Bijlage 4 Toelichting Modelbesluit B&W 7e wijz GR GGD NOG AB 30 nov 2023
Tekst van het document
Toelichting Modelbesluit colleges van B&W over de 7e wijziging van Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland versie: CONCEPT- voor AB GGD NOG 30 november 2023 1. Algemeen Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Het doel van de wet is versterking van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming bij gemeenschappelijke regelingen en in hun controlerende rol. De raden krijgen meer inspraak bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen ervan. Wijzigingen Wgr per 1 juli 2022 Een deel van deze wijzigingen is vanaf 1 juli 2022 al van kracht en hoeft niet in de gemeenschappelijke regeling te worden verwerkt. Hierbij gaat het om: Zienswijze bij treffen regeling: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen bij het college. De raad kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Dit is een aanvulling op de bestaande eis dat de raad toestemming moet geven voor het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling door het colleges. Recht van onderzoek: De gezamenlijke gemeenteraden hebben nu de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.
Voorwaarde is dat alle raden hiermee instemmen. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de wijziging wordt dit verduidelijkt. Aanpassing begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen aan te passen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting, en de jaarrekening. Gemeenteraden krijgen langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een regeling te geven. Dit is verwerkt in de nieuwe Financiële verordening GGD NOG die het algemeen bestuur op 6 juli 2023 vastgesteld. Aanpassing GR aan gewijzigde Wgr Gemeenschappelijke regelingen (GR’en) hebben tot 1 juli 2024 de tijd om het wetsvoorstel te implementeren en de regelingen aan te passen.
De wet maakt aanpassing van de GR GGD NOG 2016 nodig op tenminste de volgende onderwerpen: wijziging, opheffing, toetreding in regelingen voor bepaalde tijd uittreding uit een GR voor onbepaalde en bepaalde tijd bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze op voorgenomen besluiten burgerparticipatie evaluatie van de GR actieve informatieplicht
1
Aangepast ontwerp-besluit Na bespreking in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 april 2023 heeft het dagelijks bestuur een ontwerpbesluit aan de 22 colleges van B&W gestuurd. In de periode mei-juni 2023 hebben de colleges het ontwerpbesluit voorgelegd aan hun raad voor een zienswijze. Het algemeen bestuur heeft de ontvangen zienswijzen op 11 september 2023 oriënterend besproken. Daarna heeft het dagelijks bestuur de raden geïnformeerd over de stand van zaken. In het najaar van 2023 heeft het dagelijks bestuur een aangepast ontwerp-besluit voor de GRwijziging opgesteld. Hierin zijn de zienswijzen van de raden en de uitkomsten van de oriënterende bespreking in het algemeen bestuur verwerkt. 2. Wijzigingen en toelichting per artikel In de tabel hieronder staan: in de eerste kolom de huidige bepalingen, met de te vervallen tekst cursief in de tweede kolom de nieuwe bepalingen, met - te wijzigen tekst vet en - de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp-besluit vet en geel gemarkeerd in de derde kolom een toelichting.
2
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: GGD: de Gemeentelijke Gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: GGD: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
De wijziging bij de vierde bullet is een redactionele wijziging, uit oogpunt van regelgevingstechniek.
Artikel 3 Belangen De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de belangen van de gemeenten op het terrein van: a. de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, en b. maatschappelijke zorg en welzijn.
Artikel 3 Belangen De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de belangen van de gemeenten op het terrein van: a. de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid; b. forensische geneeskunde en c. maatschappelijke zorg en welzijn.
De toevoeging van forensische geneeskunde als “belang” betreft een juridisch-technische aanpassing, die niets aan de bestaande situatie verandert. Forensische geneeskunde omvat: forensische medische expertise (in opdracht van politie en marechaussee voor strafrechtelijke opsporing en vervolging van strafbare feiten), lijkschouw (bij vermoeden niet-natuurlijke dood, in opdracht van de gemeenten), en medische arrestantenzorg (acute medische basiszorg voor arrestanten, in opdracht van politie). De vijf GGD’en in Oost-Nederland werken aan samenwerking bij de uitvoering van forensische geneeskunde. In de besprekingen hierover is de vraag opgekomen of forensische geneeskunde juridisch gezien voldoende is geborgd in de gemeenschappelijke regelingen van de GGD’en. Gemeenten richten een gemeenschappelijke regeling op ter behartiging van een aantal
3
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd belangen die in de regeling worden opgenomen. De beschreven belangen beperken de bevoegdheden van de gemeenschappelijke regeling. Nu is er discussie of forensische geneeskunde wel onder het belang “publieke gezondheid” valt. Juridisch adviesbureau PROOF adviseert daarom in een handreiking voor samenwerkingsmodellen forensische geneeskunde om - wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast - duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde inclusief medische arrestantenzorg.
Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b 1. De colleges dragen op aan de GGD: 1. De colleges dragen op aan de GGD: b. het houden van toezicht op de naleving b. het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang en van de Wet kinderopvang, bedoeld in kwaliteitseisen peuterspeelzalen, bedoeld artikel 1.61, eerste lid, van de Wet in artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, kinderopvang. eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
4
Dit betreft een redactionele aanpassing aan de wijziging van de Wet kinderopvang. Deze was nog niet verwerkt in de gemeenschappelijke regeling van GGD NOG. Sinds 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven (in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk). Daarbij is ook de naam van de wet veranderd.
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, Wet kinderopvang. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang.
Zie toelichting bij artikel 4.
-
Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de jaarlijkse algemene financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31.
Uitgangspunten De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling bevat over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vooraf worden voorgelegd aan de gemeenteraden voor een zienswijze. De GR van de GGD is een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges. De GGD heeft uitvoerende en adviserende taken en bevoegdheden, waarvoor primair de colleges van B&W verantwoordelijk zijn. Bij de keuze van besluiten waarover de raden een zienswijze kunnen uitbrengen, gaan wij ervan uit dat het moet gaan om besluiten die aansluiten bij kaderstellende rol van de raden.
5
Onderwerpen zienswijzen Dit heeft geleid tot het voorstel voor de volgende besluiten:
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd 2. Het algemeen bestuur kan aanvullend op het eerste lid de raden van de gemeenten in de gelegenheid stellen om een zienswijze op een voorgenomen besluit naar voren te brengen. 3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
6
a. de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders (vierjaarlijkse bestuursagenda); b. naar aanleiding van de zienswijzen van raden op het eerste ontwerpbesluit tot wijziging van de GR: de jaarlijkse uitgangspunten voor de komende begroting; c. de periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Ad a: Na de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van nieuwe colleges is het gebruikelijk dat het nieuwe GGD-bestuur een bestuursagenda voor de komende vier jaar vaststelt. Betrokkenheid van de gemeenteraden bij dit beleidsdocument ligt voor de hand en is ook al praktijk. Ad b: De Wgr schrijft voor dat het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders (“uitgangspunten”) voor de begroting van het volgende jaar aan de raden zendt. Uit de ontvangen zienswijzen en de bespreking in het algemeen bestuur blijkt een behoorlijk draagvlak te bestaan voor de mogelijkheid dat de raden een zienswijze indienen op de uitgangspunten voor de begroting. Dit was tot 2023 ook gebruikelijk was bij de GGD. Enkele gemeenten hebben aangegeven hieraan geen behoefte te hebben, maar ook niet tegen te
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd zijn. Na de zienswijzenprocedure voor de uitgangspunten volgt nog een (wettelijk verplichte) zienswijzenprocedure voor de programmabegroting. Afwijkende formulering onder b. De formulering van bij b. wijkt iets af van die bij a. en c. Bij a. en c. gaat het om door het algemeen bestuur vast te stellen besluiten, maar bij b. om een document dat het algemeen bestuur niet vaststelt en alleen bespreekt vóór toezending aan de raden. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het dagelijks bestuur de uitgangspunten voor de begroting opstelt en aan de raden zendt. De uitgangspunten en de zienswijzen erop worden uitgewerkt in de begroting, waar het algemeen bestuur wel over beslist. Daarom is bij b, geen sprake van een door het algemeen bestuur vast te stellen besluit, zoals bij a. en c. Ad c: Het voorstel is eens per vier jaar een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling te houden. Zie het nieuwe artikel 31 en de toelichting hierop. Wij vinden betrokkenheid van raden bij de periodieke evaluatie wenselijk. Dan kunnen de raden o.a. beoordelen of zij voldoende grip op de GR hebben.
7
Aanvullende onderwerpen zienswijzen Naar aanleiding van de zienswijzen van raden hebben wij een procedurele bepaling toegevoegd in lid 2. De strekking is dat het algemeen bestuur altijd aanvullend de mogelijkheid heeft om een besluit voor een zienswijze voor te leggen aan de raden. Hiermee ligt de afweging bij het algemeen bestuur en wordt zo de betrokkenheid van de raden geborgd. Procedure zienswijzen De gekozen procedure in dit artikel sluit aan bij de (wettelijk verplichte) procedure voor zienswijzen bij de begroting. Een eenduidige aanpak van zienswijzen voorkomt onduidelijkheden. Verder vinden wij het belangrijk dat het algemeen bestuur, met de verantwoordelijke wethouders van de 22 deelnemende gemeenten, zich heeft uitgesproken over het ontwerpbesluit, voordat het naar de raden gaat. Daarom kiezen wij ervoor dat het algemeen bestuur beslist over het in gang zetten van een zienswijzeprocedure. De raden worden tijdig geraadpleegd, voorafgaand aan de definitieve besluitvorming in het algemeen bestuur, zodat de zienswijzen van invloed kunnen zijn op het besluit. Verplichte onderwerpen voor zienswijzen raden De Wgr en de huidige GR stellen een zienswijzeprocedure al verplicht bij het vaststellen van de begroting of het wijzigen van inwonerbijdrage in de begroting. Hiernaar verwijst het eerste zinsdeel van het eerste lid.
8
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd Verder kan de raad op grond van de Wgr een zienswijze bij het college inbrengen bij het aangaan of wijzigen van de GR door de colleges (en vervolgens is ook toestemming van de raad vereist). Wensen en bedenkingen raden Verder schrijft de Wgr voor dat het bestuur van de GR de raad vooraf de mogelijkheid biedt om wensen en bedenkingen in te brengen bij bepaalde besluiten. Dit betreft de oprichting van en de deelneming in stichtingen, verenigingen e.d., de instelling van bestuurscommissies en het reglement van de gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden.
-
Artikel 7b Participatie Uitgangspunten Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de In de gemeenschappelijke regeling moet worden gemeenten en belanghebbenden te betrekken opgenomen op welke wijze burgers en bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven gemeenschappelijke regeling zijn belegd. De op de volgende wijzen: gewijzigde Wgr laat geen ruimte om hier geen a. ingezetenen van de deelnemende toepassing aan te geven. gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGDDe GGD heeft uitvoerende en adviserende taken, bestuur; waarvoor primair de colleges van B&W b. ingezetenen van de deelnemende verantwoordelijk zijn. Aan de GGD zijn geen gemeenten en belanghebbenden kunnen in beleidsbepalende taken en bevoegdheden een openbare vergadering van het opgedragen. Naar onze mening heeft de GGD bij 9
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; d. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevredenheid over de dienstverlening te onderzoeken.
participatie niet een zelfstandige rol, maar kan vanuit zijn adviserende en uitvoerende taken bijdragen aan participatie-trajecten van de gemeenten. Wij zien dus beperkte ruimte voor participatie bij GGD-beleid. Dit hoort bij de gemeenten te blijven. Als het gaat om onderwerpen waarbij de GGD een rol heeft in de uitvoering of advisering, dan kan dit onderwerp zijn van de participatie die de gemeente organiseert. Mogelijke voorbeelden zijn gezondheidsbeleid (waarbij advies, regie en uitvoering bij de GGD kan liggen), omgevingsbeleid (GGD-advisering over gezonde leefomgeving) of jeugdbeleid (advies en onderzoek over gezondheid jeugd en uitvoering jeugdgezondheid voor 4-18-jarigen). Onderwerpen en wijze participatie Gegeven de beperkte ruimte voor participatie doen wij het volgende voorstel: inwoners en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur Dit is het recht van petitie, dat ook grondwettelijk is gewaarborgd; inwoners en belanghebbenden hebben spreekrecht in openbare vergaderingen van het algemeen bestuur van de GGD. Dit is overigens nu al geregeld in het Reglement van Orde van het AB GGD NOG.
10
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
11
het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten (digitaal) ter inzage. Dit betreft in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Ook de Wet open overheid geeft regels voor (actieve) openbaarmaking overigens. de GGD voert peilingen uit onder cliënten, inwoners en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevreden over de dienstverlening te onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld door het GGD-panel, waarbij inwoners van de regio Noord- en OostGelderland enkele keren per jaar online vragen over gezondheid en GGD beantwoorden. Ook houdt de GGD klanttevredenheidsonderzoeken, als onderdeel van het kwaliteitsbeleid.
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 56 en 59 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 59 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
Dit is een technische correctie. Het artikel over de werkwijze van het dagelijks bestuur verwijst naar artikelen in de Gemeentewet over de werkwijze van de colleges van B&W. De verwijzing was niet actueel en volledig, zodat de verwijzing is aangepast. Het gaat om bepalingen over stemmingen, vergaderingen en besluitenlijsten. Nadere toelichting Het doel van de wijziging van deze bepaling is niet de praktijk te veranderen, maar om de formele regels te laten aansluiten op de bestaande praktijk van het dagelijks bestuur. Artikel 53 Gemeentewet (voorzitter bepaalt dag, plaats en tijdstip DB-vergadering) en artikel 54 (DB-vergaderingen zijn in beginsel besloten) sluiten aan bij bestaande praktijk. Met het van overeenkomstige toepassing verklaren wordt dit formeel vastgelegd. Artikel 60 Gemeentewet betreft het melden van DB-besluiten aan het algemeen bestuur en het openbaar maken van DB-besluiten. Dit sluit aan op de versterking van de actieve informatieplicht (van DB naar AB) en op de versterking van de actieve openbaarmaking in de Wet open overheid.
12
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
-
Artikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien.
Een nieuw instrument om de invloed van gemeenteraden te vergroten is de regionale raadsadviescommissie. Alle raden moeten instemmen met de instelling van de raadsadviescommissie, maar als ze dat doen, dan móet het algemeen bestuur tot instelling over gaan. Doelstelling van de raadsadviescommissie is om raden met elkaar te laten overleggen. Het is niet bedoeling om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. Een commissie kan formeel niet voor meer dan één gemeenschappelijke regeling werken. De Wgr maakt de instelling van een raadsadviescommissie altijd mogelijk, zodat hiervoor strikt genomen geen bepaling in de gemeenschappelijke regeling nodig is. Wij stellen voor dit toch te doen, zodat in de regeling een volledig overzicht staat van de (mogelijke) organen van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG.
Artikel 15 Bestuur GGD - colleges en raden Artikel 15 Inlichtingen en verantwoording 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks algemeen bestuur bestuur verstrekken aan de colleges en de 1. Het algemeen bestuur geeft de raden alle raden alle gevraagde inlichtingen die door inlichtingen die de raden voor de een of meer van die colleges of raden, of een uitoefening van hun taak nodig hebben, in of meer leden hiervan, worden verlangd. het bijzonder over alle zaken met grote 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks politieke, financiële en/of maatschappelijke bestuur geven aan de colleges en de raden gevolgen. ongevraagd alle informatie die voor een juiste 13
Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad. De gewijzigde Wgr scherpt de informatieplicht aan. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief beoordeling van het door het algemeen respectievelijk dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd 2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het toezenden aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
14
de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. De nieuwe tekst van art. 15 en 16 is gebaseerd op de model-bepalingen die juristen van de veiligheidsregio’s hebben opgesteld. Deze bepalingen zijn duidelijker geformuleerd en zijn toegespitst op de aangescherpte actieve informatieplicht. Aanscherping In hun zienswijzen op het eerste ontwerpbesluit hebben enkele raden een aanvulling bepleit op (actieve) informatieplicht van het GGD-bestuur richting raden. De aanvulling op het eerste lid is “in het bijzonder alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact”. Wij hebben twijfels bij de toegevoegde waarde van de voorgestelde formulering. Niettemin onderschrijven wij de intentie ervan en nemen wij de aanvulling over. Wij zien de invulling van de actieve informatieplicht van het GGD-bestuur naar de raden als een speerpunt voor de komende tijd. Toelichting informatieplicht Artikel 15 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het algemeen bestuur
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd en zijn leden. De informatie- en verantwoordingslijnen zijn: algemeen bestuur informatie naar raden: actief en desgevraagd (eerste, tweede en derde lid) lid algemeen bestuur (wethouder) informatie naar college en raad (vierde lid) lid algemeen bestuur verantwoording aan raad en college (vijfde lid) In het tweede lid wordt invulling gegeven aan de plicht tot actieve informatieverstrekking. Dit is een eis op basis van artikel 17, lid 3 Wgr nieuw. Hierbij wordt de huidige praktijk van toezending van (concept)verslagen van het algemeen bestuur in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. Daarnaast wordt verwezen naar de openbaarmaking op grond van de Wet open overheid. Raadsleden kunnen hun voordeel doen met informatie die het GGD-bestuur actief moet verstrekken op basis van de Wet open overheid.
Artikel 16 Leden algemeen bestuur - colleges en raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. De
Artikel 16 Inlichtingen en verantwoording dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur 15
Zie ook de toelichting bij art. 15 over de Inlichtingen en verantwoording algemeen bestuur. Artikel 16 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden. De informatie- en verantwoordingslijnen zijn:
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad van zijn gemeente voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.
verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met grote politieke, financiële en/of maatschappelijke gevolgen. 4. Het dagelijks bestuur geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen.
16
dagelijks bestuur informatie naar algemeen bestuur actief (eerste lid) dagelijks bestuur en de leden afzonderlijk verantwoording aan algemeen bestuur (tweede lid). dagelijks bestuur informatie naar raden: actief en desgevraagd (derde en vierde lid)
Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen is in het derde ook voor het dagelijks bestuur een aanvulling op (actieve) informatieplicht richting raden op genomen (zie ook de toelichting bij artikel 15 onder “Aanscherping”). Rechtstreekse informatie van het dagelijks bestuur naar de raden - dus niet langs de gebruikelijke weg via de colleges - is in enkele gevallen verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen (zie 34b en 35 Wgr): de ontwerp-begroting (of ontwerp-wijziging van de begroting) oordeel over de ingediende zienswijzen over de begroting en zo nodig over vaststelling van de begroting (voorlopige) jaarrekening de (jaarlijkse) algemene financiële en beleidsmatige kaders.
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
Artikel 20 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. Bij opheffing van de GGD of van organisatieonderdelen worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.
Artikel 20 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. De archivaris van de gemeente Apeldoorn oefent toezicht uit op het informatie- en archiefbeheer. 3. Bij opheffing van de GGD of van organisatieonderdelen worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.
In een zienswijze op het eerste ontwerpbesluit is bepleit om een uitgebreide model-archiefbepaling op te nemen, om te voldoen aan de Archiefwet. In deze modelbepaling staan echter ook onderwerpen die al elders zijn geregeld, bijvoorbeeld in de Archiefverordening GGD NOG. Verder is de gemeenschappelijke regeling bedoeld voor het borgen van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Mede op advies van de archivaris van de gemeente Apeldoorn willen wij wel toevoegen dat deze belast is met het toezicht. Dit was nog niet duidelijk geregeld.
Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij: a. geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid of in de bijdrage, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, en b. geen verandering wordt gebracht in de omvang van de algemene reserve.
Technische correctie Ten eerste betreft dit een technische correctie (bij a.). Bij de herziening van de gemeenschappelijke regeling (GR) in 2016 is bij de taken die de colleges van B&W in de GR overdragen aan de GGD onderscheid gemaakt tussen: - A-taken: de wettelijke verplichte GGD-taken en - B-taken: niet wettelijk verplichte GGD-taken (met name jeugdgezondheidszorg). Dit onderscheid is indertijd wel verwerkt in de bepaling over de begroting (art. 21), behalve in het zesde lid. Dit lid regelt welke begrotingswijziging voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd.
17
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd Met de correctie is duidelijk dat wijzigingen van de inwonerbijdrage voor beide soorten taken voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Aanscherping na afstemming GR VNOG Ten tweede wordt in dit artikel een bepaling van de Veiligheidsregio NOG overgenomen (bij b.). Toegevoegd wordt dat de raden ook om een zienswijze wordt gevraagd over begrotingswijzigingen die invloed hebben op de algemene reserve. Hiermee wordt de positie van de raden bij dit soort besluiten versterkt.
Artikel 25 Uittreding 1. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de GGD. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. De kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen
Artikel 25 Uittreding Uitgangspunten 1. Het college dat voornemens is uit te treden, De gewijzigde Wgr bepaalt dat bij mogelijke maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. uittreding uit een gemeenschappelijke regeling Het algemeen bestuur zendt het voornemen niet langer kan worden volstaan met de afspraak onverwijld door aan de overige colleges. dat het (algemeen) bestuur de 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan voor de financiële, personele en overige moeten de voorwaarden waaronder kan worden gevolgen van de voorgenomen uittreding uitgetreden in de GR vastliggen. In ieder geval voor de GGD. Daarbij gelden de volgende moeten afspraken worden gemaakt over de uitgangspunten: gevolgen voor het vermogen voor de a. de uittredende gemeente draagt de rechtspersoon GGD NOG, waarbij moet worden kosten die het rechtstreekse gevolg zijn gedacht aan afspraken over personeel, van de uittreding en de overige contracten, huisvesting en investeringen. Bij gemeenten ondervinden geen financieel uittreding worden de gemeenteraden betrokken nadeel van de uittreding; via een zienwijzenprocedure en toestemming.
18
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.
b. de gemeente die voornemens is uit te treden draagt de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding; c. het algemeen bestuur onderscheidt in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding de volgende kostensoorten: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De
19
Verplichte samenwerking voor GGD in regio De Wet publieke gezondheid (Wpg) verplicht de colleges van B&W om een gemeenschappelijke regeling te treffen voor de GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst). Dit moetende colleges doen in de regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), zoals de regio Noord- en Oost-Gelderland. Dit houdt in, dat een gemeente alleen kan uittreden als de regering de indeling van de veiligheidsregio’s wijzigt. Aanvulling van de bepalingen De huidige bepalingen bieden al behoorlijke aanknopingspunten voor afspraken over eventuele uittreding. Het tweede lid is aangevuld met enkele inhoudelijke uitgangspunten voor de uitwerken afspraken bij uittreding. Met name zijn de betreffende kosten nader aangeduid. Bij het opstellen van deze bepaling is gebruik gemaakt van het advies van bureau Lysias uit 2016 over het terugnemen van de uitvoering van jeugdgezondheid door de gemeente Apeldoorn. Hoewel het hierbij niet om uittreding gaat, is de problematiek vergelijkbaar. Redactionele aanpassing lid 3 In het derde lid wordt de verwijzing naar artikel 1 van de Wgr aangevuld met de nieuwe bepalingen in artikel 1 Wgr. Deze gaan over het voorleggen om een zienswijze van gemeenschappelijke
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.
Artikel 31 Overgangsbepaling In afwijking van artikel 4, derde lid, kan een college direct na inwerkingtreding van deze regeling een verzoek als bedoeld in artikel 4, derde lid, doen, dat in werking kan treden op 1 januari 2017, als het besluit, bedoeld in artikel 4, achtste lid, uiterlijk op 1 oktober 2016 is genomen.
Artikel 31 Overgangsbepaling Vervallen.
20
regelingen die de colleges van B&W willen treffen of wijzigen. Aanvullende informatie Artikel 25 gaat over volledige uittreding van een gemeente, wat zoals gezegd alleen aan de orde is als de indeling in veiligheids- en GGD-regio’s wordt gewijzigd. Daarnaast staan in de GR GGD NOG aparte bepalingen voor het beëindigen of terugnemen van niet-wettelijk verplichte taken van de GGD (zie art. 4 GR GGD NOG).
Deze overgangsbepaling is in 2016 opgenomen om het “terugnemen” van de taak jeugdgezondheidszorg voor 4-18-jarigen door de gemeente Apeldoorn mogelijk te maken per 1-12017. Anders had dit pas een jaar later gekund (zie art. 4, derde lid, GR). De besluitvorming is in 2016 afgerond en de GGD heeft de uitvoering van de taak per 1-1-2017 overdragen aan de gemeente Apeldoorn. De bepaling kan daarom vervallen.
-
Artikel 31 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per vier jaar een evaluatie van deze regeling plaatsvindt. Deze evaluatie vindt plaats als voorbereiding op de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 7a, eerste lid onder a. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.
De gewijzigde Wgr verplicht tot het maken van afspraken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De bepaling hierover komt in plaats van de vervallen overgangsbepaling in art. 31. Evaluatie vindt uiteraard voortdurend plaats in vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en in de rechtstreekse contacten tussen gemeenten en GGD op verschillende niveaus. Het kan meerwaarde hebben om in een periodieke evaluatie bewust stil te staan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In de nieuwe bepaling is opgenomen dat dit ten minste een keer in elke bestuursperiode gebeurt. Aanpassing na zienswijzen In hun zienswijzen hebben verscheidene gemeenten aanscherpingen van de bepaling over de vierjaarlijkse evaluatie bepleit. Wij hebben het voorstel overgenomen dat de vierjaarlijkse evaluatie wordt gekoppeld aan het opstellen van de bestuursagenda voor de nieuwe bestuursperiode. In het nieuwe artikel 7a is opgenomen dat de evaluatie wordt voorgelegd aan de raden voor een zienswijze. Overigens wordt ook de bestuursagenda voor zienswijzen aan de raden voorgelegd (zie art. 7a, eerste lid onder a, over meerjarige financiële en beleidsmatige kaders).
21
Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief
Nieuwe tekst 7e wijziging Toelichting 7e wijziging Te wijzigen vet / wijzigingen oorspronkelijke ontwerpbesluit geel gemarkeerd
Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016".
Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland".
22
Uit oogpunt van regelgevingstechniek heeft het de voorkeur het jaartal weg te laten. Het gaat immers om een GR die de colleges voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.