling leidend en heeft als harde voorwaarde een verdeling van: 60% goedkoop, 25% middelduur, 15% duur deze segementen zijn gemixt over de wijk verdeeld in locaties en in de verschillende bouwtypen. het totale programma is 310 woningen er zijn drie geschikte locaties voor gestapeld wonen: bij de rotonde, in de buurttuin en in de zuidwestelijke hoek tegenover de houtwal (deze hoek wordt in de fasering later opgenomen i.v.m. aanwezige dassen -bijburcht)

Halvinkhuizen Fase 1

21

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 6. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 7.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 8. Sterke en gezonde steden en regio's; 9. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;

Halvinkhuizen Fase 1

22

Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.

indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Met onderhavige ontwikkeling wordt deze grens ruimschoots overschreden. Zodoende is een onderbouwing van de Ladder nodig. Conclusie Het plangebied kenmerkt zicht niet als een bestaand stedenbouwkundig samenstelsel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en/of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

De nieuwe stedelijke ontwikkeling vindt dus plaats buiten bestaand stedelijk gebied, waarbij het onderhavige bestemmingsplan erin voorziet deze ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken. De behoefte aan nieuwe stedelijke ontwikkeling is onderbouwd in paragraaf 4.3.2 en 4.4.2.

Halvinkhuizen Fase 1

23

4.1.4

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren- en vaarwegen. De voorgestelde aanpak is hierbij integraal en gebiedsgericht. Dit in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In maart 2022 worden de definitieve teksten van het Nationaal Waterprogramma gepubliceerd. Opgemerkt wordt dat voor dit beleidskader de concepttekst van het Nationaal Waterprogramma is geraadpleegd. Er worden hierin drie hoofdambities genoemd: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta; 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Verstedelijking raakt opgaven op het gebied van woningbouw, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling, energietransitie en stedelijke mobiliteit. Water speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit van de gebouwde leefomgeving. Duurzame stedelijke ontwikklgin vraagt daarom om ruimte voor water en maatregelen voor klimaatadaptatie. Onderhavig plangebied valt niet binnen de aangewezen gebieden voor de gebiedsgerichte uitwerkingen van het Waterprogramma. Wel is de initiatiefnemer verplicht bij ruimtelijke plannen de waterbeheerder vroegtijdig te betrekken. Het is verplicht de watertoets te doorlopen.

Conclusie Op bovenstaande voorwaarde is onderhavig plan niet in strijd met het Nationaal Waterprogramma 2022-2027. In de procedure rond overhavig plan is contact gezocht met de waterbeheerder, in dit geval het Waterschap. Verdere toelichting op het aspect water is te vinden in paragraaf 5.12. 4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provinciale ruimtelijke Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' van de provincie Gelderland is vastgesteld door de Provinciale Staten op 19 december 2018 en inwerking getreden op 1 maart 2019. De Omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Het doel van de Omgevingsvisie is om een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te creëren. De provincie hoopt dit te bereiken door te werken aan zeven samenhangende ambities. Deze ambities zijn als volgt: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Binnen elke ambitie heeft de provincie verdere ambities en een aanpak geformuleerd. Zo streeft de provincie ernaar om de eerste afvalloze provincie van Nederland te zijn, om in 2030 het busvervoer zonder uitstoot te hebben en aardagsvrije en circulaire nieuwbouw te realiseren. Met name deze ambities rond duurzame nieuwbouw zijn van belang. Verder kunnen ruimtelijke plannen aanhaken bij de zeven samenhangende ambities. Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

Halvinkhuizen Fase 1

24

4.2.2

Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft sinds februari 2022 een geconsolideerde Omgevingsverordening. Hierin zijn alle vastgestelde actualisatieplannen op het moederplan opgenomen tot en met actualisatieplan 8 dat op 15 december 2021 door de Provinciale Staten van Gelderland is vastgesteld. Voorts is actualisatieplan 9 op 5 juli 2022 vastgesteld. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen en water. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. Daar voorliggend bestemmingsplan de bouw van nieuwe woningen mogelijk maakt is artikel 2.2. van toepassing. Dit betreft een instructieregel. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2.

Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Verder is het plangebied gelegen binnen de volgende specifieke aangeduide gebied op de kaarten: glastuinbouwbedrijf buiten het glastuinbouwontwikkelingsgebied en intrekgebied water. De (verdere) ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf is dientengevolge ingeperkt. Wat betreft het intrekgebied water geldt dat geen fossiele energie mag worden gewonnen. Het plangebied ligt niet binnen specifiek aangeduide gebieden op de kaarten landbouw, natuur, landschap, erfgoed en veilige leefomgeving. Conclusie Voorliggend initiatief betreft de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Er wordt geen glastuinbouwbedrijf gerealiseerd en geen fossiele energie gewonnen. Om te handelen overeenkomstig de Omgevingsverordening moet de voorgenomen ontwikkeling passen in binnen een regionale woonagenda. Deze zal navolgend in paragraaf 4.3.1 beschreven worden.

Voorliggend plan is niet strijdig met het bepaalde in de provinciale omgevingsverordening. 4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale woonagenda Noord-Veluwe 2019-2022

De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werken sinds 2018 samen in de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV). In de periode hiervoor gebeurde dat vanuit de Regio Noord-Veluwe (RNV). De samenwerking heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo is er in 2014 een regionale woonvisie opgesteld. Nu is gekozen voor een regionale woonagenda welke in februari 2019 is vastgesteld. De woonagenda gaat uit van lokale beleidsvrijheid waar dat kan en samenwerking waar dat meerwaarde heeft of noodzakelijk is. Elk jaar wordt gekeken naar ontwikkelingen en kunnen thema's worden toegevoegd of van de agenda gehaald. Per thema is er een andere gemeente die ambtelijk en bestuurlijk trekker is. De woonagenda beperkt zich niet alleen tot de volkshuisvestelijke samenwerking tussen de zeven gemeenten, maar op verschillende onderdelen worden ook partners en/of andere relevante beleidsvelden betrokken. De

Halvinkhuizen Fase 1

25

thema's uit de woonagenda zijn: 1. Woningbehoefte (kwantitatief) 2. Woningbehoefte (kwalitatief) 3. Flexibiliteit en differentiatie wonen 4. Verduurzaming woningvoorraad 5. Wonen en zorg 6. Woonruimteverdeling 7. Monitoring Conclusie De regionale woonagenda beperkt zich tot het noemen van thema's en bijbehorende planning en budgettering. Inhoudelijk is onderhavig plan hier dan ook niet mee te onderbouwen. Zodoende is in navolgende paragraaf 4.3.2 gekeken naar een regionaal woningmarktonderzoek. 4.3.2

Woningmarktonderzoek Noord-Veluwe

In opdracht van de Noord-Veluwse gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten is onderzoek gedaan naar de woningmarkt in de regio. In het onderzoek zijn de actuele resultaten uit 2018 vergeleken met die op het dieptepunt van de crisis (2012). Sinds 2012 is er veel veranderd. Zo is de koopwoningmarkt aan een herstel begonnen. Inmiddels zijn de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen weer terug op het niveau van voor de crisis. Ook de huurmarkt laat tekenen van schaarste zien. Met behulp van de woonvoorkeuren uit het WoON2018 en demografische prognoses is de toekomstige kwalitatieve woningbehoefte in beeld gebracht. Daarmee bieden de resultaten een belangrijke onderlegger voor de ontwikkeling van lokaal woonbeleid. Kwantitatieve woningbehoefte "Primos verwacht dat het aantal huishoudens in Noord-Veluwe ook op lange termijn toe blijft nemen, al vlakt de groei na 2030 wel af. Volgens Primos 2018 wordt verwacht dat in 2030 Noord-Veluwe ruim 75.000 huishoudens kent. Een toename van zo'n 5.600 huishoudens (+8,2%). Primos 2019 komt nog iets hoger uit met een toename van zo'n 6.100 huishoudens (+8,8%). Dat komt overeen met een bouwtempo van zo'n 500 woningen netto per jaar. Dat is precies wat er de afgelopen twee jaar aan de voorraad is toegevoegd in de regio. Prognoses zijn echter geen blauwdruk voor de toekomst.

Uit de prognose met de woningbouwafspraken als input blijkt, dat indien de regio het bouwtempo verder kan opschroeven een hogere huishoudensgroei (tot max. +6.600) mogelijk is.Wel moet worden gewaakt voor overproductie, want alle prognosemodellen laten dezelfde trend zien: op korte termijn groei, daarna vlakt de groei af en op lange termijn stabilisatie. Net als de rest van Nederland ontkomt ook de regio Noord-Veluwe niet aan de vergrijzing. De natuurlijke bevolkingsontwikkeling neemt steeds verder af. Hierdoor ontstaat er, naast nieuwbouw, steeds vaker ook door vrijkomende woningen ruimte voor vestiging in de regio Noord-Veluwe. De grootste generatie van Nederland, de naoorlogse babyboomgeneratie, zal vanaf nu in steeds grotere getalen de woningmarkt gaan verlaten, ook in de regio Noord-Veluwe. Het vrijkomende aanbod van deze groep neemt in rap tempo toe en bestaat vooral uit koopeengezinswoningen. Na 2030 wordt daarom voor de regio voorspeld dat er door dit toenemende vrijkomend aanbod steeds minder behoefte is aan uitbreiding van de woningvoorraad. Deze veranderende huishoudenssamenstelling zal ook op termijn consequenties hebben voor de kwalitatieve woningbehoefte in de regio." Conclusie De behoefte aan onderhavige ontwikkeling is nader onderbouwd in paragraaf 4.4.2. 4.3.3

Regionaal waterprogramma 2021-2027

Het Regionaal waterprogramma 2021-2027 van de provincie Gelderland is op 15 december 2021 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. De provincie beschrijft hierin hoe ze samen met partners willen werken aan een watersysteem van de toekomst. Het waterbeleid kent een drietal uitgangspunten: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- en watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We

Halvinkhuizen Fase 1

26

werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken, vragen om een gebiedsgerichte aanpak. Denk aan het verminderen van stikstof en uitstoot van CO2, de aanpak van PFAS, medicijnresten en nieuwe stoffen, aanpassing aan het veranderende klimaat, vergroten van de biodiversiteit, de stijgende vraag naar grond- en drinkwater, en ruimte voor nieuwe woningen of natuur. Deze opgaven komen samen in gebieden. Daarom is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Conclusie Voor onderhavig plan is met name het onderdeel 'stedelijk waterbeheer' uit het programma relevant. Daarbij wordt aangegeven dat de primaire verantwoordelijkheid om het stedelijk waterbeheer vorm te geven bij de gemeenten ligt. De provincie verwacht dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen passen bij het bodem- en watersysteem.

Verder, dat door toename van verhard oppervlak of ingrepen in de water- of bodemhuishouding de wateroverlast niet toeneemt in het afwateringsgebied of dat er meer water uit een gebied stroomt, en rekening wordt gehouden met de grondwaterfluctuatiezones. Zie paragraaf 5.12. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Putten 2030

De gemeenteraad van Putten heeft op 5 maart 2015 de Structuurvisie Putten 2030 vastgesteld en heeft deze op 4 februari 2021 gewijzigd. Waar de Toekomstvisie Putten de algemene hoofdlijnen van de koers voor de toekomst uit heeft gezet, is deze structuurvisie een nadere uitwerking ten aanzien van het integrale ruimtelijk beleid van de gemeente. Hiermee kan op korte termijn uitvoering worden gegeven aan het gedachtegoed uit de toekomstvisie. Voor locatiegebonden ruimtelijke ontwikkelingen, zoals onderhavig plan, wordt in de ruimtelijke visie het volgende opgemerkt: de nieuwbouw wordt strategisch ingezet met als doel zo optimaal als mogelijk te voorzien in de lokale woningbehoefte op korte en (middel)lange termijn; nieuwe woningbouw wordt gefaseerd in relatie tot de woningbehoefte; nieuwe woningbouw wordt landschappelijk ingericht en ingepast om landschap en dorp zo sterk mogelijk met elkaar te verweven; er wordt uitgegaan van zongerichte verkaveling ten behoeve van passieve zonne-energie (gebouworiëntatie); de omvang van het woningbouwprogramma is een afgeleide van de na te streven stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit ter plaatse in relatie met de bestaande woningbehoefte; rekening moet worden gehouden met eventuele beperkingen in het kader van milieu en veiligheid. Er moet een aantrekkelijk leef- en woonklimaat te realiseren zijn.

Dit geldt met name voor de locatie bij Bijsteren; de woningbouw heeft een dorps karakter en bestaat uit woningen van één of twee bouwlagen met kap. Incidenteel is een hogere bouw met plat dak mogelijk ten behoeve van meergezinswoningen. Deze 'hoogbouw' is niet hoger dan vier bouwlagen; aangesloten wordt bij de duurzaamheidsladder van verstedelijking. Dit betekent dat nieuwe woningbouw enkel kan plaatsvinden (volgens Ruimtelijke verordening Gelderland): 1. binnen bestaand stedelijk gebied, 2. binnen de zoekrichting woningbouw van de regio Noordwest-Veluwe, 3. binnen de zoekzones wonen en werken uit de Streekplanuitwerking Zoekzones stedelijke functies en landschappelijke versterking; 4. over nieuwbouw buiten de provinciale en regionale rode contouren worden nieuwe afspraken gemaakt ten behoeve van de programmering. Ingezet wordt op een grotere variatie van woningen over de verschillende prijsklassen, waarmee nadrukkelijk rekening wordt

Halvinkhuizen Fase 1

27

gehouden met de financiering van de landschappelijke verweving; met het oog op ambitie om een energieneutrale gemeente te worden zullen nieuwbouwprojecten bij voorkeur energieneutraal worden uitgevoerd, maar in ieder geval met een EPC die 10% lager ligt dan de op het moment van realisatie geldende norm. Op hoofdlijnen worden de ruimtelijke ambities van de gemeente beschreven in relatie tot de verschillende beleidsthema's, waaronder wonen. Onderhavig plangebied is ingedeeld als zoekgebied wonen en als rode zwermgebied. Wat dat laatste betreft: dit zijn agrarische gebieden waar niet heel veel agrarische bedrijvigheid meer aanwezig is. Het betreft veelal de buurtschappen en gebieden met relatief veel niet-agrarische functies en een goede verkeersontsluiting. Er is hier ruimte voor onder andere hoofdfunctie wonen. Conclusie Onderhavige plan maakt een woningbouwontwikkeling mogelijk. De behoefte is onderbouwd in paragraaf 4.4.2. De (landschappelijke) inpassing en inrichting, alsmede de motivering van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit is gegeven in Hoofdstuk 3 en onderliggend beeldkwaliteitsplan en stedenbouwkundig plan (Bijlage 1). Tevens wordt daar ingegaan op de duurzaamheidsaspecten van het plan. Tenslotte is onderhavig plangebied aangemerkt als zoekgebied voor wonen. De ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie. 4.4.2

Woonvisie Putten 2020-2025

De gemeenteraad van Putten heeft de Woonvisie Putten 2020-2025 op 28 mei 2020 vastgesteld. Onder de titel 'Werken aan het Puttens palet' beschrijft de gemeente hierin wat ze wil op het brede terrein van het wonen. Als startpunt hiervoor is een woningmarktanalyse uitgevoerd, hieruit komt naar voren dat er per saldo een behoefte is aan betaalbare woningen.

Leidend principe is 'inbreiding gaat voor uitbreiding', maar met alleen inbreidingslocaties wordt het een lastige opgave om voldoende woningen te bouwen. De woonopgaven zijn vertaald naar een drietal ambities: 1. Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte We willen dat alle inwoners van Putten zo passend mogelijk wonen en we willen ons dorp levendig houden. Daarvoor is een uitbreiding van onze woningvoorraad met circa 700 woningen nodig in de periode 2019 tot 2025. Voor starters en senioren zien we de grootste urgentie. Dit vraagt vooral voor starters om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. We willen in de periode 2019-2025 170 à 230 sociale huurwoningen toevoegen, evenals een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. 2. Zorgzame en inclusieve wijken In de gemeente Putten maken we goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen

Halvinkhuizen Fase 1

28

en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen. 3. Een duurzaam thuis In het coalitieakkoord van Putten zijn landelijke ambities en normen voor verduurzaming vertaald naar het wonen in Putten. We willen een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. Conclusie De woonvisie is leidend geweest in het stedenbouwkundig plan (zie ook Hoofdstuk 3). Dit geldt ook wat betreft het woonprogramma, zie paragraaf 3.4. In de woonvisie wordt opgemerkt dat de woningproductie vanaf 2022 terugvalt. Bovendien wordt deze onzekerder, ook omdat het vooral locaties in het bestaande dorp betreft, die moeilijker te ontwikkelen zijn en waarvan de ontwikkeling meer geld kost. Uitgaand van een programma van 310 woningen (zie paragraaf 3.4), vangt voorliggend plan de terugval in woningproductie (deels) op en dringt deze het woningtekort terug. De ontwikkeling kan afhankelijk van de doorgang van de te doorlopen (ruimtelijke) procedures grofweg gerealiseerd worden in de periode 2023-2026. Gelet op een tekort aan plancapaciteit van 180 woningen in de periode 2019-2024 en 708 woningen in de periode 2025-2040 sluit de ontwikkeling voor deze periode goed aan op de in de gemeentelijke woonvisie geraamde behoefte. 4.4.3

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan

In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) wordt al het beleid met betrekking tot verkeer en vervoer uiteengezet. Het GVVP is momenteel in voorbereiding. Doel van het plan is het vaststellen van een evenwichtig beleid voor mobiliteit, waarmee een duurzame, vlotte en veilige verkeersafwikkeling te bevorderen is voor alle verkeersdeelnemers in de gemeente Putten voor de periode 2021-2030. Deze doelstelling bestaat uit een drietal onderdelen: 1. Duurzame mobiliteit Het bevorderen van meer duurzame mobiliteit, zoals het stimuleren van het gebruik van de fiets en elektrische voertuigen, waarmee tegelijkertijd ook de verkeersoverlast wordt gereduceerd. 2. Vlotte verkeersafwikkeling (bereikbaarheid) Het verbeteren van bestaande infrastructuur en de aanleg van nieuwe infrastructuur om de bereikbaarheid te optimaliseren voor alle vervoermiddelen. 3. Veilige verkeersafwikkeling (verkeersveiligheid) De vorm, functie en het gebruik van de weg op elkaar laten aansluiten ten gunste van de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. In het kader van ontwikkeling Putten Zuid is reeds onderzoek uitgevoerd naar ontsluitingsmogelijkheden van Halvinkhuizen. Een van de opties is het aanleggen van een nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg. Gezien de ontwikkelingen in Putten en de nieuwe woonwijk, lijkt het dat deze nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg op termijn nodig is.

Conclusie Met de in voorliggend plan voorgestane ontwikkeling van Halvinkhuizen fase 1 zal deze rondweg echter nog niet gerealiseerd worden. Er zal een aansluiting komen op de bestaande Roosendaalseweg (zie ook paragraaf 5.6.2). 4.4.4

Verordening verevening en doelgroepen woningbouw gemeente Putten

De Verordening verevening en doelgroepen woningbouw gemeente Putten is op 4 februari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Putten. In deze verordening zijn de regels opgenomen voor betaalbaar bouwen en doelgroepen. Het tweeledig doel van de verordening is: 1. een grondslag te bieden voor verevening tussen projecten op een zodanige manier dat projecten, waarbij het aandeel sociale en betaalbare woningbouw beneden de beleidsnorm van 65% ligt, een bijdrage leveren aan projecten waarbij het aandeel sociale en betaalbare woningbouw boven

Halvinkhuizen Fase 1

29

de beleidsnorm ligt en mede daardoor de realisatie van sociale en betaalbare woningbouw in Putten te sturen en te stimuleren; 2. waarborgen te bieden dat sociale en betaalbare woningbouw voor de daarvoor bestemde doelgroepen benut wordt en dat benutting plaatsvindt gedurende minimumtermijnen. In artikel 13 zijn de doelgroepen. In het algemeen geldt dat het college op grond van de hardheidsclausule in artikel 15 bevoegd is af te wijken van de verordening. Voor woningbouwprojecten van meer dan tien woningen als beoogd in onderhavig plangebied geldt de volgende gemeentelijk beleidsnorm volgend uit artikel 4.1. uit de verordening: 'Voor het verlenen van planologische medewerking aan woningbouwprojecten wordt voor woningbouwprojecten uitgegaan van de norm van 65% sociale en betaalbare woningbouw met daarbinnen de verdeling van 30% sociale huur, van 15% sociale koop, van 15% betaalbare koop en van 5% middeldure huur.' Conclusie Onderhavige ontwikkeling geschiedt conform de normen als gesteld in de gemeentelijke verordening verevening en doelgroepen woningbouw. Zie hiertoe ook Hoofdstuk 3. 4.4.5

Coalitieprogramma 2022-2026

In het coalitieprogramma voor de periode 2022-2026, getiteld 'En nu door', zetten de coalitiepartijen in op het behoud van het dorpse karakter van Putten. Dit dorpse karakter uit zich in de dichtheid, in de bouwhoogte, de verhouding tussen huur en koop en in de verhouding tussen het aantal appartementen en reguliere woningen. De focus ligt hierbij op o.m. de woningbouwlocatie Halvinkhuizen. Plan is om hier 'op maat' te bouwen, dus met aandacht voor verschillende doelgroepen, de behoefte in type woningen en de betaalbaarheid van de woningen. Partijen staan open voor concepten als een 'Knarrenhof', Tiny Houses en een tweede locatie voor flexwoningen, waarbij Halvinkhuizen nadrukkelijk in beeld komt. Om de woningbouw te versnellen en om slim te bouwen naar behoefte, zal op korte termijn de Woonvisie en de Nota Parkeernormen worden geactualiseerd. In deze actualisatie, waarschijnlijk eerste helft 2023, zullen ook de aantallen voortkomend uit het regionaal woningmarktonderzoek, waarvan de resultaten dit najaar gereed zijn, worden meegenomen. Conclusie Het coalitieprogramma 2022-2026 bevat geen afspraken die strijdig zijn met onderhavige ontwikkeling. 4.4.6

Ontwikkelvisie Halvinkhuizen

Voor het gebied waar onderhavig bestemmingsplan betrekking op heeft is een ontwikkelvisie opgesteld. Met deze ontwikkelingsvisie geeft de gemeente een eerste aanzet voor een nieuwe hoogwaardige woonwijk waarbij ruimte wordt geboden aan betaalbaar en fijn wonen in Putten. De visie beschrijft de kernwaarden en biedt de richting voor een ruimtelijk-programmatische invulling van het gebied. Het visiedocument beschrijft het volgende stappenplan:

Halvinkhuizen Fase 1

30

Conclusie Omdat het opstellen van een bestemmingsplan voor het hele plangebied Halvinkhuizen niet reeël is, is gekozen voor het opstellen van een eerste bestemmingsplan voor fase 1. Dit betreft voorliggend bestemmingsplan en is gebaseerd op een nadere uitwerking van de visie voor fase 1. Volgend op het bestemmingsplan van fase 1 wordt gekeken naar de te volgen procedure voor de volgende fasen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een planologisch kader voor fase 1 van de ontwikkeling van Halvinkhuizen en sluit daarmee aan op de ontwikkelvisie. 4.4.7

Duurzaamheidsvisie Putten

De duurzaamheidsvisie voor de gebiedsontwikkeling Putten-Zuid is parallel opgezet aan de stedenbouwkundige visievorming voor het gebied. Visie voor het gebied is dat Putten-Zuid een aantrekkelijke, toekomstbestendige, leefbare woonwijk in het groen, met ruimte voor waterberging, biodiversiteit en duurzame energie is. Een viertal thema's staat centraal: Duurzame energie: Duurzame energie is de voorwaarde voor het realiseren van een toekomstbestendige wijk. We zetten hierin een extra stap. Duurzame mobiliteit: Gebruik van de (elektrische) auto wordt gecombineerd met fietsen en wandelen. Auto's zijn te gast en minder zichtbaar aanwezig. Circulariteit: We gaan experimenteren met circulair bouwen. De markt is aan zet. De gemeente geeft het voorbeeld in de openbare ruimte. Klimaatadaptatie & Biodiversiteit: waterberging, het tegengaan van hittestress en een groenblauw structuur met inheemse soorten zijn kernkwaliteiten.

Voor Halvinkhuizen is dit als volgt uitgewerkt: Energiesysteem: in overleg tussen de ontwikkelaars en de gemeente wordt een keuze gemaakt voor het energiesysteem van Halvinkhuizen. Om deze te kunnen maken is een onderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan wordt de afweging gemaakt voor het systeem op basis van de criteria duurzaamheid, investeringskosten, betaalbaarheid voor de consument en ruimtegebruik. Gebouwen: één nestplaats per woning voor vogel/ insect d.m.v. gevelste-nen/dakpannen per woning, regentonnen, dakoverstekken voor verkoeling. Openbare ruimte: hemelwater lang vasthouden door middel van onder andere wadi’s, veel groen (klimaatadaptatie), verschillende soorten groen (biodiversiteit), waterdoorlatende verharding, geconcentreerde parkeerplaatsen met energie-opwek gecombi-neerd en mogelijk met waterinfiltratie.

Halvinkhuizen Fase 1

31

Mobiliteit: op kleine schaal wordt deelmobiliteit geïntroduceerd om ervaring op te doen en mogelijk het vervolg in andere fases van Halvinkhuizen vormgeven.

Duurzame pilot Gemeente Putten en de ontwikkellaars van Halvinkhuizen hebben voor dit plan afgesproken een pilot te doen voor een van de onderwerpen van de duurzaamheidsaspecten. Dit zal dan in de bouwfase verder uitgewerkt worden. Conclusie Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.2 geeft onderhavig plan op verschillende manieren invulling aan duurzaamheid. Het plan is dan ook in lijn met de Duurzaamheidsvisie Putten.

Halvinkhuizen Fase 1

32

Hoofdstuk 5

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 5.1

Onontplofte oorlogsresten

5.1.1

Inleiding

Bij grondroerende werkzaamheden leveren niet-gesprongen, onontplofte explosieven uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog een gevaar op als ze worden verplaatst of aangeraakt. Bij het onverwachts aantreffen van niet-gesprongen explosieven tijdens graaf- of andere grondwerkzaamheden, kan dit zorgen voor gevaarlijke situaties voor werknemers en burgers in de nabije omgeving. Ook kan het zorgen voor vertraging bij het uitvoeren van werkzaamheden. 5.1.2

Onderzoek

Voor het gehele ontwikkelgebied van Halvinkhuizen is er een onderzoek uitgevoerd naar onontplofte oorlogsresten. Het onderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er in het te onderzoeken gebied sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van onontplofte oorlogsreste en indien deze aanwijzingen er zijn, om een verdacht gebied af te bakenen. Het onderzoek onontplofte oorlogsreste bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van het bronnenmateriaal Bijlage 2). 5.1.3

Conclusie

Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten in de gemeente Putten niet getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor onontplofte oorlogsresten in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is onverdacht op onontplofte oorlogsresten . Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek onontplofte oorlogsresten en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht op onontplofte oorlogsresten. De voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalve plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de opsporing van onontplofte oorlogsresten. De (grond)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch onontplofte oorlogsresten of een verdacht voorwerp wordt aangetroffen, is het zaak de juiste procedure direct te starten. Het voorwerp niet beroeren en de politie meteen op de hoogte stellen. Deze zal, indien noodzakelijk, de EOD inschakelen om eventuele onontplofte oorlogsresten te ruimen. 5.2

Flora en fauna

5.2.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13489974/1