Bijlage Wmo - Programma van Eisen
Tekst van het document
Inkoop Wmo contractperiode 2021 gemeenten Noord Veluwe en Zeewolde Programma van Eisen
INHOUDSOPGAVE 1
UITGANGSPUNTEN BIJ HET INZETTEN VAN PRODUCTEN ............................................................................... 3 1.1
2
ALGEMENE KADERS ....................................................................................................................................... 4 2.1 2.2
3
RESULTAATGEBIEDEN .................................................................................................................................. 3
WET- EN REGELGEVING EN OVERIGE VAN TOEPASSING ZIJN (BEROEPS)CODES EN NORMEN .................... 4 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 4
HET ONDERSTEUNINGSPLAN ......................................................................................................................... 4 3.1
EVALUATIE ONDERSTEUNINGSPLAN ........................................................................................................... 5
4
EISEN AAN PERSONEEL, STAGIAIRES EN VRIJWILLIGERS ................................................................................ 5
5
BEROEPSREGISTRATIE EN EISEN AAN IN TE ZETTEN PERSONEEL .................................................................... 6 5.1 5.2
BASISEISEN .................................................................................................................................................. 6 INZET VRIJWILLIGERS EN/OF ONDERSTEUNEND PERSONEEL ...................................................................... 6
6
MELDINGSPLICHT EN MELDCODE HUISHOUDELIJKE GEWELD EN (KINDER)MISHANDELING .......................... 7
7
KLACHTENREGELING ...................................................................................................................................... 7
8
CALAMITEITEN............................................................................................................................................... 7
9
INZET EN LEVERINGSVOORWAARDEN ........................................................................................................... 7 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
VERWIJZING EN BESCHIKKING ..................................................................................................................... 7 LEVERING ..................................................................................................................................................... 8 OVERGANG NAAR ANDERE AANBIEDER ...................................................................................................... 8 VERVANGING/INZET PERSONEEL ................................................................................................................ 8 ACCEPTATIEPLICHT EN WEIGEREN/BEËINDIGEN DIENSTVERLENING .......................................................... 8
10
COMMUNICATIE EN AFSTEMMING MET DE CLIËNT EN/OF DIENS VERTEGENWOORDIGER(S) ....................... 9
11
SAMENWERKING ........................................................................................................................................... 9 11.1 11.2 11.3 11.4
12
SAMENWERKING MET ANDERE PROFESSIONALS ........................................................................................ 9 WERKTAFELS EN SAMENWERKING TIJDENS WERKTAFELS .......................................................................... 9 INNOVATIE................................................................................................................................................. 10 E-HEALTH ................................................................................................................................................... 11
TARIEVEN EN ADMINISTRATIE ..................................................................................................................... 11 12.1 12.2 12.3
TARIEVEN ................................................................................................................................................... 11 NO-SHOW .................................................................................................................................................. 11 INDEXATIE.................................................................................................................................................. 12
13
WINSTEN EN UITKERINGEN ......................................................................................................................... 12
14
BERICHTENVERKEER WMO .......................................................................................................................... 13
15
CONTRACTMANAGEMENT ........................................................................................................................... 13 15.1 15.2
TOETSING VAN KWALITEIT EN OP NALEVING VAN AFSPRAKEN ................................................................. 13 UITVOERING VAN OPDRACHTEN/SANCTIES .............................................................................................. 14
16
TOEZICHT ..................................................................................................................................................... 15
17
VERANTWOORDING .................................................................................................................................... 15
18
ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING ................................................................................. 16
19
SOCIAL RETURN ON INVESTMENT ............................................................................................................... 16
2
1 UITGANGSPUNTEN BIJ HET INZETTEN VAN PRODUCTEN Algemene visie en uitgangspunten van gemeenten zijn: 1. Het te behalen resultaat voor inwoners staat centraal. 2. Het aanbod moet aanpasbaar zijn aan de lokale situatie. 3. Er ligt een duidelijke regieverantwoordelijkheid bij de gemeente ten aanzien van het WAT. 4. Er ligt een duidelijke regieverantwoordelijkheid bij de aanbieder ten aanzien van de HOE. 5. Gemeenten en aanbieders sturen gezamenlijk op kwaliteit en innovatie. 6. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij aanbieders en gemeenten voor passende ondersteuning. 7. De administratieve lasten worden zoveel mogelijk beperkt. Aanbieder levert effectieve en duurzame ondersteuning, gericht op het behalen van het resultaat en houdt afdoende toezicht op de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van ondersteuning. De doelen die we willen bereiken met de in te zetten ondersteuning: • De aanbieder maakt gebruik van de eigen kracht van de cliënt en zijn omgeving en probeert deze eigen kracht zo veel mogelijk te bevorderen. • Ondersteuning van de aanbieder vindt zoveel mogelijk plaats in de vertrouwde omgeving van cliënt en buurt. • De aanbieder betrekt en versterkt het (sociaal) netwerk. Waar mogelijk schaalt de aanbieder af naar het voorveld, met welzijn en informele zorg.
• De aanbieder realiseert zoveel mogelijk integrale samenwerking met alle betrokken disciplines en domein overstijgende begeleiding, ondersteuning en zorg. • Aanbieder spant zich in de beoogde resultaten van de cliënt te behalen. • Aanbieders laten zien waar hun expertise en kwaliteiten liggen, aan gemeenten en andere aanbieders. • Aanbieders werken onderling samen om het resultaat van de inwoners zo efficiënt mogelijk te behalen. Waardoor een cliënt niet langer ondersteuning ontvangt dan nodig is of de meest passende ondersteuning ontvangt. • Gemeente en aanbieders werken samen aan thema’s die om vernieuwing vragen. • Aanbieders blijven innoveren om tijd en kosten te besparen. • Aanbieders werken efficiënt, en houden oog voor het bieden van passende hulp en afschalen waar nodig. • Gemeente en aanbieders voorkomen onnodige administratie voor cliënt, gemeente en aanbieder. Dit vraagt samenwerking op doorontwikkeling en afstemming op maat. • Gemeente en aanbieder houden rekening met de privacy van de cliënt. 1.1 RESULTAATGEBIEDEN De gemeenten onderscheiden de volgende resultaatgebieden: 1. Huishouden; 2. Regelvermogen en dagstructuur; 3. Administratie en financiën; 4. Sociaal en persoonlijk functioneren; 5. Zelfzorg; 6. Mantelzorgondersteuning. Bovenstaande resultaten zijn vertaald in een resultatenkaart.
Voor iedere cliënt die een melding doet, bepaalt de gemeente op welk resultaatgebied er een probleem is. Meer informatie is terug te vinden in bijlage Resultaatgebieden.
3
2
ALGEMENE KADERS
2.1 WET- EN REGELGEVING EN OVERIGE VAN TOEPASSING ZIJN (BEROEPS)CODES EN NORMEN De aanbieder voldoet en houdt zich onverkort aan alle vigerende wet- en regelgeving zoals, doch niet uitsluitend; • Wmo 2015; • De Algemene Verordening Gegevensbescherming; • Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sectoren (WNT); • De vigerende voor aanbieder van toepassing zijnde (beroeps)codes; • De governancecode zorg1; • Landelijke door de beroepsgroep, waartoe aanbieder behoort geautoriseerde richtlijnen, professionele standaarden en handreikingen die van toepassing en relevant zijn voor het bieden van de gevraagde ondersteuning; • Aanbieder is geregistreerd in het AGB-register Vektis C.V en heeft een geldige AGB-code; • Aanbieder beschikt indien van toepassing over een toelatingsvergunning in het kader van de Wet toetreding zorgaanbieders2. 2.2 GEMEENTELIJK BELEID De aanbieder neemt kennis van, sluit aan bij (de ontwikkelingen van) en handelt naar de inhoud van het gemeentelijk beleid en toepasselijke regelgeving van de gemeenten. 3 HET ONDERSTEUNINGSPLAN De aanbieder maakt met cliënten duidelijke werkafspraken over de levering van de ondersteuning, vastgelegd in een ondersteuningsplan. Basis voor dit ondersteuningsplan is de dienstverleningsopdracht aan aanbieder en indien de cliënt aanbieder hiertoe inzicht geeft; de beschikking van de cliënt.
Het ondersteuningsplan wordt door de aanbieder in de Nederlandse taal opgesteld in een helder en goed leesbaar plan. Het ondersteuningsplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: • Het ondersteuningsplan wordt samen met (een wettelijk vertegenwoordiger van) de cliënt opgesteld. Cliënt kan zich daarbij laten ondersteunen door een onafhankelijk cliëntondersteuner en/of iemand uit zijn/haar netwerk; • Het ondersteuningsplan dat de aanbieder maakt, moet aansluiten op de resultaten die in de dienstverleningsopdracht/beschikking zijn geformuleerd; • De professional stelt het ondersteuningsplan op, nadat hij zelf de situatie van de cliënt en zijn omgeving beoordeeld heeft. • In het ondersteuningsplan wordt aangegeven hoe het resultaat (of meerdere resultaten) kan (kunnen) worden bereikt. Het ondersteuningsplan bestaat uit een reeks van activiteiten (interventies), individueel met de cliënt of in kleine groepen, die ertoe leiden dat het gewenste resultaat wordt gerealiseerd. Het plan heeft voor de inwoner een praktische uitkomst: hoe ziet de hulp er specifiek uit, m.a.w.
SMART formulering (specifiek, meetbaar, actueel, realistisch en tijdgebonden); • Het ondersteuningsplan vertaalt de opdracht in concrete werkafspraken: welke ondersteuning ontvangt de cliënt in de basis, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dagweekprogramma); • Indien delen van de ondersteuning worden uitgevoerd door anderen dan de aanbieder, dan wordt dit in het ondersteuningsplan vermeld; • De ondersteuning wordt conform het gemaakte ondersteuningsplan geboden.
1 2
https://www.governancecodezorg.nl/ https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-180.html 4
• • • • •
Ook wordt in het ondersteuningsplan beschreven hoe de ondersteuning is afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de cliënt daar waar mogelijk een actieve rol speelt in het ondersteuningsproces; Het ondersteuningsplan dient door zowel cliënt/cliëntvertegenwoordiger als aanbieder ondertekend te zijn; De aanbieder verstrekt het ondersteuningsplan aan de cliënt; Het ondersteuningsplan moet binnen 6 weken gereed zijn. Het ondersteuningsplan is na de 6 weken op elk gewenst moment opvraagbaar door de consulent.
3.1 EVALUATIE ONDERSTEUNINGSPLAN Aanbieder evalueert het ondersteuningsplan met de cliënt en/of de cliëntvertegenwoordiger minimaal één keer per jaar of zoveel vaker als door de consulent is aangegeven op basis van de door de gemeenten verstrekte indicatie. Het ondersteuningsplan dient actueel te zijn. • Zes weken voor het einde van de dienstverleningsopdracht / indicatie vullen aanbieder en cliënt een evaluatieverslag in met daarin opgenomen of de resultaten behaald zijn. Indien resultaten niet behaald zijn dient dit gemotiveerd te worden. Dit dient aangeleverd te worden bij de consulent. Het volgende dient minimaal uitgewerkt te worden: i. Evaluatieverslag met daarin minimaal: i. Hoe is het doel behaald? ii. Hoe heeft de inzet van het product er concreet uitgezien? iii. Frequentie van de inzet. iv. Duur per keer. v. Wat werkt wel en wat werkt niet? ii. Door de gemeente bij aanvang gestelde resultaten; iii. Behaald ja/nee; iv. Indien nee, toelichting. 4 EISEN AAN PERSONEEL, STAGIAIRES EN VRIJWILLIGERS Voor de inzet van personeel en vrijwilligers gelden de volgende voorwaarden: 1. De rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon, die de ondersteuning verleent, beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de belanghebbende. 2.
Aanbieder draagt er zorg voor dat de geboden ondersteuning (door eigen medewerkers, onderaannemers, deelnemers, ondersteunend personeel en vrijwilligers) voldoet aan alle wet- en regelgeving, beroepscodes, landelijke door beroepsgroepen geautoriseerde richtlijnen, professionele standaarden en handreikingen die van toepassing is op en relevant zijn voor het bieden van de gevraagde ondersteuning; 3. Het in te zetten personeel dat in loondienst van de aanbieder is, moet uitbetaald worden conform de voor aanbieder geldende cao; 4. De rechtspersoon zorgt voor scholing. Zodanig dat de medewerkers, stagiaires en vrijwilligers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; 5. Personeelsleden, stagiaires en vrijwilligers die in contact komen met de cliënt, zijn door aanbieder gescreend op goed gedrag en hebben geen strafbare feiten gepleegd of hiertoe een poging gedaan. Ze zijn in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Deze verklaring dient specifiek voor de betreffende functie die door de medewerker wordt uitgevoerd te zijn afgegeven. De verklaring mag niet eerder zijn afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene bij de aanbieder in dienst is getreden en niet ouder zijn dan 3 jaar. Deze verklaring dient op verzoek van gemeente per omgaande te worden overgelegd; 6.
In voorkomende gevallen kan de gemeentelijk toezichthouder de aanbieder vragen om een actuele VOG te overleggen van (een van) de personeelsleden of de rechtspersoon.
5
7. Vooruitlopend op de wettelijke verplichting (wetsvoorstel waarschuwingsregister zorgfraude en informatieknooppunt Zorgfraude) is aanbieder aangesloten bij het Waarschuwingsregister Zorg & Welzijn. Zie: www.waarschuwingsregisterzorgenwelzijn.nl 8. De aanbieder beschikt over een vrijwilligersbeleid (wanneer gebruik gemaakt wordt van vrijwilligers) en waarborgt de continuïteit, veiligheid en kwaliteit van de ondersteuning. 5
BEROEPSREGISTRATIE EN EISEN AAN IN TE ZETTEN PERSONEEL
5.1 BASISEISEN Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij landelijk geldende kaders gaan de gemeenten uit van de door Movisie3 opgestelde competenties maatschappelijke ondersteuning. Dit houdt in dat de medewerker van een aanbieder ondersteuning moet kunnen bieden op basis van de volgende competenties/hoofdpunten: • Kan adequaat omgaan met de gezondheidsrisico’s van cliënt, op een manier die recht doet aan het eigen leven van de cliënt, de algemene dagelijkse levensbehoeften van de cliënt en de mogelijkheden die cliënt heeft binnen zijn/haar eigen regie. • Heeft respect voor iemands geloofsovertuiging en/of leefwijze. • Verheldert vragen en behoeften van de cliënt. • Versterkt eigen kracht en zelfredzaamheid van de cliënt. • Is zichtbaar en handelt proactief en specifiek bij minder mondige cliënten of bij cliënten die hun eigen situatie slecht overzien. • Stimuleert verantwoordelijk en oplossingsgericht gedrag van de cliënt. • Stuurt aan op betrokkenheid en participatie van de cliënt. • Verbindt individuele en gemeenschappelijke vragen en potenties. • Werkt samen en versterkt netwerken. • Beweegt zich tussen verschillende werelden en culturen.
• Signaleert en speelt in op veranderingen: o Signaleren als de ondersteuning niet meer passend is; o Voert overleg over niet passende ondersteuning met bij de cliënt betrokken zorgverleners, de consulent en de eigen leidinggevende; o Maakt als het nodig of wenselijk is, afspraken met de cliënt (of diens vertegenwoordiger) over aanpassingen en verbeteringen die passen binnen het ondersteuningsplan. • Is ondernemend en benut professionele ruimte. 5.2 INZET VRIJWILLIGERS EN/OF ONDERSTEUNEND PERSONEEL Een aanbieder kan naast de inzet van een professional in het kader van de ondersteuning - onder toezicht en verantwoordelijkheid van de professional - ondersteunend personeel of vrijwilligers inzetten, De gemeenten stellen aan ondersteunend personeel en vrijwilligers de volgende voorwaarden: • Elke vrijwilliger is goed opgeleid voor zijn of haar taak. • Voor vrijwilligers en stagiaires mogen geen uren gedeclareerd worden. • De inzet van ondersteunend personeel of vrijwilligers is enkel toegestaan na instemming van de cliënt en/of cliëntvertegenwoordiger. • De professional heeft altijd de regie en is het aanspreekpunt. • De inzet van ondersteunend personeel of vrijwilligers doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de ondersteuning; • De inzet van ondersteunend personeel of vrijwilligers vindt plaats in combinatie met en onder toezicht en verantwoordelijkheid van de professional.
• Er zijn duidelijke schriftelijke afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden tussen de professional en ondersteunend personeel of vrijwilligers.
3
https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/publication-attachment/Uitwerking-Competenties-maatschappelijkeondersteuning%20%5BMOV-4434226-1.0%5D.pdf
6
• •
Er is een nauwe samenwerking tussen de professionals en het ondersteunend personeel en/of vrijwilligers met regelmatig en structureel contact. Ondersteunend personeel of vrijwilligers mogen nooit taken uitvoeren die uitsluitend zijn toebedeeld aan professionals.
6 MELDINGSPLICHT EN MELDCODE HUISHOUDELIJKE GEWELD EN (KINDER)MISHANDELING Aanbieder heeft een systeem voor Veilig Incident Melden (VIM), Melding Incidenten Cliënten (MIC) en Melding Incidenten Medewerkers (MIM). Aanbieder signaleert eventuele overbelasting van aanwezige mantelzorgers/vrijwilligers en/of sociaal netwerk en rapporteert dit aan gemeente, lokaal wijkteam of mantelzorgloket. Aanbieder signaleert en handelt bij vermoedens van mishandeling zoals is vastgelegd in de van toepassing zijnde Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.4 Aanbieder zorgt ervoor dat haar medewerkers adequaat handelen in geval van signalen die wijzen op bedreiging van de veiligheid van cliënt en geleiden deze signalen onverwijld door naar de gemeente of door de gemeente aan te wijzen derde(n). In overleg met de gemeente worden de signalen omgezet in concrete acties door aanbieder dan wel door inschakeling van andere bij cliënt betrokken dienstverlenende instanties en professionals op het gebied van wonen, welzijn, participatie, hulp, ondersteuning en zorg. 7 KLACHTENREGELING De aanbieder zorgt voor goede informatie naar de cliënt als iets niet goed is gegaan in de verleende ondersteuning. De klacht en/of uiting van ongenoegen moet met de cliënt worden besproken. De klacht moet binnen 10 werkdagen in behandeling worden genomen door de aanbieder.
Hiervan wordt een aantekening gemaakt in het cliëntendossier. Ook moet de aanbieder een cliënt informeren over de kwaliteit van de zorgverlening wanneer een cliënt daarom vraagt. De aanbieder dient te beschikken over een klachtenregeling voor medewerkers en cliënten die voldoet aan de volgende eisen: • Klachtenregeling conform WKKGZ o De aanbieder heeft een klachtenregeling beschikbaar die gratis toegankelijk is voor cliënten. • Geschilleninstantie o De aanbieder heeft een eigen klachtencommissie of is aangesloten bij een erkende geschilleninstantie zoals bijvoorbeeld het Klachtenportaal Zorg5. 8 CALAMITEITEN Het geldende calamiteitenprotocol van de gemeente is van toepassing. Gegunde aanbieders krijgen het actuele protocol toegezonden. 9 INZET EN LEVERINGSVOORWAARDEN 9.1 VERWIJZING EN BESCHIKKING De maatwerkvoorzieningen en producten die we in het kader van de procedure inkopen zijn niet vrij toegankelijk. Door of namens de gemeenten wordt de toegang tot maatwerkvoorzieningen bepaald en de dienstverleningsopdracht aan aanbieder verstrekt. De gemeenten hebben lokale beleidsvrijheid om in de toekomst andere keuzes te maken en andere partijen voor de toegang tot de maatwerkvoorzieningen aan te wijzen.
4
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode
5
Op https://klachtenportaalzorg.nl/ is een overzicht opgenomen van erkende geschilleninstanties.
7
9.2 LEVERING De aanbieder heeft gedurende de looptijd van de raamovereenkomst een leverplicht en is daarom altijd verplicht tot het leveren van de producten die gecontracteerd zijn. Op het moment dat aanbieder niet kan leveren dient er een proactieve terugkoppeling aan contractbeheer te zijn ter voorkoming van wachtlijsten. 9.3 OVERGANG NAAR ANDERE AANBIEDER Gedurende het ondersteuningstraject kan blijken dat een verwijzing nodig is naar een andere aanbieder. De aanbieder neemt in deze situatie eerst contact op met de behandelend consulent. De aanbieder heeft de verantwoordelijkheid om te zoeken naar een passend vervolgaanbod bij één van de andere door gemeenten gecontracteerde aanbieders, dit in samenspraak met de consulent en cliënt. De aanbieder organiseert een zogenoemde ‘warme overdracht’. Dit houdt in ieder geval in dat de aanbieder zorgt dat contact plaatsvindt tussen de cliënt, de consulent en de nieuwe aanbieder. Totdat de overdracht definitief is geregeld, blijft de huidige aanbieder verantwoordelijk voor de ondersteuning van de cliënt. 9.4 VERVANGING/INZET PERSONEEL De ondersteuning aan de cliënt wordt zoveel mogelijk geboden door vaste medewerkers en een vaste vervanger in het kader van continuïteit.
In geval van vakantie of afwezigheid van de medewerker moet de aanbieder indien de cliënt dit wenst zorgen voor het zonder onderbreking voortzetten van de ondersteuning. De aanbieder is verantwoordelijk voor de vakantieplanning die hierin dient te voorzien. 9.5 ACCEPTATIEPLICHT EN WEIGEREN/BEËINDIGEN DIENSTVERLENING De aanbieder dient binnen 5 werkdagen na ontvangst van de opdracht contact op te nemen met de cliënt. De ondersteuning dient te starten binnen 15 werkdagen na ontvangst van de opdracht. De aanbieder is verplicht om de opdracht tot levering te accepteren, dan wel gemotiveerd te weigeren en hier melding van te maken bij de consulent, wanneer een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen: • De aanbieder niet het juiste specialisme heeft. • De aanbieder, of een van zijn medewerkers, is bewindvoerder van de cliënt. • De aanbieder, of een van zijn medewerkers, heeft een overwegende invloedrelatie op de cliënt, zoals mentorschap of voogdij. • De aanbieder, of een van zijn medewerkers, is een familielid in de eerste of tweede graad van de cliënt, of onderhoudt een persoonlijke relatie met de cliënt.
De aanbieder kan naast bovengenoemde redenen de opdracht tot levering van ondersteuning alleen weigeren om de volgende reden: • De aanbieder heeft zwaarwegende redenen op grond waarvan de verlening van ondersteuning in redelijkheid niet van aanbieder kan worden verlangd. Voorbeelden van zwaarwegende redenen zijn: • Een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt, omdat de persoonlijke veiligheid of vrijheid van de zorgverlener en/of medecliënten in gevaar is. Deze situatie kan ontstaan vanuit de cliënt, maar ook vanuit de handelwijze van familie en/of naasten van de cliënt. • Een onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie met de cliënt. • Het aantoonbaar door cliënt of naasten niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk schriftelijk aandringen of waarschuwen door aanbieder. Op de aanbieder rust de verplichting om het bestaan van één of meer omstandigheden volledig en binnen 5 werkdagen schriftelijk kenbaar te maken bij de consulent van de gemeente(n) en de opdracht via iWmo 8
weigeren of te beëindigen. De gemeente(n) besluit(en) de weigering al dan niet toe te staan. In de besluitvorming maken de gemeenten de volgende afwegingen: • Het belang van de cliënt ten opzichte van de belangen van andere cliënten. • Wordt het gedrag van de cliënt (mede) veroorzaakt door de aandoening van de cliënt. 10 COMMUNICATIE EN AFSTEMMING MET DE CLIËNT EN/OF DIENS VERTEGENWOORDIGER(S) De aanbieder verstrekt duidelijke informatie naar cliënten, wettelijk vertegenwoordigers en/of de mantelzorgers; onder meer over de organisatie, het aanbod, de klachtenregeling, de borging van de privacy en de bereikbaarheid van de organisatie. Deze informatie wordt kosteloos ter beschikking gesteld. De aanbieder houdt de informatie op de eigen website actueel en/of heeft actueel informatiemateriaal. Dit betekent dat: • De informatie voor alle cliënten goed te begrijpen en te lezen is; • De cliënt goed is geïnformeerd over zijn rechten en plichten (inspraak, informatieplicht, ondersteuning, vereiste materialen in huis, privacy, klachten, schadevergoeding, de cliëntenraad); • De cliënt weet waar hij terecht kan met vragen, wensen, problemen en/of klachten; • De aanbieder de cliënt snel en correct informeert over wat er met zijn vragen, wensen, problemen en/of klachten gebeurt; • De cliënt een vaste contactpersoon/vertrouwenspersoon heeft binnen de organisatie.
Deze contactpersoon is goed bereikbaar. 11 SAMENWERKING 11.1 SAMENWERKING MET ANDERE PROFESSIONALS De aanbieder zorgt voor een goede samenwerking met andere professionals, zoals: welzijn/maatschappelijk werk, consulenten, zorgaanbieders die actief zijn bij de cliënt vanuit andere weten regelgeving, Jeugdzorg en andere relevante actoren. Wanneer er meerdere partijen betrokken zijn, wordt in samenspraak met cliënt en zijn of haar netwerk, afgesproken welke professional als casemanager fungeert. In de samenwerking ligt de focus op het in de dienstverleningsopdracht en ondersteuningsplan geformuleerde resultaat. Dit overstijgt de eigen belangen van de aanbieder. De aanbieders zijn verplicht om samen te werken op basis van de volgende principes: • Het belang van de cliënt staat voorop in de samenwerking; • Uitgangspunt is één gezin, één plan; • De aanbieders verdiepen zich in elkaars ervaring, kennis en vaardigheden. Een aanbieder denkt desgevraagd voor het 18e jaar van de cliënt mee over de benodigde ondersteuning. Hiermee wordt een doorgaande lijn voor een 18 jarige mogelijk gemaakt. Tevens zoekt de aanbieder afstemming met de zorgaanbieder waar de 18 jarige voor die tijd in zorg was.
De aanbieder heeft nadrukkelijk aandacht voor de overgang naar de Wlz en Participatiewet en maakt dit op tijd bespreekbaar met de inwoner en werkt samen met zorgprofessionals en consulenten participatiewet. Er wordt samen met de cliënt (en zijn/haar sociaal netwerk) actief gekeken hoe deze overgang voor de cliënt zo makkelijk mogelijk kan worden gemaakt. 11.2 WERKTAFELS EN SAMENWERKING TIJDENS WERKTAFELS We willen investeren in partnerschap met aanbieders. Daarvoor richten we werktafels in, bestaande uit de volgende samenstellingen: 1. Per product, regionaal met de gecontracteerde aanbieders; 2. Thematisch, regionaal met de gecontracteerde aanbieders. De werktafels worden vanuit de gemeente geïnitieerd (contractmanagement en beleid), maar gezamenlijk wordt de agenda bepaald. 9
Om bovenstaande te realiseren, vragen we van aanbieders om minimaal 1x per kalenderjaar deel te nemen aan een werktafel. De werktafels dienen een werkbare omvang te hebben en kennen daarom de volgende basisregels: • De gemeente(n) laten alleen rechtstreeks gecontracteerde aanbieders of een afgevaardigde daarvan toe (dus geen onderaannemers en/of deelnemers aan een gezamenlijke entiteit). • Per aanbieder kan er maximaal 1 afgevaardigde deelnemen aan de werktafel tenzij we, in verband met het te behandelen onderwerp, expliciet toestemming hebben gegeven om met meerdere afgevaardigden deel te nemen aan de werktafel. • Afhankelijk van het thema kunnen ook andere partijen uit het maatschappelijk veld uitgenodigd worden. 11.3 INNOVATIE Samenwerkende gemeenten staan voor uitdagingen met het oog op politieke-, economische-, budgettaire-, bestuurlijke- of organisatorische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen, onder andere, teweeg brengen dat: • Een krimp of groei van cliënten ontstaat; • Producten worden aangepast; • Producten worden vervangen door nieuwe producten; • Producten worden beëindigd; • Producten worden omgezet van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening; • Pilots worden geïnitieerd en uitgevoerd; • Andere vormen van financiering worden ontwikkeld; • Tarieven wijzigen; • Programma’s van eisen moeten worden aangepast; • Inkoopvoorwaarden moeten worden aangepast.
Waar mogelijk zal een verschuiving optreden van zwaardere naar lichtere vormen van zorg en van maatwerk naar algemene voorzieningen. Aanbieders kunnen hun producten daarop blijven afstemmen, zij het met een perspectief op de transformatie en het afnemende financiële kader ten opzichte van voorgaande jaren. Aanpassingen worden tijdig gecommuniceerd en worden, in principe, vooraf verkent met betrokken aanbieders. Met zijn inschrijving gaat aanbieder akkoord dat deelname aan pilots voorbehouden kan zijn aan aanbieders die actief ondersteuning bieden in een bepaald(e) wijk, dorp of anderszins geografisch beperkt gebied. 1. Gemeente is vanuit haar taakgebied verantwoordelijk voor transformatie, innovatie, partnerschap en het aanpakken van maatschappelijke problemen. 2. Aanbieder wordt nadrukkelijk gevraagd deel te nemen aan innovatietrajecten en initiatief te tonen ten aanzien van innovaties en transformatie. 3. Aanbieder stelt zich op als partner en heeft een proactieve houding ten aanzien van transformatie, innovatie en het gezamenlijk aanpakken van maatschappelijke problemen. 4. Gemeente heeft het recht om de in de inkoopdocumenten gestelde eisen en criteria aan te passen in het licht van productvernieuwing en transformatie.
Een en ander kan leiden tot aanpassing van de al bestaande zorgvormen en/of producten en tarieven, dan wel tot uitvraag van nieuwe zorgvormen en/of producten. 5. Wanneer producten en diensten met aanbieder worden gecontracteerd, is aanbieder verplicht deze producten en diensten te blijven leveren gedurende de periode van de betreffende toewijzing. Deze verplichting bestaat ook wanneer sprake is van transformatie (bijvoorbeeld vereenvoudiging van producten of diensten). 6. Gemeente heeft het recht van aanbieder te verlangen dat producten en diensten, die worden geleverd op basis van een afgegeven toewijzing, worden omgezet naar het op basis van de transformatie ontwikkelde alternatieve product of dienst. 7. Gemeente zal “de markt”, tijdig, betrekken via werktafels en een redelijke termijn in acht nemen met betrekking tot implementatie van het ontwikkelde en/of in te zetten alternatieven. 10
8. Indien aanbieder onvoldoende innovatie toevoegt is gemeente gerechtigd initiatieven aan te gaan met niet gecontracteerde partijen. Gemeenten bepalen of innovatie in aanmerking komt voor een eventuele financiering. 11.4 E-HEALTH De cliënt staat centraal. Gemeenten vragen dan ook van aanbieders om in overleg met de cliënt te kijken of cliënt gebruik wil maken van innovatieve ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld OZOVerbindzorg. OZOverbindzorg is een digitaal platform voor communicatie voor zorgverleners, dat aangestuurd wordt door cliënten en/of hun mantelzorgers. Het is geen digitaal patiëntendossier, maar een instrument om informatie tussen verschillende schakels in de zorg- en ondersteuningsketen uit te wisselen. Naast bovenstaand platform kunnen ook andere e-health applicaties ontwikkeld worden tijdens de looptijd. Tijdens de werktafels zullen deze ontwikkelingen besproken worden. 12 TARIEVEN EN ADMINISTRATIE 12.1 TARIEVEN De voor de producten geldende tarieven en de onderbouwing daarvan zijn opgenomen in de bijlage Tarieven en onderbouwing. Er wordt gesproken over reële tarieven. Daarmee wordt bedoeld dat bij de berekening van de tarieven gezocht is naar een goede verhouding tussen de prijs voor levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van diezelfde voorziening. Buiten deze tarieven kunnen en mogen geen andere kosten worden gedeclareerd.
Daarbij geldt dat alleen directe cliëntgebonden tijd kan worden gedeclareerd. De volgende cliëntgebonden uren zijn door de aanbieder te declareren: • Directe cliëntgebonden tijd: o Direct in aanwezigheid of in contact met de cliënt of zijn aangewezen vertegenwoordiger, waaronder dus één op één contact tijdens de begeleiding face-to-face, ear-to-ear, screento-screen contact met de cliënt of zijn aangewezen vertegenwoordiger.6 De volgende cliëntgebonden uren zijn niet te declareren omdat ze al verwerkt zijn in de tarieven: • Indirect cliëntgebonden en niet declarabele tijd: o Verslaglegging en verantwoording van de ondersteuning (voor zover niet uitgevoerd in directe aanwezigheid of contact met de cliënt); o Overleg en afstemming die een directe relatie hebben met het ondersteuningsplan en de cliënt, voor zover deze niet plaatsvinden in aanwezigheid van de cliënt en of zijn vertegenwoordiger, zoals collegiaal overleg inzake de cliënt, overleggen met derden (zowel zorgprofessionals, welzijnsmedewerkers, mantelzorgers als naasten). o Voorbereidingstijd voor een overleg; o Reistijd van en naar de cliënt (zowel werk-werk, woon-werk als werk-woon); 12.2 NO-SHOW Het is aan de aanbieder en de cliënt, die zich vooraf aan het ondersteuningsplan gecommitteerd hebben, goede afspraken te maken over beschikbaarheid van de cliënt.
No show is daarom niet declarabel en geen onderdeel van de kostprijs. Bij no show dient de aanbieder duidelijke afspraken met de cliënt te maken om dit in de toekomst te voorkomen. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van de aanbieder dat deze het werkproces zo inricht dat bij afmelding de werkplanning adequaat wordt aangepast.
6
Inzet van digitale middelen juichen we toe maar mag een beperkte vervanging worden van face-toface contact bij de cliënt.
11
Wanneer no show een terugkerend probleem is, wordt van de aanbieder verwacht dat er onderzocht wordt of de vorm van ondersteuning (nog) wel passend is of dat er wellicht andere vormen van ondersteuning nodig zijn. Daarover kan het gesprek aangegaan worden met de consulent van de desbetreffende gemeente. Uitgezonderd op bovenstaande wordt no show wel - ten dele - vergoed bij het product specialistische begeleiding. Dit betreft een doelgroep waarbij no show voortkomt uit complexe problematiek. • Per indicatieduur kunnen er maximaal 3 uren gedeclareerd worden. • Declaratie geschiedt via een aparte iWmo declaratiecode. • De vergoeding bedraagt 50% van het uurtarief. • Van no show is sprake wanneer cliënt niet verschijnt en zich niet tijdig (24 uur voor de afspraak) heeft afgemeld. 12.3 INDEXATIE De tarieven in het gemeentelijke sociaal domein zijn opgebouwd uit meerdere componenten, waarvoor verschillende indices zijn aangewezen. De indexatie zal als volgt plaatsvinden: 1. Salariskosten: Het aandeel van de salariskosten is bij de ambulante functies 90% en bij de verblijfsfuncties 82%. Daarvoor gebruiken wij het CBS prijsindexcijfer voor de loonontwikkeling in de gezondheidszorg (deel verzorging en welzijn). Deze wordt achteraf vastgesteld. Voor het voorlopige indexcijfer voor het lopende jaar, wordt gebruik gemaakt van de voorlopige OVA, zoals de overheid die vaststelt. 2.
Materiële kosten: Het aandeel van de materiële kosten is bij alle producten 8%. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het CBS prijsindexcijfer voor de consumentenprijzen, de CPI. Deze wordt jaarlijks ook voorlopig vastgesteld. 3. Kapitaallasten: Het aandeel voor de kapitaallasten is bij de ambulante functies 2% en bij de verblijfsfuncties 10%. Hiervoor wordt gebruik gemaakt de NZa index kapitaallasten. Deze wordt jaarlijks ook voorlopig vastgesteld. De werkwijze is als volgt: • Voorafgaand aan het nieuwe jaar worden de berekende tarieven geïndexeerd op basis van 50% van de voorlopige indices zoals die voor het volgende jaar worden voorzien. • Voor het daaropvolgende jaar wordt eerst het tarief over lopende jaar gecorrigeerd op basis van de werkelijke uitkomsten van de indices over het lopende jaar; en dan geïndexeerd op basis van 50% van de nieuwe voorlopige waarden voor volgende jaar. Er vindt geen verrekening plaats over het verschil tussen de voorlopige en de werkelijke indices. Na toepassing worden de tarieven van hulp bij huishouden, begeleiding regulier, begeleiding specialistisch, begeleiding groep regulier en begeleiding groep arbeidsmatig eerst deelbaar gemaakt (naar minuten) en vervolgens naar boven afgerond (2 decimalen) om niet onder de kostprijs uit te komen. De indexatie van de daaropvolgende jaren vindt steeds plaats over het tarief vóór afronding.
13 WINSTEN EN UITKERINGEN Gemeente streeft naar een vanzelfsprekende soberheid. Dit betekent dat aanbieders een bijdrage dienen te leveren aan het betaalbaar houden van het Sociaal Domein. Aanbieders kunnen een positief bedrijfsresultaat behalen. Positieve bedrijfsresultaten kunnen worden ingezet voor bijvoorbeeld een goede financiële compensatie voor werknemers, of investering en innovaties ten behoeve van het Sociaal Domein Regio Noord Veluwe en Zeewolde. • Gemeente accepteert niet zonder een valide opgaaf van redenen dat aanbieder excessief hoge bedrijfsresultaten (winsten) behaald (> 8%), excessief hoge kosten, rendementen voor eigenaren/aandeelhouders en/of opbrengsten voor directie/bestuurders realiseert; • Indien hier naar oordeel van gemeente sprake van is, is aanbieder gehouden om volledige openheid van zaken te geven inzake haar bedrijfsvoering;
12
•
Indien aanbieder in de situatie zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel niet of niet voldoende meewerkt of indien de bedrijfsresultaten daar aanleiding toe geven, kan dit leiden tot (bijvoorbeeld) een administratieve audit, extra kwaliteitscontroles en/of rechtmatigheidscontroles. Indien de uitkomsten daarvan daartoe aanleiding geven, kan dit maatregelen tot gevolg hebben zoals een terugvordering van uitbetaalde declaraties, een toewijzingsstop, verlaging van tarieven en/of beëindiging van het contract.
14 BERICHTENVERKEER WMO De gemeente(n) en aanbieder communiceren via het berichtenverkeer van de iWmo. Dit berichtenverkeer verloopt aan de hand van landelijke vastgestelde gegevensstandaarden (de zogenaamde i-standaarden7). De gemeenten hanteren de standaard gegevens set en hanteren de berichten inclusief retourberichten voor de verplichte velden. Gemeenten en aanbieders hanteren de meest actuele versie van de i-standaarden. Standaard beschrijvingen als invulinstructies zijn te vinden op de website www.istandaarden.nl van Zorginstituut Nederland en https://www.vektis.nl/standaardisatie. 15 CONTRACTMANAGEMENT De gemeenten zetten contractmanagement in om de overeenkomst met de aanbieders te managen en sturen op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning met het oog op kwaliteitsborging. Dit heeft tot doel om binnen het contract de risico’s te beheersen en de cliënt zo optimaal mogelijk te ondersteunen. Onder contractmanagement vallen ook alle activiteiten gericht op het verkennen, starten, onderhouden en verder ontwikkelen van een samenwerkingsrelatie met aanbieders. Per jaar heeft de gemeente contactmomenten met aanbieders (los van de werktafels). Aanbieder is verplicht hieraan deel te nemen. Het moment en de vorm van deze contactmomenten wordt nader bepaald en in overleg afgesproken.
In de contactmomenten kijken de gemeenten naar de behaalde resultaten, contractuele vereisten, voorwaarden, financiën en kwaliteit. Voor het aanleveren van rapportages is in de bijlage een schematisch overzicht van de onderwerpen opgenomen die in de managementrapportage en jaarlijkse uitvraag gevraagd worden. 15.1 TOETSING VAN KWALITEIT EN OP NALEVING VAN AFSPRAKEN Wanneer een aanbieder eenmaal een raamovereenkomst en cliënten heeft, blijven de gemeenten controleren of een aanbieder werkt en blijft werken volgens de gemaakte afspraken. Dit houdt zowel de gemeenten als de aanbieders scherp. Gemeenten hanteert monitoring op naleving van alle voorwaarden en eisen, binnen een integrale aanpak voor kwaliteit, toezicht en handhaving. Deze taak is belegd bij contractmanagers, kwaliteitsmedewerkers en toezichthouders (met speciale bevoegdheden) van de gemeenten. Een continu proces van analyse en evalueren, keuzes maken, plannen en verbeteringen doorvoeren. • Gemeenten toetsen gedurende de looptijd van de overeenkomst de daadwerkelijke realisatie van de doelen en resultaten zoals opgenomen in het bij de inschrijving op de aanbesteding ingediende plan van aanpak. Indien blijkt dat doelen en/of resultaten niet of slechts gedeeltelijk zijn behaald, ontvangt aanbieder een aangetekende brief van deze tekortkoming.
De aanbieder heeft de mogelijkheid om de doelen en resultaten alsnog na te komen. Indien de nakoming niet of niet volledig aan de daaraan gestelde eisen voldoet komt aanbieder niet in aanmerking voor verlenging van de overeenkomst. • De gemeenten behouden zich het recht voor – al dan niet middels de Toezichthouder – de administratie en locaties waar dienstverlening wordt verleend van aanbieder te controleren teneinde de juiste nakoming van de verplichtingen van aanbieder uit hoofde van de
7
zie www.istandaarden.nl. iSociaal domein is het overkoepelende ketenbureau.
13
•
• • •
• • • • • • •
overeenkomst te kunnen waarborgen. Aanbieder dient hieraan zijn volle medewerking te verlenen. Gemeenten hebben eveneens het recht om de kwaliteit van de dienstverlening bij de cliënt - al dan niet middels een onafhankelijke derde - te laten toetsen aan de gestelde kaders van de overeenkomst en de dienstverleningsopdracht/toewijzing. Aanbieder dient hieraan zijn volledige medewerking te verlenen. Indien de gemeenten van voornoemde bevoegdheid gebruik maken, zijn de kosten van deze controle voor haar rekening, tenzij uit de controle blijkt dat er sprake is van onregelmatigheden aan de zijde van de aanbieder in het nadeel van gemeenten en/of cliënten; Aanbieder heeft de verantwoordelijkheid – al dan niet met behulp van derden – zelf toezicht te houden op de kwaliteit en de rechtmatigheid van de in deze overeenkomst bedoelde ondersteuning. Aanbieder overlegt op eerste aanvraag van gemeenten gevraagde rapporten, verslagen en verklaringen. Aanbieder is verplicht gemeenten onverwijld in kennis te stellen van ieder rapport met aanbeveling dat Aanbieder betreft, uitgebracht door de IGJ of toezichthouder in het kader van de Wmo, Participatiewet, Jeugdwet, Wlz of de Zvw. Nadat door de IGJ of toezichthouder een niet openbaar rapport over aanbieder is uitgebracht meldt aanbieder dit bij gemeenten en biedt dit ter inzage aan.
Openbare rapporten worden door aanbieder aan gemeenten ter beschikking gesteld en goed vindbaar voor cliënten op de website van aanbieder geplaatst. Aanbieder is verplicht mee te werken aan monitoring en onderzoeken. Te denken valt aan, doch niet beperkt tot, het periodiek aanleveren van managementinformatie. Zie voor het periodiek aanleveren van managementinformatie de bijlage managementrapportage en jaarlijkse uitvraag. De voortgang en verantwoording van de hierboven gemaakte afspraken zijn onderwerp van gesprek tussen gemeenten en aanbieder. Aanbieder informeert gemeenten zo spoedig mogelijk over dreigende financiële problemen, continuïteitsproblemen en/of een dreigend faillissement die een risico kunnen opleveren voor de nakoming van hun verplichtingen uit de overeenkomst. In geval van dreigende financiële problemen, mogelijke continuïteitsproblemen en/of een dreigend faillissement of staking van de onderneming dient betreffende aanbieder een verbeterplan te overhandigen. Indien er daadwerkelijk een faillissement volgt of staking van de onderneming is de aanbieder verantwoordelijkheid voor een warme overdracht van cliënten. Andere aanbieders werken in dergelijke gevallen mee aan overname van cliënten en indien mogelijk personeel.
Aanbieder verplicht zich, conform nadere eisen van de gemeente, gegevens te verstrekken die nodig zijn in het kader van verantwoordings-, beleids- en stuurinformatie. Dit betreft zowel financiële en bedrijfsmatige informatie, als informatie over de kwaliteit van geleverde zorg. Aanbieder dient zorg te dragen voor een AVG geschikte vorm van e-mailen.
15.2 UITVOERING VAN OPDRACHTEN/SANCTIES • Indien aanbieder niet of niet voldoende voldoet aan de gestelde eisen in deze raamovereenkomst dan treedt het escalatiemodel in werking.8 Wanneer een aanbieder niet of onvoldoende meewerkt of indien de bedrijfsresultaten daar aanleiding toe geven, kan dit maatregelen tot gevolg hebben zoals een terugvordering van uitbetaalde declaraties, een toewijzingsstop en/of beëindiging van het contract. • Aanbieder heeft te allen tijde de verantwoordelijkheid dat de ondersteuning veilig, adequaat en in het belang van de cliënt wordt uitgevoerd. Indien daar aanleiding toe is heeft de gemeente het recht om, per direct en zonder nadere aankondiging: 1. Een cliëntenstop toe te passen op aanbieder; 2. En/of een direct opeisbare boete van € 1000,- per gebeurtenis op te leggen; 3. En/of per direct cliënten te verplaatsen van de betreffende aanbieder naar een andere aanbieder wanneer er sprake is van signalen die kunnen duiden op misstanden en/of fraude of situaties 8
Het escalatiemodel wordt door de gemeente nader uitgewerkt en in later stadium gedeeld met gecontracteerde aanbieders.
14
•
waarbij de veiligheid van de cliënt en de kwaliteit van de dienstverlening in het geding is, bijvoorbeeld wanneer: o Er negatieve ervaringen zijn van andere gemeente(n) waar aanbieder actief is/was. o Er sprake is van lopende onderzoeken/inspectie naar misstanden en/of fraude bij aanbieder, of bij gerelateerde (zuster) organisaties (waaronder ook onderaannemers/leden). Hierbij heeft aanbieder te allen tijde een directe meldingsplicht, waarbij aanbieder het inspectie- en/of toezichtrapport actief deelt met gemeente. o Er sprake is van fraudeonderzoek bij: ▪ Het plegen of trachten te plegen van valsheid in geschrifte. ▪ Bedrog. ▪ Benadeling van rechthebbenden ▪ Verduistering bij de uitvoering van Wmo- of aanvullende wetgeving (Jeugdwet, Zvw, Wlz) door de aanbieder, met het doel een prestatie, vergoeding, betaling of ander voordeel te krijgen waarop aanbieder geen recht heeft of kan hebben. In geval van vastgestelde fraude, binnen de contractering met gemeente, heeft de gemeente eveneens het recht om de toetreding per direct te beëindigen en/of schadevergoeding te vorderen. De gemeente heeft hierbij ook het recht ten onrechte gedane betalingen terug te vorderen vermeerderd met wettelijke rente en te maken kosten, al dan niet door verrekening met nog openstaande dan wel toekomstige declaraties.
De gemeenten zullen prudent omgaan met het opleggen van sancties. Veiligheid van de cliënt en rechtmatigheid zijn daarbij het uitgangspunt. Om een en ander meer concreet te maken werken de gemeenten een escalatiemodel uit. 16 TOEZICHT De aanbieder werkt kosteloos mee aan alle vormen van controle, kwaliteits- en rechtmatigheidsonderzoek en steekproeven door of namens de gemeenten op juistheid van de gegevens, rechtmatigheid of op de geleverde kwaliteit door contractmanagement of de door de gemeentelijk toezichthouders. 17 VERANTWOORDING De gemeenten stellen de volgende eisen aan de verantwoording: • Op de aanbieder rust een meld- en informatieverplichting ten aanzien van alles wat redelijkerwijs van invloed is, dan wel kan zijn op de uitvoering van ondersteuning op grond van de Wmo, dan wel op de nakoming van verplichtingen uit dit Programma van Eisen en bovenliggende overeenkomsten. Aanbieders doen bij vermoeden van fraude, misleiding e.d. bij andere zorgaanbieders melding via https://www.nza.nl/contact/meldpunt. • De aanbieder stelt jaarlijks, uiterlijk voor 1 maart in het volgende jaar, een productieverantwoording op conform de formats zoals opgenomen in het landelijk ‘Algemeen Accountantsprotocol financiële Productieverantwoording Wmo 2015 en Jeugdwet’9.
• Wanneer de totale jaarproductie van de Wmo 2015 meer is dan € 125.000,- moet bij de productieverantwoording Wmo 2015 een controleverklaring van een gecertificeerde accountant worden toegevoegd. Voor de specifieke richtlijnen sluiten wij aan bij het landelijk ‘Algemeen Accountantsprotocol Financiële Productieverantwoording Wmo 2015 en Jeugdwet’. De accountantsverklaring dient uiterlijk voor 1 april in het volgende jaar te worden aangeleverd. • Wijzigingen in het landelijk ‘Algemeen Accountantsprotocol Financiële Productieverantwoording Wmo 2015 en Jeugdwet’ zullen worden gevolgd. • Indien aanbieder niet tijdig de accountantsverklaring aanlevert conform het landelijk accountantsprotocol dan kunnen gemeenten een accountant aanwijzen die op kosten van aanbieder alsnog de accountantsverklaring aanlevert.
9
https://i-sociaaldomein.nl/cms/view/57979208/landelijk-accountantsprotocol-en-modelproductieverantwoording 15
• • • • • •
Indien aanbieder niet tijdig de productieverantwoording aanlevert conform het landelijk accountantsprotocol dan kunnen de gemeenten een financieel manager aanwijzen die op kosten van aanbieder alsnog de productieverantwoording aanlevert. De gemeente (of een door de gemeente daartoe aangewezen derde) is te allen tijde gerechtigd verwachte en onverwachte controles uit te voeren op de inhoudelijke kwaliteit en op presentieen financiële administraties van de aanbieder. Het is de gemeente toegestaan second opinions door onafhankelijke deskundigen uit te laten voeren. Uitkomsten hiervan worden met de aanbieder besproken. De aanbieder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de fiscale rubricering. Gemeente kan jaarlijks vanaf 1 juni een jaarrekening met betrekking tot het voorgaande jaar opvragen bij aanbieder. Indien gemeente de jaarrekening opvraagt, is aanbieder verplicht deze direct aan te leveren. De aanbieder werkt indien de gemeente hierom vraagt mee aan de uitvoering van de Landelijke Beleidsmonitor Sociaal Domein en/ of nog te ontwikkelen monitoren.
18 ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING Aanbieders moeten bij start van de raamovereenkomst voldoen aan de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)10. Dat houdt in dat de aanbieder beschikt over: • Een privacybeleid, zoals omschreven in de AVG. • Een Register van verwerkingen, zoals omschreven in de AVG. • Een Register datalekken, zoals omschreven in de AVG. • Een Data Protection Impact Assessment, zoals omschreven in de AVG. De gemeenten maken afspraken met aanbieders omtrent hoe zij omgaan met gegevensverwerking. In lijn met artikel 5.1.2 van de Wmo 2015 zijn gemeente en aanbieder zelfstandig verwerkersverantwoordelijk en in dat kader bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens volgens de AVG. Deze afspraken zijn vastgelegd in het document Verwerking Persoonsgegevens (zie bijlage in Negometrix). 19 SOCIAL RETURN ON INVESTMENT Gemeenten verwachten van Dienstverleners dat deze een bijdrage leveren aan Social Return on Investment (SROI). Concreet betekent dit dat aanbieder zich inspannen om mensen in dienst te nemen met een uitkering en om werk- en stageplekken te bieden aan Wsw-ers (Wet sociale werkvoorziening) en leerlingen. De inzet van SROI is bij aanvang van de overeenkomst een inspanningsverplichting. In het overleg over de uitvoering van de overeenkomsten, die gemeenten periodiek organiseren wordt besproken wanneer de verplichting in gaat.
Voor nadere uitwerking zie bijlage Social return on Investment.
10
https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-nieuwe-europese-privacywetgeving/aanbieders-en-de-avg
16