Bijlage 1. Transitievisie Warmte Putten 2.0
Tekst van het document
39
De bron en bijhorende opwekinstallatie waarmee dit net wordt gevoed is sterk afhankelijk van de locatie en de schaalgrootte van het afzetgebied. Het Warmtetransitiemodel analyseert niet de beschikbaarheid van bronnen in een buurt, maar veronderstelt dat er altijd voldoende bronnen zijn. De potentiële bronnenmix in een gebied moet dus apart gevalideerd worden. Opmerking verdient tevens dat een 70˚C-warmtenet wel degelijk kan starten als een warmtenet dat tijdelijk gevoed wordt door bronnen van 90˚C, bijvoorbeeld door een tijdelijke gasketel in de wijk, met een biomassacentrale of als er hoog temperatuur restwarmte beschikbaar is. Vastgoedeigenaren hebben dan de tijd om hun gebouwen te isoleren en het warmtenet kan dan dus sneller groeien. De kosten voor de infrastructuur van een warmtenet bestaan uit de aanleg van de hoofdleiding naar de wijk, de wijkinfrastructuur en onderstations en het aansluiten van de woning inclusief het plaatsen van een afleverset. Deze kosten kunnen sterk per buurt verschillen en zijn voor een groot deel afhankelijk van het type bebouwing en de dichtheid van de bebouwing. Deze worden deels terugverdiend door een positieve exploitatie van de verkoop van warmte aan de consument, gedurende een lange looptijd. Wat overblijft is de Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) die de vastgoedeigenaar betaalt op het moment van aansluiten.
In het Warmtetransitiemodel wordt gerekend met deze aansluitkosten. Daarbij wordt rekening gehouden met schaal en dichtheid: hoe groter de lokale toepassingsschaal en hoe stedelijker de omgeving, hoe lager de kosten per woning.
40
onrealistische warmteopties zijn met de huidige stand van de techniek. Het gaat dan met name om landelijke buurten en om oude binnensteden. Aangezien het Warmtetransitiemodel een model is dat een uitspraak doet over welke warmteoptie logisch is om mee te starten in een wijk vanuit het oogpunt van kosten, is het ook logisch om buurten aan te wijzen waar je voorlopig nog niet start en het gasnet voorlopig nog blijft liggen.
Modelleren van het afwegingskader Het afwegingskader is geïmplementeerd in het Warmtetransitiemodel door middel van rekenregels. Op basis van de kengetallen per sleuteltype is per woning berekend wat de investeringen en besparingen zijn van de warmteopties. Deze investeringen en besparingen worden opgeteld per buurt. Utiliteitsgebouwen doen dus niet mee in deze berekening. Bij warmtenetten wordt rekening gehouden met schaal en dichtheid: hoe groter de toepassingsschaal en hoe hoger de dichtheid, hoe lager de kosten per woning. Op basis van de investeringskosten en de operationele kosten en opbrengsten wordt een onrendabele top berekend over een periode van 30 jaar met een financiering met 1,5% rente. De onrendabele top is het deel van de investering dat niet kan worden terugverdiend met de inkomsten en besparingen van de investering. Vrijwel altijd zullen duurzame warmteopties nog leiden tot een onrendabele top op buurtniveau. Als de financieringsperiode wordt verkort naar bijvoorbeeld 15 jaar dan zal de onrendabele top dus verder stijgen. De omvang van de onrendabele top verschilt doorgaans sterk per buurt.
ALL-ELECTRIC ‘All-electric’ betekent dat er alleen een elektriciteitsnet in de buurt is. Als dat het geval is, dan is er een warmte opwek-installatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Dit is dus een individueel systeem waar gebouweigenaren over besluiten. In het model is uitgegaan van een lucht-water-warmtepomp, omdat dit in praktijk de meest toegepaste oplossing is. Naast de investeringskosten in de warmtepomp zijn ook de kosten meegenomen voor elektriciteitsnetverzwaring. Deze kosten zijn gebaseerd op een aantal praktijkcases, maar zullen per wijk uiteraard sterk kunnen verschillen.
Bij de berekeningen worden de volgende kengetallen gebruikt:
BESTAANDE GASNET (VOORLOPIG) LATEN LIGGEN De derde warmteoptie is die van het (voorlopig) in stand houden van het bestaande gasnet. Deze warmteoptie is belangrijk omdat er buurten overblijven waar zowel all-electric als een midden temperatuur warmtenet zeer kostbare en daarom
Tabel C2: Geselecteerde financiële kengetallen
Wonen in Putten zonder aardgas - Transitievisie Warmte
Tarieven 2018 Kosten aardgas per m3 Kosten elektriciteit per kWh Kosten warmte per GJ Vastrecht gas energieleverancier Vastrecht gas en meetkosten netbeheerder Exploitatieduur Financieringsrente
€ 0,81 € 0,23 € 28,47 € 57,69 € 181,30 1,5%
Bandbreedtes in investeringskosten en besparingen Alle investeringskosten en de onrendabele top worden uitgedrukt in een gemiddelde bandbreedte met een onder- en bovengrens. Deze bandbreedte is nodig omdat er een bandbreedte wordt genomen in de te nemen maatregelen op woningniveau en in hoeverre maatregelen (kunnen) worden gecombineerd met natuurlijke momenten. Ook zijn er sterke verschillen in de investeringen in de aansluiting op een warmtenet, vanwege lokale omstandigheden, zoals het type bron en de te realiseren schaal. De bandbreedtes zijn zodanig breed dat zij rekening houden met de volgende aspecten:
DE VISUALISATIE VAN DE WARMTEKAART De resultaten van de kostentechnische analyse worden gevisualiseerd in de Warmtekaart. De Warmtekaart toont de voorkeursoptie op basis van de laagste maatschappelijke kosten, en toont ook de orde grootte van het verschil met het alternatief. Wanneer de kosten zeer dichtbij elkaar liggen, wordt dit ook weergegeven. Wanneer de gebruiker op een buurt klikt, zijn alle kosten en besparingen in detail te zien (met in achtneming van de bandbreedtes, zie Figuur 10). Maatregelen woningniveau
Maatregelen aardgasvrij Bandbreedte
• Technische variaties binnen warmteopties, afhankelijk van warmtebron, opslag, opwekker en infrastructuur • Bestaande prijsverschillen op de markt zoals de kosten van elektriciteit per kWh. • Marktontwikkelingen zoals schaarste en inzetbaarheid van personeel, materiaal, etc. • Het al dan niet benutten van natuurlijke momenten voor investeringen (woningrenovatie, aanpakken van de riolering, etc.) • Reeds getroffen maatregelen in de woning • Afwijking van de kengetallen als gevolg van sterk afwijkende woningen
Bandbreedte
Ondergrens Bovengrens
Ondergrens
Bovengrens
Totale investering warmtetransitie Bandbreedte
De omvang van de bandbreedte verschilt per maatregeltype, warmteoptie, woningtype en bouwjaarklasse, afhankelijk van de karakteristieken van die specifieke combinatie. ALLOCATIE VAN WARMTEOPTIES Het optellen van alle kosten en besparingen per woning per buurt leidt tot een som, waarbij de sommen van warmtenet en all-electric worden vergeleken, om zo de optie te vinden met de laagste maatschappelijke kosten. Buurten waar een warmtenet lagere kosten heeft dan all-electric, maar waarbij niet wordt voldaan aan een van de twee onderstaande voorwaarden, komen uit op de warmteoptie “Voorlopig nog gasnet”: • Indien de bebouwingsdichtheid lager is dan 30 woningequivalenten per hectare, waarbij een woningequivalent gelijkstaat aan één woning en 100 m2 utiliteitsbouw. • Indien het gemiddelde bouwjaar ouder is dan 1920.
Ondergrens
Bovengrens
Figuur 10: Schematische weergave van kostenbandbreedtes voor de warmtetransitie
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
41
BIJLAGE
D Analyse Liander Liander zoekt actief de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, burgers en andere lokale stakeholders om hen te helpen beslissingen te nemen over een nieuwe duurzame energievoorziening, die zowel in hun eigen belang als in het publieke belang zijn. Het realiseren van het slimste alternatief voor aardgas is afhankelijk van veel lokale factoren. Denk hierbij aan het type woningen in een buurt, de eventuele beschikbaarheid van restwarmte en de wensen van de bewoners. Met een wijkanalyse middels de ‘Buurtanalyseapp’ faciliteert Liander gemeenten door haar kennis over bestaande netten en over mogelijke nieuwe warmteoplossingen te delen. Deze kennisdeling dient ter ondersteuning van de beslissingen van gemeentes over alternatieve vormen van de warmtevoorziening. In de tabel hieronder is een inschatting van de kansrijkheid van wijken om van het aardgas af te gaan van Putten weergegeven op basis van woningcorporatiebezit en afschrijving gasnet. Daarnaast zijn een aantal aanvullende kenmerken opgenomen van de verschillende buurten die verder inzicht geven in deze buurten. Ook is aan de hand van deze applicatie gekeken naar gegevens als geplande vervanging van waterleiding en riool, de ouderdom, afschrijving en materiaalsoort van het gasnet, capaciteit van het elektriciteitsnet, aandeel corporatiebezit in een wijk etc.
42
Wonen in Putten zonder aardgas - Transitievisie Warmte
De ervaring leert dat deze manier van kijken en zoeken naar samenhang in werkzaamheden en andere koppelkansen een eerste indicatie geeft voor het maken van een keuze van wijken die mogelijk van het aardgas kunnen gaan. Het helpt de zoektocht om te komen tot een keuze in wijken of buurten waar ‘van het aardgas gaan’ op een zo natuurlijk mogelijk moment kan plaatsvinden. Het komen tot wijkuitvoeringsplannen vraagt vanzelfsprekend meer dan alleen gegevens uit een applicatie halen. Liander ziet haar input als een goed vertrekpunt voor een selectie van buurten en voor gesprekken met wijkbewoners. Zij realiseert zich dat de keuze voor de laagste maatschappelijke kosten niet op voorhand betekent dat dit ook voor Liander de minst mogelijke kosten meebrengt. Voor Liander is het dan ook van belang om nauw betrokken te blijven bij de verdere planvorming. Daarnaast zijn keuzes van invloed op de configuratie van het gasnet. Het aardgasloos maken van een wijk of buurt kan van invloed zijn op andere wijken en buurten en op het gehele energiesysteem in een gemeente. Daarnaast is van belang om continu ook de impact op het elektriciteitsnet te monitoren en door te rekenen, zodat we tijdig de juiste maatregelen kunnen nemen vanuit Liander.
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
43