CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Dorpsstraat - Engweg 111, Putten Toelichting

Commissie Ruimte 11 mei 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten14.263 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Dorpsstraat Engweg 111, Putten ontwerp

bestemmingsplan Toelichting

Dorpsstraat - Engweg 111, Putten ontwerp 11 april 2022

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidig planologisch regime 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Beschrijving plangebied en omgeving

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ruimtelijke ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 21 23

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie & Cultuurhistorie 5.8 Besluit milieueffectrapportage

27 27 30 31 33 35 38 41 42

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Watertoets

45 45 46

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten 7.1 Algemeen 7.2 Opzet bestemmingsplan 7.3 De verbeelding

47 47 47 49

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2 Economische uitvoerbaarheid

51 51 51

3

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

4

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Toelichting

5

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

6

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een locatie gesitueerd tussen de Dorpsstraat en de Engweg te Putten. Concreet gaat het om de locatie aan de Dorpsstraat 111. De locatie heeft momenteel de bestemming 'Bedrijf' in het bestemmingsplan 'Putten centrum'. Op het terrein bevindt zich een garage die niet meer in gebruik is en een bedrijfswoning. Het voornemen bestaat om de bestaande garage met een oppervlak van circa 327 m² aan de Engweg 111 te slopen en de bedrijfswoning in gebruik te nemen als burgerwoning. Ter plaatse van het zuidelijke deel van het perceel wil de initiatiefnemer twee bouwpercelen toevoegen. Het initiatief past niet binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan 'Putten Centrum'. Om die reden wordt het bestemmingsplan herzien. Ter voorbereiding van deze bestemmingsplanherziening is een ruimtelijke onderbouwing door BJZ nu opgesteld. Deze ruimtelijke onderbouwing vormt de basis voor deze bestemmingsplantoelichting.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Putten. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Putten (rode ster) en de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Figuur 1.1 - Ligging plangebied (bron: PDOK, bewerkt door BJZ.nu)

7

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Putten Centrum' van toepassing, dat op 7 april 2011 door de gemeenteraad van Putten is vastgesteld. Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Parkeernormen' dat op 5 juli 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld en het gemeentelijke parkeerbeleid juridisch planologisch borgt.

Figuur 1.2 - Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Putten Centrum' (bron: Gemeente Putten, bewerkt door BJZ.nu)

1.3.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

De huidige bestemmingen zijn 'Bedrijf' en 'Groen'. Bedrijf Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden bestemd met de enkelbestemming 'Bedrijf'. De bedrijfsbestemming kent de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- garage' en een bouwvlak met maatvoeringen voor een maximale bouwhoogte van 8 meter en een maximale goothoogte van 4 meter. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen, parken, watergangen en waterpartijen, paden, in- en uitritten en andere ondergeschikte verhardingen, kunstwerken, en nutsvoorzieningen. 1.3.3

Strijdigheid

Initiatiefnemer is voornemens om een omgevingsvergunning aan te vragen voor het toevoegen van twee bouwpercelen en het in gebruik nemen van de bedrijfswoning als burgerwoning. Het voornemen is in strijd met het geldend bestemmingsplan, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden hiervoor ontbreken. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld.

8

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Putten beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het aspect water. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische toelichting op de regels en de verbeelding. De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project wordt in Hoofdstuk 8 beschreven.

9

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

10

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Beschrijving plangebied en omgeving

Het plangebied is gelegen aan de westkant van het centrum van Putten. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woon en winkelfuncties (gemengde functie). Verder ligt ten zuiden een zorgcentrum en ten noorden kantoorruimte. Het perceel bevat een garage met bedrijfswoning met aan weerszijden, zowel noordelijk als zuidelijk, een zeer brede oprit met parkeerruimte. In figuur 2.1 en 2.2 zijn een luchtfoto en een straatbeeld van het plangebied weergegeven. Het plangebied is met de rode contour aangeduid.

Figuur 2.1 - Ligging plangebied en directe omgeving (bron: atlas van de leefomgeving, bewerkt)

11

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Figuur 2.2 - Straatbeeld van het plangebied vanaf de Engweg (bron: Google Streetview)

Figuur 2.3 - Straatbeeld van de achterzijde van het plangebied vanaf de Dorpsstraat (bron: Google Streetview)

12

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke ontwikkeling

Het voornemen is om in het plangebied twee bouwkavels te realiseren en de bestaande bedrijfswoning te gebruiken als burgerwoning. Het betreft een inbreidingsproject tussen de Dorpsstraat en de Engweg in Putten. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden, de aanwezige garagehal wordt echter gesloopt. Ten zuiden van de bedrijfswoning worden twee bouwpercelen toegevoegd (huisnummers 7 en 9). De beide percelen liggen achter elkaar. Het plangebied maakt gebruik van de huidige ontsluitingen aan de Dorpsstraat en de Engweg. De bestaande bedrijfswoning blijft ontsloten op de Dorpsstraat, bouwperceel met het nummer 7 ontsluit vanaf op de Engweg. Voor het nieuw te plaatsen bouwperceel nummer 9 wordt een nieuwe ontsluiting gerealiseerd aan de 'De vier winden'. De woningen met aan de jaren 30 refererende architectuur, hebben beiden een eigen garage met bijbehorende oprit. Hiermee voorzien zij op eigen terrein in hun parkeerbehoefte. Beide bouwkavels hebben een formaat van 12 bij 7 m. Bouwperceel 7 kent een nokhoogte van 9,5 m en een goothoogte van 6 m. Met deze bouwhoogte voegt de nieuw te realiseren woning zich in het bestaande bebouwingslint langs de Engweg, waar ook sprake is van woningen met wisselende hoogtematen. Bouwperceel 9 kent een nokhoogte van 7,5 m en een goothoogte van 4 m.

Deze wat beperkende bouwmaten zorgen ervoor dat deze woning in de tweede lijn meer wegvalt in de bestaande ruimtelijke context. In afbeelding 3.1 is ter impressie de situatieschets van het plangebied weergegeven. In afbeelding 3.2 zijn de bouwvlakken opgenomen en is ook de maatvoering aangegeven.

13

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

14

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Figuur 3.2 - Bouwvlakken inclusief maatvoering

3.2

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317` (2008)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Putten beschikt over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 'verkeer en parkeren' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Uitgangspunten

15

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Putten-centrum); stedelijke zone: schil centrum; functies: koop woning, 80 -150 m² Parkeren Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraken van 14 december 2005 (LJN: AU7951) van 1 september 2010 (LJN: BN5727) moet bij beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen worden gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het (bouw)plan. Ontwikkeling De ontwikkeling voorziet in het toevoegen van twee bouwpercelen, waar woningen op passen uit de categorie 80 - 150 m². In onderstaand overzicht is voor de twee bouwpercelen de parkeernorm weergegeven. Functie

Parkeernorm

Totaal

Woning 80 - 150 m²

1,4 parkeerplaats per woning

2 * 1,4 = 2,8

Totaal

(2,8) 3 parkeerplaatsen

Conclusie parkeren Beide bouwpercelen krijgen een oprit naar de garages van meer dan 16,5 meter. De 'nota parkeernormen Putten' geeft aan dat deze opritten voorzien in 1,6 berekende parkeerplaats. Samen voorzien de percelen in 3,2 (3) berekende parkeerplaatsen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'parkeren' geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Verkeersgeneratie De te realiseren appartementen verhoogt het aantal verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op omgeving van het plangebied en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 317 (december 2018)'. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Putten-centrum); Stedelijke zone: Centrum. functies: koop woning, >150 m² In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Voor de twee bouwpercelen wordt uitgegaan van woning >150 m². Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Verkeersbeweg Aantal ingen per dag woningen

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld)

Koophuis, vrijstaand

7,9

15,8

2

Totaal afgerond

16

16

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

De totale verkeersgeneratie komt neer op 16 verkeersbewegingen. De percelen ontsluiten zich op de Engweg en de ‘De vier Winden’. Deze laatste mondt uit op de Engweg. De Engweg loopt in westelijke richting over op de Dorpsstraat die op haar beurt in directe verbinding staat met de N798. Gezien de goede ontsluiting op deze wegen en de kleine mate van verkeersbewegingen kan gesteld worden dat de ontwikkeling nauwelijks invloed heeft op de toekomende verkeerssituatie. Daarnaast wordt de garage gesloopt. Een voor de garage vergelijkbare parkeernorm is: Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf), waarbij de verkeersgeneratie 2,6 per 100 m² bvo bedraagt. De garage bevat circa 320 m² bvo. De garage genereerde dus 2,6 *3,2= 8,32 = 9 verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld). Gezien deze activiteit ophoudt kan dit afgetrokken worden van de nieuwe situatie. De verkeersgeneratie als gevolg van voorliggende ontwikkeling betreft dan ook 16 – 9 = 7 Verkeersbewegingen per weekdag Gezien deze zeer geringe toename van het aantal verkeersbewegingen en de goede ontsluiting vanaf het plangebied wordt gesteld dat het project met betrekking tot de verkeersgeneratie geen belemmeringen met zich meebrengt.

17

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

18

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van

19

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: De ladder is van toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Op het toevoegen van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van het in gebruik nemen van een bedrijfswoning tot een burgerwoning en het toevoegen van twee bouwpercelen ten behoeve van wonen. Planologisch worden er twee woningen toegevoegd, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking is hierom niet noodzakelijk.

20

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de Omgevingsverordening Gelderland en het Kwalitatieve woonprogramma tot 2024. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.

een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio's, om zodoende regionale afspraken te maken.

21

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft de toevoeging van twee bouwpercelen en het in gebruik nemen van een bedrijfswoning als burgerwoning. Het voornemen is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan wordt stedenbouwkundig ingepast in de omgeving en de woningen worden volgens de huidige normen omtrent energetische waarden gebouwd. De groenstructuur in het plangebied heeft een opvangende functie van regenwater en het voorkomen van hittestress. Het plan voldoet aan het borgen van kwaliteit van de woon- en leefomgeving en het behoud van vitale steden en dorpen, zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van dit bestemmingsplan hoofdzakelijk artikel 2.1 van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.1 (regionale woonagenda) 1. 2. 3.

Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid. Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijke woonbeleid en daarmee de regionale woonagenda. Gelet op het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

22

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Toekomstvisie Putten

4.3.1.1 Algemeen Voor het gehele gemeentelijk grondgebied is de 'Toekomstvisie Putten' opgesteld. Deze visie is vastgesteld door de gemeenteraad van Putten op 6 februari 2014. Met deze Toekomstvisie legt de gemeenteraad van Putten haar speerpunten voor de komende 10 tot 15 jaar neer. Speerpunten die tot stand zijn gekomen in een proces waarin de discussie met de gemeenschap nadrukkelijk is gezocht. In deze Toekomstvisie is een antwoord gegeven op de volgende vragen: Wat voor samenleving wil Putten in 2030 zijn? Wat is dan de kerntaak en -rol van de gemeente Putten? Wat is de rol van de bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties binnen de Puttense gemeenschap? De Toekomstvisie Putten is een samenbundeling van richtinggevende ideeën en visies voor de toekomst van Putten. Met de visie geeft de gemeenteraad het bestuur een richtsnoer om naar te handelen. Dit maakt het mogelijk over 'de waan van de dag' heen te stappen en in te zetten op een koers die Putten ook in de toekomst actueel en urgent houdt voor haar gemeenschap. De toekomstvisie dient daarmee als basis voor de uitvoering van de gemeentelijke (beleids)programma's in de komende 10 tot 15 jaar. De toekomstige samenleving van Putten is gestoeld op thema's die sterk naar voren zijn gekomen in het discussiëren over de toekomst van Putten.

Het gaat om de volgende thema's: een sociale vitale gemeenschap voor jong en oud; een samenleving in een groene en gastvrije omgeving met ruimte voor rust en dynamiek; een samenleving om je hele leven in te kunnen wonen; een samenleving waarin ruimte is voor creativiteit en innovatie. 4.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Putten Het voornemen levert een bijdrage aan de woningbouwbehoefte van Putten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het thema 'een samenleving om je hele leven in te kunnen wonen'. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met de Toekomstvisie Putten. 4.3.2

Structuurvisie Putten 2030

4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Putten heeft op 5 maart 2015 de Structuurvisie Putten 2030 gewijzigd vastgesteld. De Structuurvisie Putten 2030 is opgesteld met de boodschap van de Toekomstvisie Putten als leidraad. Deze is gerelateerd aan actueel beleid ten aanzien van de verschillende beleidsvelden en vervolgens vertaald in een visie op de ruimtelijke ontwikkeling. De inhoud van de structuurvisie is leidend en in principe bindend voor het handelen van de gemeente richting initiatiefnemers, en nieuwe bestemmingsplannen moeten inhoudelijk passen binnen de visie van de structuurvisie. Wonen - kwantitatief In de gemeente Putten wordt gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Putten hanteert daarbij de ladder van duurzame verstedelijking. Dat wil zeggen dat eerst wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden en vervolgens pas naar uitbreidingsmogelijkheden. Het dorp Putten is de kern waar nieuwe woningbouw plaatsvindt. Wonen - kwalitatief In de gemeente Putten is plek voor jong en oud en is het mogelijk om er je hele leven te wonen. Putten richt

23

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

zich daarbij primair op de behoeften van de eigen bevolking. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de inbreidingsnota Het voornemen voorziet in het toevoegen van twee bouwpercelen en het transformeren van één bedrijfswoning tot een burgerwoning binnen de bebouwde kom van de dorpskern Putten. De woningen zijn bedoeld voor de lokale woningbehoefte. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de structuurvisie. 4.3.3

Woonvisie 2020-2025

4.3.3.1 Algemeen De Woonvisie is door de gemeenteraad op 28 mei 2020 vastgesteld voor de periode 2020-2025. Bij het opstellen van de woonvisie is zorgvuldig rekening gehouden met de regionale afspraken op de NoordVeluwe. Er is afgestemd welke huishoudensprognoses worden gebruikt voor de woonvisie. Ook is er voor het bepalen van de woonopgaven gebruikgemaakt van gegevens uit regionaal woningmarktonderzoek. De gemeente wil de woningvoorraad tussen 2019 tot 2025 uitbreiden met circa 700 woningen. En tot 2030 groeien met 1.100 woningen. Tot 2025 worden nieuwe locaties gezocht voor nieuwbouw. Er worden volgens de Woonvisie minder woningen gerealiseerd dan de gemeente zou willen. Plannen komen nog onvoldoende tot uitvoering. 4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie 2020-2025 Het voorliggend plan is in overeenstemming met de woonvisie. Er worden twee bouwpercelen nieuw toegevoegd. Deze woning past binnen de programmering van 700 woningen tot 2025 die de gemeente Putten wil realiseren. 4.3.4

Inbreidingsnota

4.3.4.1 Algemeen De gemeente Putten heeft in 2017 de laatste versie van de inbreidingsnota vastgesteld. De inbreidingsnota heeft als doel de potentiële inbreidingslocaties in de gemeente Putten in beeld te brengen. Mede vanuit de Ladder voor Duurzame verstedelijking acht de gemeente het van belang deze locaties in beeld te hebben. Het betreffende plangebied bevindt zich niet op een locatie die al aangewezen is als inbreidingslocatie. Tevens zijn de getallen die in de nota zijn opgenomen achterhaald gezien de snelle ontwikkelingen op de woningmarkt in de afgelopen jaren. Het kopje 'spelregels nieuwe ontwikkelingen is relevant en niet achterhaald. Hierin staan regels waar nieuwe inbreidingsprojecten aan moeten voldoen. 4.3.4.2 Spelregels nieuwe ontwikkelingen Bouwplannen die niet voldoen aan bestemmingsplannen, worden automatisch aangemerkt als een verzoek of wijziging van het bestemmingsplan. Dit houdt in dat bepaald moet worden of met de nieuwe plannen sprake is van 'goede ruimtelijke ordening'. Ruimtelijke afweging (wat, waar en waarom daar): 1. Planologisch; omdat ruimte in de bebouwde kom schaars is moeten de diverse ruimtelijke relevante belangen op een rij worden gezet en onderling worden afgewogen. Belangen kunnen soms ook tegengesteld zijn.

Uit een goede belangenafweging moet duidelijk worden welke functie waar gewenst is en waarom die functie nodig is (nut en noodzaak) en waarom juist op die plek; 2. Het bouwplan moet stedenbouwkundig acceptabel zijn. In Stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de bebouwde kom van Putten'(SRBK) uit 1989 worden daarvoor stedenbouwkundige handvatten gegeven; Milieutechnische afweging

24

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Natuur en landschap Milieu (bodemkwaliteit, geluid en dergelijke); Water; Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid Cultuurhistorisch erfgoed Duurzame realisatie

Financiële afweging: 1. Is het plan financieel haalbaar; 2. Is er een exploitatieplan nodig; 3. Exploitatieovereenkomst Volkshuisvestelijke afweging: 1. Het bouwplan moet passen binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma; 2. Categorisering van de woningen Maatschappelijk draagvlak 1. Tijdig informeren belanghebbenden; 2. Verkrijgen acceptatie/draagvlak voor belanghebbende 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de inbreidingsnota In het voorliggende bestemmingsplan wordt op elke eis nader ingegaan, zo is de ruimtelijke afweging terug te vinden in hoofdstuk 3. De milieutechnische afweging staat in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de financiële afweging en in hoofdstuk 4 wordt het beleid behandeld in dit beleid wordt de volkshuisvestelijke afweging meegenomen. Het maatschappelijk draagvlak is terug te vinden in hoofdstuk 8. Geconcludeerd wordt dat aan de eisen vanuit de inbreidingsnota wordt voldaan. 4.3.5

Conclusie gemeentelijk beleid

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan al het relevante beleid van de gemeente Putten.

25

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

26

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

De geplande bouwpercelen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben. De grootte hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken

350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). Er is onderzoek verricht door Kragten naar wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is terug te vinden in Bijlage 1. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Wet geluidhinder

27

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

De berekende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de N798 en de Dorpsstraat bedraagt ten hoogste 45 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Engweg bedraagt ter plaatse van de zuidgevel van de zuidelijk gelegen woning ten hoogste 65 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). Hiermee wordt de voorkeurswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 63dB niet gerespecteerd. Ter plaatse van de zuidgevel van de noordelijk gelegen woning bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 57dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). In het akoestisch onderzoek zijn maatregelen voor het verlagen van de geluidbelasting beschouwd. Door het verplaatsen van de woningen zou kunnen worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Indien dit niet wenselijk is, dient de zuidgevel van de zuidelijk woning als 'dove' gevel te worden uitgevoerd. Indien aangetoond is dat maatregelen niet doeltreffend zijn of als hiertegen grote bezwaren van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard zijn dient het vaststellen van hogere grenswaarden overwogen te worden. Nieuwbouw is alleen mogelijk als het bevoegd gezag, gemeente Putten, hogere waarden vaststelt voor de woning met een overschrijding van de voorkeurswaarde vanwege de Engweg.

Voor de zuidgevel van de zuidelijk gelegen woning wordt de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet gerespecteerd, waardoor het niet direct mogelijk is om een hogere waarde aan te vragen. Deze gevel dient als dove gevel te worden uitgevoerd (geen te openen delen of geen geluidsgevoeldige ruimtes aan deze gevel zoals een slaapkamer). Vervolgens is het voor de westelijke gevel van het zuidelijk gelegen gebouw mogelijk om een hogere waarde aan te vragen. Voor de zuidelijke gevel van de noordelijk gelegen woning en de overige gevels is het wel direct mogelijk een hogere waarde procedure te voeren. Voor vaststelling van het bestemmingsplan zal een hogere waarde moeten worden vastgesteld van 61 dB voor de westelijke gevel van de zuidelijk gelegen woning en 57dB voor de zuidelijke gevel van de noordelijk gelegen woning ten gevolge van de Engweg. Uit een onderzoek naar de geluidwering van de gevel moet blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit en het Bouwbesluit. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege de 30 km/uur-weg de Dorpsstraat inzichtelijk gemaakt. De hoogste berekende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op deze weg bedraagt 37 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde.

Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de woningen ten gevolge van de Dorpsstraat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ongecorrigeerde gecumuleerde geluidbelasting (inclusief 30 km/uur-wegen) inzichtelijk gemaakt. Deze bedraagt ten hoogste 70 dB. Geadviseerd wordt om bij het onderzoek naar de geluidwering van de gevel uit te gaan van de ongecorrigeerde gecumuleerde geluidbelasting zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning gewaarborgd blijft. Aan de noordgevel van de zuidelijke woning (woning 1) en de noord- en oostgevel van de noordelijke woning (woning 2) de (achter)tuin gesitueerd. Ter plaatse van de tuin wordt voldaan aan de voorkeurswaarde en is dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hier wordt ook in het gemeentelijk geluidbeleid waarde aan gehecht. Gemeentelijk geluidbeleid In het gemeentelijk geluidbeleid zijn de voorwaarden opgenomen voor het verlenen van een Hogere waarde. Voor de zuidgevel van de zuidelijke woning wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden en kan geen Hogere waarde worden aangevraagd, dit moet een dove gevel worden. Voor de westelijke gevel van het zuidelijk gelegen gebouw is het wel mogelijk om een hogere waarde aan te vragen.

28

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

De noordgevel van deze woning kan dienen als geluidluwe gevel. Er moeten minimaal drie verblijfsruimten worden gesitueerd aan de noordgevel, dit moet blijken als er een definitieve indeling van de woning is. Voor de noordelijke woning is het wel mogelijk om een hogere waarde aan te vragen voor de zuidelijke gevel en kan de oostgevel dienen als geluidluwe gevel. Er moeten minimaal drie verblijfsruimten worden gesitueerd aan de oostgevel, dit moet blijken als er een definitieve indeling is van de woning. Geconcludeerd wordt dat met het verlenen van hogere waarden als gevolg van de Engweg en het realiseren van gevelmaatregelen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorweg gelegen. Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect railverkeerlawaai geen belemmering vormt. 5.1.2.3 Industrielawaai Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies die een milieuzonering hebben. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie.

In de nabijheid van het nieuwbouwplan aan de Dorpsstraat 111 (plangebied) is de functie bedrijf te vinden. In het kader van deze nieuwbouwplannen is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd ( Bijlage 2) Doel van voorliggend onderzoek is het beoordelen van de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan rekening houdend met de milieurechten van de nabijgelegen bedrijf aan de Dorpsstraat 109 (‘Rakhorst Autoservice’). Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ten gevolge van het garagebedrijf bedraagt ter plaatse van de nieuwe woningen ten hoogste 31 dB(A) in de dagperiode (31 dB(A) etmaalwaarde). Hiermee wordt voldaan aan de standaard normstelling van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en aan de richtwaarde van 50 dB(A) uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Maximaal geluidniveau Het maximaal geluidniveau (LAmax) ten gevolge van het garagebedrijf ter plaatse van de nieuwe woningen bedraagt ten hoogste 67 dB(A) in de dagperiode.

Hiermee wordt voldaan aan de standaard normstelling van 70 dB(A) uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en aan de richtwaarde van 70 dB(A) uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Gemeentelijk geluidbeleid Overeenkomstig het “Geluidbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen” dient in het kader van de Wro de cumulatie ten gevolge van alle gezoneerde en ongezoneerde bronnen inzichtelijk te worden gemaakt. In de cumulatie zijn de rekenresultaten uit het ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’ (Bijlage 1) en de berekende geluidbelasting van voorliggend onderzoek meegenomen. De hoogst berekende ongecorrigeerde gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 70 dB. Uit de cumulatie blijkt dat het wegverkeerslawaai maatgevend is. Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 5.5.3.3 Interne werking. Het bedrijf veroorzaakt geen geluidshinder ten aanzien van het plangebied. Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het

29

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling, mits er hogere waardes worden verleend voor beide woongebouwen vanwege de Engweg. Daartoe dient de gevel van het zuidelijk gelegen woongebouw, waar de grenswaarde van 63 dB wordt overschreden, worden voorzien van een dove gevel. De bedoelde hogere waardes worden gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5725:2017, NEN 5740:2009 + A1:2016 en NEN 5707:2015/C2:2017. In voorliggend geval is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Op de belangrijkste resultaten uit het onderzoek wordt onderstaand ingegaan. Het volledige bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 3 van deze toelichting. Tevens is er een asbestonderzoek uitgevoerd, dit onderzoek is toegevoegd in Bijlage 4. 5.2.2

Resultaten

Ter plaatse van het plangebied heeft Eco Reest BV een verkennend bodemonderzoek verricht. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De onderzoekshypothese, zijnde verdachte locaties, is op basis van de gemeten verhoogde gehalten aan verdachte parameters in de grond met betrekking tot de voormalige wasplaats met olie/waterafscheider en het overige buitenterrein van de locatie bevestigd. Met betrekking tot de voormalige werkplaats van het garagebedrijf is de onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie op basis van het niet meten van verhogingen aan de verdachte parameters verworpen. De hypothese "verdachte locatie"(asbestgerelateerd) wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte terreindelen verworpen. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond vormen conform WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. De hypothese "De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd" wordt grotendeels aangenomen. Er is geen aanleiding tot vervolgonderzoek. 5.2.3

Asbest

Uit het onderzoek naar asbesthoudende materialen in de bebouwing wordt het volgende geconcludeerd Het onderzochte gebouw achter de woning bevat asbesthoudende materialen Het aangetroffen asbest dient verwijderd te worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in de bronbladen aangegeven risicoklasse. Het asbestverwijderingsbedrijf is vrij om, naar eigen inzicht, het te saneren gebied of ruimte af te bakenen, binnen de onderzochte locatie.

30

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

5.2.4

Conclusie

In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde chemische parameters in relatie tot de bestemming van het terrein wordt geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu verwacht. Geconcludeerd wordt dat de waarden gemeten in de grond geen belemmering vormen voor voorgenomen ontwikkeling. Ten aanzien van asbest houdende materialen in de bebouwing wordt gesteld dat deze deskundig moeten worden verwijderd.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Voorliggend initiatief heeft betrekking op het toevoegen van twee bouwkavels met bijbehorende tuinen en het wijzigen van één bedrijfswoning naar een burgerwoning. In de eerste plaats wordt opgemerkt dat deze

31

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Daarnaast gaat voorliggend project uit van de realisatie van twee vrijstaande woningen. Het aantal te realiseren woningen blijft ruimschoots onder de aangegeven grens van 1.500 woningen zoals opgenomen in het Besluit NIBM. Hiermee kan worden uitgesloten dat de grenswaarde van 3% voor verontreinigende stoffen wordt overschreden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook gekeken naar de effecten van de heersende luchtkwaliteit op de nieuw te realiseren woningen. Hierover is contact geweest met de GGD NOG. Als richtafstand voor nieuwe woningen in het kader van een goede luchtkwaliteit wordt een minimale afstand van 50 meter aangehouden tot een wegvak met meer dan 10.000 vervoersbewegingen per etmaal. Binnen een afstand van 50 meter van de plek voor de nieuwe woningen is geen sprake van een wegvak met meer dan 10.000 vervoersbewegingen per etmaal. De dichtstbijzijnde weg die hieraan voldoet is het kleine stukje Dorpsstraat naar de rotonde met de Nijkerkerstraat. De afstand van de nieuwe woningen tot dit wegvak bedraagt meer dan 65 meter. Voor de nieuw te bouwen woningen kan derhalve worden uitgegaan van een aanvaardbare luchtkwaliteit.

Met de NIBM-tool op de site van Infomil is nagegaan wat de berekende maximale bijdrage aan luchtemissies van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling is. Voor de ontwikkeling is uitgegaan van een toename van 16,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal conform de berekening van de verkeersgeneratie in paragraaf 3.2 van deze onderbouwing. Hierbij is er gezien de nieuwe functie (woningen) van een worst-case scenario uitgegaan wat betekent dat een percentage van 10% voor verkeersbewegingen van vrachtverkeer is aangehouden, gelet op het voornemen lijkt dit zeer ruim ingeschat. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de berekening met de NIBM-tool.

Figuur 5.1 - Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit (bron: NIBM-tool) Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. De realisatie van het project wordt conform Afbeelding 5.1 van de Wet milieubeheer

32

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

luchtkwaliteitseisen) toelaatbaar geacht. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart (risicokaart.nl) is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart ter plaatse van het plangebied en de omgeving weergegeven.

33

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

Figuur 5.2 - Uitsnede Risicokaart (bron: Atlasvandeleefomgeving.nl) In de omgeving van het plangebied is één risicovolle inrichting aanwezig. Het gaat om een gasregeldrukstation aan de Nijkerkerstraat 3. Het aan de Nijkerkerstraat 3 gelegen gasregeldrukstation van NUON en Liander is een object waarop het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen van toepassing is. In het geldende bestemmingsplan is geen risicocontour aangegeven. Volgens een eerder gedane melding op grond van het Besluit gasdrukregel- en meetstations milieubeheer gaat het om een station type C met niet meer dan 40.000 m³ aardgas per uur. Het Besluit gasdrukregel- en meetstations milieubeheer bestaat niet meer en het station valt nu onder het Activiteitenbesluit. Hierin staan voorschriften waaraan het station moet voldoen, onder andere vaste afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten.

Ervan uitgaande dat het gaat om maximaal 40.000 m³ aardgas per uur gaat, moet de afstand tot kwetsbare objecten minimaal 15 m zijn. In het geval van een beperkt kwetsbaar object dient de afstand minimaal 4 m te zijn. De afstand van het plangebied tot het gasregeldrukstation bedraagt circa 210 meter en valt daarmee buiten de minimale afstand tot het station. Op basis van bovenstaande is te concluderen dat het gasregeldrukstation geen belemmering vormt voor de ontwikkeling aan de Dorpsstraat 111. Daarnaast vindt over de provinciale wegen N303 en N798 transport plaats van gevaarlijke stoffen. Deze wegen hebben geen plaatsgebonden risicocontour, wettelijk is de ontwikkeling dus mogelijk. Het aantal personen neemt als gevolg van de ontwikkeling toe met 4,8 mensen. Er is in het gebied geen sprake van een groepsrisico. Voor de ontwikkeling is het berekenen en verantwoorden van het groepsrisico derhalve niet nodig. Wel dient vanwege de ligging ten opzichte van de route gevaarlijke stoffen een advies worden opgevraagd bij de VNOG voor de onderwerpen rampenbestrijding en de zelfredzaamheid. Het advies hierover is opgevraagd bij de VNOG.

34

bestemmingsplan Dorpsstraat - Engweg 111, Putten

5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is (inclusief vergunningsvrije ruimte). Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12678976/1