CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Dekkingsplan 2025-2028

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Concept regionaal beleidsplan en concept regionaal risicoprofiel16.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat betekent dat zij thuis of op kantoor zijn en bij een pageralarm naar de kazerne komen en beschikbaar zijn om uit te rukken. Beschikbare slimme technieken worden toegepast en er zijn afspraken gemaakt over het dooralarmeren bij eventuele onderbezetting. Een postcommandant heeft de verantwoordelijkheid om onderbezetting te melden en zijn post buiten dienst te melden (en weer in dienst indien de onderbezetting is opgeheven) Mocht een post zich niet binnen acht minuten na alarmering melden zal de meldkamer de eerstvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren. Ook de mogelijke effecten van op basis van Europese regelgeving, over de verplichte taakdifferentiatie tussen beroeps- en vrijwillige brandweermensen, worden op de voet gevolgd. Kunnen vrijwilligers in de toekomst nog geconsigneerd worden? Daarnaast investeren we voortdurend in het werven van nieuwe vrijwilligers, maar ook beroepsbrandweermensen om de sterkte van de posten op peil te houden. Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk De werkdruk sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm van gekazerneerde en nietgekazerneerde posten. Dat wil zeggen dat in gebieden met een hoge incidentfrequentie een gekazerneerde post staat en dat in de gebieden met een relatief lage incidentfrequentie een nietgekazerneerde post staat.

Het aantal objecten, bewoners en infrastructuur maakt of een post een diversiteit aan voertuigen heeft. De hoeveelheid taken die een post uitvoert brengt ook een bepaalde oefenbelasting met zich mee. Wij hebben het aantal taken op een post gemaximaliseerd tot drie per post, met uitzondering van de gekazerneerde post van Apeldoorn-Centrum. Vooralsnog wordt geen aanleiding gezien om daarop te

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

29

interveniëren. Wel wordt de komende periode een vinger aan de pols gehouden om de ontwikkelingen te volgen.

Aandachtsgebieden Leerpunten Pilot Harderwijk beleidsperiode 2021-2024 In de pilot ‘Risicobewust Harderwijk’ werkten we samen met gemeente Harderwijk en brandweerpost Harderwijk. Het doel van de pilot was het ontwikkelen van een risicogerichte aanpak om aantoonbaar het risicobewustzijn en veiliger gedrag van inwoners te vergroten. In de pilot is een aanpak ontwikkeld op de samenhangende terreinen van voorlichting (met o.a. publiekscampagnes), advisering (bijvoorbeeld vanuit controles) en oefening. Deze pilot hebben we samen met gemeente Harderwijk op 24 juni 2022 in gezamenlijkheid afgerond en geëvalueerd. Door de intensieve samenwerking met gemeente Harderwijk zijn goede resultaten geboekt. De pilot en samenwerking hebben waardevolle inzichten en informatie opgeleverd. Daar waar mogelijk hebben effectmetingen op het gebied van risicobewustzijn en gedrag plaatsgevonden. Zo hebben in alle gemeenten in de regio gedragsonderzoeken plaatsgevonden over de veiligheidsbeleving met betrekking tot brand en crises. Ook zijn drie campagnes uitgevoerd in alle 22 gemeenten: vluchtsleutelhangercampagne, vluchtplancampagne en campagne veilig stoken. De wijze waarop de pilot ‘Risicobewust Harderwijk’ is aangepakt was zowel voor ons als voor de gemeente zeer arbeidsintensief. De ervaringen die in Harderwijk zijn opgedaan worden ook in de komende beleidsperiode ingezet.

Omgevingswet en vroegtijdige betrokkenheid De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Dit biedt een aantal nieuwe planfiguren, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Wij zijn als adviseur veiligheid aangesloten bij de vorming van deze plannen. Belangrijk is dat we vroegtijdig aansluiten bij gebiedsontwikkelingen, zodat de effecten op de dekking meegenomen worden in de besluitvorming (bijvoorbeeld in een omgevingsvisie of omgevingsplan). Wij nemen de effecten van gebiedsontwikkelingen op de dekking mee in onze advisering richting gemeenten en partners. Echter is het ook van belang dat gemeenten ons actief betrekken in een vroeg stadium van gebiedsontwikkeling, zodat eventuele effecten op de dekking inzichtelijk worden gemaakt. Dit alles is ook input voor informatiegestuurd werken. Het maakt monitoring van een aandachtspuntenlijst mogelijk. Informatiegestuurd werken is als speerpunt benoemd in beleidsplan 2025-2028. Wij hebben analyses en dashboards gerealiseerd en in gebruik genomen. Dit wordt de komende jaren verder uitgebouwd. Hierbij maken we gebruik van centrale, goed beheerde datavoorzieningen, gecombineerd met externe bronnen. De komende jaren ligt onze focus op beter beheer en ontsluiting van deze voorzieningen, zowel intern als richting ketenpartners.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

30

De ontwikkeling van dit nieuwe dekkingsplan vergroot de behoefte aan het verzamelen van nieuwe data voor monitoring en verantwoording van de opkomsttijden. Onze aandacht gaat hierbij uit naar centrale dataverwerking en -opslag, op basis waarvan informatieproducten (dashboards) gemaakt worden die ons helpen bij verantwoorden en sturen. Wij werken aan het verstevigen van de aansluiting van het dekkingsplan bij de ontwikkelingen rondom informatiegestuurd werken. De komende beleidsperiode zal deze informatie dan ook gebruikt worden om een betere sturing te geven aan de repressieve organisatie op het gebied van opkomsttijden. Aandachtspuntenlijst De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen schrijft een aandachtspuntenlijst voor gebieden waar de operationele prestatie van de brandweer niet optimaal is. In die situatie valt de opkomsttijd buiten de brandbreedte, is de capaciteit onvoldoende, de paraatheid te laag en/of de werkdruk niet in balans. De brandweer blijft zich altijd inspannen om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. Alleen focussen op de opkomsttijden is te eenzijdig bij het beschouwen van de integrale brandveiligheid. De zorg voor brandveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeenten en de brandweer. Ook wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven, instellingen en bezoekers van de regio.

Het op orde zijn van de brandveiligheid van een gebouw is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar/ gebruiker. De meeste veiligheidswinst zit in maatregelen binnen risicobeheersing, met effect op beïnvloedbare factoren. Met interventies ‘voor de vlam’ realiseren we een scenario dat beheersbaar is voor de brandweer, ook wanneer deze later aanwezig is dan de genoemde opkomst- en streeftijden. Het effect van risicobeheersingsmaatregelen is echter lastig meetbaar en beïnvloedt niet de operationele prestatie. Tijdoverschrijding kan niet in alle gevallen worden opgelost door (brand)preventieve maatregelen. Aandachtsobjecten Volgens de landelijke handreiking verdienen aandachtsobjecten een afzonderlijke beoordeling maar mag indien mogelijk ook een logische clustering plaatsvinden (zie Bijlage 5). Aandachtsobjecten, opkomsttijden en risico’s De mate van brandveiligheid van een object wordt bepaald door een samenspel tussen mens, gebouw, brand, interventie en omgevingskenmerken. Zie hiervoor ook Figuur 12. Het gaat bijvoorbeeld om de kenmerken van het object zelf, zoals de bouwmaterialen, brandwerende voorzieningen en de aanwezigheid van rookmelders. Daarnaast gaat het ook om de wijze waarop het object gebruikt wordt.

Welke risicovolle activiteiten vinden plaats en kunnen de gebruikers zichzelf redden? Ook spelen de aanwezigheid van een bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV) en de inzetmogelijkheden van de brandweer een rol.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

31

Figuur 12 Schematische weergave van het samenstel van kenmerken.

Het uitgangspunt van het systeem van brandveiligheid is in basis voor alle gebruiksfuncties gelijk. Vanuit het kenmerkenschema beredeneerd betekent dit dat de kenmerken van de mens, gebouw, brand en omgeving idealiter zo zouden moeten zijn dat een brand in een object leidt tot een beheersbaar scenario voor de brandweer. Er moeten voldoende voorzieningen aanwezig zijn om een object bij brand tijdig te verlaten en brand en rookverspreiding naar andere brandcompartimenten en percelen te voorkomen. Daarnaast moet het object goed bereikbaar zijn voor de brandweer, met daarbij een bluswatervoorziening die past bij de verwachte bluswaterbehoefte. Van de brandweer kan pas een goede interventie worden verwacht wanneer de mate van brandveiligheid in balans is met de kenmerken. Belangrijk hierin is dat onze afdeling risicobeheersing advisering over objecten en evenementen in de ruimtelijke omgeving op een risicogerichte wijze heeft ingericht. Dit betekent dat zij adviseert over de mate van brandveiligheid in brede zin, waarbij alle kenmerken worden meegenomen.

Risicogericht werken Wij richten onze werkzaamheden op de grootste risico’s in onze regio, om te komen tot een risicobewuste en zelfredzame samenleving. Risicogericht werken betekent beïnvloeding van de grotere risico’s vanuit een integrale benadering. Op basis van een gedegen informatiepositie en analyse

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

32

bepalen we waar deze risico’s zich bevinden en hoe deze het meest effectief beïnvloed kunnen worden. De opkomsttijd is maar een beperkt onderdeel van het risico. Risicogericht werken betekent ook dat tijd en capaciteit gericht worden ingezet in die situaties waar het veiligheidsrendement het hoogst is. We controleren niet langer in situaties waarin beperkt(er) veiligheidswinst valt te behalen (de facto zullen we voor bedrijven en instellingen ons vooral richten op de complexere dossiers met een hoger risico). Het wettelijk kader bepaalt, ook bij een risicogericht advies, de ondergrens. Daar waar een hoger maatregelenniveau wordt geadviseerd dan wettelijk vereist, wordt toegelicht waarom dat zo is. De gedachte is dat de risicobewuste eigenaar/gebruiker vanuit een gevoelde verantwoordelijkheid meer genegen is om risicogerichte maatregelen te treffen. Hierbij geldt: hoe eerder wij zijn aangesloten bij een initiatief, hoe beter rekening kan worden gehouden met aspecten als opkomsttijden. De mate van brandveiligheid wordt op diverse manieren beïnvloed. Daarbij werken we volgens de landelijke methode voor risicogericht werken. De invloed op de mate van brandveiligheid richt zicht op: •

Wet- en regelgeving

•

Inrichting van de omgeving

•

Vergunning, toezicht en handhaving

•

Kennisdeling in relatie tot gedragsverandering

•

Kennisdeling in relatie tot handelingsperspectief repressieve dienst

•

Communicatie en voorlichting over de restrisico’s

Voorlichting en campagnes voor een risicobewuste samenleving Brandveiligheid is van ons allemaal. Er zijn veel aspecten die brandveiligheid beïnvloeden. Denk aan brandveilig meubilair, gebouwen met een brandveilig ontwerp of goede vluchtwegen. Het is dus van belang dat we ons realiseren dat brandveiligheid veel meer is dan alleen de opkomsttijden van de brandweer. Zowel de risicobewustzijnscampagnes als de traditionele brandveiligheidsvoorlichting richten zich op situaties waar een risico zich voordoet. In de komende beleidsperiode wordt wederom aansluiting gezocht bij het risicoprofiel en waar van toepassing het dekkingsplan. Met behulp van innovatieve risicocommunicatie, gedragsinterventies en voorlichting hebben we namelijk invloed op de manier waarop mensen zich gedragen en hoe mensen zichzelf en hun naasten kunnen redden. De afgelopen jaren zijn goede resultaten behaald met doelgroep- en risicogerichte gedragsinterventies, met name voor brand. We zijn trots op het werk dat wij hiervoor verzetten en de resultaten die wij behalen. Dit betekent dat wij steeds betere interventies ontwikkelen die gestoeld zijn op gedragswetenschappelijke methodes. We zijn hierin toonaangevend en een deskundige gedragsadviseur voor regionale en gemeentelijke gedragsvraagstukken. Dit punt komt ook nadrukkelijk naar voren in regionaal beleidsplan 2025-2028.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

33

Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Een ander belangrijk punt in regionaal beleidsplan 2025-2028 is de aandacht voor het thema natuurbrandbeheersing. Een aantal van de aandachtsgebieden en -objecten dat naar voren komt bevindt zich in een natuurgebied. Wij werken samen met de Gelderse veiligheidsregio’s, de provincie en gemeenten aan de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing. Onderdeel van deze aanpak is het risicogerichte brandveiligheidsadvies bij risicovolle en/of kwetsbare objecten in de natuurlijke omgeving. Dit betekent dat een aantal aandachtsobjecten uit het dekkingsplan al in de gebiedsgerichte aanpak wordt meegenomen. Opkomsttijd wordt meegewogen in het risicogerichte advies.

Een sluitende veiligheidsketen De koppeling tussen crisisbeheersing, risicobeheersing, de operationeel informatiebeheerders en brandweerzorg is sluitend. Alles ter ondersteuning van een snelle en adequate inzet van de brandweer. De komende beleidsperiode onderzoeken we, in het kader van informatiegestuurd werken, hoe informatiesystemen de behoefte aan samenwerking nader kunnen ondersteunen. De aandachtsobjecten op de aandachtspuntenlijst zijn opgenomen in onze risicogerichte benadering. Een uitwerking van de acties die vanuit de risicogerichte werkwijze al zijn uitgezet op de aandachtsobjecten staat in Bijlage 5.

Regionale conclusies en aanbevelingen De eerste tankautospuit (basisbrandweereenheid) kan na een melding van gebouwbrand over het algemeen binnen de gestelde bandbreedte ter plaatse zijn. De slagkracht is op orde en de regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is het voortzettingsvermogen bij dit soort inzetten kwetsbaar. De beschikbaarheid van de eerstelijns tankautospuiten is op niveau, maar de beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continu aandacht. Met de huidige kazernespreiding, het aantal eenheden en onze organisatievorm kunnen wij passende brandweerzorg leveren. De interne samenwerking tussen risicobeheersing, vakbekwaamheid en operationele informatievoorziening in het risicogericht voorbereiden op incidenten werkt naar behoren. Er zijn geen ingrijpende maatregelen nodig. We kunnen gestaag verder werken aan optimalisatie van onze huidige brandweerorganisatie.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

34

Dekkingsplan vaststellen | Processtap 4 Op dit moment wijken de opkomsttijden uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen (nog) af van de voorgeschreven opkomsttijden uit het Besluit veiligheidsregio’s. In overleg tussen de minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad is overeengekomen dat regio’s nieuwe dekkingsplannen opstellen in lijn met de Landelijke Handreiking Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

35

Uitvoering bijstellen | Processtap 5 Wij kunnen met de huidige kazernespreiding, het aantal eenheden en onze organisatievorm de basisbrandweerzorg leveren. Er is op dit moment geen aanleiding om onze uitvoering bij te stellen. Ons materieelspreidingsplan (MSP) zit nog in de implementatiefase. Onlangs is het eerste voertuig uitgeleverd door de opdrachtnemer. De getoonde afbeeldingen met betrekking tot de dekking zijn gebaseerd op de huidige locaties en brandweerzorgeenheden. Gedurende de looptijd van dit dekkingsplan zullen de afbeeldingen wijzigen.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

36

Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 en 7 Wij ontwikkelen ons de komende beleidsperiode op het gebied van informatiegestuurd werken. Hiermee werken we ook aan een actieve(re) registratie van incidentgegevens. Volgens de handreiking zijn voor de monitoring van het dekkingsplan ten minste de volgende gegevens relevant: •

Statustijden

•

Type incident

•

Prioriteit en wijzigingen van prioriteit tijdens een incident

•

Adres of locatie van het incident

•

Beschikbaarheid (paraatheid en gelijktijdigheid)

•

Bezetting

•

Duiding van bijzondere omstandigheden

Het bestuur wordt twee keer per jaar met een prestatiekaart geïnformeerd over een aantal beoordelingsfactoren: •

Aantal incidenten

•

Paraatheid

•

Prio 1-dekking en spreidingsplan

•

Internationale samenwerking

•

Analyses / advies ruimtelijke veiligheid, veilig bouwen en evenementen

•

Proces gedrag en veilige leefomgeving, resultaten en bereik campagnes

In het beleidsplan van 2025-2028 is informatiegestuurd werken benoemd als speerpunt. Wij hebben al analyses en dashboards gerealiseerd en in gebruik genomen. Dit bouwen we de komende jaren verder uit. Hierbij maken we in principe gebruik van centrale, goed beheerde datavoorzieningen, gecombineerd met externe bronnen. De komende jaren ligt de focus op een nog beter beheer en ontsluiting van deze voorzieningen, zowel intern als richting ketenpartners.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

37

Bijlage 1 - Overzicht materieel per post na realisatie project vervanging blusvoertuigen District Achterhoek-Zuid Post

Voertuig

Organisatievorm

TS Aalten

WTG

Vrije instroom

WVD Dinxperlo

TS

Vrije instroom

Borculo

TS

Vrije instroom

TS Eibergen

WTG

Vrije instroom

WVD Neede

TS WTS500

Vrije instroom

TS Ruurlo

WTS500

Vrije instroom

VIA TS Groenlo

WTG

Vrije instroom

ORT TS Lichtenvoorde

WTS500 HV

Vrije instroom

VIA

Gebruikte afkortingen: TS Tankautospuit TS Combi Tankautospuit terreinvaardig (Combi) NB Spec Specialistisch voortuig natuurbrand HV Hulpverleningsvoertuig RV Redvoertuig WVD Waarschuwing en verkenning WTG Watertankwagen GWT Groot Watertransport WTS500 Klein Watertransport MCU Mobiele Commando Unit VIA Vee-redinstallatie-aanhanger SB Schuimblusvoertuig BRV Brandweervaartuig BOE Basis Ontsmettingseenheid GOE Grootschalige Ontsmettingseenheid

TS TS Winterswijk

GWT

Vrije instroom

WTG RV TS

kazernering (ANW) dagdienst (DAG)

TS Doetinchem

GWT RV

Vrije instroom

HV MCU Wehl

TS VIA

Vrije instroom

TS Gendringen

VIA ORT

Vrij instroom

BRV Silvolde Varsseveld

TS WTS500 TS SB

Vrije instroom Vrije instroom

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

38

TS Combi Bergh

WTG

Vrije instroom

WVD Didam

TS Combi WTS500

Vrije instroom

District Achterhoek-Noord Post

Voertuig

Organisatievorm

TS

kazernering (ANW) dagdienst (DAG)

TS Zutphen

RV HV

Vrije instroom

ORT BRV TS Lochem

WTS500

Vrije instroom

ORT Laren Almen Barchem

TS WTG TS WVD TS

Vrije instroom Vrije instroom Vrije instroom

TS Gorssel

WTS500 ORT

Vrije instroom

BRV Hengelo (GLD)

TS WTS500

Vrije instroom

TS Steenderen

WVD ORT

Vrije instroom

BRV Vorden Zelhem

TS Combi WTG TS Combi WTG

Vrije instroom Vrije instroom

District Midden Post

Voertuig

Organisatievorm

TS Apeldoorn-Centrum

RV HV

Beroeps

GPD Apeldoorn Vrijw

TS Combi GOE/BOE

Vrije instroom

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

39

TS Apeldoorn-Zuid

GWT

Dagdienst bezetting

WTG Beekbergen

TS Combi

Vrije instroom

De Maten

TS

Vrije instroom

Hoenderloo

TS Combi

Vrije instroom

Hoog Soeren

TS Combi

Vrije instroom

Loenen

TS Combi

Vrije instroom

TS Combi

Uddel

WTG

Ugchelen

TS Combi TS

Brummen

WTG

Vrije instroom Vrije instroom Vrije instroom

TS Eerbeek

NB Spec

Vrije instroom

WTS 500 Voorst

TS TS

Terwolde

WVD

Vrije instroom Vrije instroom

TS Twello

SB

Vrije instroom

WTS 500 TS Combi

Klarenbeek

VIA

Vrije instroom

District Veluwe Post

Voertuig

Organisatievorm

TS Epe

NB Spec

Vrije instroom

WTG TS Vaassen

NB Spec

Vrije instroom

WTS500 Oene Wapenveld

TS VIA TS Combi WTS500

Vrije instroom Vrije instroom

TS Combi Heerde

ORT

Vrije instroom

BRV Hattem

TS WTG

Vrije instroom

TS Wezep

NB Spec

Vrije instroom

HV Oldebroek

TS Combi WTG

Vrije instroom

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

40

WVD TS Combi NB Spec Elburg

RV

Vrije instroom

WTS500 SB TS Elspeet

NB Spec WTS500

Vrije instroom

VIA TS Combi Nunspeet

TS WTG

Vrije instroom

GWT TS TS RV Harderwijk

HV

Vrije instroom

DT ORT BRV Hierden

TS Combi

Vrije instroom

TS Ermelo

NB Spec WTG

Vrije instroom

WVD TS Putten

TS (tot 01-02-2028) NB Spec

Vrije instroom

WTS500

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

41

Bijlage 2a - Technische uitgangspunten berekeningen Het dekkingsplan komt tot stand door per buurt in de regio de opkomsttijd te berekenen met een rekensysteem. In deze bijlage van het dekkingsplan geven we uitleg over de werking van het rekensysteem en de uitgangspunten bij de berekeningen.

Rekensysteem Wij gebruiken het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule van de firma SafetyCT) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object berekenen we welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. Zo worden prognoses op de schaal van regionaal, gemeentelijk of verzorgingsgebied gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten. Vaak zijn die gebaseerd op praktijkmetingen. De uitkomsten blijven echter theoretische berekeningen en prognoses. De uitgangspunten bij de berekeningen Voor de berekeningen voor het dekkingsplan is een aantal uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn gekozen. Waarde

Toelichting

Opmerking

Rekenmethode

CARE, versie 2.12.3

Toepassing wordt door meerdere veiligheidsregio’s gebruikt.

Objecten

BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) KRO (Kern Registratie Objecten)

Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT De KRO is een verzameling van objecten uit diverse landelijke registraties in één kaartbeeld. De database bevat gegevens van registraties zoals BAG, BRT, WOZ, Handelsregister, RRGS en LRKP.

Normtijden

Zoals opgenomen in de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Berekend met een wegenbestand van de Roadtool.

Aangepast voor hulpdiensten met speedprofiles van TomTom. Wegenbestand bepaald aan de hand van de Roadtool van SafetyCT.

Toepassing wordt door meerdere veiligheidsregio’s gebruikt.

Rijtijden

Basisbrandweereenheid

Tankautospuit met een zestal bemanningsleden.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

42

Het aantal gemeten tijden levert voor een aantal posten on onze regio nog geen valide beeld op als de nieuwe systematiek wordt gebruikt. Dit komt door het kleine aantal meldingen. Onze mediaantijden zijn daarom nog op basis van de systematiek van het vorige dekkingsplan. De werkwijze uit de handreiking is nog niet toegepast. Actualiseren uitruktijd: •

De uitruktijd wordt berekend. Dit is het gemiddelde van de mediaan van 2019, 2020 en 2021 van alle prio 1-incidenten.

•

Uitruktijden van langer dan tien minuten en korter dan twee seconden worden niet meegenomen in de berekening. We gaan ervan uit dat dit foutieve statussen zijn.

•

Uitruktijden die worden gerealiseerd na een half uur vanaf de start van het incident tellen niet mee in de berekening. We gaan ervan uit dat die uitruktijden niet van waarde zijn voor de berekening van de uitruktijd van de eerste tankautospuit.

•

De uitruktijd Redvoertuig wordt bepaald op basis van geregistreerde uitruktijden. Dit is het gemiddelde van de mediaan van 2019, 2020 en 2021 van alle prio 1-incidenten.

•

Als meldkamertijd is als mediaantijd 78 seconden aangehouden.

In 2023 hebben we besloten om geen onderscheid te maken in een dag-, avond-, nacht- en weekendvenster. In de BVOG wordt één uitruktijd toegepast. De volgende mediaantijden (tankautospuit) zijn aangehouden als grondslag voor de berekeningen: Gemiddelde van mediaan uitruktijd uitruktijd Achterhoek-Noord Almen Barchem Borculo Eibergen Gorssel Hengelo Gld Laren Lochem Neede Ruurlo Steenderen Vorden Zelhem Zutphen Achterhoek-Zuid Aalten Bergh Didam Dinxperlo

0:04:30 0:05:11 0:05:34 0:04:24 0:03:57 0:05:23 0:04:24 0:05:00 0:05:00 0:04:04 0:05:30 0:04:54 0:04:09 0:02:16 0:05:36 0:04:32 0:05:17 0:04:28

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

43

Doetinchem Gendringen Groenlo Lichtenvoorde Silvolde Varsseveld Wehl Winterswijk Midden Apeldoorn - Beroeps Apeldoorn-Centrum Apeldoorn-De Maten Apeldoorn-Zuid Beekbergen Brummen Eerbeek Hoenderloo Hoog-Soeren Klarenbeek Loenen Terwolde Twello Uddel Ugchelen Voorst Veluwe Elburg Elspeet Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Hierden Nunspeet Oene Oldebroek Putten Vaassen Wapenveld Wezep

0:02:14 0:05:13 0:05:34 0:05:09 0:06:22 0:04:23 0:05:04 0:05:16 0:01:21 0:05:30 0:04:28 0:01:32 0:04:10 0:06:59 0:04:54 0:03:06 0:03:57 0:03:36 0:04:08 0:03:01 0:04:16 0:03:21 0:03:25 0:04:23 0:04:16 0:03:21 0:03:48 0:04:52 0:05:27 0:04:00 0:04:15 0:04:35 0:03:48 0:03:32 0:03:43 0:03:56 0:03:43 0:04:04 0:04:51

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

44

Bijlage 2b - Relevante bestuurlijke besluiten Streeftijd Redvoertuig

15 minuten

Vorige dekkingsplan

Streeftijd hulpverleningsvoertuig (HV)

15 minuten

Vorige dekkingsplan

Duidelijk is dat niet overal deze streefwaarde kan worden gerealiseerd.

Streeftijd Waterongevallen (WO) duiken

30 minuten

Vorige dekkingsplan

Duidelijk is dat niet overal deze streefwaarde kan worden gerealiseerd.

Paraatheidsregeling Uitruk op Maat

Door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders voor flexibele voertuigbezetting (2015)

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

45

Bijlage 3 - Opkomstprestaties In deze bijlage hebben we de visualisaties opgenomen van de opkomstprestaties in onze regio ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. In deze bijlage zijn de visualisaties van de avond, nacht en het weekend, die horen bij processtap 2 en 3 van de Handreiking Landelijk Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen, opgenomen.

Figuur 13 Beoordeling van gebieden op factor snelheid, ’s avonds, ’s nachts of in het weekend. Groen is goed (662 buurten), blauw is voldoende (118 buurten), rood is onvoldoende (10 buurten). Vanuit de handreiking is het kleurgebruik voorgeschreven.

Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. In een staafdiagram is verder gespecifieerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.

Figuur 14 Percentage van de objectlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt worden, uitgezet in tijdvakken waarin ze bereikt worden. Hier zijn de avond, nacht en het weekend weergegeven.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

46

Figuur 15 Opkomsttijden van de eerste drie tankautospuiten overdag. De lichtste kleur geeft de snelste tijd aan (0-10 minuten), de donkerste kleur de langste (30+ minuten).

Figuur 16 Het percentage van de objectlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten worden bereikt (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

In Hoofdstuk 2 (processtap 2) hebben we de operationele prestaties voor de basisbrandweerzorg inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn gebruikt de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen de methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

47

Figuur 17 Beoordeling van gebieden op factor snelheid. Groen is goed (661 buurten), blauw is voldoende (10 buurten), rood is onvoldoende (119 buurten) De punten zijn objecten die bijzondere aandacht vereisen (aandachtsgebieden/-objecten).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

48

Bijlage 4 - Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen maakt voor de beoordeling van de basisbrandweerzorg gebruik van de nieuwe methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Deze methode richt zich op de beoordeling van de basisbrandweereenheid (tankautospuit). De methode geeft geen beoordelingskader voor het redvoertuig en de overige taakgebieden. Wij hebben de opkomsttijden voor hulpverlening, redding op hoogte, natuurbranden en waterongevallen geanalyseerd en beoordeeld.

4a. Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen, maar ook om hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de ambulancedienst of het openen van deuren voor de politie. Daarnaast rukt de brandweer steeds vaker uit voor reanimatie. De operationele prestatie bij hulpverlening, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Snelheid Voor hulpverlening is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. Wij hanteren een streeftijd van 18 minuten voor de opkomst van een hulpverleningsvoertuig. Landelijk wordt gestreefd naar 20 minuten. De eigen opgelegde streefwaarde is daarmee strenger dan waar in het land voor wordt gepleit. Het hulpverleningsvoertuig is altijd ondersteunend aan een basiseenheid (tankautospuit) of aan een Officier van Dienst. Daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kunnen zijn. Onze hulpverleningsvoertuigen staan in de regio geplaatst op de kazernes in Doetinchem, Lichtenvoorde, Apeldoorn, Zutphen, Harderwijk en Wezep. In onderstaande visualisatie is weergegeven in welk deel van de regio binnen 18 minuten een hulpverleningsvoertuig ter plaatse kan zijn (groen).

Figuur 18 Opkomst hulpverleningsvoertuig binnen 18 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

49

Capaciteit De brandweer heeft voldoende slagkracht voor hulpverlening. Zowel bij kleine incidenten als voor stormdagen of bijvoorbeeld bij complexere spoorwegongevallen. Paraatheid en restdekking Hulpverleningsvoertuigen zijn gestationeerd op posten met een beroepsprofiel, met een kazerneringsprofiel en bij posten met een vrij instroomprofiel (vrijwilligers). In het geval van gelijktijdigheid van (maatgevende) incidenten hebben we voldoende eenheden beschikbaar om in te zetten. Daarnaast kunnen interregionale eenheden gealarmeerd worden. Werkdruk Door veranderende incidenten loopt de werkdruk op de hulpverleningsvoertuigen langzaam terug. Het aantal incidenten loopt terug, maar er is ook minder behoefte aan zwaar hulpverleningsmaterieel dankzij andere (veiligere) voertuigtypen en protocollen van de ambulancedienst. Wij hebben hierop geanticipeerd door het aantal hulpverleningsvoertuigen in het dekkings- en spreidingsplan terug te brengen van 11 naar 6. Analyse Hulpverleningsvoertuigen kunnen in het grootste deel van de regio aan de streefwaarde voor de opkomsttijd (15 minuten) voldoen. In de gebieden waar het hulpverleningsvoertuig niet binnen deze tijd ter plaatse kan zijn, is het risico op zware ongevallen te classificeren als laag/gemiddeld. In deze delen van de regio bevindt zich minder infrastructuur zoals snelwegen of spoorlijnen.

Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied ‘hulpverlening’ is op orde. Er is voldoende dekking en capaciteit om incidenten te bestrijden. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

4b. Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig In het Besluit veiligheidsregio’s staat dat het bestuur van de veiligheidsregio vaststelt voor welke objecten bij binnenbrand de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. De opkomstnorm van dit redvoertuig is dan dezelfde als voor de eerste tankautospuit. Ons bestuur heeft in 2012 besloten hiertoe geen noodzaak te zien. Snelheid Voor redvoertuigen is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. Wij hanteren een streeftijd van 18 minuten. Een redvoertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Onze redvoertuigen staan in de regio geplaatst op de posten Doetinchem, Winterswijk, Apeldoorn, Zutphen, Elburg en Harderwijk. In onderstaande visualisatie is een weergegeven in welk deel van de regio binnen 18 minuten een redvoertuig ter plaatse kan zijn (geel).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

50

Figuur 19 Opkomst redvoertuig binnen 18 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

De brandweer is in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Werkdruk We zien een redelijk stabiel aantal inzetten van het redvoertuig. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse De huidige spreiding van de redvoertuigen sluit aan bij de risico’s in de regio en de daarop afgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Conclusie en aanbeveling De spreiding van de zes redvoertuigen is op orde. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte. Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

4c. Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen Een van onze kerntaken bestaat uit uitrukken naar waterongevallen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om mensen of dieren die te water zijn geraakt. De operationele prestatie bij waterongevallen, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Daarbij is gekeken naar de Landelijke Handreiking Waterongevallen bestrijding, welke uitgaat van een drietrapsescalatiemodel: grijpredding, oppervlakteredding en duiken.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

51

Snelheid Alle basiseenheden (tankautospuiten) binnen onze regio zijn uitgerust en geoefend om een grijpredding uit te voeren. Hierbij bevindt het slachtoffer zich aan de oppervlakte in water van maximaal 1,5 meter diep en maximaal 15 meter van de waterkant. De posten Gendringen/Eibergen (zorgen gezamenlijk voor de paraatheid/bezetting één ORT), Groenlo, Gorssel, Lochem, Steenderen, Zutphen, Harderwijk en Heerde hebben een oppervlaktereddingsteam. Deze posten zijn geselecteerd op basis van een natuurlijke spreiding en aanwezigheid van enige waterrisico’s in de omgeving. De eenheid kan een reddingsactie uitvoeren wanneer het slachtoffer zich maximaal 200 meter van de waterkant bevindt en zich aan het wateroppervlak bevindt. In Gendringen, Gorssel, Steenderen, Zutphen, Harderwijk en Heerde beschikken we over brandweervaartuigen. Deze eenheden kunnen een oppervlakteredding uitvoeren vanaf de boot, een onderwaterzoeking doen met behulp van sonar en assisteren bij een duikinzet.

Figuur 20 Opkomst brandweervaartuig binnen 18 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

We hebben in onze regio één duikteam. Dat beschikt over een waterongevallenvoertuig en een brandweervaartuig. Deze eenheid kan een reddingsactie uitvoeren tot een diepte van maximaal 15 meter. Voor de maximale opkomsttijd bij een waterongeval is geen wettelijke norm bepaald. Wij hanteren de volgende opkomsttijden: •

Grijpredding

18 minuten

•

Oppervlakteredding

30 minuten

•

Duikinzet

30 minuten

•

Brandweervaartuig

30 minuten

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

52

Figuur 21 Opkomst duikteam binnen 18 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Figuur 22 Opkomst oppervlaktereddingsteam binnen 18 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Capaciteit Wij kunnen binnen afzienbare tijd capaciteit organiseren voor de bestrijding van waterongevallen. De gebeurt zoals aangegeven op basis van een drietrapsescalatiemodel: grijpredding, oppervlakteredding en duiken. Wij hebben één duikteam in onze regio en acht oppervlaktereddingsteams. Daarnaast is op elke post expertise voor een grijpredding. Wij hebben voldoende slagkracht voor bestrijding van waterongevallen. Paraatheid Het duikteam in onze regio wordt bezet door personeel van de post Harderwijk. In het geval van een gelijktijdige inzet van de tankautospuit en het duikteam bepaalt de bevelvoerder van post Harderwijk welke taak prioriteit krijgt. Voor de taak die eventueel niet vervuld kan worden, worden dan andere eenheden gealarmeerd.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

53

Restdekking Dankzij de interregionale samenwerking met andere duikteams kan er beroep worden gedaan op aangrenzende regio’s. Analyse Wij kunnen bij waterongevallen in een beperkt deel van de regio aan de gestelde streefwaarde voldoen. Dit is in 2022 bestuurlijk geaccepteerd en is er geen significante wijziging van het risicobeeld ontstaan. In de gebieden waar het duikteam niet op tijd kan zijn is het risico op waterongevallen relatief laag. Door de interregionale samenwerking zijn de slagkracht en restdekking hoog. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg voor het taakgebied ‘waterongevallen’ is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.

4d. Beoordeling operationele prestaties bij watertransportsystemen Met een watertransportsysteem kunnen we grote hoeveelheden bluswater vervoeren. Voor het beperken van escalatiescenario’s is het nodig om over voldoende bluswater te beschikken. Daarnaast willen we als vangnet voor falende bluswatersystemen en als tijdelijke overbrugging in geval van een acuut bluswaterprobleem beschikken over voldoende ’water op wielen‘, dat flexibel kan worden ingezet. Mede gezien de langdurige perioden droogte van de afgelopen jaren en de verwachting dat dit in de toekomst vaker kan optreden is er behoefte aan een robuust systeem. Snelheid Wij hebben op cruciale posten ‘water op wielen‘ (Tankwagen Groot – TWG) georganiseerd bij posten. Hierdoor kunnen we snel schakelen en is er op korte afstand voldoende bluswater om mee te starten. In de visie Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) zijn gewenste opkomsttijden van 30 minuten voor de eerste eenheid en voor de tweede eenheid 60 minuten. Capaciteit Dankzij een brede spreiding van 17 voertuigen met een tankinhoud van 16.000 liter bluswater is er altijd minimaal één tankwagen dicht bij een incident gestationeerd. Deze kan direct met de eerste tankautospuit uitrukken.

Daarnaast staan bij andere posten 15 watertransportsystemen van 500 meter (WTS-500) en op 4 locaties (Doetinchem, Winterswijk, Apeldoorn-Zuid en Nunspeet) watertransportsysteem van 1.500 meter (WTS-1500).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

54

Figuur 23 Opkomsttijd van tankwagen groot (TWG) binnen 20 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Figuur 24 Opkomsttijd van watertransportsystemen 500 (WTS500) binnen 30 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

55

Figuur 25 Opkomsttijd van watertransportsystemen 1500 (WTS1500) binnen 60 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Paraatheid De bezetting van de watertransportsystemen komt voornamelijk vanuit vrijwilligers op de posten. De WTS1500 op de post Doetinchem wordt door gekazerneerden bemand. Deze kan daardoor sneller uitrukken dan die vanuit de vrijwillige posten. Restdekking Vanwege een grote spreiding van het materieel is de restdekking geborgd. Analyse Wij kunnen bij vraag naar bluswater voor voldoende materieel en personeel zorgen. Ook hebben we onze voertuigen voldoende gespreid in de regio staan. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg voor het taakgebied ‘bluswatertransport’ is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.

4e. Beoordeling operationele prestaties bij natuurbranden Snelheid Eén van onze kerntaken bestaat uit uitrukken naar natuurbranden. Hierbij gaat het om brand in bijvoorbeeld bermen, heide, bossen of akkerbouw (graansoorten). Onze operationele prestatie bij natuurbranden, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Capaciteit Wij beschikken, na afronding van project vervanging blusvoertuigen, over 18 combivoertuigen (TS-NB Combi) en 8 specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. De combivoertuigen kunnen we inzetten bij zowel natuurbranden als woningbranden of in de opschaling bij grote incidenten. Deze voertuigen zijn voorzien van onder andere vierwielaandrijving. De specialistische voertuigen zijn Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

56

hoofdzakelijk geschikt voor het bestrijden van natuurbranden. Voertuigen zijn voorzien van dakmonitoren waarmee een gerichte blussing al rijdend mogelijk is. Ze hebben ook vierwielaandrijving maar een lichtere variant. Hierdoor zijn ze in het terrein heel wendbaar.

Figuur 26 Opkomsttijd van het aantal natuurbrandbestrijdingsvoertuigen binnen 15 minuten. De donkerste kleur geeft het minst aantal voertuigen weer (0), de lichtste kleur het grootste aantal (5+).

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

57

Figuur 27 Opkomsttijd van drie tankautospuiten. De lichte kleur geeft de kortste opkomsttijd weer (0-10 minuten), de donkerste kleur de langste opkomsttijd (30+ minuten).

In het de periode van 1 maart tot halverwege september, wanneer de kans op natuurbrand het grootst is, streven we ernaar de reserve-combivoertuigen die besteld zijn op de posten Vaassen, Nunspeet, Ermelo, Harderwijk en Winterswijk te stallen. Hiermee neemt de capaciteit c.q. slagkracht in de bestrijding van een natuurbrand met ruim 20% toe. Paraatheid De bezetting van onze natuurbrandvoertuigen wordt voornamelijk door de vrijwillige posten verzorgd. Stationering van deze voertuigen is opgenomen in het materieelspreidingsplan. Dit beoogt een goede spreiding van de risico’s in onze regio. In de directe nabijheid van natuurgebieden zijn veel terreinvaardige voertuigen gestationeerd. Hierdoor kan bij een tijdige alarmering snel een voertuig ter plaatse zijn. Vanuit Meldkamer Oost-Nederland worden, afhankelijk van de weersomstandigheden en de melding van de natuurbrand, twee of vier blusvoertuigen, inclusief operationele leiding, gealarmeerd. Landelijk zijn er geen opkomsttijden bepaald voor natuurbranden. Restdekking In de eerste alarmering zullen de eenheden die op relatief korte afstand van de brand gestationeerd zijn worden gealarmeerd. De Algemeen Commandant Brandweer zal ook mee-gealarmeerd worden indien de brand te groot is om in eerste aanleg te blussen.

De Algemeen Commandant zal in overleg met de meldkamer de restdekking van het gebied bewaken en voertuigen herpositioneren. Een verzoek om interregionale bijstand zal ook gewogen worden op restdekking.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

58

Analyse Wij kunnen bij een natuurbrand voor voldoende materieel en personeel zorgen. Onze voertuigen staan voldoende verspreid in de regio. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg is op orde voor taakgebied ‘natuurbrandbestrijding’. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.

4f. Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Een van onze kerntaken bestaat uit het uitrukken naar ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om uitrukken na meldingen van koolmonoxide, maar ook om ongevallen met giftige stoffen bij bedrijven. De operationele prestatie bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, in relatie tot de risico’s, worden gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In Oost-5-verband is onderzocht wat de mogelijkheden zijn bij het organiseren van gaspakken volgens de landelijke visie Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS). Er zijn verschillende opties uitgewerkt: •

Uitbesteden aan een bedrijf. Dit bleek geen goede optie. Bedrijven kunnen/willen niet alle werkzaamheden uitvoeren. Ook liepen opkomsttijden in verschillende regio’s (waaronder die van ons) op tot meer dan 2,5 uur.

•

Twee steunpunten in Oost-5.

•

Elke regio binnen Oost-5 minimaal één gaspakkenteam.

In Oost-5-overleg is geconcludeerd dat het in stand houden van minimaal één gaspakkenteam per veiligheidsregio de voorkeur heeft. Dit omdat de kennis en vaardigheden dan binnen de regio’s blijven en zij gelijkwaardig bijdragen aan de gaspakkentaak. Basis OntsmettingsEenheid (BOE) De landelijke visie IBGS stelt het volgende t.a.v. de BOE: Het specialisme ontsmetting is (inter)regionaal op basis van het risicoprofiel belegd. Bij een beperkt aantal slachtoffers (<10) kan de basis ontsmettingseenheid ingezet worden. Intussen kunnen slachtoffers door een tankautospuit met de aanwezige middelen ontsmet worden. De basis ontsmettingseenheid kan tevens de ingezette brandweereenheden met persoonlijke beschermingsmiddelen zodanig ontsmetten dat hulpverleningspersoneel veilig uit het pak kan. Deze eenheid speelt op lokale schaal een rol in de arbeidshygiënische ontsmetting van eenheden. De opkomsttijd van de basis ontsmettingseenheid is afhankelijk van het (inter)regionaal samenwerkingsverband. Het regionaal risicoprofiel biedt aanknopingspunten voor de gewenste opkomsttijd voor deze eenheden in de regio. Eén BOE is voldoende op de interregionale schaal van Oost-5.

Er is gekozen voor de locatie Apeldoorn-Centrum in verband met de centrale ligging, de paraatheid van het beroepspersoneel en de combinatie met de gaspakken (BOE en GOE) die op dezelfde post zijn gestationeerd (alle kennis binnen één post). Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

59

Grootschalige OntsmettingsEenheid (GOE) In de landelijke visie IBGS staat het volgende m.b.t. de GOE: Bij grote aantallen slachtoffers dienen de landelijke grootschalige ontsmettingseenheden ingezet te worden. Zij kunnen ingezet worden om capaciteit te leveren voor de ontsmetting, ook kunnen ze ingezet worden om kennis en expertise te leveren (bij standaardafwijking). De opkomsttijd van de GOE is maximaal 2 uur na alarmering en heeft een capaciteit van 90 slachtoffers per uur. Intussen kunnen slachtoffers op een afgezonderde locatie worden ondergebracht. Wij zijn één van de zes veiligheidsregio’s in Nederland die de grootschalige ontsmettingstaak toebedeeld hebben gekregen. Snelheid De inzet bij kleinschalige ongevallen met gevaarlijke stoffen wordt in eerste instantie afgehandeld door de tankautospuit. Deze eenheid kan zich bij laten staan door bijvoorbeeld een gaspakkenteam en/of schuimbluseenheid. In tegenstelling tot de andere specialistische taken is voor de IBGS-taak geen opkomsttijd vastgesteld.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

60

Capaciteit Onze brandweer is in staat om voldoende capaciteit te organiseren voor de bestrijding van incidenten waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Paraatheid en werkdruk De BOE en GOE worden bemenst met een springbezetting van het beroepspersoneel van post Apeldoorn-Centrum. Hierbij maakt de bemanning de keuze tussen de eenheid waarmee wordt uitgerukt, afhankelijk van het incident. Het lage aantal uitrukken in combinatie met een relatief laag risico op dergelijke incidenten maakt een vaste bezetting niet nodig. De paraatheid van de BOE en GOE is daarmee op orde. Analyse Onze dekking en paraatheid bij incidenten met gevaarlijke stoffen is op orde. Conclusies en aanbevelingen Onze brandweerzorg op het taakgebied ‘incidentbestrijding gevaarlijke stoffen’ is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.

4g. Beoordeling operationele prestatie van Redding Groot Vee In het vorige dekkingsplan is melding gemaakt van de projectopdracht om onderzoek te doen naar het onderwerp Redding Groot Vee (RGV). Naast allerlei aanbevelingen op het gebied van materieel, uitrusting en procedures is ook gekeken naar de gewenste opkomsttijd. Dit op basis van de aanwezige vee intensiteit en ervaringen van betrokken posten. De uitkomsten zijn gebruikt in het uitgangspunten document Spreidingsplan VNOG. Conclusie is dat met 7 RGV–eenheden verspreid door de regio, VNOG voldoende capaciteit voorhanden heeft. De opkomsttijd voor de Redding Groot Vee is bepaald op 30 minuten. Snelheid Voor het redden van groot vee is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. VNOG hanteert een streeftijd van 30 minuten. Een voertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Na levering (verwachting medio 2025) van de RGV-eenheden worden deze geplaatst op de posten Genderingen, Lichtenvoorde, Ruurlo, Wehl, Elspeet, Oene en Klarenbeek. In onderstaande visualisatie is een weergegeven in welk deel van de regio binnen 30 minuten een RGVeenheid ter plaatse kan zijn.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

61

Figuur 28 Opkomst redding groot vee eenheid binnen 30 minuten (’s avonds, ’s nachts en in het weekend).

Werkdruk We zien een redelijk stabiel aantal inzetten in agrarisch gebied of zelfs een lichte daling. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse De huidige spreiding van de RGV-eenheden sluit aan bij de risico’s in de regio en de daarop afgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding van vee. Conclusie en aanbeveling De spreiding van de zeven RGV-eenheden voldoet. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding van groot vee. Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

4g. Beoordeling operationele prestatie van Schuimblusvoertuigen Gelet op de 3 scenario’s in het thema technologische omgeving (pagina 10) is er een risico op het ontstaan van incidenten met gevaarlijke stoffen. Schuimblusvoertuigen (SB) hebben de capaciteit om branden te doven door een dikke schuimlaag te creëren die de zuurstoftoevoer naar het vuur afsnijdt en het koelt. Dit type blusvoertuig is vooral effectief bij vloeistofbranden en kan voorkomen dat brandbare vloeistoffen verder verspreiden. Deze voertuigen zijn essentieel voor het bestrijden van grote industriële branden, zoals die in chemische fabrieken en opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en of energiedragers.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

62

Snelheid Voor de inzet van een SB is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. VNOG hanteert een streeftijd van 60 minuten. Een voertuig is altijd ondersteunend aan een tankautospuit, daarvan weten we dat deze in 99% van de regio binnen 18 minuten ter plaatse kan zijn. Gelet op de uitgestrektheid van de regio zijn 3 SB’s nodig om hierin te kunnen voorzien. In het uitgangspunten document Spreidingsplan VNOG is bepaald dat deze voertuigen geplaatst worden op de posten Elburg, Twello en Varsseveld. Alle tankautospuiten zijn voorzien van een kleine hoeveelheid schuim om kleine vloeistofbranden (denk aan autobrand met uitloop van benzine) te kunnen bestrijden. Werkdruk De aantallen inzetten met schuim is relatief laag. Er is geen aanleiding om te zoeken naar mogelijkheden om de werkdruk te verlagen. Deze wordt als beheersbaar beschouwd. Analyse De huidige spreiding van de SB-eenheden sluit aan bij de risico’s in de regio en de daarop afgestemde streefwaarde voor de opkomsttijd. Wij zijn in staat om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij de bestrijding Conclusie en aanbeveling De spreiding van de drie SB-eenheden voldoet. Er is voldoende dekking en capaciteit om binnen afzienbare tijd capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen met blusschuim.

Op basis van het risicoprofiel zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

63

Bijlage 5 - Aandachtsobjecten Op basis van de methode en beoordeling van de dekking zijn binnen ons werkgebied aandachtsobjecten aanwezig. De objecten hebben onderstaande functies. In voorkomende gevallen kan het geval zijn dat een object tot meerdere categorieën hoort. 1. Oude binnenstad. Het betreft hier objecten van het jaar 1900 of ouder. 2. Gebouwen voor slapende, niet-zelfredzame personen: o

Gezondheidzorg: verpleeg- en verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen, categorale woonvormen, gehandicaptenzorg en revalidatiecentra.

o

Celfunctie.

3. Woongebouwen hoger dan 20 meter. Hoogbouw, zoals kantoorpanden, valt volgens deze methode niet onder ‘woongebouwen hoger dan 20 meter’. 4. Portiekwoningen in een portiekflat. Voor deze objecten geldt volgens de GGO-methodiek een opkomsttijd van maximaal 10 minuten. Dit wordt momenteel niet behaald door de brandweer. Hieronder geven wij weer op welke wijze wij beleidsmatig de mate van (brand)veiligheid beïnvloeden in de geclusterde aandachtsobjecten. Zoals in processtap 3 beschreven hanteren wij een risicogerichte werkwijze. Deze zetten we in de komende beleidsperiode voort.

1. Oude binnenstad Binnen VNOG zijn zeven concentraties van objecten binnen het thema ‘oude binnenstad’. Dit objecttype krijgt bijzondere aandacht, omdat een concentratie van dit objecttype leidt tot mogelijke problemen met veilige ontvluchting bij brand. Dit incidentscenario is ook opgenomen in regionaal risicoprofiel 2025-2028, onder scenario ‘Brand in dichte binnenstad’. Passend bij de typering van deze aandachtsobjecten gaat het hier niet om een nieuw risico. In 2022 zijn alle woningen in oude binnensteden en kernen onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, gericht op veilig vluchten bij brand. Komende beleidsperiode wordt onderzocht of het spreidingsgebied van de campagne uit 2022 overeenkomt met de nieuwe berekening uit dit dekkingsplan. De campagne wordt alsnog uitgerold in de gebieden die zijn gemist. Overwogen wordt om een herhalingscampagne te organiseren in de gebieden van 2022. Bereikbaarheid en toegankelijkheid voor hulpdiensten is in dit soort gebieden van belang. De huidige werkprocessen van risicobeheersing en brandweerzorg in combinatie met de gemeenten dragen bij aan een optimale informatiepositie.

2. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen Gezondheidszorg Gezondheidszorgobjecten zijn objecten voor slapende, niet-zelfredzame personen. Wij hebben bijzondere aandacht voor dit soort objecten. In verband met de verminderde zelfredzaamheid in onze regio is hier in potentie een hoger risico op slachtoffers bij brand. Wij willen in adviesprocessen vanuit

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

64

gemeenten dan ook volledig en vroegtijdig betrokken zijn. Van deze objecten is een groot gedeelte voorzien van een doormelding van het brandalarm naar de hulpdiensten. Hiermee wordt een snelle alarmering bij brand geborgd. Celfuncties In onze regio zijn geen objecten met een celfunctie die vanuit de berekende opkomsttijden/dekkingsplan als aandachtsobject naar voren komen. Wij zien dit objecttype als hoogrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook volledig en vroegtijdig betrokken zijn.

3. Hoge woongebouwen In onze regio zijn 23 hoge woongebouwen vanuit het dekkingsplan als aandachtsobject naar voren gekomen. Wij zien dit objecttype als middenrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook vroegtijdig betrokken zijn om te kunnen adviseren over het risico. In 2024 zijn in onze regio alle woningen hoger dan 13 meter onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, ter ondersteuning van het veilig vluchten bij brand.

4. Portiekwoningen In onze regio zijn circa 500 portiekwoningen vanuit het dekkingsplan als aandachtsobject naar voren gekomen. Wij zien dit objecttype als middenrisico-object. Wij willen in adviesprocessen vanuit gemeenten dan ook vroegtijdig betrokken zijn om te kunnen adviseren over het risico. In 2024 zijn in onze regio alle woningen hoger dan 13 meter (waaronder portiekwoningen) onderdeel geweest van de Vluchtsleutelcampagne, ter ondersteuning van het veilig vluchten bij brand.

Dit is een conceptversie van het Dekkingsplan 2025-2028 waarmee het Algemeen Bestuur van VNOG op 27 juni 2024 heeft ingestemd.

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14621836/1