Bijlage 2 Ontwerp Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
De belangrijkste aanpassing op basis van een marginale toetsing van de risico’s, na het opstellen van de Kadernota 2024-2027, is het (nog) niet gekwantificeerde risico t.a.v.: Pagina 47 van 78
•
de mogelijkheid dat VNOG voor (aanzienlijke) extra kosten komt te staan nu op een paar locaties, welke de VNOG in gebruik heeft, de omvang en mate van PFAS grond-/bodemverontreiniging wordt onderzocht.
Specifiek gekoppeld aan het gegeven dat VNOG de paraatheid organiseert met een relatief groot aantal vrijwilligers (vlg. benchmark 2019 Berenschot), ligt daarin een aantal risico’s besloten, die VNOG bovengemiddeld kunnen raken: • de financiële compensatie voor mogelijk stijgende werkgeverslasten via bijv. het gemeentefonds kan de VNOG een nadelig herverdeeleffect opleveren; • de maatschappelijke trend van daling van de bereidheid om zich langdurig te binden aan vrijwilligerswerk, mogelijk gecombineerd met een gevoeld gebrek aan lokale identiteit van de posten; • vertraging en voortschrijdend inzicht bij de implementatie van de Toekomstvisie kan leiden tot een verschil met de eerder geraamde daling van het aantal vrijwilligers. Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen (zie het overzicht ‘Niet gekwantificeerde risico's’). Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar de mogelijke oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan.
Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsmatige onderbouwing is opgenomen, is in bijlage 8 te vinden. De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstands-capaciteit, komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”).
Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's.
Pagina 48 van 78
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit begroting 2024
€
Saldo Algemene reserve Saldo Bedrijfsvoeringsreserve Post onvoorzien
1.135.114 2.603.735 250.000
Beschikbaar weerstandsvermogen
3.988.849
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2024
€
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
3.988.849 3.500.000
Ratio
1,14
Toelichting De berekende waarde van de weerstandsratio voor de begroting 2024-2027 komt uit op 1,14 en zit daarmee binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Exploitatieruimte
Rekening 2022 41% 32% 7,74%
BegroBegroBegroBegroBegroting 2023 ting 2024 ting 2025 ting 2026 ting 2027 61% 70% 97% 117% 104% 22% 18% 12% 8% 7% 0,34% -1,54% -3,25% -2,65% -1,57%
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Pagina 49 van 78
Categorie
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico
B - gem. risico
C = meeste risico
< 90% > 50% begr. > 0%
90%-130% 20%- 50% begr. = 0
> 130% < 20% begr.< 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2024-2027. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2024-2027 is uitgegaan van een toename van de investeringen op basis van de Toekomstvisie. Ter financiering van deze investeringen wordt vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen met een looptijd van 10 tot 15 jaar. Verder is de overdracht aan de gemeenten van twee van de huidige bij de VNOG in eigendom zijnde kazernes en de daarbij komende effecten op de (overdracht van) financiering, verwerkt en doorgerekend (ook in het saldo aan liquide middelen). Dat geldt eveneens voor de effecten van onttrekkingen en toevoegingen op reserves (eigen vermogen) en voorzieningen. Het effect van genoemde punten is verwerkt in de berekende netto schuldquote, deze valt voorlopig nog in de categorie ‘minste risico’.
In de loop van het meerjarenperspectief loopt dit risico op door een hogere schuldenlast als gevolg van een forse toename van de investeringen. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de aflossingsverplichtingen met de daarbij behorende afname van de liquide middelen. Daarbij is - op basis van de uitgangspunten in de Kadernota 2024-2027 - vanaf 2026 gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2024: 18% en valt daarmee net in de categorie: meeste risico. Dit kengetal neemt verder af in de loop van de weergegeven jaren. De oorzaak daarvan is dezelfde als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke regeling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.
Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.
Pagina 50 van 78
5.3. Onderhoud kapitaalgoederen Het (brandweer)materieel en de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) zijn in eigendom van VNOG. De overige kazernes worden om niet beschikbaar gesteld aan de VNOG, hetzij gehuurd. De kazerne in Apeldoorn-Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. In 2013 heeft VNOG, in afstemming met de belastingdienst, de eigendom van de genoemde brandweerkazerne tijdelijk overgenomen. Dit in verband met de wijziging van de fiscale regels voor de brandweer als gevolg van de invoering van de Wet veiligheidsregio’s. Er is een voornemen tot terug verkopen van de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) aan de gemeente Apeldoorn. Het moment van overdracht kan echter nog beïnvloed worden door de ontwikkelingen rondom de 1 post gedachte in Apeldoorn. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
Pagina 51 van 78
5.4. Financiering en Treasury Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het treasurystatuut is op 10 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor de VNOG niet van toepassing. Algemene ontwikkelingen Het gemeentelijk brandweermaterieel en een aantal kazernes zijn na wijziging van de Wet op de Veiligheidsregio’s, eind 2013 in eigendom overgedragen aan de VNOG. De totale omvang van de vaste activa bedroeg eind 2022 circa € 44,9 miljoen. De financieringsbehoefte is grotendeels gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en bankkredieten en voor een deel door de inzet van reserves.
In de komende jaren zal de VNOG voor vervanging van het brandweermaterieel en de herfinanciering van aflossingen regelmatig nieuwe leningen gaan aantrekken op de momenten dat dit nodig wordt geacht. VNOG heeft daarbij te maken met fors gestegen rentepercentages op langlopende leningen wat, via de onttrekkingen uit de egalisatiereserve, ook een effect zal hebben op de gemeente bijdragen. Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De afgelopen jaren is er nauwelijks rente vergoed. Sinds 2022 wordt er weer een bescheiden vergoeding gegeven voor tegoeden in de schatkist. VNOG heeft over 2022 nog nagenoeg geen renteopbrengsten uit rekening courant verhouding ontvangen. Voor 2024 zal het drempelbedrag voor het aanhouden van tegoeden buiten de schatkist voor VNOG rond de € 1.450.000 bedragen.
Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerapporteerd moet worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt, zoveel als mogelijk is, gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte en 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlopende Pagina 52 van 78
investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan. Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden gedwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de begroting van VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van VNOG bedraagt in 2024 circa € 72 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond € 5,9 miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat maximaal 20% van de netto opgenomen vaste schuld jaarlijks in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 15 jaar.
VNOG zal ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel, materiaal en apparatuur extra leningen gaan aantrekken. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar
2024
2025
2026
2027
72.400.000
74.500.000
80.800.000
84.100.000
20%
20%
20%
20%
14.480.000
14.900.000
16.160.000
16.820.000
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Berekening norm Begrotingstotaal 1) Percentage Renterisiconorm
Renteherzieningen Aflossingen: Lening Berkelland
1.078.000
0
0
0
BNG 40.109346
0
0
0
0 *
BNG 40.109345
0
0
0
0 *
BNG 40.109776
250.000
125.000
0
0
BNG 40.110312
167.000
167.000
167.000
167.000
BNG 40.110.517
250.000
250.000
250.000
0
BNG 40.110.644
500.000
500.000
500.000
0
BNG 40.110.766
500.000
500.000
500.000
0
BNG 40.111.179
300.000
300.000
300.000
300.000
BNG 40.111.678
600.000
600.000
600.000
600.000
BNG 40.111.883
400.000
400.000
400.000
400.000
BNG 40.112.457
400.000
400.000
400.000
400.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.600.000
1.600.000
Aan te trekken in 2023 € 18 miljoen Aan te trekken in 2024 € 18 miljoen Aan te trekken in 2025 € 24 miljoen Aan te trekken in 2026 € 25 miljoen
1.700.000
Renterisico
5.645.000
5.642.000
7.117.000
7.567.000
Ruimte onder rente risiconorm
8.835.000
9.258.000
9.043.000
9.253.000
* Deze leningen zijn gekoppeld aan de financiering van de kazerne Harderwijk en zullen bij de terugverkoop aan de gemeente Harderwijk in 2023 mee worden over gedragen.
Pagina 53 van 78
Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten wordt in 2024 voor de kazerne die nog in eigendom is van VNOG een rentepercentage toegerekend dat gelijk is aan het percentage van de aangetrokken lening. Voor alle overige investeringen wordt een (omslag)rentepercentage van 1,64% gehanteerd. Elders is al vermeld dat VNOG kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) in eigendom heeft. De overige kazernes zullen in 2013 in eigendom teruggaan naar de gemeenten waar de kazernes staan. Voor de gemeente Harderwijk worden dan ook, conform de in 2014 gemaakte afspraken, de door VNOG ten behoeve van de financiering van de kazerne Harderwijk aangetrokken leningen overgedragen aan deze gemeente. Rentetoerekening begroting 2024 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten
€ €
831 0
Saldo rentelasten en rentebaten De rente, die toegerekend moet worden aan de overgenomen kazerne
€ €
831 -68
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Aan taakvelden toegerekende rente, gemm.1,64% Renteresultaat op het taakveld Treasury
€ € €
763 -763 0
De geprognotiseerde boekwaarden van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2024 bedragen circa € 46.500.000. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 1,64% over genoemde boekwaarde en komt uit op circa € 763.000.
Pagina 54 van 78
5.5. Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Vastgoed en Facilitair Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De Regeling geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl de VNOG de opstal gebruikt. De kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten.
De Regeling bevat naast de taakverdeling ook de werkafspraken, afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Conform de Regeling is er een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken af te stemmen, zoals de algehele stand van zaken, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. Dit overleg wordt in 2024 voortgezet. In december 2023 heeft VNOG haar hoofdkantoor op de verdiepingen aan de Europaweg in Apeldoorn grotendeels verlaten. De politie (eigenaar van het pand) heeft zelf de verdiepingen nodig. De teams/afdelingen zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken), medewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van externe locaties. Deze situatie is niet ideaal, maar voor een overzienbare periode acceptabel, in afwachting op de nieuwe één-post van Apeldoorn.
Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van Apeldoorn en hier wordt de hoofdkantoorfunctie van VNOG in ondergebracht, als waar mogelijk ook andere functionaliteiten op het gebied van veiligheid, zodat een breed veiligheidscentrum kan ontstaan. De oplevering van de nieuwbouw is voorzien in 1e helft 2027. In 2024 zal er speciale aandacht voor zijn of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen problemen ondervindt, alsmede voor het sociale aspect, nu de medewerkers her en der verspreid werken en daardoor mogelijk meer afstand ervaren. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. De ambitie van VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De hoofdbestanddelen in de duurzaamheidsstrategie zijn: vastgoed, inkoop, mobiliteit, bewustwording en gedrag. VNOG trekt voor dit onderwerp nauw samen op met haar partners. Via de Kadernota 2024-2027 heeft het AB per 2024 structureel middelen beschikbaar gesteld om periodiek de CO2-prestatiemeter in te vullen, zodat de effecten van de getroffen maatregelen kunnen worden gevolgd. Daarnaast heeft het AB eind 2022 een duurzaamheidsreserve ingesteld. Het Pagina 55 van 78
uitvoeringsplan voor deze reserve is in 2023 opgesteld en in uitvoering genomen, waaronder het opstellen van een Klimaatplan. In de Kadernota 2025 zullen de benodigde middelen voor de uitvoering van het Klimaatplan worden opgenomen. Het restant op de duurzaamheidsreserve zal in 2024 worden ingezet om waar mogelijk onderdelen van het Klimaatplan uit te voeren. Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het adviesbureau dat de VNOG hierin ondersteunt. Jaarlijks voert dit bureau voor een aantal veiligheidsregio’s een check uit. Verwachting is dat de aangifte voor 2024 nihil is. Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2024 tot en met 2027 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure).
• Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/materiaal worden investeringen > € 10.000 lineair afgeschreven conform het beleid. • Er wordt bij nieuwe investeringen 2,34% rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar. • De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen generieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekomstige) prijsontwikkelingen. • De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uitgaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer: Programma
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Risico- en crisisbeheersing
27.300
26.900
29.100
58.800
6.283.200
7.516.300
Brandweerzorg GHOR
9.334.800 10.813.700
19.100
26.900
26.600
26.300
1.068.600
1.076.600
1.309.500
1.466.100
7.398.200
8.646.700 10.700.000 12.364.900
Onttrekking egalisatiereserve
1.217.985
2.520.365
4.644.875
6.319.895
Totaal exclusief kazernes en MKON
6.180.215
6.126.335
6.055.125
6.045.005
Meldkamer Oost Nederland
27.000
26.400
26.200
26.800
Bijdrage 4 Veiligheidsregio's
20.200
19.700
19.600
20.000
Ten laste van de VNOG (25,45%)
6.800
6.700
6.600
6.800
Bedrijfsvoering
Toevoeging egalisatiereserve
Kazernes en overgangsrecht
172.600
172.500
172.600
172.600
Bijdragen van de individuele gemeenten
-172.600
-172.500
-172.600
-172.600
0
0
0
0
Kazernes
Pagina 56 van 78
Ramingsgrondslag personeelskosten De ramingsgrondslag voor de personeelsbegroting is de formatie, waarbij wordt gerekend met de laatste bekende gegevens over de CAO-gemeenten, werkgeverslasten e.d. en de laatste trede van de functionele schaal (prijspeil 1.4.2022). Op het moment van opstellen van deze begroting lag er een principe akkoord voor de veiligheidsregio’s per 1 januari 2023. De effecten hiervan zijn nog niet doorgerekend in de formatie per 1 januari 2024. De totale personeelsbegroting is aangepast aan de wijzigingen uit de Toekomstvisie en het Implementatieplan; verschuivingen in de formatie tussen de afdelingen zijn verwerkt (budgettair neutraal). Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor de VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ontwikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Een paar ontwikkelingen worden ter illustratie hieronder nader toegelicht. Programma Zelfredzaam & Risicobewust Dit programma is erop gericht om inwoners bewust te maken van mogelijke (brand)veiligheidsrisico’s en te stimuleren preventieve maatregelen te nemen. Innovatieve methodes worden ingezet, zoals voorlichtingscampagnes op basis van gedragswetenschap, adviezen op maat (wijkgericht en adresspecifiek) en uitvoeren van nul- en eindmetingen om de resultaten meetbaar te krijgen.
Project R!SQ Het innovatieve project R!SQ is een interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s. De gebruiker krijgt op basis van allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. R!sq ging allereerst over brandrisico’s in woningen en woongebouwen, maar VNOG gaat meer risicotypen uit het regionaal risicoprofiel aan R!sq toevoegen, ook in het kader van de landelijke versterkingsopgave voor crisisbeheersing en informatievoorziening (zie paragraaf 5.8. over de BDUR-ophoging). R!sq biedt burgers handelingsperspectief. De informatie in R!sq is van belang voor het Veiligheidsinformatie en -coördinatiecentrum (VICC) en R!sq helpt ook de brandweerposten en crisisorganisatie om risicogericht te oefenen, omdat zij met R!sq beter inzicht krijgen waar de specifieke risico’s zitten om daar vervolgens gericht op te oefenen. Publiek-private samenwerking VNOG zoekt verder naar mogelijkheden voor publiek-private samenwerking, zoals de samenwerking met Interpolis die in 2022 is gestart voor de Brandbarometer. In 2024 en 2025 staat samenwerking met start-ups op de agenda via het programma Start-Up in Residence (SIR). SIR brengt Start-Ups en overheden met elkaar in contact om met gebruik van de innovatiekracht in de regio (complexe) maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
Bij deze innovatieve werkwijze is de overheid de leverancier van maatschappelijke vraagstukken waar Start-Ups gedurende zes maanden mee aan de slag gaan. In Noord- en Oost-Gelderland is er een SIR in de Achterhoek. Daar is een infrastructuur en netwerk. VNOG zal in 2024/2025 aan SIR Achterhoek deelnemen. Voor VNOG is dit een pilot. Als de ervaringen goed zijn, kan dit (ook in andere delen van de regio) een vervolg krijgen. De volgende mogelijke onderwerpen voor SIR zijn in 2022 geïnventariseerd: − Omslag operationele informatie; van plat digitaal (kaartjes) naar echt informatiegestuurde gegevens (gebruik maken van brondata, informatie die ertoe doet); ontwikkeling digitale stad; − Recycling oude uniformen (van inzameling, verwerking tot nieuw product); − Haalbaarheidsplan samenwerking vakbekwaamheidspleinen met onderwijsinstellingen; − Sensoring en digitalisering, verkenning naar mogelijkheden en besparingen;
Pagina 57 van 78
−
De vrijwilliger van de toekomst; van brandweerzorg naar crisisbeheersing (met als doel niet meer taken neer te leggen bij een kleiner wordend aantal vrijwilligers, maar juist op zoek naar verdeling van taken onder meer mensen).
In 2023 volgt een definitieve lijst om bij SIR in 2024 in te brengen. Het is de insteek van VNOG dat de producten/oplossingen die voor de VNOG worden ingebracht, op regionale schaal worden uitgerold. Zo profiteren alle gemeenten in VNOG van de oplossingen die in SIR worden aangedragen. Informatiegestuurd werken en datawarehouse Eén van de Opgaven van VNOG is een sterke informatiepositie. Om dit te bereiken, zijn en worden bij de verschillende afdelingen binnen VNOG allerlei plannen opgesteld om beter informatiegestuurd te kunnen werken. Deze initiatieven worden goed aan elkaar geknoopt. Hiervoor heeft VNOG een datawarehouse dat zich zal blijven ontwikkelen. De gegevens in het datawarehouse zijn afkomstig van, en worden op geautomatiseerde wijze onttrokken aan, de bestaande bronsystemen/applicaties. Hierin onderscheidt een innovatief datawarehouse zich van een standaard database. Bij alle ontwikkelingen rondom informatie krijgt de informatieveiligheid steeds extra veel aandacht. Privacy en security In 2023 is VNOG gestart met de 2e fase van het versnellingsprogramma informatieveiligheid. Dit programma is landelijk door alle veiligheidsregio’s omarmd en moet leiden tot de “basis op orde”. In 2024 is het aan de regio zelf om te komen tot een verdere groei in volwassenheid van de informatieveiligheid.
Dit is belangrijk omdat we in toenemende mate op landelijk niveau werken aan informatievoorziening ten aanzien van Incidentbestrijding, risico- en crisisbeheersing. De onderlinge afhankelijkheden groeien. Landelijk wordt ingezet op het nieuwe programma cyberweerbaarheid en op het opzetten van een objectieve audit systematiek. Afhankelijk van de besluitvorming rond het vitaal verklaren van veiligheidsregio’s zal VNOG ook regionaal aanvullende maatregelen moeten nemen. Het eigen versnellingsprogramma BIO en AVG4 blijft aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen. Ook op het gebied van Privacy zoekt VNOG nadrukkelijk de samenwerking met het land. In 2023 is de landelijke groep VR-FG (Veiligheidsregio’s Functionarissen Gegevensbescherming) met dit doel opgericht. Ook intern zal VNOG in 2024 verder inzetten op het versterken van Privacy. Doordat in 2022 en 2023 de basis op orde is gebracht, kunnen we ons in 2024 meer gaan richten op het meedenken en meedoen in nieuwe ontwikkelingen. Het wordt steeds belangrijker om Privacy al in het ontwerpstadium mee te nemen door het toepassen van Privacy by Design. Hiermee worden risico’s vooraf in beeld gebracht en hoeft achteraf geen reparatie plaats te vinden. De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) hoort daarbij.
Door de interne samenwerking binnen VNOG van Privacy, Security, Juridisch en Control in de Security Board (die adviseert aan de directie), worden risico’s op het gebied van informatiebeveiliging c.a. verkleind en beheerst.
4 BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming
Pagina 58 van 78
5.6. Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij (VP) is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties was de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland’ (MON) voor VNOG een verbonden partij. Deze GR is in 2023 geliquideerd in verband met de start van de nieuwe Meldkamer MKON. Hiernaast heeft VNOG bestuurlijke of financiële belangen in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. In 2021 zat in het eerste bestuur i.o. van de WVSV geen bestuurder uit VNOG.
Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). Onder anderen de directeur van VNOG en de ambtelijke secretaris. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV is vanaf januari 2022 aan de slag om namens de besturen van de veiligheidsregio’s te onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De vereniging is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren, via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Onder meer door een versterkte onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak, is echter een toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen op het werk.
In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Hiernaast kwam de verzekerbaarheid onder druk te staan doordat het aantal aanbieders afnam, de premies stegen en de voorwaarden versoberd werden. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Dit alles leidt tot (de wens tot) meer samenwerking op het verzekeringsdossier. De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s krijgt vorm in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting 12 oktober 2022 heeft plaatsgevonden en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting in de loop van 2023 zal volgen.
Pagina 59 van 78
De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV (voorheen Instituut Fysieke Veiligheid - IFV), is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s.
Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Brandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951.
Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden. De deelnemende gemeenten in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Pagina 60 van 78
Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.
Pagina 61 van 78
5.7. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 (van de Woo) is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2024 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die worden ondernomen om de wettelijk verplichte informatie actief openbaar te maken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie (buiten de verplichte categorieën) op eigen initiatief openbaar te maken. Momenteel worden vanuit de verplichte categorieën de volgende gegevens gepubliceerd conform de wettelijke eisen: 1. Bereikbaarheidsgegevens van VNOG op de website; 2. Vergaderstukken van het algemeen bestuur op de website; 3. Officiële bekendmakingen in het Blad gemeenschappelijke regeling.
De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (artikel 3.1 Woo) Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft, en zullen de landelijke ontwikkelingen rond het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) gevolgd worden. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo) De openbaarmaking van de in de artikelen 3.3 en 3.3a genoemde documenten geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze via PLOOI, een door het ministerie van BZK ontwikkelde verwijsindex voor actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Daarmee zal een volledig overzicht moeten ontstaan van alle verplichte actief openbaar gemaakte documenten. Het voornemen landelijk is om de ontwikkeling van de verwijsindex in het tweede kwartaal van 2023 te starten. Ten aanzien van de aansluiting op Plooi volgt VNOG de landelijke lijn en de lijn van de VNG. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek. En verzoek om openbaarmaking zal volgens de daarvoor geldende regels uit de Woo worden afgehandeld.
De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen de VNG gevolgd. Bij dit laatste zal dit in het bijzonder aangesloten worden bij het meerjarenplan van VNG Realisatie ‘Grip op Informatie’. Door middel van fasering en een stappenplan zal in een aantal jaar de overheidsinformatiehuishouding op orde gebracht worden. Het is de verwachting dat in 2023 een visie op informatiebeheer met bijbehorende scenario’s ter besluitvorming wordt aangeboden aan het MT VNOG. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Per 1 mei 2022 is bij de VNOG een Woo- contactpersoon aangewezen.
Pagina 62 van 78
5.8. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (inzet BDUR-ophoging) Inleiding Het Rijk gaat de komende jaren stapsgewijs de bijdrage aan de veiligheidsregio’s structureel verhogen. Dit betreft de BDUR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding). De doelstellingen achter deze ophoging van de BDUR zijn: versterking van crisisbeheersing (inclusief inbouwen/vergroten flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (inclusief informatie-uitwisseling). Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich namelijk op het bovenregionale, landelijke en nationale niveau; daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Dit is beschreven in de ‘Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’ van het ministerie, als uitvloeisel van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het Rijk heeft expliciet aangegeven dat de extra BDUR-middelen voor crisisbeheersing en informatievoorziening moeten worden ingezet en niet voor iets anders. Op termijn moet de Contourennota leiden tot een aanpassing van de Wet veiligheidsregio’s en krijgt de versterkingsopgave een wettelijke status. De verhoging komt in vier tranches; de eerste tranche is in 2023 uitgekeerd. Uitvoering VNOG heeft een meerjarig bestedingsplan opgesteld dat per 2023 is ingegaan.
Het bestedingsplan pakt eerst die punten aan waar op dit moment doorontwikkeling nodig is en dus de meeste winst op te behalen valt. De onderwerpen in het bestedingsplan zijn over meerdere jaren opvolgend ingepland, zodat er een geleidelijke, op elkaar afgestemde opbouw plaatsvindt. De acties in het kader van BDUR-ophoging worden in diverse afdelingen van VNOG uitgevoerd: in de afdeling RCB, in de afdeling GHOR en in de afdeling Bedrijfsvoering, alsmede wordt verbinding gelegd met de afdeling Brandweerzorg. Er is ingezet op synergie over afdelings- en teamgrenzen heen. Door de doelen, activiteiten en middelen in deze separate paragraaf van de begroting op te nemen, kan de voortgang de komende jaren worden gemonitord. Daartoe zijn ook evaluatiemomenten voorzien, onder andere gedurende de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus. Zo kunnen plannen waar nodig worden bijgesteld, mocht de actualiteit (bijvoorbeeld de langdurige crisis die zich dan voordoet) daarom vragen. Indien nodig kan via een begrotingswijziging dan de begroting 2024 worden bijgesteld. De BDUR-ophoging versterkt de volgende Opgaven van VNOG: 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Doelen van de BDUR-ophoging per Opgave 0.
Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. VNOG is beter in staat om zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises en om deze te managen als ze zich voordoen, doordat de betrokken teams op sterkte zijn gebracht. b. Burgers, bedrijven, mede-overheden en partners krijgen een handelingsperspectief voor, tijdens en na (langdurige) rampen en crises.
Pagina 63 van 78
1. Zelfredzaam en risicobewust Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van inwoners, bedrijven en instellingen met behulp van (innovatieve) risico- en crisiscommunicatie. 2. Vakbekwaam en deskundig Vergroten van de kennis en vaardigheden van de betrokken medewerkers, door te investeren in capaciteiten, opleiden, trainen en oefenen. 3. Sterke informatiepositie a. Inrichten van een gegarandeerd Veiligheids Informatie en Coördinatiecentrum (VICC) met 24/7 inzicht in een dynamisch risicobeeld dat de besluitvorming voor en tijdens crises ondersteunt en informatie uitwisselt met netwerkpartners (zowel bemensing VICC, als bemensing (technische) ondersteuning daarvan, als de onderliggende informatiesystemen). b. Bijdragen aan de landelijke gezamenlijke informatiepositie, waarvan de inrichting is neergelegd bij het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en het Rijk. c. Bijdragen aan de inrichting van 24/7 landelijke ondersteuning in coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners, waarvan de inrichting is belegd bij het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk (KCR-2). Activiteiten De besteding van de tweede tranche van de BDUR-ophoging in 2024 volgt uit het meerjarige bestedingsplan dat in 2023 is gestart; de besteding sluit aan op de trajecten die in 2023 zijn ingezet. 0.
Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. VNOG bereidt zich voor. b. VNOG biedt handelingsperspectief. RCB: − breidt ondersteuning van gemeentelijke Bevolkingszorgprocessen verder uit (exacte inrichting hiervan afhankelijk van uitkomsten onderzoek hierover in 2023); − versterkt de Multi Operationele crisisorganisatie verder, in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet (o.a. doorontwikkeling scenariodenken en ontwikkeling kwaliteitszorgsysteem); − versterkt de planvorming door een netwerk op te bouwen en in stand te houden, waaronder meer aandacht voor afstemming met buurregio’s, landelijke afstemming maar ook grensoverschrijdend, bijv. in het kader van klimaatverandering, energietransitie en cyberveiligheid. 1. Zelfredzaam en risicobewust RCB en Bedrijfsvoering verzorgen de (regie en verbinding van) risico- en crisiscommunicatie, in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet. 2.
Vakbekwaam en deskundig RCB: − breidt het aantal vakbekwaamheidsmomenten voor de crisisorganisatie verder uit, waaronder nieuwe innovatieve manieren van trainen en oefenen, in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet; − werkt samen met de GHOR, Brandweerzorg en met de gemeentelijke Bevolkingszorg om te komen tot synergie en verdere onderlinge versterking; − voorziet in een ketenoefening om de interactie tussen de teams te beoefenen; − voorziet in trainingsmogelijkheden voor de flexibele schil die bij langdurige crises zou kunnen worden ingezet; Pagina 64 van 78
− − −
stemt af met partners om te komen tot interregionale, landelijke en internationale oefeningen; ontwikkelt de oefeningen door naar een innovatief opleidingsprogramma; richt een kennis- en oefenbank in en ontsluit en beheert deze.
3. Sterke informatiepositie RCB en Bedrijfsvoering: − werken verder aan de inrichting van het informatieknooppunt (VICC), in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet; − voorzien in de technische ondersteuning van het VICC en de onderliggende systemen (o.a. datawarehouse), in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet; − ontwikkelen de applicatie R!sq5 verder door op de multi thema’s (tool voor het informatieknooppunt VICC), in aansluiting op de stappen die in 2023 hiervoor zijn gezet, zodat het een multi-applicatie wordt (allereerst R!sq voor de eigen (crisis)organisatie, later uitgebreid naar andere doelgroepen, zoals partners en inwoners). Middelen 2024 uitgaven
2025
inkomsten uitgaven
2026
inkomsten uitgaven
2027
inkomsten uitgaven
inkomsten
Programma bedrijfsvoering Loonkosten (uitbreiding formatie) en bedrijfsvoeringskosten
238.300
238.300
238.300
238.300
Scenariodenken
15.000
15.000
15.000
15.000
Crisiscommunicatie
30.000
30.000
30.000
30.000
Vicc/Risq
150.000
150.000
150.000
150.000
Loonkosten (uitbreiding formatie)
673.400
673.400
673.400
673.400
Stelpost flexibel exploitatie budget
150.000
150.000
150.000
150.000
Nog exact in te vullen
583.500
1.120.600
1.456.300
1.456.300
Vakbekwaamheid
25.000
25.000
25.000
25.000
Loonkosten (uitbreiding formatie)
48.300
48.300
48.300
48.300
Programma risico- en crisisbeheersing
Programma GHOR
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Verhoging Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
1.913.500 totaal
2.450.600
2.786.300
2.786.300
1.913.500 1.913.500 2.450.600 2.450.600 2.786.300 2.786.300 2.786.300 2.786.300
5 R!sq is een innovatieve interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s. De gebruiker krijgt op basis van
allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. R!sq gaat nu alleen nog over brandrisico’s in woningen en woongebouwen.
Pagina 65 van 78
Bijlage 1. Kerngegevens Aantal inwoners (per 1 januari 2022)
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Gemeente Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen Totaal
Inwoners 27.100 165.611 43.850 36.077 20.890 58.546 23.740 33.257 27.258 48.857 12.307 18.976 34.069 36.359 28.223 23.930 29.603 39.387 24.598 24.994 29.185 48.330 835.147
Deze cijfers zijn gebaseerd op de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2022.
Pagina 66 van 78
Bijlage 2. Gemeentelijke bijdragen 2024 Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. Als verdeelsleutel geldt de procentuele verdeling tussen de gemeenten die gebaseerd is op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Volgens de gemeenschappelijke regeling VNOG vindt een dergelijke herijking éénmaal per vier jaar plaats. De percentages van het verdeelmodel in navolgende tabel gelden dus vanaf 2021 voor vier jaren. In 2024 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2025 het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden. De bijdrage voor 2024 is gebaseerd op de bijdrage voor 2023 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2024 en van de begrotingswijziging demarcatie (onderdeel ‘bijkomende kosten’). Bedrag 49.478.000 3.275.000 523.000 53.276.000
Gemeentelijke bijdrage 2023 (begroting 2023) Effect Kadernota 2024-2027 Effect demarcatie (bijkomende kosten) Begroting 2024
Gemeente Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen
Percentage 3,23% 21,17% 5,61% 4,80% 2,42% 6,60% 2,60% 4,06% 3,35% 5,13% 1,23% 2,02% 4,69% 4,27% 3,13% 2,65% 3,60% 4,39% 2,71% 3,05% 3,62% 5,68% 100,00%
Bijdrage 2023 1.598.000 10.474.000 2.775.000 2.374.000 1.197.000 3.265.000 1.287.000 2.008.000 1.658.000 2.538.000 608.000 1.000.000 2.320.000 2.113.000 1.548.000 1.311.000 1.781.000 2.172.000 1.341.000 1.509.000 1.791.000 2.810.000 49.478.000
Kadernota 2024 2027 105.800 693.300 183.700 157.200 79.200 216.200 85.200 133.000 109.700 168.000 40.300 66.100 153.600 139.800 102.500 86.800 117.900 143.800 88.700 99.900 118.500 186.000 3.275.200
Pagina 67 van 78
Bijkomende kosten (demarcatie) 17.000 111.000 29.000 25.000 13.000 35.000 14.000 21.000 18.000 27.000 6.000 11.000 25.000 22.000 16.000 14.000 19.000 23.000 14.000 16.000 19.000 30.000 523.000
Bijdrage 2024 1.721.000 11.278.000 2.988.000 2.556.000 1.289.000 3.516.000 1.386.000 2.162.000 1.785.000 2.733.000 655.000 1.077.000 2.498.000 2.275.000 1.667.000 1.412.000 1.918.000 2.339.000 1.444.000 1.625.000 1.928.000 3.026.000 53.276.000
Bijlage 3. Overzicht programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in hoofdstuk 4 en paragraaf 5.5.) conform de Regeling demarcatie. − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. − De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Apeldoorn-Saba). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Apeldoorn overgedragen. − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend.
Gemeente Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen
Faciliaire kosten (demarcatie) 33.000 372.000 56.000 58.000 25.000 183.000 41.000 49.000 20.000 125.000 14.000 27.000 65.000 30.000 34.000 33.000 71.000 47.000 19.000 33.000 21.000 125.000 1.482.000
Kazernes Apeldoorn overig 828.000
Overgangsrecht
590.000
159.000
828.000
749.000
* Bedrag bij de gemeente Apeldoorn is voorlopig.
Pagina 68 van 78
Totaal 33.000 1.790.000 56.000 58.000 25.000 342.000 41.000 49.000 20.000 125.000 14.000 27.000 65.000 30.000 34.000 33.000 71.000 47.000 19.000 33.000 21.000 125.000 3.059.000
Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen
Voorlopig rekeningresultaat 2022
Voorlopige stand jaarrekening 2022
+ of -/- 2023
Geraamde stand begroting 2024 (1-1)
+ of -/- 2024
Geraamde stand begroting 2025 (1-1)
+ of -/- 2025
Geraamde stand begroting 2026 (1-1)
+ of -/- 2026
Geraamde stand begroting 2027 (1-1)
+ of -/- 2027
Geraamde stand begroting 2028 (1-1)
2.360.352
Bestemmingsreserves Algemene Reserve
1.135.114
Jeugdbrandweer Oost-Gelre
5.436
Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
5.436
5.436
5.436
5.436
346.000
-346.000
0
7.864.177
84.950
7.949.127
-1.217.985
6.731.142
-2.520.365
4.210.777
-1.644.875
2.565.902
500.000
-500.000
0
142.375
-30.000
112.375
1.135.114 5.436 -1.319.895
1.246.007
Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO
500.000
Reserve incidentele veranderkosten
276.161
-276.161
0
Reserve frictiekosten risicobeheersing Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan
245.000
-120.000
125.000
-125.000
0
252.375
-40.000
212.375
-40.000
172.375
Reserve vervanging operationeel uniform
467.545
467.545
467.545
467.545
467.545
467.545
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
197.456
197.456
197.456
197.456
197.456
197.456
Reserve zelfredzaamheid en risicobewust
218.035
218.035
218.035
218.035
218.035
218.035
Bestemmingsreserve frictiekosten RBS
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
Reserve duurzaamheid
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Bedrijfsvoeringreserve
3.015.235
-336.500
2.678.735
-75.000
2.603.735
2.603.735
2.603.735
2.603.735
14.822.532
-1.033.711
13.788.822
-1.457.985
12.330.837
totaal bestemmingsreserves Totaal reserves
500.000
17.182.885
500.000
13.788.822
-30.000
-2.550.365
12.330.837
9.780.472
-2.174.875
9.780.472
7.605.597
-30.000
82.375
200.000
-1.349.895
7.605.597
6.255.702 6.255.702
Voorzieningen voor risico's en verplichtingen FLO VNOG
50.000
Arbeidskostengerelateerde voorziening
55.000
Voorziening spaarverlof
112.116
50.000 -55.000
50.000
50.000
50.000
50.000
112.116
112.116
112.116
112.116
0 112.116
Voorziening noodfonds crisisbeheersing
454.200
454.200
Voorziening onderhoud kazernes
150.000
150.000
454.200 150.000
300.000
454.200 150.000
450.000
454.200 150.000
600.000
454.200 150.000
750.000
Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem*
671.772
-671.772
0
Voorziening groot onderhoud kazerne Harderwijk*
592.672 1.481.560
-592.672
0 766.316
Totaal voorzieningen
916.316
1.066.316
1.216.316
1.366.316
* in 2022 eindigt de periode van 10 jaar, waarbij deze kazernes om fiscale redenen in eigendom van de VNOG zijn. Het eigendom gaat dan weer terug naar de betreffende gemeente.
1. Algemene Reserve − Doel: afdekking van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie Stichting). − Duur: n.t.b. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel6 (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: geen minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling.
6
verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis