Bijlage 2 - Archeologisch Bodemonderzoek
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 6421
De Kelnarij van Putten Gemeente Putten Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Colofon Titel: De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (geofysisch onderzoek) Versie: 20-04-2023 Auteur: ir. E.H. Boshoven & F. Berghuis, MA Projectcode: PUNJ Bestandsnaam: RAAPrap_6421_PUNJ_20230420 Autorisatie: drs. H.B.G. Scholte Lubberink
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Samenvatting In opdracht van de gemeente Putten heeft RAAP in de periode december 2022 tot maart 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (geofysisch onderzoek) uitgevoerd op de locatie van de Kelnarij van Putten in de gemeente Putten. De locatie maakt deel uit van het grotere plangebied ‘Brinkstraat en omgeving’ dat komende jaren herontwikkeld gaat worden en waarvoor momenteel een gebiedsvisie opgesteld wordt. Vooruitlopend op de verdere planvorming is het wenselijk meer te weten te komen of er in de ondergrond nog resten van de Kelnarij en de bijbehorende opstallen (huis, kapel, boerderij en brouwerij) aanwezig zijn en wat de aard, ouderdom en kwaliteit van deze resten is. Het geofysisch onderzoek kan een uitkomst bieden bij het vaststellen van de ligging en de verstoringsgraad. Het onderzoek bestond uit een geofysisch onderzoek en is aangevuld met controleboringen . Voor het uitvoeren van geofysisch onderzoek zijn meerdere onderzoeksmetho den beschikbaar. Welke geofysische onderzoeksmethode het meest geschikt is voor onderhavig onderzoeksgebied, is afhankelijk van de bodemopbouw en de aard en diepteligging van de archeologische resten ter plaatse.
Op basis van de textuur van de ondergrond ( zand), een afdekkende laag in de vorm van een met klinkers bestraat parkeerterrein en de te verwachten archeologische resten (funderingsresten en gedempte gracht) is gekozen voor een combinatie van grondradar - en elektromagnetisch onderzoek. Het geofysisch onderzoek is op 12, 13 en 14 december 2022 uitgevoerd door dhr. F. van den Oever van Saricon. De controleboringen zijn uitgevoerd op 9 maart 2023 door medewerkers van RAAP. Het geofysisch onderzoek heeft aangetoond dat binnen het onderzoeksgebied nog resten van de Kelnarij aanwezig zijn. Zo is op de grondradardata overduidelijk een kelder te herkennen en ook de zuidelijke funderingsmuur van het hoofdgebouw. Van de kapel, het zuidwestelijke gebouw en het gebouw dat in het noordoostelijke deel van het gebied heeft gestaan zijn geen duidelijke sporen aangetoond. Enerzijds vallen deze structuren (deels) in de groenstroken die niet zijn onderzocht; mogelijk betreft het ook ondiepe funderingen die bij het afgraven van het terrein in d e periode tussen 1940 en 1977 zijn verwijderd. Hoewel de ligging van de gracht niet is herkend in de grondradardata , zijn er dank zij de uitgevoerde boringen wel (sterke) aanwijzingen voor de ligging van de westelijke en noordelijke gracht.
De locatie van een deel van de gebouwen is redelijk goed in beeld, maar het onderzoek heeft weinig informatie opgeleverd over de kwaliteit van de te verwachten archeologische resten, maar daar is geofysisch onderzoek, zoals grondradaronderzoek, ook minder geschikt voor. Het onderzoeksgebied valt binnen een groter gebied waarvoor een gebiedsvisie voor wordt opgesteld in het kader van toekomstige herontwikkeling. Gezien de ouderdom van de Kelnarij die teruggaat tot in de late middeleeuwen en het lokaal grote belang van deze locatie wordt geadviseerd de archeologische resten in situ te behouden en deze historische locatie herkenbaar en beleefbaar te maken. Hoewel de locatie van een deel van de gebouwen redelijk goed in beeld is, heeft het onderzoek weinig informatie opgeleverd over de kwaliteit van de te verwachten archeologische resten. Geadviseerd wordt om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om zo nader onderzoek te doen naar de exacte ligging van de diverse gebouwen en grachten en de kwaliteit van de diverse aa nwezige archeologische resten en sporen (zoals funderingen) vast te stellen. Om de vindplaats niet te veel te beschadigen is het
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[3]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
raadzaam om naast proefsleuven met beperkte omvang ook gericht aanvullende boringen uit te voeren (om bijvoorbeeld de ligging en het verloop van de gracht vast te stellen). Wellicht kan worden overwogen om het terrein weer op te hogen tot het oorspronkelijke maaiveldniveau zodat er weer een eenheid ontstaat met de bij het terrein horende begraafplaats en kunnen de locatie van de voormalige bebouwing en gracht visueel weer beleefbaar worden gemaakt (middels beplanting of in de bestrating). Het voordeel van ophogen van het terrein is dat de grachtlocatie als laagte kan worden ingericht zonder dat daarvoor gegraven hoeft te worden in het huidige bodemprofiel.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[4]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doelstelling ......................................................................................................................................... 8
2 Archeologische verwachting ............................................................................................................. 9 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 13 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 13 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 15
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 21 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 21 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 21 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 21
Literatuur .......................................................................................................................................... 22 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 23
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[5]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Putten heeft RAAP in de periode december 2022 tot maart 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (geofysisch onderzoek) uitgevoerd op de locatie van de Kelnarij van Putten in de gemeente Putten (figuur 1). Het onderzoeksgebied is gelegen tussen de Brinkstraat, Bruno Fabriciusstraat, Leijsbornstraat en Kelnarijstraat. De locatie maakt deel uit van het grotere plangebied ‘Brinkstraat en omgeving’ dat komende jaren herontwikkeld gaat worden en waarvoor momenteel een gebiedsvisie opgesteld wordt. Vooruitlopend op de verdere planvorming is het wenselijk meer te weten te komen of er in de ondergrond nog resten van de Kelnarij en de bijbehorende opstallen (huis, kapel, boerderij en brouwerij) aanwezig zijn en wat de aard, ouderdom en kwaliteit van deze resten is. Het geofysisch onderzoek kan een uitkomst bieden bij het vaststellen van de ligging en de verstoringsgraad. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd do or het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden.
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Putten ligt het onderzoeksgebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan ‘Kom Noord en Zuidoost’. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[6]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[7]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (karterende/waarderende fase: geofysisch onderzoek en controleboringen )
Opdrachtgever
Gemeente Putten
Bevoegde overheid
Gemeente Putten
Plaats
Putten
Gemeente
Putten
Provincie
Gelderland
Centrumcoördinaten (X/Y)
123.234/345.345
Toponiem
Gebied 2
Kadastrale gegevens
Kad. Gem. Putten, sectie C, nrs 5808 en 6429
Oppervlakte plangebied
5.000 m²
Afbakening plangebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plange bied onderzocht.
Onderzoeksperiode
December 2022 – maart 2023
Uitvoerder
RAAP Oost
Projectleider
ir. E. H. Boshoven
Projectmedewerkers
F. Berghuis, MA, E.M. Witmer, MA
RAAP-projectcode
PUNJ
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5353358100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal depot voor bodemvondsten te Nijmegen, Archis en e-depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doelstelling Het inventariserend veldonderzoek heeft tot doel vast te stellen of er nog restanten van de Kelnarij en bijbehorende opstallen (huis, kapel, boerderij en brouwerij) aanwezig zijn en wat de aard, ouderdom, kwaliteit etc. is van deze restanten om zo de archeologische waarde van het terrein (de archeologisch e vindplaats) vast te stellen.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[8]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
2 Archeologische verwachting Het benedictijner klooster de Abdinghof in Paderborn (Duitsland) had vanaf de elfde eeuw diverse bezittingen op de Veluwe rond Nijkerk, Putten en Barneveld. Deze bezittingen werden vanuit de hof t e Putten, een soort voorpost van de Abdinghof in Duitsland, beheerd. Vanaf c irca 1400 werd deze hof de Kelnarij genoemd, beheerd door de ‘cellarius’ of keldermeester, later kortweg aangeduid als kellenaar (Bijvank, 2011). Binnen de grenzen van het onderzoe ksgebied worden de resten van deze Kelnarij verwacht. In de 16e eeuw verworf het klooster ook de omvangrijke Puttense bezittingen van het klooster uit Werden aan de Ruhr. Zodoende was de Abdinghof een grootgrondbezitter. De Kelnarij neemt een belangrijke rol in binnen de geschiedenis van Putten.
Figuur 2. Een prent van de Kelnarij uit 1730.
In de rapportage van de archeologische waarden - en verwachtingskaart 1 van Putten is aan de hand van prenten en plattegronden een beschrijving gemaakt van de bebouwing van de Kelnarij: “De Kelnarij bestond volgens een prent uit 1730 (figuur 2) uit een rechthoekige zaalbouw met zadeldak, een topgevel aan de westzijde en een schoorsteen met brandmuur die het comp lex in een kleiner westelijk en een groter oostelijk gedeelte verdeelde. De voordeur bevond zich in de lange zuidgevel in het oostelijke deel. Aan de zuidgevel bevond zich een uitbouw met zadeldak haaks op de hoofdbouw en een kleine topgevel. Oostelijk van de zaalbouw stond een kapel, 90 graden gedraaid ten opzichte van het hoofdgebouw, maar vermoedelijk met (vrijwel) dezelfde omvang. Opvallend is dat de kapel niet (zoals gebruikelijk) op het oosten, maar op het noorden was gericht. De kapel had eveneens een zadeldak, topgevels aan zuid- en noordzijde en enkele hoge ramen met halfronde toog in de oostgevel. Aan de zuidgevel bevond zich een kleine uitbouw met lessenaarsdak. Hoog in de gevel zaten twee vensters en daarboven twee kleinere blinde vensters. Een d eur was naast de hoge ramen in de oostgevel te vinden. Op het erf aan de zuidzijde van het complex bevond zich een kleiner bijgebouw
1
Goossens, 2012.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[9]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
met zadeldak, twee topgevels aan zuid- en noordzijde (waarvan één met trappen) en twee ramen met halfronde toog. Op basis van de stijlkenmerken kan voor de bouw van het complex met kloostervensters en geschouderde topgevels geen nauwkeuriger datering worden gegeven dan de periode 1300-1600. Het kleine gebouw linksvoor wordt gedateerd in de 17e eeuw. De gebouwen hadden vliegopeningen voor duiven. De indeling van de gebouwen kan worden opgemaakt uit een boedelbeschrijving uit 1802. Er waren een keuken, mangelkamer, dwarsgang, voorgang, eetkamer, zaal, bovenkamer, meidenkamer, voor - of kellenaarskamer, kleine kamer, kellenaarsslaapkamer, knechtenkamer, klein kamertje, brouwhuis, schotelhuis en schuur. Hollanders vermoedt dat beneden de keuken met mangelkamer en dwarsgang, een voorgang met entree, eetkamer en zaal lagen, boven de vijf slaapkamers en de werkkamer van de kellenaar. De schuur, het brouwhuis en het schotelhuis waren afzonderlijke gebouwen. Mogelijk betreft één van twee laatste gebouwen het kleinere bijgebouw op de tekening uit 1730. ” Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn de opstallen van de Kelnarij gesloopt. Hoe grondig de sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is onbekend. Een luchtfoto uit 1945 laat op de vermeende locatie van de bebouwing van de Kelnarij een lichtere kleur van het maaiveld zien, maar er zijn geen funderingsresten zichtbaar (figuur 4).
De in het zuidoosten aanwezige begraafplaats bestaat tot op heden. In het westelijke deel van de locatie is in 1977 2 een parkeerterrein aangelegd. Het noordoostelijke deel is momenteel in gebruik als grasland. In het kader van onderhavig project is bij het Kadaster navraag gedaan of er in het archief van het Kadaster relevante luchtfoto’s aanwezig zijn uit de periode voor de sloop van de bebouwing. In een reactie heeft het Kadaster laten weten een luchtfoto uit 1928 te hebben. Deze luchtfoto wordt nog geleverd. Ook is aan de hand van de huidige kadastrale gegevens een analyse gemaakt van aanwezige kadastrale hulpkaarten bij het Kadaster. De beschikbare scans zijn gedownload , een hulpkaart uit 1940 kon worden gegeorefeerd aan de hand van gebouwen oostelijk van de locatie die nog bestaan (figuur 3). 3
2 3
https://www.hervormdputten.nl/de-gemeente/historie?start=4. De jpg-bestanden van de kadastrale hulpkaarten worden na afronding van het project geleverd aan de opdrachtgever .
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[10]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Figuur 3. Uitsnede van de kadastrale hulpkaart uit 1940. De bebouwing van de Kelnarij (binnen roodomlijnde ovaal) kon worden gegeorefereerd aan de hand van onder andere de bebouwing op perceel 4695 dat momenteel nog aanwezig is.
Figuur 4. Luchtfoto (23 maart 1945; 186_07_4125) met binnen de roodomlijnde ovaal de lichtere kleur van het maaiveld op de locatie waar de bebouwing van de Kelnarij moet hebben gestaan. De begraafplaats is afgebeeld in de zuidoosthoek van de roodomlijnde ovaal.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[11]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Archeologisch onderzoek naar de Kelnarij Bij een zoektocht naar ‘schatten’ na sloop van de Kelnarij in 1939 werd alleen een beerput aangetroffen. 4 Een katholieke kerk werd in dat jaar aan de Brinkstraat nieuw gebouwd en gewijd aan de H. Maria Zuivering. Alleen de begraafplaats die bij de katholieke kerk werd aangelegd, herinnert nog aan deze bijzondere locatie. Sinds de sloop is er verscheidene malen archeologisch onderzoek verricht: -
In 1982 verrichtte de ROB een proefsleuvenonderzoek naar de Kelnarij. Men concludeerde dat fundamenten en grachten nog aanwezig waren; 5
-
In 1993 onderzochten lokale amateurarcheologen het terrein waar de kapel van de Kelnarij stond. Bij de opgraving in 1993 is onder meer de gracht met daarin de nodige muntstukken en knoopjes uit de 16e-18e eeuw aangetroffen. Dit dateerde voor het eerst de gracht, waarvan uitsluitend bekend was dan dat deze in de 19 e eeuw nog bestond. 6
4
Hollanders, 1989; het zou een interessante optie zijn de plattegrond van de Kelnarij in de bestrating weer te geven of naar e en andere vorm van visualisatie te zoeken, bijvoorbeeld door het vrijleggen van de grachten of het plaat sen van lage heggetjes of paaltjes in de vorm van een plattegrond, vergezeld door een duidelijk informatiebord. 5 W erkgroep Monumenten, 1992. Werkgroep Monumen ten, 1992. Een inventarisatie binnen de gemeente Putten van woningen,
gebouwen en andere immobiliën van vóór 1940 met historische betekenis. Jaarboek Puttens Historisch Genootschap 1992. Putten. 6 W erkgroep Archeologie, 1993. W erkgroep Archeologie, 1993. V erslag van de opgraving achter de rk begraafplaats. Jaarboek
Puttens Historisch Genootschap 1993. Putten.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[12]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek bestond uit een geofysisch onderzoek en is aangevuld met controleboringen. Voor het uitvoeren van geofysisch onderzoek zijn meerdere onderzoeksmetho den beschikbaar. Welke geofysische onderzoeksmethode het meest geschikt is voor onderhavig onderzoeksgebied, is afhankelijk van de bodemopbouw en de aard en diepteligging van de archeologische resten ter plaatse. Op basis van de textuur van de ondergrond ( zand), een afdekkende laag in de vorm van een met klinkers bestraat parkeerterrein en de te verwachten archeologische resten (funderingsresten en gedempte gracht) is gekozen voor een combinatie van grondradar - en elektromagnetisch onderzoek. Het geofysisch onderzoek is op 12, 13 en 14 december 2022 uitgevoerd door dhr. F. van den Oever van Saricon. De controleboringen zijn uitgevoerd op 9 maart 2023 door medewerkers van RAAP. Voor de gevolgde onderzoeksmethode wordt verwezen naar het rapport van het geofysisch onderzoek (bijlage 2). Om de interpretatie van de geofysische data te controleren zijn 21 boringen uitgevoerd (zie figuur 5en figuur 6). Deze boringen hadden tot doel vast te stellen of op basis van de meetgegevens veronderstelde puinconcentraties ook daadwerkelijk puinconcentr aties zijn, of dat vullingen van grachten ook echt aanwezig zijn. Er is geboord tot maximaal 230 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm).
De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Het opgeboorde sediment is met het boormes versneden en geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aard ewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[13]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Figuur 5. Boorpuntenkaart met boornummers (zwarte labels) en de diepte top van de C-horizont in cm -mv (rode labels).
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[14]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Figuur 6. Boorpunten geprojecteerd op een grondradar timeslice van het parkeerterrein.
3.2 Resultaten 3.2.1
Opbouw van de ondergrond: algemeen beeld
Ter plaatse van het parkeerterrein is onder de 10 cm dikke straatstenen sprake van een 5 tot 45 cm dikke laag bestaande uit stabilisatiezand dat is aangebracht bij de aanleg van het parkeerterrein in 1977. Hieronder bevindt zich een pakket humeus zand dat sterk in dikte varieert. De top van de Chorizont is in twee boringen (noordelijke deel van het parkeerterrein) al op 40 cm -mv vastgesteld, terwijl in de meeste boringen de top van de C zich tussen 70 en 120 cm -mv bevindt maar ook enkele boringen waar de top van de C-horizont dieper dan 2 m -mv ligt. De C-horizont bestaat over het algemeen uit zwak tot matig siltig, matig fijn zand, maar bleek in een aantal boringen grindrijk en (matig) grof. Het plangebied ligt in een zone van een stuwwalglooiing (met grove, grindrijke zanden) d ie lokaal afgedekt is met een (dun) dekzandpakket. Ook blijkt uit de grondradarmetingen in combinatie met de boorgegevens dat in het zuidelijke deel van het parkeerterrein sprake is van een met grof zand en grind opgevuld (lokaal) erosiedalletje.
3.2.2
Resultaten geofysische metingen en controleboringen
Zoals vermeld in het geofysisch rapport (Van den Oever, 2023; bijlage 2) laat de EMI-dataset geen archeologisch relevante zaken zien. Binnen het plangebied is duidelijk sprake van te veel verstoring
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[15]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
door metalen objecten als putdeksels, geparkeerde auto’s, hekwerk , elektrakabels en boomspiegels. Deze metingen worden bij de bespreking van de resultaten dan ook buiten beschouwing gelaten. Het weitje en oostelijk deel van de begraafplaats (oostelijk deel van het gebied) De resultaten van het grondradaronderzoek in de oostelijke helft van het gebied (het weitje) laat geen duidelijke (grote) structuren zien. Wel zijn enkele locaties aanwezig waar heel lokaal een reflectie in de data zit, maar het booronderzoek heeft voor die locaties geen concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische structuren opgeleverd. Mogelijk is hie r sprake van lokale puinresten, maar tegelijkertijd kan niet worden uitgesloten dat de reflecties betrekking kunnen hebben op kleine structuren als een waterput. Funderingsresten Kelnarij Uit de data van het grondradaronderzoek valt de rechthoekige reflectie op in het centrale deel van het parkeerterrein (bijlage 5). Op de reflectie is een boring (boring 6) uitgevoerd waarbij op een diepte van 40 cm gestuit is op baksteen. Deze waarneming in combinatie met de reflectie op de grondradardata leidt tot de interpretatie van een fundering. Binnen de rechthoek zijn twee boringen (7 en 1001) uitgevoerd waarbij op respectievelijk een diepte van 100 en 95 cm gestuit is.
De afstand tussen beide boringen is ruim 1,5 m en de stuit is dan ook geïnterpreteerd als bovenkant van een vloerniveau. Op basis van de radardata bedraagt de west-oostlengte van deze structuur zo’n 5,5 m. De noord zuidlengte kon niet worden vastgesteld omdat de noordzijde (hoogstwaarschijnlijk) in de niet -gemeten groenstrook ligt. Een analyse van historische prenten en foto’s laat zien dat ter plaatse van het gebouw sprake was van een kelderruimte in het centrale deel van het pand. Langs de achter(noord)gevel zijn duidelijk kelderraampjes zichtbaar.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[16]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Figuur 7. Noordgevel (=achtergevel) van het hoofdgebouw met daarbij links en rechts van de deur twee kleine kelderraampjes.
Bij een vergelijking met de kadastrale minuut ligt deze structuur in het centrale deel van het grote gebouw dat rond 1832 aanwezig was en ligt het tot 3 m zuidelijk van de op basis van de kadastrale minuut vermeende ligging van het gebouw (bijlage 5). Vermoedelijk ligt de kadastrale minuut 1832 niet helemaal op de juiste locatie, want het georefereren van de kadastrale hulpkaart uit 1940 laat een net iets andere ligging van het gebouw zien die beter overeen lijkt te komen met de resultaten van het grondradaronderzoek. De grondradardata laten ook de locatie van de zuidelijke funderingsmuur zien, zij het minder duidelijk dan de kelderfundering. Vermoedelijk komt dit doordat de restanten van de muurfundering minder dik zijn dan de nog aanwezige keldermuur/ -fundering. Ook lijkt de oostelijke muurfundering net zichtbaar tegen een groenstrook aan. De noordelijke en westelijke funderingsmuur zijn niet zichtbaar op de radargegevens, maar dat is niet vreemd omdat deze in de groenstrook verwacht wordt en waar niet gemeten is. Op basis van de ligging van de Kelnarij is een beter beeld te krijgen op de ligging van het zuidoostelijke gebouw, de kapel. Naar verwachting ligt de ruim oostelijke helft van de kapel buiten het gebied dat gemeten is, namelijk in de groenstrook ten oosten van het parkeerterrein.
In de zuidwesthoek van de vermeende locatie zijn reflecties zichtbaar op de radardata, maar een boring (nr. 9) die aan de noordkant van deze reflectie is uitgevoerd heeft geen bijzonderheden (bijvoorbeeld stuit op baksteen) opgeleverd.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[17]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Het zuidwestelijke gebouw lijkt eveneens grotendeels in de groenstrook te zijn gelegen. Zowel aan de west-, zuid- als noordzijde van deze groenstrook zijn wel lichte refl ecties zichtbaar, maar deze tekenen zich niet scherp af. Dit gebouw is al eerder gesloopt, zo rond 1880 en er zijn van deze bebouwing nog weinig funderingsresten aanwezig in de ondergrond. Discussie Met vrij grote zekerheid kan worden gesteld dat met het g eofysisch onderzoek de ligging van de kelder van de Kelnarij is aangetoond en ook dat de ligging van het hoofdgebouw van de Kelnarij redelijk goed in beeld is. Met de aanwezigheid van reflecties in de grondradardata is bevestigd dat in de ondergrond nog funderingsresten of opgevulde funderingssporen in de ondergrond aanwezig zijn. Deze zekerheid is er niet voor de locatie en aan- of afwezigheid van funderingsresten van het zuidwestelijke gebouw en van de kapel aangezien deze grotendeels in de groenstrook moeten hebben gelegen en waarvan geen radardata is verzameld. De ligging van deze gebouwen is via een indirecte methode, het georefereren van de kadastrale hulpkaarten, wel vrij goed te reconstrueren (nauwkeuriger dan het georefereren van de kadastrale minuut 1832). Gracht De grondradardata geven geen duidelijk beeld van een eventuele grachtligging.
Zoals in figuur 8 van het geofysisch onderzoek beschreven was er in de radardata in het zuidelijke deel van het parkeerterrein een duidelijke u-vormige laagovergang zichtbaar: flauw aflopend aan de westzijde en steil oplopend aan de oostzijde (bijlage 2: afbeelding 9). Ter plaatse van deze overgang zijn twee boringen verricht (nrs. 2 en 5) met een onderlinge afstand van zo’n 12 m. In de meest westelijke boring is op 130 cm -mv een laagovergang waargenomen die de scheiding vormt tussen grindhoudend matig grof zand naar een pakket matig fijn zand. In boring 5 is dit pakket grove zand tot aan de onderzijde van de boring, 180 cm -mv, aanwezig. Deze laagovergang kan worden geïnterpreteerd als een met grof zand opgevuld erosiedal. Met het booronderzoek is mogelijk wel een deel van de gracht gelokaliseerd (zie ook bijlage 5). Allereerst werd ter plaatse van boring 126 een dik, vlekkerig en archeologisch puinhoudend pakket aangetroffen waarbij de top van de C-horizont (matig grof zand) op een diepte van 215 cm -mv werd aangetroffen. Dit bleek ook het geval in de circa 12 m noordelijke gelegen boringen 101 (210 cm -mv) en boring 102 (205 cm -mv). In boring 101 is daarbij op een diepte van 180 -200 cm -mv een aantal fragmenten faience-aardewerk (met blauwe lijnen/versieringen) aangetroffen dat kan worden gedateerd in de 18 e eeuw.
Er lijkt hier sprake te zijn van een gelaagdheid, waarmee een recente verstoring (bijvoorbeeld aanleg riool) uitgesloten lijkt. Ook een uitbraaksleuf ligt niet voor de hand, waarmee een interpretatie als gracht de meest waarschijnlijke is. Wel dient te worden opgemerkt dat de grondradardata ter hoogte van deze boringen (zowel in de dwarsprofielen als in horizontale slices) geen reflecties laat zien die zouden kunnen duiden op een grachtvulling. Aan de noordoostzijde van het parkeerterrein is een boorraai met vier boringen uitgevoerd (nrs. 111 t/m 114) waarbij in de meest noordelijke boring (nr. 111) de bovenzijde van de C-horizont op 140 cm -mv ligt, op een aanzienlijk dieper niveau dan in de overige boringen (boringen 112, 113, 114 resp. 110, 40 en 40 cm). De interpretatie is dat deze boring ter hoogte van de aanzet naar de gracht is uitgevoerd , waarbij de daadwerkelijke gracht direct noordelijk van boring 111 wordt verwacht.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[18]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
De ligging van de zuidelijke gracht is niet uit de radardata af te leiden. In dit zuidelijke deel van de locatie zijn slechts twee boringen uitgevoerd waarbij de gracht niet is aangetroffen. Discussie Het is op z’n zachtst vreemd te stellen dat in de resultaten van het geofysisch onderzoek geen grachtrestanten zijn te herkennen. Dit terwijl uit literatuur blijkt dat bij archeologisch onderzoek in de jaren 1980 de aanwezigheid van een gracht is aangetoond en ook dat in de boringe n een grachtvulling aanwezig bleek. Mogelijk zijn hier twee oorzaken voor te geven: enerzijds de aanwezigheid van een parkeerterrein met een klinkerverharding en anderzijds blijkt uit andere geofysisch onderzoeken ook dat de kwaliteit van de resultaten erg afhangen van het vochtgehalte van de ondergrond. Een vochtige grond levert bij grondradaronderzoek betere resultaten op dan droge grond. De aanwezigheid van verharding zorgt voor horizontale afwatering van het regenwater en resulteert daarmee in een droge re ondergrond. Het is niet uitgesloten dat dit kan hebben bijgedragen aan minder duidelijke grondradarbeelden. Ondergrondsee infrastructuur Op de radardata zijn diverse lijnvormige structuren te zien die na vergelijking met de KLIC -gegevens te relateren zijn aan de aanwezige hemelwaterafvoer.
Op het parkeerterrein zijn meerdere kolken aanwezig en het hemelwater komt via ondergrondse leidingen in drie infiltratieputten terecht. De ligging van de HWA-leidingen lijkt op basis van de grondradardata tot enkele meters af te wijken van de KLICgegevens (bijlage 4). Ook zijn enkele veronderstelde HWA-leidingen niet zichtbaar op de radarbeelden. Naast het hemelwaterriool zijn op het parkeerterrein ook twee straatlantaarnpalen aanwezig waarvan de ligging evenals die van de bijbehorende elektrakabel niet op de KLIC staat aangegeven. De exacte ligging van de elektrakabel is niet vastgesteld; wellicht dat de zuidelijke lantaarn via een kabel vanuit zuidwestelijke richting (deels gecombineerd met de hemelwaterafvoer) wordt gevoed (weergegeven in bijlage 4). Er zijn geen duidelijke reflecties zichtbaar waarmee de ligging van de elektrakabel van d e noordelijke lantaarnpaal kan worden geïdentificeerd. Reflecties met onbekende duiding Op het parkeerterrein zijn diverse zones met reflecties die niet te duiden zijn ( bijlage 5: aangeduid met letters A t/m D). Het kan hierbij gaan om 20 e -eeuwse verstoringen, maar het kunnen even goed oudere, archeologisch relevante sporen betreffen.
Zo zou binnen het gebied nog een waterput aanwezig moeten zijn en ook is de locatie en omvang van de in de jare n 1980 gegraven archeologische (proef)sleuven niet duidelijk in de radarbeelden herkend (wellicht A en D?). Bodemverstoringen Er van uit gaande dat tijdens het booronderzoek inderdaad op 95 cm de keldervloer van de Kelnarij is aangetroffen, en aannemende dat de kelder een hoogte had van circa 180 cm en de vloer van de begane grond zo’n 20 cm dik was, dan zou het vloerniveau van de Kelnarij zo’n 105 cm boven huidig maaiveld moeten hebben gelegen. Op basis van het AHN blijkt het parkeerterrein zo’n 60 cm lage r te liggen dan het omliggende gebied en zou gesteld kunnen worden dat het vloerniveau zo’n 40 cm boven het oorspronkelijke maaiveld lag. Dit lijkt in overeenstemming met de foto waarop de kelderraampjes zichtbaar zijn. De indicatie dat in de periode tussen de sloop in de jaren 1940 en de aanleg van het parkeerterrein in de jaren 1970 het terrein zo’n 60 cm is afgegraven , lijkt daarmee bevestigd. In feite is een nog dikker pakket afgegraven, want huidig maaiveld bestaat uit klinkers met dikte van zo’n 10 cm
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[19]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
en hieronder bevindt zich nog een pakket stabilisatiezand met gemiddelde dikte van 10 a 20 cm. Kortom, er kan worden gesteld dat de ondergrond ter plaatse van het parkeerterrein zo’n 80 a 90 cm is afgegraven. Dit betekent dat ondiep gelegen archeologische resten verstoord zullen zijn. Hierbij valt te denken aan ondiep gelegen vloerniveaus en ondiep gefundeerde muurresten. Diepere grondsporen als waterputten, dieper gefundeerde muurresten, keldervloeren en diepere afvalkuilen zullen echter nog aanwezig zijn. Dit geldt bovendien voor grachtvullingen en (houten) brugfunderingen en beschoeiingen.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[20]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Het geofysisch onderzoek heeft aangetoond dat binnen het onderzoeksgebied nog resten van de Kelnarij aanwezig zijn. Zo is op de grondradardata overduidelijk een kelder te herkennen en ook de zuidelijke funderingsmuur van het hoofdgebouw. Van de kapel, het zuidwestelijke gebouw en het gebouw dat in het noordoostelijke deel van het gebied heeft gestaan zijn geen duidelijke sporen aangetoond. Enerzijds vallen deze structuren (deels) in de groenstroken die niet zijn onderzocht, mogelijk betreft het ook ondiepe funderingen die bij het afgraven van het terrein in d e periode tussen 1940 en 1977 zijn verwijderd. Hoewel de ligging van de gracht niet is herkend in de grondradardata , zijn er dank zij de uitgevoerde boringen wel (sterke) aanwijzingen voor de ligging van de westelijke en noordelijke gracht. De locatie van een deel van de gebouwen is redelijk goed in beeld, maar het onderzoek heeft weinig informatie opgeleverd over de kwaliteit van de te verwachten archeologische resten, maar daar is geofysisch onderzoek, zoals grondradaronderzoek, ook minder geschikt voor.
4.2 Advies Het onderzoeksgebied valt binnen een groter gebied waarvoor een gebiedsvisie voor wordt opgesteld in het kader van toekomstige herontwikkeling. Gezien de ouderdom van de Kelnarij die teruggaat tot in de late middeleeuwen en het lokaal grote belang van deze locatie wordt geadviseerd de archeologische resten in situ te behouden en deze historische locatie herkenbaar en beleefbaar te maken. Hoewel de locatie van een deel van de gebouwen redelijk goed in beeld is, heeft het onderzoek weinig informatie opgeleverd over de kwaliteit van de te verwachten archeologische resten. Geadviseerd wordt om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om zo nader onderzoek te doen naar de exacte ligging van de diverse gebouwen en grachten en de kwaliteit van de diverse aa nwezige archeologische resten en sporen (zoals funderingen) vast te stellen. Om de vindplaats niet te veel te beschadigen is het raadzaam om naast proefsleuven met beperkte omvang ook gericht aanvullende boringen uit te voeren (om bijvoorbeeld de ligging en het verloop van de gracht vast te stellen). Wellicht kan worden overwogen om het terrein weer op te hogen tot het oorspronkelijke maaiveldniveau zodat er weer een eenheid ontstaat met de bij het terrein horende begraafplaats en kunnen de locatie van de voormalige bebouwing en gracht visueel weer beleefbaar worden gemaakt (middels beplanting of in de bestrating).
Het voordeel van ophogen van het terrein is dat de grachtlocatie als laagte kan worden ingericht zonder dat daarvoor gegraven hoeft te worden in het huidige bodemprofiel.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Putten, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[21]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Literatuur Bijvank, P., 2011. De Kelnarij van Putten. De verkoop van heggen en hout. Online artikel, https://historischgeografischeartikelen.files.wordpress.com/2011/09/artikel -verkoop-heggenkelnarij-archief2.pdf Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Goossens, E., 2012. Archeologische monumentenzorg in de gemeente Putten. RAAP -rapport 2462. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Hollanders, G.C.J.M., 1989. Historie van de katholieke geloofsgemeenschap te Putten van 500 tot heden. Putten. Oever, F. van den, 2023. Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkstraat te Putten (Gld.), Sliedrecht (Saricon-projectcode 23S013-DR-01). SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek: deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB, Gouda. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[22]
De Kelnarij van Putten, gemeente Putten; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (geofysisch onderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
7
Figuur 2. Een prent van de Kelnarij uit 1730.
9
Figuur 3. Uitsnede van de kadastrale hulpkaart uit 1940. De bebouwing van de Kelnarij (binnen roodomlijnde ovaal) kon worden gegeorefereerd aan de hand van onder andere de bebouwing op perceel 4695 dat momenteel nog aanwezig is.
11
Figuur 4. Luchtfoto (23 maart 1945; 186_07_4125) met binnen de roodomlijnde ovaal de lichtere kleur van het maaiveld op de locatie waar de bebouwing van de Kelnarij moet hebben gestaan. De begraafplaats is afgebeeld in de zuidoosthoek van de roodomlijnde ovaal.
11
Figuur 5. Boorpuntenkaart met boornummers (zwarte labels) en de diepte top van de C-horizont in cm -mv (rode labels). Figuur 6. Boorpunten geprojecteerd op een grondradar timeslice van het parkeerterrein.
14 15
Figuur 7. Noordgevel (=achtergevel) van het hoofdgebouw met daarbij links en rechts van de deur twee kleine kelderraampjes.
17
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
8
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Rapport geofysisch onderzoek Bijlage 3. Boorbeschrijvingen Bijlage 4. Timeslice met KLIC-gegevens en interpretatie ligging kabels/leidingen Bijlage 5. Timeslice met de interpretatie van de ligging van de gebouwen en onbekende reflecties
RAAP-rapport 6421 / versie 20-04-2023
[23]
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A
Vroeg
Middeleeuwen
D: Ottoonse tijd
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Bijlage 2. Rapport geofysisch onderzoek
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkstraat te Putten (Gld.) Postbus 92 3360 AB Sliedrecht
Industrieweg 24 2261 HJ Sliedrecht
K.v.K. 23.063.102 BTWnr NL006081927B05
www.saricon.nl contact@saricon.nl
Tel. +31 (184) 422 538 Fax +31 (184) 419 821 Pagina 1 van 23
Foto omslag
Project
Magnetometrie-beelden Romeins villacomplex en vulkanische ondergrond Zuid-Duitsland. Detail: tekening Kelnarij 1731 (bron:?) Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkstraat te Putten
Opdrachtgever
Gemeente Putten
Documentcode
23S013-DR-01
Datum definitief Datum herzien Datum concept
… … 30-03-2023
Opgesteld Handtekening
Ferry van den Oever Geofysisch specialist
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912).Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur. Voor verdere informatie, vragen en/of suggesties: Saricon bv Industrieweg 24, 3361 HJ Sliedrecht Telefoon: +31 (0) 184 422538 Fax: +31 (0) 184 419821 Internetsite: www.saricon.nl E-mail algemeen: contact@icon.nl
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 2 van 23
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ...................................................................................................................... 4
1.1
DOEL & AANLEIDING ........................................................................................................ 4
1.2
VOORINFORMATIE ........................................................................................................... 5
2
Uitvoering ................................................................................................................... 5
2.1
GEOFYSISCH ONDERZOEK ALGEMEEN ................................................................................ 5
2.2
GEBRUIKTE TECHNIEKEN .................................................................................................. 6
2.3
VELDWERK ..................................................................................................................... 7
3
Verwerking en analyse van de meetgegevens ........................................................ 9
3.1
DATAPROCESSING .......................................................................................................... 9
3.2
ELECTROMAGNETISCHE INDUCTIE (EMI)) ........................................................................... 9
3.3
GRONDRADAR (GPR) .................................................................................................... 11
3.3.1 PARKEERPLAATS ................................................................................................. 12 3.3.2 BEGRAAFPLAATS ................................................................................................. 19 3.3.3 WEI ................................................................................................................... 20 4
Evaluatie meettechnieken ....................................................................................... 21
5
Samenvatting en Conclusies .................................................................................. 21
5.1
INLEIDING ..................................................................................................................... 21
5.2
UITVOERING ................................................................................................................. 21
5.3
CONCLUSIES ................................................................................................................ 22
6
Bijlage projectinformatie ......................................................................................... 23
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 3 van 23
1 INLEIDING 1.1
DOEL & AANLEIDING In opdracht van gemeente Putten heeft Saricon een gecombineerd geofysisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige Kelnarij-locatie aan de Brinkstraat te Putten (Gld.). Doel van het onderzoek is het zoveel als mogelijk in beeld brengen van ondergrondse structuren, met name is men op zoek naar de mogelijke locatie van de voormalige Kelnarij.De onderzoekslocatie Op onderstaande afbeelding is de locatie weergegeven. De locatie bestaat deels uit parkeerplaats, een (kleine) begraafplaats en een weiland. Het betreft het rode vak met een oppervlakte van ca. 0.5 hectare.
Afbeelding 1: Onderzoekslocatie
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 4 van 23
1.2
VOORINFORMATIE Voor meer informatie omtrent de Kelnarij en de aanleiding van het onderzoek wordt verwezen naar de Beleidsvisie van de gemeente Putten (M. Wispelwey, oktober 2022):
….De gemeente Putten is bezig een gebiedsvisie op te stellen voor de Brinkstraat en omgeving. Binnen de grenzen van het plangebied liggen de resten van de Kelnarij, een van oorsprong middeleeuwse hoeve waar de kellenaar woonde. De kellenaar zag toe op de bezittingen van het klooster Abdinghof te Padeborn (Duitsland) en inde belastingen (tienden). De geschiedenis gaat terug tot in de 11 e eeuw. In de 16e eeuw ontving het klooster ook de Puttense bezittingen van het klooster uit Werden. Zodoende was de Abdinghof een grootgrondbezitter. De Kelnarij neemt een belangrijke rol in voor de geschiedenis van Putten. Aan het begin van de oorlog zijn de opstallen van de Kelnarij gesloopt. Hoe grondig de sloopwerkzaamheden hebben plaats gevonden, is onbekend. Geofysisch onderzoek zou uitkomst kunnen bieden bij het vaststellen van de verstoring. Omdat om het terrein een gracht gelegen was, moeten er nog sporen te vinden zijn. De gemeente Putten wil graag met geofysisch onderzoek, aangevuld met een booronderzoek vaststellen of er nog restanten van de Kelnarij en bijbehorende opstallen (huis, kapel, boerderij, brouwerij) aanwezig zijn en wat de aard, ouderdom, kwaliteit etc. is van deze restanten. …
2 UITVOERING 2.1
GEOFYSISCH ONDERZOEK ALGEMEEN Geofysisch onderzoek is niets meer of minder dan het registreren van contrastverschillen in de bodem. Uiteraard moet er wel voldoende contrastverschil aanwezig zijn tussen hetgeen gezocht wordt en de directe omgeving. In de archeologische prospectie worden de volgende geofysische technieken het meest toegepast: • magnetometrie/gradiometrie (MAG) • electro magnetische inductie (EMI) • grondradar (GPR) • weerstandsmetingen Het succes van een geofysisch onderzoek hangt samen met een aantal factoren waaronder de belangrijkste hieronder zijn weergegeven: -heeft het gezochte voldoende contrast met zijn omgeving voor de te gebruiken techniek? -wat zijn de storende omgevingsfactoren (verkrijgen optimaal signal-to-noise ratio, dieptebereik etc)? -welke resolutie (hor-vert) is noodzakelijk en is dit mogelijk? De uiteindelijke keuze in technieken is afhankelijk van een aantal factoren, te weten: • zoekdoel • bodemsoort
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 5 van 23
• • • •
grondwaterstand (verstorende) omgevingsfactoren zoals bebouwing enz. soort verharding/begroeiing gewenste resolutie
Aangezien elke techniek haar eigen voor- en ook nadelen heeft, is een combinatie van technieken veelal het meest geschikt. In overleg met opdrachtgever en bevoegd gezag is gekozen voor een combinatie van 2 technieken, te weten: -grondradar (GPR)): vanwege het zoekdoel (funderingen, begravingen….) in combinatie met grondgesteldheid (zand) kan GPR een juiste methode zijn om funderingen, begravingen…. in beeld te brengen. -electro magnetische inductie (EMI): in plaats van weerstand wordt hiermee juist ‘geleiding’ in de bodem gemeten. Dergelijke metingen zijn uitermate geschikt voor het in kaart brengen van archeologische structuren die bestaan uit grondlagen/vullingen (grachten, wallen, etc….). Maar ook andere afwijkende objecten (funderingen, K&L, scheepwrakken….).
2.2
GEBRUIKTE TECHNIEKEN Grondradar (GPR) Met behulp van het uitzenden en ontvangen van elektromagnetische pulsen kan een grondradarsysteem inzicht geven in de opbouw van de bodem en eventueel aanwezige ondergrondse structuren. De kwaliteit van de radarbeelden wordt onder meer bepaald door de wijze van grondcontact, leemhoudendheid van de bodem enz. Onderstaande afbeelding geeft schematisch de werking van een grondradarsysteem weer.
Afbeelding 2: GPR-schema
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 6 van 23
Electro Magnetische Inductie (EMI) Elektromagnetische Inductie (EMI-)metingen zijn metingen die gebaseerd zijn op de wijze waarop de ondergrond actief opgewekte EM velden verstoort. Het systeem meet als het ware de conductiviteit (ofwel de geleidbaarheid) van een elektrisch stroompje ingebracht in de bodem. Hiermee kan men landschappelijke indicatoren zoals donken, zandruggen en geulen en mogelijk ook archeologische indicatoren zoals ondiep begraven, recentere sporen waaronder grachten, sloten en baksteenconstructies op verschillende niveaus in kaart brengen.
Afbeelding 3: EMI-schema Er worden 2 soorten metingen simultaan verricht. EC en MS metingen. Beiden kunnen relevante informatie leveren. EC staat voor Electric Conductivity (electrische geleidbaarheid) MS staat voor Magnetic Susceptibility (tijdelijke magnetiseerbaarheid) Het dieptebereik van deze meting is medeafhankelijk van de onderlinge spoelafstand. In dit specifieke geval kan tot een diepte van ca. 1,5m-mv worden gemeten.
2.3
VELDWERK Het veldwerk is uitgevoerd op 12,13 en 14 december 2022 en de volgende apparatuur is ingezet voor dit onderzoek: • •
GPR: Opera Duo-grondradarsysteem van IDS. Deze heeft een duale antenne met een frequentie van 200-750mHz. EMI: CMD-mini-explorer van GF Instruments.
De positionering is gedaan met behulp van een RTK-GPS (Trimble SPS855). Vanwege de aanwezig bomen was de kwaliteit van de GPS-ontvangst sterk wisselend en hebben er later bij het processen veel correcties plaats moeten vinden. Onderstaande foto’s geven een indruk van het veldwerk en de gebruikte apparatuur.
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 7 van 23
Afbeelding 4: GPR en EMI-apparatuur (EMI-foto van andere locatie!)
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 8 van 23
3 VERWERKING EN ANALYSE VAN DE MEETGEGEVENS 3.1
DATAPROCESSING De geofysische data is geprocessed om de kwaliteit zoveel mogelijk te verbeteren, achtergrondruis te verwijderen en uiteindelijke significante contrastverschillen in het x,y-vlak weer te geven. De GPS-data is beoordeeld op constante kwaliteit en is zeer goed te noemen. Gebruikte software: • GPR: Geolitix • EMI: CF Instruments datalogger / TerraSurveyor De afbeeldingen zijn verwerkt met behulp van QGIS.
3.2
ELECTROMAGNETISCHE INDUCTIE (EMI)) De locatie is vlakdekkend onderzocht. Echter bevat de EMI-dataset niet eheel veel informatie. Alle metalen objecten (onder- en bovengronds) zijn zichtbaar. Dit betreffen geparkeerde auto’s, putdeksel, roosters, hekwerk etc……In relatie tot de Kelnarij is er niet veel te concluderen.
Afbeelding 5: visualisatie EMI
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 9 van 23
Afbeelding 6: visualisatie EMI
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 10 van 23
3.3
GRONDRADAR (GPR) De grondradarbeelden geven beduidend meer informatie. Er kan meteen geconcludeerd worden dat zowel de datakwaliteit alsook het dieptebereik voor deze locatie goed zijn te noemen. De meest opvallende zaken zijn separaat aangeleverd als een dxf/csv-file. Op basis hiervan heeft RAAP een booronderzoek uitgevoerd om zaken te verifieren. Onderstaande afbeelding is een willekeurige meetlijn. Hierin is duidelijk contrastverschil zichtbaar (individuele objecten en laagovergangen). Ook het dieptebereik van beide frequenties is zeer goed te noemen.
Afbeelding 7: verticaal radarprofiel
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 11 van 23
3.3.1 PARKEERPLAATS Bij de parkeerplaats zijn vele meetlijnen geplaatst. In alle lijnen zit informatie, zowel puntinformatie alsook laaginformatie. Getracht is bij elke meetlijn de opvallende reflecties aan te duiden als marker (punt) of laagovergnag (met diepteverschil).
In een Zuidelijke OW-lopende lijn is duidelijk een laagovergang met relief zichtnaar. Mogelijk betreft dit een gracht. Deze is in meerdere parallelle lijnen zichtbaar.
En onderstaand hetzelfde profiel zonder aantekening.
Afbeelding 8: verticaal radarprofiel
De gegevens (positie, diepte) zijn doorgegeven aan RAAP. Uit controlerend booronderzoek bleek dit echter een natuurlijke erosiegeul, en géén gracht.
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 12 van 23
Ook zijn er in de NZ-lopende lijnen laagovergangen zichtbaar, echter met minder duidelijk relief.
En ter illustratie hetzelfde profiel zonder ingetekende lijn
Afbeelding 9: verticaal radarprofiel
Alle lijnen met laagovergangen zijn als dxf/csv doorgegeven aan BAAC, ten behoeve van het boorplan.
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 13 van 23
De visualisatie in de radardata op het horizontaal vlak ziet er als volgt uit:
Afbeelding 10: laagovergangen De individuele reflecties ijn ook bekeken. Het zijn er echter enorm veel, zonder duidelijk verband of lineatie. Dit resulteerd in een woud aan punten. Zie afbeelding onder. Dit zijn enkel de eflecties dieper dan 1m-mv
Afbeelding 11: individuele markers
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 14 van 23
Omdat het ondoenlijk is alle reflecties te beschrijven is geconcentreerd op een opvallende locatie in het midden van de parkeerplaats. Hier zijn sterke individuele reflecties zichtbaar die tesamen wel een verband vormen. De reflecties zijn het duidelijkst zichtbaar op 1m-mv. Ook loopt er een horizontale lijn tussen de 2 punten.
Afbeelding 12: verticaal radarprofiel
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 15 van 23
Nadere bestudering laat op 0.5m-mv echter al een zwakker reflectie zien!
Onderstaand hetzelfde profiel zonder intekening.
Afbeelding 13: verticaal radarprofiel
Uit het later verrichtte booronderzoek bleken dit keldermuren en een keldervloer te zijn.
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 16 van 23
Van de radardata zijn er ook zogenaamde timeslices gemaakt. Dit betreffen horizontale beelden op verschillende diepteniveau ’s die (mogelijk) structuren laten zien. De meest relevante timeslices zijn onderstaand weergegeven. In rode stippellijnen, de opvallend zaken. In verband met aanwezige HWA, moet een en ander wel voorzichtig geïnterpreteerd worden !!
Afbeelding 14: timeslice 0,5-1,0m-mv
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 17 van 23
Onderstaande timeslice betreft meest harde reflecties op 1,5-2m-mv. Behalve losse concentraties is het vierkant in het midden het meest duidelijk. Dit betreft de kelder zoals het RAAP-booronderzoek heeft aangetoond.
Afbeelding 15: timeslice 1,5-2,0m-mv
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 18 van 23
3.3.2 BEGRAAFPLAATS Onderstaande afbeelding geeft een radarprofiel ter plaatse van de begrafplaats weer. Er zijn duidelijk reflecties afkomstig van begravingen zichtbaar. Onder het pad , ten Noorden van de begraafplaats is op 1,6m-mv een sterke reflectie zichtbaar. Tevens zijn er op 0,5m-mv lichtere reflecties zichtbaar, mogelijk betreffen dit ook begravingen. In geen van de meetlijnen zijn echter aanwijzingen voor grachten of duidelijke funderingen waargenomen.
Afbeelding 16: verticaal radarprofiel
23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 19 van 23
3.3.3 WEI In de wei is de GPR-datakwaliteit ook goed te noemen. Ook hier zijn echter heel veel individuele reflecties waarneembaar. Deze allemaal weergeven leidt weer tot een te grote verzameling punten zonder ogenschijnlijke samenhang. Zie afbeelding onder.
Afbeelding 17: individuele markers In overleg met RAAP is besloten enkele van de meest opvallende reflecties weer te even.
en hetzelfde profiel zonder markers
Afbeelding 18: verticaal radarprofiel 23S013-DR-01
Gecombineerd geofysisch onderzoek Kelnarij Brinkweg Putten Pagina 20 van 23
4 EVALUATIE MEETTECHNIEKEN Voorafgaand aan de feitelijke metingen zijn per definitie geen garanties te geven op resultaat. Er zijn vele parameters die het succes of eventueel uitblijven van succes bepalen. Geofysisch onderzoek is vaak maatwerk en het is van belang voorafgaand aan het onderzoek te parameters en zoekdoel duidelijk te bespreken alvorens techniekkeuzes te maken. Op basis van de verstrekte voorinformatie (zandige bodem, begravingen, mogelijk muurresten, grachten etc….) is gekozen voor de combinatie van de inzet van GPR en EMI. De datakwaliteit, onderscheidend vermogen en dieptebereik van met name GPR bleek goed te zijn. De GPR heeft duidelijk resultaat geleverd. Vanwege de vele reflecties is het echter duidelijk dat de locatie zeer sterk verrommeld is. Er zijn weinig tot geen duidelijk waarneembare funderingen/grachtstructuren zichtbaar in de data. De EMI-data is enigszins teleurstellend. Hieruit konden geen eenduidige conclusies worden getrokken. Bovenstaande geeft maar weer aan dat een combinatie van technieken vaak de beste keuze is voor geofysisch onderzoek.
5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5.1
INLEIDING In opdracht van gemeente Putten heeft Saricon een gecombineerd geofysisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige Kelnarij-locatie aan de Brinkstraat te Putten (Gld.). Doel van het onderzoek is het zoveel als mogelijk in beeld brengen van ondergrondse structuren, met name is men op zoek naar de mogelijke locatie van de voormalige Kelnarij..