CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie beleidskader recreatie

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: Evaluatie beleidskader recreatie 2019 en herziene versie beleid2.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie beleidskader recreatie Datum: 28 april 2025 Opgesteld door: Ernst-Jan Slieker, beleidsmedewerker recreatie en toerisme, in samenwerking met betrokken (RO) collega’s en externe partijen. Inleiding Het beleidskader recreatie is in september 2019 vastgesteld. Dit kader is destijds ontwikkeld om richting te geven aan het ruimtelijk beleid rondom vakantieparken, met een focus op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en ondersteuning van duurzame ontwikkelingen binnen deze sector. Inmiddels zijn er vijf jaar verstreken en is het tijd om dit beleidskader te evalueren. De afgelopen jaren zijn er veranderingen geweest in zowel de markt als de maatschappelijke behoeften, die invloed hebben op de vakantieparken en hun gebruik. In dat licht is het van belang om te onderzoeken of het bestaande beleidskader nog effectief is of dat aanpassingen noodzakelijk zijn. Aanpak Ter voorbereiding op de evaluatie zijn gesprekken gevoerd met acht eigenaren en beheerders van vakantieparken en de PROV (Puttense recreatieondernemers vereniging) om inzicht te krijgen in hun ervaringen, uitdagingen en toekomstverwachtingen. Deze input vormt een waardevolle basis om eventuele beleidswijzigingen te overwegen. Ondanks de sterke basis van het huidige beleidskader zijn er tijdens de gesprekken intern en extern enkele aandachtspunten geconstateerd die beleidsmatige bijsturing behoeven.

Geconstateerde knelpunten en uitdagingen Beperkte ruimte voor diversificatie en ontwikkeling De strikte kaders van het huidige bestemmingsplan beperken de mogelijkheden voor vernieuwing, differentiatie en verduurzaming. Hierdoor worden innovatieve initiatieven en de ontwikkeling van hoogwaardige recreatieve voorzieningen belemmerd. Doelstellingen van de evaluatie 

Bepalen of de uitgangspunten en instrumenten van het beleidskader nog actueel en effectief zijn.

Identificeren van verbeterpunten die beter inspelen op recreatieve trends, marktbehoeften en de gemeentelijke visie.

Formuleren van aanbevelingen voor aanpassing of uitbreiding van het beleidskader op basis van de actuele (recreatieve) ontwikkelingen.

Structuur van de evaluatie De evaluatie bestaat uit drie onderdelen: 1. Beoordeling van de afzonderlijke beleidsinstrumenten. 2. Samenvatting van de uitkomsten van de parkgesprekken.

3. Concluderende aanbevelingen voor beleidsaanpassingen. Per beleidsinstrument wordt beoordeeld: - Frequentie van gebruik; - Bekendheid en duidelijkheid bij stakeholders; - Huidige toepasbaarheid; - Advies over voortzetting, aanpassing of beëindiging van het instrument. Statuscategorieën: - Toepasbaar in huidige vorm - Niet langer toepasbaar - Deels toepasbaar (aanpassing vereist) 1. Permanente instrumenten 1.1 functieverandering naar wonen Dit instrument is tot op heden éénmaal toegepast, voorafgaand aan de formele vaststelling van het beleidskader, bij voormalig vakantiepark De Marxhoeve. Andere parken hebben tot op heden geen gebruik gemaakt van dit instrument. Dit is deels te verklaren doordat veel parken zich nog in een actieve fase van hun levenscyclus bevinden en inzetten op recreatief gebruik. Daarnaast zijn niet-vitale parken veelal deels uitgepond, waardoor zij niet eenvoudig voor dit instrument in aanmerking komen. Parken geven aan dat het instrument wel degelijk potentie heeft voor situaties waarin recreatieve exploitatie in de toekomst niet langer haalbaar is. Het instrument sluit aan bij de visie Vitale Vakantieparken, Eén park, één plan, waarin wordt gesteld dat wanneer een park recreatief niet meer vitaal is, er ruimte moet zijn voor transformatie.

Status instrument: Toepasbaar in zijn huidige vorm Advies: Instrument overnemen in huidige vorm 1.2 functieverandering met maatwerk Dit instrument is specifiek gericht op de recreatiegebieden in Krachtighuizen, Koudhoorn en Huinen. Uit gesprekken blijkt dat de kennis over dit instrument onder recreatieondernemers gering is en het tot op heden niet is toegepast. De term ‘maatwerk’ suggereert ruimte voor individuele oplossingen, maar tegelijkertijd wordt het instrument als complex en onduidelijk ervaren. Desondanks biedt het instrument waardevolle ruimte voor maatwerkoplossingen in situaties waarin recreatief gebruik op termijn niet langer houdbaar is. Het kan bijdragen aan de doelstelling om perspectief te bieden aan parken zonder opvolging, zoals benoemd in de Uitvoeringsstrategie Krachtighuizen. Status instrument: Toepasbaar in zijn huidige vorm

2 van 7

Advies: Instrument exact overnemen 1.3 functieverandering naar zorg met dagopvang Dit instrument is nog niet toegepast, maar wordt door ondernemers als kansrijk beschouwd voor de toekomst. Het zou ondersteuning kunnen bieden aan parken die hun recreatieve functie willen beëindigen en tegelijkertijd bijdragen aan maatschappelijke opgaven, zoals ouderenzorg. Het instrument sluit tevens aan bij de visie één park, één plan. Status instrument: Toepasbaar zonder aanpassing Advies: Instrument exact overnemen 1.4 functieverandering van verblijf- naar dagrecreatie Ook dit instrument is tot op heden niet toegepast. De concentratie van verblijfsrecreatie in de gemeente is ten opzichte van vijf jaar geleden nauwelijks afgenomen. Toch past het instrument binnen de gemeentelijke ambitie, zoals geformuleerd in de omgevingsvisie, om dagrecreatie te stimuleren. Het biedt bovendien een alternatief toekomstperspectief voor parken die hun verblijfsfunctie willen beëindigen. Status instrument: Toepasbaar zonder aanpassing Advies: Instrument exact overnemen 1.5 van arbeidsmigranten naar natuur en landschap Dit instrument is éénmaal toegepast bij voormalig vakantiepark Kolthoorn, dat tijdelijk werd ingezet voor de huisvesting van arbeidsmigranten en daarna werd getransformeerd naar natuur.

Momenteel is er geen bestuurlijke wens om huisvesting van arbeidsmigranten op vakantieparken structureel toe te staan. Vanuit het gemeentelijk beleid is de voorkeur om arbeidsmigranten onder te brengen in leegstaande kantoren. Ook onder recreatieondernemers bestaat weerstand tegen het structureel huisvesten van doelgroepen op vakantieparken, vanwege het negatieve effect op het imago van de sector. Toch is het behoud van een instrument dat transformatie naar natuur mogelijk maakt, van belang gezien de ambities in de omgevingsvisie ten aanzien van een natuurlijk en groen Putten. Het advies is om dit instrument zo aan te passen dat een tijdelijke maatwerkfunctie naar natuur en landschap wel mogelijk blijft. Daardoor is er meer ambtelijke en bestuurlijke ruimte om initiatieven af te wegen en mee te bewegen met trends en ontwikkelingen. Status instrument: Deels toepasbaar Advies: Instrument herzien en samenvoegen met instrument 1.6, zodat maatwerktransformatie naar natuur en landschap mogelijk blijft. 1.6 Van zonneveld naar natuur en landschap

3 van 7

Vanwege de ligging van vakantieparken in bosrijke gebieden en het gebrek aan open ruimte is dit instrument in de praktijk beperkt toepasbaar. Daarnaast omschrijft het beleidskader VOODE generieke regelgeving voor het aanleggen van zonnevelden. Die ook toepasbaar is voor vakantieparken. Om een zonneveld rendabel te maken is een minimale periode van 20 tot 30 jaar realistisch. Vooraf is moeilijk te bepalen of transformatie naar natuur op lange termijn haalbaar of wenselijk is. Status instrument: Niet langer toepasbaar Advies: Samenvoegen met instrument 1.5, waarbij maatwerktransformatie naar natuur en landschap centraal staat. 1.7 woningbouwlocaties Dit instrument omschrijft concreet twee vakantieparken die getransformeerd kunnen worden naar woningbouwlocaties. Hillary en Goorzicht. Deze vakantieparken bestaan niet langer en worden op dit moment getransformeerd. Verder zijn er geen solitair gelegen parken in Putten die aangemerkt worden als (mogelijke) woningbouwlocatie. Mede doordat de resterende solitair gelegen parken nog steeds recreatieve meerwaarde bieden. Dit instrument is dus niet langer toepasbaar. Status instrument: Niet langer toepasbaar Advies: Instrument definitief verwijderen Tijdelijke instrumenten 2.1 toestaan tijdelijke huisvesting doelgroepen Het instrument is in het verleden op meerdere recreatieparken toegepast.

De achterliggende gedachte is dat parken tijdelijke huisvesting kunnen aanbieden op hun terrein om extra inkomsten te genereren, die ingezet kunnen worden voor revitalisering van het park. Voor toepassing van het instrument was het opstellen van een parkplan een vereiste. Uit gesprekken met parkbeheerders blijkt dat de motieven voor gebruik van dit instrument uiteenlopen. Waar het ene park primair financieel gemotiveerd was, koos een ander park voor inzet vanuit maatschappelijk oogpunt. Laatstgenoemden geven echter aan dat het financieel aantrekkelijker is om de objecten in te zetten voor de reguliere, wisselende verhuur. Ervaringen van betrokkenen Zowel parkeigenaren als betrokken gemeentelijke medewerkers geven overwegend positieve feedback. Het instrument heeft geleid tot tijdelijke huisvesting voor mensen in nood, en veel parkeigenaren waarderen de structurele en gegarandeerde inkomsten die de verhuur van deze objecten met zich meebrengt. Voor eigenaren die tevens druk zijn met andere werkzaamheden op het park, biedt deze vorm van verhuur rust en ruimte, aangezien tijdelijke verhuur minder arbeidsintensief is dan wisselende verhuur.

4 van 7

Wat betreft de communicatie tussen park en gemeente bestaat echter ruimte voor verbetering. Volgens enkele parkeigenaren zijn de regels onvoldoende duidelijk. Bovendien zijn er, zelfs na drie jaar, nog altijd mensen die baat hebben bij tijdelijke huisvesting. Huidige status van het instrument Op dit moment zijn er geen parken met een actieve vergunning. Een park kan slechts één keer een vergunning voor een periode van drie jaar aanvragen. Uit gesprekken blijkt dat er behoefte bestaat aan verruiming van dit beleidsinstrument, zodat het mogelijk wordt opnieuw doelgroepen te huisvesten. Voor veel parken is een termijn van drie jaar te kort. Ook de persoonsgebonden vergunning van één jaar blijkt in de praktijk onvoldoende. Parkeigenaren geven aan dat het in de huidige woningmarkt voor bewoners vaak onmogelijk is om binnen één jaar passende woonruimte te vinden, mede gezien hun vaak kwetsbare uitgangspositie. Hoewel een verlenging van één jaar mogelijk is, was dit in de praktijk niet altijd uitvoerbaar doordat de oorspronkelijke parkvergunning reeds verlopen was. Hierdoor moesten bewoners in sommige gevallen vroegtijdig en noodgedwongen vertrekken. Er wordt geadviseerd om de termijnen voor zowel park- als persoonsvergunningen te herzien. Regulering en toegankelijkheid Het onderscheid tussen een parkvergunning en een persoonsgebonden melding wordt als positief ervaren.

Dit maakt het instrument beheersbaar en voorkomt dat op ieder park direct (tijdelijk) permanente bewoning kan plaatsvinden. Echter, parken die (deels) zijn uitgepond – waarbij kavels in bezit zijn van meerdere individuele eigenaren kunnen geen gebruik maken van het instrument, aangezien hiervoor volledige instemming van alle eigenaren vereist is. Juist op deze parken blijkt uit gesprekken een sterke investeringsbehoefte. Er zijn parken waarbij kavels in het verleden zijn uitgepond, maar waar de huidige eigenaar zich inspant om het park te revitaliseren. Deze parken zouden baat hebben bij extra, structurele inkomsten uit tijdelijke bewoning. Het advies luidt dan ook om het beleid zodanig aan te passen dat ook deels uitgeponde parken gebruik kunnen maken van het instrument, mits er enkel vergunning wordt verleend voor kavels die in eigendom zijn van de aanvragende partij. Volledig uitgeponde parken of individuele eigenaren van kavels komen niet in aanmerking voor deze regeling. Kleine parken en vitaliteit Voor kleinere parken met een grote investeringsbehoefte kan tijdelijke bewoning een significante bijdrage leveren aan de vitaliteit. Om die reden wordt voorgesteld om een maximum van drie objecten in te zetten voor tijdelijke huisvesting voor parken kleiner dan 30 eenheden. Voor parken met 30 eenheden of meer blijft de 10% regeling van kracht.

Samenvatting en concreet advies Status instrument: Voor de meeste parken momenteel niet toepasbaar Algemeen advies: Instrument aanpassen Voorgestelde aanpassingen:

5 van 7

Verlenging parkvergunning naar maximaal vier jaar. Toelichting: In deze periode kan een park minimaal twee keer een persoon of gezin huisvesten binnen de voorwaarden van een persoonsgebonden vergunning. Tevens biedt dit ruimte om het instrument opnieuw te evalueren voordat de vergunning afloopt.

Voor parken kleiner dan 30 eenheden wordt voorgesteld om maximaal 3 eenheden in te kunnen zetten voor tijdelijke huisvesting van doelgroepen. (exclusief reeds bestaande woonverklaringen). Voor parken vanaf 30 eenheden blijft de 10% regeling van kracht.

Toegang voor deels uitgeponde parken, mits de vergunning uitsluitend geldt voor kavels die in eigendom zijn van de parkeigenaar.

2.2 Bestaande woonverklaringen Dit onderdeel van het instrument is gericht op actieve inzet vanuit de gemeente. Het voorschrift stelt dat personen of gezinnen met een woonverklaring elke twee jaar door de gemeente worden benaderd. In de afgelopen jaren is dit slechts eenmaal gebeurd. De respons hierop was beperkt; slechts enkele bewoners gaven aan welke stappen zij hebben ondernomen om alternatieve woonruimte te vinden. Een van de voorwaarden voor de woonverklaring is dat de bewoner aantoonbaar actief op zoek moet zijn naar andere huisvesting. Aangezien de verklaringen dateren van vóór 2001, is het van belang te onderzoeken waarom het deze bewoners nog niet is gelukt passende woonruimte te vinden. Daarnaast is het essentieel hen actief te blijven stimuleren in hun zoektocht, zodat de recreatieobjecten op termijn weer beschikbaar komen voor recreatief gebruik. Status instrument: Toepasbaar Advies: Instrument exact overnemen 2.3 gebruik beheerderswoning door parkeigenaar Dit instrument is tot op heden niet toegepast. Het is bedoeld als een stimuleringsmaatregel voor parkeigenaren om tijdig na te denken over de toekomst van hun vakantiepark. Hoewel het nog niet is benut, kan het in specifieke gevallen een waardevol instrument zijn.

Het biedt parken de gelegenheid om gedurende twee jaar afstand te doen van de recreatieve functies, terwijl men in die periode de mogelijkheden voor toekomstbestendige ontwikkeling onderzoekt. Status instrument: Toepasbaar zonder aanpassing Advies: Instrument exact overnemen 2.4 gebruik beheerderswoning door derden Dit instrument houdt verband met instrument 2.5. In de praktijk komt het voor dat beheerderswoningen op vakantieparken niet langer worden bewoond door beheerders, bijvoorbeeld door een tijdelijk gebrek aan beheerbehoefte. In dergelijke gevallen proberen nieuwe eigenaren vaak de beheerderswoning opnieuw in eigendom te verkrijgen. Dit wordt als wenselijk gezien, omdat het bijdraagt aan grip op het parkbeheer, aanwezigheid bij calamiteiten, en adequaat onderhoud.

6 van 7

Door als gemeente consequent vast te houden aan dit beleid is het in twee gevallen gelukt om een beheerderswoning weer beschikbaar te stellen aan de parkeigenaar. Daarmee heeft het instrument een belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van toezicht en kwaliteit op parken. Status instrument: Toepasbaar zonder aanpassing Advies: Instrument exact overnemen 2.5 toestaan extra beheerderswoning Dit instrument is meermaals toegepast en heeft in de praktijk bijgedragen aan de verbetering van de kwaliteit en het beheer van verschillende vakantieparken. Het biedt uitkomst voor parken die geen beheerderswoning hebben of waar deze in gebruik is door derden. Hierdoor kan de parkeigenaar of beheerder op het terrein wonen en dus permanent aanwezig zijn. Dit zorgt voor meer grip en behoud van toezicht en kwaliteit op de parken. Status instrument: Toepasbaar zonder aanpassing Advies: Instrument exact overnemen Voorstel nieuw toe te voegen instrumenten Toestaan grotere recreatieobjecten onder voorwaarden Uit de gesprekken met parken blijkt dat er een groeiende behoefte is aan meer differentiatie binnen het recreatief aanbod. Sommige parken willen zich richten op een andere doelgroep of willen bewust kiezen voor minder, maar grotere en luxere objecten of groepsaccommodaties.

Ook worden steeds vaker duurzame recreatieobjecten geplaatst, die door dikkere isolatie automatisch minder binnenruimte overhouden. Ondernemers die willen differentiëren lopen tegen ruimtelijke beperkingen in het huidige omgevingsplan aan, waarin nog onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende recreatiecategorieën (Recreatie 1, 2, 3 en 4) met elk hun eigen regels. Zolang het nieuwe omgevingsplan nog niet is vastgesteld, vormt dit een belemmering voor vernieuwing en verduurzaming. De Omgevingsvisie benadrukt het belang van kwaliteitsverbetering van de verblijfsrecreatie en ondersteunt innovatieve en duurzame initiatieven, mits deze landschappelijk goed zijn ingepast en aansluiten bij de kernkwaliteiten van Putten. Door het toestaan van grotere objecten kan een aantrekkelijker en gevarieerder aanbod ontstaan dat verschillende recreatieve doelgroepen aanspreekt. Advies: Ontwikkel een instrument en beleidsregels voor het toestaan van grotere recreatieobjecten onder voorwaarden. Zie herziene versie beleidskader voor nadere uitwerking.

7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15639985/2