CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Toelichting - Waterparagraaf

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Van Damhof3.024 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo 2400117.m01b Waterparagraaf woningbouw Van Damhof Putten Door : Datum :

De heer ing. T. van Tuijn en de heer ing. D.J. Hobert 29 november 2024

Inleiding In Putten wil men bebouwing realiseren ten behoeve van het woningbouwplan aan de Van Damhof. Ten behoeve van het TAM-IMRO plan is een waterparagraaf opgesteld. Deze heeft tot doel om in een vroegtijdig stadium de waterbelangen te laten meewegen, af te stemmen met de betreffende betrokken partijen en te komen tot een hydrologisch neutraal plan. Wettelijk is een voorkeursvolgorde vastgelegd voor het bergen van hemelwater: 1. hergebruik voor huishoudelijke of bedrijfsdoeleinden 2. infiltratie in de (boven) grond 3. lozen op het oppervlaktewater 4. afvoeren via de riolering met een verbeterd gescheiden rioolstelsel Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe. Beleidskader Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2000 Deze kaderrichtlijn gaat ervan uit dat water een erfgoed is dat moet worden beschermd en verdedigd. Het bevat het kader voor bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dit behoedt aquatische ecosystemen en gebieden die hiervan afhankelijk zijn voor achteruitgang. Emissies worden verbeterd, duurzaam gebruik wordt bevorderd en de grondwaterkwaliteit wordt aanzienlijk minder verontreinigd.

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl | kvk 0909.2661 ISO 9001:2015 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Waterwet 2009 De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals: vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten. Op 1 juli 2020 is de Waterwet gewijzigd, waardoor financiële middelen uit het Deltafonds gebruikt kunnen worden als subsidie voor maatregelen tegen klimaatverandering, zoals wateroverlast en langere perioden van droogte en hitte. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma(NWP) 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 geeft de hoofdlijnen, principes en inrichting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027 met een vooruitblik tot 2050. Het Rijk speelt proactief in op klimaatverandering.

Doel is het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem op bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid is integraal van opzet door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zoveel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Ambities Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 heeft als ambitie een integrale aanpak van nationale en regionale opgaven. Het waterplan heeft hierbij drie hoofdambities: · een veilige en klimaatbestendige delta; · een concurrerende, duurzame en circulaire delta; · een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De drie hoofdambities voor het waterbeleid worden in het NWP uitgewerkt voor de thema’s: klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwaterverdeling en droogte, waterkwaliteit, grondwater, scheepvaart – en voor de bijbehorende beheer- en uitvoeringstaken van Rijkswaterstaat. Ook de samenhang van het waterbeleid met andere onderwerpen komt aan bod: natuur, landbouw, bodem en ondergrond, landschap, verstedelijking, energietransitie en industrie.

De komende jaren voert het Rijk een nationale watersysteemanalyse uit om, in aanloop naar de herijking van de deltabeslissingen in 2026 en het volgende NWP 2028-2033, lange termijn besluiten te kunnen nemen. Het Rijk kan de ambities van dit NWP niet alleen realiseren. Samenwerking met medeoverheden (ook internationaal), maatschappelijke organisaties, (drinkwater)bedrijven en burgers is nodig. Integrale aanpak Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de Rijn- Maasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee, de Eems- Dollard en de kanalen in het beheer van het Rijk.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma’s de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de omgevingsagenda’s onder de NOVI (Nationale Omgevingsvisie). De kerntaken zijn voor Rijkswaterstaat de belangrijkste opgave, zoals het beheer van drinkwater, schelpdierwater, scheepvaart en zwemwater. In sommige gevallen moeten keuzes worden gemaakt, welke gebruiksfuncties voorrang krijgen. Hierbij wordt steeds een gebiedsspecifieke afweging gemaakt en is er sprake van maatwerk. Tegelijk ondervindt Rijkswaterstaat in het dagelijks beheer in veel gebieden de gevolgen van de toenemende ruimtedruk, vooral in verstedelijkt gebied en rond de kanalen. Een robuust watersysteem vereist aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het belang van water. De watertoets is hiervoor een belangrijk instrument. Rijkswaterstaat monitort de ruimtedruk in deze planperiode en evalueert tussentijds of nadere actie nodig is. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 zijn, onder andere, onderstaande algemene thema’s opgenomen. Waterveiligheid: Iedereen in Nederland krijgt hetzelfde basisbeschermingsniveau (1/100.000 per jaar). Waar veel slachtoffers kunnen vallen of grote economische schade kan ontstaan en bij vitale infrastructuur, wordt extra bescherming geboden. Per kering zijn nieuwe normen geformuleerd.

Zoetwaterbeleid: Voor voldoende zoet water is het beleid gericht op het veiligstellen van de aanvoer en het tegengaan van verzilting in gevoelige gebieden. Het bestaande hoofdwatersysteem wordt beschermd en versterkt als buffer en aanvoerroute met gerichte korte termijninvesteringen, zoals het vergroten van de zoetwaterbuffer in het IJsselmeergebied in de zomer door geringe peilstijging. Waterkwaliteit: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. De vergunningverlening voor chemische stoffen wordt versterkt en er wordt gewerkt aan het structureel verminderen van lozing en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via een Actieprogramma PFAS in water. Het kabinet breidt vanaf juli 2021 het statiegeldsysteem uit naar kleine flesjes om de hoeveelheid plastic in het milieu te verminderen. Ook worden veel maatregelen genomen voor een natuurlijkere inrichting van de grote wateren. Deze maatregelen zijn opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027. In de afgelopen periode zijn daarnaast extra middelen vrijgemaakt voor de Delta-aanpak Waterkwaliteit, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en de Programmatische Aanpak Grote Wateren Principes voor inrichting en gebruik fysieke leefomgeving Water moet de ruimte krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt.

Dit betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan. Bijvoorbeeld dat rivieren bij hoge waterstanden gecontroleerd buiten hun oevers treden op plekken waar daar ruimte voor is gemaakt. Daarmee worden problemen in andere, lagergelegen gebieden voorkomen. Vasthouden, bergen, afvoeren Om wateroverlast en overstromingen te voorkomen, moet water in de regionale systemen zo lang mogelijk worden vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. Als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is, wordt het water afgevoerd naar elders.

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Zuinig zijn met water, vasthouden, slimmer verdelen Watertekorten voorkomen, begint met zuinig omgaan met water en het beschikbare water vast te houden en te bergen. Daarna is het zaak om het water slimmer over de watervragende functies in een gebied te verdelen. Schoonhouden – scheiden – schoonmaken Om afwenteling van waterverontreiniging te voorkomen, is het doel ten eerste om het water zo schoon mogelijk te houden door verontreinigingen in het milieu te voorkomen (preventie en aanpak aan de bron). Ten tweede moeten schoon en verontreinigd water zo veel mogelijk gescheiden worden. Ten derde, als schoon houden en scheiden niet meer mogelijk is, kan het schoonmaken van verontreinigd water aan de orde zijn. Provinciaal beleid De provincie Gelderland heeft de uitwerking van haar waterbeleid opgenomen in het provinciaal regionaal waterplan. Het waterplan maakt deel uit van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat wateroverlast in het stedelijk gebied niet mag worden afgewenteld op andere gebieden. Afvoerpieken dienen binnen het gebied te worden opgevangen. Dit kan door de bergingscapaciteit aan te leggen in stedelijk water of door neerslag te laten infiltreren in de bodem. Daarnaast onderscheidt de provincie Gelderland drie speerpunten als het gaat om waterbeleid. Ten eerste streeft de provincie voor ruimte voor water.

Rivierkundige maatregelen hebben de voorkeur waarna ruimte voor de rivier wordt gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. Indien ruimte voor de rivier noodzakelijk is, zal binnendijks gebied aan het winterbed worden toegevoegd. Hiervoor zullen planologische reserveringen worden ingesteld. Ten tweede zijn waterbergingsgebieden een belangrijk onderdeel van het watersysteem. Voornamelijk zijn deze gebieden bedoeld voor het tijdelijk bergen van water uit regionale watersystemen ten tijde van extreme neerslaghoeveelheden. In deze gebieden wordt verstedelijking, de aanleg van bedrijventerreinen et cetera, uitgesloten. Gemeenten dienen deze waterbergingsgebieden vast te leggen in hun omgevingsplannen. Ten slotte is het laatste speerpunt het drinkwater. In Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als grondwaterbeschermingsgebieden. Het doel van deze gebieden is er voor te zorgen dat het grondwater op eenvoudige wijze, zonder ingrijpende en kostbare zuivering ervan, kan worden gebruikt voor de bereiding van drinkwater. Waterschap Vallei en Veluwe Met de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) 2050 zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving.

Het nieuwe waterdenken via de integrale en duurzame benadering (brongericht, gebiedsgericht en co- actorgericht) heeft geleid tot drie generieke waterprincipes, die het waterschap als leidende principes toepast in de BOVI 2050. De ruimtelijke ontwikkeling wordt gedomineerd door de grote vraag naar extra ruimte voor woningbouw, opwekking van duurzame energie en klimaatadaptatie. Het waterschap stelt dat een duurzaam watersysteem een belangrijke drager is van de ruimtelijk-economische ontwikkeling.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Het grondwatersysteem is van essentieel belang voor de watervoorziening in het gebied van Vallei en Veluwe. Daarom zet het waterschap zoveel mogelijk in op het schoon- en vasthouden van water en het terugbrengen van water in de bodem. Tot slot wil het waterschap graag met een open en samenwerkingsgerichte houding in gesprek met maatschappelijke partners (publiek en privaat), om gezamenlijk positief bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Het beleid van Vallei en Veluwe staat beschreven in het Blauw Omgevingsprogramma 20222027, vastgesteld op 21 november 2021. Het programma geeft aan wat de ambities zijn, welke doelen het waterschap nastreeft en hoe ze deze doelen gaan bereiken. De ambities van het waterschap zijn: · het gebied beschermen tegen overstromingen; · zorgen voor de juiste hoeveelheid water; · zorgen voor de juiste hoeveelheid oppervlaktewaterkwaliteit; · schoon en vuil water worden zoveel mogelijk gescheiden; · de hoogst mogelijke waarde wordt uit het water gehaald; · de waterketen en het watersysteem worden als één systeem beheerd, samen met partners. Omgevingsvisie Putten 2040 Op 2 november 2023 is de Omgevingsvisie Putten 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie schetst het nu en de toekomst van de gemeente Putten. Het water en de bodem zijn sturend in de keuzes die gemaakt worden in de ruimtelijke ordening in Putten.

De gemeente Putten bereid zich voor op mogelijke wateroverlast, droogte- en hitteproblematiek in de woonomgeving. Dit wordt gedaan door middel van een gerichte groene inrichting en het verminderen van verharde oppervlakten binnen de gemeente. Hiervoor moet voldoende ruimte voor groenblauwe structuren zijn, zowel in de publieke- als private ruimte. Daarnaast is ook het behoud van bestaand groen belangrijk en dit verdient gepast onderhoud. Gemeentelijk rioleringsplan De gemeente Putten heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Met het rioleringsplan geeft de gemeente aan wat zij doet om te zorgen voor goede afvoer van afvalwater en regenwater en het voorkomen van overlast door grondwater. De gemeente heeft een zorgtaak voor het volgende: · doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; · inzamelen en verwerken van hemelwater dat redelijkerwijs niet op particulier terrein kan worden verwerkt; · treffen van doelmatige maatregelen tegen structurele grondwateroverlast; en · verwerking van het ingezamelde grondwater. In het rioleringsplan geeft de gemeente Putten aan dat zij van burgers en bedrijven verwachten dat bij nieuwe ontwikkelingen van grote (bedrijfs)percelen zoveel mogelijk hemelwater op eigen terrein wordt vastgehouden, bijvoorbeeld door infiltratie of een regenwaterbuffer.

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Gemeentelijk beleid voor klimaatadaptatie De laatste jaren is het onderwerp klimaatadaptatie steeds een groter aandachtspunt geworden binnen landelijk beleid. Sinds 2018 bevat het Deltaprogramma een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte versnelt en intensiveert. Ook speelt bewustwording onder de bevolking een grote rol voor de implementatie van klimaatadaptieve maatregelen bij lokale ontwikkelingen. De invoering van de Klimaatwet en de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 bieden handvaten voor de omgang met klimaatadaptatie. Zo hangt de Klimaatwet samen met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig”. Er wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). Daarnaast werkt het Rijk momenteel aan de Nationale Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving en wordt nagedacht over regels in het Bbl voor klimaatadaptief bouwen.

De invoering van de Omgevingswet biedt, naast het bestaande klimaatbeleid van gemeenten, mogelijkheden om klimaatadaptatie een basis te geven in (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen en zo te werken aan een leefbare en gezonde omgeving. Hiervoor kunnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan als juridische instrumenten worden ingezet. De gemeente Putten werkt samen met de regio op gebied van riolering en water. Voorheen was dit geregeld in een ‘Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan’ (ZAP) dat samen met de gemeenten Harderwijk en Ermelo en het waterschap Vallei en Veluwe was opgesteld. Later is dit overgegaan in de verlengingsnotitie ZAP. Uiteindelijk is besloten dat de samenwerking belangrijk is, maar de uitdagingen op dit moment vooral gemeentelijk zijn. Daarom is de Beleidsnotitie Riolering en Water 2024 – 2026 opgesteld. In deze beleidsnotitie zijn de onderstaande klimaatadaptatie-eisen opgenomen voor nieuwbouw en bestaande bouw. Tabel 1: Klimaatadaptatie-eisen Beleidsnotitie Riolering en Water 2024 – 2026

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Watertoets In het moderne waterbeheer wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit. Huidige situatie Het plangebied is in de huidige situatie deels verhard (circa 711 m2) en heeft een totale oppervlakte van circa 1014 m2. Afbeelding 1: Huidige situatie

Oppervlaktewater Rondom het plangebied zijn geen wateren aanwezig die water uit het plangebied zouden kunnen opvangen, zie afbeelding 2. Op basis van de Keur van het waterschap zijn er geen verdere eisen voor de watergangen binnen het plangebied.

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Afbeelding 2: Watergangen bij het plangebied (bron: legger Vallei en Veluwe)

Beoogde situatie De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied bestaat uit de realisatie van woningen. In afbeelding 3 is de situatietekening van het plangebied weergegeven. Afbeelding 3: Situatietekening ontwikkeling

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

In de huidige situatie is er sprake van circa 520 m2 verharding. Omdat er in de toekomstige situatie 645 m2 verharding is, neemt het aandeel verhard terrein toe met 134 m2. Grondwater In het plangebied bevindt het maaiveld zich op een hoogte variërend rond +18,62 meter. Het grondwater bevindt zich op meer dan 5,5 meter – mv. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of binnen het invloedsgebied van een industriële of particuliere grondwateronttrekking. Bodemopbouw Op basis van de informatie van de provinciale website Dinoloket/bodemonderzoek blijkt de bodem ter plaatse een zandbodem. Uit de onderzoeksresultaten van het bodemonderzoek1 is geconcludeerd dat ter plaatse van de bouwlocatie geen aanwijzingen zijn voor bodemverontreiniging. Riolering In de nabijheid van het plangebied is een gescheiden rioleringssysteem aanwezig. Het afvalwater afkomstig van de woningen zal op dit systeem worden aangesloten.

Hemelwater Om het hemelwater op te vangen, worden op het eigen terrein van de woningen infiltratiekratten geplaatst. Het hemelwater kan hierin worden opgeslagen om vervolgens de bodem te infiltreren. Daarnaast worden de verticale systemen van de gemeente doorgezet binnen het openbare gebied in het plangebied. De parkeerplaatsen worden voorzien van open bestrating, zodat het hemelwater hier de bodem kan infiltreren. Bij de verdere (technische) uitwerking worden de eisen vanuit het gemeentelijk beleid aangehouden. Advies waterschap Vallei en Veluwe Voor het plan is géén digitale watertoets uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. De beoordeling is opgesteld in overleg met het waterschap Vallei en Veluwe. Hiervoor is gekozen omdat de website www.dewatertoets.nl niet functioneert naar behoren ten tijde van het opstellen van deze memo. Uit het advies van waterschap Vallei en Veluwe blijkt het volgende: Er is geen aanleiding voor nader onderzoek of nader te nemen maatregelen vanuit het waterschap voor het plan. Er is geen substantiële toename van verhard oppervlak en er is geen waterkering of waterlichaam in de buurt. Het advies van het waterschap is opgenomen in de bijlage van deze memo.

1 Bodemonderzoek PJ Milieu, 23043501A d.d. 11 september 2023

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

2400117.4300.m01b

Conclusie Voor de afvoer van het afvalwater wordt gebruik gemaakt van het bestaande gescheiden rioleringssysteem. Om het hemelwater op te vangen worden op het eigen terrein van de woningen infiltratiekratten geplaatst. Daarnaast worden de verticale systemen van de gemeente doorgezet binnen het openbare gebied in het plangebied. De parkeerplaatsen worden voorzien van open bestrating, zodat het hemelwater hier de bodem kan infiltreren. Bij de verdere (technische) uitwerking worden de eisen vanuit het gemeentelijk beleid aangehouden. Voor het plan heeft overleg plaatsgevonden met het Waterschap Vallei en Veluwe. Uit de beoordeling volgt dat de ontwikkeling geen watergangen van het Waterschappen raakt. Met de inachtneming van bovengenoemde zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van het plan.

SPA WNP ingenieurs

Bijlage 1: Advies waterschap Vallei en Veluwe

Pagina 10

BIJLAGE

Thijs van Tuijn From: Bronkhorst, Paul Sent: donderdag 30 mei 2024 15:10 To: Thijs van Tuijn CC: Daan Hobert Subject: RE: 2400117 Digitale watertoets Van Damhof Putten

: Deze e-mail komt van buiten Vallei en Veluwe. Let op Phishing. Controleer links en bijlagen in de e-mail goed!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16155985/1