Bijlage 2 - Samenwerkings- en Resultaatafspraken Putten 2025-2028
Tekst van het document
Samenwerkings- en resultaatafspraken gemeente Putten 2025-2028 Dit document bevat de afspraken over Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) die gemeente en OABpartners in Putten aangaan voor de beleidsperiode 2025-2028. De afspraken zijn erop gericht om de taalvaardigheid en sociale ontwikkeling van jonge kinderen in Putten te verbeteren door de inzet van alle betrokken partners. Deze samenwerkings- en resultaatafspraken leggen de gezamenlijke inzet, verantwoordelijkheden en resultaatafspraken vast en dient als leidraad voor de samenwerking in de komende beleidsperiode.
1. Doelgroep voor- en vroegschoolse educatie Doelgroep Tot de VVE-doelgroep in Putten behoren kinderen die een door het consultatiebureau geconstateerde ontwikkelings-/onderwijsachterstand hebben of een verhoogd risico daarop. Dit kan zich uiten in een achterstand op een of meer van de volgende gebieden: sociaal-emotionele ontwikkeling, spraak/taalontwikkeling, spelontwikkeling, motorische ontwikkeling. Signalering en indicering Jeugdgezondheidszorg voor kind en jeugd/consultatiebureau signaleert of een kind een (risico op een) onderwijsachterstand heeft. Peuters die tot de doelgroep behoren krijgen een indicatie voor VVE, gebaseerd op de hieronder benoemde indicatoren en criteria. Hierbij wordt gekeken naar zowel de objectieve ontwikkeling van het kind als de situatie van de ouder(s) van het kind. Een (verhoogd risico op) onderwijsachterstand wordt vastgesteld aan de hand van een of meer van de volgende indicatoren en bijbehorende criteria: Taalontwikkeling Kinderen met een geconstateerde achterstand in de (Nederlandse) spraak/ taaltaalontwikkeling. Een achterstand in de spraak-/ taalontwikkeling wordt op het consultatiebureau vastgesteld conform de hiervoor geldende richtlijnen, o.a. het Van Wiechenschema. - Kinderen met een verhoogd risico op achterstand in de (Nederlandse) spraak/taaltaalontwikkeling.
Wanneer de taal thuis geen Nederlands is en er onvoldoende taalaanbod is in het Nederlands en wanneer de taalomgeving van het kind onvoldoende stimulerend is, dan wordt door de professionele inschatting van het consultatiebureau bepaald of er sprake is van een verhoogd risico op achterstand in de spraaktaalontwikkeling. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten o.a. van belang: o Is de taalomgeving voldoende stimulerend? o Is er voldoende taalaanbod (in het Nederlands)? o Zijn er andere risicofactoren (bij het kind, ouders of gezin) die een verhoogd risico op spraak- taalontwikkeling met zich meebrengen? Sociaal-emotionele gronden Dit betreft het risico op achterstanden op basis van sociaal-emotionele gronden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanwezigheid van een samenhangende complexe problematiek en/of duurzame armoedeproblematiek. Ook 'isolement' van een gezin wordt hierin als factor meegewogen (De achterstand kan tot uiting komen op verschillende ontwikkelingsgebieden).
1
Naast deze indicatoren speelt de professionele inschatting van de jeugdverpleegkundige samen met de jeugdarts en die van de kinderopvang, als het kind al deelneemt aan de kinderopvang, een rol bij het afgeven van een verwijzing VVE. Verwijzing is altijd maatwerk. Opleidingsniveau ouder(s) • Kinderen van wie beide ouders een opleiding hebben gevolgd tot maximaal LBO/VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kadergerichte leerweg. • Kinderen van wie beide ouders maximaal twee jaar onderwijs in een andere schoolopleiding in het voortgezet onderwijs, aansluitend op het basisonderwijs, hebben gehad. • Bij eenoudergezinnen is het opleidingsniveau bepalend van de ouder die belast is met de dagelijkse verzorging van het kind. Bij het criterium “opleidingsniveau ouders” blijft ook de professionele inschatting van het consultatiebureau een rol spelen. Een kind dat voldoet aan de genoemde criteria, maar bij wie op geen enkele manier zorgen zijn over de spraak-/ taalontwikkeling en bij wie ook geen verhoogd risico wordt ingeschat, hoeft niet te worden verwezen naar VVE. Uitsluitingscriterium Het kan zijn dat een peuter wel aan de criteria voor een VVE-indicatie voldoet, maar dat er hiernaast sprake is van een zichtbare bredere ontwikkelingsproblematiek. In dat geval beslist het consultatiebureau of een VVE indicatie passend is of niet.
Achterstand die veroorzaakt wordt door een ontwikkelstoornis vraagt andere en gespecialiseerdere ondersteuning/interventies dan het aanbod van VVE . (In dit geval kan gebruik gemaakt worden van de Routekaart Putten). Signalering door voorschoolse voorziening Voorschoolse voorzieningen kunnen op grond van hun expertise adviseren een kind zonder VVEindicatie alsnog -met toestemming van de ouders- te laten indiceren door het consultatiebureau.
2. Bereik, toeleiding en zorgstructuur Bereik De gestelde ambitie voor het bereik de komende beleidsperiode is minimaal 80%, met als streven de 100% te behalen. Met een bereik van 83,9% zit de gemeente Putten daarboven, alsook boven het landelijk gemiddelde. De gemeente Putten wil het bereik tenminste behouden en het liefst nog verder verhogen. Voldoende aanbod en bereik De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende voorschoolse voorzieningen met een aanbod van voorschoolse educatie, in aantal en spreiding. Het consultatiebureau zorgt voor de indicering en toeleiding van doelgroepkinderen, dat wil zeggen de kinderen met (risico op) een onderwijsachterstand. De feitelijke verantwoordelijkheid voor inschrijving en deelname aan voorschoolse educatie ligt bij de ouder(s). Het is voor de ontwikkeling van de geïndiceerde peuters van belang dat zij ook daadwerkelijk op een (VVE-geregistreerde) kinderopvang geplaatst worden. Voor bereik en de toeleiding van doelgroepkinderen naar de voorschoolse voorziening speelt de jeugdgezondheidszorg (JGZ) een 2
sleutelrol. JGZ/consultatiebureau stimuleert en motiveert alle ouders van doelgroep kinderen van 18 maanden om het kind in te schrijven bij een voorschoolse voorziening (beste startleeftijd wordt dan samen besproken). Het spant zich extra in waar het gaat om ouders met een kind met een (dreigende) achterstand. Het consultatiebureau voert de volgende taken uit: • Screening op doelgroepcriteria zoals afgesproken • Actief motiveren van ouders voor en toeleiden naar een voorschools aanbod; • Toeleiden van doelgroepkinderen aan de hand van een formulier voor de VVE doelgroepindicatie; • In overleg met ouders worden de voorschool van keuze geïnformeerd over het doelgroepkind dat komen gaat; • Follow-up van non-bereik; afhankelijk van de uitkomsten van het percentage non-bereik. Toeleiding In elk consultatiebureau team is een contactpersoon voor de peuteropvanglocaties. In Putten is dit (minimaal tot april 2025) de Kindregisseur. De Kindregisseur: • volgt ontwikkelingen op het gebied van peuteropvangbeleid • onderhoudt contacten met peuteropvanglocaties binnen het betreffende werkgebied • inventariseert het aanbod van peuteropvanglocaties, in het bijzonder de VVE-programma’s • verzamelt folders, inschrijfformulieren en informatie van de voorzieningen t.b.v. het consultatiebureau team.
Zorgstructuur Wanneer sprake is van een extra ondersteuningsbehoefte, komt de vraag terug bij de aanvrager; het consultatiebureau. Van daaruit wordt verder gekeken. Tijdens de werksessies bleek er bij de partijen behoefte te zijn aan het opnieuw opstellen van de VVE-Routekaart. De kindregisseur heeft hierin een rol. Afspraken: • •
• • •
Tijdens alle contactmomenten op het consultatiebureau is er actief aandacht voor de spraak/taalontwikkeling en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen van 0-4 jaar. Indien daar reden voor is worden gerichte advisering en interventies aangeboden. Gemeente Putten hanteert een ‘Stroomschema verwijzing naar VVE-programma’. Deze is opgenomen in het document ‘Toeleiding van de doelgroepkinderen naar Peuteropvang’. Dit document komt jaarlijks tijdens de VVE-Werkgroep aan de orde en zal in 2024 nog geactualiseerd worden i.v.m. de wijzingen in de doelgroepdefinitie en herijkt beleid. Er wordt een folder of een kaart met een QR-code gemaakt die naar alle kinderen verstuurd wordt die 2 jaar worden, waar alle voorscholen in staan (eigenaar is de Kindregisseur en VVE werkgroep wordt hierbij betrokken). De VVE-Routekaart staat als vast punt op de agenda van de VVE-Werkgroep (2 keer per jaar) om te bespreken. Casussen staan daarbij 2 keer per jaar als vast agendapunt in de VVE werkgroep (niet altijd actueel en anoniem) en worden door de partijen ingebracht (eigenaar is de Kindregisseur, die verzamelt de casussen en plant deze in)
3
•
•
• •
•
•
De nog op te stellen Routekaart (door de werkgroep Samenwerkingsstructuur Putten) zal als leidraad ingezet worden voor de juiste stappen in ondersteuning voor kinderen en/of hun ouders met een extra zorg/ondersteuningsvraag. Het consultatiebureau kan deze kaarten inzetten indien nodig. Er is een warme overdracht bij de start op de voorschool. Het consultatiebureau, de ouder (of alleen de nodige toestemming van de ouder) en de voorschool zijn hier wenselijk alle drie bij aanwezig. Het is een mondelinge overdracht en bij voorkeur fysiek (indien fysiek niet mogelijk dan telefonisch of online overleg). In de warme overdracht van het consultatiebureau naar de voorschool wordt ook afgestemd of het wenselijk is dat het consultatiebureau op latere momenten nog langer betrokken blijft. Er wordt ingezet op een online informatiepunt op de site van de gemeente (en een folder, met QR-code of doorverwijzing naar de site) waar uitleg staat die passend is/aansluit bij de doelgroep waarin uitleg staat over: o Inhoud van VVE: in de voor- én in de vroegschool (doorlooptijd VVE programma tot en met groep 2) o Mogelijkheden in gemeente Putten o Financiële uitleg o Verwachting van de betrokkenheid van ouders binnen het VVE programma o Overdracht en belang doorgaande lijn van voor- naar vroegschool. Het Consultatiebureau gaat samen met de VVE werkgroep hier een opzet voor maken.
In het werkgebied van het consultatiebureau Putten: o is er een eenduidig beleid ten aanzien van verwijzing naar VVE-voorzieningen o is het verwijzingsbeleid en de rolverdeling afgestemd met de lokale VVE-voorzieningen o is het verwijzingsbeleid naar VVE-voorzieningen onderdeel van gemeentelijk overleg/VVEwerkgroep. o 2-4 jarige kinderen van statushouders krijgen een VVE indicatie vanuit het consultatiebureau. o gebeurt verwijzing naar VVE-voorzieningen door middel van gestandaardiseerde verwijsformulieren. De routekaart staat op de agenda van de VVE-Werkgroep (4 keer per jaar) om te bespreken. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een casusoverleg (2 keer per jaar/onderdeel VVE-Werkgroep).
4
3.
Bevorderen integratie, verminderen segregatie
De gemeente is wettelijk verplicht (WPO art. 161) jaarlijks te overleggen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties om afspraken te maken over: • het bevorderen van integratie • het voorkomen van segregatie In de gemeente Putten worden al losse initiatieven en acties ondernomen die integratie bevorderen. Doel: De gemeente en betrokken partijen zetten gezamenlijk in op het voorkomen van segregatie in en rondom de voor- en vroegschool. Afspraken • Er worden 2 keer per jaar activiteiten georganiseerd door elke organisatie/locatie binnen of buiten de opvang/school die integratie stimuleren (en waarbij de ouders eventueel ook betrokken worden). Daar waar wenselijk kan gezamenlijk opgetrokken worden. • Er is aandacht bij het consultatiebureau voor een zo goed mogelijke spreiding in culturen en redenen van indicaties. • Er is aandacht voor het aantal geïndiceerde kinderen in één groep, het streven is maximaal 50% daar waar mogelijk. Voor- en vroegscholen werken daar ook actief in mee door naar elkaar door te verwijzen als dit bevorderlijk is voor de integratie binnen groepen/locaties. • De voorschool neemt contact op met het consultatiebureau (met toestemming van de ouder) voor meer uitleg bij de indicatie als dit wenselijk is.
4.
Ouderbetrokkenheid/ ouderinformatie
Om optimale ontwikkelingskansen te stimuleren voor doelgroepkinderen is het van groot belang dat ouders de ontwikkeling van hun kind stimuleren in de thuissituatie. Gemeente Putten neemt haar verantwoordelijkheid in het versterken van de ouderbetrokkenheid en de informatievoorziening aan ouders. Hierin worden ouders niet gezien als klant of belanghebbende, maar als partner. Ouders worden gestimuleerd de educatieve ontwikkeling ook in te zetten in de thuissituatie. De komende beleidsperiode zetten we in op het verder versterken van de ouderbetrokkenheid en de informatievoorziening aan ouders over VVE. Doel: Het verder versterken van de ouderbetrokkenheid en de informatievoorziening aan ouders over VVE. Daarnaast versterken de ouders de algehele ontwikkeling en het leerproces van hun kind in de thuissituatie en zijn betrokken bij de opvang of onderwijs locatie waar het kind het VVE programma volgt.
5
Afspraken • Kinderopvangorganisaties hebben een eigen ouderbeleid. De in maart 2016 opgestelde beleidsnotitie voor ouderbeleid; Ouders in beeld in Putten, kan hiervoor als inspiratie dienen. • Folders en andere informatiestromen worden ook in andere talen aangeboden zodat ouders informatie beter begrijpen (in VVE werkgroep wordt gekozen welke talen dit zijn). • Bij de intake worden ouders van geïndiceerde kinderen gewezen op de toestemming, dat informatie tussen kinderopvang en onderwijs wordt gedeeld i.v.m. het doorlopen van het VVE programma dat tot en met groep 2 doorloopt. • Ouderbetrokkenheid is een vast agendapunt bij de VVE werkgroep. • In de VVE werkgroep (en daarbuiten) worden mogelijkheden geïnventariseerd om gezamenlijke/overkoepelende activiteiten voor ouders aan te bieden. Gericht op samen spelen met de kinderen of actuele thema’s. Er wordt dit jaar gestart met de ‘Voorleesexpress’ en met ‘Boekjes en Babbels’ om de betrokkenheid van ouders bij, en de taalontwikkeling van, het kind te bevorderen.
5.
Doorgaande lijn
Door een duidelijke warme overdracht van doelgroeppeuters vanuit het consultatiebureau naar de kinderopvang kan de kinderopvang het (VE-)aanbod makkelijker aan laten sluiten op de individuele behoefte van het kind. Vervolgens moet de overgang van de voorschool naar de vroegschool soepel verlopen, zodat zowel de peuter in de voorschoolse setting als een kleuter op de basisschool een passend aanbod krijgt en zich verder kan ontwikkelen. Voor een doorgaande leer- en ontwikkellijn is het van belang dat relevante informatie over het kind en diens omgeving overgedragen wordt. Zo kan het onderwijs voortborduren op de kennis en ervaring van de aanbieder van voorschoolse educatie en wordt voorkomen dat er tijd verloren gaat wanneer er specifieke aandachtspunten zijn. Keuze VVE-programma en observatiesysteem In Putten zijn scholen en kinderopvangorganisaties vrij in de keuze van een VVE-programma. Voorwaarde is dat het een beredeneerd aanbod is en de doorgaande lijn mede hierdoor behouden blijft. De keuze in het observatiesysteem is ook vrij, mits het gebruik maakt van de 4 SLO-doelen (Taal, Rekenen, Sociaal- emotioneel en Motoriek). Hierdoor kan er in de ontwikkellijn van het kind op de SLO-doelen ook een doorgaande lijn mogelijk zijn. Doel: Een doorgaande lijn van voor- naar vroegschool.
6
Afspraken • Voor de warme overdracht worden speciaal daarvoor ontwikkelde formulieren gebruikt • Er wordt door de voor- en vroegschool samen een plan van aanpak besproken wat de ondersteuningsbehoefte van een kind is dat overgaat van de voorschool naar de vroegschool. • In de overdracht van de voor- naar de vroegschool wordt naar ouders toe duidelijk gecommuniceerd wat van hen verwacht wordt als hun kind naar de basisschool gaat. Het vervolg van het VVE programma op de basisschool wordt duidelijk besproken. • De IB-er komt bij de voorschool kijken als er zorgen zijn bij een VVE geïndiceerd kind. Dit gebeurt tussen de 3 jaar en 4 maanden 3 jaar en 8 maanden. Vanuit de Voorschool komt de aanvraag om te komen kijken binnen bij de Ib’er, de Ib’er plant vervolgens zelf een passend moment in. • Er is een terugkoppeling, ongeveer een half jaar na de overgang, van de voorschool naar de vroegschool, om te leren, evalueren en om de samenwerking te bevorderen door de wisselwerking die er ontstaat. Om dit te realiseren zijn in de gemeente Putten afspraken gemaakt.
De rol van de voorschool is hierin: 2 keer per jaar neemt de voorschool contact op met de school waar kinderen naartoe zijn doorgestroomd en bespreken ze hoe het met de doorgestroomde kinderen gaat (niet specifiek op kindniveau, indien wel dan toestemming van ouder) en waar de uitdagingen nog zaten waar de voorschool dan van kan leren en op in kan spelen. • De input vanuit deze terugkoppeling wordt intern met elkaar besproken zodat iedereen ervan leert. • Bij het eindgesprek/de overdracht van de voorschool naar de vroegschool wordt de ouder gevraagd of voor de terugkoppeling toestemming is. • Voor de terugkoppeling wordt een document opgesteld wat precies uitgevraagd kan worden. Dit is ook een vast agendapunt (2 keer per jaar) in de VVE werkgroep.
7
6. Resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie Putten 2025-2028 Gemeente en kinderopvang met voorschoolse educatie hebben samenwerkings- en resultaatafspraken gemaakt over de voorschoolse educatie. De gemeente en schoolbesturen hebben samenwerkings- en resultaatsafspraken gemaakt over de vroegschoolse educatie. Doel van de samenwerkings- en resultaatafspraken De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie is erbij gebaat resultaatafspraken te formuleren, die erop gericht zijn achterstanden bij kinderen in te lopen, zodat ze zonder of hooguit met een beperkte achterstand aan groep 3 kunnen beginnen. Het maken van resultaatafspraken is wettelijk verplicht. Bij resultaatafspraken gaat het om streefdoelen. Zij geven input om de kwaliteit en effectiviteit van VVE structureel te monitoren en verder te ontwikkelen. Concrete gegevens De Onderwijsinspectie verlangt dat scholen/schoolbesturen concrete gegevens aanleveren (o.a. gegevens uit het observatiesysteem) voor het monitoren van de resultaatafspraken. De resultaatafspraken zien er als volgt uit: Resultaatsafspraken Resultaten op basis van het kindvolgsysteem •
75% van de doelgroepkinderen die bij de eerste meting aan het begin van de peuter/kleutertijd niet leeftijdsadequaat scoorden op de ontwikkelgebieden, op grond waarop de VVE indicatie is afgegeven (Taal, Sociaal emotioneel, Motoriek en/of Rekenen), heeft bij de laatste meting aan het eind van de peuter/kleutertijd de achterstand ingelopen of tenminste de achterstand verkleind.
•
100% van de doelgroepkinderen die bij de eerste meting aan het begin van de peuter/kleutertijd leeftijdsadequaat of daarboven scoorden, heeft dat niveau bij de laatste meting aan het eind van de peuter/kleutertijd tenminste vastgehouden.
Deze doelen worden gemeten door op kindniveau de resultaten te volgen van de kinderen met een VVE indicatie in het kind volgsysteem. Er zijn minimaal 4 pijlmoment: op het moment dat kinderen 3 tot maximaal 6 maanden geplaatst zijn, met 3 jr en 11 mnd, 5 jr en 6 jr. Er is een streven dit op gemeentelijk niveau in 2025 te monitoren met de Resultatenmonitor
8
Overige Resultaten: Bereik, toeleiding en integratie: • Minimaal 80% van de doelgroep peuters maakt ook daadwerkelijk gebruik van een voorschoolse voorziening waar zij vve aangeboden krijgen. • We hebben het streven binnen groepen om maximaal 50% geïndiceerde kinderen te plaatsen om de integratie te bevorderen en segregatie tegen te gaan. Doel 1 wordt gemeten aan de hand van de Peutermonitor. Doel 2 wordt inzichtelijk gemaakt in de Peutermonitor en 2x per jaar besproken met de partijen om eventuele afstemming of acties hierin uit te zetten.
Doorgaande lijn: Overdracht voorschoolse periode naar vroegschoolse periode 1. Er vindt bij 100% van de doelgroep een warme overdracht plaats tussen het consultatiebureau en de kinderopvang én tussen de kinderopvang en school. Dit betekent: De overdracht is mondeling en vindt waar mogelijk fysiek plaats (anders telefonisch/online), met wenselijk de ouders erbij. 2. De ontvangen informatie over de VVE peuters, afkomstig uit het overdrachtsformulier en de warme overdracht wordt bij alle VVE kinderen (100%) overgenomen in het eigen (kind)systeem van de kinderopvang of basisschool. Schoolbesturen en kinderopvang organisaties houden dit bij en rapporteren dit jaarlijks aan de gemeente.
Algemene evaluatie van de gemaakte samenwerkings-en resultaatafspraken: Het onderwijs doet jaarlijks verslag a.d.h.v. van een format wat de gemeente jaarlijks toestuurt. Bij de start van het gebruik van de Resultatenmonitor in 2025 zal aan de hand van deze data het evaluatiegesprek met elkaar plaatsvinden en komt het huidige format te vervallen. Om de kwaliteit nog verder te verbeteren is er, als aanvulling op deze wettelijke opdracht, jaarlijks een gesprek tussen gemeente en de onderwijslocaties. Hierin wordt naast de resultaatafspraken ook aandacht besteed aan de doorgaande lijn. In de toekomst zal dit wenslijk a.d.h.v. de Resultatenmonitor vormgegeven worden.
9
7.
Overleggen en werkagenda
Gemeente en OAB-partners nemen de afspraken als vertrekpunt voor de nieuwe beleidsperiode VVE/OAB Putten (2025-2028). De partners zijn zelf verantwoordelijk voor het borgen van de afspraken binnen het eigen (uitvoerings-)beleid. Om de doorgaande lijn en de overdracht van voor-naar vroegschool te versterken, werken VVE partners aan uitwisseling van ervaringen tussen medewerkers in de voor- en vroegschool. De VVEWerkgroep initieert en agendeert dit overleg. De VVE-werkgroep vindt 4 keer per jaar (duur 2 uur) plaats. 2 Keer per jaar is een casusbespreking onderdeel van de agenda (duur 1 uur). Ook inhoudelijke thema’s, werkwijze en samenwerking komen aan de orde in de VVE werkgroep. Uitwisseling vindt ook op kleinere schaal plaats door het mogelijk te maken dat medewerkers met elkaar meelopen op de kinderopvang en op school. In een jaarlijkse beleidsevaluatie bespreekt de gemeente met de partners (intern begeleiders, pedagogische medewerkers en medewerkers van het consultatiebureau) de stand van zaken en mogelijke verbeteringen( o.a. doorgaande lijn en de overdracht). Op basis van deze evaluatie stelt de VVE-Werkgroep haar activiteiten voor het nieuwe jaar vast en kunnen eventuele beleidsmatige veranderingen geagendeerd worden bij de gemeente.
De voor deze beleidsperiode vastgestelde samenwerkings-en resultaatafspraken worden jaarlijks door gemeente en partners geëvalueerd, dan wel verlengd. De gemeente bewaakt dit proces. Het bovenstaande proces, samen met de concrete acties om de gestelde doelen te behalen staat in de uitvoeringsagenda concreet uitgeschreven.
10
Samenwerkings- en resultatenafspraken overeenkomst De volgende organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de herijking van het Onderwijsachterstandenbeleid in de gemeente Putten. Door het ondertekenen van deze overeenkomst tonen de partijen hun gezamenlijke inzet en betrokkenheid bij de samenwerkings- en resultaatafspraken van het Beleidskader onderwijsachterstanden en voorschoolse voorzieningen gemeente Putten 2025-2028.
Aldus overeengekomen en in tienvoud ondertekend te Putten, op [datum] Door ondertekening van deze overeenkomst verklaren de partijen zich akkoord met de inhoud en verbinden zij zich aan de gemaakte afspraken.
• • • • • • • • • •
Gemeente Putten CNS Kinderopvang CNS Putten Kindcentrum Putten Kukeleku Kinderopvang CJG putten VPCO putten. Stichting PROO. SKA Gabriel-school
11