CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Erfgoedbeleid gemeente Putten 2024-2028

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Erfgoedbeleid gemeente Putten 2024-20289.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Anders dan bij een gemeentelijk monument gelden voor karakteristieke panden niet de beperkingen voor vergunningvrij bouwen die gelden voor gemeentelijke monumenten.

Pagina 37 van 42

Omgeving van het monument Deze paragraaf bevat voorbeeldregels om activiteiten in de omgeving van (voor)beschermde monumenten te reguleren, met het oog op het voorkomen van ontsiering of beschadiging van die monumenten. Dit hangt samen met de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, van het Bkl. Hiermee wordt een deel van artikel 4 van het verdrag van Granada geïmplementeerd. Onderdeel 1° van dit tweede lid, onder d, vraagt gemeenten om in het omgevingsplan regels te stellen om aantasting van de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten, en alle via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten te voorkomen, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Het gaat niet alleen om bouwactiviteiten in de omgeving, die tot ontsiering of beschadiging kunnen leiden, maar het kan in bepaalde gevallen bijvoorbeeld ook gaan om aanlegwerkzaamheden, zoals in het geval van molens (als bomen de windvang belemmeren). Wat precies tot de omgeving van beschermde monumenten moet worden gerekend, moet ook in het omgevingsplan worden bepaald. Dit betekent ook een invulling van het bouwen bij een monument als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving en de bruidsschat (voor zover die laatste wordt overgenomen in het definitieve omgevingsplan).

Archeologische monumenten De regels in dit hoofdstuk gaan over archeologische monumenten niet zijnde gemeentelijke monumenten. Hierbij gaat het om bekende en om aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De regels zijn gericht op het veiligstellen van de informatie in het bodemarchief, bij voorkeur in situ. Waar in situ behoud niet mogelijk is vanwege zwaarder wegende andere belangen is behoud ex situ aangewezen, door een archeologische opgraving als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet. Er is landelijk voor gekozen om geen aparte archeologie-activiteit in het leven te roepen. Daarom wordt de zorg van de archeologische monumenten gekoppeld aan (ruimtelijk) bouwen in of op, slopen bouwwerk in of op, aanlegactiviteiten in of op een (aantoonbaar te verwachten) archeologisch monument,

Beschermde cultuurlandschappen Bij de systematiek van de regels voor cultuurlandschappen is aansluiting gezocht bij de nationale regels van het beschermd stads- of dorpsgezicht. Bij cultuurlandschappen gaat het immers ook om bescherming van het karakter van een gebied, in casu een cultuurlandschap. De opzet en redactie van de regels ten aanzien van het bouwen, aanleggen en slopen kunnen dan ook nagenoeg gelijk zijn aan die van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Het begrip ‘stads- of dorpsgezicht’ kan vervangen worden door ‘cultuurlandschap’. Net als bij een beschermd stads- of dorpsgezicht is het hier ook van belang dat de kernkwaliteiten van het cultuurlandschap ontsloten zijn (net als bij stads- en dorpsgezichten kunnen de karakteristieke waarden zijn: schoonheid, ruimtelijke of structurele waarden, wetenschappelijke waarde of cultuurhistorische waarden). Bij cultuurlandschappen of delen daarvan, die in aanmerking

Pagina 38 van 42

komen voor bescherming gaat het behalve om schoonheid ook om voor het karakter van die gebieden bepalende factoren als het historisch gegroeide verkavelingspatroon, afwateringspatroon en -systeem, infrastructuur, nederzettingsstructuur, en de samenhang daartussen en met het gebruik en onderling functioneren. Een voorbeeld van historisch gebruik is dat van defensie (forten, inundatiekanalen en -sluizen). Historische verkavelingspatronen omvatten ook opgaande beplanting (zoals een patroon van houtwallen. De wal op zich kan natuurwaarden hebben, maar het patroon in het landschap kan op zijn beurt cultuurhistorische waarde hebben). Anders dan bij beschermde monumenten, waarbij het bevoegd gezag de aanvrager om een aanvullende waardestelling kan vragen (als er bijvoorbeeld werkzaamheden in het interieur plaatsvinden), zullen de kernkwaliteiten van een beschermd cultuurlandschap van overheidswege kenbaar moeten zijn. Dit kan bijvoorbeeld in een bijlage bij de regels of via de toelichting bij het omgevingsplan. Zo weten aanvragers van activiteiten waarmee zij bij een aanvraag om een activiteit rekening moeten houden en waaraan hun aanvraag wordt getoetst. Een bijlage bij de regels maakt het mogelijk om de kernkwaliteiten van een beschermd cultuurlandschap te koppelen aan de verbeelding van de desbetreffende locatie op de omgevingsplankaart.

Beschermde stedenbouwkundige ensembles Topografische eenheden die door hun schaal niet meer als monument te kwalificeren zijn, zoals gebouwde en aangelegde nederzettingsstructuren of Celtic fields, kunnen worden beschermd als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Ook (onderdelen van) cultuurlandschappen, zoals historische verkavelingsstructuren met houtsingels of landgoederen, kunnen via het omgevingsplan worden beschermd. Het rekening houden met cultureel erfgoed vertaalt zich over het algemeen dan ook in regels in het omgevingsplan die ertoe kunnen leiden dat bepaalde activiteiten in het geheel niet kunnen plaatsvinden of dat activiteiten slechts onder beperkingen kunnen plaatsvinden. Die beperkingen kunnen in de vorm van voorschriften aan een in het omgevingsplan opgenomen vergunningplicht worden verbonden. Adequate toestemmingsstelsels in het omgevingsplan kunnen behulpzaam zijn bij het verschuiven van onderzoek van de planvormingsfase naar de realisatiefase.

Beschermde buitenplaatsen Topografische eenheden die door hun schaal niet meer als monument te kwalificeren zijn, zoals gebouwde en aangelegde nederzettingsstructuren of Celtic fields, kunnen worden beschermd als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Ook (onderdelen van) cultuurlandschappen, zoals historische verkavelingsstructuren met houtsingels of landgoederen, kunnen via het omgevingsplan worden beschermd. Het rekening houden met cultureel erfgoed vertaalt zich over het algemeen dan ook in regels in het omgevingsplan die ertoe kunnen leiden dat bepaalde activiteiten in het geheel niet kunnen plaatsvinden of dat activiteiten slechts onder beperkingen kunnen plaatsvinden. Die beperkingen kunnen in de vorm van voorschriften aan een in het omgevingsplan opgenomen vergunningplicht worden verbonden. Adequate toestemmingsstelsels in het omgevingsplan kunnen behulpzaam zijn bij het verschuiven van onderzoek van de planvormingsfase naar de realisatiefase.

Pagina 39 van 42

Bijlage 3: Toetsingscriteria inzake plaatsing op de monumentenlijst Toetsingscriteria bij adviezen inzake plaatsing op de monumentenlijst zoals gehanteerd door Het Gelders Genootschap bij het voordragen van objecten voor plaatsing als beschermd monument. Versie: 9 februari 2021

Onder monumenten wordt verstaan: a. alle zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; b. terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als benoemd onder a. Om te bepalen of een object aangemerkt kan worden als beschermd monument wordt getoetst aan twee basisnormen en een reeks toetsingscriteria.

Basisnormen: - het object heeft een zekere architectuurhistorische waarde; - casco (muurwerk en fundering) verkeert in redelijke goede staat: het object is te restaureren zonder volledige afbraak. De toetsingscriteria zijn te verdelen in de volgende hoofdgroepen: - architectuurhistorische criteria; - stedenbouwkundige / landschappelijke criteria; - algemeen (cultuur)historische criteria. Het object dient in ieder geval te voldoen aan de basisnormen en één of meer van de toetsingscriteria. De relevante criteria dienen op redelijke gave tot gave wijze op het object van toepassing te zijn: de oorspronkelijke vorm of aanleg dient in de hoofdopzet nog aanwezig te zijn of er moet sprake zijn van een historische gegroeide situatie die juist waardevol is vanwege het zichtbaar houden van een historische ontwikkeling. De stedenbouwkundige en algemeen (cultuur)historische criteria dienen in principe als ondersteuning van de architectuurhistorische criteria. Zij geven dus een bepaalde meerwaarde aan het object. De primaire toetsingscriteria zijn de architectonische.

Pagina 40 van 42

Architectuurhistorische criteria a. het object is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant en valt op door specifieke stijlkenmerken, al dan niet met plaatselijke variaties b. het object is, in opstand en plattegrond, van belang als voorbeeld van een gebouw met een bepaalde (oorspronkelijke) functie c.

het object valt op door (bijzonder) gave verhoudingen en/of bijzondere of zeldzame detaillering van het exterieur, zoals bijvoorbeeld vormgeving, kleur en/of materiaalgebruik

d. het object heeft een bijzonder of zeldzaam gedetailleerd interieur of bevat zeldzame onderdelen e. het object is een goed voorbeeld van het werk van een belangrijke architect of kunstenaar en neemt een belangrijke plaats in binnen de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis f.

het object is van belang vanwege een historische of vernieuwende – pioniersfunctie – constructiewijze

Stedenbouwkundige / landschappelijke criteria a. het object is een onderdeel van een belangrijk stedenbouwkundige/landschappelijk concept b. het object is een onderdeel van een historisch gegroeid stedenbouwkundig/landschappelijk gebied en is bepalend voor het zichtbaar houden van deze situatie: er is een duidelijk verband tussen gebouw en historische verkaveling c.

het object is van belang vanwege het zichtbaar houden van het werk van een belangrijk stedenbouwkundige

d. het object heeft een zeldzaamheidswaarde qua aanleg, structuur en relatie met de omgeving Algemeen (cultuur)historische criteria a. de bebouwing is van belang vanwege een plaatselijk geschiedkundig feit, een zichtbaar stuk geschiedenis van bijvoorbeeld bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten e.d. b. het object vertegenwoordigt een aspect van religieuze, militaire of waterstaatkundige geschiedenis c.

het object is van belang vanwege zijn bestemming als uitdrukking van een cultuur-, sociaal-, of economischhistorische ontwikkeling

d. het object is van belang vanwege zijn verschijningsvorm, welke verbonden is met een algemeen-historische, economische, politieke of geestelijke ontwikkeling. Bij beoordeling voor plaatsing op een gemeentelijke lijst zal de waardering moeten geschieden vanuit het perspectief van de plaatselijke context (kern, buurtschap, dorp, stad, wijk): wat op de ene plaats representatief of juist zeldzaam is, kan dat op een andere plaats minder zijn.

Pagina 41 van 42

Bijlage 4: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Putten RAAP-rapport Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten (inclusief 4 kaartbijlagen). Kaartbijlage 1: Cultuurhistorische kenmerkenkaart historisch landschap Kaartbijlage 2: Cultuurhistorische kenmerkenkaart historische bouwkunst en stedenbouw Kaartbijlage 3: Cultuurhistorische waarderings- en herkenbaarheidskaart historisch landschap Kaartbijlage 4: Cultuurhistorische waarderingskaart historische bouwkunst en stedenbouw

Pagina 42 van 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14516987/1