CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting - Natuuronderzoek

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Van Damhof12.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

zijn in de omgeving waargenomen, maar niet op de planlocatie zelf. Het is dan ook aannemelijk dat deze soorten niet verstoord zullen worden bij de werkzaamheden. Nesten, en horsten zijn niet aangetroffen. Advies / conclusie Ten aanzien van vogels wordt geen schadelijke handelingen flora- en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht.

27

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel zijn de nesten opgenomen welke door de wetgever in provincie Gelderland jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn aangetroffen. Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Steenuil

Categorie 1

Blauwe reiger

Categorie 5

Kleine vliegenvanger

Categorie 5

Gierzwaluw

Categorie 2

Boerenzwaluw

Categorie 5

Koolmees

Categorie 5

Huismus

Categorie 2

Bonte vliegenvanger

Categorie 5

Kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

Roek

Categorie 2

Boomklever

Categorie 5

Oeverzwaluw

Categorie 5

Grote gele kwikstaart

Categorie 3

Boomkruiper

Categorie 5

Pimpelmees

Categorie 5

Kerkuil

Categorie 3

Bosuil

Categorie 5

Raaf

Categorie 5

Oehoe

Categorie 3

Brilduiker

Categorie 5

Ruigpootuil

Categorie 5

Ooievaar

Categorie 3

Draaihals

Categorie 5

Spreeuw

Categorie 5

Slechtvalk

Categorie 3

Eidereend

Categorie 5

Tapuit

Categorie 5

Boomvalk

Categorie 4

Ekster

Categorie 5

Torenvalk

Categorie 5

Buizerd

Categorie 4

Gekraagde roodstaart

Categorie 5

Zeearend

Categorie 5

Havik

Categorie 4

Glanskop

Categorie 5

Zwarte kraai

Categorie 5

Ransuil

Categorie 4

Grauwe vliegenvanger

Categorie 5

Zwarte mees

Categorie 5

Sperwer

Categorie 4

Groene specht

Categorie 5

Zwarte roodstaart

Categorie 5

Wespendief

Categorie 4

IJsvogel

Categorie 5

Zwarte specht

Categorie 5

Zwarte wouw

Categorie 4

Kleine bonte specht

Categorie 5

Grote bonte specht

Categorie 5

Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Omgevingswet het gehele seizoen: Categorie 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Categorie 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). Categorie 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). Categorie 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Categorie 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.

Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.

28

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In de toelichting vleermuizen (volgende pagina) worden deze onderdelen nader toegelicht. Verblijfplaatsen voor vleermuizen moeten voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. Microklimaat: temperatuur, verschillende temperaturen binnen één object (gradiënten), snelheid van opwarmen of afkoelen (bufferwaarde), vochtigheid, geen tocht. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de opstal toegankelijk is voor vleermuizen en dus geschikt zijn als verblijfplaat voor vleermuizen. De te slopen opstallen kennen open stootvoegen / ventilatiekanalen welke kunnen dienen als verblijfplaats. Bij de sloop- of bouwwerkzaamheden zullen er mogelijk verblijfplaatsen verloren gaan of aanwezige soorten verstoord of gedood worden. Daarom wordt een nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk geacht. Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors hetgeen niet aanwezig is op de planlocatie. Eventueel aanwezige soorten zullen geen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling en er zullen geen verblijfplaatsen verloren gaan.

Een nader onderzoek boombewonende vleermuizen wordt niet noodzakelijk geacht. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verdwijnen uit het landschap. Nabij de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig hetgeen niet zal veranderen. Het foerageergebied blijft gedeeltelijk intact. Een nader onderzoek foerageergebied is dan ook niet noodzakelijk. Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door stedelijke omgeving. Advies / conclusie Ten aanzien van vleermuizen worden er mogelijk schadelijke handelingen flora- en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht.

29

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Toelichting vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats.

Er

zijn

bij

soorten

als

gewone

dwergvleermuis

massa

winterverblijfplaatsen

en

winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

30

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Zoogdieren Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het karakter van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Noord-Noord-Brabant. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten.

In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Omgevingswet. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Omgevingswet. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Noord-Noord-Brabant. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich echter wel voor deze soort. De molmuis kan zich ophouden in vochtige loofbossen, zoals het onderzoeksgebied.

De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Een nader onderzoek molmuis wordt noodzakelijk geacht.

31

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. Het plangebied vertoont geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn er meerdere verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de UVlamp om urine sporen te doen oplichten en de endoscoop om ruimten te inspecteren. Het plangebied is met name bebouwd en heeft weinig schuilhoeken voor marterachtigen, waaronder met name de steenmarter. Het is dan ook niet aannemelijk dat marterachtigen gebruik maken van het plangebied. Het braakliggende verwilderde perceel kent geen ecologische verbindingszones wat maakt dat het niet waarschijnlijk is dat soorten op dit perceel voorkomen. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Noord-Brabantse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied mogelijk overige zoogdieren voorkomen.

In de diverse databases zijn verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied: het ree: Capreolus capreolus,. Deze soort is door provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Advies / Conclusie Ten aanzien van zoogdieren worden geen schadelijke handelingen flora- en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht.

32

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Overige Soorten Reptielen en amfibieën De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. De ingreep heeft geen invloed op de habitat van deze soorten. Vissen De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Noord-Brabant. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dag- of nachtvlinders. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen.

Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Conclusie / Advies Ten aanzien van overige soorten worden geen schadelijke handelingen flora-en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht.

33

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

6.3 Houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet. Overtreding op dit onderdeel Omgevingswet is niet aan de orde. Hoofdstuk 4 omgevingswet regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Omgevingswet vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond. Deze regel geldt niet voor: 1.

Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;

2.

Houtopstanden op erven of in tuinen;

3.

Fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

4.

Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

5.

Kweekgoed;

6.

Uit populieren of wilgen bestaande: a.

Wegbeplantingen;

b.

Beplantingen langs waterwegen, en

c.

Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

7.

Het dunnen van een houtopstand;

8.

Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: a.

Ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

b.

Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en

c.

Zijn aangelegd na 1 januari 2013.

34

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Verantwoording Literatuur / bronnen •

Omgevingswet

•

Omgevingsverordening

•

Fauna inventarisatie, Rik Schoon

•

150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf

Materiaal •

Camera

•

Zaklamp

•

Thermometer

•

Windmeter

•

Verrekijker

•

Endoscoop

•

Ladder (5 meter)

•

UV-lamp

Internet •

www.rvo.nl

•

www.bij12.nl

•

wwww.verspreidingsatlas.nl

•

www.zoogdiervereniging.nl

•

www.ndff.nl

•

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000

•

https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten

•

www.natura2000.nl

•

www.planviewer.nl

35

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Bijlagen

36

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

37

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

38

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

39

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

40

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

41

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

42

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

43

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Gelderlan d Utrecht

Zeeland

NoordHolland

Microtus agrestis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

Mustela putorius

x5

x

x

x

Dwergmuis

Micromys minutus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

Erinaceus europaeus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Haas Hermelijn Huisspitsmuis*

Crocidura russula

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Molmuis

Arvicola scherman

Ondergrondse woelmuis

Wetenschappelijke naam Zoogdieren

x

x

NoordNoordBrabant Ministerie EZ (AmvB RN art. 3.31)

Friesland

Aardmuis

Nederlandse naam

NoordNoordBrabant ZuidHolland

Groningen

Vrijgestelde soorten per provincie

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

Lepus europeus

x

x

x

x

x

x

x

x

Mustela erminea

x5

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Pitymys subterraneus

x

x

x

x

x

Ree

Capreolus capreolus

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

x

x

x

x

Steenmarter

Martes foina

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

x

x

x

Veldmuis*

Microtus arvalis

x

x

Vos

Vulpes vulpes

x

Wezel

Mustela nivalis

x

Wild zwijn

Sus scrofa

Woelrat

Sus scrofa

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x5

x

x

x

x

x

x2

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Amfibieën en reptielen Bruine kikker

Rana temporaria

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

Bufo bufo

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hazelworm

Anguis fragilis

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Meerkikker

Pelophylax ridibundus Pelophylax klepton esculentus

Middelste groene kikker / bastaardkikker

x3 x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x4 x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022

44

NATUURWAARDENONDERZOEK 51606 – VAN DAMHOF 5 A-D PUTTEN

Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2024 Ecofect B.V.; Nunspeet

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16156000/1