CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp GR VNOG 2024

Commissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte 15 mei 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Ontwerp aangepaste gemeenschappelijke regeling VNOG4.215 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn maken overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend dat het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland in zijn vergadering van xxx heeft vastgesteld dat de colleges van burgemeester en wethouders van … van de 22 deelnemende gemeenten (Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen) tot de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland 2010 hebben besloten. Hiermee is conform artikel 44, derde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 deze vierde wijziging tot stand gekomen. De wijziging treedt op … in werking. De gemeenschappelijke regeling inclusief wijzigingen luidt als volgt:

Hoofdstuk I Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.

de veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland b. gemeente: gemeenten als bedoeld in bijlage 1 van de Wvr, die behoren tot de regio Noorden Oost-Gelderland; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr; f. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; g. regionaal commandant: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wvr; h. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wvr; i. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; j. Wvr: Wet veiligheidsregio’s.

2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de

1

burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam en bestuursorganen 1. Er is een openbaar lichaam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in de gemeente Apeldoorn. 3. De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk II Belang, taken, bevoegdheden Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen: a. brandweerzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b van de Wvr; b. geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wvr; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wvr. en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr.

Artikel 4 Taken 1.

Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is de veiligheidsregio belast met de taken en bevoegdheden, als bedoeld in artikel 10 van de Wvr en de overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens wet- en regelgeving aan de veiligheidsregio worden opgedragen.

2.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen, afzonderlijk of tezamen andere taken of bevoegdheden opdragen aan het bestuur van de veiligheidsregio voor zover deze taken binnen het belang van de regeling vallen, als omschreven in artikel 3. De wijze van uitvoering van deze taken wordt in een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de betreffende gemeenten vastgelegd.

Hoofdstuk III Het algemeen bestuur Artikel 5 Bevoegdheden 1.

Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het algemeen bestuur kan slechts daartoe besluiten indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

2.

Het voorstel tot deelneming is aangenomen wanneer het algemeen bestuur met meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen daartoe besluit.

3.

De veiligheidsregio houdt een openbaar register van deelnemingen bij.

2

4.

Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet De bevoegdheden, als bedoeld in artikel 33a, tweede lid, van de wet kunnen in ieder geval niet worden overgedragen.

Artikel 6 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten. 2. Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.

Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken 1.

Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 12, eerste en tweede lid, en artikel 13 van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht.

3.

De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Artikel 8 Besluitvorming 1.

Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

2.

Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling:

3.

a.

gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem;

b.

gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen;

c.

gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen;

d.

gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen;

e.

gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen;

f.

gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het nieuwe vergaderjaar.

Artikel 9 Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 10 Zienswijzen

3

1. Voorafgaand aan het te nemen van een besluit van het algemeen bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: a. het Regionaal beleidsplan; b. het vaststellen van een evaluatierapport als bedoeld in artikel 34; c. een wijziging van de vastgestelde begroting voor zover het wijzigingen betreft die voor de gemeenten niet budgettair neutraal zijn, zowel voor wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen; d. een putting uit de Algemene Reserve van de veiligheidsregio. 2. Het dagelijks bestuur biedt de raden de termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. Als het een wijziging van de vastgestelde begroting betreft, zoals in het eerste lid onder c., dan geldt een gelijke termijn als voor het vaststellen van de begroting zoals genoemd in de wet. 3. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 11 Participatie Aan artikel 10, zevende lid, van de Wet betreffende de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het dagelijks bestuur; b. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd.

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur Artikel 12 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, en vijf leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter, worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille. 3. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag dat hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Artikel 13 Werkwijze en ondertekening stukken 1.

Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt.

2.

In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem.

4

3.

De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

4. .

De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze.

5.

In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van de te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht

6.

De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Artikel 14 Bevoegdheden 1.

Het dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 33b van de wet.

2.

Voorts is het dagelijks bestuur belast met: a.

het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere o verheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de v eiligheidsregio van belang is;

b.

de coördinatie van de werkzaamheden van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in de artikelen 14, en van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet;

c.

het regelen van de vervanging van de algemeen directeur;

d.

het vaststellen van een instructie voor de secretaris;

e.

het vaststellen van een reglement van orde voor de eigen vergaderingen;

f.

het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel;

g.

de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio;

h.

de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

i.

het houden van toezicht op alles wat de veiligheidsregio aangaat;

j.

de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen.

Hoofdstuk V De voorzitter Artikel 15 De voorzitter 1.

De voorzitter van het bestuur wordt bij Koninklijk Besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen.

2.

Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

3.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

5

Hoofdstuk VI Commissies Artikel 16 Commissies van advies 1.

Het algemeen bestuur kan vaste commissie van advies instellen overeenkomstig artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet.

2.

Het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen andere commissies van advies instellen overeenkomstig artikel 24, derde lid, van de wet.

Artikel 17 Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.

Hoofdstuk VII Inlichtingen en verantwoording Artikel 18 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten 1.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.

2.

Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. b.

het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid.

3.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.

4.

Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven.

5.

Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

6.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

Artikel 19 Inlichtingen aan Minister en Provincie 1.

Het dagelijks bestuur dient Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad.

2.

Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de gemeenten.

6

Hoofdstuk VIII Vergoedingen Artikel 20 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.

Hoofdstuk IX De algemeen directeur Artikel 21 Algemeen directeur 1.

De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken.

2.

De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur.

3.

De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer.

Hoofdstuk X Archiefbepalingen Artikel 22 Archief 1.

Het dagelijks bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

2.

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vastgestelde verordening. Deze verordening bevat in elk geval voorschriften voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de veiligheidsregio die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Deze verordening wordt door het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.

3.

De secretaris van het dagelijks bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de vastgestelde verordening.

4.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en 13 Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

5.

De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de verordening als bedoeld in het tweede lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, voor zover de archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

6.

De archivaris brengt tweejaarlijks verslag uit aan het dagelijks bestuur over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

7.

Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hem opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.

7

8.

Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Hoofdstuk XI Financiële bepalingen Artikel 23 Administratie en controle Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken.

Artikel 24 Begroting 1.

De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.

2.

De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage.

3.

Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid.

4.

De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren.

5.

Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde van kracht zijn.

6.

De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van onderwerpen waarvoor dit door het algemeen bestuur is vastgesteld. Deze kosten worden per betreffende gemeente berekend en per betreffende gemeente in rekening gebracht.

Artikel 25 Financiële middelen 1.

De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen

2.

Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

8

Hoofdstuk XII Gebruik eigendommen en verplichtingen Artikel 26 Gebruik roerende en onroerende zaken in eigendom bij gemeenten 1.

De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de taken gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de taken van de veiligheidsregio.

2.

De gemeenten dragen zorg voor instandhouding van de roerende en onroerende zaken als bedoeld in eerste lid, zodanig dat de veiligheidsregio hiervan ten behoeve van haar taken gebruik kan maken. De veiligheidsregio zal zich redelijkerwijze als een verantwoord gebruiker gedragen.

3.

Over de toepassing van het eerste en tweede lid worden nadere afspraken gemaakt tussen de gemeenten en de veiligheidsregio.

Artikel 27 Verplichtingen van de colleges De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 26, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a.

bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen;

b.

toegang tot geografische en bouwkundige informatie;

c.

informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke;

d.

informatie over relevante vergunningen en ontheffingen;

e.

voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten;

f.

alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen.

Hoofdstuk XIII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 28 Toetreding 1.

Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr.

2.

De toetreding door colleges van andere gemeenten kan plaatsvinden wanneer in de vergadering van het algemeen bestuur blijkt, dat ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, daarmee instemmen.

3.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toetreding gaat in op dezelfde dag als die waarop de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

Artikel 29 Uittreding

9

1.

Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges.

2.

Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a.

de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding;

b.

de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden;

c.

in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding worden de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen.

3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

Artikel 30 Wijziging 1.

Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

2.

Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges.

3.

Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten.

4.

In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging.

5.

Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Artikel 31 Opheffing 1.

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven indien dit door een wijziging van artikel 8 jo. artikel 9 Wvr mogelijk wordt. Indien de Wvr niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van

10

deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2.

Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

3.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.

4.

Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

5.

Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio.

6.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

Artikel 32 Geschillenregeling Bij geschillen zal de geschillenregeling in artikel 28 van de wet gevolgd worden.

Hoofdstuk XIV Overgangs- en slotbepalingen Artikel 33 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 34 Evaluatie 1.

Tenminste eenmaal per vier jaar vindt een evaluatie van deze regeling plaats. Deze evaluatie vindt als voorbereiding op een nieuw regionaal beleidsplan plaats.

2.

De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.

Artikel 35 Inwerkingtreding De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking. Artikel 36 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van eerdere wijzigingen van deze regeling en waarvoor de wijzigingen overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling.

Artikel 37 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland 2024’.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12651731/1