CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Pilot GEO

Commissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte 13 september 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Evaluatie GEO3.199 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Pilot

Uitgerekend recreatief Grootschalige Energieopwekking

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding .................................................................................................................................. 3 1.1.

Aanleiding ...................................................................................................................... 3

1.2.

Tijdsverloop ................................................................................................................... 3

1.3.

Opbrengst ...................................................................................................................... 3

1.4.

Kwalitatieve beoordeling ............................................................................................... 4

1.5.

Betrokkenen evaluatie ................................................................................................... 4

Evaluatie................................................................................................................................. 5 2.1.

2.1.1.

Initiatiefnemers ...................................................................................................... 5

2.1.2.

Ontwikkelaars ........................................................................................................ 6

2.1.3.

Omwonenden ........................................................................................................ 6

2.1.4.

IGEV ...................................................................................................................... 6

2.2.

3.

Respons enquête: ......................................................................................................... 5

Duiding reacties ............................................................................................................. 6

2.2.1.

Resultaten van de pilot .......................................................................................... 7

2.2.2.

Het proces van de pilot .......................................................................................... 7

2.2.3.

Rol van de gemeente ............................................................................................ 8

2.2.4.

Inhoudelijke voorwaarden in het kader .................................................................. 8

Conclusies .............................................................................................................................. 9 3.1.

Proces van beoordeling ................................................................................................. 9

3.2.

Communicatie en participatieplan ................................................................................. 9

3.3.

Afbakening GEO.......................................................................................................... 10

3.4.

Waarde van de grond .................................................................................................. 10

3.5.

De rol van de gemeente(raad) .................................................................................... 10

Bijlage 1:Enquête evaluatie Pilot GEO ........................................................................................ 11

2 van 12

1. Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Putten wil bijdragen aan een beter klimaat en de reductie van CO2. Een belangrijk aandeel in de reductie van CO2 wordt geleverd door de opwek van hernieuwbare energie. Nu wordt veel van onze elektriciteit immers opgewekt uit kolencentrales. Door over te gaan op hernieuwbare energie, zal er minder CO2 worden uitgestoten. Middelen die daarvoor gebruikt worden zijn windturbines en zonnepanelen. Zij kunnen zowel kleinschalig als grootschalig toegepast worden. Kleinschalige voorbeelden zijn zonnepanelen op daken van woningen of windmolens van 30 meter bij agrarische bebouwing. Voorbeelden van grootschalige energieopwekking door wind en zon zijn zonneweiden en grote windmolens.

1.2. Tijdsverloop De Pilot Grootschalige Energieopwekking (Pilot GEO) kent een langere aanloopperiode. Al vanaf het ondertekenen van het klimaatakkoord in Parijs wordt er door over overheden gewerkt aan het vertalen van de doelstellingen voor het gemeentelijk beleid. Het tijdsframe en de context waarbinnen de Pilot GEO is uitgevoerd, kent het volgende verloop: Moment Beleidskader Putten, Energieneutraal in 2050

2015-2017

Verkenning RES

Zomer 2018

Discussienota Energieopwekking

Winter 2018

Vaststellen kader

Winter 2019

Start uitvoering Pilot grootschalige Energieopwekking

Voorjaar 2019

Beoordeling plannen

Herfst 2019 - Herfst 2020

Ondertekenen IOK’s

Herfst 2020 - Voorjaar 2021

Evaluatie Pilot

Voorjaar 2021

Om de ontwikkeling van deze grootschalige opweklocaties te begeleiden heeft de gemeenten Putten in 2018 een kader geschreven. In dit kader worden randvoorwaarden omtrent o.a. ruimtelijke ordening en maatschappelijke inbedding meegegeven. Dit kader krijgt zijn toepassing bij de ontwikkeling van deze projecten.

1.3. Opbrengst In de pilot hebben zich 10 initiatiefnemers bij de gemeente gemeld met een plan. 8 van de 10 plannen waren gericht op de ontwikkelingen van energie door zonne-energie. 2 plannen waren gericht op de ontwikkeling van windenergie. Er is besloten de plannen voor windenergie bovenlokaal te beoordelen. Over meerdere ronden is/zijn er - 1 initiatiefnemer die zijn plan heeft ingetrokken - 2 plannen samengevoegd tot de ontwikkeling van 1 plan (alternatief A28) - 3 intentieovereenkomsten getekend voor de ontwikkeling van zonne-energie - 3 plannen zijn niet voldoende beoordeeld om door te gaan 3 van 12

Het aantal hectare van alle initiatiefplannen bedraagt ongeveer 28 hectare. 3 van de 8 plannen worden ontwikkeld. In hectare is 16-20 hectare meer dan 50% van het aantal hectare dat alle initiatiefplannen bij elkaar. De gemeente Putten is met de ontwikkeling van de 3 zonnevelden goed op weg om de doelstelling in 2050 te behalen, daar wordt uitgegaan van ongeveer 100 hectare. Wat betreft de windenergieprojecten moeten de plannen nog beoordeeld worden om werkelijk een intentie overeenkomst te tekenen. Het aantal TJ van de 2 projecten is 252 (54 en 198). De beoogde doelstelling voor 2050 is 228 TJ.

1.4. Kwalitatieve beoordeling Dit is de eerste pilot in de gemeente Putten voor de opwek van duurzame energie. Het aantal verwacht te ontwikkelen hectare zonneveld zou naar tevredenheid kunnen stemmen. Tegelijkertijd moeten we nu kritisch kijken naar wat er beter kan. De komende jaren zullen er nog meer projecten worden ontwikkeld. Daarom is het goed niet alleen een kwantitatieve analyse toe te passen om het succes van de pilot te bepalen, maar juist ook de pilot kwalitatief te beoordelen. Hier zijn 4 onderwerpen die we tegen het licht willen houden. - Resultaten van de pilot - Het proces van de pilot: aankondiging, verzamelen, beoordelen en besluitvorming - Inhoudelijke voorwaarden in het kader - Rol van de gemeente, zowel als regisseur van het proces als ten opzichte van de verduurzamingsdoelstellingen in het algemeen.

1.5. Betrokkenen evaluatie Alle betrokken partijen die bij de initiatieven betrokken waren, gaven we de mogelijkheid hun opvattingen over bovenstaande punten te geven. We definieerden de volgende betrokkenen: 1. Initiatiefnemers

4 van 12

2. Ontwikkelaars 3. Omwonenden 4. IGEV Middels het beantwoorden van een enquête vroegen we hen bij te dragen aan de evaluatie. De bevindingen uit de enquête legden we voor aan de volgende partijen 5. Raadsfracties 6. College van B&W 7. RO-collega’s De opvattingen van de verschillende gemeentelijke betrokkenen verwerkten we in een evaluatierapport met een voorstel tot aanpassing beleidskader. Daarna we de suggestie tot aanpassing van het kader klaargemaakt voor een gemeenteraadsbesluit. Het vastgestelde kader leggen we nog eens voor aan personen die de enquête hebben ingevuld en onderstaande organisaties. 1. RES-organisatie 2. Energie coöperatie Putterzon 3. Netbeheerder Liander

2. Evaluatie De evaluatie is begonnen door een enquête (zie bijlage1) uit te zetten bij de betrokkenen. Hierin kwamen nadrukkelijk de vier onderwerpen aan bod: - Resultaten van de pilot - Het proces van de pilot - Inhoudelijke voorwaarden in het kader - Rol van de gemeente, zowel als regisseur van het proces als ten opzichte van de verduurzamingsdoelstellingen in het algemeen.

2.1. Respons enquête: Het aantal reacties bedragen er 11. Met name de initiatiefnemers hebben een reactie gegeven. Een drietal omwonenden en ook IGEV heeft de enquête ingevuld.

2.1.1. Initiatiefnemers Op basis van de reacties van de initiatiefnemers zijn er een aantal zaken die opvallen. Zo zijn er 7 initiatiefnemers geweest met een plan voor een veldopstelling met zonnepanelen. 6 hiervan ontwikkelen hun plannen niet. Bij een deel bestaat een negatief sentiment over verschillende procesroutes voor de beoordeling van initiatiefplannen. Wij constateren met hen dat de beoordeling van plannen primair hetzelfde zijn gegaan, maar dat bij plannen waar een 'ja, mits' of 'nee, tenzij' als beoordeling kwam, niet alleen de taak hadden hun plannen te verbeteren, maar er ook onduidelijkheid bestond of ze deze al in uitvoer moesten brengen. Het is raadzaam dat een volgende keer te voorkomen. Ook is er het verzoek gedaan dat de periode van beoordeling tot aan vergunningsaanvraag bij voorkeur niet te lang dient te duren. Door het wegvallen van momentum ontstaan er eigenlijk twee momenten om omwonenden te informeren. Dit creëert onno-

5 van 12

dige en onwenselijke onrust. Bij voorkeur is er één helder en duidelijk communicatietraject. Ook een eenduidige beoordeling van het participatietraject als verantwoordelijkheid van het college voorkomt verkeerde verwachtingen tussen gemeenteraad, initiatiefnemers en omwonenden. Dat impliceert niet dat de raad niet aangehaakt is, maar stuurt op de formele rol die die gemeenteraad bij behandeling vergunningsaanvraag inneemt. (zie ook 3.5) Belangrijke punten op de inhoud van het kader: er zijn onduidelijke definities over bv. landbouwgrond en de status van draagvlak. Dat is geen vereiste, maar er lijkt toch op te worden getoetst. Eenduidige definities zijn daarom gewenst. Over het algemeen proeven we bij een aantal initiatiefnemers nog steeds zin om aan de slag te gaan. Het is raadzaam deze motivatie te koesteren, daar dit in het verloop van de energietransitie nodig zal blijken.

2.1.2. Ontwikkelaars De gemeente heeft geen respons van de ontwikkelaars ontvangen. Op dit moment zijn er nog 3 ontwikkelaars betrokken bij vergunningsaanvraag. De lage respons bevestigd het beeld dat voor een ingebed gevoel van verantwoordelijkheid lokaal eigenaarschap een vereiste is om het gesprek over de energietransitie te blijven voeren.

2.1.3. Omwonenden De belangrijkste les is de volgende: communicatie tussen initiatiefnemers en buurt direct oppakken, nog voordat er een vergunningsaanvraag is ingediend en zonder dat er een principe-uitspraak vanuit de gemeente is gedaan. Als de gemeente zich positief over een plan heeft uitgesproken, creëert dat een gevoel van machteloosheid bij de omwonenden. Het is daarom raadzaam te wachten met een oordeel totdat de communicatie en proces-participatie heeft plaatsgevonden. Zo blijft de rol van de gemeente als intermediair behouden. Opvallend was ook dat er weinig animo was om te reageren. In sommige gevallen is dit gemotiveerd met projectplannen als negatieve ervaring

2.1.4. IGEV Mondelinge reactie: ervaring is dat de rol van IGEV niet altijd even helder was. Door de pilot heen zijn ze het best te omschrijven als een manusje-van-alles. Zij hebben keukentafelgesprekken gevoerd, het alternatieve plan voor de A28 begeleid. Op basis van deze rol hebben ze wel bij kunnen dragen aan een beter begrip van de energietransitie. Voor de realisatie van projecten is hun betrokkenheid één keer ten gunste van een ontwikkellocatie gekomen (Diermen).

2.2. Duiding reacties Met het ophalen van de reacties hebben we de conclusies gedeeld met de gemeenteraad, het college en de medewerkers van RO. De raad heeft op 30 maart aangegeven zich in een aantal conclusies te herkennen en gaf aan over een drietal onderwerpen door te willen spreken. Dit zijn:

6 van 12

1. De definities van kleinschalig en grootschalige opwek. 2. Reflectie op de rol van de gemeenteraad 3. Duidelijkere definities van hoogwaardige landbouwgrond. Wat betreft punt 1 en 3 is er een gesprek gevoerd met de collega’s van RO om de afbakening te heroverwegen. Hier is de conclusie getrokken dat kleinschalige wind- en zonprojecten bij voorkeur niet verplicht worden het participatieproces van grootschalige energieopwekking te volgen.

2.2.1. Resultaten van de pilot Uit de pilot zijn 3 zonprojecten en 1 windproject naar voren gekomen. Bij realisatie zou er sprake zijn van 54 TJ zon en 55 TJ wind. In dat geval zou de pilot 109 TJ aan duurzame grootschalige energieopwekking opleveren. Bij een evenredige uitvoer om de uiteindelijke doelstelling te halen is er ongeveer 62 TJ per bestuursperiode nodig. Niet alle projecten zullen in deze bestuursperiode een vergunningsaanvraag indienen, maar mochten alle projecten gerealiseerd worden, dan is een deel van de ambitie in de volgende bestuursperiode ook behaald. Tegelijkertijd dient opgemerkt te worden dat windturbines na plaatsing verder lastig realiseerbaar zijn. Dat betekent dat er meer druk op andere opwekmiddelen ontstaat. Leerpunten - Gas terug kan, maar niets doen in periode 2022-2026 is geen optie. Een project van 20 TJ (+/- 5 hectare) zon houdt GEO op koers. - Een extra windproject helpt Putten, maar is complex vanwege wespendief - De projecten worden geborgd in RES

2.2.2. Het proces van de pilot Zorgvuldigheid bij een proces van lange adem is meest noodzakelijke eigenschap om projecten rustig te begeleiden. Dat werd enerzijds gewaardeerd en anderzijds ontstonden er vragen als de consistentie lijkt te ontbreken. Wat betreft het eerste: Voor betrokkenen fijn dat er constant ambtelijke ondersteuning is. Voortdurend open gesprek met gemeente werd gewaardeerd door alle betrokkenen. Wat betreft de onduidelijkheid: Vooral de wisselende volgordelijkheid per traject (die op zich goed te verklaren en verantwoorden zijn) leidt in elk geval tot vragen. . Procesmatig is er vooral wat te winnen over verhoudingen van verschillende partijen. Als aan het begin de rollen en verwachtingen duidelijk zijn gedefinieerd, scheelt dat later in het proces. Dit gaat om vragen als: Wie heeft een taak en verantwoordelijkheid jegens wie? En welke argumenten zijn steekhoudend en welke niet? Ook is het raadzaam de processen kordaat uit te voeren. Hoe langer een proces duurt, hoe groter de kans op ruis op de lijn. Leerpunten - Duidelijke en bondige beoordeling van plannen - Omwonenden voor beoordeling betrekken bij plan.

7 van 12

-

Proces tussen beoordeling en IOK inkorten (evt. geen IOK, maar brief besluit college met voorwaarden)

2.2.3. Rol van de gemeente Het kan lijken dat de gemeente een dubbele pet op heeft. Zij is enerzijds onafhankelijk regisseur van het proces op basis van bestaande wet- en regelgeving en anderzijds formuleert zij van de verduurzamingsdoelstellingen in het algemeen. Dat veroorzaakt een te groot of een te klein vertrouwen in de rol van de gemeente. Ook zijn de verschillende ‘gezichten’ van een gemeente niet altijd even makkelijk te begrijpen voor een inwoner. Wat is de verhouding tussen gemeenteraad, wethouder en ambtenaar? Hoe sneller op deze vlakken duidelijkheid komt, hoe makkelijker het is om als overheidsorganisatie een inhoudelijke en vertrouwelijke band met de inwoners op te bouwen. Dat zal voor het vervolg van de transitie noodzakelijk blijken. In de pilot heeft de gemeente de rol van bemiddelaar gehad, maar heeft bijvoorbeeld ook situaties tussen initiatiefnemers en omwonenden moeten de-escaleren. Vermoedelijk zal dat in de toekomst nog wel eens voorkomen. In deze pilot is er ook gesproken over de vraag of de gemeente zelf wilde participeren in projecten. InEnergie heeft hier een memo voor opgeleverd. Deze wordt aan de stukken toegevoegd. Leerpunten -

Integrale regierol explicieter uitwerken

-

Kostbare/tijdsintensieve trajecten compact houden

-

Opties voor rol als investeerder door de gemeente (zie rapport).

2.2.4. Inhoudelijke voorwaarden in het kader De inhoudelijke criteria zijn meerdere malen gepasseerd. Het betreft voornamelijk de reikwijdte van een definitie en de mogelijke onduidelijkheid die een beperkte afbakening veroorzaakt. De scope van het beleidskader: Na de ontwikkeling met de windmolens en de wespendief was het de vraag of windturbines wel in dit kader moeten staan. Na overleg met RO blijkt het handig dat toch te doen. Grootschalige Energieopwekking kan ingevuld worden met de dan geldende opwekmiddelen zoals ze door de RES worden gedefinieerd. De eis met betrekking tot het lokale eigenaarschap verdient aanscherping: –is dit een eis of ambitie? –is 100% lokaal eigendom bij 1 eigenaar ook akkoord? –wat als dit niet lukt? Hiervoor dienen we een verbeterde uitwerking in het kader op te nemen. Discussie / definitie hoogwaardige Landbouwgrond is niet sluitend. Er zijn tijdens de pilot hier allerlei vragen over gesteld? Gaat het om de economische waarde die een boer eruit haalt? Betreft het de gewassen die erop verbouwd worden? Is er een waardebepaling op basis van de

8 van 12

hoeveelheid biodiversiteit en bestrijdingsmiddelen die worden gebruikt? Gaat dit ook op voor een perceel dat als ponyveld wordt gebruikt? De ervaring leert dat de meningen hier blijven over verschillen en er vele definities en uitzonderingen te bedenken zijn. Om die reden wordt er gezocht naar een herkenbare methodiek. Eisen draagvlak en communicatie: beoordeling objectiveren en/óf subjectieve criteria zwaarder meewegen. Het is praktisch lastig om draagvlak als een vereiste te definiëren. Wel is er het doel om procesparticipatie ruimte te geven. Meedenken en meedoen door inwoners is van groot belang. Om die reden zal in het nieuwe kader het communicatie en participatiedeel een veel belangrijkere positie moeten krijgen. Leerpunten -

Aanpassing op definities: hoogwaardige landbouwgrond, lokaal eigenaarschap

-

Communicatie, draagvlak beter uitwerken (objectiveren) en positioneren voor start ruimtelijke uitwerking.

-

Grootschalige Energieopwekking definiëren als de middelen die ook in de RES worden erkend.

3. Conclusies Met het verzamelen van de reacties van initiatiefnemers brengt een vijftal conclusies de hoofdlijnen voor verbeterpunten van het kader inzichtelijk 1. Proces van beoordeling eenvoudiger en eenduidiger maken. 2. Communicatie en participatieplan voor omwonenden beter positioneren. 3. Afbakening GEO en kleinschalige opwek behouden. 4. Rangorde over waarde van de grond concretiseren. 5. De rol van de gemeenteraad kan bij zelfde type plannen niet verschillen.

3.1. Proces van beoordeling Na beoordeling van de plannen duurde het enige tijd alvorens de plannen geconcretiseerd werden tot een vergunningsaanvraag. Dit werd veroorzaakt door de wens tot collectieve beoordeling enerzijds en de vertraging van de beoordeling van twee projecten (Leembruggerweg en Arkemheenseweg) anderzijds. In het vervolg zal er geen collectieve beoordeling meer plaatsvinden en zoeken we naar een wijze waar de doorlooptijd van beoordeling van projecten minder tijd vraagt.

3.2. Communicatie en participatieplan In het vorige kader diende de initiatiefnemer een communicatie en participatie-plan te schrijven. Dit plan werd beoordeeld. In werkelijkheid hebben sommige initiatiefnemers dit plan al in werking gezet nog voor zij beoordeeld werd. Dit leidde tot onrust bij alle betrokken belanghebbenden: omwonenden, initiatiefnemers, de gemeenteraad. Het was niet duidelijk of het plan of de uitvoering beoordeeld werd. In sommige gevallen heeft het college bemiddelend opgetreden om de rolduidelijkheid weer terug te brengen. Bij voorkeur biedt het kader deze rolduidelijkheid.

9 van 12

3.3. Afbakening GEO Aanvragen voor kleinschalige opweklocaties (miniturbines en kleinschalige zon opwek) vragen om een minder intensief voorbereidingstraject. Ook draagt de opwek van deze middelen niet bij aan het bod dat voor de RES is geformuleerd. Om die reden gaat het kader over alle in de RES geformuleerde opwekmiddelen waar een vergunningsplicht geldt.

3.4. Waarde van de grond Bij alle belanghebbenden blijkt het erg moeilijk vast te stellen wat de definitie van hoogwaardige landbouwgrond is. Is dat de economische waarde, de gebruikswaarde voor de eigenaar, de landschappelijke waarde, de vitaliteit van het bodemleven, of er sprake is van mono- of polycultuur in de verbouwde gewassen of de cultuurhistorische waarde? Hier formuleren we een duidelijkere volgorde van gewenste gronden.

3.5. De rol van de gemeente(raad) De raad dient in het geactualiseerde kader op meer gestructureerde wijze bij de initiatieven betrokken te worden. Nu is er op spontane wijze meerdere malen gebruik gemaakt van de opvattingen van de raad. Om initiatiefnemers en omwonenden duidelijkheid te verschaffen over de rol van de gemeente, is het noodzaak de gemeentelijke interventies te beperken. Op het moment dat de raad betrokken wordt, is het wenselijk dat vooraf duidelijk is op welke momenten dat het geval is en wat er verwacht wordt.

10 van 12

Bijlage 1:Enquête evaluatie Pilot GEO De afgelopen twee jaar heeft de gemeente Putten een pilot gehouden om de opwek van Grootschalige Energie Opwek te stimuleren (wettelijke taak klimaatakkoord). In deze afgelopen periode bent u betrokken geweest bij deze pilot. We geven u de ruimte om schriftelijke te reageren op de volgende vier onderwerpen. Uw inbreng nemen we mee in een raadsconsultatie. Proces: de periode duurde 2 jaar: uitzetten pilot - contact tussen gemeente en initiatiefnemers uitwerking door initiatiefnemers - beoordeling plannen - communicatie omwonenden - tekenen intentieovereenkomsten. Hier kunt u aangeven wat goed ging en waar het proces beter kan.

Inhoud kader: In het kader is er aandacht voor maatschappelijke uitgangspunten (1. Draagvlak en communicatie, 2. Lokaal eigenaarschap, 3. Lokale werkgelegenheid) en ruimtelijke uitgangspunten (tijdelijke bestemming, locaties, multifuncionaliteit en landschappelijke waarden). Dienen kaders te worden aangescherpt of te worden verruimd?

11 van 12

Rol gemeente: De gemeente heeft de gehele periode medewerkers ter beschikking gehad om zowel op proces als inhoud de projecten te begeleiden. De gemeente heeft niet het initiatief genomen zelf grootschalige energie opweklocaties te ontwikkelen. Hier kunt u aangeven waar de rol van de gemeente gelijk moet blijven, waar zij kan worden verbeterd of waar zij dient te

veranderen. Resultaten: Het aantal hectare van alle initiatiefplannen bedraagt ongeveer 28 hectare. Er zijn voor 3 van de 8 plannen een intentieovereenkomsten getekend. De overgebleven initiatiefplannen hebben samen een grootte van ongeveer 16 tot 20 hectare. Dat is in oppervlak in elk geval 58% van het in het begin ingebrachte aantal hectare. Wat betreft de windenergieprojecten moeten de plannen nog worden beoordeeld om een IOK te tekenen. Het aantal TJ van de 2 projecten is 252 (54 en 198). De beoogde doelstelling voor 2050 is 228 TJ. Naast uw opvatting over de resultaten ten behoeve van de doelstelling kunt u aangeven welke positieve en negatieve neveneffecten het behalen van de doestelling heeft opgeleverd.

12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10501914/2