CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Programmabegroting VNOG 2023-2026 v 07apr22a

Gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente PuttenBij agendapunt: Jaarstukken 2021, programmabegroting 2023-2026 en begrotingswijziging 2023 VNOG26.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sterke informatiepositie Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Optimale facilitering van organisatie en medewerkers op gebied van huisvesting, services en projecten. c. Onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van de VNOG vragen. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 3. Sterke informatiepositie. De afdeling BV: − Zorgt voor een betrouwbare, integrale informatievoorziening en richt deze in conform de VeRA (Veiligheidsregio’s Referentie Architectuur), en voert ICT-beheersprocessen in conform BISL (Business Information Services Library); − Zorgt voor een weerbare informatievoorziening door in te zetten op informatiebeveiliging en continuïteit; − Richt de informatiebeveiliging in conform de landelijke standaard van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid); − Richt een Twin-Datacenter in, waar data op twee plaatsen staat zodat bij uitval bedrijfscontinuïteit gegarandeerd is; − Implementeert een zgn.

dark-fiber ring, waarmee een provider onafhankelijke verbinding mogelijk is, zodat bij uitval van de provider de ring intact blijft;

Pagina 27 van 71

− − − − − − − − − − − − −

Implementeert IAM tooling (Identity Acces Management) en RBAC tooling (Role-based access control, waarmee individuen uitsluitend rechten krijgen op basis van hun rol); Implementeert en ondersteunt het informatie-gestuurd werken. Zorgt voor een goede archivering van stukken; Implementatie Toekomstvisie: BV past bij de informatievoorziening Business Intelligence toe en zorgt voor monitoring van ontwikkelingen; Beheert en gebruikt een goed ingericht datawarehouse; Draagt bij aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen; Bouwt verder aan de versterking van de raadsbetrokkenheid door de initiatieven hieromtrent uit 2021, naar aanleiding van raadsverzoeken, verder te implementeren, zoals vroegtijdige aanlevering planningen, deling basisgegevens via gemakkelijk leesbare overzichten (‘dashboard’), etc.

Zorgt voor (juridische) advisering; Coördineert en verzorgt 24/7 de in- en externe communicatie (ten aanzien van de reguliere activiteiten van de VNOG en bij incidenten, rampen, crises); Ontwikkelt en beheert content en communicatiemiddelen en waakt over uitstraling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse doelgroepen; Ontwikkelt een nieuwe website en nieuwe (digitale) communicatiemiddelen, zoals een digitaal magazine dat voor meerdere doeleinden ingezet kan worden; Neemt deel aan regionale en landelijke netwerken en overlegt actief met ketenpartners om te investeren in kennis en contacten; Houdt toezicht op-, adviseert over- en verzorgt de privacy- en gegevensbescherming.

4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Een solide financiële positie & control. De afdeling BV: − Zorgt voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseert over financiën, verzekeringen, inkoop & aanbesteden en coördineert het risicomanagement; − Zorgt voor bestuurlijke informatievoorziening hierover die transparant en tijdig is; − Organiseert en coördineert de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjarenbegroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening); − Stelt een intern beheersingsplan op en versterkt de uitvoering van verbijzonderde interne controle, onder meer in het kader van de rechtmatigheidsverklaring die het DB afgeeft aan het AB; onderhoudt contact met de accountant. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers.

De afdeling BV: − Overlegt periodiek met gebouwbeheerders en gemeentelijke financieel ambtenaren (in het FAO) over beheer en gebruik brandweerkazernes; − Beheert de locaties vanuit de gebruikersrol; − Doet voorstellen voor invoering van een uniform toegangsbeheer; − Optimaliseert de werklocaties passend bij het nieuwe werken; − Optimaliseert training- en oefenlocaties in afstemming met afdeling Brandweerzorg; − Voert de aanbesteding en implementatie uit van een nieuw Facilitair Management Informatie Systeem (FMIS); − Levert input aan gemeenten en adviseert ten aanzien van verduurzaming van brandweerkazernes; − Levert input aan gemeenten en adviseert ten aanzien van oplossen RI&E knelpunten in brandweerkazernes; − Levert input (voor Programma’s van Eisen, etc.) aan de gemeenten en adviseert ten aanzien van nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes;

Pagina 28 van 71

−

Adviseert over de veilige energietransitie en de gevolgen voor de VNOG als crisisorganisatie (extern) en bevordert een duurzame bedrijfsvoering (intern).

c. Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. BV: − Verzorgt de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg, en -administratie. − Implementatie Toekomstvisie. De afdeling BV: o Investeert in de professionele (door)ontwikkeling van HRM; o Zorgt voor doorontwikkeling van e-HRM dat bijdraagt aan meer efficiency en kwaliteit in de interne werkprocessen HRM, het gebruiksgemak en de registratie en rapportage van/over personele gegevens/data en de formatie; o Faciliteert het eigen regie voeren door medewerkers zelf op vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’; o Ontwikkelt het instrumentarium voor de verdere inrichting van de HR-werkplaats; − Faciliteert programma’s voor vrijwilligers, samen met afdeling Brandweerzorg; − Faciliteert het Arbo-beleid, mede op basis van de RI&E. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.

Pagina 29 van 71

Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product

L/B

Personele kosten

Baten

29.731

5.000

29.000

29.000

5.000

5.000

Lasten

7.397.562

7.483.000

7.332.900

7.332.900

7.233.900

7.233.900

Saldo

-7.367.830

-7.478.000

-7.303.900

-7.303.900

-7.228.900

-7.228.900

Facilitair

Huisvesting

Communicatie

Middelen

Verzekeringen

Personeelszaken

Informatie

Arbo

Overig

Rente en afschrijving

Mutatie(s) reserve(s)

Realisatie 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Baten Lasten

178.685

266.500

266.500

266.500

266.500

266.500

Saldo

-178.685

-266.500

-266.500

-266.500

-266.500

-266.500

Baten Lasten

1.296.118

1.294.500

1.294.500

1.099.500

1.099.500

1.099.500

Saldo

-1.296.118

-1.294.500

-1.294.500

-1.099.500

-1.099.500

-1.099.500

Baten Lasten

49.770

59.500

59.500

59.500

59.500

59.500

Saldo

-49.770

-59.500

-59.500

-59.500

-59.500

-59.500

Baten Lasten

33.527

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Saldo

-33.527

-50.000

-50.000

-50.000

-50.000

-50.000

Baten Lasten

776.549

763.000

762.000

762.000

762.000

757.800

Saldo

-776.549

-763.000

-762.000

-762.000

-762.000

-757.800

Baten

5.845

Lasten

531.778

515.200

1.152.468

783.000

826.000

826.000

Saldo

-525.933

-515.200

-1.152.468

-783.000

-826.000

-826.000

Baten

10.612

Lasten

2.366.181

2.550.270

2.465.270

2.398.770

2.398.770

2.398.770

Saldo

-2.355.569

-2.550.270

-2.465.270

-2.398.770

-2.398.770

-2.398.770

Baten Lasten

70.069

186.500

154.500

154.500

154.500

154.500

Saldo

-70.069

-186.500

-154.500

-154.500

-154.500

-154.500

Baten

2.500

Lasten

1.139.098

748.800

649.000

649.000

639.000

639.000

Saldo

-1.136.598

-748.800

-649.000

-649.000

-639.000

-639.000

Baten Lasten

962.852

930.100

892.700

798.000

895.000

925.000

Saldo

-962.852

-930.100

-892.700

-798.000

-895.000

-925.000

-14.753.499

-14.842.370

-15.050.338

-14.324.670

-14.379.670

-14.405.470

Baten

340.215

726.000

745.968

115.000

30.000

30.000

Lasten

159.948

Saldo

180.267

726.000

745.968

115.000

30.000

30.000

180.267

726.000

745.968

115.000

30.000

30.000

-14.573.232

-14.116.370

-14.304.370

-14.209.670

-14.349.670

-14.375.470

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering

Saldo reserves Resultaat

Pagina 30 van 71

Programma:

7. Algemene dekkingsmiddelen

Programmahouder:

dhr. H.J. van Schaik

Op het programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’ staan de middelen die betrekking hebben op de gemeentelijke bijdragen en de Brede Doeluituitkering Rampenbestrijding vanuit het Rijk. De gemeentelijke bijdrage voor 2023 is conform de Kadernota 2023-2026. Voor de hoogte van de bijdrage wordt verwezen naar bijlage 2. De middelen in dit programma worden ingezet om via de andere programma’s de Opgaven van de organisatie uit te voeren. Verder is in dit programma een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven en staat hier de nog over de andere programma’s te verdelen post loon- en prijscompensatie. De mutatie in de reserves betreft de toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Zie voor een toelichting hierop bijlage 4. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product

L/B

Personele kosten

Baten

Treasury

Loon- en prijscompensatie

Bijdragen rijk en gemeenten

Algemeen

Mutatie(s) reserve(s)

Realisatie 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Lasten

800.700

767.400

600.000

600.000

600.000

Saldo

-800.700

-767.400

-600.000

-600.000

-600.000

Baten

524.818

586.400

420.000

524.000

645.000

749.000

Lasten

311.766

586.400

420.300

524.300

645.300

747.300

Saldo

213.052

0

-300

-300

-300

1.700

Baten Lasten

422.060

1.496.068

2.541.068

2.541.068

2.541.068

2.541.068

Saldo

-422.060

-1.496.068

-2.541.068

-2.541.068

-2.541.068

-2.541.068

Baten

55.258.294

55.921.000

57.135.000

57.135.000

57.135.000

57.135.000

Lasten

4.379.381

Saldo

50.878.913

55.921.000

57.135.000

57.135.000

57.135.000

57.135.000

Baten

1.162.778

Lasten

1.188.396

599.852

638.352

647.252

647.252

577.352

Saldo

-25.618

-599.852

-638.352

-647.252

-647.252

-577.352

50.644.286

53.024.380

53.187.880

53.346.380

53.346.380

53.418.280

94.150

1.583.150

4.407.400

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Baten

4.379.381

Lasten

249.898

55.000

169.850

Saldo

4.129.483

-55.000

-169.850

94.150

1.583.150

4.407.400

Saldo reserves

4.129.483

-55.000

-169.850

94.150

1.583.150

4.407.400

Resultaat

54.773.770

52.969.380

53.018.030

53.440.530

54.929.530

57.825.680

Pagina 31 van 71

Programma:

8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht

Programmahouder:

dhr. H.J. van Schaik

Het programma 8 betreft de drie kazernes in eigendom van de VNOG (Apeldoorn-Saba, Doetinchem en Harderwijk). Daarnaast is ook de afwikkeling van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem in dit programma opgenomen. Dit programma wordt één op één met alleen de desbetreffende gemeenten verrekend. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken? − Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. − Een goede terug overdracht van de kazernes Apeldoorn-Zuid (Saba)1, Doetinchem en Harderwijk aan de respectievelijke gemeente. − Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? Kazernes − De afdeling Bedrijfsvoering (team Vastgoed, Services en Projecten, VSP) zorgt voor / coördineert het onderhoud en de facilitaire diensten. Tevens zorgt deze afdeling voor de verrekening van de kosten met de desbetreffende gemeenten. − De afdeling BV begeleidt de terug overdracht van de drie kazernes. Overgangsrecht − De VNOG zorgt voor een juiste uitvoering van het FLO / overgangsrecht en voor verrekening van de kosten met de betreffende gemeenten.

1 Moment van terug overdracht in overleg met gemeente Apeldoorn, o.a. vanwege oplevering nieuwe post Apeldoorn.

Pagina 32 van 71

Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? De kazernes en het overgangsrecht worden een op een met de betreffende gemeenten verrekend. Product

L/B

Realisatie 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Apeldoorn

Baten

2.940.950

1.761.000

1.762.000

1.762.000

1.761.000

1.762.000

Lasten

2.940.950

1.761.000

1.762.000

1.762.000

1.761.000

1.762.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Doetinchem Baten

821.719

685.000

159.000

159.000

159.000

159.000

Lasten

821.719

685.000

159.000

159.000

159.000

159.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Baten

585.119

597.000

Lasten

585.119

597.000

Saldo

0

0

Baten

129.647

56.000

56.000

56.000

56.000

56.000

Lasten

129.647

56.000

56.000

56.000

56.000

56.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Baten

148.844

140.000

140.000

140.000

140.000

140.000

Lasten

148.844

140.000

140.000

140.000

140.000

140.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Harderwijk

Epe

Zutphen

Algemeen

Baten Lasten Saldo

Mutatie(s) reserve(s) Baten Lasten Saldo Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 8.0 Kazernes Baten in eigendom en overgangsrecht Lasten Saldo Saldo reserves Resultaat

0

Pagina 33 van 71

4. Overzicht baten & lasten en financieel-technische uitgangspunten 2023 Overzicht baten en lasten P rogra mma

2023

2024

2025

2026

be groting

be groting

be groting

be groting

la ste n struc t.

ba te n inc id.

struc t.

la ste n inc id.

struc t.

ba te n inc id.

struc t.

Risic o- e n c risisbe he e rsing

6.407.300

6.392.300

125.000

Bra ndwe e rzorg

28.457.060

14.000

28.960.260

100.000

G e me e nsc ha ppe lijke Hulpve rle ningsO rga nisa tie in de Re gio

1.868.000

48.000

Me ldka me r O ost Ne de rla nd (bra ndwe e r)

1.777.000

705.000

Dire c tie e n c ontrol

668.607

971.300

la ste n inc id.

struc t.

ba te n inc id.

struc t.

la ste n inc id.

struc t.

6.349.300

ba te n inc id.

struc t.

6.309.300

14.000

30.324.260

14.000

33.254.610

14.000

1.917.000

48.000

1.925.000

48.000

1.925.000

48.000

1.777.000

705.000

1.777.000

705.000

1.777.000

951.300

971.300

705.000

951.300

500.000 30.000

Be drijfsvoe ring

14.333.370

29.000

14.238.670

29.000

14.354.670

5.000

14.380.470

Alge me ne de kkingsmidde le n e n onvoorzie n

4.367.120

57.555.000

4.312.620

57.659.000

4.433.620

57.780.000

4.465.720

57.884.000

Ka ze rne s in e ige ndom e n ove rga ngsre c ht

2.117.000

2.117.000

2.117.000

2.117.000

2.116.000

2.116.000

2.117.000

2.117.000

60.298.150

745.968

1.414.575

60.468.000

1.414.575

60.666.150

115.000

340.000

60.572.000

O nttre kking a a n re se rve s

30.000

60.668.000

0

65.180.400

530.000

5.000

60.773.000

1.613.150

0 4.937.400

169.850

60.298.150

S a ldo

30.000

434.150

Toe voe ging a a n re se rve s

Tota a l la ste n e n ba te n

62.251.150

inc id.

1.584.425

61.882.575

60.468.000

61.882.575 0

1.414.575

60.666.150

340.000

61.006.150

60.572.000

61.006.150 0

Pagina 34 van 71

434.150

62.251.150

30.000

62.281.150

60.668.000

62.281.150 0

1.613.150

65.180.400

530.000

65.710.400

60.773.000

65.710.400 0

4.937.400

Financieel-technische uitgangspunten Het algemeen bestuur heeft op 9 december 2021 de Kadernota 2023-2026 vastgesteld. In de Kadernota staan de financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2023, die gelijk zijn aan die van 2022. De volgende uitgangspunten zijn toegepast: Kaders systematiek loon- en prijscompensatie 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2023 wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2021 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2022 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2021 voor 2022. De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG.

Als de uitkering in 2022 en 2023 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2022 plus de mutaties voor 2022 en 2023 uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkten functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken (huidige cao liep tot eind 2020); d. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid”.

Voor 2023 is dit, na correctie, 2,2% (zie in de tabel de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2021. Over 2022 en 2023 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. over het begrotingsjaar 2023 wordt bij de halfjaarrapportage en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; g. het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom; h. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2023. 3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2022 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste caoafspraken; Pagina 35 van 71

4.

5.

6.

7. 8.

b. plus 2,3% (“loonvoet sector overheid”) voor de loonindex in 2023 (na correctie is dat 2,2%, zie in de tabel hierna de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2023. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2022) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2021, die nog niet in de primitieve begroting 2022 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2023 e.v.; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2023: 1,5%; d. de begroting 2023 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die is verwerkt in het jongste Meerjaringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren & activeren gelden als uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b.

verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Het rente-omslagpercentage voor de begroting 2023 is berekend op 0,8%. Voor de berekening van de kapitaallasten voor de overgenomen kazernes wordt uitgegaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.

Effect Kadernota: loon- en prijscompensatie De loon- en prijscompensatie voor het jaar 2023 zijn, op basis van de hiervoor geschetste uitgangspunten, als volgt: Loon- en prijscompensatie 2023 looncompensatie septembercirculaire septembercirculaire 2020 2021 verschil 2021 1,80% 0,70% -1,10% 2022 1,50% 2,50% 1,00% 2023 2,30% 2,30% opnemen voor 2023 inclusief correcties 2021 en 2022 2,20% Loon- en prijscompensatie 2023 € 750.000

prijscompensatie septembercirculaire 2021

1,50% € 220.000

Deze loon- en prijsstijging is verwerkt als een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Pagina 36 van 71

Totaaleffect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 2023 In de Kadernota staan voorts, naast de loon- en prijscompensatie, een autonome ontwikkeling voor 2023, alsook een eerder aangekondigde ontwikkeling. Deze zijn verwerkt in de voorliggende meerjarenbegroting met als dekking een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het eindeffect van de Kadernota voor de gemeentelijke bijdrage 2023 is daarmee als volgt: Effect gemeentelijke bijdragen Loon- en prijscompensatie Formatieplaats vastgoed structureel Autonome ontwikkelingen (informatiebeveiliging) Totaal

2023 970.000 75.000 169.000 1.214.000

*Bedragen t.o.v. begroting 2022

In bijlage 2 staan de gemeentelijke bijdragen 2023. In Bijlage 4 is het effect van de stijgende kapitaallasten op de egalisatiereserve afschrijvingen in beeld gebracht. In de loop van het jaar 2026 zal volgens de huidige berekeningen deze reserve uitgeput raken en ultimo boekjaar uitkomen op negatief € 2.953.321. Voor het presenteren van een meerjarig sluitende begroting zou – alle overige omstandigheden gelijkblijvend - de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag moeten stijgen. Dit kan voorkomen worden indien het Algemeen Bestuur een substantieel deel van het voordelig resultaat van de jaarrekening 2021 bestemt voor toevoeging aan deze egalisatiereserve. Daarmee zou een stijging van de gemeentelijke bijdrage in deze meerjarenbegroting 2023-2026 niet aan de orde hoeven te komen. Omdat het Algemeen Bestuur nog géén besluit heeft genomen tot het verhogen van de bijdrage op termijn en evenmin het resultaat van de jaarrekening 2021 heeft bestemd, is de bijdrage in programma 7 Algemene Dekkingsmiddelen constant gehouden en de egalisatiereserve in Bijlage 4 nog niet verhoogd. Uiteraard is het afhankelijk van (het tempo van) de voorgenomen investeringen en van de verkoop van af te stoten materieel, wanneer de reserve daadwerkelijk zal zijn uitgeput.

Pagina 37 van 71

5. Paragrafen 5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves Inleiding Deze paragraaf bevat de beleidsregels, uitgangspunten en werkwijzen die worden toegepast voor het risicomanagement, reserves, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit, zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2023-2026. De lijnen uit 2022 zijn hierin voortgezet. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT. De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen.

De afdelingshoofden rapporteren hierover in de halfjaarrapportage en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2. De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum.

De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve / het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit. Pagina 38 van 71

4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10.

De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in bijlage 4. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden2. 3. De weerstandsratio =

beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)3. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.

2 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de

bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 3 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van de VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.

Pagina 39 van 71

5.2. Weerstandscapaciteit en risicomanagement Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. Verder is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. In de vastgestelde Kadernota 2022-2025, opgemaakt eind 2021, is een complete risicoinventarisatie weergegeven met de berekende daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. Bij de vaststelling van deze Kadernota is tevens besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen. De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen (vanaf 2021) de P&Ccyclus.

Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en begrotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages en jaarstukken. Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel met collega’s intern als ook met de andere (aangrenzende) veiligheidsregio’s. Dat geldt zowel de aanpak als de uitkomsten van de risicoinventarisatie. Actuele voorbeelden die de noodzaak van het managen van risico’s onderstrepen zijn: • De schaarste van grondstoffen en de sterke prijsstijgingen van het (brandweer)materieel en materiaal; • De (nog) voortdurende Covid-19 pandemie waarbij naast extra inzet van mensen en middelen ter ondersteuning van de maatregelen door de gevolgen van de crisis, ook sprake was van het niet kunnen of anders moeten uitvoeren van een deel van de reguliere activiteiten, plannen en initiatieven van de VNOG. • De genomen besluiten en de uitgevoerde – en gehandhaafde maatregelen ter bestrijding van Covid-19, zouden voor de VNOG kunnen leiden tot claims. Dat risico laat zich nu niet kwantificeren. In deze paragraaf wordt hierna het nieuwe beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat en wordt verder de actuele risico-inventarisatie voor de begroting 2023-2026 weergegeven.

Deze inventarisatie is gebaseerd op de eerdere weergave in de Kadernota 2023-2026, waarna nog een herbeoordeling heeft plaatsgevonden ten behoeve van de nu voorliggende begroting. Risico-inventarisatie Algemeen Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2022 zijn, in het kader van de P&C-cyclus, de risico’s beoordeeld en (op)nieuw opgehaald t.b.v. het opstellen van de Kadernota 2023-2026. Voor deze begroting heeft nog een marginale toetsing plaatsgevonden van de in de kadernota weergegeven risico’s.

Pagina 40 van 71

Inventarisatie In de kadernota 2023-2026 is een toelichting gegeven welke risico’s, met de daarbij gegeven kwantificering, door uitvoering van maatregelen en (externe) ontwikkelingen zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige begroting en kadernota, periode 2022-2025. Na de hieronder weergegeven tabel, zullen we de belangrijkste wijzigingen kort verder toelichten. Gekwantificeerde risico's Nr .

Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's

Weerstandscapaciteit (euro's)

1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.

50%

bedrag 150.000

75.000

50%

640.000

320.000

3 Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding. door groter verloop/uitstroom vrijwilligers. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen (boven prijsindex) kosten van energie en kleding. Wereldwijde ontwikkelingen (in 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen van energie en kleding (aanschaf: 1 mln. per jaar) stijgen.

70%

408.000

286.000

30%

50.000

15.000

70%

100.000

70.000

6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleiding vrijwilligers en onderhoudstaken) behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt). 8 Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen (5%) van blusmaterieel leiden bij vervanging (50 mln.) tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve in de komende jaren.

50%

160.000

80.000

50%

770.000

385.000

30%

90.000

27.000

30%

500.000

150.000

10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen aan eisen vakbekwaamheidspleinen. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. 12 Onzekerheid termijn overbrugging na vertrek Europaweg ultimo 2023. 13 Aanpassingen kantoorfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona). 14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken.

50%

25.000

13.000

50% en 10%

96.000

38.000

90% en 30% 50% 50%

300.000 263.250 500.000

360.000 132.000 250.000

30%

350.000

105.000

10%

150.000

15.000

10%

600.000

60.000

30%

60.000

18.000

Pagina 41 van 71

19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.

50%

1.500.000

750.000

10%

300.000

30.000

3.179.000

Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's bedrag

Weerstandscapaciteit (euro's)

1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Door onzekerheid uitkomsten onderzoeken samenvoeging/-werking aangegeven regio's, nog geen duidelijkheid over verbeteringen uitvoering repressieve activiteiten. 4 (On)mogelijkheid terugbrengen meerkosten kazernering dagdienst. Bij vervallen van mogelijkheid van roosteren vrijwilligers voor repressieve (dag)taken, zoeken naar (duurdere) alternatieven, zoals inhuur. 5 Pandemie, het scenario pandemie zal n.a.v. COVID-19 worden herzien in het risicoprofiel. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren.

Toelichting De als nieuw geïnventariseerde en beoordeelde risico’s (t.o.v. eerdere begrotingen) hebben in grote lijn te maken met de volgende onderwerpen: • het risico op extra personele kosten, na invoering van de nieuwe Omgevingswet, omdat de verschillen tussen wat de gemeenten aan dienstverlening vragen, groot zullen/kunnen zijn (uitvoering van oude en nieuwe taken naast elkaar); • het toegenomen risico op prijsstijgingen voor m.n. brandstoffen en kleding (prijzen katoen) naast de al eerder benoemde en berekende prijsstijging en schaarste voor brandweermateriaal en - materieel (welke inmiddels feitelijk is gebleken). De belangrijkste aanpassingen op basis van een marginale toetsing van de risico’s, na het opstellen van de Kadernota 2023-2026, zijn: • het (deels) meenemen van de prijsstijgingen van materiaal en materieel en de daarbij behorende verhoging van de kredieten en kapitaalslasten bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026, waardoor het risico vermindert; • een toename van het (externe) risico van rentestijging op de aan te trekken langlopende leningen. Gerekend is met het risico van hogere rentelasten over drie jaar als gevolg van een stijging van de omslagrente met 1% over een geïnvesteerd vermogen van € 50 miljoen. Per saldo is het bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit in de Programmabegroting 2023-2026 t.o.v.

van de Kadernota 2023-2026 enigszins gestegen m.n. door een hoger renterisico.

Pagina 42 van 71

Specifiek gekoppeld aan het gegeven dat de VNOG de paraatheid organiseert met een relatief groot aantal vrijwilligers (vlg. benchmark 2019 Berenschot), ligt daarin een aantal risico’s besloten, die de VNOG bovengemiddeld kunnen raken: • de financiële compensatie voor mogelijk stijgende werkgeverslasten via bijv. het gemeentefonds kan de VNOG een nadelig herverdeeleffect opleveren; • de maatschappelijke trend van daling van de bereidheid om zich langdurig te binden aan vrijwilligerswerk, mogelijk gecombineerd met een gevoeld gebrek aan lokale identiteit van de posten; • vertraging in de implementatie van de Toekomstvisie kan leiden tot een vertraging in de geraamde daling van het aantal vrijwilligers. Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen (zie het overzicht ‘Niet gekwantificeerde risico's’). Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar de mogelijke oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan.

Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsmatige onderbouwing is opgenomen, is in bijlage 9 te vinden. De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit, komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”).

Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een

Pagina 43 van 71

bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit begroting 2023

€

Saldo Algemene reserve

1.135.114

Saldo Bedrijfsvoeringsreserve

1.979.500

Post onvoorzien

250.000

Beschikbare weerstandsvermogen

3.364.614

Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2023

€

Beschikbare weerstandsvermogen VNOG

3.364.614

Benodigde weerstandscapaciteit

3.179.000

Ratio

1,06

Toelichting De berekende waarde van de weerstandsratio voor de begroting 2023-2026 komt uit op 1,06 en zit daarmee aan de ondergrens van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG

Netto schuldquote

Rekening 2021 41%

Begroting 2022 59%

Begroting 2023 62%

Begroting 2024 93%

Begroting 2025 115%

Begroting 2026 143%

Solvabiliteitsratio

29%

23%

21%

16%

12%

6%

Exploitatieruimte

4,4%

0,1%

0,3%

-0,2%

-2,5%

-6,7%

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Pagina 44 van 71

Categorie A= minste risico

B - gem. risico

C = meeste risico

Netto schuldquote

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20%- 50%

< 20%

begr. > 0%

begr. = 0

begr.< 0%

Structurele exploitatieruimte

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2026. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2023-2026 is uitgegaan van een toename van de investeringen op basis van de Toekomstvisie. Ter financiering van deze investeringen wordt vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen met een looptijd van 10 tot 15 jaar. Verder is de overdracht aan de gemeenten van twee van de huidige bij de VNOG in eigendom zijnde kazernes en de daarbij komende effecten op de (overdracht van) financiering, verwerkt en doorgerekend (ook in het saldo aan liquide middelen). Dat geldt eveneens voor de effecten van onttrekkingen en toevoegingen op reserves (eigen vermogen) en voorzieningen. Het effect van genoemde punten is verwerkt in de berekende netto schuldquote, deze valt voorlopig nog in de categorie ‘minste risico’.

In de loop van het meerjarenperspectief loopt dit risico op door een hogere schuldenlast als gevolg van een forse toename van de investeringen. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de aflossingsverplichtingen met de daarbij behorende afname van de liquide middelen. Daarbij is nog niet gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2023: 21% (gemiddeld risico). Dit kengetal neem af in de loop van de weergegeven jaren. De oorzaak daarvan is dezelfde als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke regeling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.

Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.

Pagina 45 van 71

Het toekomstig negatief worden van deze ratio wordt veroorzaakt doordat bij de stijging van de kapitaallasten nog geen rekening is gehouden met een verhoging van de gemeentelijke bijdragen ter dekking ervan. Daarbij kunnen de toegenomen kapitaallasten in 2026 niet meer (volledig) worden gedekt uit een onttrekking van de daarvoor ingestelde egalisatiereserve.

Pagina 46 van 71

5.3. Onderhoud kapitaalgoederen Het (brandweer)materieel en drie kazernes, namelijk Apeldoorn-Saba, Doetinchem en Harderwijk, zijn in eigendom van de VNOG. De overige kazernes worden hetzij gehuurd hetzij om niet beschikbaar gesteld aan de VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van de overgenomen kazernes is bij de VNOG voor de kazernes Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een in 2021 geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. In 2013 heeft de VNOG, in afstemming met de belastingdienst, de eigendom van de genoemde brandweerkazernes overgenomen. Dit in verband met de wijziging van de fiscale regels voor de brandweer als gevolg van de invoering van de Wet op de veiligheidsregio’s. Als de kazernes weer terug verkocht worden aan de betreffende gemeenten wordt ook de binnen de VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan de betreffende gemeente overgedragen. Dit voornemen ligt er ook met betrekking tot de kazerne in Apeldoorn Zuid (Saba). Het moment van overdracht kan echter nog beïnvloed worden door de ontwikkelingen rondom de 1 post gedachte in Apeldoorn.

De kapitaalgoederen voor rekening van de VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.

Pagina 47 van 71

5.4. Financiering en Treasury Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het treasurystatuut is op 10 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor de VNOG niet van toepassing. Algemene ontwikkelingen Het gemeentelijk brandweermaterieel en een aantal kazernes zijn na wijziging van de Wet op de Veiligheidsregio’s eind 2013 in eigendom overgedragen aan de VNOG. De totale omvang van de vaste activa bedroeg eind 2021 circa € 43,1 miljoen. De financieringsbehoefte is grotendeels gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en bankkredieten en voor een deel door de inzet van reserves.

In de komende jaren zal de VNOG voor vervanging van het brandweermaterieel en de herfinanciering van aflossingen regelmatig nieuwe leningen gaan aantrekken op de momenten dat dit zinvol wordt geacht. Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door de VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Momenteel liggen deze rentes rond de nul procent. Het gevolg van dit beleid is dat de VNOG nagenoeg geen renteopbrengsten uit rekening courant verhouding meer zal ontvangen. Voor 2023 zal het drempelbedrag voor de VNOG rond de € 1.220.000 bedragen. Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerapporteerd moet worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1.

er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlopende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan.

Pagina 48 van 71

Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden gedwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de begroting van de VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van de VNOG bedraagt in 2023 circa € 61 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond € 5,0 miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat maximaal 20% van de netto opgenomen vaste schuld jaarlijks in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die de VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 40 jaar. De VNOG zal ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel en apparatuur extra leningen gaan aantrekken.

Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat de VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar Berekening norm Begrotingstotaal Percentage

60.900.000 60.900.000 60.900.000 60.900.000 20% 20% 20% 20%

Renterisiconorm

12.180.000 12.180.000 12.180.000 12.180.000

Renteherzieningen Aflossingen: Lening Berkelland BNG 40.109346 BNG 40.109345 BNG 40.109776 BNG 40.110312 BNG 40.110.517 BNG 40.110.644 BNG 40.110.766 BNG 40.111.179 BNG 40.111.678 BNG 40.111.883 BNG 40.112.457

2023

2024

2025

2026

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1060000 0 0 250000 167000 250000 500000 500000 300000 600000 400000 400000

1078000 0 0 250000 167000 250000 500000 500000 300000 600000 400000 400000

0 0 0 125000 167000 250000 500000 500000 300000 600000 400000 400000

0 0* 0* 0 167000 250000 500000 500000 300000 600000 400000 400000

Aan te trekken in 2022 € 12 miljoen Aan te trekken in 2023 € 13 miljoen Aan te trekken in 2024 € 24 miljoen Aan te trekken in 2025 € 19 miljoen Aan te trekken in 2026 € 22 miljoen Renterisico

1200000

1200000 1300000

1200000 1300000 1600000

1200000 1300000 1600000 1900000

5627000

6945000

7342000

9117000

Ruimte onder rente risiconorm

6553000

5235000

4838000

3063000

*

Deze leningen zijn gekoppeld aan de financiering van de kazerne Harderwijk en zullen bij de terugverkoop aan de gemeente Harderwijk begin 2023 mee worden over gedragen.

Pagina 49 van 71

Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten VNOG wordt in 2023 voor de kazernes die in eigendom zijn van de VNOG een rentepercentage toegerekend dat gelijk is aan het percentage van de aangetrokken leningen. Voor alle overige investeringen is een rentepercentage van 0,8% gehanteerd. Elders is al vermeld dat de VNOG in 2023 de kazernes in eigendom terug over zal dragen aan de gemeente waar de kazerne staat. Voor de gemeente Harderwijk zullen ook de door de VNOG ten behoeve van de financiering van de kazerne Harderwijk aangetrokken leningen worden overgedragen aan de gemeente Harderwijk. Rentetoerekening begroting 2022 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten

€ €

373 0

Saldo rentelasten en rentebaten De rente, die toegerekend moet worden aan de overgenomen kazernes

€ €

373 -68

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Aan taakvelden toegerekende rente (0,8%) Renteresultaat op het taakveld Treasury

€ € €

305 -305 0

De geprognotiseerde boekwaarden van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2023 bedragen circa € 38.100.000. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 0,8% over € 38.100.000 is circa € 305.000. Rente: Door de commissie BBV zijn bepalingen en richtlijnen gepubliceerd (notitie Rente 2017 – juli 2016) voor de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De rentelasten worden allereerst op één plek begroot en vervolgens door middel van een voorgeschreven methodiek verdeeld over de programma’s.

Pagina 50 van 71

5.5. Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is vanaf 2016 het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Huisvestingsplan Uiterlijk 1 december 2023 moet de VNOG het kantoor Europaweg 79 te Apeldoorn verlaten. De teams die op deze locatie gehuisvest zijn, waaronder teams van de afdeling Bedrijfsvoering (zoals Middelen, HRM, DIV (archief), Communicatie en Informatie (ICT, servers), maar ook afdelingen zoals GHOR en Crisisbeheersing, moeten dan geherhuisvest zijn. Als nieuwe locatie wordt gekeken naar mogelijkheden binnen de 1-post-gedachte in Apeldoorn. In Apeldoorn wordt namelijk onderzocht om drie posten samen te voegen in één nieuw gebouw en daar zou een hoofkantoor van de VNOG bij kunnen worden ondergebracht. Omdat de nieuwbouw niet voor 1 december 2023 klaar is, zal de VNOG een tijdelijke huisvesting moeten betrekken als tussenoplossing.

Een dergelijke tussenoplossing voor de ‘hoofdkantoor’-functies die nu op de Europaweg gehuisvest zijn, wordt onderzocht; mogelijkheden zijn een herverdeling over bestaande kantoorlocaties, of tijdelijke centrale huisvesting in een ander pand. De te realiseren tussenoplossing bepaalt mede de datum van een vertrek uit de Europaweg. Hier wordt nu aan gewerkt. Wat de kosten van een tussenoplossing exact zijn, is niet aan te geven. Hierbij moet worden gedacht aan kosten voor ICT, verhuiskosten, inrichtingskosten, e.d. De tussenoplossing kan mogelijk ook leiden tot een (tijdelijk) inverdieneffect (besparing). Vastgoed en Facilitair Afhankelijk van besluitvorming medio 2022, gaat de VNOG per 2023 bepaalde facilitaire taken in de kazernes uitvoeren. Dit is één van de uitvloeisels van de zogenaamde ‘Regeling demarcatie’, die in december 2021 door het algemeen bestuur is vastgelegd en ter instemming aan de colleges is voorgelegd. De Regeling demarcatie geeft onder andere aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. In bijna alle gevallen is (en blijft) de gemeente de gebouweigenaar, terwijl de VNOG de opstal gebruikt.

De Regeling bevat de taakverdeling, de werkafspraken, afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en de VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden binnen een bepaalde termijn op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuwbouwtrajecten. Als gevolg van de afspraken in de Regeling gaat de VNOG dus per 2023 bepaalde taken uitvoeren; de taakoverdracht hiervoor (van gemeenten naar VNOG) en de bijbehorende begrotingswijziging op de begroting 2023 speelt in 2022. Als naar gelang de uitkomsten hiervan zullen de taken in 2023 worden uitgevoerd. Duurzaamheid Om onze natuurlijke omgeving en de ecologische en menselijke gezondheid te beschermen, stimuleert de VNOG duurzame inkoop en gebruik van middelen en materialen. Ook houdt de VNOG hiermee rekening bij bijvoorbeeld de bouw van nieuwe kazernes / verbouw van bestaande kazernes en het gebruik van de kazernes (dat alles in overleg met de gemeenten die gebouweigenaar zijn). Verder kijkt de VNOG hoe op het onderwerp ‘mobiliteit’ verduurzameling kan worden gerealiseerd met een positief ecologisch, maar mogelijk ook financieel effect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11560296/2