CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Erfgoedbeleid gemeente Putten 2024-2028

Commissie Ruimte 5 september 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Erfgoedbeleid gemeente Putten 2024-20289.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pagina 2 van 42

Inhoudsopgave

1.

Prelude op Putten ......................................................................................................................................... 5 1.1 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 5

2.

Erfgoed in de omgevingsvisie van Putten ..................................................................................................... 6

3.

Cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening ................................................................................................. 8 3.1 Wettelijke taak............................................................................................................................................. 8 3.2 De omgeving van het monument ................................................................................................................ 8 3.3 Een erfgoedcommissie ............................................................................................................................... 8

4.

Het verhaal van Putten: een rijke historie ..................................................................................................... 9 5.1 Waar staan we dan nu aan de vooravond van het nieuwe beleid? .......................................................... 13 5.2 Huidige monumentenbestand ................................................................................................................... 14

6.

Facetten van het erfgoed ............................................................................................................................ 16 6.1 Het facet archeologie ................................................................................................................................ 16 6.2 Het facet bouwhistorie .............................................................................................................................. 17 6.3 Het facet gebouwd erfgoed ....................................................................................................................... 18 6.4 Het facet karakteristiek pand .................................................................................................................... 19 6.5 Het facet stedenbouwkundig ensemble .................................................................................................... 19 6.6 Het facet cultuurlandschap ....................................................................................................................... 20 6.7 Het facet buitenplaats of landgoed ........................................................................................................... 20 6.8 Het facet immaterieel erfgoed ...................................................................................................................

21 6.9 Het facet roerend erfgoed ......................................................................................................................... 22

7.

Basis Puttens erfgoed op orde .................................................................................................................... 23 7.1 Cultuurhistorische inventarisatie ............................................................................................................... 23 7.2 Facet Archeologie ..................................................................................................................................... 25 7.3 Het facet bouwhistorie .............................................................................................................................. 26 7.5 Typologie .................................................................................................................................................. 28 7.6 Selectiecriteria .......................................................................................................................................... 29

8.

Publieksbereik en publieksparticipatie ........................................................................................................ 31 8.1 Erfgoedparticipatie in Putten..................................................................................................................... 31 8.2 Publieksbereik........................................................................................................................................... 32

Pagina 3 van 42

Bijlagen ............................................................................................................................................................... 35 Bijlage 1: Gemeentelijke monumentenlijst ...................................................................................................... 35 Bijlage 2: Instrumentarium .............................................................................................................................. 36 Bijlage 3: Toetsingscriteria inzake plaatsing op de monumentenlijst ............................................................. 40 Bijlage 4: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Putten ........................................................................ 42 Kaartbijlage 1: Cultuurhistorische kenmerkenkaart historisch landschap ...................................................... 42 Kaartbijlage 2: Cultuurhistorische kenmerkenkaart historische bouwkunst en stedenbouw .......................... 42 Kaartbijlage 3: Cultuurhistorische waarderings- en herkenbaarheidskaart historisch landschap .................. 42 Kaartbijlage 4: Cultuurhistorische waarderingskaart historische bouwkunst en stedenbouw ........................ 42

Pagina 4 van 42

1. Prelude op Putten Bewoners van Putten zijn gastvrij en wijzen bezoekers de weg. Naar het centrum, naar het museum de Tien Malen op landgoed Schovenhorst, het Putterbosch en het Gemaal. Dat heeft alles te maken met de band van de bewoners met hun dorp, buurtschappen en landgoederen. Het is mooi wonen in Putten. Het dorp grenst aan de Veluwe. Ga je te ver het bos in, kun je heerlijk verdwalen. Tussen de bomen wordt men af en toe een grafheuvel gewaar. Al duizenden jaren geleden liepen hier mensen rond. Werd er geboerd en geakkerd en begraven. Dat doen we nog steeds. Als je langs de landgoederen Gerven en Hell fietst, vergaap je je aan het kleinschalige landschap. Je waant je terug in vervlogen tijden. En dat voelt thuis. Meer naar het westen kom je in polder Arkemheen waar een dijk het water van de voormalige Zuiderzee moest keren. Het Putter stoomgemaal werkt nog steeds. Op het terrein van Oldenaller, het statige landhuis, zijn sporen van overstromingen in de bodem vastgesteld. De stormvloeden hielden dus zo diep landinwaarts huis. Putten kent veel kwaliteiten die ons karakter bepalen. Deze kwaliteiten dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Een kwaliteit die nog leesbaar is in de aanwezige sporen in het landschap, de straten in het dorp, de klompenpaden, en noem maar op. Daar mogen we best zuinig op zijn.

Want geen Puttenaer zou willen ruilen met een bewoner van een Vinex-wijk!

1.1 Leeswijzer In de onlangs vastgestelde Omgevingsvisie heeft de gemeente Putten erfgoed een prominente plek gegeven. In hoofdstuk 2 leest u wat de gemeente voor heeft met het cultureel erfgoed. Hoofdstuk 3 schetst de context van de nieuwe Omgevingswet, waarbinnen het erfgoed meer dan voorheen een facet is waar gemeenten rekening moet houden. Het verhaal van de historische ontwikkeling van Putten is in hoofdstuk 4 te lezen. In het daaropvolgende hoofdstuik 5 wordt beschreven waar we nu staan met ons beleid. In hoofdstuk 6 worden de diverse facetten benoemd, die onderdeel uitmaken van het cultureel erfgoed en waar de gemeente wat mee moet. Hoe het nu verder moet, staat in hoofdstuk 7 te lezen. Aan de hand van de resultaten van de cultuurhistorische inventarisatie uit 2018 wordt geschetst hoe we invulling kunnen geven aan het nieuwe beleid. Wat de rol van publieksbereik en cultuurparticipatie is, wordt in hoofdstuk 8 uit de doeken gedaan.

Pagina 5 van 42

2. Erfgoed in de omgevingsvisie van Putten In de Omgevingsvisie heeft de gemeente Putten oog voor het cultureel erfgoed. Er staat: Rijke historie beschermen De geschiedenis bepaalt deels de identiteit van een gemeenschap. Cultuurhistorische waarden zijn een belangrijke kwaliteit van de gemeente Putten. De waarden zijn van alle tijden en zichtbaar in het landschap en herkenbaar in monumentale gebouwen. Zodoende dragen ze bij aan de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. Dit is ons erfgoed. Minder in het oog springend, zijn de archeologische waarden in de ondergrond. De archeologische waarden kunnen ons het verhaal van Putten vertellen. Al deze kwaliteiten worden behouden en waar mogelijk verder versterkt en beter zichtbaar gemaakt. Daarnaast kunnen de kwaliteiten ingezet worden als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen. Hiervoor is goed beheer van belang en waar nodig het wegwerken van achterstallig onderhoud van cultuurhistorisch erfgoed. Een deel van ons erfgoed is beschermd, maar er is ook waardevol erfgoed dat (nog) niet officieel beschermd is. We inventariseren om welk erfgoed het gaat en kijken hoe we deze erfgoedwaarden het beste kunnen borgen. Op korte termijn zal een erfgoednota opgesteld worden, waarin uitvoering gegeven zal worden aan de gestelde doelstellingen. We baseren ons erfgoedbeleid op archeologische en cultuurhistorische deskundigheid.

Door gebruik te maken van citizen-science projecten betrekken we ook onze inwoners bij onderzoeken. Daarnaast zijn vrijwilligers welkom op opgravingen om een handje te helpen. Voor u ligt de erfgoednota, die in de Omgevingsvisie al werd aangekondigd. Hiermee willen wij samen met u de rijke historie van Putten koesteren. De Omgevingswet noopt ons ook om rekening te houden met het cultureel erfgoed als wezenlijk onderdeel van de fysieke leefomgeving. Om goed rekening te houden met het cultureel erfgoed en het belang van dit erfgoed goed te kunnen afwegen, is een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 4 en kaartbijlagen 1 t/m 4) . We hebben zodoende een goed beeld van de waardevolle cultuurlandschappen, gebouwen, landgoederen en archeologische waarden. De komende tijd gaan we hiermee aan de slag. Op welke wijze kunnen we deze monumentwaardige objecten het beste behouden voor de toekomst. Hoe kunnen we onze kinderen ook laten genieten van al het moois dat Putten te bieden heeft? Hoe voorkomen we dat nieuwbouw het karakter van het centrum verandert? Hoe voorkomen we dat Putten zijn identiteit verliest? Wat is daarvoor nodig? Wij nodigen u uit om samen met ons deze zoektocht tot een goed einde te brengen.

Pagina 6 van 42

Cultuurhistorie is een term die vervangen is door cultureel erfgoed. Waar bestaat het cultureel erfgoed uit? De volgende facetten zijn onderdeel van het cultureel erfgoed: -

Archeologie

-

Bouwhistorie

-

Buitenplaatsen en landgoederen

-

Cultuurlandschap

-

Immaterieel erfgoed

-

Monumenten (gebouwen)

-

Stedenbouwkundige ensembles

Deze facetten komen in hoofdstuk 6 allemaal aan bod.

Pagina 7 van 42

3. Cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening We hebben de laatste jaren lang gewacht op de nieuwe Omgevingswet. Hoewel eind 2023 de Eerste Kamer nog een paar moties heeft ingediend, is het 1 januari 2024 echt zover. Eén nieuwe wet die een groot aantal wetten en regels bundelt. Dit zou makkelijker voor de burger moeten zijn. Gemeenten zullen zich goed moeten voorbereiden! In de bijlage wordt uitvoerig ingegaan op het instrumentarium waarmee erfgoedwaarden geborgd worden.

3.1 Wettelijke taak De grondslag in de Omgevingswet De reikwijdte van de Omgevingswet wordt bepaald door het begrip fysieke leefomgeving. Cultureel erfgoed (en werelderfgoed) is op grond van artikel 1.2 Omgevingswet onderdeel van de fysieke leefomgeving. De instrumenten van de Omgevingswet hebben dus ook betrekking op het behoud van het cultureel erfgoed. Indien binnen een gemeente cultureel erfgoed aanwezig is, dient dit vanuit het belang van een goede fysieke leefomgeving in de keuzes van het te voeren beleid te worden meegenomen. Wat schrijft de Omgevingswet aan gemeenten voor? Gemeenten moeten rekening houden met het cultureel erfgoed. Om ergens rekening mee te houden, is het wel handig inzicht te hebben in wat er aan erfgoedwaarden aanwezig is. Met de eerdergenoemde inventarisatie hebben we in beeld wat we in huis hebben. Aan de gemeente is het nu om middels regelgeving handen en voeten te geven aan het erfgoedbeleid. Bij ontwikkelingen moet het erfgoedbelang als belang mee afgewogen worden. Houdt de ontwikkeling voldoende rekening met de aanwezige erfgoedwaarden? Zo niet, kunnen eisen gesteld worden aan die ontwikkelingen.

3.2 De omgeving van het monument Op grond het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) is de gemeente verplicht om rekening te houden met de omgeving van een rijks- en gemeentelijk monument. Deze omgeving strekt zich verder uit dan alleen het kadastrale perceel van het betreffende monument. Dit rekening houden met kan resulteren in voorwaarden met betrekking tot het beeld, zoals welstandseisen, bouwhoogtes, vergunningsvrij bouwen en zichtlijnen nabij een monument. Ze kunnen ook technisch van aard zijn. Denk aan voorwaarden bij het slopen en heien nabij een monument. Ook een molenbiotoop valt onder dit artikel.

3.3 Een erfgoedcommissie Gemeenten zijn bevoegd gezag inzake monumentenvergunningen bij zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten. Daarvoor dient de gemeente per 1 januari 2024 een onafhankelijk adviesorgaan te hebben: de commissie voor omgevingskwaliteit. Deze adviseert gevraagd en ongevraagd. De Omgevingswet vraagt om actie.

Pagina 8 van 42

4. Het verhaal van Putten: een rijke historie Het verhaal van Putten begint met een schriftelijke bron uit 855, waarin de naam Puthem opduikt. Het is één van de toponiemen die genoemd wordt in een transactie van landerijen en hoeven door een rijk man Folckerus aan het klooster van Werden. Het christendom heeft op de Veluwe zijn intrede gedaan en kloosters bezitten al snel grote delen van de Veluwe. Puthem betekent letterlijk huis bij de put (bron). Maar de geschiedenis van het gebied rond Putten is natuurlijk veel ouder.

Uitsnede uit de schenkingsakte van Folckerus uit 855 Putten ligt op de rand van de Veluwe, op een gestuwde rug westelijk van de Leuvenumse beek. De Veluwe is sinds de ijstijden in trek bij dier en mens. Kuddes grote grazers lokten de jagers/verzamelaars naar het noorden. Af en toe kom je sporen van deze eerste mensen op de Veluwe. Makkelijker wordt het voor archeologen als die mensen zich vanwege de introductie van de landbouw zich settelen op een vaste plek. Archeologen vinden geregeld sporen van prehistorische bewoning. De begrafeniscultuur uit de eerste drie millennia levert duizenden grafheuvels op.

Opgraving van een grafheuvel bij de Echoput Apeldoorn 2007 Sinds 2007 wordt er uitgebreid onderzoek gedaan naar grafheuvels op de Veluwe. Sindsdien hebben wij geleerd dat grafheuvels niet als losse objecten bekeken moeten worden, maar als onderdeel van een groot ritueel landschap. Tussen de heuvels blijken heel veel meer begravingen aanwezig te zijn en sporen van structuren, waarvan we de exacte aard niet

Pagina 9 van 42

kennen. Te denken valt aan dodemanshuisjes, eregalerijen, stoomkuilen etc. In het derde millennium voor Christus zien we een grote immigratie van mensen die vanuit Rusland naar het westen trekken. Heel noordwest Europa behoort op een gegeven moment tot de klokbekercultuur. De Veluwse klokbeker is hierop een typerende variant. Bewoning vinden we in de vroegste perioden vooral hoger op de Veluwe, wanneer beken nog watervoerend zijn. Langzaamaan drogen beken op en zakken de bewoners naar lagere delen, waar een balans van nat en droog is. Daar zie je de dorpen in historische tijden ontstaan. De boeren ploegen en verbouwen granen, houden koeien en schapen en de ontwikkeling bestaat vooral uit het gebruik van metalen (brons en ijzer). Hoewel Romeinse soldaten Ermelo zeker tweemaal hebben bezocht, kennen we geen sporen van ze in Putten. De vroege middeleeuwen, voor de kerstening kenmerkt zich archeologisch gezien door begravingen rijk aan bijgiften. Bij Krachtighuizen is in de jaren ’30 een grafveld opgegraven met prachtige vondsten (schalen, potten, zwaarden, sieraden, kralenkettingen, wapens etc. Deze cultuur (Merovingische periode) eindigt met de kerstening. De intrede van het christendom laat zich in Putten dateren rond 800. Tot die tijd vinden wij rijke graven. Daarna is er een overgangsperiode, waarbij de willekeurig grafrichting overgaat in een oost-westoriëntatie.

Daarna wordt er begraven bij de kapel of kerk in het gebied. De kerstening wordt op de Veluwe uitgevoerd door Willibrord, Bonifacius, Lebuinus en Liudger. De laatste is mogelijk in Putten de persoon die mensen bekeerde.

Opgravingstekening vroeg middeleeuws grafveld Krachtighuizen 1925 Het Christendom brengt een grote organisatie met zich mee, waarbij diverse kloostergilden gronden, hoeven en boeren in eigendom krijgen. Het Klooster in Werden is in de vroegste periode het meest actief in Putten. Later komt Paderborn in beeld. Van Paderborn kennen we in

Pagina 10 van 42

Putten de kelnarij. Vanuit de kelnarij werden de bezittingen van Paderborn beheerd, belastingen geïnd en het gebied bestuurd. In 1559 worden de eigendommen van Werden overgedragen aan de Abdinghof te Paderborn en is er feitelijk nog maar 1 gezag voor Putten. Je ziet op de Veluwe en in Putten een verschuiving van bewoning naar de kerk. Zo beginnen dorpskernen te ontstaan, waar markten worden georganiseerd, handwerklieden hun beroep uitoefenen en wat een keur geeft aan mensen die niet meer alleen boeren. Dat gaat in een stad natuurlijk sneller dan in een dorp. Vanaf de late middeleeuwen begint men de landerijen te bemesten met potstalmest. In de tientallen schaapskooien in en rond Putten werden heideplaggen gelegd, die eens in de zoveel tijd vermengd met schapenstront over de bouwlanden werd uitgereden. Hierdoor ontstonden de bolle akkers, die gestaag uitgroeiden tot dorpsenken. Putten en de diverse andere buurtschappen hadden hun eigen enken of bouwlandgronden. Aan het einde van de middeleeuwen ontstaan er wat kastelen/landhuizen zoals Oldenaller, Bijstein, de Vanenburg. De Nieuwe Tijd kenmerkt zich door landgoederen en grootgrondbezitters. Deze ontwikkeling vindt plaats na 1800 wanneer gemeenten worden aangespoord om heidegronden te verkopen en te laten ontginnen.

Landgoed Schovenhorst is een mooi voorbeeld van een rijke man uit Utrecht die gronden opkoopt en ze laat ontginnen. De eigenaar, Schober, experimenteerde met de teelt van bomen. Zodoende ontstaan er een Pinetum en een Arboretum waar een grote diversiteit aan naaldbomen te zien is. Deze eigenaren/ontwikkelaars van landgoederen brachten werkgelegenheid met zich mee. De Tweede Wereldoorlog heeft een diepe kras aangebracht in ons collectief geheugen. Ook deze periode is onderdeel van onze geschiedenis. In Putten herdenken we jaarlijks de slachtoffers van de razzia op 1 oktober 1944. Bij de razzia werd een groot deel van de mannelijke beroepsbevolking afgevoerd naar diverse concentratiekampen. Hierbij kwamen 552 mensen om het leven. Terecht dat wij herinneren.

Pagina 11 van 42

Cultuurhistorische wandeling (J. de Klein en M. Wispelwey) 2014

Pagina 12 van 42

5. Het Puttens erfgoedbeleid anno 2024 In het voorgaande hoofdstuk is de geschiedenis van Putten beknopt beschreven. Hoofdstukken uit deze geschiedenis zijn nog zichtbaar en te beleven. Een actief monumenten- of erfgoedbeleid heeft de gemeente echter tot voor kort niet gevoerd. Hierdoor zijn al diverse monumenten gesneuveld. Op 7 juli 2023 heeft de gemeenteraad daarom de nieuwe erfgoedverordening vastgesteld. Een eerste stap naar een verantwoord erfgoedbeleid.

5.1 Waar staan we dan nu aan de vooravond van het nieuwe beleid? De gemeente Putten voert sinds 2009 wel een archeologiebeleid. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt sindsdien in voldoende mate rekening gehouden met bekende archeologische waarden en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. Door samen met vijf andere Veluwse gemeenten een regioarcheoloog aan te stellen, is deskundigheid aanwezig om verantwoorde keuzes te maken. Voor het gebouwde erfgoed is het anders gesteld. Er is zogezegd geen actief erfgoedbeleid. Een huis of boerderij werd alleen dan als beschermd monument aangewezen als de eigenaar daar zelf om vroeg. Uit de benaming van de diverse vergaderruimten in het gemeentehuis (Oldenaller, de Veldhoef, de Keut, de Heetkamp, de Hoonhorst, de Renselaar) spreekt toch echt een besef van trots voor het erfgoed. Het zijn allemaal monumentale boerderijen die het buitengebied sieren. Een schok was het afbranden van boerderij de Hoonhorst op 3 maart 2024. Het schetst de urgentie van dit erfgoedbeleid. Onlangs is een nieuwe erfgoedverordening vastgesteld. Verder is er een monumentenlijst en een erfgoedcommissie. Deze is bij het schrijven van deze nota onderdeel van de commissie voor omgevingskwaliteit geworden. Cultuurhistorie staat in de gemeente Putten echter steeds meer in de belangstelling.

Het Puttens Historisch Genootschap en talrijke individuele onderzoekers dragen al jaren zorg voor uitbreiding van de kennis over het erfgoed in de gemeente. Kenmerkend daarvoor is het opmerkelijk hoge aantal publicaties en internetsites over historische boerderijen en agrarische cultuurlandschappen in Putten. De maatschappelijke aandacht voor de ruimtelijke aspecten van erfgoed is nationaal sterk toegenomen, hetgeen geresulteerd heeft in nieuwe wetgeving. Steeds vaker bereiken ons geluiden van bewoners die het jammer vinden dat er een karakteristiek pand in het centrum wordt gesloopt en vervangen door kolossalere nieuwbouw of nieuwbouw die overal in Nederland kan staan. Iedereen in Putten heeft hier een mening over. De strekking blijft dat men met lede ogen aanziet dat beetje bij beetje een stukje Putten verdwijnt.

Pagina 13 van 42

Archeologisch onderzoek heeft de laatste jaren belangwekkende resultaten opgeleverd. De grootschalige opgraving bij de nieuwbouwwijk Rimpeler heeft een prachtig inkijk gegeven van de ontwikkeling van het boerenerf vanaf 750 – 1400 na Chr. De boerderijen waren in die periode in eigendom van het klooster van Werden. De bewoners waren pachter van deze kloostergoederen. Aan de Husselsesteeg is een grote vindplaats uit de late Bronstijd/IJzertijd aangetroffen. Een soortgelijke nederzetting is eerder bij de Torenlaan blootgelegd. Momenteel wordt de nieuwbouwwijk Halvinkhuizen ontwikkeld. Ook hier wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. De gemeenteraad heeft expliciet gevraagd te kijken of de resultaten van het onderzoek inspiratie kunnen geven voor het stedenbouwkundig plan. Op deze manier is het mogelijk de nieuwbouwwijk en de bewoners een gedeelde identiteit te geven. Dit zorgt voor een gezamenlijke binding. Iets wat in tijden van polarisatie belangrijk is. Daarbij kijken we hoe kinderen/omwonenden en andere geïnteresseerden mee kunnen doen met archeologische opgravingen.

5.2 Huidige monumentenbestand Er is binnen de gemeente Putten sprake van beschermde bomen, gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en rijksbeschermde buitenplaatsen. De gemeente Putten telt 98 geregistreerde rijksmonumenten. Van deze monumenten, zijn er 33 van archeologische aard (grafheuvels). Het merendeel van de gebouwde rijksmonumenten bestaat uit boerderijen, kastelen, tuin, park en plantsoenen. Daarnaast zijn er ook buitenplaatsen door het Rijk aangewezen als monument. Het betreft hier de buitenplaatsen Vanenburg, Oldenaller, Salentein, Berencamp en Bijstein. Twee ervan liggen deels ook in Nijkerk. Op de website van de gemeente is dd 30- januari 2023 een link naar de gemeentelijke monumentenlijst te vinden: https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1xrdKtrCgn8cM90dKCsj8eSksuw&ll=52.244785919003846%2C5.571135050000029&z=13

Pagina 14 van 42

Bovenstaand beeld is met de link te zien. Er worden 52 monumenten afgebeeld. Het betreft zowel rijks- als gemeentelijke monumenten (resp. 31 om 21). Opvallend in deze lijst zijn de leilinden aan de Kelnarijstraat die als gemeentelijk monument staan aangegeven. De gemeentelijke monumentenlijst is als bijlage 1 toegevoegd.

Gemeentelijk monument waterwerk Engersteeg Zoals eerder gezegd, voerde Putten tot de zomer van 2023 geen actief erfgoedbeleid. Bij een aantal grotere planontwikkelingen zoals de gebiedsvisie Brinkstraat en het centrumplan Putten wordt men geconfronteerd met het erfgoed. Vanuit de bewoners en de politiek wordt nu aandacht gevraagd voor het erfgoed. Kortom, we gaan aan de bak!

Drie beschermde roedebergen Hogesteeg 24 (gemeentelijk monument)

Pagina 15 van 42

6. Facetten van het erfgoed Erfgoed is meer dan archeologie en gebouwde monumenten alleen. Hieronder passeren de verschillende facetten van erfgoed de revue. Per facet wordt aangegeven, waar we staan en wat we zouden kunnen/moeten doen. Wat voor alle facetten in ieder geval geldt, is dat er in het omgevingsplan gebieden of locaties worden aangewezen met een erfgoed-functie. Daarbij hoort een set aan planregels die voor de verschillende facetten van het erfgoed regelt dat deze facetten geborgd zijn. In de bijlage wordt uitvoerig ingegaan op het instrumentarium waarmee erfgoedwaarden geborgd worden.

Archeologische verwachtingskaart 2012 (rood=hoge verwachting; geel=middelhoog en groen=lage verwachting)

6.1 Het facet archeologie Al sinds 2009 beschikt de gemeente Putten over een archeologische verwachtings- en beleidskaart (zie afbeelding hierboven). Deze liggen ten grondslag aan de adviezen die de regioarcheoloog formuleert voor de zes regiogemeenten. Putten is gastgemeente van de regio voor de discipline archeologie. Middels een dienstverleningsovereenkomst (DVO) adviseert de regioarcheoloog de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. En natuurlijk ook Putten. De aanwezigheid van archeologische deskundigheid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren. Afhankelijk van locatie en aard van de beoogde ontwikkeling kan soms onderbouwd afgeweken worden van de planregels. Zo wordt voorkomen dat onbedoeld onderzoek wordt uitgevoerd zonder dat dit inhoudelijk benodigd is. Putten voert zodoende beleid, waarbij de klant centraal staat en niet de planregel. Doel van het archeologisch onderzoek is kennis-winst. Dat betekent dus dat we niet elke keer hetzelfde riedeltje afdraaien,

Pagina 16 van 42

maar kijken welk onderzoek het beste resultaat genereert. Als er voldoende kennis aanwezig is, zal de intensiteit van een volgend onderzoek naar bijvoorbeeld een middeleeuwse boerderij heel anders zijn.

6.2 Het facet bouwhistorie Bouwhistorie is de wetenschap die zich bezighoudt met het in beeld brengen van de bouwgeschiedenis van het monument. “Bij oude boerderijen zijn kapconstructies vaak nog origineel en gaan soms honderden jaren terug. Een bouwhistorische opname levert waardevolle input over het monumentale pand. In die zin is het soms ook een onderdeel van de redengevende beschrijvingen van monumenten. Bij sloop of renovatie kan een bouwhistorische opname verlangd worden om zodoende inzicht te krijgen in de waardevolle onderdelen van het monument. Op basis van de bouwhistorische analyse kunnen voorwaarden gesteld worden aan sloop, renovatie of restauratie. De initiatiefnemer zal hiervoor een bureau in de arm moeten nemen.

Pagina 17 van 42

6.3 Het facet gebouwd erfgoed

Monumentenkaart (rood=rijksmonument; groen=archeologisch rijksmonument; geel=gemeentelijk monument) De gemeentelijke monumentenlijst dient een goede afspiegeling te geven van de beschermingswaardige objecten in de gemeente. Daar is momenteel geen sprake van. De lijst zou moeten bestaan uit diverse categorieën monumenten die als zodanig worden onderscheiden: kerken, landhuizen, scholen, woningen, molens, boerderijen, recreatiewoningen, elektriciteitshuisjes, en panden uit de wederopbouwperiode. Een voorbeeld van de laatste categorie is het oude politiekantoor aan de Brinklaan. Het pand is recentelijk voorgedragen als gemeentelijk monument. Analyse zal uitwijzen of het pand monumentwaardig is en voorgedragen wordt als gemeentelijk monument, karakteristiek pand of dat het geen status verdient.

Voormalig politiebureau aan de Brinkstraat waarvoor een voorbescherming is aangevraagd

Pagina 18 van 42

In de inventarisatie uit 2018 is een tabel opgenomen met locaties die na een eerste analyse in aanmerking zouden kunnen komen voor een status van gemeentelijk monument of karakteristiek pand. Een nadere waardering met gebruikmaking van burgerparticipatie kan hierin uitkomst bieden en resulteren in een evenwichtige monumentenlijst.

6.4 Het facet karakteristiek pand Er zijn binnen de gemeente ook gebouwen die niet voldoen aan de criteria van een gemeentelijk monument, maar die wel beeldbepalend zijn voor de buurt. Deze gebouwen worden omschreven als karakteristiek pand. Voor deze groep gelden minder regels. Bij ontwikkelingen wordt wel gevraagd rekening te houden met deze toch waardevolle markante gebouwen. Bij de sloop van deze panden kunnen voorwaarden gesteld worden aan de nieuwbouw, opdat het karakter en uitstraling bewaard blijven (zie hieronder Kelnarijstraat 16).

6.5 Het facet stedenbouwkundig ensemble Vaak wordt bij monumenten gedacht aan solitaire gebouwen/adressen. Toch komt het geregeld voor dat een monument samen met andere monumenten een ensemble vormt. Te denken valt aan een wijk die in een bepaalde tijdsperiode is gebouwd en die qua architectuur of stedenbouwkundige inrichting een eigen, bijzondere uitstraling heeft. In Putten zou het kunnen gaan om de arbeiderswoningen aan de Schoolstraat als onderdeel van een woningbouwcomplex (Delftse school) of de markante rij woningen aan de Drieseweg (zie op de volgende pagina). Dit soort ensembles verdient specifieke zorg. Behoud hoeft niet per definitie vorm gegeven te worden door het gehele ensemble als monument aan te wijzen, maar kan ook door regels te formuleren ter behoud, als ware het karakteristieke panden.

Pagina 19 van 42

Drieseweg 1 t/m 7 als voorbeeld van een stedenbouwkundig ensemble

6.6 Het facet cultuurlandschap Cultuurlandschap is een facet dat circa 15 jaar landelijk op agenda staat. De huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heette eerder in 2006 Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). De mens heeft zijn omgeving naar zijn hand gezet en het landschap gevormd. Het gaat dus niet om natuur, maar om landschap dat door de mens in cultuur is gebracht. Te denken valt aan houtwallen, lanen, sprengen, dijken etc. In dit rijtje zijn de sprengen een belangrijk thema. Door de verandering van het klimaat zijn niet alle sprengen nog watervoerend. Regulier beheer en onderhoud van de sprengen voorkomt het verdwijnen ervan. Hier hebben we als gemeente een gezamenlijk opgave met het Waterschap.

6.7 Het facet buitenplaats of landgoed Binnen Putten is een aantal buitenplaatsen of landgoederen aangewezen door het Rijk als beschermd monument. Het gaat in Putten bijvoorbeeld om Oldenaller, Bijstein, Groot Spriel en de Vanenburg. Zou landgoed Schovenhorst in aanmerking komen om door de gemeente aangewezen te worden als gemeentelijk beschermde buitenplaats? Inmiddels zitten we als gemeente aan tafel om met de eigenaren van de landgoederen Hell en Gerven tot een duurzame ontwikkeling te komen. Het vinden van een goede (her-)bestemming van dit erfgoed is bepalend voor het behoud ervan.

Pagina 20 van 42

Afbeelding van het landhuis Schovenhorst als onderdeel van het landgoed

6.8 Het facet immaterieel erfgoed Hoewel het niet nieuw is, is het aanwijzen van gebruiken als monument voor velen onbekend. Toch zal het u niet ontgaan zijn, dat de Franse baguette is toegevoegd aan de lijst van immaterieel cultureel werelderfgoed van Unesco. Zo ook de Italiaanse pizza. Het ambacht van molenaar staat voor Nederland op deze lijst. Nederland ondertekende in 2012 het UNESCO Verdrag inzake Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Daarmee is een startschot gegeven aan een grote inventarisatie van ons Nederlandse immaterieel erfgoed. Gebruiken en ambachten als Aaisykje, Grolse wanten breien, vaandelzwaaien in Gelderland, Koningsdag, snertkoken, heggenvlechten zijn voorbeelden die op de lijst voorkomen (https://www.immaterieelerfgoed.nl/immaterieelerfgoed#%7B%22type%22%3A%22list%22%2C %22anykeyword%22%3A%5B%5D%2C%22facets%22%3A%7B%7D%7D). Voor Putten zou de Ossenmarkt en het Puttens dialect misschien in aanmerking komen voor een vorm van bescherming. Of het luiden van de papklok, een middeleeuws gebruik. In de nieuw op te stellen Cultuurvisie wordt aandacht besteed aan het immateriële erfgoed van Putten.

Pagina 21 van 42

Ossenmarkt Putten 2023, Foto De Stentor

6.9 Het facet roerend erfgoed Putten heeft geen bruine vloot zoals Harderwijk en Elburg. Maar de gemeente Putten bezit wel een aantal historische blusspuiten uit de eerste helft van de 19 e eeuw. Die stonden ooit opgesteld in een annex (aanbouw) naast de kerktoren. Bij het schrijven van deze nota heeft de gemeenteraad ingestemd met het reconstrueren van deze annex en zijn binnenkort de spuitwagens weer voor het publiek zichtbaar.

Blusspuiten Putten

Pagina 22 van 42

7. Basis Puttens erfgoed op orde 7.1 Cultuurhistorische inventarisatie Moeten we dan helemaal bij nul beginnen? Dat is zeker niet nodig, omdat we in 2018 door RAAP een cultuurhistorische inventarisatie hebben laten uitvoeren (RAAP-RAPPORT 2948, “Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe”). Naast de bekende rijks- en gemeentelijke monumenten zijn ook cultuurlandschappen en stedenbouwkundige ensembles in beeld gebracht. En gebouwen die beschermingswaardig zijn, maar nog geen status hebben. Ook hebben de geïnventariseerde objecten en gebieden een waardering gekregen. Met deze inventarisatie ligt er een prachtig basis waaruit we Putten kunnen! Het doel van het erfgoedbeleid is om de komende jaren het erfgoed van Putten goed te borgen. Dat betekent, dat het erfgoed in brede zin gewaardeerd is, in kaart is gebracht en beschreven. Zodoende vormt het erfgoed een vast integraal onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen en is een verplicht onderdeel in de belangenafweging die bij plannen gemaakt wordt. De monumentenlijst bestaat uit een mooi en uitgebalanceerd monumentenbestand variërend van gebouwde monumenten, cultuurlandschappen en archeologische monumenten. En is het dan klaar als de lijst gevuld is? Nee, wij zullen vervolgens het verhaal van de monumenten aan de man en vrouw brengen. Want het verhaal van ons erfgoed maakt trots en verrast.

Het resultaat van de inventarisatie is een viertal kaarten, met een bijbehorend rapport en een erfgoed-GIS. De kaarten laten goed zien voor welke benadering gekozen is. De kaartbijlagen 1 en 2 geven een beeld van de historische kenmerken van landschap en bouwkunst, terwijl de kaartbijlagen 3 en 4 de waardering en herkenbaarheid laten zien. De wijze van inventariseren en waarderen, wordt uitvoerig beschreven in het RAAP-rapport, dat als bijlage is toegevoegd. Op kaartbijlage 1 is de inventarisatie van het landschappelijk erfgoed weergegeven. Hieronder verstaan we de aanwezige cultuurlandschappen met hun specifieke kenmerken, het prestedelijk landschap van de bebouwde kom, de aanwezige landschapselementen en het immaterieel erfgoed in de vorm van veld- en boerderijnamen. Van belang voor de waardering is onder andere de gaafheid van het landschap.

Kaartbijlage 1

Pagina 23 van 42

Kaartbijlage 2 toont de inventarisatie van het waardevol gebouwd erfgoed (waarvan alleen monumentwaardige bebouwing is opgenomen) en de stedenbouwkundige ensembles met cultuurhistorische waarde. Een waardering van het cultuurlandschap en de herkenbaarheid van het pre-stedelijk landschap zijn weergegeven op kaartbijlage 3. Hieruit blijkt dat de hoogste waarden te vinden zijn in het zuiden en zuidwesten van de gemeente, alsmede in het oosten en noorden. Het gebied direct zuidelijk en westelijk van de bebouwde kom heeft daarentegen een basiswaarde.

Kaartbijlage 3 Kaartbijlage 4 laat de waardering van bouwkunst en stedenbouw zien. Omdat de ondergrens bij de inventarisatie al vrij hoog lag, staan er slechts gebouwen uit de bovenste drie waarderingsklassen en stedenbouwkundige ensembles uit de bovenste twee waarderingsklassen op de kaart. Een stedenbouwkundige waarde is onder meer toegekend aan enkele buurtschappen in het buitengebied (Beekweg, Donkeresteeg), de historische kern van Putten, een zestal landgoederen (Vanenburg, Oldenaller, Bijstein, Schovenhorst, Groot Spriel en Schoonderbeek), enkele woonbuurten in de kern (Schoolstraat, Da Costastraat e.o., Harderwijkerstraat/Parklaan) en een ensemble van landhuisjes in het bos (Laak/Kozakkenweg). Deze cultuurhistorische waardenkaart biedt een gedegen basis om gemeentelijk beleid op het vlak van cultuurhistorie en erfgoed te formuleren. Het is duidelijk dat het roer omgaat. Tijdens de bijeenkomst van bewoners, het Puttens Historisch Genootschap, stichtingen en eigenaren van monumenten is duidelijk gemaakt dat we meer regie willen bij het voeren van erfgoedbeleid. Per facet wordt hieronder aangegeven op welke wijze we uitvoering willen geven aan het nieuwe erfgoedbeleid en hoe wij onze doelen willen bereiken. Daarbij geldt dat voor bijna alle facetten nagedacht moet worden welke regels we in het omgevingsplan moeten opnemen om het erfgoed van Putten te borgen.

Het formuleren van regels is overigens regulier werk.

Pagina 24 van 42

7.2 Facet Archeologie Archeologie is dan wel onderdeel van het cultureel erfgoed, het facet wordt al sinds 2009 op verantwoorde manier ingevuld. Toch zijn er zaken die in deze erfgoednota geregeld kunnen worden. Het is in Nederland gebruikelijk om archeologische verwachtingenkaart om de 5 jaar te actualiseren. Recente onderzoeken en nieuwe inzichten/methoden en technieken maken dat in sommige zones de verwachtingswaarde aangepast dient te worden. Voornemen is om nog dit jaar opdracht te geven voor deze actualisatieslag samen met de regiogemeenten. Zodoende voorkom je dat aan de ene kant van de gemeentegrens een andere verwachting geldt dan aan de andere kant van die grens. Provincies zullen hun rol in het interbestuurlijk toezicht (IBT) actiever gaan invullen en gemeenten stimuleren om het beleid en onderliggende verwachtingskaarten met regelmaat te actualiseren.

Binnen de stichting natuur en milieu putten (SNMP) is een archeologiewacht actief die klein onderhoud pleegt aan grafheuvels op particulier terrein. Grafheuvels zijn het Veluwse equivalent van de hunebedden en allen beschermingswaardig. Zij worden begeleid door de Archeologische Monumentenwacht, die om de 3 jaar de staat van de heuvels monitort. Er wordt voorgesteld om in lijn met de gebouwde monumenten de monumenteigenaren van grafheuvels ook financieel tegemoet te komen. De afgelopen periode heeft de gemeente Putten de monitoringskosten voor haar rekening genomen. Het voortzetten van dit beleid wordt aangemoedigd. De inzet van de archeologiewacht door de SNMP dragen we een warm hart toe. Archeologie leent zich uitstekend voor publieksbereik. Het verhaal van vroeger verleidt de toehoorder altijd. Niks mooier dan je iets ‘nieuws’ te laten vertellen aan de hand van oude feiten. Naast de Open Monumentendagen vinden sinds een aantal jaar ook de nationale archeologiedagen plaats. Het recent opgerichte Erfgoedplatform zou hierin een rol kunnen spelen, eventueel ondersteund door de regioarcheoloog. Daarnaast dient vermeld te worden dat de inzet van vrijwilligers bij archeologisch onderzoek wordt gestimuleerd. Er wordt gevraagd een klein budget vrij te maken om het verhaal publiek te maken. Je wilt als particulier een schuur bouwen.

Moet je dan archeologisch onderzoek laten uitvoeren? Hoe dan? Om de initiatiefnemer een beetje op weg te helpen, heeft een aantal; gemeenten op de Noord-Veluwe een brochure uitgebracht. Wij stellen voor om ook voor Putten een dergelijke informatievoorziening te treffen.

Pagina 25 van 42

Opendag opgraving Rimpeler Wat gaan we doen? -

Een regionale archeologische verwachtingenkaart opstellen eind 2024

-

Een afgewogen set planregels formuleren voor het facet archeologie in het omgevingsplan

-

Een informatieve brochure opstellen die initiatiefnemers vertelt wat te doen als er archeologisch onderzoek nodig is

7.3 Het facet bouwhistorie Bouwhistorie is de wetenschap die zich bezighoudt met het in beeld brengen van de bouwgeschiedenis van het monument. Er zal gekeken worden naar de mogelijkheden om bij sloop van karakteristieke panden een bouwhistorisch onderzoek te gelasten.

Wat gaan we doen? -

Een afgewogen set planregels formuleren die bouwhistorisch onderzoek mogelijk maakt bij de sloop en/of verbouw van karakteristieke panden

Pagina 26 van 42

7.4 Het facet gebouwd erfgoed, cultuurlandschap, stedenbouwkundig ensemble en landgoederen Voor het gebouwde erfgoed zijn er meer actiepunten. Belangrijkste opgave is om de data van de cultuurhistorische inventarisatie te analyseren en te waarderen. Er is een mooie lijst van erfgoedwaarden waar we uit kunnen putten om zodoende te komen tot een afgewogen monumentenlijst. In mei dit jaar is gestart met deze waardering in het centrumgebied. Maar hoe gaan we het erfgoed waarderen? Hoe we dit gaan doen, wordt in de volgende paragrafen uit de doeken gedaan.

Mobiele archeohotspot bij de Tien Malen RAAP heeft in 2018 67 beschermingswaardige objecten geïnventariseerd. Dat zijn objecten die in aanmerking zouden kunnen komen voor een gemeentelijke monumentenstatus. Dit op basis van een bezoek aan en een op te stellen redengevende beschrijving van de locatie. Doel is, zoals eerder gemeld, te komen tot een afgewogen monumentenbestand. Het spreekt voor zich dat een lijst met 20 boerderijen uit de periode 1800-1900 niet in balans is. Daarom zal een selectie gemaakt worden, waarbij de beschermingswaardige objecten tegen de lat van de selectiecriteria gehouden worden. Dit heeft als gevolg dat de mooiste objecten uit een groep voorgedragen zullen worden om monument te worden. De selectie kan pas uitgevoerd worden als er een goede analyse is gemaakt van de potentiële beschermingswaardige objecten. Daarom is het lastig om voorafgaand aan deze analyse al aan te geven hoeveel boerderijen, scholen, kerken etc. voorgedragen worden voor bescherming. Dit komt ook door de variëteit in beschermingswaardige objecten. Een categorie bestaat telkens weer uit unieke objecten. Gaandeweg kunnen we bijsturen. Bij de analyse zullen ook objecten buiten de boot vallen en niet voor een monumentenstatus in aanmerking komen. Deze objecten kunnen dan mogelijk als karakteristiek pand aangewezen worden.

Zodoende kunnen bij ontwikkelingen voorwaarden gesteld worden, waarbij de ruimtelijke kwaliteit geborgd wordt.

Pagina 27 van 42

7.5 Typologie Het spreekt voor zich dat Groot Spriel niet te vergelijken is met een elektriciteitshuisje of een school met een kerk. Daarom wordt er een typologie gehanteerd, welke onderscheid maakt in monumentgroepen. Binnen deze groepen worden de ‘monumenten’ met elkaar vergeleken en gewaardeerd. Hierbij spelen tijdsperioden ook een rol. Een pand uit de wederopbouwperiode (1945-1965) hoort niet in de groep vooroorlogse panden thuis. Per groep/categorie wordt vervolgens gekeken of er gebouwen voldoen aan de selectiecriteria en in aanmerking komen om aangewezen te worden als gemeentelijk monument. Aan welke groepen kan gedacht worden?

-

Woningen Boerderijen

-

Scholen

-

Kerken

-

Landgoederen/buitenplaatsen

-

Industrieel erfgoed

-

Molens

-

Elektriciteitshuisjes

-

Cultuurlandschappen

-

Archeologische monumenten

Deze lijst is niet volledig. Ook valt er een onderscheid te maken tussen tijdsperioden. Zo wordt er in Nederland bijvoorbeeld aandacht besteed aan panden uit de wederopbouwperiode (19451965). Binnen de gebouwde monumenten bestaat de mogelijkheid om gebouwen aan te wijzen als karakteristiek pand. Die panden voldoen weliswaar niet aan de selectiecriteria maar hebben wel een karakteristieke uitstraling die bepalen dis voor de fysieke kwaliteit van de leefomgeving. Het is uiteindelijk aan de politiek om wel of niet over te gaan tot aanwijzing als gemeentelijk monument.

Pagina 28 van 42

7.6 Selectiecriteria Als object/complex kunnen alle gebouwen, bouwwerken, straatmeubilair, parken, begraafplaatsen, bijzondere bomen en groene aanleg, waterwerken (waaronder bruggen en sluizen) en andere infrastructurele werken worden aangemerkt. Objecten met een sterke onderlinge samenhang, maar ook groepen van gelijke of seriematig tot stand gekomen gebouwen kunnen als object worden beschreven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan bebouwing aan pleinen en series identieke of vrijwel identieke woonhuizen. Op grond van de hiervoor omschreven waarden kunnen de volgende selectiecriteria worden geformuleerd: -

Algemeen belang

-

Schoonheid

-

Betekenis voor de wetenschap, geschiedenis, cultuurhistorische waarde

-

Stedenbouwkundige en ensemble waarden, situering

-

Gaafheid

-

Zeldzaamheid

-

Bouwkundige staat

Als bijlage 3 zijn de toetsingscriteria opgenomen die het Gelders Genootschap hanteert bij de waardering van objecten die voorgedragen zijn als beschermd monument. In het bestemmingsplan Centrum wordt een groot aantal karakteristieke panden genoemd. Deze bepalen mede de uitstraling van het gebied. Sinds de vaststelling van het plan is al een aantal van deze karakteristiek panden verdwenen. Op 23 april van dit jaar is besloten om de eigenaren van deze panden een brief te sturen, waarin het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst is medegedeeld. Vanaf dat moment ligt er een voorbescherming op de panden, als waren het gemeentelijke monumenten. We houden tevens het welstandsbeleid tegen het licht. De eisen van welstand maken het mogelijk om de kwaliteit van de ruimte, ook die rond de monumenten, te borgen. Naast de objectlocaties zijn ook landschappelijke en/of stedenbouwkundige ensembles geduid als beschermenswaardig. Te denken valt aan landgoed Schovenhorst, Groot Spriel, het ensemble van agrarische bebouwing aan de Donkeresteeg en de Beekweg alsmede de naoorlogse uitbreiding aan de Schoolstraat. Deze worden door RAAP hoog gewaardeerd. De eisen die Welstand stelt aan ontwikkelingen kunnen versterkt worden met eisen aan monumenten of aan de omgeving van monumenten.

Net zoals de erfgoedcommissie samengaat met de welstandscommissie in de nieuwe Commissie Omgevingskwaliteit, zo kunnen de eisen ook elkaar aanvullen. Het behoud van het Puttense karakter is uitgangspunt van beide commissies.

Pagina 29 van 42

Monumentwaardige objecten voorgesteld door RAAP

Wat gaan we dus allemaal doen? -

Een actuele kaart met erfgoedwaarden maken, welke basis is voor ruimtelijke ontwikkelingen

-

Een uitgebalanceerde monumentenlijst opstellen met monumenten van verscheiden aard en uit alle perioden inclusief de wederopbouwperiode

-

Een goede borging voor het Puttens erfgoed bewerkstelligen middels een afgewogen set planregels in het omgevingsplan voor monumenten, cultuurlandschappen, stedenbouwkundige ensembles, landgoederen, buitenplaatsen en karakteristieke panden

-

Een kookboek ontwikkelen dat initiatiefnemers helpt bij het ontwikkelen met smaak

-

Een informatieve brochure maken die laat zien wat voor erfgoed we hebben en hoe hiermee om te gaan

-

Een goede afstemming realiseren tussen dit erfgoedbeleid en het te actualiseren welstandsbeleid

-

Aanscherpen van welstandscriteria voor centrum

-

Het middels monumentenschildjes kenbaar maken van ons erfgoedbestand

-

Aandacht creëren voor duurzaamheid met betrekking tot het erfgoed middels informatie

-

Schrijven van een set heldere richtlijnen voor behoud van het erfgoed bij herontwikkelingen in het omgevingsplan

-

De mobiele spuitwagens een plek geven naast de kerk en het verhaal ervan vertellen

-

Goed afstemming zoeken met de afdeling Cultuur inzake het immateriële erfgoed

Pagina 30 van 42

8. Publieksbereik en publieksparticipatie Participatie is een term die we in het kader van de komende Omgevingswet steeds vaker tegenkomen. Participatie is een belangrijke pijler van de nieuwe wet. De initiatiefnemer is hierbij verantwoordelijk voor het regelen van de participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen; de gemeente is verantwoordelijk voor het controleren of dit goed is gebeurd. Wat minder mensen weten, is dat nieuwe Europese wetgeving ons verplicht om specifiek binnen het erfgoeddomein aan participatie te doen. Het verdrag van Faro heet de Europese wetgeving. Nederland wil dit jaar nog het Europese verdrag ratificeren en implementeren in nationale wetgeving. Het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) draagt de titel De Waarde van Cultureel Erfgoed voor de Samenleving. De Raad van Europa benadrukt met dit verdrag een ander perspectief op erfgoed. Veel Europese landen hebben de afgelopen decennia vooral geïnvesteerd in het erfgoed zelf en de kwaliteit van erfgoedzorg. Het Verdrag van Faro stelt de mens en de samenleving centraal en hún relatie met erfgoed. In Nederland sluit het verdrag goed aan bij ontwikkelingen in de erfgoedzorg die te maken hebben met meerstemmigheid, cocreatie, burgerinitiatief en burgerexpertise.

8.1 Erfgoedparticipatie in Putten Zoals eerder vastgesteld, is er een actieve club vrijwilligers. Deels zijn deze verbonden met het Puttens Historisch Genootschap (PHG). Maar er zijn ook vrijwilligers die zijn aangesloten bij de Stichting Natuur en Milieu Putten of mogelijk nergens lid van zijn. Onlangs is er een Erfgoedplatform Putten gepresenteerd. Dat is een prima partij om te betrekken en te bevragen met het oog op de participatie. Er is binnen Putten een vrijwillige archeologiewacht actief. Deze voert klein onderhoud uit op grafheuvels. Hiertoe worden zij begeleid door de Archeologische Monumentenwacht. Daarnaast kunnen bewoners ook pro-actief benaderd worden om te horen hoe zij graag hun wijk, dorp of erfgoed zien. Een soort van bottom-up benadering.

Pagina 31 van 42

8.2 Publieksbereik Naast participatie (door bewoners) zal er ook gewerkt moeten worden om het erfgoedbeleid en de uitvoering daarvan voor de inwoners toegankelijk te maken. Dat kan middels brochures, tentoonstellingen, wandelingen, lezingen etc. De Puttense musea zouden zowel voor publieksbereik als burgerparticipatie een rol kunnen vervullen. Het verhaal van Putten dient natuurlijk wel verteld te worden! Een goede afstemming met bestaande instellingen is gewenst (Stroud, bestaande musea etc). Daarnaast is het Puttens Historisch Genootschap (PHG) betrokken bij de update van de historische canon van Putten. Goed om te weten, is dat deze nota tot stand is gekomen middels een participatietraject. Jaarlijks vinden de nationale Open Monumentendagen plaats in het tweede weekend van september. Dat is een uitgelezen mogelijkheid om het erfgoed te laten zien aan de samenleving. Er wordt door monumenteneigenaren wel eens geklaagd over de beperkingen die zouden gelden voor ontwikkelingen aan monumenten. “We mogen niks” is een veel voorkomende verzuchting. Maar als monumenteneigenaar zijn er ook voordelen, te weten: 1.

De erfgoedcommissie adviseert de eigenaar op kundige wijze. Zodoende denken ze mee met de plannen/wensen van de eigenaar en staan ze aan de basis van een kwalitatieve oplossing voor het pand

2.

Als monumenteneigenaar kom je in aanmerking voor subsidie voor restauratie en

3.

Een monumenteneigenaar is meestal trots op zijn/haar monumentale pand. Studies

onderhoud. Deze subsidie wordt door de provincie Gelderland verdubbeld. hebben aangetoond dat de economische waarde van een monumentaal pand hoger ligt dan een normaal pand. 4.

De instandhouding (herbestemming) van cultuurhistorische waarden kan soms ook iets mogelijk maken wat anders niet mogelijk zou zijn.

Wat gaan we doen? -

We dragen in samenspraak met de afdeling Cultuur bij aan het tot stand komen van de Canon van Putten

-

We vertellen het verhaal van Putten en maken het erfgoed beleefbaar op plekken in de openbare ruimte

-

Informeren van monumenteneigenaren middels brochures

-

Aandacht voor verduurzaming van monumenten

-

We stimuleren van het organiseren van de Open Monumentendag en de nationale archeologiedagen

Pagina 32 van 42

Pagina 33 van 42

9. Financiering en uitvoeringsagenda van het erfgoedbeleid Wat gaan we doen?

gepland

kosten

incidenteel/

Dekking

structureel

aanwezig

2024

€ 30.000,-

incidenteel

ja

2024

€ 35.000,-

Jaarlijks voor periode 2024/2028

nee

2024

€ 10.000,-

incidenteel

ja

2024-2025

€ 13.000,-

incidenteel

nee

2025-2026

€ 35.000,-

incidenteel

nee

Formuleren planregels Omgevingsplan

2024-2028

Regulier werk

structureel

ja

Monumentenschildjes voor gemeentelijke monumenten

2025/2026

€ 5.000,-

incidenteel

nee

Verhogen subsidiebudget onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten

Vanaf 2025

€ 10.000,-

structureel

nee

2025

€ 10.000,-

incidenteel

ja

Regulier werk

structureel

ja

€ 3.000,-

structureel

ja

Waardering en aanwijzing als monument van karakteristieke panden centrum Aanstellen tijdelijke formatie erfgoed/archeologie 2024- 2028 voor uitvoering beleid Actualiseren archeologische verwachtingenkaart Actualisatie cultuurhistorische inventarisatie 2018 Waardering en selectie van diverse facetten van het erfgoed en aanwijzen monumenten

Verlengen onderhoudscontract archeologische monumentenwacht Informatievoorziening inwoners en

2024-2028

monumenteneigenaren Open Monumentendag

Eens in 2 jaar

Pagina 34 van 42

Bijlagen Bijlage 1: Gemeentelijke monumentenlijst 1.

Broekermolenweg 14 - De Hoonhorst

2.

Donkeresteeg 20 - Groot Deuverden

3.

Dorpsstraat - Dorpspomp

4.

Dorpsstraat 127 - De gedachtenisruimte

5.

Engersteeg - Waterbouwkundig kunstwerk

6.

Gervenseweg 18 - De blauwe schuit

7.

Gervenseweg 27 - Boerderij

8.

Harderwijkerstraat 40 – Tuinkamerswoning

9.

Hogesteeg 24 – De Heetkamp

10. Hogesteeg 39 – Boerderij Blankevoort 11. Kelnarijstraat - Leilinden Marktplein 12. Nijkerkerstraat 70 - De Grootte Veen 13. Nijkerkerstraat 74 - De Grote Tuk 14. Nijkerkerstraat 76 - Groot Bokhorst 15. Poolseweg 10 - Klein Veenhuizen 16. Spoorstraat 2 - De Beukenheg 17. 't Oeverstraat 5 - Boerderij 18. Tintelersteeg 21 - Tinteler 19. Van Eeghenlaan 19 - Houten woonhuis 20. Voorthuizerstraat 280 - Tolhuisje 21. Voorthuizerstraat 286 - Groot Koestapel

Pagina 35 van 42

Bijlage 2: Instrumentarium Hoe beschermen we de ‘nieuwe’ monumenten en welke regelgeving zetten we hiervoor in? De Omgevingswet gaat voor het omgevingsplan in het algemeen uit van een andere filosofie dan het bestemmingsplan. In het kort: waar mogelijk deregulering, met vertrouwen als uitgangspunt, integratie van aspecten rondom de fysieke leefomgeving in één plan en een samenhangende benadering, meer ruimte voor afwegingen op gemeentelijk niveau (voor zover mogelijk met het oog op rijks- en provinciale regels), meer ruimte en flexibiliteit voor wenselijke ontwikkelingen en het waarborgen van omgevingskwaliteit. Voor het behoud van cultureel erfgoed zijn er echter internationaalrechtelijke verplichtingen die nopen tot toetsing vooraf van activiteiten die cultureel erfgoed kunnen aantasten. De gemeenteraad zal hier bij de vaststelling van het omgevingsplan rekening mee moeten houden. De gemeenteraad heeft hierbij, met inachtneming van de hierna te benoemen algemene rijksregels en regels van de provincie, een zekere beleidsvrijheid. De regels van het omgevingsplan zijn voor iedereen juridisch bindend. Wanneer iemand een activiteit wil verrichten die invloed heeft op de fysieke leefomgeving, wordt de aanvraag voor die activiteit getoetst aan de regels van het omgevingsplan. Het omgevingsplan heeft een ruime reikwijdte.

Het beslaat alle aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder cultureel erfgoed en werelderfgoed. Het omgevingsplan legt het in de omgevingsvisie, een programma of ander document vastgesteld gemeentelijk beleid ten aanzien van cultureel erfgoed vast in juridische regels. Activiteiten die getoetst worden aan het omgevingsplan zijn bijvoorbeeld: bouwen, wonen, slopen, kappen, aanleggen, maken van in/uitritten, het voeren van een bedrijf en de gemeentelijke monumentactiviteit. Burgemeester en wethouders houden op basis van de regels van het omgevingsplan toezicht en kunnen handhavend optreden. In het omgevingsplan wordt bepaald of een omgevingsvergunning nodig is voor bepaalde activiteiten. Gemeenten kunnen voor die activiteiten ook een melding verlangen of informatie vragen over de activiteit. Activiteiten kunnen ook worden verboden. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de monumentenzorg al zoveel mogelijk gedecentraliseerd en is de regelgeving zoveel mogelijk vereenvoudigd. De formulering van de instructieregel is ‘rekening houden met’. Dit betekent dat de gemeente het cultureel erfgoed zelf in kaart brengt, analyseert en waardeert. Dit kan door het opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart, maar dat hoeft niet. De mate en wijze van bescherming van het cultureel erfgoed mag de gemeenteraad in meer of mindere mate zelf bepalen.

In het omgevingsplan zijn verschillende vormen van bescherming van cultureel erfgoed mogelijk, al naar gelang het element van het cultureel erfgoed en het beoogde behoudsdoel. Rijksmonumenten worden (primair) niet via het omgevingsplan, maar grotendeels via rijksregels beschermd. Wel moet het voorkomen van aantasting van rijksmonumenten en voorbeschermde rijksmonumenten door activiteiten in hun omgeving in het omgevingsplan worden geborgd.

Pagina 36 van 42

Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten wordt geregeld in de erfgoedverordening. Beschermingswaardige objecten kunnen worden voorgedragen als gemeentelijk monument. Hiertoe wordt de eigenaar van het object gehoord en de adviescommissie Omgevingskwaliteit om advies gevraagd, waarna het college het besluit neemt over wel of niet aanwijzen van het object als gemeentelijk monument. Een monument wordt een gemeentelijk monument door in het omgevingsplan aan de locatie van het desbetreffende monument de functie-aanduiding ‘gemeentelijk monument’ te geven. ‘Aanwijzing’ van een nieuw gemeentelijk monument betekent dus dat het omgevingsplan in die zin wordt gewijzigd. Bestaande gemeentelijke monumenten die al zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening moeten in het definitieve omgevingsplan eveneens worden voorzien van een functie-aanduiding om de status van gemeentelijk monument te behouden onder de Omgevingswet. Het overnemen daarvan in het omgevingsplan staat op grond van overgangsrecht niet open voor beroep (zie artikel 22.7 Omgevingswet). De afweging en besluitvorming over de aanwijzing hebben al eerder plaatsgevonden. Overigens kunnen gemeentelijke monumenten ook nog na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang er nog geen definitief omgevingsplan is.

Gemeentelijke monumenten In het omgevingsplan worden regels opgenomen in het kader van een monumentenactiviteit. Monumenten beschermd als karakteristiek pand De regels die al in bestemmingsplannen zijn opgenomen voor karakteristieke panden zijn straks onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Vaak is voor deze gebouwen een stringentere bouwregeling en een sloopvergunningstelsel opgenomen. De bescherming ziet dan echter vaak alleen op de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm, al is onder de Omgevingswet het reguleren van kleur- of materiaalgebruik ook mogelijk bij karakteristieke gebouwen. Aan de functie-aanduiding ‘karakteristiek pand’ kunnen regels worden gekoppeld die toezien op bescherming van het karakteristieke gebouw. Concreet zal bij het vaststellen van die regels rekening moeten worden gehouden met de beginselen met betrekking tot monumenten in artikel 5.130, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: a.

het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten;

b.

het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten;

c.

het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden;

d.

het voorkomen van aantasting van (…) de omgeving van (…) monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14403885/1