Beleidsplan Speelruimte 2023
Tekst van het document
Beleidsplan Speelruimte Spelen, bewegen en ontmoeten
Februari 2023
Pagina 2
Inhoud 1.
Inleiding en samenvatting
4
1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Scope
4
1.3
Werkwijze
6
1.4
Opzet en positionering
6
1.5
Samenvatting
7
2.
Terugblik Leidraad Speelruimteplan 2014
9
2.1
Aanbevelingen beleid 2014
9
2.2
Belangrijkste aanpassingen ten opzichte van beleid 2014
9
3.
Veldonderzoek
11
3.1
Aanvullende toelichting op de scope van het onderzoek
13
3.2
Uitkomsten veldonderzoek
15
4.
Visie
17
4.1
Belang van goede speelruimte
17
4.2
Visie
20
5.
Beleidsambities
21
5.1
Binnen de speelbuurt moet de speelruimte goed georganiseerd zijn
21
5.2
Een inclusieve speelruimte
23
5.3
Een beweegvriendelijke leefomgeving
25
5.4
Participatie en samenwerking om betrokkenheid van bewoners te vergroten
27
5.5
Versterken van het jongerenaanbod
29
6.
Conclusie en aandachtspunten
31
7.
Bijlagen
32
7.1
Begrippenlijst
32
7.2
Onderzoeksbevindingen
34
7.3
Speelruimtekaart
37
Pagina 3
1. Inleiding en samenvatting Met dit document is een vernieuwde leidraad opgesteld voor de toekomst voor de speelruimte in Putten. Dit plan is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek naar de speelruimte in de verschillende wijken van de gemeente; de formele speelplekken en de vrije speelruimte. Dit plan beschrijft de vernieuwde ambities van de gemeente op het gebied van de openbare speelruimte en maakt daarbij koppelingen met overkoepelende of relevante beleidsplannen en visies. Op die manier wordt geprobeerd een meer integrale aanpak te stimuleren waarbij krachten kunnen worden gebundeld en kansen worden benut. Dit is deels een gevolg van de evaluatie van de huidige speelruimte, deels een product van de ontwikkelingen die momenteel spelen (o.a. de inclusieve samenleving, klimaatverandering, de omgevingswet). De nieuwe leidraad beschrijft de ideale verdeling van speelplekken over de speelbuurt, het versterken van het sport- en beweegaanbod, de ambities op het gebied van jongeren en inclusiviteit in de openbare ruimte en de communicatie met bewoners. De nieuwe leidraad kent daarmee een bredere scope dan de huidige leidraad.
1.1 Aanleiding en doel In 2014 is de Leidraad Speelruimteplan-14 vastgesteld. Hierin zijn de toenmalige ambities van de gemeente op het gebied van de openbare speel- en sportruimte uiteengezet. Na zeven jaar moet dit beleid geëvalueerd en geactualiseerd worden. Belangrijk hierbij is dat er koppelingen gemaakt worden met andere beleidsterreinen zoals jongeren, samenleving en sport & beweging. Op basis van de bevindingen van het veldonderzoek (bijlage 7.2), gesprekken met verschillende beleidsdomeinen én de laatste ontwikkelingen op het gebied van de openbare (speel/sport) ruimte, is deze vernieuwde leidraad opgesteld. Deze leidraad vormt geen blauwdruk voor de toekomstige aanpak. De plannen en ambities zijn niet in beton gegoten maar vormen het startpunt voor gesprekken met bewoners. In samenspraak met de bewoners worden concrete plannen gemaakt voor de openbare speel- en sportruimte in hun straat, buurt en/of wijk.
1.2 Scope Speelruimte Deze leidraad richt zich op de openbare speelruimte in Putten. In eerste instantie gaat het daarbij om de formele speelplekken die in het beheer zijn van de gemeente. Dit zijn de speelplekken met speeltoestellen, maar ook de trapveldjes, beweegtuin en urban sportplekken zoals de skatebaan. De leidraad beschrijft het belang van dergelijke plekken, de wijze waarop we willen voorzien in een goede spreiding van de plekken en de ambities voor de inrichting van deze plekken. Daarnaast richt de leidraad zich op de vrije speelruimte. Dit betreft het spelen op straat en in het Pagina 4
openbaar groen. Hier wordt niet gewerkt met speel- of sporttoestellen maar kunnen kinderen zeker ook uitgenodigd worden om te spelen. De verzameling van formele speel- en sportplekken én de vrije speelruimte wordt aangeduid met het begrip “speelruimte”. Beweegvriendelijke leefomgeving Naast de speelruimte, die zich vooral richt op kinderen, benoemt de leidraad ook ambities, kaders en kansen die raakvlak hebben de beweegvriendelijke leefomgeving. Dit is een overkoepelend begrip voor de openbare ruimte waarin bewoners in beweging kunnen komen. Dit zijn uiteraard de formele speel- en sportplekken, maar ook de stoepen, grasveldjes, parken, fiets- en wandelpaden en de bossen. De beweegvriendelijke leefomgeving gaat over alle inwoners van de gemeente Putten. Een openbare ruimte die beweging stimuleert kan namelijk de leefstijl van zowel kinderen, jongeren, volwassenen en senioren, positief beïnvloeden. Inclusiviteit Buitenspelen en -sporten moet beschikbaar zijn voor alle inwoners van Putten. Jong en oud maar ook met en zonder beperking. Daarom is het belangrijk dat er ook voldoende speel- en sportplekken toegankelijk zijn voor inwoners (volwassenen en kinderen) met een beperking. Deze leidraad kijkt daarom ook naar de huidige situatie en de kansen op het gebied van inclusiviteit. Focus Deze leidraad focust zich vooral op de formele speelplekken.
Er is echter ook gekozen om breder te kijken en in de te behandelen thema’s ook aandacht te besteden aan de vrije speelruimte en de beweegvriendelijke leefomgeving. Hoe meer deze drie aspecten van de openbare ruimte integraal worden opgepakt, hoe groter de kans dat ze elkaar ook versterken in de uitvoering. De leidraad gaat niet over: -
Sportcomplexen van sportverenigingen (sportparken).
-
Niet openbare speelplekken en schoolpleinen die niet in beheer van de gemeente zijn.
De schoolpleinen in Putten zijn niet in het beheer van de gemeente. In sommige gevallen zijn deze wel openbaar toegankelijk. Er is voor gekozen deze plekken niet mee te nemen in het beleidsplan. Wel zijn dergelijke plekken opgenomen in de speelruimtekaarten omdat kinderen hier mogelijk wel gebruik van maken.
Pagina 5
1.3 Werkwijze De informatie voor vernieuwde leidraad is verzameld tijdens een rondgang door Putten. Het doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de huidige bespeelbaarheid en kwaliteit van de speel- en sportplekken in de openbare ruimte. Omdat de speelruimte onderdeel is van de beweegvriendelijke leefomgeving en koppelingen maakt met andere ontwikkelingen binnen de openbare ruimte, is er een overleg geweest met deskundigen binnen de gemeente op het gebied van spelen, beheer, jongeren,
groen, sport en samenleving. Door het veldwerk en, aanvullend daarop, het gesprek met deskundigen binnen de gemeente, hebben we een goed beeld verkregen van de huidige situatie op het gebied van spelen- en sporten en de ambities van de gemeente. Zo kunnen we in deze vernieuwde leidraad advies geven over de verbetermogelijkheden voor de speelruimte. Naast het geven van een kwaliteitsoordeel, dient het onderzoek ook om de speelruimte te kwantificeren; Hoeveel speelplekken zijn er? Hoe liggen ze verdeeld over de wijken en buurten? Welke functies hebben de speelplekken en op welke doelgroep richten deze zich? De resultaten en bevindingen van het veldonderzoek zijn per plek terug te vinden in het onderzoeksrapport.
1.4 Opzet en positionering Deze leidraad beschrijft de visie op de speelruimte in Putten. Deze visie is tot stand gekomen met behulp van de bevindingen uit het veldonderzoek en de gesprekken met deskundigen. De visie is opgesteld aan de hand van 5 beleidsambities op het gebied van sport en spelen. Aan de hand van deze ambities en de uitkomsten van het onderzoekstraject zijn verbetermogelijkheden benoemd. De beleidsambities en de bijbehorende verbeterpunten zijn terug te vinden in het hoofdstuk ‘beleidsambities’ vanaf pagina 18.
Pagina 6
1.5 Samenvatting In de gemeente Putten zijn zeer veel formele speelplekken. Vooral in de wijken Bijsteren, Buiten Eng en Husselerveld is het aanbod groot. In de overige wijken is het aanbod kleiner. Er is veel variatie in type speelplekken (natuurlijk, traditioneel en gecombineerd) maar qua speeltoestellen en sportaanbod is het aanbod erg eentonig. Ook is het aanbod erg gericht op kinderen tussen de 5 en 9 jaar. Voor oudere kinderen beperkt het aanbod zich voornamelijk tot trapveldjes, korfbalpalen en tafeltennistafels en zijn er nauwelijks plekken waar zij elkaar kunnen ontmoeten. De verdeling van buurtspeelplekken over de verschillende speelbuurten is het over het algemeen prima maar veel buurten missen wel een goede buurtspeelplek. De huidige buurtspeelplekken zijn bijvoorbeeld vaak niet inclusief ingericht of de aanwezige speeltoestellen zijn niet geschikt voor een brede doelgroep (jong, oud, met en zonder beperking). Op basis van de bevindingen gedurende het onderzoeksproces en de wensen vanuit de gemeente worden de volgende verbeterpunten geadviseerd: •
Een meer divers speel- en sportaanbod voor de oudere jeugd (10-15 jaar)
•
Een beter speel- en sportaanbod voor bewoners met een lichamelijke en/of geestelijke beperking. Dit geldt voornamelijk voor de buurtspeelplekken.
•
Het omvormen van enkele speelplekken naar groene plekken met speelaanleidingen.
•
Het inrichten en/of uitbreiden van sport- en ontmoetingsplekken voor jongeren.
Een flink deel van de huidige speel- en sportplekken heeft een verouderde inrichting. De komende jaren zal er dus een piek zijn in de vervangingsopgave. Met het oog op de uitvoering van de aanbevolen ingrepen wordt geadviseerd om op buurtniveau met bewoners in gesprek te blijven gaan. Dit kan leiden tot een aanpassing in uitvoering. Belangrijk is om hierin flexibel te zijn en per buurt een gepaste aanpak te kiezen om bewoners te betrekken bij het ontwerp.
Pagina 7
Sportpark Hoge Eng is een populaire sport- en ontmoetingsplek voor jongeren
Pagina 8
2. Terugblik Leidraad Speelruimteplan 2014 In 2014 is er een leidraad Speelruimteplan voor de gemeente Putten opgesteld. De toenmalige aanleiding was de veranderende demografische opbouw en de trend dat ouderen steeds langer actief blijven. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit die leidraad en de aanpassingen ten opzichte van deze nieuwe leidraad kort omschreven.
2.1 Aanbevelingen beleid 2014 De vorige leidraad is opgesteld in 2014. Hierin werden de volgende aanbevelingen benoemd: Kwantiteit speelvoorzieningen – In het rapport uit 2014 wordt geadviseerd om 22 (van de toenmalige 26) speelplekken om te vormen naar informele speelruimte. Hierdoor wordt het belang, de ontmoetingsfunctie, het gebruik en de financiële ruimte van de resterende plekken vergroot. Kwaliteit speelvoorzieningen – Bij het omvormen van speelplekken is het essentieel om aandacht te schenken aan de bespeelbaarheid van de informele speelruimte. Daarnaast dient er te worden geïnvesteerd in de speelkwaliteit, vormgeving en toegankelijkheid van de te behouden speelplekken. Participatie – Er wordt geadviseerd om op buurtniveau met bewoners in gesprek te gaan over de voorgestelde aanbevelingen. Dat kan leiden tot een aanpassing in uitvoering. Belangrijk is om als gemeente flexibel te zijn en per buurt een gepaste aanpak te kiezen om bewoners te betrekken bij het ontwerp.
2.2 Belangrijkste aanpassingen ten opzichte van beleid 2014 Bredere doelgroep – Er wordt breder gekeken dan alleen kinderen en ouderen. Ook Jongeren en volwassenen worden als doelgroepen gezien in deze leidraad. Inclusiviteit – Waar in de vorige leidraad slechts summier werd gesproken over de inclusieve speelruimte, heeft deze nu een duidelijke plek. De beleidsambitie ‘Een inclusieve speelruimte’ gaat volledig over het inclusiever maken van de huidige speelruimte. Minder nadruk op de demografische opbouw – Demografie is niet meer leidend voor de inrichting en spreiding van speel- en sportplekken. Een goede basisdekking van speelruimte is belangrijker, aangezien kinderen ook op plekken moeten kunnen spelen waar ze niet wonen (gescheiden ouders, gastouder, grootouders). Uiteraard wordt er wel gekeken naar de demografie als een plek moet worden ingericht. Zo kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden een kleine speelplek tijdelijk niet meer in te richten als er vanuit de omwonenden geen vraag meer naar is. Het is wel belangrijk een plek dan te
Pagina 9
behouden als (groene) vrije speelruimte zodat, als de vraag weer toeneemt, er ook weer gekozen kan worden voor een inrichting mét speeltoestellen. Meer nadruk op de speelbuurt – In de vorige leidraad werd vooral gekeken naar de actieradius rondom de speelplekken. In deze leidraad bekijken we per speelbuurt of er voldoende speelgelegenheid is. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4.
Bespeelbaar groen bij de speelplek aan de Muntersgoed (nr. 07)
Pagina 10
3. Veldonderzoek Tijdens een rondgang langs alle locaties zijn alle speelmogelijkheden (formeel en informeel, zie begrippenlijst) in beeld gebracht en beoordeeld a.d.h.v. de Speelruimtescan (veldonderzoek). Hierbij wordt gelet op za- ken als ligging, gebruik, speelwaarde, toegankelijkheid, klimaatbestendigheid en technische staat. De buurten zelf zijn beoordeeld op de aanwezigheid van bespeelbare straten, groen, water en barrières. Met dit veldwerk wordt een goed beeld verkregen van de speelruimte en mogelijkheden in de gemeente en vormt daarmee de basis voor deze leidraad. De gemeente telt 65 formele plekken met speel- en sporttoestellen; 34 van deze plekken zijn kleine speelplekken en 16 vallen onder de categorie buurtplek. Daarnaast zijn er 2 locaties met slechts een los speelelement. Naast alle speellocaties zijn er ook 6 sportlocaties, deze hebben enkel een sportfunctie. Op 6 kleine speelplekken en op 13 buurtplekken zijn ook sportmogelijkheden zoals een basketbalpaal of een trapveldje. Tenslotte zijn er in de gemeente nog 2 bovenwijkse voorzieningen die meerdere buurten of de gehele gemeente bedient. Hiervan is er één een sportplek (Skatepark Hoge Eng).
Pagina 11
Pagina 12
3.1 Aanvullende toelichting op de scope van het onderzoek Ter verduidelijking van het gebruikte jargon, maar ook om de kaders en het onderzoek goed in te leiden worden de belangrijkste begrippen kort toegelicht. Meer uitleg hierover is te vinden in de aparte onderzoeksrapportage (bijlage 7.2). Beoordelingscriteria Er is bij het speelruimteonderzoek niet gekeken naar de wettelijk voorschriften zoals omschreven in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Natuurlijk wordt er bij het thema ‘inrichting’ gekeken naar de speelmogelijkheden in de vorm van toestellen en ondergronden, maar ook naar verblijfswaarde, beschutting, ontmoetingswaarde en de manier waarop er van de speelplek en de nabije omgeving gebruik wordt gemaakt. Daarnaast wordt juist gekeken naar thema’s als situering (hoe ligt een speelplek in zijn omgeving), de omvang van een speelplek (is er ook voldoende vrije ruimte) en klimaatbestendigheid (hoe om te gaan met hete zomers en wateroverlast).
Deze locatie biedt wel voldoende afwatering maar niet voldoende schaduw (Beekbergen, speelplek nr. 58)
Pagina 13
Doelgroepen In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen vijf leeftijdsgroepen: 0-4 jaar, 5-9 jaar, 10-14 jaar, 15-19 jaar en 20-99 jaar. In de tabel zijn de speelvormen opgenomen die relevant zijn per doelgroep. Op een speelplek kunnen meerdere doelgroepen bediend worden.
De speelbuurt Om het belang van een formele speelplek goed in te kunnen schatten wordt in het onderzoek naar de bespeelbaarheid van speelbuurten gekeken. Dit is het deel van de wijk waarin kinderen van 5/6 tot 10/11 jaar zich vrij kunnen bewegen. In één wijk kan dus sprake zijn van meerdere speelbuurten. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. Op de kaart op de volgende bladzijde zijn de speelbuurten de wijken Bijsteren en Husselerveld te zien. De groenstroken langs Gildegoed en de Rietgansstraat en de drukke wegen zoals de Nijkerkerstraat vormen een duidelijke barrière tussen de verschillende speelbuurten. De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan goede speelruimte. Wat nodig is voor een goede speelbuurt, is afhankelijk van de omvang en het karakter van de speelbuurt. Van belang is met name de hoeveelheid en diversiteit aan speelmogelijkheden en uitdaging binnen een speelbuurt. Kunnen kinderen zich hier goed vermaken? Om de speelruimte te beoordelen zijn daarom in elke wijk de barrières ingetekend.
Pagina 14
Type speelplek Bij de formele speelplekken wordt onderscheid gemaakt tussen buurtspeelplekken, kleine speelplekken en wijkplekken. Een uitgebreide omschrijving van deze drie type speelplekken is te vinden in de begrippenlijst (bijlage 7.1). Beoordelingscriteria als ‘ligging’ en ‘inrichting’ worden gekoppeld aan het type speelplek. Een kleine speelplek vraagt immers echt iets anders qua inrichting dan een plek waar de hele wijk moet kunnen spelen.
3.2 Uitkomsten veldonderzoek In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek genoemd. Een uitgebreid verslag van het veldonderzoek is te lezen in de Onderzoeksbevindingen (bijlage 7.2). Wat gaat al goed De formele en informele speelruimte in Putten is erg groen en goed klimaatbestendig. Aan de buitenrand van Putten is veel bosgebied waar niet alleen fijn geravot kan worden maar waar ook voldoende ruimte is voor sport en beweging voor een oudere doelgroep. De officiële speelplekken zijn in de meeste wijken goed verdeeld over de speelbuurten (zie hoofdstuk 4) en door de rustige, autoluwe wijken, kunnen kinderen zich veilig van speelplek naar speelplek verplaatsen. De inrichting van de speelplekken is divers. Er is voldoende afwisseling tussen traditionele en natuurlijk ingerichte speel- en sportplekken.
Pagina 15
Wat zijn de aandachtspunten Ondanks het groene karakter van de meeste speelplekken kan er vaak niet gespeeld worden in de aanwezige beplanting vanwege brandnetels of doorns. Ook de kwaliteit van de ondergronden is niet overal goed. Het zand is bijvoorbeeld niet schoon of het gras vertoont veel kale plekken. Lang niet alle speelbuurten hebben een goede buurtspeelplek. Deze buurtspeelplekken zijn vaak niet inclusief ingericht, hebben geen sportmogelijkheden en/of de aanwezige speeltoestellen zijn niet geschikt voor een brede doelgroep. Er zijn voor jongeren nauwelijks geschikte sport- en ontmoetingsplekken aanwezig. Vooral op het gebied van sportmogelijkheden valt nog veel te winnen. Zo zijn er nog geen Urban Sports-mogelijkheden (met uitzondering van de skatebaan) terwijl hier wel veel behoefte aan is onder jongeren. De speelruimte in de gemeente is nog maar zelden inclusief ingericht. Rolstoelgebruikers, visueel beperkten en andere inwoners met een beperking kunnen bijna nergens goed en veilig spelen en/of sporten. Dit komt vooral door het gebrek aan duidelijke verharde paden en ondergronden en toegankelijke speeltoestellen.
Een klimaatvriendelijke speelplek
De mandschommel is niet bereikbaar voor een rolstoelgebruiker
Pagina 16
4. Visie Spelen is ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Door te spelen ontwikkelen kinderen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving. Buitenspelen is gezond, draagt bij aan de sociale contacten in de buurt en biedt spelmogelijkheden die binnen niet mogelijk zijn. En dit geldt zeker niet alleen voor kinderen. Dit hoofdstuk gaat over het belang van goede speelruimte en de visie van de gemeente Putten.
4.1 Belang van goede speelruimte Spelen is meer dan kinderspel Kinderen die veel (zelfstandig) buitenspelen leren samen te spelen, uitdagingen aan te gaan, teleurstellingen te verwerken, maar ook grenzen te verleggen en hun fantasie vorm te geven. Ze moeten problemen oplossen, (motorisch én sociaal) en leren, door te ontdekken, hun eigen buurt goed kennen (vriendjes, geheime plekken, leuke bestemmingen en activiteiten). Buitenspelen staat vooral ook synoniem voor lekker veel vrijheid hebben, creatief bezig zijn en biedt ruimte voor kinderen om zelf spelletjes te bedenken met eigen regels en mogelijkheden. Kinderen, maar ook jongeren, volwassenen en ouderen zouden daarom veel vaker buiten moeten spelen. Tevens draagt buitenspelen (en sporten) bij aan een gezonde leefomgeving. Buitenspelen is een belangrijke vorm van lichamelijke activiteit. Kinderen die lichamelijk actief zijn lopen aantoonbaar minder risico op overgewicht (Sallis et a;., 2000; Jiménez-Pavón et al., 2010). Daarnaast is er ook positieve relatie tussen spelen/sporten en psychisch welbevinden van kinderen. (Parfitt en Eston, 2005). Belang van goed ingerichte speelruimte in de wijk Goed ingerichte speelruimte stimuleren kinderen (en ook volwassenen) om naar buiten te gaan en samen te komen. Goed ingerichte wijken zorgen ervoor dat kinderen ook eerder zelfstandig op pad mogen.
Het is daarom belangrijk dat een speelruimteplan niet alleen iets zegt over speelplekken, maar over de buitenruimte als geheel. Wanneer kinderen buiten spelen, doen zij dat immers voor het grootste deel buiten de daarvoor ingerichte speelplekken. Het gaat dan om speelruimte zoals de stoep, de eigen tuin, de straat, in het park of andere groene ruimte. Voldoende en aantrekkelijke speelruimte draagt bij aan de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk. Zeker als gekozen wordt voor de juiste inrichting kunnen speelplekken niet alleen een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen maar ook ontmoeting stimuleren. Niet alleen voor kinderen maar ook voor hun ouders/verzorgers. Om dit voor elkaar te krijgen is het van belang dat de speelruimte toegankelijk is voor iedereen én ook een variatie aan speelaanleidingen biedt zodat veel verschillende bezoekers van kinderen tot ouderen verleid wordt naar buiten te gaan, te bewegen en ontmoetingen aan te gaan. Dit draagt ook bij aan een bredere cohesie onder bewoners. Een speelplek kan ook goed worden ingericht als ontmoetingsplek voor ouderen. Zo fungeert een speelplek als centraal punt in de wijk waar jong en oud samenkomt waardoor deze bijdraagt aan het voorkomen van eenzaamheid.
Pagina 17
Een groep die nu nog veel te weinig kans heeft om buiten te spelen en andere kinderen te ontmoeten zijn kinderen met een beperking. Nog meer dan andere inwoners lopen zij tegen sociale en fysieke drempels aan waardoor zij maar weinig in de eigen wijk buiten spelen. Door in de directe woonomgeving al in te zetten op plekken voor iedereen, kan samen spelen en dus inclusie al van jongs af aan worden gestimuleerd. Spelen onder druk Buitenspelen staat echter onder druk. De openbare ruimte kent veel verschillende functies en het wordt steeds lastiger om voldoende ruimte te behouden voor spelen. Kinderen zelf lijken steeds minder tijd te hebben (of te krijgen) om lekker buiten te spelen. Gevoelsmatig willen ouders hun kinderen beschermen tegen de gevaren van buiten zoals het verkeer of een tekenbeet. Of zij willen liever dat hun kind zich ontwikkeld door vioolles i.p.v. buiten rondhangen. Daarnaast komen er voor kinderen ook steeds meer afleidingen bij om juist binnen te blijven (gamen, smartphones). Juist vanwege het belang van buitenspelen is het, ook nu het soms onder druk staat, belangrijk om te blijven investeren in goede speelruimte, van problemen juist kansen te maken (zoals interactieve toestellen die je met je smartphone bedient) en zoveel mogelijk ambities en mogelijkheden met andere beleidsterreinen of partners te bundelen.
Meer ruimte voor groen Goede speelruimte biedt niet alleen ruimte voor bewoners maar ook voor de natuur. Klimaatverandering dwingt ons om anders naar de inrichting van de openbare ruimte te kijken. Bij de inrichting moeten we steeds meer rekening houden met warme zomers en extreme regenval. Juist op openbare speel- plekken is een belangrijke rol weggelegd in het klimaatbestendiger maken van buurten en wijken. Deze ruimtes lenen zich bij uitstek om wateroverlast en hittestress in wijken tegen te gaan. Naast het positieve effect op klimaat, vergroot een groene speelplek ook de biodiversiteit in een wijk. Een groene openbare ruimte nodigt bewoners uit om langer buiten te blijven. Natuur heeft een positief effect op de lichamelijke en fysische gezondheid. Diverse onderzoeken tonen aan dat een groene omgeving bijdraagt aan het voorkomen van depressie en angststoornissen. Buitenspelen geeft kinderen de mogelijkheid om in aanraking te komen met de natuur. Dit contact kan ervoor zorgen dat kinderen zich beter kunnen concentreren, meer zelfbeheersing tonen en minder vaak last hebben van fysische problemen. Een natuurlijke speelomgeving daagt kinderen uit om meer te bewegen en gevarieerder te spelen. (Berg, 2012). Schijf van vijf voor buitenspelen Om een speelbuurt te beoordelen op zijn diversiteit wordt gebruik gemaakt van de Schijf van Vijf voor buitenspelen.
Dit houdt in dat er in elke speelbuurt zowel een goePagina 18
de traditionele (inclusieve) speelplek als een plek om te sporten (trapveldje) is en dat de vrije speelruimte kinderen moet uitnodigen om op straat (‘t pleintje) of in het groen (vieze knieën) te spelen. Speel- en beweegroutes kunnen kinderen begeleiden door de buurt om de verschillende speelvormen bereikbaar (en vindbaar) te maken en jong en oud motiveren om te bewegen. De verschillende speelvormen mogen verspreid worden, maar kunnen ook samenvallen op een centrale speelplek. Inclusief spelen: 100-70-50 richtlijn Verschillende praktijkonderzoeken geven richtlijnen voor een integraal toegankelijke speelvoorziening, zoals de inspiratiebundel - Aan de slag met samenspelen (VNG: 2019). Hierin wordt gebruik gemaakt van de 100-70-50-richtlijn: -
Een kind of inwoners met een beperking moet zich 100% welkom voelen.
-
70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden)
-
50% van de speelaanleidingen is gericht op ontmoeting en samenspelen en biedt speelplezier aan alle kinderen.
Bij de herinrichting van nieuwe speelplekken wordt deze richtlijn, waar mogelijk, toegepast. Buitenspeelontwikkelingen De buitenspeelwereld zit gelukkig niet stil. Hoewel wellicht ouderwets is de natuurlijke speelplek met water, takken en modder nog altijd aan een opmars bezig. Hierbij gaat het vaak (in)direct ook over klimaatadaptatie, natuureducatie en het bevorderen van de toegankelijkheid voor bewoners met een beperking. Ook komt er steeds meer aandacht voor speelplekken waarbij vooral wordt ingezet op beweging en bijvoorbeeld wordt samengewerkt met sportverenigingen en –clubjes om extra gebruik te stimuleren. Zo ervaren gebruikers ook dat het de normaalste zaak van de wereld is om buiten (verder) te sporten en bewegen. Hierbij gaat het al lang niet meer alleen over voetbalkooien en skatebanen maar ook over bootcampplekken, beweegtuinen en een calisthenicspark. Aanbieders van speeltoestellen innoveren in speel- en sporttoestellen die eenvoudig te verplaatsen zijn zodat speelplekken sneller kunnen veranderen en ontwikkelen steeds vaker speeltoestellen waarbij digitaal (gestuurde) spellen, apps en objecten worden geïntegreerd in traditionele spelletjes als verstoppertje, tikkertje of compleet nieuwe toepassingen. Om belang van goede speelruimte voor kinderen met een beperking beter onder de aandacht te krijgen is in 2019 het SamenSpeelAkkoord gelanceerd door o.a.
de Speeltuinbende, de Minister van Gehandicaptenzaken, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en VNG (zie ook Beleidsambities – Centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud) Speelplekkenkaart In april 2021 is in samenwerking met Jong Putten en Speelplan de speelplekkenkaart gelanceerd. Op deze kaart zijn alle Puttense speelplekken in beeld gebracht en heeft tot doel om kinderen (en volwassenen) meer te laten bewegen in de gemeente. Naast alle speel- en sportplekken zijn er ook drie fiets- of wandelroutes in de kaart opgenomen.
Pagina 19
4.2 Visie De gemeente Putten wil in de komende jaren de nadruk leggen op het verbeteren van het openbaar speel- en sportaanbod. Belangrijkste doelgroepen zijn de jongeren en bewoners met een beperking. In het meerjarenplan samenleving 2019-2022 is één van de hoofddoelen Inwoners doen mee in een inclusieve samenleving. Hierin wordt gesteld dat ontmoeten en verbondenheid belangrijke thema’s zijn. Een inclusieve speel- en sportruimte draagt daaraan bij. Ook het sport- en beweegbeleid heeft raakvlakken met deze leidraad en laat de visie van de gemeente duidelijk zien. De gemeente wil sport niet zien als doel op zich maar ook om deze in te zetten als middel om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Successen zoals de Putter Eng kunnen ook op andere locaties behaald worden. Samenwerkingen met bewoners en sportverenigingen bieden veel kansen om een divers sportaanbod te creëren dat goed aansluit bij de wensen en behoeften van de bewoners van Putten. De gemeente heeft de Omgevingsvisie Putten 2040 opgesteld. Hierin zijn een aantal belangrijke visies opgenomen op het gebied van de woon- en leefomgeving van de inwoners van de gemeente Putten die ook invloed hebben op de openbare speel- en sportruimte. Zo wordt er de komende jaren ingezet op een sociaal en vitaal Putten en wordt Putten in de toekomst nog natuurlijker en groener.
De ambities uit deze leidraad zullen daarmee aansluiten bij de langetermijnvisie van de gemeente. Door actief samen te werken met bewoners en externe partijen wil de gemeente Putten een goed dekkend netwerk van openbare speel- en sportplekken creëren die afwisselend, uitdagend en toegankelijk zijn voor alle inwoners van de gemeente.
Pagina 20
5. Beleidsambities Om de speel- en sportruimte in de gemeente Putten nog verder te verbeteren zijn er 5 beleidsambities opgesteld. In dit hoofdstuk worden deze nader toegelicht en beschrijven we de huidige stand van zaken. Ook noemen we de aandachtspunten en acties die ondernomen moeten worden om de beleidsambities te realiseren.
5.1 Goed georganiseerde speelruimte binnen de speelbuurt Ieder kind heeft op loopafstand goede en gevarieerde speel- en sportruimte tot zijn beschikking. De eerste ambitie richt zich op de verdeling van speelruimte over de wijken van Putten. Om ervoor te zorgen dat deze verdeling goed is, is het nodig om terug te kunnen vallen op een model voor de spreiding van speelplekken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ‘speelbuurt’. Dit is het deel van de wijk of dorp waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. In hoofdstuk 4 werd dit nader toegelicht. Binnen de speelbuurt moet de openbare speelruimte goed georganiseerd zijn voor de doelgroep van 0 tot 12 jaar. De speelbuurt en de ‘schijf van vijf’ Een goed georganiseerde speelbuurt biedt voldoende variatie in speelvormen volgens de ‘schijf van vijf’ (traditioneel, trapveldje, ’t pleintje, vieze knieën, speel- en beweegroutes) en een goede bereikbaarheid van deze plekken. Verschillende speelvormen kunnen ook samenkomen op één speelplek. Het is niet nodig om elke doelgroep te bedienen in elke speelbuurt. Kinderen ouder dan 12 jaar trekken zich immers minder aan van barrières.
Hoe de speelbuurt moet worden ingericht hangt af van de omvang, de bespeelbaarheid van de openbare ruimte (zowel op de formele speelplekken als in de vrije speelruimte), de speelcultuur en de behoefte aan speelruimte in de wijk (type woonmilieu, demografische opbouw, bewegingsvrijheid kinderen).
Schrijf van vijf
traditioneel
vieze knieën
pleintje
trapveldje
speelroute
Bijsteren
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
Centrum
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
ontbreekt
Husselerveld
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
Buiten-Eng
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
Putter-Eng
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
Hoge-Eind
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
aanwezig
ontbreekt
‘t Veld
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
Hoge Eng
aanwezig
ontbreekt
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
Centrum-Oost
aanwezig
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
Klaarwaterbos
aanwezig
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
ontbreekt
Buitengebied
aanwezig
aanwezig
ontbreekt
aanwezig
ontbreekt
Pagina 21
Huidige situatie In het volgende overzicht is te zien welke speelvormen aanwezig zijn in de verschillende wijken in Putten. -
De basisdekking van de speel- en sportplekken is over het algemeen voldoende. Alleen de speelroutes ontbreken in de meeste wijken.
-
Het formele speelaanbod is vooral gericht op kinderen tussen de 0 en 9 jaar.
-
Er zijn veel buurtspeelplekken maar deze voldoen vaak niet aan de richtlijnen die we stellen aan een goede buurtspeelplek.
-
De traditioneel ingerichte speelplekken kennen weinig variatie in doelgroep en inrichting.
-
De wijken zijn vrij rustig waardoor er veilig op straat gespeeld kan worden. Ondanks de autoluwe straten lijkt het erop dat de meeste kinderen in de speeltuinen spelen en niet op straat.
-
In enkele speelbuurten mist een speelvoorziening of zijn er te weinig. Binnen de gestelde actieradius is geen speelruimte voor de aanwezige jeugd.
Aandachtspunten en acties Speelruimte versterken - In de speelbuurten waar het aanbod nu te beperkt is (kwalitatief en/of kwantitatief), moet de speelruimte worden versterkt. Dit kan door kleinere speelplekken op te waarderen tot buurtspeelplek, door te investeren op huidige buurtspeelplekken en bovenwijkse voorzieningen maar ook door te kijken hoe de vrije speelruimte kan worden verbeterd (vergroten diversiteit, vormen van routes naar speelplekken of het bevorderen van het spelen op straat en in het groen). In sommige speelbuurten is het wenselijk om een nieuwe, goede speelplek aan te leggen. Het volstaat om de mogelijkheden te onderzoeken en een eventueel beschikbare ruimte te reserveren zodat, als hier vraag én budget voor is, deze locaties geactiveerd kunnen worden. Speelruimte omvormen In speelbuurten met goede buurtspeelplekken en een prima bespeelbaarheid is het niet nodig om alle formele speelplekken in te richten met speeltoestellen. Hier kan een alternatieve inrichting van meer waarde zijn (speelveldje of -pleintje). In overleg met bewoners kunnen deze plekken ook (tijdelijk) een andere buurtfunctie krijgen (groen, ontmoeting, moestuin), al dan niet gecombineerd met eenvoudige speelaanleidingen. Zo wordt gericht ingezet op een meer evenwichtig en divers aanbod er ontstaat ruimte om te investeren in echt goede buurtspeelplekken.
Omgevormde speelruimte (bron: GKB groep)
Pagina 22
5.2 Een inclusieve speelruimte We nemen sociale en fysieke drempels weg. Putten is voor iedereen ook voor inwoners met een beperking of handicap. Het bieden van een inclusieve speelcultuur, waarin het vanzelfsprekend is dat kinderen met en zonder beperking samen spelen, is een belangrijke ambitie waaraan we de komende jaren gaan werken. VN verdrag Handicap Nederland heeft in 2016 het VN verdrag Handicap geratificeerd. Daarmee is benadrukt dat de rechten van inwoners met een beperking hetzelfde zijn als andere mensen. Met de ondertekening wordt de belofte gemaakt hindernissen voor deze groep weg te nemen en het mogelijk te maken dat zij gelijkwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving en daarmee de openbare ruimte. Speel- en sportplekken zijn belangrijke openbare voorzieningen. Hier moet iedereen gebruik van kunnen maken, ook inwoners met een beperking. Wegnemen van sociale en fysiek drempels Anders dan bij de bouw van openbare gebouwen is er (nog) geen wettelijke verplichting om speel- en sportvoorzieningen toegankelijk voor mensen met een beperking te ontwerpen en aanleggen. Wij gaan hier wél rekening mee houden bij de inrichting van een deel van de toekomstige speel-, sport- en beweegruimte. Huidige situatie -
Veel speel- en sportplekken hebben verharde paden rondom, waardoor de locaties bereikbaar zijn voor rolstoelgebruikers en mensen die slecht ter been zijn. De toestellen staan echter vaak wel op een ondergrond van gras, zand of boomschorssnippers waardoor deze niet toegankelijk zijn.
-
Een aantal speelplekken hebben wel een verharde ondergrond maar de speeltoestellen op deze locaties zijn vaak weer niet geschikt voor bewoners met een beperkte mobiliteit.
-
Op de speel- en sportlocaties wordt weinig gebruik gemaakt van contrasterende kleuren. Voor visueel beperkten is het daardoor lastig om zich goed te kunnen oriënteren op deze locaties.
Een inclusieve speelplek heeft o.a. verharde paden en ondergronden
Pagina 23
Aandachtspunten en acties Toepassen 100-70-50 richtlijn - Bij de herinrichting van nieuwe speelplekken wordt de 100-70-50 richtlijn, waar mogelijk, toegepast. Dit houdt in dat een inwoner met een beperking (jong en oud), zich 100% welkom voelt, 70% van de speelplek toegankelijk is en 50% van de speelaanleidingen gericht is op ontmoeting en samenspel. Rekening houden met meerdere beperkingen - Naast rolstoeltoegankelijkheid wordt er ook rekening gehouden met andere beperkingen zoals visuele beperkingen en autismespectrumstoornissen. Dit doen we bijvoorbeeld door herkenbare paden in contrasterende kleuren aan te leggen en door veilige speelhoekjes te creëren in speeltuinen. Maatschappelijke partners - Om speelruimte écht inclusiever te maken worden de maatschappelijke partners van de gemeente betrokken bij de plannen. Zij kunnen de speelplek toetsen op de 100-70-50 richtlijn en zorgen dat inwoners met een beperking en/of hun ouders worden betrokken bij de (her) inrichting van een speelplek en activiteiten. Daarnaast kunnen zij het samen spelen promoten. Door te laten weten dat kinderen met een beperking óók welkom zijn, er rekening met hen is gehouden bij de inrichting van voorzieningen en door gericht activiteiten te organiseren, worden sociale drempels weggenomen om lekker samen buiten te gaan spelen.
Een inclusieve speelplek is leuk en uitdagend voor alle kinderen (bron: Stichting het Gehandicapte Kind)
Pagina 24
5.3 Een beweegvriendelijke leefomgeving Door het aanbieden van goede openbare sportruimte stimuleren we bewoners om meer te bewegen. Goede speelplekken spelen een belangrijke rol in het beweeggedrag in de openbare ruimte. Door kinderen van jongs af aan te stimuleren dat voldoende beweging een vast onderdeel van de dag is, wordt het later als volwassenen en ouderen ook vanzelfsprekender om voldoende te blijven bewegen. Het is hiervoor belangrijk om een beweegvriendelijke leefomgeving te creëren voor jong en oud. Een uitdagende ‘tussengroep’ hierin zijn de jongeren. Waar kinderen nog een vanzelfsprekende beweegdrang hebben, lijkt deze bij jongeren af te nemen en als volwassen maar met moeite terug te komen. Juist voor jongeren en jongvolwassenen is het daarom van belang om te voorzien in goede plekken om in beweging te blijven. Openbare sportmogelijkheden Het is belangrijk dat bewoners van jong tot oud worden gestimuleerd om in beweging te komen. Dit gebeurt voor een belangrijk deel bij de sportverenigingen. Aanvullend zijn goede beweegmogelijkheden in de openbare ruimte van belang, want deze zijn veel laagdrempeliger. Op het niveau van de speelbuurt moet hierin worden voorzien door goede buurtspeelplekken met sportmogelijkheden en centrale sportplekken.
Op wijk en gemeentelijk niveau wordt daarnaast ingezet op bovenwijkse voorzieningen (skatepark, beweegtuin, bootcampplek) en goede routes om specifieke doelgroepen onder jongeren en volwassenen aan te spreken (hardlopers, mountainbikers). In de gemeente wordt ook onderzocht of er een beweegroute aangelegd kan worden met een bijbehorende app. Huidige situatie -
Verdeeld over de kernen zijn diverse sportplekken te vinden. Dit zijn vooral voetbalveldjes. Op speelplekken met sportvoorzieningen zijn vooral voetbaldoeltjes, korfbalbalen en tafeltennistafels te vinden.
-
Er zijn weinig plekken die ingericht zijn voor jongeren en volwassenen om te sporten.
-
Aan de zuidkant van Putten is een mooi skatepark met daarnaast een Calisthenicsgebied. Dit is de enige grote openbare sportvoorziening in de gemeente.
-
De kwaliteit van de aanwezige voetbalveldjes is erg wisselend. De ondergronden, doelen en hekwerken zijn grotendeels aan vervanging of een opknapbeurt toe.
-
In april 2021 is de speelplekkenkaart gelanceerd waarop alle speel- en sportplekken aangegeven staan. Ook zijn er drie fiets- of wandelroutes in opgenomen. Deze heeft tot doel om de inwoners van Putten te stimuleren meer te gaan bewegen.
Aandachtspunten en acties Uitdaging en diversiteit aanbod - Een divers sport- en beweegaanbod verspreid over de gemeente zorgt voor een beweegvriendelijke leefomgeving. Voldoende variatie op plekken zelf (meerdere sporten op één plek), maar ook tussen plekken onderling is belangrijk. Bij de inrichting van speelplekken is het daarom belangrijk om altijd te inventariseren welk aanbod er al is. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen voorzieningen voor de speelbuurt en voorzieningen met een groter bereik. Skatepark Hoge Eng is een voorbeeld van een goede voorziening voor heel Putten. Het is belangrijk om
Pagina 25
dergelijke plekken mogelijk te maken. Dit heeft immers meer functionele waarde dan in elke wijk een kleine skateplek aan te leggen. Diversiteit is echter geen doel op zich. De behoefte en het gebruik zijn leidend in de keuze voor de inrichting (zie ook samenwerking met gebruikers). Samenwerken met gebruikers - Bij de inrichting, maar zeker ook locatiekeuze van sportmogelijkheden worden gebruikers betrokken. Zeker bij specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, skaters) is het gebruik afhankelijk van hun betrokkenheid bij de inrichting. Het verdient aanbeveling ook samen te werken
met
activiteitenaanbieders,
sportverenigingen,
sportcentra,
clubjes,
zorgcentra
en
fysiotherapeuten. Zij kunnen ook een belangrijke rol als initiatiefnemer hebben. Inzetten op activiteiten (software) en bekendheid - Om beweging te stimuleren is niet alleen de hardware van belang, maar ook het organiseren van programma’s op deze plekken zoals voetbaltoernooitjes of sportclinics. Dit kan bijvoorbeeld in samenwerking met Jong Putten. Belangrijk is om daarnaast te zorgen dat bewoners weten van de plekken en het activiteitenaanbod. Routes - Veel winst is te boeken in sport- en beweegroutes door en tussen de speelbuurten en wijken van Putten. Hiervoor moet er gekeken worden naar de kwaliteit van de fiets- en wandelpaden, maar ook voorzieningen die gebruik ervan aangenamer maken (voldoende rustpunten, watertappunten etc.). Dergelijke routes kunnen prima aangelegd worden langs bestaande speelplekken of juist aanleiding geven om langs de route nieuwe sportmogelijkheden te ontwikkelingen. Integrale aanpak - Om de aanbevelingen om te zetten in een beweegvriendelijke leefomgeving is een integrale aanpak noodzakelijk met andere beleidsterreinen en ketenpartners in de wijken en dorpen. Een bundeling van budget, ervaring, kennis en netwerk maakt het mogelijk om knelpunten tijdig te signaleren en kansen te benutten, met name bij het inzetten op activiteiten, het versterken van sport en beweegroutes en de inrichting van bovenwijkse voorzieningen.
Populair voetbalveld aan de Bouwmeestersgoed (nr. 04)
Pagina 26
5.4 Participatie en samenwerking om betrokkenheid van bewoners te vergroten Bewoners mogen meedenken over de inrichting van de openbare sport- en speelruimte. Het is belangrijk dat met name kinderen en jongeren (gebruikers) mee kunnen denken over de toekomst van de speel- en sportruimte. Niet alleen kan hierdoor maatwerk worden geboden (wat is er nodig), maar is de betrokkenheid en het gebruik na realisatie over het algemeen beter. Ook de samenwerking met andere organisaties kan de openbare speelruimte versterken. Participatie biedt kansen Door gebruikers (bewoners en externe partners) te betrekken bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, liggen er goede kansen om meer initiatieven op het gebied van de beweegvriendelijke leefomgeving en een inclusieve speelruimte te stimuleren en te realiseren voor zowel kinderen, jongeren als volwassenen. Huidige situatie -
In de gemeente zijn het afgelopen jaar enkele speelplekken gerealiseerd waarbij bewoners en/ of initiatiefnemers betrokken waren bij de herinrichting. Hierbij is gebruik gemaakt van online enquêtes en de Speeltuinbouwer. Voorheen (voor de coronapandemie) werden er ook op locatie bewonersbijeenkomsten georganiseerd.
-
Verzoeken van bewoners voor nieuwe speel- en sportruimte komen binnen bij de afdeling Ruimte, zij overleggen met de buitendienst en de aanvraag wordt getoetst aan de Leidraad Buitenspelen. De afdeling Ruimte bepaalt uiteindelijk of de verzoeken ingewilligd worden. Locaties waar renovatie nodig is, hebben prioriteit.
Aandachtspunten en acties Gebiedsgericht werken - Bij toekomstige herinrichtingen van speelplekken zal meer gebiedsgericht gewerkt worden. Hierbij wordt aangegeven welke opgave er per gebied ligt en niet per losse speelplek. Als in dezelfde speelbuurt meerdere speelplekken moeten worden heringericht of omgevormd, worden deze zoveel mogelijk gezamenlijk opgepakt. Bewoners (met name kinderen en jongeren) kunnen dan participeren op een voorstel van hun speelbuurt. Als de ene speelplek in de speelbuurt wordt omgevormd tot een informele groene plek en tegelijkertijd een andere speelplek in de speelbuurt wordt heringericht met speeltoestellen, wordt niet alleen de wisselwerking tussen investeren en omvormen versterkt, maar worden speelplekken ook beter op elkaar afgestemd. Door op deze manier te participeren, kan draagvlak verkregen worden voor de te nemen beslissingen op speelbuurt- en kernniveau. In sommige gevallen kan participatie leiden tot conflict of het niet kunnen nemen van beslissingen. De gemeente werkt in die gevallen zelf een voorstel uit en hakt indien nodig zelf de knoop door. Daarmee behoudt de gemeente de regie. Samenwerken met partners - Waar mogelijk gaan we de samenwerking aan met onder andere buurtsportcoaches, JOGG regisseurs, Sociaal Werk, Putten voor Iedereen, fysiotherapeuten, ASVP, Stichting in Beweging, sportverenigingen en scholen.
Op deze manier wordt een gezonde leefstijl, samenspelen en bijvoorbeeld spelenderwijs leren en ontdekken zo breed mogelijk gefaciliteerd. Ook
Pagina 27
kunnen op die manier krachten worden gebundeld en kansen worden benut. Vaak bieden dergelijke organisaties mogelijkheden in de vorm van toezicht en beheer die in de openbare ruimte onhaalbaar zijn of is het mogelijk om in combinatie met fondsenwerving extra budget te verkrijgen voor unieke speel- en sportlocaties. Vraaggericht werken - Om te voorkomen dat er geïnvesteerd wordt in sport- en speelruimte die niet gebruikt wordt door of niet aansluit bij de behoeften van de inwoners wordt , indien mogelijk, vraaggericht gewerkt. Verzoeken vanuit bewoners worden getoetst op validiteit en haalbaarheid. Als besloten wordt aan het verzoek te voldoen worden de aanvrager(s) actief betrokken bij het realisatieproces. Vergroten betrokkenheid gebruikers herinrichting - Om de betrokkenheid optimaal in te zetten wordt aanbevolen speelplekken volledig op te pakken bij herinrichting. Bewoners (vooral kinderen) worden geraadpleegd over deze (her)inrichting (participatie). Dit kan via bewonersbijeenkomsten of via wandelingen en gesprekken in de buurten zelf. Belangrijk is dat vooraf duidelijk de kaders voor herinrichting en participatie worden bepaald. Dit kan per plek/buurt verschillen.
Om speelplekken ook toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap wordt aanbevolen gericht ook met deze gebruikers en hun ouders/verzorgers in gesprek te gaan bij de herinrichting van met name de wijk- en buurtplekken. Voor de participatie worden de volgende principes gehanteerd: -
Blokplekken – herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Zij kunnen inbreng leveren voor het programma van eisen (PvE) en eventueel een keuze maken uit 2 of 3 ontwerpvoorstellen.
-
Buurtplekkken – herinrichting met de omliggende buurt. Direct omwonende krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over 2 of 3 ontwerpvoorstellen.
-
Sportplekken
–
participatie
met
omwonenden,
vervolgens
wordt
met
gebruikers
(jongeren/sporters) gekeken naar de inrichting van de sportplek. Over het algemeen ziet het participatieproces er als volgt uit: 1. In samenspraak met bewoners wordt er een voorlopig ontwerpvoorstel opgesteld. 2. Bewoners ontvangen dit ontwerpvoorstel per brief of folder. 3. Bewoners krijgen 14 dagen de tijd om te reageren. 4. Reacties worden verwerkt in een definitief ontwerp. 5. Bij zwaarwegende punten volgt een overleg met de buurt. Wel vragen, maar geen ruimte - In sommige wijken van Putten is het aanbod in speelplekken erg beperkt maar is er geen of te weinig ruimte beschikbaar om nieuwe speelplekken te realiseren. Het is daarom belangrijk om bewoners mee te nemen bij een proces naar zoeklocaties. Niet alleen omdat bewoners
soms goede ideeën hebben, maar ook omdat daarmee het draagvlak voor de
besluitvorming groter is, ook als het uiteindelijk niet mogelijk blijkt om een nieuwe locatie te realiseren.
Pagina 28
5.5 Versterken van het jongerenaanbod Jongeren krijgen meer plek in de openbare ruimte. Veel jongeren gebruiken de openbare ruimte om elkaar te ontmoeten en hun vrije tijd vorm te ge- ven. Toch tonen verschillende onderzoeken aan dat jongeren steeds meer uitgesloten worden van de openbare ruimte. Hun gedrag wordt voortdurend bekeken en bekritiseerd door volwassenen. De gemeente vindt het belangrijk dat er voor deze doelgroep goede, uitdagende en veilige sport- en ontmoetingsplekken zijn in Putten. Omdat jongeren zich niet laten beperken door barrières, is het niet nodig om in ieder wijk een voorziening te creëren. Daarom investeert de gemeente in de aanleg van 1 of 2 nieuwe jongerenplekken. Urban Sport Een relatief nieuwe stroming binnen de sportomgeving is Urban Sport. Urban Sport is een verzamelnaam voor sport- en beweegactiviteiten waarbij gebruikers hun vaardigheden laten zien in de bebouwde omgeving. Denk hierbij aan freerunning, skaten, bmx en calisthenics. Vaak worden verschillende Urban Sportfaciliteiten aangeboden in Urban Sport Parks. Hier kunnen jongeren en jong volwassenen elkaar ontmoeten en samen sporten. Huidige situatie -
Er zijn 2 sportlocaties in Putten die ingericht zijn voor jongeren: Skate- en Calisthenicspark Hoge Eng en het sportveld in park De Groene Scheg. Vooral de eerstgenoemde biedt veel mogelijkheden.
-
In Putten zijn geen officiële Jongeren Ontmoetings Plekken (JOP’s). Jongeren ontmoeten elkaar nu bij sportverenigingen, in parken, op parkeerterreinen en in de Kruidentuin. Op enkele van deze locaties wordt overlast ervaren maar een goede alternatieve locatie is er niet.
Aandachtspunten en acties Een sportkooi - Sportlocatie Hoge Eng heeft ruimte voor een goede sportkooi. Een sportkooi biedt een voetbal- en basketbalvoorziening voor jongeren en volwassenen. De kooi kan uitgerust worden met een geluiddempend hekwerk waardoor de geluidsoverlast voor de omgeving geminimaliseerd wordt. Eenzelfde kooi kan ook geplaatst worden op de locatie van het sportveld in park De Groene Scheg. Meer diversiteit in sportaanbod - Breng meer diversiteit in het sportaanbod aan waarbij ook actief gekeken wordt naar de behoeften en wensen van jongeren. Sportplekken met Urban Sportfaciliteiten zullen een sterke aantrekkingskracht hebben op jongeren. Te denken valt dan aan een crossbaan, pumptrack, Urban Dance Ground, freerunparcours of pannakooi. Deze sportfaciliteiten zijn niet alleen aantrekkelijk voor jongeren maar ook voor kinderen en volwassenen. De locatie van deze sportplekken moet in goed overleg met zowel jongeren als omwonenden bepaald worden om te voorkomen dat de omgeving overlast zal ervaren. Jongeren Ontmoetings Plek - De Puttense jongeren geven aan dat zij behoefte hebben aan een ontmoetingsplek. Er zal worden onderzocht of hier invulling aan kan worden gegeven middels het jeugden jongerenbeleid.
Pagina 29
Een JOP (of jongerencentrum) helpt ook bij het (deels) oplossen van overlast door hangjongeren. Handhaving heeft dan een locatie waar zij jongeren naartoe kunnen verwijzen wanneer zij overlast veroorzaken. Jongerenwerker - In de praktijk blijkt vaak dat het lastig is om jongeren te bereiken voor bijvoorbeeld participatie. Door actief samen te werken met de jongerenwerker en Jong Putten kunnen we de jongeren beter bereiken. Zij zullen ook het eerste aanspreekpunt zijn bij vraagstukken rondom deze doelgroep. Versterken samenwerking - Met slechts het inrichten van JOP’s en sportplekken zijn we er nog niet. Een structurele samenwerking tussen verschillende beleidsvelden is van groot belang. Wanneer er gesproken wordt over de inrichting van een nieuwe locatie voor jongeren is het van belang dat er niet alleen na wordt gedacht over de juiste locatie maar ook over de juiste sporttoestellen (beleidsveld sport), voldoende schaduw (beleidsveld groen), een plek voor jongeren met een beperking (beleidsveld samenleving) en de juiste materialen (beleidsveld onderhoud). Daarnaast zal men de samenwerking breder moeten trekken; jongerenwerkers, sportverenigingen en boa’s kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de plannen voor een locatie en het succes van zo’n plek wanneer deze in gebruik is genomen.
Het bankje nabij Hof van Putten is een populaire ontmoetingslocatie voor jongeren.
Urban Dance Ground (bron: urbandanceground.nl)
Pagina 30
6. Conclusie en aandachtspunten Deze leidraad vormt geen blauwdruk voor de toekomstige aanpak. De plannen en ambities zijn niet in beton gegoten maar vormen het startpunt voor gesprekken met bewoners. In samenspraak met de bewoners worden concrete plannen gemaakt voor de openbare speel- en sportruimte in hun straat, buurt en/of wijk. Aandachtspunten Betrek bewoners bij de uitvoering - Voldoende draagvlak en goede ideeën zorgen voor optimalisatie van vraag en aanbod, wat kapitaalvernietiging kan voorkomen (geen geld investeren in plekken die niet gebruikt worden). Biedt ruimte voor initiatieven - Aansluitend op het vorige punt; initiatieven bieden goede energie om de speelruimte te verbeteren, het vergroot de betrokkenheid van de buurt en kan zo ook andere speelvormen mogelijk maken (speelgroen, losse elementen). Pak speelplekken zoveel mogelijk geclusterd op - In de uitvoering is het waardevol om speelplekken in één keer volledig op te pakken. Daarmee wordt ook de relevantie voor bewoners om mee te denken vergroot én ontstaan er mogelijkheden om een plek echt een andere inrichting te geven. Ook op buurtniveau wordt aangeraden ingrepen tegelijk op te pakken. Hierdoor kunnen ingrepen beter op elkaar worden afgestemd. Organiseer evenementen- Wanneer een speel- of sportplek (her)ingericht is, is het traject nog niet volledig afgerond.
Vooral bij locaties voor jongeren en inclusief ingerichte buurt- speelplekken is het van groot belang dat er ook aandacht is voor de software. Hierbij hebben we het over activiteiten die georganiseerd worden door bewoners, organisaties en de gemeente. Te denken valt aan een samenspeeldag, sporttoernooi of prikkelarme speel/sportuurtjes. Dit soort activiteiten zijn van groot belang voor het succes van een speel- of sportplek. Samenwerken - Bij het opstellen van een uitvoeringsplan moet altijd gekeken worden naar andere trajecten die gepland staan voor een wijk of buurt. Grote groenrenovaties bieden veel mogelijkheden om op aan te sluiten, maar ook de renovatie van het riool en/of bestrating is een prima moment om gelijktijdig de speelplek op te pakken. Hierdoor kunnen werkzaamheden gecombineerd worden (participatie met de buurt, grondwerk, verhardingen, groenaanplant etc.) en beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Denk hierbij aan het aanpakken van de speeltuinen in combinatie met een geplande groenrenovatie maar ook andersom. Andere trajecten hoeven niet alleen binnen het gemeentehuis gezocht te worden. Sportstimuleringstrajecten, grote evenementen of trajecten van natuurorganisaties, sportverenigingen of scholen kunnen ook aangegrepen worden om de openbare speelruimte te verbeteren.
Ook kan worden samengewerkt met buurgemeentes als Ermelo, Nijkerk en Barneveld om goede speelruimte te realiseren en aanbod op elkaar af te stemmen.
Pagina 31
7. Bijlagen 7.1 Begrippenlijst Formele speelruimte Formele speelruimte betreft de speelplekken met schommels, glijbanen en veerwipjes, maar ook de trapveldjes, basketbalpleintjes en urban sportplekken zoals een skateplein of crossbaan. Informele speelruimte Informeel spelen betreft het spelen op straat of in het openbaar groen. Hier wordt niet gewerkt met speel- of sporttoestellen maar kunnen kinderen zeker ook uitgenodigd worden om lekker te komen spelen. Buurtspeelplek De belangrijkste plek in elke speelbuurt is de ‘buurtspeelplek’. Dit is een grotere voorziening waar bewoners worden uitgenodigd om samen te komen, te spelen, te bewegen én te ontmoeten. Buitenspelen is namelijk pas echt leuk als er ook vriendjes en vriendinnetjes zijn om mee samen te spelen. Het is daarom belangrijk dat de buurtspeelplek toegankelijk, aantrekkelijk, uitdagend en bespeelbaar is voor iedereen, ook voor inwoners met een beperking. Elke speelbuurt moet tenminste één goede speelplek hebben. Bij grotere speelbuurten zijn dit één of misschien zelf meerdere buurtspeelplekken en wordt er gewerkt met een actieradius van 400 meter. Kleine speelplek/blokplek Kleine speelplekken liggen vaak dicht bij de woningen en zijn meestal ook vooral ingericht voor de direct omwonenden en voor de jongste doelgroep (0-6 jaar) die nog niet zelfstandig op pad kan en mag.
De kleine speelplekken zijn bedoeld ter aanvulling op de buurtspeelplek en kunnen een belangrijke rol spelen in het vergroten van de diversiteit van de speelruimte. Een inrichting met speeltoestellen is niet altijd nodig, soms volstaat een leeg grasveldje of pleintje (vrije speelruimte), maar soms zijn juist deze plekken erg belangrijk als formele speelplek. Dit is bijvoorbeeld het geval in speelbuurten waar een buurtspeelplek niet mogelijk is, of waar de speelmogelijkheden op straat en in het groen erg beperkt zijn. De invulling van de kleine speelplek hangt af van de speelmogelijkheden binnen de speelbuurt en de samenstelling en opbouw (bewoners en bebouwing) van de wijk. Door deze inrichting flexibel en eventueel zelfs tijdelijk te maken, wordt er beter aangesloten bij de behoefte van omwonenden en bijgedragen aan de diversiteit van het speelruimteaanbod. Wijkplek Wijkplekken zijn grote buurtspeelplekken die meerdere speelbuurten, maar soms ook de hele gemeente bereiken. Sommige wijkplekken hebben een specifieke doelgroep die zelfs verspreidt is over omliggende dorpen. Een wijkplek heeft een onderscheidende inrichting, soms een combinatie van spelen en sporten voor een brede doelgroep maar soms ook met de focus op één specifieke doelgroep zoals skaters bij skatepark Hoge Eng.
Een buurtplek is soms belangrijk voor jongeren en (jong)volwassenen, deze groep is immers niet gebonden aan de speelbuurt-grenzen. Schoolpleinen, parken en recreatiegebieden kunnen ook fungeren als buurtplek. Het zijn voorzieningen die niet altijd
Pagina 32
in beheer zijn van de gemeente of waar zij regie over voert, maar wel onderdeel zijn van het totale speelaanbod. Freerunning Freerunning is een sport waarbij een beoefenaar zich sierlijk door de stedelijke omgeving begeeft. Hierbij gebruikt hij/zij muren, ramen, vlaggenmasten, bankjes, etc. als hulpmiddelen. Calisthenics Calisthenics is een vorm van krachttraining waarbij verschillende oefeningen worden uitgevoerd die de grote spiergroepen aanspreken. De oefeningen worden met minimaal gebruik van apparatuur uitgevoerd; er wordt met name gebruik gemaakt van het eigen lichaamsgewicht.
Freerunning (Foto: Rein Rijke)
Calisthenics (bron: kompan.nl)
Pagina 33
7.2 Onderzoeksbevindingen Formele speelruimte Net als in het rapport uit 2014 is er ruimtelijk gezien een onevenwichtige verdeling van de speellocaties over de speelbuurten. Meer dan de helft van alle speelplekken liggen aan de westzijde van Putten (Bijsteren, Husselerveld en Buiten-Eng). Vooral rondom het centrum en aan de noordkant van de gemeente is het aanbod in speelplekken beperkt. De inrichting van de formele speelruimte is redelijk gevarieerd. Speelplekken zijn vaak ingericht met een combinatie van toestellen en speelaanleidingen en er zijn zowel traditioneel als natuurlijk ingerichte speel- en sportplekken. De toestelkeuze bij de traditioneel ingerichte speelplekken is wel vrij eenzijdig. Op veel van deze speelplekken zijn steeds dezelfde speeltoestellen gebruikt. Enkele speelplekken zijn duidelijk aan vernieuwing toe. Een aantal van deze plekken zijn in 2022 al opnieuw ingericht. De meeste speel- en sportplekken zijn met name aantrekkelijk voor kinderen tussen de 5 en 9 jaar. Voor oudere kinderen zijn er voornamelijk trapveldjes, korfbalpalen en tafeltennistafels. De verdeling van buurtspeelplekken over de verschillende speelbuurten is het over het algemeen prima. Veel buurten missen echter wel een goede buurtspeelplek. Centrale, grote speelplekken zijn van belang voor de speelervaring van jonge en oudere kinderen, maar ook voor ontmoeting en sociale cohesie.