Bijlage 3 - Opmerkingen, moties en amendementen bij concept RES NV
Tekst van het document
Behandelde moties en amendementen na concept RES Noord-Veluwe 8 februari 2021 Bij de vaststelling van de concept Regionale Energiestrategie zijn er in de gemeenten Putten en Oldebroek moties en amendementen ingediend. Ook vanuit Hattem is een reactie gekomen. Hieronder de inhoud van die moties en amendementen, met daarbij de reactie vanuit de werkorganisatie RES Noord-Veluwe over hoe deze zijn verwerkt in het document ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’.
Gemeente Putten 1. Motie ‘Opwekken zonne-energie met beleid’ Oproep aan het college van B&W van Putten om bij de bestuurlijke overleggen van de RES NoordVeluwe duidelijk aan te geven dat in de gemeente Putten zonne-energie niet primair op agrarische gronden zal worden ontwikkeld en er zorg voor te dragen dat de zoekgebieden overeenkomstig worden aangepast. Deze motie sluit niet bij voorbaat alle initiatieven voor zonne-energie op het veld uit. In elk van de drie varianten worden grote delen van het buitengebied van Putten aangewezen als zoekgebied voor zonne-energie in de categorieën ‘herstel kleinschalige landschappen’ en ‘koppeling energietransitie aan landbouwtransitie’. Dat verwijst naar het realiseren van zonnevelden op agrarische gronden. Dit gaat vaak ten koste van open landschap; er is in Putten weinig/geen draagvlak in de buurtschappen voor zonnevelden; agrarische gronden komen in het principe van de zonneladder als allerlaatst in beeld.
Reactie werkorganisatie verwerking in het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe Zonne-energie op veld, in kleinschalige landschappen en in agrarisch gebied is alleen mogelijk als dit op een goede wijze ruimtelijk wordt ingepast. Daarom is het voorstel voor de RES 1.0 om deze bouwsteen samen te voegen tot een integrale bouwsteen Zon op land i.c.m. gebiedsopgaven (ruimtelijke kwaliteit, landbouw, biodiversiteit etc.). We gaan ervan uit dat per gemeente 10 à 20 hectare zon gerealiseerd kan worden onder deze gecombineerde bouwsteen. Dit vraagt nog de nodige nadere uitwerking samen met gebiedspartijen. Daarom is deze bouwsteen nu onderdeel van het nader te onderzoeken-deel van de RES 1.0 en maakt het daarmee geen deel uit van het bod aan TwH opwek in de regio Noord Veluwe.
2. Motie ‘Realiteit in RES’ Oproep aan het college van B&W van Putten om bij de bestuurlijke overleggen van de RES NoordVeluwe duidelijk aan te geven dat er in de gemeente Putten geen (bestuurlijk) draagvlak bestaat voor dorpsmolens en er zorg voor te dragen dat ‘Variant C’ ten aanzien van het grondgebied van de gemeente Putten niet wordt opgenomen in de RES 1.0 Er is geen draagvlak vanuit de gemeenteraad van Putten voor dorpsmolens.
Reactie werkorganisatie verwerking in het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe Het principe van de dorpsturbine is gebaseerd op heel andere uitgangspunten dan de andere zoekgebieden voor windturbines. Omdat het onverstandig zou zijn om dit principe niet voor te leggen aan de inwoners, hebben we de dorpsturbines opgenomen in de concept-RES. Wij hebben dit zoekgebied opgenomen in de ruimtelijke variant/denkrichting C in de concept-RES, omdat we van de inwoners uit de regio wilden horen hoe zij tegen dit zoekgebied aankijken. Alle opties moeten immers met open vizier worden onderzocht. Het ruimtelijk inpassen van dorpsturbines is complex, zeker gezien de context van de Noord-Veluwe waarin zoveel natuurwaarden zijn. Kijkend naar de reacties van de raden en de respondenten van de online enquête, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat het maatschappelijk draagvlak voor het principe van de dorpsturbines bijzonder laag is. Ook vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie zijn dorpsturbines niet per se het meest voor de hand liggend. Immers, het gaat over kleinere turbines die minder opbrengst hebben dan grotere en elke turbine moet apart worden aangesloten. De business-case voor dorpsturbines is daardoor lastig en de maatschappelijk kosten zijn relatief hoog.
Op basis van de analyses uit de werkateliers (analyse ruimtelijke inpassing), de reacties van de respondenten op de online enquête (maatschappelijk draagvlak) en een inschatting van de maatschappelijke kosten/systeemefficiëntie moet geconcludeerd worden dat het principe van de dorpsturbines niet kansrijk is. Het principe van de dorpsturbine is daarom niet opgenomen in de ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’ als onderzoeksgebied.
Gemeente Oldebroek 1. Amendement De gemeenteraad van Oldebroek stelt de concept-RES vast, met dien verstande dat de genoemde varianten worden gezien als denkrichtingen, en niet als vastomlijnde plannen. Daaraan worden de volgende opvattingen van de raad van Oldebroek toegevoegd/ernaast gezet: - Voor de capaciteit op basis van zonne-energie uitgaan van eerst het meer benutten van bestaande daken; Veel Nederlanders vinden het logisch om daken te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Dit beeld is niet anders in de Noord-Veluwe. Hoe voor de hand het ook lijkt te liggen om alle daken te benutten, de werkelijkheid is weerbarstig. Er zijn allerlei belemmeringen om daken te benutten. Constructies zijn niet geschikt, aansluitpunten liggen soms te ver weg en zijn te duur om aan te leggen of te versterken, sommige verzekeraars liggen in de weg, etc. Ondanks deze belemmeringen vinden we het als regio Noord-Veluwe belangrijk om zoveel mogelijk dakoppervlak te benutten en zetten we ons actief in om belemmeringen voor zon-op-dak-projecten weg te nemen. Omdat de regio voorstander is van zon-op-dak-projecten is in het regionale verhaal voor de RES 1.0, net als in de eerdere drie de ruimtelijke varianten/denkrichtingen 100 hectare zon-op-dak-projecten opgenomen.
- Natura2000 locaties niet op voorhand uit te sluiten als zoekgebied; Aan de start van het RES-traject is afgesproken dat alle partners bereid zijn om bestaand beleid te heroverwegen wanneer dat nodig is om de doelen te halen (zie Bestuurlijke Startnotitie 2019 voor
exacte formulering). N2000 is niet op voorhand uitgesloten als zoekgebied. We hebben nauwkeurig gekeken naar de waarden die worden beschermd. In het geval de Veluwe en de Randmerenkust zijn dat bijvoorbeeld vogels. Juist daarom hebben we onderzoek laten uitvoeren naar windmolens op en rond de Veluwe. U heeft allemaal gezien wat er uit dat onderzoek is gekomen. - Het plaatsen van windturbines in het kwetsbaar weidevogel – en landbouwgebied in de Polder Oosterwolde is onacceptabel; Zie reactie onder motie 2. - De zoekzone voor windturbines bij Hattemerbroek naar het noordoosten te verschuiven en te laten aansluiten op de al bestaande infrastructurele lijnen (de N50/A50 en spoorlijn) Dit zoekgebied valt binnen het grondgebied van de gemeente Hattem. Keuzes voor verschuivingen binnen het zoekgebied zijn daarom aan de gemeente Hattem. - Te zorgen voor een meer evenwichtige verdeling van de RES opgave over de regio; De regio bestaat uit zeven gemeenten die elk hun eigen context kennen. Sommige gemeenten hebben meer ruimte dan andere. Harderwijk heeft bijvoorbeeld weinig grondgebied en daarvan is een groot percentage bebouwd, terwijl een gemeente als Nunspeet een groot grondoppervlak heeft dat voor een belangrijk deel bestaat uit natuur. Kortom, elke gemeente doet wat hij kan.
Het is door de specifieke context van elke gemeente erg ingewikkeld om goed invulling te geven aan een ‘meer evenwichtige verdeling’. - Onderwerpen die niet thuishoren in de RES, niet mee te nemen in de besluitvorming t.a.v. de RES (zoals vernatting Polder Oosterwolde en de landbouwtransitie). Die vragen afzonderlijke belangenafweging en besluitvorming; Zie reactie onder motie 2. - Rekening te houden met nieuwe alternatieve energiebronnen die in de periode tot 2050 kunnen bijdragen aan de energiebehoefte; In de huidige RES (concept en richting RES 1.0) is uitgegaan van bestaande technieken (weersafhankelijk zoals zonnepanelen en windmolens). Doen we dat niet, dan halen we de doelstellingen voor 2030 niet. De RES is een levend document, net als de omgevingsvisie. Elke twee jaar moet de RES herijkt worden. Als in 2023 (bij RES 2.0) blijkt dat er nieuwe ontwikkelingen zijn waardoor eerdere besluiten moeten worden herzien, dan is daar op dat moment de mogelijkheid voor. In het RES-proces wordt nadrukkelijk de ruimte geboden om nieuwe ontwikkelingen een plek te geven. - De inbreng van inwoners, stakeholders en gemeenteraden 1 op 1 van terugkoppeling te voorzien; Zie reactie onder motie 2. - We zijn op geen enkele manier gebonden aan de voorstellen in de drie varianten.
De gemeente blijf volledig de controle houden op welke projecten er wel of niet in de gemeente gerealiseerd worden. De regionale samenwerking in de RES is verstandig omdat grootschalige opwek van duurzame elektriciteit een flinke ruimtelijke impact heeft. Regionale regie daarop is daarom zinvol en gewenst.
2. Motie ‘Regionale Energie Strategie’ Opdracht aan het college van B&W van Oldebroek is om: - er het maximale aan te doen om er voor te zorgen dat de stakeholders uit Oldebroek meegenomen worden in het proces om te komen tot een definitieve RES en dat zij een goede terugkoppeling krijgen; Zie reactie ‘Participatie en draagvlak’ hieronder. - de inwoners van Oldebroek intensief te betrekken bij de te maken keuzes en het ingediende amendement; Zie reactie ‘Participatie en draagvlak’ hieronder. - er scherp op toe te zien dat onderwerpen die niet thuis horen in de RES, niet worden meegenomen in de besluitvorming t.a.v. de RES (bijvoorbeeld de vernatting van Polder Oosterwolde. De RES inventariseert hoeveel duurzame elektriciteit de regio Noord-Veluwe grootschalig op land kan opwekken en waar. De RES bevat keuzes over hoeveel elektriciteit de regio waar gaat opwekken, en beschrijft hoe de regio de benodigde infrastructuur en opslagcapaciteit voor elektriciteit organiseert. Daarnaast is de RSW ook een onderdeel van de RES; daarin beschrijft de regio hoe zij de warmteverdeling wil doen en de warmte wil leveren aan huizen en gebouwen, en hoe de benodigde infrastructuur en opslagcapaciteit voor warmte georganiseerd moet worden. Dit betekend echter niet dat de RES zich strikt beperkt tot een overzicht van energieopwekking in de regio.
In de Bestuurlijke Startnotie die in oktober 2019 is opgesteld door alle betrokken partijen in de RES Noord-Veluwe, staat beschreven dat de RES nauw samenhangt met andere ruimtelijke opgaven. Uit de Bestuurlijke Startnotie; ‘De omvang van de energietransitie heeft een groot effect op de beleving van het landschap. En er is een groot grondoppervlak nodig voor energieopwekking en de (nieuw aan te leggen) infrastructuur. Tegelijkertijd vragen ook verduurzaming van de landbouw, woningbouw, natuur, wateropgaven en tal van andere opgaven extra ruimte. Daarom werkt de regio richting een RES waarin zij verbindingen legt met andere transities zoals de ontwikkeling van natuur en het landelijk gebied en klimaatadaptatie.’ In het proces van concept RES naar de inhoudelijke richting voor de RES 1.0 voor de Noord-Veluwe is daarom met een brede blik naar de energieopgave in combinatie met andere ruimtelijke opgaven gekeken. Er is verkent in hoeverre de verschillende ruimtelijke transities, zoals die in het landelijk gebied, verbonden kunnen worden met de energieopgave. Zie voor verdere inhoudelijke reactie over de Polder Oosterwolde hieronder.
De uitvoering van de RES heeft een enorme invloed op het landschap van de regio en de gemeente en op de positie van de agrarische sector; de reacties door lokale bestuurders zijn onvoldoende terug te vinden in de concept-RES Noord-Veluwe; er onderwerpen als vernatting van de Polder Oosterwolde en de landbouwtransitie worden meegenomen; en draagvlak erg belangrijk is om te komen tot een succesvolle uitwerking van de RES.
Reactie werkorganisatie verwerking in het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe Participatie en draagvlak Regionaal hebben we een gezamenlijke participatie-aanpak, met ruimte voor eigen, lokale invulling. Elke gemeente kiest haar zelf de vorm, timing en instrumenten waarmee zij hun inwoners betrekken bij de RES. Sommige zijn al bezig met initiatieven voor windturbines of zonnevelden of werken al met een participatie-aanpak bij andere opgaven. Elke gemeente organiseert daarom zelf de participatie. De participatie rondom de RES Noord-Veluwe is een combinatie van online en offline communicatie/participatie. De uitbraak van het coronavirus heeft daar flinke invloed op gehad. Sinds maart vorig jaar konden fysieke bijeenkomsten niet meer, of zeer beperkt, worden georganiseerd. In de periode juli - november 2020 is daarom gebruik gemaakt van een digitaal platform/enquête. Hier zijn meer dan 1.400 reacties op binnengekomen. Daarnaast zijn er op lokaal niveau online en fysieke bijeenkomsten voor inwoners geweest, bijvoorbeeld inloopavonden. Ook stakeholders in de regio zijn meegenomen tijdens ateliersessies vanuit de werkorganisatie, waar zij werden bijgepraat over het proces tot dan toe en inhoudelijke reacties konden geven. Deze zijn meegenomen in de opstelling van het stuk ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’.
Polder Oosterwolde Tijdens de verkenning van de mogelijkheden voor energieopwekking in de Polder Oosterwolde bleek dat dat een meerderheid van de bewoners zich niet kan vinden in de bouwsteen Zon gekoppeld aan Veenweideherstel. Aantasting van het landschap, de natuur – landbouw – en recreatiegebieden werden daarbij het meest genoemd als zorgen. Vanuit de provincie geldt ook dat de bouwsteen ‘Zon gekoppeld aan veenweideherstel’ niet aansluit bij provinciale belangen, vanwege de overlap met weidevogel- ganzenrust – en Natura2000-gebied. In het ontwerp-actualisatieplan van de Omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe zonnevelden in weidevogelgebieden zijn uitgesloten. De koppeling met andere opgaven in het gebied spreekt wel degelijk aan bij meerdere partijen, echter is de vraag of dit vanuit de RES moet worden opgepakt, terwijl de mogelijkheden voor het realiseren van duurzame energie beperkt zijn. Daarom volgt, los van het RES proces, een aparte gebiedsvisie voor de Polder van Oosterwolde, met inbreng van agrariërs (LTO) en bewoners waarin energie ook een plek krijgt. Dit alles in overweging nemende, is de Polder Oosterwolde niet opgenomen als onderdeel in het stuk ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’ en stelt de werkorganisatie voor het ook niet op te nemen in de RES 1.0.
Gemeente Hattem Binnen de gemeenteraad van Hattem is de zorg geuit dat eventuele toekomstige windturbines bij Hattemerbroek, naast de bestaande turbines, kan leiden tot verrommeliing van het landschap door verschillen in type turbines en tiphoogten. Deze zorg is onderschreven door wethouder Schipper en door hem besproken in de Stuurgroep RES NV.
Reactie werkorganisatie verwerking in het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe Als regionale werkorganisatie snappen we deze zorg over verrommeling van het landschap door type- en hoogteverschillen van eventuele nieuwe turbines bij Hattemerbroek. Het is echter niet aan ons om hierover afspraken op te nemen in de RES 1.0. De vergunningaanvraag voor eventuele uitbreiding van de windturbines bij Hattemerbroek valt binnen de jurisdictie van de gemeente Oldebroek, samen met de provincie Gelderland. Het staat de gemeente Hattem uiteraard wel vrij om hierover met de gemeente Oldebroek afstemming te zoeken.
Gemeente Ermelo & Elburg Bij de besluitvorming rond de concept RES Noord-Veluwe heeft de gemeenteraad van Ermelo de toevoeging gemaakt dat dit behoudens de financiële consequenties is. Ook binnen de gemeente Elburg is aandacht gevraagd voor de financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Korte toelichting bij de financiële kant van de RES; Over het algemeen is de gemeente zelf niet de ontwikkelaar en exploitant van wind- of zonneparken. Wel kan de gemeente betrokken zijn bij ruimtelijke onderzoeken die nodig zijn in de verkennende fase van een project. Initiatieven van derden worden gesteund, maar voor vergunningaanvragen worden ook leges in rekening gebracht bij de initiatiefnemers. Voor het proces richting de concept RES en de RES 1.0 is er financiële ondersteuning beschikbaar vanuit het Rijk en de provincie Gelderland. In het onderzoeksrapport ‘Uitvoeringskosten van het klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022-2030’ is een inschatting gemaakt van de kosten en dan met name het aantal extra fte’s dat gemeenten gemiddeld nodig zullen hebben om het klimaatakkoord lokaal te verwezenlijken. Dit rapport is vrij te downloaden.
Gemeente Elburg Aandachtspunten benoemt door de gemeenteraad tijdens de besluitvorming rond de concept RES; -
Van belang dat er volop wordt ingezet op zonnepanelen op daken/bebouwd gebied (en zonnepanelen op landbouwgrond zo veel mogelijk vermeden) en de mogelijkheden onderzoeken voor zonnepanelen op (overdekte) parkeerplaatsen;
Veel Nederlanders vinden het logisch om daken te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Dit beeld is niet anders in de Noord-Veluwe. Hoe voor de hand het ook lijkt te liggen om alle daken te benutten, de werkelijkheid is weerbarstig. Er zijn allerlei belemmeringen om daken te benutten. Constructies zijn niet geschikt, aansluitpunten liggen soms te ver weg en zijn te duur om aan te leggen of te versterken, sommige verzekeraars liggen in de weg, etc. Ondanks deze belemmeringen vinden we het als regio Noord-Veluwe belangrijk om zoveel mogelijk dakoppervlak te benutten en zetten we ons actief in om belemmeringen voor zon-op-dak-projecten weg te nemen. Omdat de regio voorstander is van zon-op-dak-projecten is in het regionale verhaal voor de RES 1.0, net als in
de eerdere drie de ruimtelijke varianten/denkrichtingen 100 hectare zon-op-dak-projecten opgenomen. Ook oplossingen zoals panelen op (overdekte) parkeerplaatsen worden daarbij meegenomen. Dit neemt niet weg dat we voor onze duurzame energievoorziening ook kijken naar opwek van zonne-energie d.m.v. veldopstellingen. Zonne-energie op veld, in kleinschalige landschappen en in agrarisch gebied is alleen mogelijk als dit op een goede wijze ruimtelijk wordt ingepast. Daarom is het voorstel voor de RES 1.0 om deze bouwsteen samen te voegen tot een integrale bouwsteen Zon op land i.c.m. gebiedsopgaven (ruimtelijke kwaliteit, landbouw, biodiversiteit etc.). We gaan ervan uit dat per gemeente 10 à 20 hectare zon gerealiseerd kan worden onder deze gecombineerde bouwsteen. Dit vraagt nog de nodige nadere uitwerking samen met gebiedspartijen. Daarom is deze bouwsteen nu onderdeel van het nader te onderzoeken-deel van de RES 1.0 en maakt het daarmee geen deel uit van het bod aan TwH opwek in de regio Noord Veluwe. 2. wordt ingezet op geclusterde grootschalige windenergie-opwek, eventueel aangevuld met kleine dorpsmolens; Het belang van geclusterde locaties van windturbines, om zo verrommeling van het landschap te voorkomen, is een belangrijk uitgangspunt wanneer we het hebben over ruimtelijke kwaliteit. In het zoekgebied Veluwemeerkust is dit als belangrijk uitgangspunt meegenomen. 3.
stakeholders en belanghebbenden, waaronder agrarische ondernemers en inwoners, zo goed mogelijk worden betrokken ook in het vervolgproces van verdere concretisering van de RES. Regionaal hebben we een gezamenlijke participatie-aanpak, met ruimte voor eigen, lokale invulling. Elke gemeente kiest haar zelf de vorm, timing en instrumenten waarmee zij hun inwoners betrekken bij de RES. Sommige zijn al bezig met initiatieven voor windturbines of zonnevelden of werken al met een participatie-aanpak bij andere opgaven. Elke gemeente organiseert daarom zelf de participatie. De participatie rondom de RES Noord-Veluwe is een combinatie van online en offline communicatie/participatie. De uitbraak van het coronavirus heeft daar flinke invloed op gehad. Sinds maart vorig jaar konden fysieke bijeenkomsten niet meer, of zeer beperkt, worden georganiseerd. In de periode juli - november 2020 is daarom gebruik gemaakt van een digitaal platform/enquête. Hier zijn meer dan 1.400 reacties op binnengekomen. Daarnaast zijn er op lokaal niveau online en fysieke bijeenkomsten voor inwoners geweest, bijvoorbeeld inloopavonden. Ook stakeholders in de regio zijn meegenomen tijdens ateliersessies vanuit de werkorganisatie, waar zij werden bijgepraat over het proces tot dan toe en inhoudelijke reacties konden geven.
Deze zijn meegenomen in de opstelling van het stuk ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’.