Bijlage 3. Verdiepende bijlage - kosten voor een aardgasvrij vastgoed
Tekst van het document
Toelichting kosten aardgasvrij In aanvulling op de Transitievisie Warmte Gemeente Putten
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Maatgevende kengetallen en aannames 3. Kosten van aardgasvrije 3.1 Overzicht woningtypes 3.2 Aanpak aardgasvrij vastgoed 3.3 Berekende opties 3.4 Inzicht in kosten voor gebouwgebonden maatregelen 4. Discussie van de resultaten
1. Inleiding In de gemeente Putten gaan we voor nieuwe energie. Een belangrijk onderdeel daarvan is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. De Transitievisie Warmte biedt de kaders voor die transitie en geeft aan welke warmte-infrastructuur in welke wijk aannemelijk is, op basis van een vergelijk op de laagste maatschappelijke kosten. Putten vind het belangrijk dat iedereen kan meedoen met de transitie naar aardgasvrij. In het Nationaal Klimaatakkoord is bovendien aangegeven dat de transitie woonlastenneutraal moet zijn. Een eerste stap in het nastreven van deze regionale en landelijke uitgangspunten is om inzicht te krijgen in de verwachte kosten en baten van de transitie naar aardgasvrij voor haar inwoners. Daarvoor is een doorrekening gemaakt van de kosten en baten voor de inwoners en woningcorporatie voor de veelvoorkomende woningen in de gemeente Putten. Deze doorrekening is een verdieping op de Transitievisie Warmte en de berekeningen zijn in meer detail en op het niveau van de individuele woning uitgevoerd. Leeswijzer In deze rapportage gaan we eerst in hoofdstuk 2 in op een aantal maatgevende kengetallen en aannames die zijn gehanteerd voor de berekeningen in deze rapportage. Hoofdstuk 3 biedt inzicht in de kosten voor de warmtetransitie in de gemeente Putten voor de 5 meest voorkomende woningtypes. Hoofdstuk 4 biedt duiding en discussie bij de resultaten..
2. Kosten van de warmtetransitie in Putten Deze rapportage geeft: > voor de vijf meest voorkomende woningtypes de kosten en baten ten gevolge van de wijzigingen aan de energie-infrastructuren en bijbehorende aanpassingen om de woningen om te zetten naar een aardgasvrije verwarming; De investeringen voor de warmtetransitie bestaan voor woningen uit de volgende drie onderdelen: 1. Aanpassingen om een woning transitiegereed te maken: isoleren, ventileren, kierdichting, elektrisch koken en het vervangen van radiatoren. 2. Wijzigingen aan de energie-infrastructuur: a. Gasnet: Het niet hoeven te vervangen van gasleiding betekent vermeden herinvesteringen voor Liander. b. Elektriciteitsnet: Als gevolg van de toename in vermogensvraag door elektrisch koken en eventuele toepassing van warmtepompen is er een kans dat het elektriciteitsnet verzwaard moet worden. Dit valt buiten de beschouwing (particulier en woningbouwcorporatie) van dit rapport. c. Warmtenet: Dit houdt in de aanleg van de hoofdleiding naar de wijk, de wijkinfrastructuur en onderstations en het aansluiten van de woning inclusief het plaatsen van een afleverset. Deze investeringen kunnen sterk per wijk verschillen en zijn voor een groot deel afhankelijk van het type bebouwing en de dichtheid van de bebouwing. Voor het aansluiten van een woning vraagt een warmtebedrijf een zg. Bijdrage Aansluit Kosten (BAK).
De BAK is voor het overgrote deel van de woningen niet dekkend voor de investeringen. Het verschil wordt over de looptijd van de warmtelevering terugverdiend door de inkomsten uit de exploitatie. 3. Kosten voor het vervangen van de gasketel op aardgas door een alternatieve warmtevoorziening, inclusief het afsluiten van de gasaansluiting. Voor all-electric betekent dit de overstap naar een warmtepomp en de bijbehorende elektriciteitsrekening.
3.1 Veelvoorkomende woningtypen in de gemeente Putten Type woning
# woningen totaal
Aandeel
Opp. M²BVO
Referentie Gas nm³
Meergezinswoningen < 1920
4
0%
100
1980
Meergezinswoningen ≥ 1920 - 1950
28
0%
99
2139
Meergezinswoningen ≥ 1950 - 1975
27
0%
116
2.071
Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990
212
3%
73
1.118
Meergezinswoningen ≥ 1990 - 2005
133
2%
84
1.035
Meergezinswoningen ≥ 2005
597
8%
75
849
Twee-onder-een-kapwoning < 1920
1
0%
100
2.390
Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1920 - 1950
7
0%
134
1.720
Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1950 - 1975
1471
19%
104
1.399
Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1975 - 1990
1.144
15%
113
1.335
Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1990 - 2005
443
6%
117
1.165
Twee-onder-een-kapwoning ≥ 2005
559
7%
128
1.135
Vrijstaande woning < 1920
15
0%
116
1792
Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950
150
2%
131
1931
Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975
536
7%
118
1.718
Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990
196
3%
139
1.626
Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005
149
2%
168
1.615
Vrijstaande woning ≥ 2005
133
2%
171
1.371
Rijwoning < 1920
40
1%
180
2.301
Rijwoning ≥ 1920 - 1950
373
5%
165
2.258
Rijwoning ≥ 1950 - 1975
581
8%
164
2.326
Rijwoning ≥ 1975 - 1990
362
5%
171
2.062
Rijwoning ≥ 1990 - 2005
347
5%
189
1.941
Rijwoning ≥ 2005
182
2%
217
2.045
3.2 (Isolatie)aanpak In deze rapportage onderscheiden we een aantal kwaliteitsniveaus naar een aardgasvrije vastgoed. Naar gelang de beschikbare temperatuur van de duurzame bron noodzaakt dit een passend isolatieniveau van het vastgoed. Lage temperatuur (LT) warmteoplossingen zoals warmtepompen noodzaken een hoogwaardig isolatieniveau en woningen van voor <2005 kennen daardoor een grote isolatieopgave alvorens deze geschikt zijn voor het aardgasvrij verwarmen. Het is goed mogelijk om dit niveau ook gefaseerd te bereiken. Een particuliere woning eigenaar kan daarvoor in overleg treden met bijvoorbeeld een bouwloket om een gefaseerd plan te maken voor de betreffende woning. De overheid zal het komende jaar ook instrumenten* vrijgeven die de woning eigenaar meer zekerheid kan bieden bij een gefaseerde aanpak van de woning.
* Zoals de ontwikkeling van de standaard en streefwaarden uit het klimaatakkoord en een keurmerk voor uitvoerende partijen om te borgen dat de maatregelen bijdragen aan een aardgasvrij einddoel
3.3 Scenario’s en maatregelen Maatregelpakketten voor het transitiegereed maken van een woning: Pakketten verschillen per woningtype en bouwjaar, onderstaande tabel geeft een voorbeeld van de maatregelenpakketten horend bij een eengezinswoning uit 1950-1975. > De kosten van de maatregelpakketten zijn gebaseerd op de benodigde aanpassingen om een energetisch kwaliteitsniveau te halen dat nodig is alvorens te kunnen verwarmen met een lagere temperatuur, die hoort bij een zg. middentemperatuur (MT) warmtenet op 70 °C of 40 °C voor allelectric. > Als de woning al voldoet aan een bepaald kwaliteitsniveau dan worden deze kosten niet meegenomen. Hoe recenter het bouwjaar, des te lager de investeringskosten. Omdat het niet hard gesteld kan worden welke maatregelen er per woning genomen moeten worden, zijn er twee niveaus aangehouden per warmteoplossing. Per scenario worden daarom de te nemen maatregelen en besparingen als een bandbreedte gepresenteerd. Maatregelen EGW 1950-1975
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Isolatie hoog + all-electric
Kozijnen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Nieuw
Beglazing
Dubbelglas / HR++
HR++
HR++
HR++/ HR+++
Gevelpanelen
Geen aanpassingen
Isolatie binnenzijde
Isolatie binnenzijde
Nieuwe geïsoleerde panelen
Gevel
Spouwisolatie
Spouwisolatie
Spouwisolatie
Spouwisolatie
Dak
Geen aanpassingen
Dak geïsoleerd
Dak geïsoleerd
Dak geïsoleerd
Vloer
Vloer / bodemisolatie
Ventilatie
Geen aanpassingen
Radiatoren
Radiatoren deels vervangen
Koken Verwarming behoefte na uitvoering
Vloer / bodemisolatie Vloer / bodemisolatie Vloer / bodemisolatie Mechanisch afzuiging met roosters Mechanisch afzuiging met roosters Mechanisch afzuiging met roosters in de gevel in de gevel in de gevel Geen aanpassingen Vervangen naar LT Vervangen naar LT
Ombouw naar E-koken
Ombouw naar E-koken
Ombouw naar E-koken
Ombouw naar E-koken
70 kWh/m²
50 kWh/m²
50 kWh/m²
40 kWh/m²
Voorbeeld maatregelen bij een eengezinswoning (EGW) 1950-1975
Scenario’s en maatregelen Een recent gebouwde woningen noodzaakt minder maatregelen, de onderstaande tabel geeft een voorbeeld van de maatregelenpakketten horend bij een eengezinswoning gebouwd na 2005. Ook hier geld: > De kosten van de maatregelpakketten zijn gebaseerd op de benodigde aanpassingen om een energetisch kwaliteitsniveau te halen dat nodig is alvorens te kunnen verwarmen met een lagere temperatuur, die hoort bij een (MT) warmtenet op 70 °C of 40 °C voor all-electric. > Als de woning al voldoet aan een bepaald kwaliteitsniveau dan worden deze kosten niet meegenomen. Hoe recenter het bouwjaar, des te lager de investeringskosten. Omdat het niet hard gesteld kan worden welke maatregelen er per woning genomen moeten worden, zijn er twee niveaus aangehouden per warmteoplossing. Per scenario worden daarom de te nemen maatregelen, investeringen en besparingen als een bandbreedte gepresenteerd. Maatregelen EGW >2005
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Kozijnen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Beglazing
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Gevelpanelen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Gevel
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Dak
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Vloer
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Ventilatie
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Radiatoren
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Geen aanpassingen
Vervangen naar LT
Koken
Geen aanpassingen
Ombouw naar E-koken
Geen aanpassingen
Ombouw naar E-koken
40 kWh/m²
35 kWh/m²
40 kWh/m²
35 kWh/m²
Verwarming behoefte na uitvoering
Voorbeeld maatregelen bij een eengezinswoning (EGW) >2005
Isolatie hoog + all-electric Geen aanpassingen
SAMENVATTING
Totale investeringen Netto contante kosten investeringen, kosten en besparingen Totale jaarlijkse kosten buiten energierekening Totale jaarlijkse kosten energierekening Totale jaarlijkse kosten (jaarlijks) Totale jaarlijkse kosten (maandelijks)
3.4 Methode >
>
>
Per woningtype is met de Financiële Tool Warmtetransitie van Over Morgen PRIJZEN een ‘rekening’ opgesteld voor een woningcorporatie, de huurder en een Consumentenprijs aardgas Consumentenprijs elektriciteit particulier. Deze rekeningen verschillen oa. omdat de huurder niet de Consumentenprijs collectieve warmte investeringen pleegt, de corporatie tegen lage rentes kan lenen en een PARTICULIER Indicatoren particulier de kosten en baten in eigen beheer heeft. Netto contante kosten investeringen, kosten en besparingen Over een periode van 30 jaar worden alle positieve (baten) en Investeringen Investering in isoleren, ventileren, afgiftesysteem en e-koken negatieve(kosten) kasstromen verdisconteerd, uitgaande van realistische Investering in aansluitkosten / warmtepomp Investeringen in zonnepanelen toekomstige verwachtingen, en bij elkaar opgeteld om de netto contact Proceskosten Subsidie waarde te berekenen van alle investeringen, kosten en besparingen. Totale investeringen Jaarlijkse kosten Bepalende kosten en baten zijn: Vastrecht transport en levering van gas Variabele kosten gas Afschrijving en onderhoud HR-ketel Financieringslasten maatregelen woning Verlaging van de warmtevraag Financieringslasten aardgasvrij Elektragebruik elektrisch koken Bij warmtenet: Vaste kosten warmte Huur afleverset Variabele kosten warmte
Bij all-electric: Instandhoudingskosten warmtepomp Elektriciteitsgebruik warmtepomp
Afschrijving en onderhoud HR-ketel Herinvestering, onderhoud en monitoring warmtepomp Herinvestering, onderhoud en monitoring zonnepanelen Kosten afleverset collectieve warmte Financieringslasten Totale jaarlijkse kosten buiten energierekening Jaarlijkse kosten energierekening Vastrecht Vastrecht elektriciteit netbeheerder Vastrecht aardgas netbeheerder Vastrecht elektriciteit elektriciteitsleverancier Vastrecht aardgas gasleveranciier Vastrecht collectieve warmte Vastrecht collectieve koude Vastrecht blokverwarming Variabele kosten Variabele kosten aardgas Variabele kosten elektriciteit Variabele kosten collectieve warmte Overige Heffingskorting Totale jaarlijkse kosten energierekening
n.v.t. € n.v.t. € 200 € 2.136 € 2.336 € 195 €
33.072 21.477 1.557 1.740 3.297 275
0,81 0,23 27,05
0,81 0,23 27,05
incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro Euro Euro Euro Euro Euro
incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro / Nm3 Euro / kWh Euro / GJ
incl. BTW
Euro
n.v.t.
€
21.477
incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro Euro Euro Euro Euro Euro
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
€ € € € € €
15.000 15.065 3.007 33.072
incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro Euro Euro Euro Euro Euro
€ € € € € €
200 € - € - € - € - € 200 €
180 1.377 1.557
incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro Euro Euro Euro Euro Euro Euro
€ € € € € € €
225 € 172 € 42 € 58 € - € - € - €
225 42 286 -
incl. BTW incl. BTW incl. BTW
Euro Euro Euro
€ € €
1.292 € 658 € - €
703 795
incl. BTW
Euro
€
-312 €
-312
incl. BTW
Euro
€
2.136 €
1.740
€
2.336 €
3.297
TOTALE JAARLIJKSE KOSTEN(-) / BESPARINGEN(+) VASTGOED-EIGENAAR / GEBRUIKER
€ € € €
3.5 Output model Elke individuele vastgoedeigenaar is anders en maakt op basis van verschillende kosten een afweging. Met de Financiële Tool Warmtetransitie worden daarom verschillende kosten inzichtelijk gemaakt: > >
>
>
De hoogte van de investering. Deze is met name van belang voor stakeholders, die kijken naar de korte termijn. Hoe hoger deze investering, hoe hoger de drempel is. De onrendabele top voor de vastgoedeigenaar (TCO) over een periode van 30 jaar. Dit is met name voor stakeholders die kijken naar de lange termijn en die kunnen beschikken over een aantrekkelijke langlopende lening. Hierin maken we onderscheid tussen particuliere woningen en de woningcorporatie. Hoe lager de onrendabele top, hoe lager de drempel om te investeren. De totale jaarlijkse kosten voor een particuliere woningeigenaar in het eerste jaar na investering. Ongeacht of een investering over de lange termijn rendabel is, zijn de kosten van belang, die in het eerste jaar betaald moet worden aan financieringskosten, onderhoudskosten en energierekening. De totale jaarlijkse kosten voor een huurder in het eerste jaar na investering. Ongeacht wat de energieprijzen gaan doen. Direct na ingreep is deze bij voorkeur gelijk of lager, voor voldoende draagvlak.
3.5 Inzicht in kosten voor gebouwgebonden maatregelen Om het effect van isoleren en andere gebouwgebonden maatregelen te duiden zijn de scenario’s berekend voor het transitie gereed maken van het meest voorkomende woningtype in Putten: de twee onder 1 kap woning uit 1950 – 1975. Onderstaande tabel geeft de kosten en NCW weer voor het voorbereiden van de woning op een aardgasvrije verwarmingstechniek (isoleren, ventileren en elektrisch koken) waarbij de cv-ketel behouden blijft. Dit geeft het volgende inzicht: >
Alleen de maatregelen in het minimale scenario zijn op dit moment met beperkte kosten te realiseren. Voor particuliere eigenaren is er een rechtvaardiging om te kiezen voor minimale isolatie. Deze kosten kunnen voor een groot deel gedekt worden door bestaande subsidie regelingen.
Huidig niveau 112 kWh/m2
Minimaal niveau 70 kWh/m2
Basisniveau 50 kWh/m2
Hoog niveau 40 kWh/m2
Totale investeringen
n.v.t.
€ 16.000
€ 28.000
€ 48.500
NCW corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; huurder
n.v.t. -€ 200 € 2.136
€ 16.000
€ 28.000
€ 48.500
-€ 200 € 1.823
-€ 200 € 1.604
-€ 200 € 1.495
NCW woningeigenaar (kosten)
n.v.t.
€ 2.303
€ 7.476
€ 21.063
Jaarlijkse kosten jaar 1; woningeigenaar
€ 2.951
€ 2.481
€ 2.721
€ 3.298
Eengezinswoning 1950-1975
Geselecteerde woning Rijwoning ≥ 1950 - 1975
3.6 Inzicht in de kosten per referentie
2-onder-1 kap 1975-1990 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning 1975-1990
Eengezinswoning 1950 - 1975 Per sleuteltype zijn de warmteopties doorgerekend. >
De eengezinswoning 1950-1975 komt vaak voor en maakt voor 8% deel uit van het totaal.
Eengezinswoning 1950-1975
Huidig
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Isolatie hoog+ all-electric
NOM
Totale investeringen
n.v.t.
€ 27.500
€ 38.500
€ 38.500
€ 55.000
€ 79.087
NCW corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; huurder
n.v.t. -€ 200 € 2.136
€ 27.007
€ 38.007
€ 43.418
€ 59.918
€ 55.368
€ -180 € 1.791
€ -180 € 1.583
€ -460 € 1.307
€ -460 € 1.226
€ 941 € 1.552
NCW woningeigenaar Jaarlijkse kosten jaar 1; woningeigenaar
n.v.t. € 2.951
€ 17.302 € 3.116
€ 22.746 € 3.366
€ 15.729 € 3.370
€ 30.793 € 3.976
nvt. nvt.
De kosten voor een corporatie en particulier verschillen door verschillen in financiering tarieven, drager energiekosten etc. Een nul-op-de-meter (NOM) woning is toegevoegd voor extra inzicht, deze variant is interessant door de energieprestatievergoeding (1,2 €/m²/mnd.) en wordt door de woningstichting Putten in voorkomende gevallen toegepast. De investeringen zijn echter vrij hoog.
Geselecteerde woning Rijwoning ≥ 1950 - 1975
Kosten per geselecteerde referentiewoning
2-onder-1 kap 1975-1990 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning 1975-1990
2-onder-1-kap 1975 - 1990
>
De 2-onder-1-kap uit de periode 1975-1990 maakt voor 19% deel uit van het totaal.
Meergezinswoning 1975-1990
Huidig
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Isolatie vergaand + all-electric
Totale investeringen
n.v.t.
€ 33.000
€ 44.000
€ 44.000
€ 66.000
NCW corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; huurder
n.v.t. -€ 200 € 2.491
€ 32.507
€ 43.507
€ 48.918
€ 70.918
-€ 180
-€ 180
-€ 460
-€ 460
€ 1.975
€ 1.722
€ 1.446
€ 1.348
NCW woningeigenaar Jaarlijkse kosten jaar 1; woningeigenaar
n.v.t. € 2.691
€ 18.221
€ 22.471
€ 14.221
€ 34.476
€ 3.529
€ 3.734
€ 3.738
€ 4.556
Variant 2 en 3 vormen de boven- en ondergrens voor het warmtenet scenario en 4 en 5 die voor het all-electric scenario. De kosten voor een corporatie en particulier verschillen door verschillen in financiering tarieven, drager energiekosten etc.
Geselecteerde woning
Kosten per geselecteerde referentiewoning
Rijwoning ≥ 1950 - 1975 2-onder-1 kap 1975-1990 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning 1975-1990
Meergezinswoning 1975 - 1990
>
De meergezinswoning 1975-1990 maakt voor 3% deel uit van het totaal.
Meergezinswoning 1975-1990
Huidig
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Isolatie vergaand + all-electric
Totale investeringen
n.v.t.
€ 23.650
€ 27.500
€ 27.500
€ 38.500
NCW corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; huurder
n.v.t. -€ 200 € 1.342
€ 23.157
€ 27.007
€ 32.418
€ 43.418
-€ 180 € 1.357
-€ 180 € 1.213
-€ 460 € 908
-€ 460 € 852
NCW woningeigenaar Jaarlijkse kosten jaar 1; woningeigenaar
n.v.t. € 1.738
€ 23.019 € 2.521
€ 23.027 € 2.537
€ 17.282 € 2.513
€ 27.289 € 2.915
Variant 2 en 3 vormen de boven- en ondergrens voor het warmtenet scenario en 4 en 5 die voor het all-electric scenario. De kosten voor een corporatie en particulier verschillen door verschillen in financiering tarieven, drager energiekosten etc.
Geselecteerde woning
Kosten per geselecteerde referentiewoning
Rijwoning ≥ 1950 - 1975 2-onder-1 kap 1975-1990 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning 1950-1975
Vrijstaande woning 1950 - 1975
> >
De vrijstaande woning uit de periode 1950-1975 maakt voor 7% deel uit van het totaal. Het aandeel woningen in corporatiebezit is minimaal
Meergezinswoning 1975-1990
Huidig
Isolatie minimaal + warmtenet 70
Isolatie basis + warmtenet 70
Isolatie basis + all-electric
Isolatie vergaand + all-electric
Totale investeringen
n.v.t.
€ 38.500
€ 49.500
€ 49.500
€ 77.000
NCW corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; corporatie Jaarlijkse kosten jaar 1; huurder
n.v.t. -€ 200 € 1.342
€ 38.007
€ 49.007
€ 54.418
€ 81.918
-€ 180 € 1.357
-€ 180 € 1.213
-€ 460 € 908
-€ 460 € 852
NCW woningeigenaar Jaarlijkse kosten jaar 1; woningeigenaar
n.v.t. € 1.738
€ 31.329
€ 37.786
€ 21.599
€ 45.577
€ 4.270
€ 4.558
€ 4.415
€ 5.361
Variant 2 en 3 vormen de boven- en ondergrens voor het warmtenet scenario en 4 en 5 die voor het all-electric scenario. De kosten voor een corporatie en particulier verschillen door verschillen in financiering tarieven, drager energiekosten etc.
4. Discussie en conclusie Verlagen van de warmtevraag is uitgangspunt bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hiermee: Wordt de energierekening verlaagd en het comfort verbeterd van de eindgebruiker Wordt de vraag naar energie verlaagd. Wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. En is er meer zekerheid dat er (op termijn) duurzame en CO2 neutrale warmte geleverd kan worden. Conclusies modelstudie: Definitie van onrendabel is voor verschillende stakeholders anders en sterk afhankelijk van de scope per stakeholder. Hoe hoger het isolatieniveau, hoe hoger de investering en de onrendabele top. Een beperkt aantal maatregelen, bijvoorbeeld spouw en vloerisolatie, zijn over een langere tijd rendabel en dus financierbaar. Een gefaseerde aanpak ligt daarmee voor de hand. De berekeningen zijn een verdieping op de richting die in de Transitievisie Warmte is weergegeven. Alle aardgasvrije alternatieven zijn in principe onrendabel en dus lastig te financieren zonder subsidie. De minst onrendabele keuze voor de meeste woningen is een midden temperatuur warmtenet (70°C) in combinatie met beperkte isolatie. Deze oplossing is echter in een beperkt deel van Putten te realiseren. All-electric kan in individuele gevallen aantrekkelijker zijn dan een warmtenet, dit is met name relevant voor particuliere eigenaren met een woning van een recent bouwjaar.
5. Maatgevende kengetallen en aannames* > > > > > > >
> > > > > > > >
Tarieven: m³ gas € 0,81; kWh elektriciteit 0,23; GJ warmte € 28,47 Vastrecht gas € 57,69, € 181 netbeheer) Netto contante waarde (NCW) berekening is gemaakt over een looptijd van 30 jaar en een discontovoet van 3% Ontwikkelingen van de consumentenprijs elektriciteit en gas conform concept klimaatakkoord Overige indexaties gebaseerd op de Consumenten Prijs Index (CPI): 1,5% Er is geen marktwaarde stijging voor de woning of zonnepanelen meegenomen Herinvesteringskosten warmtepomp € 4.500,- en levensduur 18 jaar Kostenkengetallen particulieren conform investeringskosten energiebesparende maatregelen Woningbouw van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Kostenkengetallen voor de corporatiewoning aangeleverd door woningcorporatie WSP en conform Aedes kostenkentallen Aansluitbijdrage (BAK) warmtenet is aangenomen op € 13.915,- (€ 11.500,- excl.
BTW, gemiddelde van bedragen die op dit moment in de proeftuinen aardgasvrije wijken (PAW) wordt gehanteerd) Tarievenblad van Autoriteit Consument en Markt (ACM) warmte: € 251,93 vaste kosten; meetkosten; € 25,89 en huur afleverset € 179,59 en € 27,04 per GJ warmte Percentage jaarlijks onderhoud van investering warmtepomp is 3,0% Jaarlijkse kosten monitoring warmtepomp € 25,- (voor Nul op de Meter is deze € 75,-) Huur afleverset wordt betaald door gebouweigenaar Bij warmtenetten is uitgegaan van middentemperatuur warmtenet met een aanvoertemperatuur van 70 °C in de woning Utiliteit maakt geen onderdeel uit van deze berekening door het ontbreken van voldoende beslisinformatie.
*Alle prijzen incl. BTW tenzij anders aangegeven
Bijlage 1. Uitgangspunten en afwegingscriteria Transitievisie Warmte 1.0 a) Alvast aan de slag met energiebesparing Goede isolatie en ventilatie zijn randvoorwaarden om onze gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Daarom kan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving niet los worden gezien van de opgave om gebouweigenaren te stimuleren en ondersteunen om gebouwen ’transitiegereed’ te maken. b) Iedereen kan meedoen We pakken het gefaseerd aan en gaan pas van aardgas af als het alternatief voor aardgas maatschappelijk aanvaardbaar en voor iedereen toegankelijk is. Iedere gebouweigenaar, bewoner en andere eindgebruiker moet de overstap naar een duurzame warmtevoorziening kunnen maken. Het Ontwerp Klimaatakkoord stelt woonlastenneutraliteit als uitgangspunt. c) Gebouweigenaren van bestaande gebouwen hebben keuze in toekomstige energie-infrastructuur De gebouweigenaren en bewoners worden altijd betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun wijk, dan wel omdat zij zelf initiatief nemen (zoals de startmotor van de woningcorporaties), dan wel omdat via de wijkaanpak in een zorgvuldig proces een afweging zal worden gemaakt. In veel gevallen zijn collectieve oplossingen het meest kosteneffectief. Afwegingscriteria a) Laagste maatschappelijke kosten We streven naar warmteoplossingen met de meest optimale kosten en baten.
Daarbij kijken we naar de combinatie van gebouwgebondenmaatregelen, energie-infrastructuur en energiebronnen. Dit kan per wijk verschillen. Ook starten we op de plekken waar die kosten het laagst zijn en waar de keuze voor een alternatief voor aardgas het meest zeker is. b) Duurzaamheid: CO2 reductie en inpassing van lokale energiebronnen We willen CO2 reductie bereiken, en daarbij lokale energiebronnen optimaal benutten en die zo hoogwaardig mogelijk toepassen.