Factsheet Vertrekpuntennotitie landelijk gebied Noord Veluwe
Tekst van het document
ONTWIKKELBEELD LANDELIJK GEBIED NOORD-VELUWE Natuurherstel, droogte, stikstof, nieuw perspectief voor boeren en klimaatverandering. Het landelijk gebied in de Noord-Veluwe staat voor grote opgaven. Er moeten slimme keuzes gemaakt worden voor de ‘smalle strook van wonen en werken’ tussen twee N atura2000-gebieden. De gemeenten in de regio (Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Hattem) willen zelf de koers bepalen voor het landelijk gebied. Ze willen samen met gebiedspartijen, natuurorganisaties, stoppende boeren, b lijvende boeren en nieuwe boeren werken aan oplossingen, bouwen van robuuste ecosystemen, nieuwe verdienmodellen en klimaatbestendigheid. Met als doel: een leefbaar, economisch vitaal landelijk gebied binnen de grenzen van een florerend ecosysteem.
GEBIEDSVISIE Dit programma visualiseert de Noord-Veluwe aan de hand van een zonering waar in verschillende mate ruimte is voor water, natuur en agrarische activiteiten. Deze zoneringen zijn niet zwart-wit: ze lopen in elkaar over en kunnen tegelijkertijd op dezelfde plek bestaan.
ZONE
4
WEST
W O
ZO
NE
ZONE NATTE GRONDEN
Langs de randmeerkust is er ruimte voor het combineren van plas-dras maatregelen met weidevogelbeheer en agrarische bedrijfsvoering. Meer water vasthouden hier betekent ook meer water beschikbaar op de hogere, drogere delen.
3
ZONE VERSTERKINGSGEBIEDEN LANDBOUW
Agrarische activiteiten centraal. Meer ruimte voor hoog productieve landbouw die met bedrijfstechnische innovaties, voer- en managementmaatregelen een lage impact heeft op het milieu.
5
2 BUFFERZONE LANDGOEDEREN/
ZONE
1
NATUURINCLUSIEVE LANDBOUW
NATUUR
Bufferzone tussen de stikstof gevoelige natuur en het woonwerkgebied. Werken aan herstel van landschapselementen, natuurinclusieve landbouw en nieuwe pachtconstructies. Landgoederen zijn de drager van het gebied en het landschap.
Tegen de Veluwe aan ligt de focus op natuurontwikkeling en het her stellen van de grondwaterbalans. Natuur versterken en herstellen o.a. door diversifiëren van bos en hydrologische maatregelen. Het maximaal laten infiltreren van regenwater en water vasthouden.
OOST
ONTWIKKELPERSPECTIEF RECREATIE Verspreid over de regio liggen kansen voor nieuwe of aangepaste vormen van recreatie en bijhorende verdienmodellen voor de regio. Daarbij liggen kansen om te combineren met natuur, landgoederen, agrarische bedrijfsvoering.
GEBIEDSPROGRAMMA De overheid kan de benodigde transitie in het buitengebied faciliteren met een integrale, programmatische aanpak. Daaronder valt: samenwerking/governance, beleid en instrumentarium en uitvoering in thematische programma’s. Lokale gebiedsprocessen komen tot lokaal gedragen plannen die de complexe uitdagingen van natuur, landbouw en andere kwesties adresseren. 1 MANIER VAN SAMENWERKEN • Initiatief bij gemeenten • Programma’s en gebiedsprocessen vanuit verbinding en eigenaarschap ‘onderop’, vanuit het gebied • Bestuurlijk overleg met Provincie en Waterschap: agenderen, overzicht, koers, aandachtspunten • Bestuurlijke afstemming met regiotafels/VLGG • Besluitvorming in eigen gelederen • Ambtelijk overleg moet meer solide ingericht zijn dan nu het geval is, met kwartiermaker/programmamanager als onderdeel
2 BELEID EN INSTRUMENTARIUM Passend instrumentarium en beleid is essentieel. Op dit moment ontbreekt dat. Concreet starten met: • Aanhaken bij piekbelastersregeling en aanvullen (grondregeling, c oaching, etc.) • ‘Regionale’ grondbank • Verruimen/versnellen beleid VAB • Mogelijk maken van nieuwe ‘landgoederen’ met beleidskaders voor nieuwe businessmodellen • Regelingen en kaders voor extensiveren / natuurinclusieve bedrijfsvoering Dit kan uitgewerkt worden in samenwerking met regio Foodvalley en de Provincie.
3 UITVOERING LANDBOUWPROGRAMMA
NATUURPROGRAMMA
GEBIEDSPROCESSEN
Het perspectief ligt in maatwerk per bedrijf en een diversiteit van agrarische bedrijfsmodellen. De sector als geheel wordt daarvoor gewaardeerd (zowel financieel als spreekwoordelijk) voor duurzame (voedsel)productie binnen de grenzen van het ecosysteem. Individuele ondernemers kiezen op welke manier zij daaraan bijdragen. Er zijn stoppers, blijvers en nieuwe blijvers. • Transitiebegeleiding: Inventarisatie wie wat wil (o.a. piekbelastersregeling) en coaching bij bedrijfsplannen. • Blijvers en nieuwe blijvers: management aanpassingen, nieuwe regelingen om te kunnen extensiveren, pilots voor nieuwe bedrijfsmodellen, etc. • Stoppers: ondersteuning voor stoppers aan de keukentafel en daarbij passend beleid en instrumentarium (zoals VAB, grondbank).
In het natuurprogramma worden maatregelen uitgewerkt die werken aan systeemherstel in bodem- water en natuur: • Op de hoge delen en zandgronden wordt gewerkt aan het verbeteren van de infiltratie van regenwater het verhogen van het grondwaterpeil en vergroting, diversificatie en verjonging van het bos; • Op de flanken, waar de landschappelijke gradiënt van hoog naar laag het sterkst is wordt ingezet op maatregelen om het water beter vast te houden, een versterking van bufferzones tussen natuur en landbouw, en het versterken en toevoegen van landschaps elementen zoals houtwallen, heggen, randen en bomen; • In de lage delen is vernatting, het verhogen van het waterpeil en het creëren van natte natuur de manier om in de gehele Noord Veluwe een robuuster bodem-, water- en ecosysteem vorm te geven.
In het gebied lopen op dit moment vier gebiedsprocessen: • De Viermerken • GEUS • Veenhuizerveld • Hoenwaard
Met deze maatregelen wordt bijgedragen aan een grote variëteit aan maatschappelijke doelen, zoals natuurherstel, biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, groenblauwe dooradering etc.
In de gebiedsprocessen worden ook de relaties gelegd naar andere opgaven die er spelen zoals energie en woningbouw. In de toekomst zullen nieuwe starten.
WAT IS DE VOLGENDE STAP? •U itwerken en concretiseren: - programma’s omzetten in maatregelen per locatie - capaciteit en financiering • Waar mogelijk starten met uitvoering.