CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1-KBG-Natuurorganisaties SNMP en NMP

Overige evenementen 7 februari 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Reacties vanuit de klankbordgroep1.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commentaar van de Stichting Natuur- en MilieuBescherming Putten en de Stichting Natuur- en MilieuPlatform Ermelo op de MER van Windpark Horst en Telgt 12-01-2023

1. Inleiding De Stichting Natuur- en MilieuBescherming Putten (SNMP) en de Stichting Natuur- en MilieuPlatform Ermelo (NMP) nemen deel aan de klankbordgroep voor de rapportage voor de MER-procedure voor het Windpark Horst en Telgt. Zowel het SNMP als het NMP hebben natuur en milieu als primaire aandachtsgebieden maar vinden daarnaast ook dat duurzaamheid, waaronder duurzame energieopwekking, ook belangrijk en noodzakelijk is. Het is voor SNMB en NMP van belang om een balans te vinden daar waar een spanningsveld ontstaat tussen flora en fauna en biodiversiteit enerzijds en noodzakelijke duurzame energieopwekking anderzijds. In het geval van Windpark Horst en Telgt is er volgens het SNMP en het NMP sprake van zo’n spanningsveld. Met dit commentaar willen we dit spanningsveld inzichtelijk maken om vervolgens onze afwegingen en conclusie duidelijk te maken. Het SNMP en het NMP richten zich bij hun commentaar voornamelijk op de hoofdstukken Landschap en Ecologie, maar hebben daarnaast ook oog voor de mogelijke hinder voor omwonenden.

2. De Locatie De geprojecteerde locatie van het toekomstige windpark, oostelijk van de A28 in Ermelo en Putten is om meerdere redenen een moeizame locatie. Zowel westelijk als oostelijk van het beoogde park liggen Natura 2000 gebieden op korte afstand. Aan de westkant is de afstand tot het Natura 2000-gebied (de randmeren) maar ongeveer 500 meter. Met de aanleg (in 2023 gereed) van het Groene Kruispunt zal dit gebied naar verwachting veel meer watervogels aantrekken. In het oosten ligt het Natura 2000-gebied het Veluwemassief. Het beoogde windmolenpark ligt duidelijk binnen de 1 tot 8 km-zone waarover de provincie Gelderland meldt dat daar weinig tot geen windparken meer zullen worden vergund. Het windmolenpark Horst en Telgt wordt daarop waarschijnlijk een uitzondering. Een deel van het plangebied is door de provincie Gelderland aangemerkt als een Groene Ontwikkelingszone. De regels voor zo’n gebied zijn vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening en houden onder meer in dat bij een ontwikkeling de natuur moet worden versterkt. Hier is (nog) geen aandacht aan besteed.

3. Algemeen We gaan in ons commentaar uit van alternatief 1. Dit zijn 7 windmolens met een tiphoogte van 250 meter. Verder is er sprake van een geluidsniveaus van 47 Lden en 45 Lden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gaat uit van een 45 Lden gelet op de volksgezondheid. Het SNMB en NMP sluiten zich hierbij aan. Voor omwonenden zal er de hinder (geluid, slagschaduw, uitzicht) ontstaan.

4. Ecologie Er zijn drie groepen: vogels, vleermuizen en dassen waarvoor mitigerende maatregelen volgens SNMP en NMP noodzakelijk zijn. Ook voor aanvaringen met insecten zijn de berichten in de literatuur (referentie??) zodanig dat dit ook de nodige aandacht vraagt.

4.1. Vogels Aanvaringen en habitatverlies zijn de belangrijkste nadelige gevolgen voor vogels in windparken. Recent onderzoek door de Wageningen Universiteit (Schippers et al. 2020) toont aan dat het aantal aanvaringen veel hoger is dan eerder aangenomen.

4.1.1. De Wespendief De wespendief is uitvoerig aan de orde geweest in de discussie over ecologie tijdens één van de bijeenkomsten van de klankbordgroep. Er moeten voor instandhouding van de soort 100 broedparen aanwezig zijn op de Noord Veluwe. In werkelijkheid zijn er 96 aanwezig (Sovon, in opdracht van de provincie Gelderland). Dit ligt onder de Natura 2000-doelstelling. Elke wespendief die geraakt wordt door een wiek brengt de soort verder in gevaar. De wespendief is belangrijk voor de biodiversietijd in het gebied. Mitigerende maatregelen, stilstand, gedurende de maanden dat ze in het gebied aanwezig zijn en fourageren in het gebied zijn noodzakelijk om aanvaringen te voorkomen. Door het kritische aantal paren op de Noord-Veluwe is er volgens het NMP geen andere optie dan stilstand. Selectieve detektie is nog niet mogelijk en dus geen optie. 4.1.2. Zee- en Visarend De Zee- en Visarend zijn twee vogelsoorten die zich steeds meer laten zien in het gebied van de randmeren. Bij de Berenkuil bij Nijkerk worden ze regelmatig waargenomen en recent is er een zeearend omgekomen in windpark Zeewolde. De ontwikkeling van het Groene Kruispunt onderdeel van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) zal de aanwezigheid van deze zee- en visarenden nog verder doen toenemen volgens vogelkenners en Staatsbosbeheer.

De mitigerende maatregelen voor deze soorten kunnen gerealiseerd worden door camera’s en stilstand bij verschijning (in Zeeland is hier ervaring mee). Ook om andere vogels (watervogels, trekvogels, insectenetende vogels) in dit gebied maken het SNMP en NMP zich zorgen. Vogels zullen trachten om om een windmolen heen te vliegen als ze die waarnemen. Door twee rijen windmolens parallel neer te zetten is het veel moeilijker om de molens te mijden. Dit pleit voor het weglaten van de twee oostelijke windmolens, zodat er een lijnopstelling resteert.

3.2. Vleermuizen Met name vleermuizen kunnen in aanvaring met windmolens komen door hun foerageerroutes in het gebied. Uit de rapportage blijkt dat deze routes vooral voorkomen bij de meest noordelijke en meest zuidelijke windmolen. Vooral de Rosse vleermuis vliegt op een hoogte van de rotorbladen van de windmolen. Uit onderzoek blijkt dat windmolens de grootste doodsoorzaak zijn voor vleermuizen.

In een eerdere commentaarronde heeft SNMP Putten al recentere literatuur (2017 en 2018) over vleermuizen aangedragen dan de referentie uit 2015 in de rapportage van Pondera wordt genoemd. Het is gewenst dat deze literatuur nog wordt opgenomen. Uit onderzoek van Smallwood (2020) blijkt dat getrainde honden zesmaal zoveel karkassen van vleermuizen terugvinden dan mensen. Dit betekent dat de aantallen dode vleermuizen uit eerdere onderzoeken wellicht met zes dienen te worden vermenigvuldigd.Het is duidelijk dat ook voor vleermuizen mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld stilstandsperioden) noodzakelijk zijn. Een andere mogelijkheid is het weglaten van de meest noordelijke en zuidelijke windmolen.

4.3. Dassen In tegenstelling tot de ecologische rapportage van Pondera waarin staat dat er geen dassen in het gebied zijn, moet er na onderzoek geconcludeerd worden dat er in ieder geval minimaal één dassenburcht in de buurt van de zuidelijks geprojecteerde molen is. Op 03-01-2023 zijn bij lokaal onderzoek in het gebied Groot Dasselaar een burcht en verse dassensporen aangetroffen. De bevindingen zijn gerapporteerd aan de Stichting Das en Boom. Een das heeft last van chronische stress in de nabijheid van een windmolen, blijkt uit onderzoek van Agnew et al. (2016). De aanleg van wegen noodzakelijk voor de aanvoer van de onderdelen van de windturbine kunnen het foerageergebied van de das ernstig verstoren. Tijdens de aanleg van de speciale wegen en de opbouw van de windmolen zullen eventueel mitigerende maatregelen nodig zijn.

4.4. Insecten

Uit meer recent onderzoek door Hallman et al. (2017) blijkt dat er in het algemeen een sterke afname (75%) van insecten in de natuur heeft plaats gevonden. Onderzoek van Trieb (2018, Interference of flying insekts with windparks) concludeert dat windmolens hierbij een grote rol spelen. Aan de voet van de zuidelijke molen zijn op Putters grondgebied bloemrijke weilanden (5,5 ha) aangelegd. In de nabijheid ligt aan de overzijde van de A28 het Groene Kruispunt. Hierdoor zullen in het gebied meer insecten worden aangetrokken. Naast het feit dat insecten zich dood kunnen vliegen tegen de rotorbladen van de molen zullen vleermuizen, die insecten eten, ook hiermee extra kwetsbaar worden. Dit geldt ook insectenetende vogels zoals zwaluwen die in het plangebied foerageren. Naar de invloed van windmolens op het gedrag van insecten is nog weinig onderzoek verricht. Of eventuele mitigerende maatregelingen mogelijk zijn is nog niet duidelijk.

6. Landschap Een deel van het plangebied omvat een eeuwenoud slagenlandschap. Langgerekte, nagenoeg boomloze percelen omzoomd door greppels en sloten. Om aantasting van dit landschapstype zo klein mogelijk te houden verdient het de aanbeveling om de twee oostelijk geplande molens niet te realiseren. De overige 5 molens komen dan aan de gezichtseinder van de slagen te staan. Dit kan het karakter van het slagenlandschap versterken.

7. Mitigerende maatregelen Om vogel- en vleermuissterfte tegen te gaan zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Detectiesystemen en seizoens- en/of tijdelijke stilstand zijn belangrijke instrumenten hierbij. Intensieve monitoring is een vereiste om de effectiviteit van de detectiesystemen en andere mitigerende maatregelen te volgen. Het fysiek bezoeken van de locatie voor screening op dode vogels en vleermuizen is eveneens een vereiste.

8. Conclusies Samenvattend komen het SNMP en het NMP tot de conclusie dat 7 windmolens in dit gebied te veel is. Uitgaan van 5 windmolens met een tiphoogte van 250 meter langs de A28 met een 45 Lden zijn de volgende mitigerende maatregelen van belang:  Wespendief: stilstand tijdens verblijf in de regio.  Zee- en visarend: camera herkenning en stilstand bij verschijning.  Dassen: bescherming foerageergebied tijdens de bouw, mede afhankelijk van de planning.

Vleermuizen: heroverweging positie windmolens en/of beïnvloeding van de foerageerroutes. Vooral de Rosse vleermuis is erg kwetsbaar

Overige opmerkingen:   

Verwijzing naar recente literatuur (met mogelijke nieuwe inzichten) m.b.t. dassen, insecten, trekvogels en vleermuizen in de MER-rapportage wordt gemist. Met enige regelmaat dienen de periodieke uitlezing van logfiles en resultaten van fysieke screening van de omgeving van de molens te worden gepubliceerd. Tijdens de aanleg van het windpark mag het foerageergebied van de dassen niet worden verstoord.

Het SNMP Putten en NMP Ermelo zijn altijd bereid het bovenstaande toe te lichten.

Literatuur K.S. Smallwood et al. Dogs Detect Larger Wind Energy Effects on Bats and Birds. Wildlife management Vol 84 issue 5, page 852-864 R.C.N.Agnew et al. 2016 Stress bij Dassen http://www.bioone.org/doi/full/10.7589/2015-09-231 Dr Franz Trieb, DLR Institut 2018 (Interference of flying insects with wind parks) https://docs.windwatch.org/Interference-of-Flying-Insects-and-Wind-Parks.pdf Hallman, 75% reduction in flying insects https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29045418/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12374971/1